Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, houdende regels voor de subsidiëring van preventieve en hulpverlenende activiteiten rond de ontwikkeling van jeugdigen (Subsidieregeling jeugd en onderwijsachterstanden Nissewaard 2025)

Geldend van 29-04-2026 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, houdende regels voor de subsidiëring van preventieve en hulpverlenende activiteiten rond de ontwikkeling van jeugdigen (Subsidieregeling jeugd en onderwijsachterstanden Nissewaard 2025)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard;

gelet op artikel 2, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Nissewaard 2022;

besluit de volgende nadere regels vast te stellen:

Subsidieregeling jeugd en onderwijsachterstanden Nissewaard 2025.

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen

Artikel 1.1 Definitie

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    onderwijsachterstand: ontwikkeling op het gebied van onder andere taal en sociaal-emotionele vaardigheden die beduidend minder is dan het gemiddelde, die niet kan worden opgevangen in het reguliere onderwijsprogramma op het basisonderwijs;

  • b.

    sociale basis: het geheel van informele sociale verbanden waarin inwoners zich bevinden, zoals gezinnen, buurten, groepen en verenigingen, aangevuld en versterkt vanuit de gemeente, maatschappelijke organisaties en algemeen toegankelijke voorzieningen, waardoor inwoners de mogelijkheden hebben om deel te nemen aan de samenleving, hun probleemoplossend vermogen te vergroten en hun welzijn en veerkracht te versterken.

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

  • 1. Deze regeling is van toepassing voor het subsidiëren van activiteiten voor de preventie en aanpak van opvoed- en opgroeiproblemen, gezondheidsproblemen of onderwijsachterstanden bij jeugdigen, als bedoeld in de Jeugdwet, de Wet kinderopvang, de Wet passend onderwijs en de Wet publieke gezondheid.

  • 2. Om de kwaliteit en continuïteit van deze activiteiten en voorzieningen te waarborgen, kunnen alleen rechtspersonen voor subsidie in aanmerking komen die aantoonbare ervaring hebben met het duurzaam aanbieden van deze activiteiten.

  • 3. Er wordt geen subsidie verstrekt voor:

    • a.

      persoonsgebonden voorzieningen die kunnen worden verstrekt op grond van een indicatie of beschikking;

    • b.

      incidentele activiteiten.

Hoofdstuk 2 Subsidies preventie voorkomen van jeugdhulp en onderwijsachterstanden

Artikel 2.1 Doel van de subsidie voor preventie voorkomen van jeugdhulp en onderwijsachterstanden

Het doel van de subsidie voor preventie van jeugdhulp is:

  • a.

    een gezonde, kansrijke en veilige opgroeisituatie voor jeugdigen, waarin gestimuleerd wordt dat de jeugdige weerbaar is en kan omgaan met uitdagende situaties;

  • b.

    een sterk pedagogische basis in buurten, wijken en kernen waarin ouders en andere opvoeders voldoende opvoedcapaciteiten hebben en formele en informele steunstructuren aanwezig zijn.

Artikel 2.2 Activiteiten die voor subsidie preventie voorkomen van jeugdhulp en onderwijsachterstanden in aanmerking komen

  • 1. Activiteiten als bedoeld in het tweede tot en met elfde lid komen voor subsidie in aanmerking, mits deze worden uitgevoerd binnen de gemeentegrenzen van Nissewaard.

  • 2. Er wordt subsidie verstrekt voor kortdurende individuele, niet geïndiceerde hulpverlening aan een jeugdige of diens opvoeder, teneinde problemen in de opvoed- of opgroeisituatie te beperken of op te lossen om hiermee geïndiceerde jeugdhulp te voorkomen.

  • 3. Er wordt subsidie verstrekt voor het laagdrempelig ondersteunen van jeugdigen en hun ouders in de huisartsenartsenpraktijk, alsmede het optimaliseren van de verwijsfunctie waardoor jeugdigen op de juiste plek komen binnen de GGZ-keten of het sociaal domein

  • 4. Er wordt subsidie verstrekt voor laagdrempelige jeugdhulpverlening op school voor alle Nissewaardse jeugdigen tot 18 jaar welke erop gericht is problemen vroegtijdig te signaleren en aan te pakken. Deze hulp en ondersteuning wordt uitgevoerd door een geregistreerde jeugdhulpprofessional en vervult een brugfunctie tussen kind, ouders, school en, indien aanwezig, de aanwezige jeugdhulp ten behoeve van het verbeteren van het psychosociaal en sociaal-emotioneel functioneren van de jeugdigen.

  • 5. Er wordt subsidie verstrekt voor jongerenwerk in de leeftijdsgroep van 10 tot en met 23 jaar, zijnde het stimuleren van talenten en vaardigheden bij jeugdigen. Daarnaast worden taal- en ontwikkelachterstanden en hulpvragen bij jeugdigen gesignaleerd door aanwezig te zijn op de scholen, op straat en het jongerencentrum. Zij vervult een brugfunctie tussen jongeren en diverse maatschappelijke partners.

  • 6. Er wordt subsidie verstrekt voor het bieden van ondersteuning, praktische hulp en vriendschap aan zwangere vrouwen en aan gezinnen met opgroeiende kinderen met hun eigen hulpvraag door ervaren en getrainde vrijwilligers.

  • 7. Er wordt subsidie verstrekt voor trainingen voor jeugdigen tot 12 jaar die zich richten op sociale weerbaarheid, problematiek als gevolg van scheiding, het omgaan met faalangst en problematiek als gevolg van stress of verslaving thuis.

  • 8. Er wordt subsidie verstrekt voor het vaststellen welke jeugdigen tot het 13e levensjaar in aanmerking komen voor een onderzoek naar ernstige dyslexie.

  • 9. Er wordt subsidie verstrekt voor activiteiten in het kader van Kansrijke Start die bijdragen aan het versterken van de geboortezorgketen waarbij aandacht is voor de medische en sociale ontwikkeling van jeugdigen tot 4 jaar.

  • 10. Er wordt subsidie verstrekt voor de stimulering van de ontwikkeling van jeugdigen in de zomervakantieperiode van 6 tot en met 18 jaar op het gebied van sociale, creatieve en educatieve ontplooiing en motorische ontwikkeling.

  • 11. Er wordt subsidie verstrekt voor het voorkomen of beperken van gezondheidsschade bij jeugdigen door middelengebruik, verslaving, ongezonde voeding of overgewicht, onder andere door jeugdigen, opvoeders en andere relevante actoren te informeren over de gevaren en de consequenties van middelengebruik en ongezonde voeding.

  • 12. Er wordt subsidie verstrekt voor het voorkomen van overlast gevend gedrag of criminaliteit bij jeugdigen middels individuele begeleiding van jongeren en voorlichtingslessen op scholen.

Artikel 2.3 Subsidieplafond subsidies preventie van jeugdhulp en onderwijsachterstanden

Voor de verstrekking van subsidies op grond van dit hoofdstuk is een subsidieplafond van toepassing. Het subsidieplafond wordt bekend gemaakt in het gemeenteblad.

Artikel 2.4 Afwegingskader subsidies preventie van jeugdhulp en onderwijsachterstanden en verdeling van het subsidieplafond

  • 1. Voor de activiteiten zoals beschreven in artikel 2.2, vijfde lid, wordt subsidie verstrekt aan die organisatie die door deze activiteiten het meeste bijdraagt aan het versterken van de sociale basis.

  • 2. Voor de activiteiten zoals beschreven in artikel 2.2, achtste lid, wordt subsidie verstrekt aan die organisatie die beschikt over de meeste expertise, effectiviteit en netwerkvaardigheden voor de uitvoering van de activiteiten.

  • 3. Alle subsidiebedragen die op grond van dit hoofdstuk kunnen worden verstrekt, worden op de ‘Verleningslijst preventie van jeugdhulp en onderwijsachterstanden’ gezet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:

    • a.

      activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft en die een voortzetting hiervan zijn;

    • b.

      activiteiten die in aard en omvang een uitbreiding zijn van de activiteiten, bedoeld onder a;

    • c.

      activiteiten waarvoor nog geen subsidie wordt verstrekt.

  • 4. De subsidie voor voortzetting van een bestaande activiteit, bedoeld in het derde lid, onder a, is ten hoogste gelijk aan het voor die activiteit verleende bedrag van het lopende jaar, verhoogd met het vastgestelde indexatiepercentage voor het desbetreffende subsidiebudget in de begroting van de gemeente voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Alleen wanneer wordt aangetoond dat huisvestingskosten in Nissewaard en loonkosten voor personeel dat gesubsidieerde activiteiten uitvoert in Nissewaard meer zijn gestegen dan het gemeentelijke indexatiepercentage, kan de gemeente bepalen met deze hogere kosten te rekenen.

  • 5. Als meer subsidie wordt gevraagd voor de voorzetting van een bestaande activiteit dan het bedrag waarmee wordt gerekend volgens het vierde lid, dan wordt dit meerdere aangemerkt als een uitbreiding van activiteiten als bedoeld in het derde lid, onder b.

  • 6. Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt achtereenvolgens verdeeld over de activiteiten, bedoeld in het derde lid, onder a, b en c.

  • 7. Als het totaal aan te verstrekken subsidies voor activiteiten als bedoeld in het derde lid, onder a, het subsidieplafond overschrijdt, dan worden de volgens dit lid te verlenen subsidiebedragen verlaagd met een percentage dat gelijk is aan dat waarmee het subsidieplafond wordt overschreden.

  • 8. Als voor alle activiteiten als bedoeld in het derde lid, onder a, subsidie kan worden verstrekt en er nog een bedrag voor subsidiëring beschikbaar is, wordt voor de verdeling van dat bedrag voorrang gegeven aan activiteiten als bedoeld in het derde lid, onder b, aan de hand van de volgende in belang afnemende criteria:

    • a.

      de mate van effectiviteit en continuïteit van de activiteit, waarbij wordt aangetoond wat het effect is en hoe het bijdraagt aan het versterken van de sociale basis;

    • b.

      de haalbaarheid van de activiteit, weergegeven in termen als doorlooptijd en eventuele cofinanciering;

    • c.

      de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit.

  • 9. Voor de activiteit, bedoeld in het achtste lid, die het hoogste in rangorde is geplaatst, kan volledig subsidie worden verstrekt, waarna subsidie kan worden verstrekt voor de lager in rangorde geplaatste activiteiten, tot aan het bedrag dat voor subsidiëring beschikbaar is.

  • 10. Als na de toepassing van het negende lid nog een bedrag voor subsidiëring beschikbaar is, dan wordt dit verdeeld over de activiteiten, bedoeld in het derde lid, onder c, overeenkomstig hetgeen bepaald is in het achtste en negende lid.

Hoofdstuk 3 Subsidies voor het tegengaan van taal- en onderwijsachterstanden

Artikel 3.1 Doel van de subsidie voor het tegengaan van taal- en onderwijsachterstanden

Doel van de subsidie voor het tegengaan van onderwijsachterstanden is het creëren van gelijke ontwikkelingskansen voor alle kinderen en het voorkomen of beperken van een onderwijsachterstand, voor zover dit behoort tot de gemeentelijke verantwoordelijkheden.

Artikel 3.2 Activiteiten die voor subsidie voor het tegengaan van taal- en onderwijsachterstanden in aanmerking komen

  • 1. Activiteiten als bedoeld in het tweede tot en met elfde lid komen voor subsidie in aanmerking, mits deze worden uitgevoerd binnen de gemeentegrenzen van Nissewaard.

  • 2. Er wordt subsidie verstrekt voor het bieden van ondersteuning aan jeugdigen tot 4 jaar die zonder extra inspanning geen goede overstap kunnen maken van voorschool naar onderwijs.

  • 3. Er wordt subsidie verstrekt voor het stimuleren van taal- en leesontwikkeling van jeugdigen tot 12 jaar , onder ander door ouders te betrekken bij de taal- en leesontwikkeling van het kind.

  • 4. Er wordt subsidie verstrekt voor activiteiten die inzetten op de educatieve ontwikkeling van jeugdigen van 9 maanden tot 6 jaar middels gezinsgerichte programma’s die inzetten op de interactie tussen ouder en kind met als doel het bevorderen van een betere aansluiting op de basisschool.

  • 5. Er wordt subsidie verstrekt voor het indiceren welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie en alle inspanningen die gedaan worden om een geïndiceerd kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar geplaatst te krijgen op een locatie waar voorschoolse educatie wordt aangeboden.

  • 6. Er wordt subsidie verstrekt voor de stimulering van de ontwikkeling van jeugdigen in de zomervakantieperiode van 2 tot en met 13 jaar op het gebied van taal- en ontwikkelachterstanden.

Artikel 3.3 Subsidieplafond subsidies tegengaan van taal- en onderwijsachterstanden

Voor de verstrekking van subsidies op grond van dit hoofdstuk is een subsidieplafond van toepassing. Het subsidieplafond wordt bekend gemaakt in het gemeenteblad.

Artikel 3.4 Afwegingskader subsidies tegengaan van taal en onderwijsachterstanden en verdeling van het subsidieplafond

  • 1. Voor de activiteiten zoals beschreven in artikel 3.2, vijfde lid, wordt subsidie verstrekt aan die organisatie die beschikt over de expertise die benodigd is vanwege de samenhang met de wettelijke taken die worden uitgevoerd.

  • 2. Alle subsidiebedragen die op grond van dit hoofdstuk kunnen worden verstrekt, worden op de ‘Verleningslijst tegengaan van taal- en onderwijsachterstanden’ gezet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:

    • a.

      activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft en die een voortzetting hiervan zijn;

    • b.

      activiteiten die in aard en omvang een uitbreiding zijn van de activiteiten, bedoeld onder a;

    • c.

      activiteiten waarvoor nog geen subsidie wordt verstrekt.

  • 3. De subsidie voor voortzetting van een bestaande activiteit, bedoeld in het tweede lid, onder a, is ten hoogste gelijk aan het voor die activiteit verleende bedrag van het lopende jaar, verhoogd met het vastgestelde indexatiepercentage voor het desbetreffende subsidiebudget in de begroting van de gemeente voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Alleen wanneer wordt aangetoond dat huisvestingskosten in Nissewaard en loonkosten voor personeel dat gesubsidieerde activiteiten uitvoert in Nissewaard meer zijn gestegen dan het gemeentelijke indexatiepercentage, kan de gemeente bepalen met deze hogere kosten te rekenen.

  • 4. Als meer subsidie wordt gevraagd voor de voorzetting van een bestaande activiteit dan het bedrag waarmee wordt gerekend volgens het derde lid, dan wordt dit meerdere aangemerkt als een uitbreiding van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onder b.

  • 5. Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt achtereenvolgens verdeeld over de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onder a, b en c.

  • 6. Als het totaal aan te verstrekken subsidies voor activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onder a, het subsidieplafond overschrijdt, dan worden de volgens dit lid te verlenen subsidiebedragen verlaagd met een percentage dat gelijk is aan dat waarmee het subsidieplafond wordt overschreden.

  • 7. Als voor alle activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onder a, subsidie kan worden verstrekt en er nog een bedrag voor subsidiëring beschikbaar is, wordt voor de verdeling van dat bedrag voorrang gegeven aan activiteiten als bedoeld in het tweede lid, onder b, aan de hand van de volgende in belang afnemende criteria:

    • a.

      de mate van effectiviteit en continuïteit van de activiteit, waarbij wordt aangetoond wat het effect is en hoe het bijdraagt aan het versterken van de sociale basis;

    • b.

      de haalbaarheid van de activiteit, weergegeven in termen als doorlooptijd en eventuele cofinanciering;

    • c.

      de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit.

  • 8. Voor de activiteit, bedoeld in het zevende lid, die het hoogste in rangorde is geplaatst, kan volledig subsidie worden verstrekt, waarna subsidie kan worden verstrekt voor de lager in rangorde geplaatste activiteiten, tot aan het bedrag dat voor subsidiëring beschikbaar is.

  • 9. Als na de toepassing van het achtste lid nog een bedrag voor subsidiëring beschikbaar is, dan wordt dit verdeeld over de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onder c, overeenkomstig hetgeen bepaald is in het zevende en achtste lid.

Hoofdstuk 4. Kinderen in armoede

Artikel 4.1 Doel van de subsidie voor kinderen in armoede

Doel van de subsidie voor kinderen in armoede is het tegengaan van de negatieve effecten van armoede of problematische schulden voor kinderen door deze kinderen, ongeacht de financiële situatie van de ouders, in staat te stellen deel te nemen aan schoolactiviteiten en activiteiten in de vrije tijd.

Artikel 4.2 Activiteiten die voor subsidie kinderen in armoede in aanmerking komen

  • 1. Er wordt subsidie verstrekt voor het ondersteunen van inwoners door het bieden van middelen aan inwoners die tot de doelgroep behoren van het gemeentelijk armoedebeleid, ten behoeve van deelname aan onderwijs, sport, cultuur of welzijn door het kind tot 18 jaar dat onder gezag van de inwoner valt, zoals het vergoeden van contributie, schoolspullen of een fiets.

  • 2. Er wordt subsidie verstrekt voor activiteiten op scholen die bijdragen aan de ontwikkelkansen van kinderen die in relatieve armoede opgroeien.

Artikel 4.3 Subsidieplafond subsidies kinderen in armoede

[vervallen]

Artikel 4.4 afwegingskader subsidies kinderen in armoede

  • 1. Voor de activiteiten zoals beschreven in artikel 4.2, eerste lid, wordt slechts subsidie verstrekt aan twee organisaties. Dit betreft de organisaties die op lokaal niveau het meest verweven zijn met inwoners, verenigingen, scholen en intermediairs en daarmee het meest bijdragen aan het versterken van de sociale basis in Nissewaard. De organisaties dienen in bezit te zijn van een CBF-keurmerk of ANBI-status.

  • 2. Voor de activiteiten zoals beschreven in artikel 4.2, tweede lid, wordt slechts subsidie verstrekt aan de organisatie die op lokaal niveau nauw is verweven met scholen, intermediairs en andere initiatieven, die het meeste bijdraagt aan de sociale basis en aan het doel van deze regeling, onder andere door daarvoor gebruik te maken van middelen van derden, die tenminste eenzelfde hoogte hebben als de verstrekte subsidie. De organisatie is in bezit van een landelijk CBF-keurmerk.

Hoofdstuk 5 Subsidies VVE en peuteropvang

Artikel 5.1 Doel van de subsidie voor VVE en peuteropvang

Het doel van de subsidies voor VVE en peuteropvang is:

  • a.

    het zoveel mogelijk voorkomen van onderwijsachterstanden door Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) aan te bieden binnen de basisfunctie kinderopvang of peuteropvang aan de kinderen die voldoen aan de doelgroep definitie voor VE;

  • b.

    het stimuleren van de ontwikkeling van peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar op het gebied van taal, motoriek, spel, creativiteit en sociale vaardigheden.

Artikel 5.2 Activiteiten die voor subsidie VVE en peuteropvang in aanmerking komen

  • 1. Er wordt subsidie verstrekt voor het stimuleren van de sociale, creatieve en educatieve ontplooiing en motorische ontwikkeling van peuters, onder meer door spel en omgang met leeftijdgenootjes.

  • 2. Er wordt subsidie verstrekt voor VVE aan peuters die hiervoor zijn geïndiceerd op basis van een VVE-methode.

Artikel 5.3 Aanvullende voorwaarden voor subsidie VVE en peuteropvang

  • 1. Subsidie op grond van artikel 5.2 kan uitsluitend worden aangevraagd door een houder van een door het NJI als VVE-gecertificeerd kindcentrum dat met minimaal één locatie is gevestigd in Nissewaard waarbij enkel subsidie wordt verstrekt aan activiteiten op de locatie of locaties gevestigd in Nissewaard.

  • 2. Peuteropvang en VVE wordt zoveel als mogelijk gegeven in gemengde groepen van kinderen met en zonder indicatie VVE. De VVE-groepen moeten minimaal voldoen aan de eisen in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • 3. Subsidie wordt alleen verstrekt als de subsidieaanvrager deelneemt aan diverse werkgroepen die bijdragen aan de inspanningen vanuit het gemeentelijk VVE-beleid voor een doorlopende leerlijn en versterking van de zorgstructuur rondom het jonge kind.

  • 4. Subsidie wordt alleen verstrekt als bij de activiteit gebruik wordt gemaakt van een kindvolgsysteem waarmee de brede ontwikkeling van peuters wordt gevolgd. Dit kindvolgsysteem voldoet aan de eisen die hieraan worden gesteld door de Inspectie van het Onderwijs.

  • 5. Subsidie wordt alleen verstrekt als gebruik wordt gemaakt van de door de gemeente ter beschikking gestelde Peutermonitor.

Artikel 5.4 Hoogte subsidie VVE en Peuteropvang

  • 1. Voor Peuteropvang geldt een maximaal te subsidiëren aantal uur opvang per kind gedurende maximaal 6 uur per dag en 2 dagdelen per week en 640 uur over 2 jaar.

  • 2. Voor VVE geldt een maximaal te subsidiëren aantal uur opvang per kind voor maximaal 6 uur per dag en 4 dagdelen per week en 1280 uur over 2 jaar.

  • 3. De hoogte van de subsidie voor peuteropvang en VVE is gelijk aan:

    • a.

      het aantal kindplaatsen dat in een kalenderjaar wordt gerealiseerd, vermenigvuldigd met;

    • b.

      het tarief per uur peuteropvang van het kindercentrum tot het jaarlijks in het Besluit Kinderopvangtoeslag genoemde maximum uurtarief voor dagopvang;

    • c.

      vermenigvuldigd met het aantal uren peuteropvang en VVE per jaar;

    • d.

      minus de aanspraak op financiering van derden, zoals de ouderbijdrage en de kinderopvangtoeslag.

Hoofdstuk 6 Subsidies Jeugdgezondheidszorg

Artikel 6.1 Doel van de subsidie voor jeugdgezondheidszorg

Het doel van de subsidies voor jeugdgezondheidszorg is:

  • a.

    het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen zoals beschreven in de Wet publieke gezondheid;

  • b.

    het voorkomen van ernstige opvoedproblemen en het bevorderen van een gezonde en veilige ontwikkeling van het kind waardoor wordt voorkomen dat kinderen complexere problemen ervaren en dat zwaardere zorg of ondersteuning nodig is;

  • c.

    het versterken van de zelfredzaamheid van ouders en hun netwerk op sociaal-medisch en pedagogisch gebied door hun sociale basis te versterken.

Artikel 6.2 Activiteiten die voor subsidie jeugdgezondheidszorg in aanmerking komen

  • 1. De subsidie voor activiteiten binnen dit hoofdstuk wordt slechts aan één organisatie verstrekt.

  • 2. Er wordt subsidie verstrekt voor het basispakket jeugdgezondheidszorg hetgeen omvat het systematisch volgen van de lichamelijke, psychosociale en cognitieve ontwikkeling van jongeren, het tijdig signaleren van problemen, het geven van voorlichting, de beoordeling of extra ondersteuning voor jeugdigen en ouders of verzorgers noodzakelijk is.

  • 3. Er wordt subsidie verstrekt voor het verzorgen van alle noodzakelijke Rijksvaccinaties voor jeugdigen van 0 tot 18 jaar.

  • 4. Er wordt subsidie verstrekt voor activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de Wet Publieke Gezondheid het Wet Prenataal Huisbezoek uit te voeren.

Hoofdstuk 7 Procedurebepalingen

Artikel 7.1 Aanvragen van de subsidie

  • 1. Er kan op grond van deze regeling voor meerdere activiteiten in één aanvraag subsidie worden gevraagd, maar alleen als de activiteiten in hetzelfde tijdvak plaatsvinden. In het overzicht van activiteiten, dat onderdeel vormt van de subsidieaanvraag, staan per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen.

  • 2. Om voor subsidie op grond van hoofdstuk 2 en 3 in aanmerking te komen, wordt bij de aanvraag het volgende vermeld:

    • a.

      op welke wijze de activiteit bijdraagt aan de doelstellingen opgenomen in artikel 2.1 en artikel 3.1;

    • b.

      op welke wijze er wordt gewerkt vanuit de visie zoals neergelegd in het beleidskader sociaal domein en de notitie Sociale Basis van de gemeente Nissewaard;

    • c.

      voor welke activiteiten vrijwilligers, ervaringsdeskundigen of stagairs worden ingezet;

    • d.

      waar het noodzakelijk is activiteiten niet groepsgewijs maar individueel uit te voeren en waarom;

    • e.

      hoe de organisatie bijdraagt aan de sociale basis;

    • f.

      op welke wijze de activiteiten en waar mogelijk de effecten daarvan worden gemonitord.

  • 3. Om voor subsidie op grond van hoofdstuk 5 in aanmerking te komen, levert de aanvrager bij de aanvraag tot subsidieverlening een prognose volgens de methodiek als bedoeld in artikel 5.4, het derde lid.

Artikel 7.2 Niet in aanmerking komende kosten of activiteiten

Onverminderd het bepaalde in artikel 7 van de ASV wordt binnen deze subsidieregeling in elk geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten:

  • a.

    viering van feesten, jubilea en partijen;

  • b.

    donatie- en sponsorverzoeken;

  • c.

    verbouwing van panden;

  • d.

    maaltijden, koffie en thee en andere consumpties.

Artikel 7.3 Uitbetaling van de subsidie

  • 1. Een subsidie van minder dan € 30.000 wordt in één keer betaald.

  • 2. Een subsidie van tenminste € 30.000 wordt in vier gelijke termijnen betaald, tenzij de kosten voor de organisatie niet gelijkelijk over het jaar zijn verdeeld en betaling in vier termijnen tot liquiditeitsproblemen zou leiden. In dat geval wordt de betaling afgestemd op de betalingsverplichtingen van de organisatie. De organisatie dient hiertoe bij de subsidieaanvraag een verzoek in met een voorstel tot gewijzigde betaling.

Artikel 7.4 Aanvraag tot vaststelling en vaststelling van de subsidie

  • 1. Het activiteitenverslag dat op grond van artikel 4:45, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht bij de aanvraag tot vaststelling ingediend wordt, bevat tenminste:

    • a.

      een verklaring in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd;

    • b.

      een overzicht hoeveel deelnemers met de activiteiten zijn bereikt;

    • c.

      wat het doel of de toegevoegde waarde was van de activiteiten en of dat doel of de toegevoegde waarde is gerealiseerd en indien niet wat wel is bereikt en wat de reden is van het niet geheel bereiken van het doel.

  • 2. Voor activiteiten zoals beschreven in artikel 5.2 bevat het activiteitenverslag dat op grond van de ASV bij de aanvraag tot vaststelling ingediend wordt de volgende onderdelen:

    • a.

      het aantal kinderen waaraan en aantal uren of dagdelen dat peuteropvang en VVE is gegeven in het subsidiejaar, afgezet tegen de prognose in de subsidieaanvraag en in de halfjaarrapportage;

    • b.

      het aantal plekken waarvan minder dan 90% van de beschikbare dagdelen gebruik is gemaakt en wat de subsidieontvanger heeft ondernomen om de no show te verminderen;

    • c.

      wat het effect is van de VVE-methode op de ontwikkelingsachterstanden van de deelnemende kinderen, mede op basis van geaggregeerde informatie uit het kindvolgsysteem als bedoeld in artikel 5.3 lid 4. Hierbij worden geen persoonsgegevens zichtbaar gemaakt, tenzij hiervoor een wettelijke grond is.

  • 3. Voor activiteiten zoals beschreven in artikel 5.2 wordt bij de subsidievaststelling de methodiek toegepast op de werkelijk gerealiseerde kindplaatsen en aanspraak op financiering van derden.

  • 4. Het financieel verslag dat op grond van artikel 4:45, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht bij de aanvraag tot vaststelling ingediend wordt, bevat tenminste:

    • a.

      een overzicht van de gemaakte kosten en daadwerkelijk gerealiseerde inkomsten in relatie tot de begroting;

    • b.

      een toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de begroting indien dit minimaal 10% bedraagt of meer dan € 5.000.

  • 5. Organisaties die in een kalenderjaar in totaal minimaal € 100.000 subsidie ontvangen, eventueel op basis van meerdere subsidieaanvragen, leveren bij de aanvraag tot subsidievaststelling tevens een door een accountant afgegeven controleverklaring in.

  • 6. Bij subsidies tussen € 50.000 en € 100.000 wordt in elk geval een door een accountant afgegeven controleverklaring gevraagd als:

    • a.

      de organisatie in de afgelopen drie jaar, een of meerdere jaren geen subsidie heeft ontvangen;

    • b.

      een subsidie in de afgelopen drie jaar een of meerdere keren anders is vastgesteld dan in de aanvraag tot vaststelling gevraagd.

  • 7. In afwijking van artikel 11, eerste lid van de ASV, kunnen subsidies van meer dan € 5.000 ambtshalve worden vastgesteld, indien er geen twijfel bestaat dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend daadwerkelijk worden uitgevoerd en de hoogte van de subsidie is bepaald op grond van feitelijke gegevens die niet meer kunnen wijzigen.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 8.1 Intrekking subsidieregeling

De Subsidieregeling jeugd en onderwijsachterstanden Nissewaard 2022 vervalt zodra ze is uitgewerkt.

Artikel 8.2 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking met ingang van de dag na de bekendmaking. Ze zijn voor het eerst van toepassing op subsidies voor activiteiten die in het jaar 2026 worden uitgevoerd.

Artikel 8.3 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Subsidieregeling jeugd en onderwijsachterstanden Nissewaard 2025 en kan worden afgekort als Subsidieregeling J&O 2025.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard van 15 april 2025.

De secretaris,

De burgemeester

Toelichting op de subsidieregeling Jeugd en onderwijsachterstanden

In de Algemene Subsidieverordening Nissewaard (ASV) zijn algemene regels gesteld over subsidie. Daarin is eveneens, in artikel 2, aangegeven dat er een subsidieregeling kan worden opgesteld. In deze subsidieregeling worden nadere bepalingen aangegeven over de subsidies die voortvloeien uit de Jeugdwet, Wet Publieke Gezondheid en het gemeentelijk onderwijs en VVE-beleid. In de nu volgende artikelsgewijze toelichting wordt over artikelen en onderdelen daarvan alleen iets opgemerkt waar dat nodig leek.

Artikel1.2: Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is van toepassing op algemene voorzieningen en activiteiten op grond van de Jeugdwet, de Wet Publieke Gezondheid en het gemeentelijk onderwijs en VVE-beleid

Vele voorzieningen en activiteiten zijn uitgesloten van deze regeling. Het betreft dan met name activiteiten met een persoonsgebonden karakter. Ook evenementen en incidentele activiteiten vallen buiten deze regeling. Nieuwe activiteiten die passen binnen de in deze regeling genoemde activiteiten, al dan niet te starten als pilot, vallen wel onder deze regeling. Hierop zal de integrale afweging en het relevante afwegingskader worden toegepast.

Aanvragen voor jaarsubsidie worden, conform artikel 5, eerste lid van de ASV, voor 1 juni ingediend voor het daaropvolgende kalenderjaar. Op grond van de ASV dient een aanvraag vergezeld te gaan van:

  • een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

  • de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

  • een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten.

Daarnaast wordt in dit artikel aanvullende informatie gevraagd in bepaalde gevallen.

Artikel 2.4: Afwegingskader subsidie preventie van jeugdhulp en onderwijsachterstanden

Van alle aanvragen op grond van dit hoofdstuk wordt beoordeeld in hoeverre voor de betreffende activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Deze beoordeling omvat bijvoorbeeld in hoeverre er weigeringsgronden van toepassing zijn op de gehele aanvraag of een gedeelte daarvan (artikel 7 ASV) en in hoeverre er voor kosten subsidie wordt gevraagd die niet noodzakelijk zijn of niet voor vergoeding in aanmerking komen (artikel 7.2). Ook zijn in artikel 7.1, tweede lid zaken opgenomen die in de aanvraag moeten worden vermeld.

Onderdeel hiervan is dat moet worden gewerkt vanuit het beleidskader en de notitie Sociale Basis van de gemeente Nissewaard. Het beleidskader is via deze link te vinden. Indien de link niet werkt, zie: Nissewaard.raadsinformatie.nl, gemeenteraadsvergadering van 22-02-2023, agendapunt 10. De notitie sociale basis is via deze link te vinden. Indien de link niet werkt zie: Nissewaard.raadsinformatie.nl, gemeenteraadsvergadering van 21-01-2026, agendapunt 7.

Dit artikel regelt de wijze waarop subsidieaanvragen voor de preventie van jeugdhulp en onderwijsachterstanden worden gerangschikt, beoordeeld en verdeeld. Het tweede lid beschrijft dat subsidie wordt verstrekt aan slechts één organisatie. De uitvoering van deze taak is dusdanig klein, dat wanneer dit is versnipperd over meerdere organisatie dit ten koste gaat van de kwaliteit en effectiviteit. De uitvoering van deze taak vraagt specifieke kennis op het onderdeel dyslexie en verbindingen leggen met de scholen. In het derde lid wordt bepaald dat alle subsidieaanvragen worden opgenomen op een zogenoemde verleningslijst preventie van jeugdhulp en onderwijsachterstanden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën activiteiten: voortzettingen van bestaande activiteiten, uitbreidingen daarvan en geheel nieuwe activiteiten. Dit onderscheid is van belang voor de prioritering bij de verdeling van beschikbare middelen. Het vierde lid borgt de continuïteit van bestaande activiteiten door te bepalen dat subsidie voor voortzetting in beginsel gelijk blijft aan het eerder verleende bedrag, met een correctie voor het gemeentelijke indexatiepercentage. Wanneer blijkt dat de huisvestingskosten en de loonkosten voor personeel dat gesubsidieerde activiteiten uitvoert in Nissewaard hoger zijn dan gemeentelijke indexering, dan kan worden afgeweken van de gemeentelijke indexatiepercentage. Bij voortzetting van bestaande activiteiten waarbij het aangevraagde bedrag hoger is dan de berekening zoals deze is opgesteld in het vierde lid, wordt het resterende deel aangemerkt als een uitbreiding zoals beschreven in het derde lid, onder b. Dit is geregeld in het vijfde lid waarbij de uitbreiding wordt meegenomen in de beoordelingscriteria die zijn omschreven in het achtste lid. Het zesde lid regelt de volgorde van de verdeling van het beschikbare subsidiebedrag, waarbij voorrang wordt gegeven aan bestaande activiteiten. Dit sluit aan bij het belang van continuïteit van activiteiten in het sociaal domein. Het zevende lid regelt dat, indien het subsidieplafond door deze prioritering wordt overschreden, de beschikbare middelen evenredig worden verdeeld door middel van een procentuele verlaging. De algemene regels over weigering van subsidie bij overschrijding van het plafond zijn reeds opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht. Indien na financiering van voortzettingen nog budget beschikbaar is, wordt dit eerst ingezet voor uitbreidingen van bestaande activiteiten en vervolgens voor nieuwe activiteiten. De beoordelingscriteria worden geschetst in het achtste lid. Bij het criteriium in het achtste lid onder a, wordt verwezen naar het versterken van de sociale basis. De activiteit wordt ten eerste getoetst in welke mate dit bijdraagt aan het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van de inwoners. Vervolgens wordt getoetst hoe en in welke mate de activiteit inzet op de volgende bouwstenen van de sociale basis: gebiedsgericht werken, ondersteunen van vrijwilligers, inzet op de samenwerking met andere professionele en maatschappelijke partners en werkt aan een lokaal team Thuis in Nissewaard, inzet op het organiseren en faciliteren van ontmoeting en het ondersteunen van mantelzorgers. In het negende lid wordt beschreven hoe de criteria uit het achtste lid zorgen voor een verdeling van het subsidiebedrag voor activiteiten die worden gemarkeerd als uitbreiding. Het tiende lid past de beoordelingscriteria toe voor nieuwe activiteiten.

Het beoordelingsproces welke subsidieaanvragen geheel of gedeeltelijk worden gehonoreerd vindt intern binnen de gemeente plaats, via een integrale afweging. Van iedere individuele afweging is een checklist beschikbaar, waarin o.a. de rechtmatigheid en doelmatigheid van de aanvraag is getoetst.

Artikel 3.4 Afwegingskader subsidie tegengaan van taal- en onderwijsachterstanden en verdeling subsidieplafond

Van alle aangevraagde subsidies op grond van dit hoofdstuk wordt een individuele beoordeling gemaakt. Deze beoordeling omvat bijvoorbeeld in hoeverre er weigeringsgronden van toepassing zijn op de gehele aanvraag of een gedeelte daarvan (artikel 7 ASV) en in hoeverre er voor kosten subsidie wordt gevraagd die niet noodzakelijk zijn of niet voor vergoeding in aanmerking komen (artikel 7.2). Ook zijn in artikel 7.1, tweede lid zaken opgenomen die in de aanvraag moeten worden vermeld.

Onderdeel hiervan is dat moet worden gewerkt vanuit het beleidskader en de notitie Sociale Basis van de gemeente Nissewaard. Het beleidskader is via deze link te vinden. Indien de link niet werkt, zie: Nissewaard.raadsinformatie.nl, gemeenteraadsvergadering van 22-02-2023, agendapunt 10. De notitie sociale basis is via deze link te vinden. Indien de link niet werkt zie: Nissewaard.raadsinformatie.nl, gemeenteraadsvergadering van 21-01-2026, agendapunt 7.

Dit artikel regelt de wijze waarop subsidieaanvragen voor het tegengaan van taal en onderwijsachterstanden worden gerangschikt, beoordeeld en verdeeld. In het tweede lid wordt bepaald dat alle subsidieaanvragen worden opgenomen op een zogenoemde verleningslijst tegengaan van taal en onderwijsachterstanden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën activiteiten: voortzettingen van bestaande activiteiten, uitbreidingen daarvan en geheel nieuwe activiteiten. Dit onderscheid is van belang voor de prioritering bij de verdeling van beschikbare middelen. Het derde lid borgt de continuïteit van bestaande activiteiten door te bepalen dat subsidie voor voortzetting in beginsel gelijk blijft aan het eerder verleende bedrag, met een correctie voor het gemeentelijke indexatiepercentage. Wanneer blijkt dat de huisvestingskosten en de loonkosten voor personeel dat gesubsidieerde activiteiten uitvoert in Nissewaard hoger zijn dan gemeentelijke indexering, dan kan worden afgeweken van het gemeentelijke indexatiepercentage. Bij voorzetting van bestaande activiteiten waarbij het aangevraagde bedrag hoger is dan de berekening zoals deze is opgesteld in het derde lid, wordt het resterende deel aangemerkt als een uitbreiding zoals beschreven in het tweede lid, onder b. Dit is geregeld in het vierde lid waarbij de uitbreiding wordt meegenomen in de beoordelingscriteria die zijn omschreven in het zevende lid. Het vijfde lid regelt de volgorde van de verdeling van het beschikbare subsidiebedrag, waarbij voorrang wordt gegeven aan bestaande activiteiten. Dit sluit aan bij het belang van continuïteit van activiteiten in het sociaal domein. Het zesde lid regelt dat, indien het subsidieplafond door deze prioritering wordt overschreden, de beschikbare middelen evenredig worden verdeeld door middel van een procentuele verlaging. De algemene regels over weigering van subsidie bij overschrijding van het plafond zijn reeds opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht. Indien na financiering van voortzettingen nog budget beschikbaar is, wordt dit eerst ingezet voor uitbreidingen van bestaande activiteiten en vervolgens voor nieuwe activiteiten. De beoordelingscriteria worden geschetst in het zevende lid. Bij het criteria in het zevende lid onder a, wordt verwezen naar het versterken van de sociale basis. De activiteit wordt ten eerste getoetst in welke mate dit bijdraagt aan het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van de inwoners. Vervolgens wordt getoetst hoe en in welke mate de activiteit inzet op de volgende bouwstenen van de sociale basis: gebiedsgericht werken, ondersteunen van vrijwilligers, inzet op de samenwerking met andere professionele en maatschappelijke partners en werkt aan een lokaal team Thuis in Nissewaard, inzet op het organiseren en faciliteren van ontmoeting en het ondersteunen van mantelzorgers. In het achtste lid wordt beschreven hoe het criterium uit het zevende lid zorgen voor een verdeling van het subsidiebedrag voor activiteiten die worden gemarkeerd als uitbreiding. Het negende lid past de beoordelingscriteria toe voor nieuwe activiteiten.

Het beoordelingsproces welke subsidieaanvragen geheel of gedeeltelijk worden gehonoreerd vindt intern binnen de gemeente plaats, via een integrale afweging. Van iedere individuele afweging is een checklist beschikbaar, waarin o.a. de rechtmatigheid en doelmatigheid van de aanvraag is getoetst.

Artikel 5.1: Doel van de subsidie voor VVE en Peuteropvang

Op 1 augustus 2010 is de Wet ontwikkelingskansen voor kwaliteit en educatie vastgesteld (Wet OKE). In deze wet is opgenomen dat gemeenten een verplichting hebben om een goed voorschools aanbod te doen aan alle jonge kinderen met een taalachterstand. Alle betrokken organisaties zijn verplicht afspraken te maken over de invulling van deze inspanningsverplichting en die na te komen.

De huidige doelgroepdefinitie VVE luidt:

  • 1.

    Kinderen met een risico op spraak/taalachterstand.

  • 2.

    Kinderen met een geconstateerde spraak/taalachterstand.

  • 3.

    Kinderen met een (risico op) spraak/taalachterstand in combinatie met een zwakke sociaal-emotionele ontwikkeling.

Om te bepalen of een kind een risico op een achterstand heeft, worden de omgevingsfactoren van een kind, door het aanbod van Nederlandse taal in de thuissituatie en het opleidingsniveau van ouders, gewogen. Voor het vaststellen van de sociaal-emotionele ontwikkeling worden vanuit de jeugdgezondheidszorg (verder JGZ) passend onderzoek en observaties gebruikt. Ook de voorschool maakt gebruik van erkende ontwikkelingsvolgsystemen om te kunnen signaleren of een geplaatst kind mogelijk in aanmerking komt voor een VVE-indicatie. Indien er sprake is van een ontwikkelingsstoornis, wordt door de JGZ geen VVE-indicatie afgegeven.

Artikel 5.3: Aanvullende bepalingen voor subsidie VVE en peuteropvang

In het vierde lid wordt verwezen naar de inspanningen uit het gemeentelijk VVE-beleid. Het beleidsplan VVE is te vinden via de volgende link: https://www.nissewaard.nl/fileadmin/nissewaard/PDF/Ontoegankelijk/Nissewaard-VVE-Beleid-2021-2026.pdf

Indien de link niet werkt, zie:

Nissewaard.raadsinformatie, gemeenteraadsvergadering van 23-02-2022, agendapunt 6F

Zoals beschreven in lid 5 dient de subsidieaanvrager gebruik te maken van de Peutermonitor. Na afloop van elk kwartaal moeten de gegevens worden aangeleverd via het door de gemeente beschikbaar gestelde monitoringssysteem. De eindverantwoording loopt eveneens via dit systeem. De aanvrager uploadt kwantitatieve gegevens in het door de gemeente beschikbaar gestelde monitoringsysteem. Deze gegevens worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang in de toekomst hebben bij de aanvrager. Hiervoor levert de aanvrager voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende informatie aan:

  • a.

    betreffend kwartaal, maand,

  • b.

    locatie en LRK-nummer;

  • c.

    BSN, NAW-gegevens,; en geboortedatum van het kind;

  • d.

    inkomen ouders,

  • e.

    eerste kind ja/nee,

  • f.

    vve-indicatie ja/nee,

  • g.

    kinderopvangtoeslag ja/nee,

  • h.

    startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang,

  • i.

    aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod.

Artikel 6.1 Doel van de subsidie voor jeugdgezondheidszorg

Het doel van de subsidie voor jeugdgezondheidszorg is drieledig. Door invulling van deze doeleinden voldoet de gemeente aan de taakstelling vanuit de Wet Publieke gezondheid. Zoals omschreven in het derde lid is een belangrijke taak om zoveel mogelijk in te zetten op preventie en het zorgen ervoor dat ouders en het netwerk in staat zijn om kleine hulpvragen op te pakken, zonder dat gelijk wordt doorverwezen naar jeugdhulp. Een belangrijke taak is het normaliseren van hulpvragen, het accepteren dat bepaalde hobbels bij opvoeden en opgroeien horen zonder dat hier gelijk jeugdhulp voor nodig is om dit op te lossen.

Artikel 6.2: Activiteiten die voor subsidie jeugdgezondheidszorg in aanmerking komen

Deze subsidie wordt aan één organisatie verstrekt. De uitvoering van de subsidie jeugdgezondheidszorg vormt onderdeel van de uitvoering van de Wet Publieke Gezondheid. De organisatie die dit uitvoert, doet dit op basis van een samenwerkingsrelatie met de regio Rotterdam – Rijnmond. Gezamenlijk met de regio worden vaste afspraken gemaakt en wordt gezamenlijk op gestuurd. De uitvoering van deze wettelijke taak is dusdanig specifiek dat dit door één organisatie gedaan moet worden.

Artikel 7.1 Aanvragen van de subsidie

Natuurlijke personen kunnen geen beroep doen op subsidie binnen deze regeling. Daartoe is een andere subsidieregeling van kracht. Ook geldt deze regeling alleen voor jaarsubsidies (m.u.v. artikel 6.5). Aanvragen voor jaarsubsidie worden, conform artikel 5, eerste lid van de ASV, voor 1 juni ingediend voor het daaropvolgende kalenderjaar. Op grond van de ASV dient een aanvraag vergezeld te gaan van:

  • een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

  • de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

  • een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten.

Artikel 7.2: Niet in aanmerking komende kosten of activiteiten

In dit artikel zijn kosten en activiteiten opgenomen die op grond van deze regeling niet in aanmerking komen voor subsidie. Het kan zijn dat voor bijvoorbeeld verbouwing van een pand wel subsidie mogelijk is. Dit zal echter apart moeten worden aangevraagd en is geen onderdeel van deze subsidieregeling.

Voor kosten van maaltijden en andere consumpties geldt dat hiervoor geen subsidie mogelijk is. De feitelijke kosten kunnen worden opgevangen door een eigen bijdrage van gebruikers van deze consumpties en maaltijden. Dat kan via een vast, minimaal kostendekkend, bedrag per activiteit of per periode, of door specifiek voor iedere consumptie een geldbedrag in rekening te brengen. In deze regeling is geen vast bedrag opgenomen, omdat dit afhangt van diverse factoren, zoals schaalgrootte van inkoop, sponsorafspraken met leveranciers en de soort maaltijd. Het staat organisaties die bijvoorbeeld activiteiten in het kader van participatie aanbieden, vrij om hierover onderling afspraken te maken. Als men zoekt naar richtlijnen voor de kosten van maaltijden kan bijvoorbeeld worden gekeken naar wat het Nibud of de Belastingdienst hierover zegt. Dit moet in ieder geval kostendekkend zijn, maar kan ook een hoger bedrag zijn, zodat deels andere kosten door de eigen bijdrage worden gefinancierd.

In het afwegingskader onderwijs-jeugdhulp zijn daarnaast afspraken gemaakt over welke taken vallen onder de verantwoordelijkheid van het onderwijs en welke taken vallen onder de gemeente in de uitvoering van de Jeugdwet. Voor het toetsen van aanvragen binnen deze regeling, zal dit afwegingskader ook worden gehanteerd. In het afwegingskader is bijvoorbeeld opgenomen dat huiswerkbegeleiding de verantwoordelijkheid is van het onderwijs. Indien een subsidieaanvraag wordt ontvangen over dit onderwerp, zal de aanvraag op basis van het afwegingskader onderwijs-jeugdhulp worden afgewezen.

Artikel 7.4: Vaststelling van de subsidie

In het derde lid wordt aangegeven dat, in afwijking van de ASV, ook subsidies boven € 5000 in bepaalde gevallen bij verlening kunnen worden vastgesteld. Een voorbeeld hiervan is subsidieverlening aan een landelijke organisatie, waarvoor subsidie wordt verleend op basis van een vast bedrag per inwoner, op grond van een peildatum in het verleden. Landelijk legt deze organisatie verantwoording af. De hoogte van het bedrag zal niet meer wijzigen, omdat de peildatum van aantal inwoners in het verleden ligt. Van terugvordering kan geen sprake zijn, omdat eventuele onderbesteding nooit aan een specifieke gemeente kan worden toegerekend. Om bureaucratie te beperken, wordt ervoor gekozen dergelijke subsidie bij verlening gelijk te kunnen vaststellen.

Er is geen mogelijkheid een egalisatiereserve te vormen zoals benoemd in artikel 9 van de ASV. Wel kan er reden zijn het te veel ontvangen bedrag in het daaropvolgende jaar in te zetten. Dit vraagt om herziening van de beschikking tot subsidieverlening voor dat jaar