Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR739045
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR739045/2
Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven
Geldend van 13-11-2025 t/m heden
Intitulé
Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven[Bijlage 3: Postcodelijst van deze bekendmaking is overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt en hier beschikbaar: Bijlage 3 Postcodelijst Investeringsregeling voor micro-mkbers met schadeherstel- of versterkingsopgaven .]
Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen:
Overwegende dat:
- -
op 6 november 2020 door de colleges van de provincie Groningen en gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Groningen, Midden-Groningen en Oldambt met de minister van Economische Zaken en Klimaat bestuurlijke afspraken zijn gemaakt die onder meer tot doel hebben inwoners van het aardbevingsgebied een tegemoetkoming te geven, het gebied beter achter te laten en toekomstperspectief te bieden aan sectoren en de algehele economische structuur van de regio;
- -
wij samen met de vertegenwoordigers van bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf en met overheden een programma, het Mkb-programma, vormgeven en uitvoeren ter ondersteuning van ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf die zijn geraakt door de gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld;
- -
bij ondernemingen die in belangrijke mate afhankelijk zijn van hun bedrijfsgebouwen, de uitvoering van versterking, de uitvoering van schadeherstel of het verkrijgen van schadevergoeding sterk vertragend kan werken bij het realiseren van investeringen in bedrijfsgebouwen of in andere met bedrijfsgebouwen samenhangende kapitaalgoederen waardoor de ontwikkeling van deze ondernemingen vertraagd kan raken;
- -
de impact van deze vertraging op micro-mkb'ers relatief groot kan zijn, gelet op de beperkte bedrijfsomvang en de nadrukkelijke samenhang tussen de onderneming en de persoon van de ondernemer;
- -
het daarom wenselijk kan zijn om subsidie te verstrekken voor investeringen van micro-mkb'ers, zodat zij de als gevolg van de hiervoor geschetste problematiek ontstane achterstand kunnen inlopen;
Gelet op:
- -
titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
- -
artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;
- -
de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;
Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
-
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
aanvraagperiode: de periode waarbinnen subsidieaanvragen ingediend kunnen worden;
- b.
AGVV: Verordening EU Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard, PbEU L 187/1 van 26 juni 2014;
- c.
bedrijfsgebouw: een gebouw of zelfstandig functionerend gedeelte daarvan, waarin niet gewoond wordt en waarin de onderneming van aanvrager haar bedrijfsmatige activiteiten feitelijk en rechtmatig ontplooit of zou hebben ontplooid als aan dat gebouw geen versterkingsmaatregelen of schadeherstel uitgevoerd werd;
- d.
burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het te versterken gebouw gelegen is;
- e.
de-minimisverordening: verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023, PbEU 2023, L-serie d.d. 15 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
- f.
exploitant: de exploitant van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of van de gasopslag te Norg of de gasopslag bij Grijpskerk;
- g.
investeringsproject: samenhangend geheel van activiteiten bestaande uit investeringen in kapitaalgoederen door een onderneming;
- h.
micro-onderneming: micro-onderneming als bedoeld in artikel 2 van de Bijlage bij de Aanbeveling van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (2003/361/EG), met uitzondering van ondernemingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Verordening (EU) 2022/2472 van de Europese Commissie van 14 december 2022, PbEU 2022, L 327/1;
- i.
openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;
- j.
onderneming: iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;
- k.
Procedureregeling: de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;
- l.
rollend materieel: fietsen, bromfietsen, motorfietsen, scooters, motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 en, voor zover dit geen motorrijtuigen zijn, rollend materieel zoals tractoren, aanhangwagens, oogstmachines, grondbewerkings- en -verzetmachines;
- m.
schade: schade als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen;
- n.
schadeherstel: herstel van schade;
- o.
subsidiabele activiteiten: de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling een subsidie kan worden verstrekt;
- p.
subsidiabele kosten: de kosten waarvoor op grond van deze regeling een subsidie kan worden verstrekt;
- q.
versterking: het treffen van versterkingsmaatregelen:
- i.
op grond van hoofdstuk 5 van de Tijdelijke wet Groningen; of
- ii.
waarvan de kosten geheel of gedeeltelijk betaald worden met een subsidie van burgemeester en wethouders, teneinde een gebouw behorend tot batch 1588 als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen of de Zandplatenbuurt Zuid te Delfzijl te laten voldoen aan de in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen bedoelde veiligheidsnorm;
- i.
- r.
versterkingsadvies: een beoordeling als bedoeld in artikel 13i, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
- s.
versterkingsmaatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 13j, eerste lid, onder a, van de Tijdelijke wet Groningen.
- a.
-
2. In deze regeling wordt onder aanvrager eveneens verstaan:
- a.
alle ondernemingen die met aanvrager 'één onderneming' als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening vormen;
- b.
de subsidieontvanger, indien de subsidie verstrekt is.
- a.
-
3. Onder bedrijfsgebouw van de onderneming als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan een gebouw of gedeelte daarvan dat door de onderneming aan een ander in gebruik is gegeven of verhuurd, anders dan in het kader van de exploitatie van een horeca-, evenementen of congreslocatie door de onderneming zelf.
Artikel 2. Doel van deze regeling en de-minimisverordening
-
1. Deze regeling heeft tot doel het versterken van de door de gaswinningsproblematiek aangetaste economische structuur van in de provincie Groningen gevestigde micro-ondernemingen.
-
2. De op grond van deze regeling te verstrekken subsidies vallen binnen de reikwijdte van de de-minimisverordening.
Artikel 3. Doelgroep
-
1. Tot de doelgroep van deze regeling behoren micro-ondernemingen die sinds 6 november 2020 of eerder hun bedrijfsmatige activiteiten geheel of gedeeltelijk verrichten in een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw en:
- a.
uit een versterkingsadvies blijkt dat voor dat bedrijfsgebouw versterkingsmaatregelen nodig zijn of nodig zijn geweest; of
- b.
sprake is of is geweest van in het vierde lid bedoelde erkende schade aan dat bedrijfsgebouw, mits dat bedrijfsgebouw gelegen is op een adres dat vermeld is op de postcodelijst van Bijlage 3.
- a.
-
2. Een micro-onderneming die gelet op het eerste lid uitsluitend niet tot de doelgroep van deze regeling behoort omdat zij het in het eerste lid bedoelde bedrijfsgebouw niet kon gebruiken vanwege:
- a.
de uitvoering van versterkingsmaatregelen, of
- b.
de uitvoering van schadeherstel,
behoort tevens tot de doelgroep van deze regeling.
- a.
-
3. Tot de doelgroep van deze regeling behoren voorts andere micro-ondernemingen dan die bedoeld in de voorgaande leden, mits die aan elk van de volgende twee voorwaarden voldoen:
- a.
naar het oordeel van Gedeputeerde Staten:
- i.
de uitvoering van versterking en schadeherstel in doorslaggevende mate het ritme vertraagt of vertraagd heeft waarin een micro-onderneming haar investeringen kan realiseren; en
- ii.
verstoort de verstrekking van de aangevraagde subsidie het gelijke speelveld tussen ondernemingen niet;
- i.
- b.
de micro-onderneming:
- i.
verricht sinds 6 november 2020 of eerder haar bedrijfsmatige activiteiten geheel of gedeeltelijk in een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw; of
- ii.
verrichtte sinds 6 november 2020 of eerder haar bedrijfsmatige activiteiten geheel of gedeeltelijk in een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw en heeft die activiteiten na 6 november 2020 verplaatst naar een ander in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw.
- i.
- a.
-
4. Onder ‘erkende schade’ als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
- a.
een in rechte vaststaande toegekende schadevergoeding voor fysieke schade aan het in de aanhef van het eerste lid bedoelde bedrijfsgebouw door het Instituut Mijnbouwschade Groningen of de Tijdelijke commissie mijnbouwschade bedoeld in het besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming van 31 januari 2018, nr. WJZ / 18018309, tot vaststelling van het Protocol mijnbouwschade Groningen en tot instelling van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen en van de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen (Staatscourant 2018, 6398);
- b.
een vergoeding of herstel van fysieke schade aan het in de aanhef van het eerste lid bedoelde bedrijfsgebouw, toegekend of betaald aan aanvrager door het Centrum Veilig Wonen of de exploitant.
- a.
Artikel 4. Subsidievorm en wijze van subsidieverstrekking
-
1. Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling subsidies in de vorm van een geldbedrag.
-
2. In afwijking van artikel 2.9, tweede lid, van de Procedureregeling wordt bij subsidieverlening 100 % van het subsidiebedrag bevoorschot.
Paragraaf 2. Subsidieverstrekking
Artikel 5. Subsidiabele activiteiten
Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor een investeringsproject waarmee de aanvrager ten behoeve van de bedrijfsmatige activiteiten van zijn onderneming één of meer van de op Bijlage 1 vermelde investeringen realiseert.
Artikel 6. Subsidiabele kosten
-
1. Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor de kosten die de aanvrager maakt bij het realiseren van de op Bijlage 1 vermelde investeringen, voor zover het betreft investeringen in:
- a.
een bedrijfsgebouw;
- b.
een perceel behorend bij en waarop het onder a bedoelde bedrijfsgebouw gesitueerd is; of
- c.
overige kapitaalgoederen die door de onderneming van aanvrager in een onder a bedoeld bedrijfsgebouw of een onder b bedoeld perceel zelf inzet bij haar bedrijfsmatige activiteiten.
- a.
-
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Procedureregeling worden de volgende kosten niet als subsidiabele kosten aangemerkt:
- a.
de kosten van investeringen in rollend materieel, met uitzondering van rollend materieel vermeld op Bijlage 2;
- b.
de kosten van goodwill, vergunningen, huur, financiering, herfinanciering, verzekeringen, leges en belastingen;
- c.
de kosten van onderhoud, niet zijnde een op de balans te activeren vervangingsinvestering;
- d.
de kosten van investeringen in een gebouw of gedeelte daarvan dat door de aanvrager aan een ander in gebruik is gegeven of verhuurd, anders dan in het kader van de exploitatie van een horeca-, evenementen of congreslocatie door de aanvrager zelf;
- e.
de kosten van vlottende activa zoals voorraad;
- f.
de kosten van de inzet van eigen medewerkers van de onderneming of medewerkers van derden die ook ingezet worden bij de normale bedrijfsvoering van de onderneming.
- a.
-
3. Op de subsidiabele kosten worden de eventueel door de subsidieontvanger als gevolg van uitvoering van het investeringsproject te realiseren inkomsten en desinvesteringen in mindering gebracht.
Artikel 7. Maximaal subsidiebedrag en maximale subsidie-intensiteit
-
1. Het maximale subsidiebedrag bedraagt € 50.000.
-
2. De subsidie bedraagt maximaal 80 % van de subsidiabele kosten.
Artikel 8. Algemene weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling en het bepaalde in deze regeling wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien zich één of meer van de volgende omstandigheden voordoet:
- a.
de met de subsidie te realiseren investeringen staan niet ten dienste van de bedrijfsmatige activiteiten van aanvrager;
- b.
subsidieverstrekking draagt niet bij aan het in artikel 2, eerste lid vermelde doel van deze regeling;
- c.
subsidie kan niet worden verstrekt met toepassing van de de-minimisverordening;
- d.
de aanvrager van de subsidie behoort niet tot de in artikel 3 vermelde doelgroep van deze regeling;
- e.
niet aannemelijk is dat de onderneming van aanvrager na verstrekking van de aangevraagde subsidie structureel een economische bijdrage, maatschappelijke bijdrage of een bijdrage in de leefbaarheid kan blijven leveren aan de geheel of grotendeels in de provincie Groningen gelegen regio waar de onderneming gevestigd is;
- f.
aan de aanvrager is op grond van deze regeling of in het kader van de pilot ter voorbereiding op deze regeling al een subsidie verstrekt;
- g.
de aanvraag is ingediend buiten een aanvraagperiode;
- h.
uit de aanvraag blijkt niet:
- i.
dat aanvrager de kosten van het investeringsproject kan dragen; of,
- ii.
dat de aanvrager of de subsidiabele activiteiten kunnen voldoen aan de daaraan ingevolge de Algemene wet bestuursrecht, de Procedureregeling of deze regeling gestelde eisen;
- i.
- i.
het is aannemelijk dat het investeringsproject niet binnen vijf jaar na subsidieverlening kan worden gerealiseerd.
Artikel 9. Weigeringsgronden met betrekking tot de hoogte van het subsidiebedrag
-
1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling en het bepaalde in deze regeling, wordt de subsidie in ieder geval geweigerd voor zover:
- a.
de subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten die gelet op artikel 5 niet subsidiabel zijn of voor kosten die gelet op artikel 6 niet tot de subsidiabele kosten behoren;
- b.
er voor een hoger bedrag subsidie wordt aangevraagd dan het in artikel 7 bedoelde maximale subsidiebedrag;
- c.
verstrekking van de aangevraagde subsidie tot gevolg zou hebben dat voor meer dan 80 % van de subsidiabele kosten subsidie zou worden verstrekt; of
- d.
verstrekking van de aangevraagde subsidie zou leiden tot ontoelaatbare cumulatie van subsidies of ontoelaatbare cumulatie als bedoeld in het tweede lid met steunmaatregelen.
- a.
-
2. Van de in het tweede lid, onder d, bedoelde ontoelaatbare cumulatie van subsidies is sprake als de subsidie wordt aangevraagd voor subsidiabele kosten waarvoor al één of meer andere subsidies zijn verstrekt en:
- a.
de som van de reeds verstrekte subsidies en de aangevraagde subsidie groter is dan het in artikel 7 bedoelde maximale subsidiebedrag; of
- b.
de som van de reeds verstrekte subsidies en de aangevraagde subsidie meer dan 100 % van de subsidiabele kosten bedraagt.
- a.
-
3. Van de in het eerste lid, onder d, bedoelde cumulatie met steunmaatregelen is sprake als verstrekking van de subsidie strijd zou opleveren met het bepaalde in artikel 5 van de de-minimisverordening of artikel 8 van de AGVV.
Artikel 10. Subsidieplafond
-
1. Gedeputeerde Staten stellen voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling aanvraagperiodes vast.
-
2. Gedeputeerde Staten stellen per aanvraagperiode een subsidieplafond vast.
-
3. Een subsidieplafond is van toepassing op subsidieaanvragen waarvan de datum van binnenkomst gelegen is in het tijdvak waarvoor het subsidieplafond geldt.
Artikel 11. Verdeelsystematiek
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen, reeds eerder ingediende maar op die dag volledig geworden aanvragen daaronder begrepen, plaats door middel van loting.
-
4. Een volledige aanvraag als bedoeld in dit artikel is een aanvraag waarbij het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier en alle voor de beoordeling verder benodigde informatie en documenten op de voorgeschreven wijze binnen de toepasselijke aanvraagperiode zijn ingediend.
Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. De realisatie van de subsidiabele activiteiten waarvoor op grond van dit besluit subsidie is verstrekt is uiterlijk 5 jaar na subsidieverlening gereed.
-
2. De investeringen die de subsidieontvanger met de subsidie realiseert, blijven eigendom van de subsidieontvanger en worden uitsluitend gebruikt ten behoeve van zijn bedrijfsmatige activiteiten die onder het toepassingsbereik van de de-minimisverordening vallen.
-
3. De subsidieontvanger verzekert de zaken waaraan hij de subsidie besteedt.
-
4. De subsidieontvanger meldt Gedeputeerde Staten schriftelijk indien zich één of meer van de volgende omstandigheden voordoet:
- a.
de subsidieontvanger beëindigt zijn onderneming;
- b.
de subsidieontvanger beëindigt de ondernemingsactiviteiten waarvoor het investeringsproject geheel of gedeeltelijk voor gerealiseerd is;
- c.
de subsidieontvanger verkoopt, verpacht of verhuurt een met het investeringsproject aangeschafte of gerealiseerde zaak, of bezwaart die zaak met een hypotheek- of pandrecht;
- d.
de subsidieontvanger vraagt faillissement of surseance van betaling aan;
- e.
het faillissement of de surseance van betaling van de subsidieontvanger wordt aangevraagd;
- f.
de subsidieontvanger biedt een akkoord aan als bedoeld in artikel 370 van de Faillissementswet.
- a.
-
5. De in het tweede tot en met vierde lid van dit artikel opgenomen verplichtingen eindigen vijf jaar na de dag waarop de subsidie is vastgesteld.
Artikel 13. Vergoeding vanwege vermogensvorming
-
1. Indien zich gedurende de eerste vijf jaar na subsidievaststelling één of meer van de in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde situaties voordoet, is de subsidieontvanger aan Gedeputeerde Staten een vergoeding verschuldigd.
-
2. Bij het bepalen van de hoogste van de in het eerste lid bedoelde vergoeding houden Gedeputeerde Staten in ieder geval rekening met de omstandigheden waaronder de in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde situatie zich heeft voorgedaan en de gevolgen van die situatie voor de subsidieontvanger.
-
3. De hoogte van de in het eerste lid bedoelde vergoeding bedraagt ten hoogste:
- a.
100 % van het verstrekte subsidiebedrag indien zich tot en met het eerste jaar na subsidievaststelling een situatie voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- b.
80 % van het verstrekte subsidiebedrag indien zich gedurende het tweede jaar na subsidievaststelling een situatie voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- c.
60 % van het verstrekte subsidiebedrag indien zich gedurende het derde jaar na subsidievaststelling een situatie voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- d.
40 % van het verstrekte subsidiebedrag indien zich gedurende het vierde jaar na subsidievaststelling een situatie voordoet als bedoeld in artikel 4:41, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- e.
20 % van het verstrekte subsidiebedrag indien zich gedurende het zich gedurende het vijfde jaar na subsidievaststelling een situatie voordoet als bedoeld in artikel 4:41, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
- a.
Artikel 14. Overdraagbaarheid
-
1. Een op grond van deze regeling verleende maar nog niet vastgestelde subsidie is zonder een voorafgaand aan de overdracht door Gedeputeerde Staten verleende toestemming niet overdraagbaar.
-
2. Op de beoordeling van een verzoek om toestemming is het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling en het bepaalde in artikel 8 en 9 van overeenkomstige toepassing.
-
3. In aanvulling op het tweede lid kunnen Gedeputeerde Staten de toestemming weigeren indien de overdracht van de subsidie naar hun oordeel een onaanvaardbare doorkruising van de in artikel 11 beschreven verdeelsystematiek tot gevolg zou hebben.
-
4. Gedeputeerde Staten kunnen bij het verlenen van de toestemming de aan de subsidie verbinden verplichtingen wijzigen indien dat als gevolg van de overdracht van de subsidie noodzakelijk is.
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Artikel 14a. Overgangsrecht
-
1. De regeling zoals die luidde op het moment waarop een aanvraag om subsidie is ingediend, is van toepassing op:
- a.
de beschikking tot subsidieverstrekking gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;
- b.
een verzoek om wijziging van de beschikking tot subsidieverstrekking gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;
- c.
een besluit tot wijziging of intrekking van de beschikking tot subsidieverstrekking gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;
- d.
de aanvraag om subsidievaststelling volgend op de beschikking tot subsidieverlening gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;
- e.
een besluit tot subsidievaststelling volgend op de beschikking tot subsidieverlening gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag.
- a.
-
2. Indien bezwaar is gemaakt, beroep is ingesteld of hoger beroep is ingesteld tegen een in het eerste lid genoemd besluit, blijft de regeling zoals die ingevolge het eerste lid op dat besluit van toepassing was, van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is.
-
3. In dit artikel wordt verstaan onder een beschikking tot subsidieverstrekking: de beschikking tot subsidieverlening of, indien de subsidie bij toekenning direct wordt vastgesteld, de beschikking tot subsidievaststelling.
Artikel 15. Inwerkingtreding
Deze regeling wordt bekend gemaakt in het Provinciaal Blad en treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.
Artikel 16. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven.
Ondertekening
Groningen, 1 april 2025
Gedeputeerde Staten van Groningen:
René Paas, voorzitter
Hans Schrikkema, secretaris
Bijlage 1: subsidiabele activiteiten
Bijlage bij artikel 5 en artikel 6, eerste lid, van de Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven.
De investeringen bedoeld in artikel 5 zijn vermeld in onderstaande tabel.
|
A. De navolgende investeringen in een bedrijfsgebouw van een onderneming: |
|
|
a.1 |
Nieuwbouw, verbouw of renovatie van een bedrijfsgebouw van de onderneming of deel daarvan, inclusief het bouwrijp maken van percelen of slopen van aanwezige bebouwing. |
|
a.2 |
Aanschaf of vervanging van installaties behorende tot een bedrijfsgebouw van de onderneming, of deel daarvan. |
|
a.3 |
Aanschaf of vervanging van reclame-uitingen zoals lichtbakken, voor zover schroef- en nagelvast bevestigd aan een bedrijfsgebouw van de onderneming, of deel daarvan. |
|
B. De navolgende investeringen in een perceel behorend bij en waarop het in artikel 6, eerste lid, onder a, bedoelde bedrijfsgebouw van de onderneming gesitueerd is: |
|
|
b.1 |
Aanleg of vervanging van bestrating en andere perceelverharding, met inbegrip van ontsluitingsvoorzieningen zoals uitwegen. |
|
b.2 |
Aanleg of vervanging van hekwerken, omheiningen of andere fysieke begrenzingen, inclusief bijbehorende beveiligingsinstallaties. |
|
b.3 |
Aanschaf van terrasmeubilair, voor zover dit gebruikt gaat worden voor de bedrijfsmatige horeca-activiteiten van de onderneming van aanvrager. |
|
C. Overige kapitaalgoederen die door de onderneming van aanvrager in een in artikel 6, eerste lid, onder a, bedoeld bedrijfsgebouw of een artikel 6, eerste lid, onder b, bedoeld perceel zelf inzet bij haar bedrijfsmatige activiteiten: |
|
|
c.1 |
Aanschaf of vervanging van machines, installaties en apparatuur. |
|
c.2 |
Aanschaf of vervanging van werkplekinrichting zoals kantoormeubilair. |
Bijlage 2: positieflijst rollend materieel
Bijlage bij artikel 3, eerste, onder b, van de Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven.
Investeringen in hieronder vermeld rollend materieel zijn wel subsidiabel:
- •
Elektrische vorkheftrucks die niet gebruikt mogen worden op de openbare weg;
- •
Tractoren en grondverzetmachines die niet gebruikt worden en mogen worden op de openbare weg;
- •
Elektrotrekkers en -movers die niet gebruikt mogen worden op de openbare weg;
- •
Met menselijke spierkracht aangedreven kruiwagens, steekwagens, palletwagens en dergelijke;
- •
Verrijdbare steigers en steigerliften.
Bijlage 3: Postcodelijst
Bijlage bij artikel 1, eerste lid, onder b, van de Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven.
Link naar “Bijlage 3 Postcodelijst Investeringsregeling voor micro-mkbers met schadeherstel- of versterkingsopgaven”
Toelichting op de Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven
Algemene toelichting
Beleidsdoel
De Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven (hierna: de Investeringsregeling) is een subsidieregeling die wordt uitgevoerd door Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen als onderdeel van het zogenoemde Mkb-programma. Het Mkb-programma is een samenwerking tussen provincie Groningen, ondernemers en gemeenten in het aardbevingsgebied en de Rijksoverheid. Met het Mkb-programma worden mkb’ers in het aardbevingsgebied op allerlei wijzen ondersteund.
Schadeherstel en versterkingsvraagstukken bij mkb’ers in het algemeen en micro-mkb'ers in het bijzonder zijn voor de betrokken ondernemers ingrijpend en vanwege de grote diversiteit van mkb-bedrijven vaak complex. Daardoor duren schadeherstel- en versterkingstrajecten vaak lang, waardoor mkb’ers investeringen uitstellen en hun concurrentievermogen beschadigd raakt. Dit werkt door in de economische en maatschappelijke structuren waar die bedrijven deel vanuit maken.
Met de Investeringsregeling kan aan micro-mkb'ers in het versterkingsgebied een subsidie worden verstrekt, waarmee zij de investeringen in hun bedrijf weer op gang kunnen brengen.
De uitvoering van de Investeringsregeling wordt betaald uit het budget van het Mkb-programma. Het Rijk verstrekt de provincie in totaal € 36 miljoen voor de uitvoering van het Mkb-programma.
Opgemerkt wordt, dat de subsidies niet worden verstrekt met het oogmerk om schade als bedoeld in de Tijdelijke wet Groningen te vergoeden of om versterkingsmaatregelen te financieren: schadeherstel (en schadevergoeding) en versterken blijven de verantwoordelijkheid van onderscheidenlijk IMG en NCG.
Juridische grondslag
De juridische grondslag van deze regeling is artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 (hierna: de Kaderverordening). In die bepaling hebben Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels over subsidieverstrekking en de daarmee gepaard gaande procedure gedelegeerd. Verder zijn in het bijzonder de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018 (hierna: de Procedureregeling) van belang.
Staatssteun
Subsidieverstrekking aan ondernemingen is vaak een vorm van staatssteun. De Investeringsregeling is ontworpen om binnen de kaders van de zogeheten reguliere de-minimisverordening (de verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023, PbEU 2023, L-serie d.d. 15 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun) subsidie te kunnen verstrekken.
Uitgezonderde branches
De reguliere de-minimisverordening is niet van toepassing op een aantal branches, zie artikel 1 van de reguliere de-minimisverordening. Het gaat, kort gezegd, om visserij- en landbouwbedrijven. Voor deze bedrijven gelden specifieke de-minimisverordeningen.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat de begripsbepalingen. Begrippen waarvan de betekenis op grond van de Algemene wet bestuursrecht, de Kaderverordening of de Procedureregeling voldoende duidelijk zijn, zijn niet opnieuw gedefinieerd.
Toelichting n.a.v. de wijziging van artikel 1, eerste lid, onder c
De definitie van "bedrijfsgebouw van de onderneming" is op een aantal punten gewijzigd. In de eerste plaats zijn de woorden "van de onderneming" vervallen. Dit vereenvoudigt de leesbaarheid. Elders in de regeling (in artikel 1 lid 3 en in artikel 6 lid 1 en lid 2) wordt als gevolg van deze wijziging ook het begrip "bedrijfsgebouw" gebruikt in plaats van "bedrijfsgebouw van de onderneming".
In de tweede plaats is de zinsnede "dat niet voor bewoning bestemd is" vervallen. In plaats daarvan is bepaald, dat in het bedrijfsgebouw niet gewoond wordt. Hierdoor is het niet meer relevant of het bedrijfsgebouw in het omgevingsplan ook een woonbestemming heeft. Relevant is alleen de feitelijke situatie: wordt in het gebouw of het zelfstandig functionerend gedeelte daarvan gewoond, dan is geen sprake van een "bedrijfsgebouw" zoals bedoeld in deze regeling. Er is sprake van wonen, wanneer iemand (of meerdere personen) in het gebouw of het zelfstandig functionerend gedeelte daarvan woont (of wonen). Het is niet relevant of sprake is van kamerverhuur, tijdelijke verhuur, bewoning door arbeidsmigranten of studenten, gekraakte woonruimte: al deze (en andere) vormen van bewoning hebben tot gevolg dat geen sprake is van een "bedrijfsgebouw".
In de laatste plaats is aangegeven dat een gedeelte van een gebouw ook aangemerkt kan worden als "bedrijfsgebouw" wanneer dat gedeelte zelfstandig functionerend is. Dat laatste wil in ieder geval zeggen dat het gedeelte een eigen toegang voor bezoekers ('voordeur') heeft en beschikt over eigen sanitaire voorzieningen. Vergelijk de eisen die de Belastingdienst stelt aan het toepassen van kostenaftrek voor een zelfstandige werkruimte aan huis.
Artikel 2. Doel van deze regeling en toepasselijk staatssteunkader
Het eerste lid van dit artikel bevat het algemene doel van deze Investeringsregeling: het versterken van de door de gaswinningsproblematiek aangetaste economische structuur van de in de provincie Groningen gevestigde micro-ondernemingen. In het tweede lid wordt vermeld dat de op grond van de Investeringsregeling te verstrekken subsidies binnen de reikwijdte van de reguliere de-minimisverordening vallen.
Artikel 3. Doelgroep
Toelichting bij artikel 3 zoals dit komt te luiden na de wijziging van de regeling ten behoeve van de tweede openstelling
Dit artikel bevat de beschrijving van de doelgroep.
Op grond van het eerste en tweede lid behoren kort gezegd twee categorieën micro-ondernemingen de doelgroep:
- a.
Micro-ondernemingen die sinds 6 november 20201 hun activiteiten verrichten vanuit een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw. En uit een versterkingsadvies blijkt dat voor dat bedrijfsgebouw versterkingsmaatregelen nodig zijn of nodig zijn geweest.
- b.
Micro-ondernemingen die sinds 6 november 2020 hun activiteiten verrichten vanuit een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw, dat gelegen is op een adres dat vermeld is in Bijlage 3. En er is sprake geweest van erkende schade aan dat bedrijfsgebouw. In het vierde lid wordt uitgelegd wat onder 'erkende schade' wordt verstaan.
Ook micro-ondernemingen die op grond van het eerste en tweede lid niet tot de doelgroep behoren, kunnen onder omstandigheden op grond van het derde lid tot de doelgroep behoren. Namelijk als zij voldoen aan de twee in het derde lid genoemde voorwaarden:
De eerste voorwaarde (zie het derde lid onder a) bestaat uit twee onderdelen waaraan voldaan moet worden. In de eerste plaats beoordelen Gedeputeerde Staten of naar hun oordeel de uitvoering van versterking of schadeherstel in doorslaggevende mate het ritme waarin de micro-ondernemingen hun investeringen kunnen realiseren vertraagt of vertraagd heeft. In de tweede plaats beoordelen Gedeputeerde Staten of naar hun oordeel verstrekking van een aangevraagde subsidie het gelijke speelveld tussen ondernemingen niet verstoort. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een micro-onderneming sinds 6 november 2020 of eerder in een bedrijfsgebouw te maken heeft gehad met schade en na 6 november 2020 verplaatst is naar een bedrijfsgebouw buiten het in Bijlage 3 opgenomen postcodegebied. Voor de duidelijkheid: een micro-ondernemer die niet met versterking te maken heeft gehad maar met schade aan een bedrijfsgebouw dat niet gelegen is op een adres dat vermeld is in Bijlage 3, behoort niet tot de doelgroep.
De tweede voorwaarde (zie het derde lid onder b) bestaat ook uit twee onderdelen, maar in dit geval hoeft maar aan één van beide onderdelen voldaan te worden. Het eerste onderdeel heeft betrekking op de situatie waarin een micro-onderneming nog steeds in hetzelfde, binnen de provincie Groningen gelegen, bedrijfsgebouw gevestigd is als op 6 november 2020. Het tweede onderdeel heeft betrekking op de situatie waarin een micro-onderneming na 6 november 2020 vanuit een binnen de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw verplaatst is naar een ander, eveneens binnen de provincie Groningen gelegen, bedrijfsgebouw.
Artikel 4. Subsidievorm en wijze van subsidieverstrekking
De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Er wordt geen subsidie verstrekt in de vorm van bijvoorbeeld een borgstelling.
Artikel 5. Subsidiabele activiteiten
De subsidie wordt verstrekt voor investeringsprojecten waarmee aanvrager één of meer van de op de bijlage vermelde subsidiabele activiteiten verricht. Bijlage 1 somt concrete typen investeringen op. Deze zijn verdeeld over drie categorieën: investeringen in bedrijfsgebouwen, investeringen in percelen van aanvrager en overige investeringen, bijvoorbeeld in machines.
Zie voor de definitie van 'bedrijfsgebouw ' artikel 1.
Uit de definitie van 'bedrijfsgebouw ' volgt, dat het kan gaan bedrijfsgebouw dat aanvrager huurt of in eigendom heeft.
Van belang is verder, dat gebouwen van aanvrager (of delen daarvan) die aan anderen verhuurd worden, niet onder het begrip 'bedrijfsgebouw' vallen, zie artikel 1 lid 3.
Artikel 6. Subsidiabele kosten
De subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die aanvrager maakt bij het realiseren van de op Bijlage 1 vermelde investeringen.
Aanvrager krijgt alleen subsidie voor de kosten van zijn of haar eigen investeringen. Dit betekent dat de investeringen die aanvrager met de subsidie doet, op de balans van de onderneming van aanvrager komen te staan.
In lid 2 wordt vermeld welke kosten niet voor subsidie in aanmerking komen.
Als de subsidieontvanger door het uitvoeren van het investeringsproject inkomsten genereert - bijvoorbeeld: bij inruil van machines of verkoop van sloopschroot - dan worden die inkomsten in mindering gebracht op de subsidiabele kosten, zie lid 3.
Artikel 7. Maximaal subsidiebedrag en maximale subsidie-intensiteit
Het subsidiebedrag moet aan de volgende twee voorwaarden voldoen:
- 1.
het is nooit groter dan € 50.000 (lid 1); en
- 2.
het bedraagt maximaal 80 % van de subsidiabele kosten (lid 2).
Artikel 8 en artikel 9 Weigeringsgronden
Artikel 8 en 9 van de regeling bevatten gronden waarop een aangevraagde subsidie wordt geweigerd. Dit in aanvulling op de weigeringsgronden die in de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling zijn opgenomen. Artikel 8 bevat algemene weigeringsgronden. Artikel 9 bevat de weigeringsgronden die gaan over het subsidiebedrag.
Artikel 10. Subsidieplafond
Subsidie kan worden aangevraagd tijdens door Gedeputeerde Staten vast te stellen aanvraagperiodes. Per aanvraagperiode stellen Gedeputeerde Staten een subsidieplafond vast. Dit is geldbedrag dat maximaal beschikbaar is voor subsidies die verstrekt worden naar aanleiding van aanvragen die tijdens de aanvraagperiode zijn ingediend. Als verstrekking van een subsidie tot gevolg hebben dat het subsidieplafond overschreden zou worden, wordt de subsidie geweigerd. Zie artikel 4:25 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 11. Verdeelsystematiek
Omdat gewerkt wordt met een subsidieplafond, wordt in dit artikel beschreven hoe de volgorde bepaald wordt waarin de tijdens een aanvraagperiode ingediende aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Als uitgangspunt geldt, dat de volgorde van binnenkomst bepalend is. Het gaat daarbij om de dag waarop de volledige aanvragen ontvangen is of een onvolledige aanvraag volledig is gemaakt.
Als het subsidieplafond op enig moment overschreden dreigt te worden, wordt met loting bepaald in welke volgorde de aanvragen die op de bewuste dag zijn ontvangen, voor subsidieverstrekking in aanmerking komen. Dit kan betekenen dat aanvankelijk alle aanvragen geloot worden. Zodra de volledigheid van de aanvragen beoordeeld is, worden de onvolledige aanvragen 'doorgehaald' op volgordelijst die door loting tot stand is gekomen.
Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger.
De subsidieontvanger krijgt in dit artikel een aantal verplichtingen opgelegd. Die verplichtingen waarborgen dat de subsidie - die betaald wordt met schaarse publieke middelen - daadwerkelijk tot gevolg heeft dat de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd en het met de subsidieregeling beoogde doel kan worden bereikt. De meeste verplichtingen eindigen vijf jaar na subsidievaststelling.
Artikel 14. Vergoeding vanwege vermogensvorming
Op grond van artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieontvanger in bepaalde situaties de verplichting opgelegd krijgen, om een vergoeding vanwege vermogensvorming te betalen. Het gaat bijvoorbeeld om:
- a.
vervreemding of bezwaring van zaken die men met de subsidie heeft aangeschaft;
- b.
een wijziging van het gebruik van die zaken (bijvoorbeeld: van zakelijk gebruik naar privégebruik);
- c.
het ontvangen van een schadevergoeding in verband met verlies of beschadiging van die zaken;
- d.
het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve waarvan de subsidie verstrekt is;
- e.
intrekking van de beschikking tot subsidieverlening (bijvoorbeeld omdat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet is nagekomen);
- f.
ontbinding van de rechtspersoon van de subsidieontvanger.
De verplichting wordt opgelegd door Gedeputeerde Staten. De hoogte van de verplichting loopt af van 100 % van het subsidiebedrag tot en met het eerste jaar na de subsidievaststelling tot uiteindelijk 20 % van het subsidiebedrag in het vijfde jaar.
Artikel 15. Overdraagbaarheid
Een verleende maar nog niet vastgestelde subsidie is na voorafgaande toestemming van Gedeputeerde Staten overdraagbaar. Het tweede en derde lid bevat het kader waaraan Gedeputeerde Staten een verzoek om toestemming toetst. Aan een toestemming kunnen verplichtingen verbonden worden.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl