Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR738883
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR738883/1
Verordening Gedragscode integriteit gemeente Vaals 2025
Geldend van 02-05-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening Gedragscode integriteit gemeente Vaals 2025De raad van de gemeente Vaals
- •
Gelet op het voorstel van seniorenconvent van 10 maart 2025,
- •
Gelet op artikel 15, derde lid van de Gemeentewet;
besluit de volgende verordening vast te stellen:
Verordening Gedragscode integriteit gemeente Vaals 2025
Artikel 1. Algemene bepalingen
De Gemeenteraad stelt een verordening Gedragscode integriteit vast voor zijn leden (artikel 15, derde lid, Gemeentewet).
- a.
De verordening Gedragscode integriteit geldt voor de raads- en burgerleden, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.
- b.
De verordening Gedragscode integriteit is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 2. Voorkomen van belangenverstrengeling
- a.
Raads- en burgerleden leveren de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap respectievelijk het lidmaatschap van de raadscommissie, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin door.
- b.
De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap of lidmaatschap van de raadscommissie en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.
- c.
De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 3. Informatie
- a.
Een raads- of burgerlid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van raad respectievelijk raadscommissie beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.
- b.
Een raads- of burgerlid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.
Artikel 4. Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden
- a.
Een raads- of burgerlid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.
- b.
Een raads- of burgerlid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50,- of minder vertegenwoordigen, behouden.
- c.
Geschenken die een raads- of burgerlid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50,- vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.
- d.
Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit wel gebeurt, dient de ontvanger de verzender ervan op de hoogte te stellen dat dit niet is toegestaan en meldt dit tevens bij de griffier. Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raads- of burgerlid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen.
- e.
Een raads- of burgerlid meldt de griffier buitenlandse reizen op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren.
- f.
De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50,- en voor raads- en burgerleden door derden betaalde binnen- en buitenlandse reizen, excursies etc. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente aan geschenken met een waarde hoger dan € 50,- heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 5. Gebruik van voorzieningen van de gemeente
- a.
Burgemeester en wethouders richten de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
- b.
Een raads- of burgerlid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in lid a. vastgelegde regels en procedures.
- c.
Een raads- of burgerlid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
- d.
Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.
Artikel 6. Uitvoering Verordening
De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de verordening. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de verordening voorziet de gemeenteraad daarin. In bijlage 1 is een toelichting bij deze verordening opgenomen.
Teneinde richtlijnen te geven voor onderlinge verhoudingen, stelt de raad een Notitie Gedragscode en Omgangsvormen vast, die als bijlage 2 bij deze verordening is gevoegd.
De voorzitter van de gemeenteraad maakt afspraken met de gemeenteraad over de navolgende onderwerpen:
- a.
de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de verordening in het bijzonder;
- b.
de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;
- c.
de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente.
- d.
In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.
Artikel 7. Slotbepalingen
-
1. De Gedragscode bestuurlijke Integriteit gemeente Vaals 2004 wordt ingetrokken
-
2. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.
-
3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Gedragscode integriteit gemeente Vaals 2025
Ondertekening
Aldus besloten in de raadsvergadering van 14 april 2025
P.H. Hovens
Griffier
mr. H.M.H. Leunessen
Voorzitter
Bijlage 1 Toelichtingen bij de verordening integriteit
Inleiding
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collegabestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.
De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de voorzitter/dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de volksvertegenwoordigers: raadsleden en leden van de raadscommissies. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.
Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Nemen gemeenten contra-legem constructies op in de gedragscode dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen.
Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om “doing the right thing, even when no one is watching”.
Een ander hulpmiddel is de afweging: “als ik dit doe of laat, kan ik het dan verdedigen als dit in de openbaarheid komt?” Als je liever niet hebt dat je handeling in de krant komt: doe het dan niet.
Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.
Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet):
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden en leden van de raadscommissie(s) in de vergadering de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid/lid van de raadscommissie te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid/lid van de raadscommissie naar eer en geweten zal vervullen.”
Persoonlijke belangen:
Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de stemming over
- -
een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28 Gemeentewet)
- -
Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot stemonthouding:
- -
Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:
In het eerste lid wordt “de stemming” vervangen door “de beraadslaging en stemming”. 2. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Incompatibiliteiten en nevenfuncties:
- -
Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar het gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet)
- -
Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet)
- -
Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet).
Informatieplicht
Burgemeester en wethouders zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt.
De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet)
Geheimhouding
- -
Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
- -
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de commissaris van de Koning heeft die bevoegdheid.
- -
De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het stukken betreft die met de volksvertegenwoordiging worden gedeeld. Ook de gemeenteraad, dan wel (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet).
- -
De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft.
- -
Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
Geschenken, reizen
- -
In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raadslid/lid van de raadscommissie kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50,- of minder) door het raadslid/lid de raadscommissie worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50,- de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.
- -
Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als raadslid/lid de raadscommissie aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.
Gebruik voorzieningen gemeente
Aan raadsleden/leden van de raadscommissie worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen:
- -
in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;
- -
indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald;
- -
het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt;
- -
voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet.
Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raadslid/lid van de raadscommissie zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.
Uitvoering verordening integriteit
- -
De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
- -
Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.
- -
De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.
- -
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.
- -
De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier, evt. samen met het senioren convent) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt.
Bijlage 2 Notitie Gedragscode en Omgangsvormen
Met het steeds individueler worden van onze maatschappij, lijkt het wel of de manier waarop we met elkaar omgaan ook steeds verder verruwd. Manieren schijnen ondergeschikt te raken aan eenieders persoonlijke recht zich te gedragen zoals hij/zij goeddunkt. Helaas is deze sfeer ook doorgedrongen tot de diverse politieke platformen die ons land kent. Het is daarom ook dat op vele niveaus het noodzakelijk geacht wordt met elkaar afspraken te maken over de kaders van het betamelijke. Binnen veel gemeenten zijn dan ook afspraken gemaakt over wat als betamelijk gedrag gezien wordt. Hieronder een notitie aangaande de omgangsvormen die we in Vaals wensen te hanteren.
OMGANGSVORMEN GEMEENTERAAD EN COMMISSIES VAALS
Deze normen gelden voor alle deelnemers aan het politieke proces.
Thema 1: hoe gaan we met elkaar om tijdens de raadsavond en daarbuiten?
- •
We gedragen ons met respect naar elkaar toe.
- •
We vallen elkaar niet persoonlijk aan.
- •
We twijfelen niet aan elkaars integriteit.
- •
We twijfelen er niet aan dat ieder raadslid vanuit zijn eigen opvatting het algemeen belang oprecht dient.
- •
We erkennen en bevestigen de ander in zijn rol als raadslid/commissielid.
- •
We accepteren niet dat een collega raadslid/commissielid wethouder of burgemeester onheus wordt bejegend binnen of buiten het gemeentehuis en treden daar actief tegen op.
- •
Voelt men zich gekwetst of onheus bejegend, dan gaat men in gesprek met degene die dit veroorzaakte. Indien gewenst vindt dit onder begeleiding plaats.
Thema 2: hoe gaan we met de waarheid om tijdens de raadsavond en daarbuiten?
- •
We verdraaien de feiten niet.
- •
We werken er samen aan dat de feiten op tafel komen.
- •
We zijn eerlijk over onze overwegingen.
- •
We luisteren naar elkaars argumenten, laten elkaar uitpraten en beschouwen ze als bijdragen aan zorgvuldige besluitvorming.
Thema 3: hoe gedragen we ons als publieke persoon?
- •
We zijn ons ervan bewust dat we een publieke voorbeeldfunctie vervullen.
- •
We komen in de openbaarheid op voor elkaar en voor het ambt, met respect voor een afwijkende mening.
- •
Ook op sociale media gedragen we ons in de geest van deze afspraken.
- •
We doen ons werk in alle transparantie en onthouden ons van activiteiten die een publieke toetsing niet zouden kunnen doorstaan.
Thema 4: hoe gaan we om met vermoedens van integriteitsschendingen?
- •
We zorgen ervoor dat we niet de schijn van belangenverstrengeling op ons laden en onthouden ons van activiteiten die dit mogelijk veroorzaken. Desgewenst toetsen we dit bij burgemeester of griffier.
- •
We trekken elkaars integriteit niet in twijfel.
- •
Als er desondanks aanwijzingen zijn voor een mogelijke integriteitsschending, wenden wij ons tot de burgemeester of griffier.
- •
Indien er het vermoeden van integriteitsschendingen bestaat, kan dat door het seniorenconvent besproken worden. Desgewenst wordt door het seniorenconvent een extern bureau ingeschakeld om de vermoedelijke schending te onderzoeken.
- •
We accepteren de uitkomst van een professioneel integriteitsonderzoek.
Toelichting bij deze code
Het is een illusie om te denken dat het gedrag van mensen volledig te reguleren is. Dat is dan ook niet het doel van een gedragscode. Deze code is een toetssteen. De code geeft kaders en aandachtspunten maar niet meer dan dat. De ware invulling van gedrag (en dus ook integriteit) komt uit de persoon zelf én de interactie met anderen.
De waarde is dat er een gedragen fundament is dat een raad in gezamenlijkheid heeft omarmd: dit zijn de kaders en richtingen waar we ons aan committeren. Verder heeft een gedragscode ook een waarde als het gaat om het geven van richtlijnen, waarbij het meer gaat om de geest van de code, dan over de regels die erin staan. Het leven is immers niet zwart/wit maar bestaat uit allerlei nuances. Ook kunnen standpunten/houdingen/meningen veranderen in de loop der tijd. Wat nu nog volkomen acceptabel is, is dat over x jaren misschien niet meer. Of omgekeerd. Daarom is het met enige regelmaat met elkaar praten over normen en gedrag van belang.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl