Regeling vervallen per 01-01-2021

Besluit van 28 december 2018 no. 5.3 van de regeringscommissaris, in plaats van de eilandsraad, tot vaststelling van de Verordening Precariobelasting Sint Eustatius 2019

Geldend van 08-01-2019 t/m 31-12-2020

Intitulé

Besluit van 28 december 2018 no. 5.3 van de regeringscommissaris, in plaats van de eilandsraad, tot vaststelling van de Verordening Precariobelasting Sint Eustatius 2019

De regeringscommissaris voor Sint Eustatius, handelende in de plaats van de eilandsraad;

Overwegende dat;

Ingevolge artikel 13 van de Legesverordening Sint Eustatius 2019 de Eilandsverordening regelende de heffing van leges, precariorechten en retributies en de inning van deze heffingen ten bate van het eilandgebied Sint Eustatius (Retributieverordening Sint Eustatius 1997) wordt ingetrokken;

het in verband hiermee noodzakelijk is ter vervanging hiervan, naast een nieuwe legesverordening, tevens een nieuwe verordening vast te stellen betreffende de heffing van een precariobelasting ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam;

Gelet op de artikelen 40 en 60 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende:

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2019

(Verordening precariobelasting Sint Eustatius 2019)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

  • b.

    week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

  • c.

    maand: een kalendermaand;

  • d.

    kwartaal: een periode van drie achtereenvolgende maanden;

  • e.

    jaar: een kalenderjaar;

  • f.

    heffingsambtenaar: de eilandambtenaar, bedoeld in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,

  • g.

    openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater: voor de openbare dienst bestemde grond of water van het openbaar lichaam;

  • h.

    vergunning: een door het openbaar lichaam en in de registratie van het openbaar lichaam opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam mag hebben.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een eilandbelasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. De belasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde van het openbaar lichaam heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam aanwezig zijn.

  • 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien het openbaar lichaam een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

  • a.

    voorwerpen, indien het openbaar lichaam voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 62 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • b.

    voorwerpen, waarvan het openbaar lichaam genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde.

Artikel 4a

De belasting wordt voorts niet geheven ter zake van het hebben van:

  • a.

    voorwerpen in, onder, aan, op of boven openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater door een publiekrechtelijk lichaam;

  • b.

    palen en masten, kabels en leidingen in, onder, aan, op of boven openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater, voor zover deze voorwerpen bestemd zijn en gebruikt worden voor:

    • 1.

      telecommunicatie;

    • 2.

      de distributie van elektriciteit

  • c.

    voorwerpen in, onder, aan, op of boven openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater, welke aldaar ingevolge wettelijk voorschrift kosteloos of tegen een bij of krachtens dat voorschrift bepaalde vergoeding moeten worden gedoogd, dan wel aldaar op grond van een notariële akte of schriftelijke overeenkomst, kosteloos of tegen een in die akte of overeenkomst uitgedrukte vergoeding bevinden;

  • d.

    voorwerpen in, onder, aan, op of boven openbaar eilandswater welke reeds aanwezig waren op het tijdstip van overdracht in eigendom van de grond of het water aan het eilandgebied c.q. het openbaar lichaam, mits in de desbetreffende akte wordt bepaald dat wegens het hebben van deze voorwerpen geen of een in die akte te vermelden jaarlijkse vergoeding is verschuldigd;

  • e.

    brievenbussen, wegwijzers, verkeersborden en dergelijke uitsluitend in het algemeen belang geplaatste voorwerpen;

  • f.

    gedeeltelijk in of plat tegen de gevel aangebrachte borden, platen, uitstalkasten, reliëfs, letters of soortgelijke voorwerpen, tenzij het betreft lichtreclame of voorwerpen die meer dan 20 centimeters uitsteken boven openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater;

  • g.

    over openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater uitstekende goten en dakranden, gevelbanden of randen en andere soortgelijke tot het gebouw behorende uitsteeksels;

  • h.

    of het innemen van openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater of het hebben van voorwerpen in, onder, aan, op of boven openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater waarvoor krachtens enig ander wettelijk voorschrift betaling aan het eilandgebied dient te geschieden.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de belasting

  • 1. Voor de berekening van de belasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

  • 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

  • 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

  • 4. Indien het openbaar lichaam een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam, wordt voor de berekening van de belasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 5. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de belasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

  • 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

    • a.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

    • b.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand;

    • c.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een kwartaaltarief, maar geen dag-, week- of maandtarief is opgenomen, een gedeelte van een kwartaal gelijkgesteld met een kwartaal.

  • 7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief, maandtarief of kwartaaltarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week, een maand of een kwartaal omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week, maand of kwartaal van het belastingtijdvak.

  • 8. Bij de berekening van de belasting wordt naar boven afgerond op veelvouden van $ 1,00. Het verschuldigde recht wordt, ingeval meer dan een tarief kan worden toegepast, berekend naar het hoogste tarief.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1. In de gevallen waarin het openbaar lichaam een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde eilandsgrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2. Een door de heffingsambtenaar uitgereikt aangiftebiljet moet binnen vijftien dagen na uitreiking van het biljet bij hem worden ingeleverd. De in de vorige volzin bedoelde eilandambtenaar kan voor de genoemde termijn een kortere termijn in de plaats stellen.

  • 3. De heffingsambtenaar maant, na verloop van de in het tweede lid genoemde termijn, de belastingplichtige aan binnen een door hem te stellen termijn van ten minste vijf werkdagen aangifte te doen, tenzij uitstel voor het doen van aangifte overeenkomstig artikel 8.6 van de Belastingwet BES is verleend.

  • 4. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde belasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur, waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de belasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan USD 25.00.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1. De belastingaanslagen moeten worden betaald binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2. In afwijking van het eerste lid moet de belasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen vijftien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor voorlopig gevorderde, dan wel nagevorderde bedragen.

  • 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het bestuurscollege

Het bestuurscollege kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de belasting.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking de dag na haar afkondiging.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is met tot terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2019.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting Sint Eustatius 2019.

Ondertekening

Aldus besloten door de regeringscommissaris op 28 december 2018

De Plv. Regeringscommissaris,

w.g. De heer M.K.M. Stegers

Bijlage

Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting Sint Eustatius 2019

a.

voor het opslaan van bouwmaterialen, puin of andere goederen per m2 en per week :......................................................................................................

$

15.00

b.

voor het hebben van steigers en schuttingen, benodigd voor het verrichten van enig werk aan, op, in, of onder openbare eilandsgrond of eilandswater grenzende gebouwen of getimmerten per m2 aan de openbare dienst onttrokken grond / water

 
 
 

- per week:...............................................................................................

$

7.00

 

- per maand:.............................................................................................

$

18.00

 

Ingeval een steiger zodanig is geplaatst dat de onderliggende grond niet of vrijwel niet aan de openbare dienst wordt onttrokken en het verkeer over de door de steiger ingenomen grond mitsdien niet of niet noemenswaardig wordt belemmerd is per m2 ingenomen grond verschuldigd de helft van de hiervoor genoemde bedragen.

 
 

c.

voor het plaatsen van tafeltjes, banken, stoelen of dergelijke voorwerpen voor cafés, restaurants en soortgelijke inrichtingen op openbare eilandsgrond

 
 
 

per m2 of minder, per jaar:.........................................................................

$

18.00

d.

voor kiosken, automaten, tenten, stenen gebouwen, getimmerten of permanente of semipermanente inrichtingen, bestemd of gebruikt voor de verkoop van waren

 
 
 

per m2 en per maand:................................................................................

$

9.00

e.

voor tot verkoop bestemde goederen, die door de eigenaar of beheerder van een winkel, warenhuis of ander gebouw voor dit gebouw worden uitgestald

 
 
 

per m2 en per jaar:....................................................................................

$

44.00

f.

voor luifels, balkons, erkers, zonneschermen en andere uitbouwsels of uitsteeksels, voor zover niet voor het maken van reclame benut of daarvoor dienende, per m2 oppervlakte en per jaar

 
 
 

- voor de eerste 10 m2:..............................................................................

$

15.00

 

- voor de volgende 40 m2:.........................................................................

$

7.00

 

- voor elke m2 boven 50 m2 oppervlakte :...................................................

$

3.00

g.

voor ophaalbare zonneschermen, voor zover niet voor het maken van reclame benut of daarvoor dienende, de helft van het bedrag, verschuldigd ingevolge sub f.

 
 

h.

lichtreclames, lichtbakken, lantaarns, schijnwerpers, uithangborden, uithangtekens, uitstalkasten, borden, platen, letters en dergelijke voorwerpen, gebezigd voor het maken van reclame voor onbepaalde tijd

 
 
 

per voorwerp per m2 per jaar:.....................................................................

$

60.

 

met dien verstande dat de grootste oppervlakte dan wel de langste zijde van het voorwerp in aanmerking wordt genomen en dat het hoogste der berekende bedragen verschuldigd is.

 
 

i.

benzinepompen en tankinstallaties met toebehoren, de ondergrondse reservoirs daaronder begrepen, alsmede de op- en inritten naar of van de installatie voor zover gelegen aan die van de openbare weg afgekeerde zijde van de pomp:

 
 
 

1.

voor de op of boven openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater staande of gebouwde installatie per m2 en per jaar:

 

15%

 
 

van de waarde per m2 grond, welke waarde de heffingsambtenaar vaststelt aan de hand van de waarde der omliggende grond of waterpercelen, of van overeenkomstige elders gelegen percelen vast te stellen waarde per m2 ingenomen grond;

 
 
 

2.

voor de in of onder openbare eilandsgrond of openbaar eilandswater gebouwde reservoirs, alsmede vorenbedoelde op- of inritten, per m2 en per jaar

 

5%

 
 

van de waarde per m2 grond, welke waarde de heffingsambtenaar vaststelt aan de hand van de waarde der omliggende grond of waterpercelen, of van overeenkomstige elders gelegen percelen vast te stellen waarde per m2 ingenomen grond;

 
 
 

De bij de installaties behorende leidingen, kabels, putdeksels en verdere bijkomende werken worden niet afzonderlijk berekend.

 
 

j.

putten, bakken, tanks en dergelijke verzamelplaatsen van stoffen:..............

 
 
 

1. een beerput, per jaar:............................................................................

$

15,00

 

2. een andere put, bak, tank of dergelijke verzamelplaats van stoffen:.........

 
 
 

- per m3 per jaar, met een maximum van 2 jaar:..........................................

$

43.00

 

- per m3 per jaar, voor een periode langer dan 2 jaar:..................................

$

72.00

k.

aanlegplaatsen en -steigers, scheepshellingen, boothuisjes, plankiers, bruggen en soortgelijke inrichtingen en constructies

 
 
 

per m2 of per meter en per jaar:.................................................................

$

7.00

l.

muren of hekwerken:................................................................................. per strekkende meter, per jaar:..................................................................

$

3.00

m.

garages, bergplaatsen, loodsen, wachtlokalen en soortgelijke inrichtingen,

 
 
 

per jaar:....................................................................................................

 

8%

 

van de economische waarde van het onroerend goed hetgeen per periode van vijf jaar door het bestuurscollege wordt vastgesteld.

 
 

n.

pilaren, zuilen, palen of masten, niet te bezigen voor reclame doeleinden,

 
 
 

- per stuk en per maand:...........................................................................

$

2.00

 

- per stuk en per jaar:................................................................................

$

15,00

o.

kabels en leidingen:..................................................................................

 
 
 

- per 5 strekkende meter en per jaar:..........................................................

$

1.00

 

- bovendien per wegkruising en per jaar:....................................................

$

4.00

 

- voor het bovengronds aangelegde gedeelte van kabels en leidingen per 5 strekkende meter per jaar:.........................................................................

$

7.00

p.

buizen, buisleidingen, kokers en duikers, met uitzondering van die welke voor de afvoer van huis- en hemelwater of fecaliën zijn aangesloten op de openbare riolen

 
 
 

- per strekkende nieter en per jaar :...........................................................

$

10.00

 

- bovendien per wegkruising en per jaar:....................................................

$

6.00

 

- voor het bovengronds aangelegde gedeelte van buizen en leidingen geldt een verhoging van 100% van de bovenstaande prijzen.

 
 

q.

dammen, oeverbeschermingen, waterkeringen en andere dergelijke werken of inrichtingen in, onder of aan openbaar eilandswater

 
 
 

per 10 m2 of per strekkende meter en per jaar:............................................

$

1.00

De Plv. Regeringscommissaris voor Sint Eustatius, 28 December 2018

w.g. M.K.M. Stegers