Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR738872
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR738872/1
Verordening winkeltijden Velsen 2025
Geldend van 01-05-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening winkeltijden Velsen 2025De raad van de gemeente Velsen;
Gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders, nummer 1861980 van 11 maart 2025;
Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
College: het college van burgemeester en wethouders;
- b.
De Wet: de Winkeltijdenwet;
- c.
Winkel: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Wet;
- d.
Incidentele avondopenstelling: het incidenteel geopend hebben van een winkel of voorziening buiten de in deze verordening of in de Wet gestelde openingstijden;
- e.
Structurele avondopenstelling: het structureel geopend hebben van een winkel buiten de openingstijden volgend uit artikel 2, lid 1, onder a en b van de Verordening winkeltijden Velsen 2025;
- f.
Verordening: de Verordening winkeltijden Velsen 2025.
Artikel 2. Algemene vrijstelling
- 1.
Voor de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wet genoemde verboden geldt een algemene vrijstelling:
- a.
op zondagen: tussen 6 uur en 22 uur;
- b.
op de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet genoemde dagen tussen 6 uur en 22 uur, met uitzondering van 4 mei na 19.00 uur;
- c.
voor standplaatsen of markten die deel uitmaken van een evenement, gedurende de tijden die zijn opgenomen in de evenementenvergunning.
- a.
- 2.
De algemene vrijstelling zoals omschreven in het eerste lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het artikel 2, tweede lid, van de in de Wet opgenomen verboden.
Artikel 3. Ontheffing incidentele avondopenstelling
- 1.
Het college kan op aanvraag een incidentele ontheffing verlenen voor het geopend hebben van een winkel of voorziening buiten de in artikel 2, eerste lid onder a en b, van de Verordening opgenomen openingstijden voor bijzondere situaties.
- 2.
De aanvraag voor een ontheffing wordt ingediend door middel van het daarvoor gehanteerde aanvraagformulier.
- 3.
Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
- 4.
De ontheffing is locatie- en persoonsgebonden en is niet overdraagbaar.
Artikel 4. Ontheffing structurele avondopenstelling
- 1.
Het college kan op aanvraag een structurele ontheffing verlenen voor het geopend hebben van een winkel buiten de in artikel 2, eerste lid onder a en b van de Verordening opgenomen openingstijden.
- 2.
De aanvraag voor een structurele ontheffing wordt ingediend door middel van het daarvoor gehanteerde aanvraagformulier.
- 3.
Structurele ontheffingen kunnen worden verleend op zondag tot en met donderdag tussen 22.00 en 23.00 uur. Op vrijdagen en zaterdagen kan de structurele ontheffing worden verleend tussen 22.00 en 02.00. Er wordt geen structurele ontheffing verleend voor opening buiten deze tijden.
- 4.
Aan de structurele ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
- 5.
De structurele ontheffing is locatie- en persoonsgebonden en is niet overdraagbaar.
Artikel 5. Weigeringsgronden ontheffing
- 1.
Een incidentele ontheffing kan worden geweigerd in het belang van:
- a.
De openbare orde;
- b.
De openbare veiligheid;
- c.
De woon- en leefsituatie in de directe omgeving;
- d.
Volksgezondheid.
- a.
- 2.
Een structurele ontheffing kan worden geweigerd indien:
- a.
Dit in het belang is van het in lid 1 genoemde;
- b.
De winkel niet is gelegen in een winkelgebied, zoals aangewezen in de Regionale detailhandelsvisie IJmond;
- c.
De inrichting niet uitsluitend levensmiddelen verkoopt;
- d.
De inrichting reeds een slijterijvergunning heeft;
- e.
Er gelegenheid wordt geboden voor het ter plekke nuttigen van eten en drinken;
- f.
De winkel uitsluitend eten en drinken verkoopt voor directe consumptie;
- g.
De winkel in strijd is met het geldend omgevingsplan of voorbereidingsbesluit;
- h.
De exploitant en leidinggevende jonger is dan 21 jaar;
- i.
De exploitant en leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
- a.
Artikel 6. Wijziging leidinggevende
- 1.
Een houder van een ontheffing meldt aan het college, middels daarvoor gehanteerd formulier, de wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.
- 2.
Het verzoek tot bijschrijving wordt geweigerd als de leidinggevende niet voldoet aan het bepaalde in artikel 5, lid 2, sub h en i van deze verordening.
Artikel 7. Beslistermijn
- 1.
Het college beslist op een aanvraag van een ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
- 2.
Het college kan de beslistermijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
- 3.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 8. Intrekken of wijzigen van ontheffingen
Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien:
- a.
Ter verkrijging van de ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
- b.
Op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;
- c.
De exploitatie van de winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse op ontoelaatbare wijze nadelig beïnvloedt;
- d.
De voorschriften verbonden aan de ontheffing niet zijn of worden nagekomen;
- e.
Van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt gedurende een periode van 3 maanden;
- f.
Er niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze verordening;
- g.
Er in een periode van twee jaar tenminste driemaal verzocht is om bijschrijving van een leidinggevende en deze bijschrijving is geweigerd;
- h.
De houder van de ontheffing dit verzoekt.
Artikel 9. Nadere regels
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid nadere regels stellen voor het gebruik van een ontheffing als bedoeld in artikel 3 en 4 van de Verordening.
Artikel 10. Toezicht
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de daartoe aangewezen gemeentelijke toezichthouders, alsmede de in het artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren.
Artikel 11. Strafbepalingen
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikel 2 of 3.
Artikel 12. Overgangsbepaling
- 1.
Een ontheffing die is verleend op basis van de Verordening winkeltijden Velsen 2010 wordt geacht te zijn verleend met toepassing van de Verordening winkeltijden Velsen 2025.
- 2.
Aanvragen waarop bij het inwerking treden van deze verordening nog niet is beslist, worden beoordeeld aan de hand van de Verordening Winkeltijden 2025.
Artikel 13. Inwerkingtreding
- 1.
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.
- 2.
Met inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening winkeltijden Velsen 2010 ingetrokken.
Artikel 14. Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening winkeltijden Velsen 2025”.
Toelichting op de Verordening winkeltijden Velsen 2025
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit artikel zijn de meest voor de hand liggende begripsbepalingen opgenomen. Voor de definitie van winkel wordt verwezen naar artikel 1 van de Winkeltijdenwet. Hier is een winkel gedefinieerd als: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht.
In de verordening worden feestdagen niet meer apart genoemd. De feestdagen, behalve 4 mei, vallen nu onder de algemene vrijstelling van artikel 2 van de verordening.
Het begrip incidentele avondopenstelling houdt in dat een winkel of voorziening incidenteel gebruik kan maken van een ontheffing. De ontheffing regelt een verruiming van de openingstijden zoals deze zijn opgenomen in de algemene vrijstelling. Voorwaarden voor deze ontheffing zijn verder opgenomen in artikel 3 van de verordening. Met een voorziening worden standplaatsen bedoeld.
Het begrip structurele avondopenstelling houdt in dat een winkel structureel gebruik kan maken van een ontheffing. De ontheffing regelt een verruiming van de openingstijden zoals deze zijn opgenomen in de algemene vrijstelling. Voorwaarden voor deze ontheffing zijn verder opgenomen in artikel 4 van de verordening. Voorzieningen, zoals standplaatsen, maken geen aanspraak op een structurele avondopenstelling.
Artikel 2. Algemene vrijstelling
Winkeliers mogen elke dag hun winkel openen tussen 06.00 en 22.00 uur. Uitzondering hierop is 4 mei, dan moet de winkel om 19.00 uur sluiten in verband met de Dodenherdenking.
De verboden zoals genoemd in artikel 2 van de Winkeltijdenwet, gelden niet voor standplaatsen of markten die onderdeel uitmaken van een evenement. De algemene uitzondering voor deze standplaatsen of markten maakt dat er voor de openingstijden wordt aangesloten bij de tijden uit de evenementenvergunning. Hierdoor is het vragen van een aparte ontheffing op grond van deze verordening niet meer nodig.
Artikel 3. Ontheffing incidentele avondopenstelling
Het college van burgemeester en wethouders kan een ontheffing verlenen voor een bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard. Om hiervoor in aanmerking te komen moet er sprake zijn van een incidentele of eenmalige gelegenheid waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd. Een ontheffing voor een incidentele avondopenstelling kan bijvoorbeeld aangevraagd worden voor een jubileum of een verkoopactie.
De ontheffing kan onder andere worden geweigerd ten behoeve van de openbare orde, veiligheid en de woon- en leefsituatie.
Artikel 4. Ontheffing structurele avondopenstelling
Het college van burgemeester en wethouders kan structurele ontheffingen verlenen voor avondwinkels. Deze ontheffing wordt in principe voor onbepaalde tijd verleend. De verruimde openingstijden zijn van zondag tot en met donderdag tot maximaal 23.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tot maximaal 02.00 uur. Met deze tijden wordt rekening gehouden met de omgeving waarin de winkels met een structurele ontheffing gevestigd zijn, zodat de eventuele (geluids)overlast en vervoersbewegingen beperkt zijn tot een bepaald tijdstip. Ook wordt met de keuze van een openingstijd tot 2.00 uur op vrijdag en zaterdag voorkomen dat er alcohol gekocht kan worden terwijl er geen toelating meer is tot de horeca in Velsen.
Een ontheffing wordt toegekend aan een specifieke locatie en persoon. Bij bedrijfsovername of verhuizing dient er een nieuwe aanvraag te worden ingediend.
Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Artikel 5. Weigeringsgronden ontheffing
In dit artikel staat beschreven welke situaties zich kunnen voordoen waardoor een ontheffingsaanvraag wordt afgewezen. Een incidentele ontheffing kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid en/of de woon- en leefsituatie in de directe omgeving. Voor structurele ontheffingen gelden aanvullende weigeringsgronden om het risico op overlast in de omgeving van de winkel te minimaliseren, deze worden hieronder toegelicht.
De winkel ligt niet in een winkelgebied lid 2 (onder b)
Er kan alleen een ontheffing worden verleend als de winkel in een winkelgebied zoals aangewezen in de Regionale detailhandelsvisie IJmond is gelegen. Omdat in winkelgebieden enige vorm van hinder acceptabel verwacht mag worden, is het wenselijk om winkels met een ontheffing te vestigen in een winkelgebied. Daarnaast kan in deze gebieden ook makkelijker toezicht worden gehouden dan midden in een woonwijk.
De winkel mag uitsluitend levensmiddelen verkopen (met uitzondering van sterke drank) lid 2 (onder c)
Een winkel met structurele ontheffing mag uitsluitend levensmiddelen verkopen. Verkoop van sterke drank is niet toegestaan in een winkel waar een structurele ontheffing voor is verleend. Er moet immers een slijterijvergunning aanwezig zijn voor de verkoop van sterk alcoholische drank.
De inrichting heeft een slijterijvergunning (onder d)
Wanneer een inrichting al een slijterijvergunning heeft, wordt er geen structurele ontheffing verleend. Dit vanuit oogpunt van gezondheid en om te voorkomen dat sterke drank op ruimere openingstijden kan worden gekocht. Deze bepaling is ook opgenomen om te voorkomen dat er eventueel overlast wordt veroorzaakt door sterke drank gebruik buiten op straat.
Er wordt gelegenheid geboden voor het ter plekke nuttigen van eten en drinken (onder e)
De inrichting mag geen gelegenheid geven voor het direct consumeren van eten of drinken. Om hier gelegenheid toe te bieden is een exploitatie- of Alcoholwetvergunning benodigd met de daarbij behorende regels. Horecazaken vallen niet onder de Winkeltijdenwet.
De winkel verkoopt uitsluitend eten en drinken voor directe consumptie (onder f)
Winkels die slechts eten en drinken voor directe consumptie verkopen, en dus geen gelegenheid hebben om ter plaatse eten of drinken te nuttigen, maken geen aanspraak op een structurele ontheffing. Dit is opgenomen omdat afhaal- en bezorgzaken vele vervoersbewegingen met zich meebrengen. Het is vanwege overlast niet wenselijk dat deze vervoersbewegingen tot later dan 22.00 uur plaatsvinden.
De winkel is in strijd met het omgevingsplan of voorbereidingsbesluit (onder g)
Ruimtelijk wordt in een omgevingsplan geregeld welk gebruik waar kan en mag plaatsvinden. Als een winkel ruimtelijk niet is toegestaan, is een winkel met structurele ontheffing daar ook niet toegestaan.
De exploitant of leidinggevende is jonger dan 21 jaar (onder h)
De exploitant of leidinggevende moet minimaal 21 jaar oud zijn. Gelet op de ruime openingstijden in de nachtelijke uren is het wenselijk dat een leidinggevende ten minste 21 jaar oud is. Er wordt hierbij aangesloten bij de regelgeving over leidinggevenden in de APV en Alcoholwet.
Slecht levensgedrag (onder i)
Exploitanten en leidinggevenden hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming en de openbare orde en veiligheid. Zij dienen verstoringen van de openbare orde, zoals overlast, criminaliteit, geweld en alcoholmisbruik (en andersoortige verdovende middelen) te voorkomen en te beperken. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van de avondwinkel en voor het signaleren en melden van overlast.
Daarom geldt dat exploitanten en leidinggevenden ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ mogen zijn. Bij de invulling hiervan heeft de burgemeester beoordelingsruimte. Per geval moet hij onderbouwen welke feiten of omstandigheden van belang zijn bij de beoordeling van dit criterium. Het moet hierbij gaan om feiten of omstandigheden die relevant zijn voor de exploitatie van een avondwinkel.
Toepassing van de toets op levensgedrag is een preventieve toets om risico’s voor de openbare orde en veiligheid en/of het goede woon- en leefklimaat te beperken. Slecht levensgedrag is een (zelfstandige) grond om de ontheffing te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de ontheffing of om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden. Deze toets vindt in ieder geval plaats bij de aanvraag of wijziging van een ontheffing. Daarnaast kan de burgemeester dit op ieder moment doen dat hij dit nodig vindt gelet op artikel 8.
De burgemeester maakt bij de beoordeling van slecht levensgedrag in ieder geval gebruik van de volgende informatiebronnen:
- informatie van de politie;
- het Justitieel Documentatie Systeem;
- handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt;
- informatie uit een Bibob-toets;
- informatie uit openbare bronnen;
- indien noodzakelijk kan de burgemeester via het RIEC informatie uitwisselen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, belastingdienst, douane en de IND.
De volgende gedragingen kunnen in ieder geval worden betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag:
- gedragingen die zijn verwoord in processen-verbaal of mutaties van de politie;
- gedragingen die zijn neergelegd in rapportages van toezichthouders;
- gedragingen die blijken uit strafrechtelijke procedures;
- strafrechtelijke veroordelingen, transacties en strafbeschikkingen;
- zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;
- zaken die zijn geseponeerd;
- het structureel overtreden van wet- en regelgeving waarvoor bestuursrechtelijke maatregelen, zoals boetes of lasten onder dwangsom/bestuursdwang, kunnen worden opgelegd.
Beoordelingsperiode
Bij de beoordeling van slecht levensgedrag worden in principe alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Zo wordt voorkomen dat strafbare feiten een leidinggevende tot in lengte der dagen achtervolgen terwijl hij zijn leven al lang gebeterd heeft. Dit geldt niet voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is op de toets op levensgedrag. De periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan telt niet mee. De peildatum voor het vaststellen van de periode van vijf jaar betreft de datum van het primaire besluit. Deze lijn volgt uit de jurisprudentie.
Als in de afgelopen vijf jaar wel feiten en omstandigheden zijn aangetroffen, dan is mogelijk sprake van een patroon en kan de burgemeester bij zijn beoordeling wel feiten en omstandigheden meenemen van een periode langer dan vijf jaar geleden. Deze feiten en omstandigheden zijn echter niet meer voldoende om zelfstandig tot weigering dan wel intrekking te leiden.
Type feiten
Er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant of leidinggevende - als verantwoordelijke voor de exploitatie van het bedrijf - een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt. Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet als ernstig worden beschouwd maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt.
De omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie.
Het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot kan het feitencomplex informatie bevatten over de houding en het gedrag van de exploitant, de leidinggevende of beheerder die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren.
Artikel 6. Wijziging leidinggevende
Wanneer er sprake is van een wijziging of toevoeging van leidinggevenden in het bedrijf, moet dit door de houder van de ontheffing worden gemeld aan de gemeente. De nieuwe leidinggevende moet voldoen aan de eisen zoals deze in artikel 5 van de verordening zijn beschreven.
Artikel 7. Beslistermijn
De beslistermijn voor een ontheffing bedraagt 8 weken. Het college mag deze termijn eenmalig met 8 weken verdagen.
Daarnaast is het onwenselijk om de ontheffing van rechtswege te verlenen, zonder dat er een inhoudelijke toets van de aanvraag heeft plaatsgevonden. De ontheffing beoogt immers ook de openbare orde te beschermen. Een lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is hier dan ook niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde en volksgezondheid. Paragraaf 4.1.3.3. Awb wordt daarom in het derde lid niet van toepassing verklaard.
Artikel 8. Intrekken of wijzigen van ontheffingen
In dit artikel zijn de situaties opgenomen waarin het college de ontheffing kan intrekken of wijzigen.
Artikel 9. Nadere regels
In dit artikel wordt bepaald dat de burgemeester nadere regels kan vaststellen voor de ontheffingen, als dit nodig is voor de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid.
Artikel 10. Toezicht
Het toezicht op de naleving van de verordening wordt gehandhaafd door toezichthouders die zijn aangewezen door burgemeester en wethouders alsmede de in het artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren.
Artikel 11. Strafbepalingen
Het is wenselijk om een strafbepaling op te nemen, zodat direct handhavend opgetreden kan worden indien een toezichthouder constateert dat een winkel buiten de algemene openingstijden geopend is voor publiek zonder benodigde ontheffing.
Artikel 12. Overgangsbepaling
Ontheffingen die zijn verleend op grond van de Verordening winkeltijden Velsen 2010, worden gelijkgesteld met ontheffingen op grond van de Verordening winkeltijden Velsen 2025.
Artikel 13. Inwerkingtreding
De verordening zal worden bekend gemaakt op de wettelijk voorgeschreven wijze. De verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Artikel 14. Citeertitel
Om deze verordening te citeren, wordt ‘Verordening winkeltijden Velsen 2025’ gebruikt.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl