Vergoedingsregeling beschermingsmaatregelen noodoverloopgebied De Ronde Hoep

Geldend van 28-06-2018 t/m heden

Intitulé

Vergoedingsregeling beschermingsmaatregelen noodoverloopgebied De Ronde Hoep

Besluit van het Algemeen bestuur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht van 22 maart 2018, kenmerk BBV18.0041, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening waterschap Amstel, Gooi en Vecht.

Het Algemeen bestuur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht:

Gelet op artikel 3 (‘Subsidieregelingen’) van de Algemene subsidieverordening waterschap Amstel, Gooi en Vecht;

Overwegende dat de polder De Ronde Hoep kan worden ingezet als noodoverloopgebied;

Overwegende dat dit in overeenstemming is met het facetbestemmingsplan “noodoverloop De Ronde Hoep” van de gemeente Ouder-Amstel;

Overwegende dat het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht het wenselijk vindt schade als gevolg van inundatie in de Ronde Hoep te voorkomen;

Overwegende dat het wenselijk is de inwoners en bedrijven in de Ronde Hoep te stimuleren beschermende maatregelen te nemen waarmee schade als gevolg van inundatie kan worden voorkomen;

Overwegende dat een zeer substantiële bijdrage van het waterschap ten behoeve van die maatregelen daarbij onontbeerlijk is;

Overwegende dat het voorgaande is onderkend en weergegeven in het projectplan Noodoverloopgebied de Ronde Hoep;

Besluit de volgende vergoedingsregeling vast te stellen:

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Algemene Subsidieverordening: Algemene subsidieverordening van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht;

  • projectplan: het projectplan Noodoverloopgebied de Ronde Hoep van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht;

  • bestemmingsplan: het facetbestemmingsplan “Noodoverloop De Ronde Hoep” van de gemeente Ouder-Amstel;

  • economisch relevante bijgebouwen: garages, schuren en dergelijke met een waarde van tenminste €10.000,-

  • gerechtigden: eigenaren, erfpachters en opstalgerechtigden;

  • inundatie: het inlaten van water in het Noodoverloopgebied de Ronde Hoep door handelend

  • optreden van een binnen dat gebied bevoegd gezag in geval van een dreigende calamiteit

  • door wateroverlast of extreme wateroverlast, al dan niet door het bestuur of door een ander, hoger of coördinerend gezag genomen besluit of gegeven bevel;

  • looptijd: geldigheidsduur van deze regeling;

  • noodoverloopgebied: het op de bij deze regeling behorende kaart aangeduide gebied voor inundatie;

  • regeling: Vergoedingsregeling beschermingsmaatregelen noodoverloopgebied De Ronde Hoep;

  • Waterschap: het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht;

Artikel 2 Werkingsgebied

Deze regeling is van toepassing op de percelen en binnen de begrenzing in de polder De Ronde Hoep, aangeduid op de kaart die is bijgevoegd als bijlage 1 en onderdeel uitmaakt van deze regeling. De begrenzing van het werkingsgebied wordt gevormd door de hoogtelijn van NAP -1.90 m ten tijde van het vaststellen van het projectplan. Bij verschil van inzicht is een hoogtemeting bepalend.

Artikel 3 Kring van belanghebbenden

Uitsluitend gerechtigden op de percelen, aangeduid op de kaart als bedoeld in artikel 2, kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding op basis van deze regeling.

Artikel 4 Algemene subsidieverordening

Deze regeling is een subsidieregeling als bedoeld in artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening. De Algemene subsidieverordening is van toepassing op deze regeling voor zover deze regeling daar niet uitdrukkelijk van afwijkt.

Paragraaf 2 Subsidievoorwaarden

Artikel 5 Te subsidiëren maatregelen

  • 1.

    Eenmalige investeringssubsidie kan worden verstrekt voor maatregelen ter voorkoming van schade door inundatie aan:

    • a.

      milieurelevante objecten: gierkelders, mestvaalten, mestputten en dierenstallen;

    • b.

      woningen;

    • c.

      economisch relevante bijgebouwen;

    • d.

      voerkuilen.

  • 2.

    Investeringssubsidie kan tevens worden verstrekt voor maatregelen waarmee wordt voorkomen dat bedrijfsvoering wordt belemmerd door of tijdens inundatie.

  • 3.

    De maatregelen kunnen in ieder geval bestaan uit:

    • a.

      voor de milieurelevante objecten:

    • het op voldoende hoogte brengen van vul- en ontluchtingsopeningen van gierkelders en mestputten

    • het afsluitbaar maken van mestputten

    • het aanbrengen van verknevelbare deuren en luiken voor mestkelders en ingangen

    • het plaatsen van een koekoek bij mestkelderontluchting

    • het ophogen van ingangen door grondwerk

    • het aanbrengen van rubber afdichtingsflappen tussen staande fundering en vloer

    • het aanbrengen van brede afsluitingsmogelijkheid voor de staldeuren met schotten

    • b.

      voor woningen en economisch relevante bijgebouwen:

    • het aanbrengen van waterdichte coating of membraan,

    • het aanbrengen van voorzieningen om spouwgaten en openingen tijdelijk af te dichten

    • het afdichten van barsten in muren, wanden, funderingen en vloeren

    • het opvullen van oude voegen

    • het aanbrengen van sleuven en een wegneembaar schot voor deuren

    • het aanbrengen van een koekoek voor kelderramen

    • c.

      voor maatregelen om de bedrijfsvoering te kunnen voortzetten :

    • het beschermen van elektriciteitskasten binnen objecten die het functioneren van bedrijfsvoering tijdens inundatie mogelijk maken

    • adaptiemaatregelen als langere slangen voor melk

    • beschermings- en bereikbaarheidsmaatregelen voor voervoorraden.

  • 4.

    Onderhoudssubsidie kan worden verstrekt voor noodzakelijk onderhoud aan maatregelen waarvoor tevens investeringssubsidie is verstrekt.

  • 5.

    Om voor een subsidie in aanmerking te komen moet de maatregel voorts aan de volgende criteria voldoen:

    • a.

      De maatregel is haalbaar, dat wil zeggen technisch uitvoerbaar en effectief;

    • b.

      De maatregel doet geen afbreuk aan het watersysteem;

    • c.

      Wanneer de maatregel alleen effectief is in combinatie met andere maatregelen, heeft de aanvraag ook betrekking op die andere maatregelen.

  • 6.

    Voor beschermende maatregelen die vóór het in werking treden van deze regeling maar na 1 januari 2017 zijn uitgevoerd, kan op dezelfde wijze en in dezelfde mate subsidie worden verleend als voor maatregelen waarvoor voorafgaand subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie kan niet meer bedragen dan de maximale schade die door inundatie aan het te beschermen object of het te beschermen deel van de bedrijfsvoering kan ontstaan.

  • 2.

    Subsidie wordt berekend op basis van de meerkosten van de beoogde maatregelen ten opzichte

  • 3.

    van de reguliere kosten voor onderhoud en bedrijfsvoering.

  • 4.

    Subsidie wordt verstrekt op basis van het bedrag dat voor de meest doelmatige maatregelen nodig zou zijn om de beoogde bescherming te bereiken.

  • 5.

    De subsidie bedraagt 100% van het onder lid 2 en 3 bedoelde bedrag binnen de begrenzing van lid 1.

  • 6.

    Onderhoudssubsidie als bedoeld in artikel 5 lid 4 bedraagt 100% van de meerkosten.

Artikel 7 Van subsidie uitgesloten maatregelen

  • 1.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor maatregelen ter bescherming van olietanks, riolering, gastanks en elektriciteitskasten buiten de te beschermen objecten.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor maatregelen ter bescherming van bijgebouwen met een maximaal mogelijke schade, gezamenlijk met de inventaris van die gebouwen, van minder dan € 10.000,-

Artikel 8 Aanvraag

  • 1.

    Aanvragen kunnen het gehele kalenderjaar worden ingediend.

  • 2.

    in afwijking van artikel 6 lid 1 van de Algemene subsidieverordening is de aanvraag vormvrij en wordt ingediend bij het loket dat door het Waterschap voor de Ronde Hoep is ingericht.

  • 3.

    In overleg met aanvrager worden namens het dagelijks bestuur van het Waterschap de maximaal

  • 4.

    mogelijke schade en de kosten voor de beschermingsmaatregelen met behulp van een schade - expert, bouwkundige en een landmeter geïnventariseerd.

  • 5.

    De hoogte van de subsidie wordt op basis van het advies van de sub c genoemde deskundigen

  • 6.

    na overleg met de aanvrager vastgesteld door het Waterschap

  • 7.

    De kosten van de sub c genoemde deskundigen komen ten laste van het Waterschap.

  • 8.

    De aanvraag wordt, waar nodig met behulp van de bouwkundige, in overleg met de aanvrager voorzien in een plan dat inzichtelijk maakt hoe het onderhoud en/of beheer wordt vormgegeven;

Artikel 9 Weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden die zijn weergegeven in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8 van de Algemene subsidieverordening AGV en artikel 2 en 5 van deze regeling, kan subsidie worden geweigerd indien:

  • a.

    de aanvrager voor een maatregel van gelijke aard voor hetzelfde te beschermen object met een vergelijkbare doelstelling in een voorgaand of het lopende kalenderjaar al een bijdrage heeft ontvangen, met uitzondering van de onderhoudssubsidie;

  • b.

    Er voor realisatie van de activiteit noodzakelijke medewerking van een andere overheid niet verkregen kan worden.

Artikel 10 Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger dient:

    • a.

      de uitgevoerde maatregelen waar nodig zo te onderhouden dat hun beschermende werking behouden blijft;

    • b.

      de opgedane ervaringen en kennis op verzoek van het waterschap te delen, binnen de grenzen van het redelijke;

    • c.

      het waterschap toe te staan in overleg publicitair gebruik te maken van de met de activiteit behaalde resultaten.

  • 2.

    Overtreding van het bepaalde in lid 1 sub a kan gedurende vijf jaren na vaststelling van de subsidie leiden tot wijziging of intrekking daarvan.

Artikel 11 Europese regelgeving

Voor zover subsidie wordt verstrekt aan een onderneming, wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Europese wet- en regelgeving op het gebied van staatssteun.

Paragraaf 3 Slotbepalingen

Artikel 12 Evaluatie en herziening

  • 1.

    Het gebruik van en de noodzaak voor de regeling zullen iedere vijf jaar worden geëvalueerd, voor de eerste maal in 2022; de uitkomsten van die evaluatie kunnen aanleiding zijn tot herziening van de regeling.

  • 2.

    Herziening van de regeling kan tevens plaatsvinden wanneer een wijziging in het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Waterschapsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 14 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Vergoedingsregeling beschermingsmaatregelen noodoverloopgebied De Ronde Hoep.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen bestuur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht van 22 maart 2018.

Ondertekening

drs. H.J. Kelderman

secretaris

dr. ir. G.M. van den Top

dijkgraaf

TOELICHTING

I.Algemeen

Deze vergoedingsregeling is een bijlage van het projectplan “Noodoverloopgebied de Ronde Hoep”. Met het projectplan wordt de aanleg van een inlaat in de polder de Ronde Hoep vastgesteld. Die inlaat maakt het mogelijk de polder gecontroleerd te inunderen bij de in het projectplan omschreven omstandigheden. Het onder water zetten van de polder leidt zonder beschermende maatregelen tot aanzienlijke schade.

Voor de schade die optreedt door het feitelijk inunderen van de Ronde Hoep is een beleidsregel voor gevolgschade opgesteld. Die beleidsregel behoort ook bij het projectplan.

Maar ook als de schade die optreedt door inundatie volledig wordt vergoed in materiële zin kan dat onvoldoende zijn. Het onderlopen van kelders en de benedenverdieping van woningen heeft ook andere vervelende effecten dan alleen financieel. Er moet worden opgeruimd en schoongemaakt en het vervangen van bijvoorbeeld vloerbedekking kost tijd en energie. Inundatie kan bij gierkelders bijvoorbeeld ook leiden tot negatieve milieueffecten.

Het is dus van belang dat schade, waar mogelijk, wordt voorkomen. Aanvankelijk was daarom het plan opgevat dijkjes rond de te beschermen objecten aan te leggen, waardoor deze niet zouden overstromen.

In een eerder stadium is al gebleken dat die aanleg niet door alle belanghebbende n wenselijk werd geacht. Belangrijker nog is dat bleek dat die dijkjes in veel gevallen binnen enkele jaren zouden wegzakken en telkens opnieuw zouden moeten worden aangelegd. Dat zou niet alleen buitensporig kostbaar zijn. Dat zou ook betekenen dat bewoners en bedrijven iedere vijf jaar opnieuw worden geconfronteerd met werkzaamheden op hun terrein met alle overlast van dien.

Daarom is ook onderzocht welke andere beschermende maatregelen kunnen worden genomen en is deze vergoedingsregeling opgesteld. Op basis van deze regeling kan alleen vergoeding worden verleend voor het meerwerk van beschermingsmaatregelen ten opzichte van gewone kosten van onderhoud en verbetering.

Voor het onderzoek naar mogelijke maatregelen zijn verschillende bewoners en bedrijven bezocht. Daarnaast is geïnventariseerd welke te beschermen objecten in de polder aanwezig zijn en welk soort maatregelen daarbij passen.

Woningen en milieurelevante objecten (stallen en mestvaalten) hebben prioriteit.

Die beschermende maatregelen zouden door het waterschap kunnen worden vastgesteld en uitgevoerd. Dat is niet altijd wenselijk, met name omdat het gaat om maatregelen die niet op het land, maar aan eigendommen van bewoners en bedrijven moeten worden uitgevoerd. Het is van belang dat de bewoners en bedrijven in de polder zo veel mogelijk keuzes in eigen hand hebben. En dus moeten zij de keuze krijgen om te bepalen welke preventieve maatregelen zij het meest wenselijk achten. En welk bedrijf ze inschakelen voor het uitvoeren van die maatregelen.

Het waterschap stelt daarvoor deze vergoedingsregeling vast.

De aanvraag van de vergoedingsregeling geschiedt niet via een aanvraagformulier. Er komt een loket.

In overleg tussen aanvrager en subsidieverstrekker worden de schade en de kosten voor de

beschermingsmaatregelen met behulp van een door het waterschap aan te wijzen schade -expert, bouwkundige en een landmeter geïnventariseerd.

Uitgangspunten van deze regeling zijn:

  • Zo veel mogelijk vrijheid voor bewoners en bedrijven om te kiezen of beschermende maatregelen worden genomen

  • Zo veel mogelijk vrijheid om te kiezen welke maatregelen worden genomen en welk bedrijf daarvoor wordt ingeschakeld

  • Volledige vergoeding van kosteneffectieve maatregelen voor de waardevolste en/of milieugevoelige objecten, zoals woningen, dierenstallen en gierkelders

  • Geen vergoeding voor maatregelen aan objecten waarbij de kosten niet opwegen tegen de mogelijke schade.

Het uitgangspunt van volledige vergoeding betekent niet dat alle denkbare maatregelen volledig kunnen worden vergoed. De vergoeding wordt toegekend op basis van de maatregel die goede bescherming biedt tegen de laagste kosten. Een andere maatregel, die de voorkeur heeft van de aanvrager en even goede bescherming biedt, kan ook worden uitgevoerd. Maar dan neemt de aanvrager het verschil in kosten voor eigen rekening. Het is ook daarom van belang dat de aanvrager nog vóór de aanvraag overlegt met het waterschap. Dat kan onplezierige verrassingen voorkomen.

De kans op feitelijke inundatie is buitengewoon klein. Het is daarom voorstelbaar dat bewoners en bedrijven er voor kiezen geen beschermende maatregelen te nemen. Die vrijheid kan er alleen zijn als het waterschap niet de beschermende maatregelen vaststelt en uitvoert, maar initiatief van bewoners en bedrijven hiervoor subsidieert. Zonder gevolgen wanneer van deze mogelijkheid geen gebruik wordt gemaakt. In zo’n geval neemt het waterschap operationele beschermingsmaatregelen bij milieurelevante objecten om milieuschade bij inundatie te beperken.

De kans op feitelijke inundatie en schade is heel klein en de belanghebbenden zijn niet verplicht maatregelen te treffen. Daarom is de vergoedingsregeling geen regeling voor vergoeding van schade: het is een subsidieregeling.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht wordt namelijk onder subsidie verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.

Artikelsgewijzetoelichting

Artikel 2 Werkingsgebied

De regeling is alleen bedoeld voor maatregelen aan objecten waaraan schade kan ontstaan door de inundatie. Objecten die niet bedreigd worden door de inundatie hebben geen beschermende maatregelen nodig en daarvoor kan dan ook geen subsidie worden verleend.

Artikel 3 Kring van belanghebbenden

De kring van personen die in aanmerking kunnen komen is wat ruimer gekozen dan alleen eigenaren: de eigenaar van grond waarop een (erf)pachtrecht en/of opstalrecht rust zal geen schade ondervinden van de inundatie. Die schade wordt geleden door de (erf)pachter of opstalgerechtigde. Die moet ook maatregelen kunnen treffen om schade te voorkomen.

Artikel 4 Algemene subsidieverordening

Het waterschap heeft in 2016 een algemene subsidieverordening vastgesteld, waarin veel procedurele bepalingen zoals indieningsvereisten en beslistermijnen zijn opgenomen. Alle specifieke regelingen vallen onder die “paraplu” verordening.

Artikel 5 Te subsidiëren maatregelen

Lid 1. Dit artikellid geeft een opsomming van de onroerende objecten, waarvoor beschermingsmaatregelen kunnen worden gesubsidieerd.

Lid 3. In dit artikellid wordt een aantal maatregelen benoemd waarvoor subsidie kan worden verleend.

Deze lijst is niet uitputtend. Er bestaan uiteraard ook andere maatregelen waarvoor subsidie kan worden verleend, als ze maar effectief zijn. Een lijst waarop alle mogelijk te subsidiëren maatregelen staan vermeld heeft als nadeel dat andere maatregelen, al zijn ze effectiever of goedkoper, niet voor subsidie in aanmerking zouden komen.

Lid 5. Dit artikellid geeft alleen een paar specifieke eisen aan de aanvraag weer. De algemene eisen aan subsidieaanvragen staan omschreven in de Algemene Subsidieverordening.

Het is mogelijk dat maatregelen alleen effectief zijn in combinatie met andere maatregelen. Een extreem eenvoudig voorbeeld kan dat duidelijk maken. Wanneer de voordeur een uitneembaar waterdicht schot krijgt en de achterdeur die net zo laag ligt niet, dan heeft dat weinig zin. Dan moet de aanvraag ook betrekking hebben op een maatregel aan die achterdeur.

Lid 6. Het is mogelijk dat inwoners of bedrijven in verband met verbouwings - of onderhoudsplannen die moeten worden uitgevoerd meteen beschermende maatregelen nemen omdat word t verwacht dat de Ronde Hoep zal gaan fungeren als noodoverloopgebied. De startnotitie daarvoor is vastgesteld en het voorontwerp-bestemmingsplan is in de inspraak geweest. Het is dan ook redelijk ook maatregelen die zijn uitgevoerd in de periode kort voordat deze vergoedingsregeling in werking treedt alsnog voor subsidie in aanmerking te laten komen.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

Lid 2. Ook zonder inundatierisico zal geïnvesteerd moeten worden in onderhoud en herstel van woningen en onderhoud en herstel van bedrijfsopstallen. Deze regeling heeft niet de bedoeling om daar subsidie voor beschikbaar te stellen. Subsidie voor reguliere bedrijfskosten zou ook in strijd kunnen komen met het verbod op staatssteun. Daarom wordt te verlenen subsidie beperkt tot

meerkosten, dat wil zeggen de kosten die uitstijgen boven wat toch al geïnvesteerd moest worden. Lid 3. Hiermee wordt uitgedrukt dat de aanvrager weliswaar vrij is om te kiezen welke maatregelen hij treft (vooropgesteld dat die effectief zijn natuurlijk), maar dat de te verlenen subsidie niet in alle gevallen de kosten van die gekozen maatregelen vergoedt.

Per situatie moet worden beoordeeld welke maatregel goed en toch het goedkoopst is. De kosten van die goedkopere maatregel worden dan vergoed. Daarom wordt de aanvraag begeleid door onder andere een bouwkundige. De aanvrager kan dan wel besluiten om de duurdere maatregel uit te voeren, maar het deel dat duurder is wordt dan niet vergoed. Zoals in de algemene toelichting al is opgemerkt is het van belang dat de aanvrager hiervoor in een vroeg stadium contact opneemt met het waterschap. Dan kan hij, indien hij dat wenst, eventueel alsnog voor die goedkopere maatregel kiezen die wel volledig wordt vergoed.

Artikel 7 Van subsidie uitgesloten maatregelen

Lid 1. De hier genoemde objecten liggen buiten de woningen, bedrijfspanden en schuren. Deze objecten zouden bovendien ernstig risico voor de omgeving kunnen opleveren: te denken valt aan kortsluiting of onherstelbare olievervuiling van het water en de bodem. Het waterschap zorgt daarom voor de beschermende maatregelen voor deze objecten. Dat is de reden dat deze zijn uitgesloten van subsidie.

Lid 2. Hierbij moet worden gedacht aan fietsenschuurtjes en dergelijke. Wanneer een object niet kostbaar is, zijn de kosten van beschermende maatregelen al gauw hoger dan de mogelijke schade aan een dergelijk object. Daarom worden maatregelen aan bijgebouwen met relatief beperkte waarde uitgesloten van subsidie.

Artikel 9 Weigeringsgronden

Dit artikel is deels een aanvulling op de Algemene Subsidieverordening.

Dit artikel maakt duidelijk dat het niet de bedoeling is om twee keer subsidie te kunnen verkrijgen voor hetzelfde. Bijvoorbeeld een voerkuil: als met subsidie uit deze regeling is overgestapt naar waterdichte rollen is het niet mogelijk opnieuw subsidie te krijgen voor het alsnog laten bouwen van een waterdichte voersleuf.

Deze weigeringsgrond wordt niet toegepast wanneer sprake is van een aanvraag om subsidie voor een maatregel die een eerdere maatregel, waarvan de redelijkerwijs te verwachten levensduur is verstreken, moet vervangen.

Ook als het bijvoorbeeld niet mogelijk is een benodigde vergunning te krijgen voor een verbouwing aan de woning, waarbij de beschermende maatregelen zouden worden aangebracht, is subsidie uitgesloten. Er kan geen subsidie worden verleend voor maatregelen die niet kunnen worden uitgevoerd, of alleen illegaal kunnen worden uitgevoerd.

Artikel 10. Verplichtingen subsidieontvanger

De belangrijkste verplichting uit dit artikel is de verplichting de gesubsidieerde maatregelen te onderhouden. Het verlenen van subsidie voor een maatregel die door gebrek aan onderhoud nutteloos wordt kan hiermee worden tegengegaan. De termijn van vijf jaar is ontleend aan de subsidiebepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.

De verplichting onder b. heeft vooral tot doel door het delen van ervaringen tot betere resultaten te komen.

Artikel 11 Europese regelgeving

Omdat de regeling beperkt is tot het voorkomen van specifieke inundatieschade die alleen dreigt binnen een beperkt gebied is geen sprake van economisch voordeel ten opzichte van anderen. De regeling komt daarmee in beginsel niet in strijd met het verbod op staatssteun. Desondanks is het van belang zeker te stellen dat die strijd niet ontstaat. Daarom is deze bepaling ingevoerd.

Artikel 12 Evaluatie en herziening

Het is mogelijk dat de regeling over enige jaren niet meer nodig zal zijn. Bijvoorbeeld omdat er andere, innovatieve, oplossingen zijn gevonden om de omstandigheden waarvoor inundatie nu nog nodig kan zijn het hoofd te bieden.

Een tussentijdse evaluatie is daarnaast wenselijk om het gebruik van de regeling te monitoren. Een regeling die niet wordt gebruikt voldoet kennelijk niet aan enige behoefte en kan dan beter worden aangepast of ingetrokken.

Met het tweede lid van dit artikel wordt de onverbrekelijke samenhang met het bestemmingsplan tot uitdrukking gebracht.

Bijlage 1: indicatieve kaart werkingsgebied

afbeelding binnen de regeling