Gemeenschappelijke Regeling SamenDrenthe

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Gemeenschappelijke Regeling SamenDrenthe

De Colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aa en Hunze, Assen, BorgerOdoorn, Coevorden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld en De Wolden;

Overwegende dat:

  • het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Drenthe op 6 december 2023 en het Algemeen Bestuur van GGD Drenthe op 20 december 2023 de hoofdstructuur voor een integrale sturing op zorg & veiligheid heeft vastgesteld;

  • met deze hoofdstructuur de basis is gelegd voor het voortzetten van de regionale samenwerking op gebied van publieke gezondheid, zorg en veiligheid en het Zorg en Veiligheidshuis in Drenthe onder de naam SamenDrenthe;

  • ingevolge artikel 14 van de Wet publieke gezondheid de gemeenten zorgdragen voor de instelling en instandhouding van een gemeentelijke gezondheidsdienst;

  • via de tweeledige verantwoordelijkheid van de Directeur Publieke Gezondheid op basis van de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio’s samengewerkt zal moeten worden met de Veiligheidsregio Drenthe;

  • het voor een optimale behartiging van deze taken wenselijk is dat zij samenwerken;

  • zij daartoe een openbaar lichaam instellen;

  • zij aan dat openbaar lichaam de behartiging van de in deze regeling aan te geven belangen willen opdragen, bevoegdheden willen overdragen en middelen ter beschikking willen stellen;

  • het bestuur en het beheer van het openbaar lichaam zo moet zijn ingericht dat de gemeentebesturen zoveel mogelijk betrokken blijven bij de belangenbehartiging;

  • het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur daarbij binnen hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden het beleid van SamenDrenthe gestalte geven en de uitvoering ervan controleren, waarbij de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering bij de Algemeen directeur ligt.

  • Gelet op:

  • de bepalingen in de Wet publieke gezondheid, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

  • de toestemming van de gemeenteraden van de gemeenten Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld en De Wolden, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

BESLUITEN:

de Gemeenschappelijke Regeling GGD Drenthe te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden: Gemeenschappelijke Regeling SamenDrenthe

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      SamenDrenthe: het openbaar lichaam SamenDrenthe;

    • b.

      Gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten;

    • c.

      Colleges: colleges van burgemeester en wethouders van de Gemeenten;

    • d.

      Raden: gemeenteraden van de Gemeenten;

    • e.

      Bestuur: het bestuur van SamenDrenthe, als bedoeld als in artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

    • f.

      Directeur Publieke Gezondheid: de directeur publieke gezondheid, zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Wet publieke gezondheid;

    • g.

      Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe;

    • h.

      Dienstjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

    • i.

      Wpg: Wet publieke gezondheid;

    • j.

      Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 2.

    Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van 'de gemeente', 'de raad', 'burgemeester en wethouders' en 'de burgemeester' achtereenvolgens gelezen: 'SamenDrenthe', 'het Algemeen bestuur', 'het Dagelijks bestuur' en 'de Voorzitter'.

Artikel 2 Openbaar lichaam

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam, genaamd SamenDrenthe, dat is gevestigd in Assen.

  • 2.

    Het gebied waarvoor deze regeling geldt omvat het gezamenlijke grondgebied van de Gemeenten.

Artikel 3 Bestuur

  • 1.

    Het Bestuur van SamenDrenthe bestaat uit:

    • a.

      het Algemeen bestuur;

    • b.

      het Dagelijks bestuur;

    • c.

      de Voorzitter.

  • 2.

    De Voorzitter is zowel voorzitter van het Algemeen bestuur als van het Dagelijks bestuur.

Hoofdstuk 2 Doel en belangen

Artikel 4 Doel

SamenDrenthe heeft tot doel om samen met lokale en regionale ketenpartners en stakeholders en vanuit en voor de Drentse samenleving te werken aan een gezond, vitaal en veilig Drenthe. Dit alles met inachtneming van wat is bepaald in deze regeling.

Artikel 5 Belangen

SamenDrenthe is ingesteld voor de gezamenlijke behartiging van de belangen van de Gemeenten op het gebied van:

  • a.

    Publieke gezondheid;

  • b.

    Zorg en Veiligheid;

  • c.

    Zorg- en Veiligheidshuis Drenthe.

Hoofdstuk 3 Taken en bevoegdheden

Artikel 6 Algemene taken van SamenDrenthe

Ter behartiging van de in artikel 5 van deze regeling genoemde belangen voert SamenDrenthe meer algemeen de volgende taken uit:

  • a.

    het adviseren van en het leveren van specifieke deskundigheid aan de Gemeenten;

  • b.

    het bevorderen van overleg met en tussen de Gemeenten over de uitvoering van taken op het gebied van publieke gezondheid, zorg en veiligheid en het Zorg- en Veiligheidshuis;

  • c.

    het bieden van een platform en faciliteiten voor overleg en/of flexibele samenwerkingsvormen van Gemeenten en/of betrokken derden rondom gezamenlijke belangen op het gebied van publieke gezondheid, zorg en veiligheid en het Zorg- en Veiligheidshuis Drenthe.

Artikel 7 Taken publieke gezondheid - GGD Drenthe

  • 1.

    In het kader van de in artikel 5 onder a. en b. van deze regeling genoemde belangen, heeft SamenDrenthe onder de naam GGD Drenthe de volgende taken:

    • a.

      het instellen en in stand houden van een gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14, eerste lid van de Wpg;

    • b.

      publieke gezondheidszorg als bedoeld in artikel 2 van de Wpg;

    • c.

      jeugdgezondheidszorg als bedoeld in artikel 5 van de Wpg, met uitzondering van de jeugdgezondheidszorg 0-4 in de gemeenten Tynaarlo, Aa en Hunze, Coevorden en Meppel;

    • d.

      ouderengezondheidszorg als bedoeld in artikel 5a van de Wpg;

    • e.

      infectieziektebestrijding als bedoeld in artikel 6 van de Wpg;

    • f.

      bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 12a van de Wpg;

    • g.

      het Rijksvaccinatieprogramma als bedoeld in artikel 6b van de Wpg;

    • h.

      het verschaffen van de mogelijkheid tot het doen schouwen van lijken als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de lijkbezorging.

  • 2.

    De taken van GGD Drenthe, zoals genoemd in het eerste lid, zijn onderverdeeld in basistaken en additionele taken.

  • 3.

    De basistaken vloeien voort uit de wettelijk verplicht bij de GGD te beleggen taken en de keuzes van het Algemeen bestuur. Basistaken die door het Algemeen bestuur als zodanig worden benoemd dienen altijd door tenminste zes gemeenten te worden afgenomen.

  • 4.

    De basistaken vormen naar omvang een verplicht pakket voor de betrokken Gemeenten. Het Algemeen bestuur stelt de inhoud van de basistaken vast bij de vaststelling van de begroting als bedoeld in artikel 26 van deze regeling.

  • 5.

    Een gemeente kan besluiten een niet wettelijk verplichte basistaak niet meer af te nemen. In dat geval is de regeling als bedoeld in artikel 36 van toepassing.

  • 6.

    De Colleges kunnen, afzonderlijk of tezamen, andere taken dan bedoeld in het derde lid opdragen aan het Bestuur. Dit voor zover deze taken binnen het belang van deze regeling vallen, zoals omschreven in artikel 5. Dit zijn additionele taken die GGD Drenthe uitvoert op basis van een overeenkomst en een van tevoren uitgebrachte offerte, waarbij het aan de Colleges is om al dan niet gebruik te maken van de offerte en te besluiten of de betreffende gemeente op basis van de offerte de overeenkomst al dan niet aangaat. Het Algemeen bestuur stelt jaarlijks de tarieven vast waarvoor de additionele taken geleverd kunnen worden.

  • 7.

    GGD Drenthe kan ook voor anderen dan de Gemeenten taken uitvoeren. Dit zijn additionele taken voor derden. Deze taken worden uitgevoerd op basis van een overeenkomst en een vooraf uitgebrachte offerte. Het Algemeen bestuur stelt jaarlijks de tarieven vast waarvoor de additionele taken geleverd kunnen worden.

Artikel 8 Taken Zorg en Veiligheid

  • 1.

    Met betrekking tot het in artikel 5 onder b van deze regeling genoemde belang heeft SamenDrenthe onder de naam Zorg en Veiligheid de volgende taken:

    • a.

      het inrichten en in stand houden van een Veilig Thuis-organisatie als bedoeld in artikel 4.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

    • b.

      alle bij of krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) of enige andere wet of regeling aan de colleges opgedragen taken, voor zover deze taken betrekking hebben op Veilig Thuis;

    • c.

      het organiseren van preventie- en deskundigheid bevorderende activiteiten in het kader van de taken van Veilig Thuis;

    • d.

      de taken van openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) waaronder het Advies en Meldpunt OGGZ, OGGZ-bemoeizorg en het voeren van casus- en procesregie, als voortvloeiend uit de Wmo 2015, en na vaststelling van de Wams voortvloeiend uit de gewijzigde wetgeving;4

    • e.

      de taken van het meldpunt niet-acute zorg, als indirect voortvloeiend uit de zorgplicht bedoeld in artikel 2.1.1. Wmo 2015 en na vaststelling van de Wams voortvloeiend uit de gewijzigde wetgeving;

    • f.

      de taken genoemd in artikel 5:1 en 5:2 Wet verplichte ggz (Wvggz).

  • 2.

    De taken zoals genoemd in het eerste lid, zijn onderverdeeld in basistaken en additionele taken.

  • 3.

    De basistaken worden vastgesteld door het Algemeen bestuur. Basistaken die door het Algemeen bestuur als zodanig worden benoemd dienen, hetzij collectief indien dit wettelijk verplicht is, dan wel door tenminste zes gemeenten te worden afgenomen.

  • 4.

    De basistaken vormen naar omvang een verplicht pakket voor de betrokken Gemeenten. Het Algemeen bestuur stelt de inhoud van de basistaken vast bij de vaststelling van de begroting als bedoeld in artikel 26 van deze regeling.

  • 5.

    Een gemeente kan besluiten een basistaak die niet verplicht als collectief moet worden afgenomen, niet meer af te nemen. In dat geval is de regeling als bedoeld in artikel 36 van toepassing.

  • 6.

    De Colleges kunnen, afzonderlijk of tezamen, andere taken dan bedoeld in het derde lid opdragen aan het Bestuur. Dit voor zover deze taken binnen het belang van deze regeling vallen, zoals omschreven in artikel 5. Dit zijn additionele taken die Zorg en Veiligheid uitvoert op basis van een overeenkomst en een van tevoren uitgebrachte offerte, waarbij het aan de Colleges is om al dan niet gebruik te maken van de offerte en te besluiten of de betreffende gemeente op basis van de offerte de overeenkomst al dan niet aangaat. Het Algemeen bestuur stelt jaarlijks de tarieven vast waarvoor de additionele taken geleverd kunnen worden.

  • 7.

    Zorg en Veiligheid kan ook voor anderen dan de Gemeenten taken uitvoeren. Dit zijn additionele taken voor derden. Deze taken worden uitgevoerd op basis van een overeenkomst en een vooraf uitgebrachte offerte. Het Algemeen bestuur stelt jaarlijks de tarieven vast waarvoor de additionele taken geleverd kunnen worden.

Artikel 9 Zorg- en Veiligheidshuis Drenthe (ZVHD)

Met betrekking tot het in artikel 5 onder c van deze regeling genoemde belang heeft SamenDrenthe onder de naam ZVHD de volgende specifieke taken:

  • a.

    het bevorderen en in stand houden van een netwerksamenwerking tussen de Drentse gemeenten en partners in het justitiële en zorgdomein.

  • b.

    de beleidsmatige afstemming tussen gemeenten over hun aandeel in het Zorg- en Veiligheidshuis Drenthe;

  • c.

    de financiële afstemming tussen gemeenten over hun aandeel in het Zorg- en Veiligheidshuis Drenthe

  • d.

    het beheer van het netwerk en bureau Zorg- en Veiligheidshuis Drenthe onafhankelijk van eigen bedrijfsvoeringsprocessen en inhoudelijke taak van SamenDrenthe binnen het Zorg- en Veiligheidshuis Drenthe;

  • e.

    het aangaan van een dienstenovereenkomst om uitvoering te kunnen geven aan plustaken binnen het Zorg- en Veiligheidshuis Drenthe.

Artikel 10 Bevoegdheden SamenDrenthe

Voor de uitvoering van de specifieke taken genoemd in de artikelen 7 tot en met 9 van deze regeling, dragen de colleges hun bevoegdheden bij of krachtens de Wpg, artikel 4 van de Wet op de lijkbezorging, de Wvggz en de Wmo 2015 over aan het bestuur van SamenDrenthe. Deze bevoegdheden zijn nader uitgewerkt in de artikelen 12 en 16 van deze regeling.5

Hoofdstuk 4 Algemeen bestuur

Artikel 11 Samenstelling Algemeen bestuur

  • 1.

    Het College van elke Gemeente wijst uit zijn leden één vertegenwoordiger en één plaatsvervangend vertegenwoordiger voor het Algemeen bestuur aan.

  • 2.

    De leden van het Algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan de zittingsperiode van de Raad. Het lidmaatschap van het Algemeen bestuur eindigt op de dag waarop een lid niet langer lid is van het College van de Gemeente namens wie het lid is van het Algemeen bestuur.

  • 3.

    Een lid kan worden ontslagen door de Raad die hem heeft benoemd, wanneer dat lid niet langer het vertrouwen van de Raad heeft.

  • 4.

    De leden van het Algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de Voorzitter van het Algemeen bestuur alsmede de Raad die hen heeft benoemd, schriftelijk op de hoogte. Leden van het Algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen blijven lid van het Algemeen Bestuur totdat in hun opvolging is voorzien.

  • 5.

    Het lidmaatschap van het Algemeen bestuur eindigt ook op het moment van uittreding uit de regeling van de Gemeente die het lid vertegenwoordigt.

  • 6.

    Het Algemeen Bestuur kan zich in zijn werkzaamheden laten bijstaan door één of meer adviseurs.

Artikel 12 Bevoegdheden Algemeen bestuur

  • 1.

    Alle bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan een ander bestuursorgaan zijn opgedragen, komen toe aan het Algemeen bestuur.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur kan besluiten tot oprichting van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het Algemeen bestuur neemt daarbij het bepaalde in artikel 31a van de Wet in acht.

  • 3.

    Het Algemeen bestuur kan aan het Dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. De volgende bevoegdheden worden in ieder geval niet overgedragen:

    • a.

      de bevoegdheden als bedoeld in artikel 33a, tweede lid van de Wet;

    • b.

      het vaststellen, wijzigen of intrekken van algemeen verbindende voorschriften;

    • c.

      het wijzigen van deze regeling;

    • d.

      het vaststellen van tarieven;

    • e.

      het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging die dat mogelijk maakt, is vastgesteld;

    • f.

      het instellen van commissies als bedoeld in artikel 25 van de Wet;

    • g.

      het vaststellen van het strategische programma, als bedoeld in artikel 21 van deze regeling.

Artikel 13 Werkwijze Algemeen bestuur

  • 1.

    Voor zover daarvan bij de Wet niet is afgeweken, zijn op het houden en de orde van de vergaderingen van het Algemeen bestuur, de artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste viermaal. Daarnaast vergadert het Algemeen bestuur zo vaak als de Voorzitter of het Dagelijks bestuur dit nodig acht of tenminste drie leden van het Algemeen bestuur dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, in welk geval de vergadering binnen veertien dagen plaatsvindt.

  • 3.

    Het Algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden en regelt hoe ambtelijke bijstand wordt verleend aan het Algemeen bestuur.

  • 4.

    De vergaderingen van het Algemeen bestuur zijn openbaar, tenzij met in achtneming van artikel 22, vierde en vijfde lid van de Wet wordt besloten de deuren te sluiten. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over de in artikel 12, derde lid bedoelde bevoegdheden.

  • 5.

    Het Algemeen bestuur kan personen voor de vergadering uitnodigen wanneer hun aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is. Zij mogen deelnemen aan de beraadslaging, maar hebben geen stemrecht.

Artikel 14 Besluitvorming Algemeen bestuur

  • 1.

    De besluiten van het Algemene bestuur worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de Voorzitter de doorslag.

  • 2.

    Elk lid van het Algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

  • 3.

    De leden van het Algemeen bestuur stemmen mondeling, tenzij de Voorzitter of één van de leden vraagt om een schriftelijke stemming.

Hoofdstuk 5 Dagelijks bestuur

Artikel 15 Samenstelling Dagelijks bestuur

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur bestaat uit de Voorzitter, de vicevoorzitter en een door het Algemeen bestuur aan te wijzen derde lid.

  • 2.

    Bij de zetelverdeling van het Dagelijks bestuur streeft het Algemeen bestuur naar een spreiding van de vertegenwoordigers binnen het werkgebied en vanuit verschillende gemeentegroottes, waarbij tevens rekening gehouden wordt met de vertegenwoordiging van de in artikel 5 genoemde belangen.

  • 3.

    Een lid van het Dagelijks bestuur treedt af op de dag dat hij ophoudt lid van het Algemeen bestuur te zijn.

  • 4.

    Een lid van het Dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen en doet daarvan schriftelijk mededeling aan het Algemeen bestuur. Het lid van het Dagelijks bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen bestuur.

  • 5.

    Een lid van het Dagelijks bestuur kan worden ontslagen in de in artikel 19a derde lid van de Wet bedoelde situatie.

  • 6.

    Als tussentijds een plaats in het Dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het Algemeen bestuur uiterlijk binnen twee maanden een nieuw lid aan.

  • 7.

    Het Dagelijks bestuur kan zich in zijn werkzaamheden laten bijstaan door een of meer adviseurs.

Artikel 16 Taken en bevoegdheden Dagelijks bestuur

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit als bedoeld in artikel 33b van de Wet.

  • 2.

    Daarnaast is het Dagelijks bestuur belast met:

    • a.

      het benoemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren, voor zover in deze gemeenschappelijke regeling niet anders wordt bepaald;

    • b.

      het benoemen van gemeentelijk lijkschouwers;

    • c.

      het voorstaan van de belangen van SamenDrenthe bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor SamenDrenthe van belang is;

    • d.

      de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van SamenDrenthe;

    • e.

      de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

    • f.

      het houden van toezicht op alles wat SamenDrenthe aangaat;

    • g.

      de zorg voor de archiefbescheiden van SamenDrenthe en haar organen.

Artikel 17 Werkwijze Dagelijks bestuur

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur vergadert jaarlijks minimaal acht keer. Daarnaast vergadert het Dagelijks bestuur zo vaak als de Voorzitter dit nodig acht of tenminste twee leden van het Dagelijks bestuur dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, in welk geval de vergadering binnen veertien dagen plaatsvindt.

  • 2.

    De vergaderingen van het Dagelijks bestuur zijn besloten.

  • 3.

    Het Dagelijks bestuur kan een reglement van orde vaststellen voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden.

  • 4.

    Het Dagelijks bestuur kan personen voor de vergadering uitnodigen wanneer hun aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is. Zij mogen deelnemen aan de beraadslaging, maar hebben geen stemrecht.

Artikel 18 Besluitvorming Dagelijks bestuur

  • 1.

    Elk lid van het Dagelijks bestuur heeft in de vergadering één stem.

  • 2.

    De besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de Voorzitter de doorslag.

  • 3.

    De leden van het Dagelijks bestuur stemmen mondeling, tenzij de Voorzitter of één van de leden vraagt om een schriftelijke stemming.

Hoofdstuk 6 Adviescommissies

Artikel 19 Adviescommissies

  • 1.

    Het Algemeen bestuur kan een commissie van advies instellen, zoals bedoeld in artikel 24 eerste lid van de Wet.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur kan op voorstel van het Dagelijks bestuur een of meer vaste adviescommissies instellen, zoals bedoeld in artikel 24 tweede lid van de Wet.

  • 3.

    Bij het in lid 2 bedoelde voorstel van het Dagelijks bestuur is opgenomen hoe de samenstelling van de vaste adviescommissie(s) is geregeld en welke bevoegdheden aan deze commissie(s) worden toegekend.

Hoofdstuk 7 Voorzitter

Artikel 20 Aanwijzing en vervanging Voorzitter

  • 1.

    Het Algemeen bestuur wijst uit zijn midden de Voorzitter aan.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur wijst uit zijn midden eveneens een vicevoorzitter aan, die de Voorzitter vervangt bij zijn afwezigheid.

Artikel 21 Taken en bevoegdheden Voorzitter

  • 1.

    De Voorzitter leidt de vergaderingen van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur, ondertekent de stukken van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur, en draagt zorg voor een tijdige en goede afdoening van de genomen besluiten.

  • 2.

    De Voorzitter vertegenwoordigt SamenDrenthe in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

Hoofdstuk 8 Strategisch programma

Artikel 22 Strategisch programma

  • 1.

    SamenDrenthe heeft een vierjaarlijks strategisch programma.

  • 2.

    Het strategisch programma beschrijft de ambitie van SamenDrenthe en wat SamenDrenthe gaat doen om deze te realiseren. De concrete uitwerking van het strategische programma wordt jaarlijks opgenomen in de begroting.

Hoofdstuk 9 Zienswijzen en inspraak

Artikel 23 Zienswijzen

  • 1.

    Voorafgaand aan het nemen van een besluit van het Algemeen bestuur over het in artikel 22 bedoelde strategische programma of een strategisch beleidsplan worden de Raden van de Gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen8

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan het Algemeen bestuur besluiten om voorafgaand aan het nemen van een besluit met ingrijpende gevolgen de Raden van de Gemeenten in de gelegenheid te stellen een zienswijze naar voren te brengen.

  • 3.

    Het Algemeen bestuur stelt de Raden verder in staat een zienswijze te geven wanneer twee derde van de Raden daarom vraagt.

  • 4.

    Het Algemeen bestuur geeft de Raden een termijn van minimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze.

  • 5.

    Tegelijkertijd met de toezending van het definitieve bestuursvoorstel stelt het Dagelijks bestuur de Raden van de Gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het bestuur daaraan verbindt.

Artikel 24 Inspraak door ingezetenen en belanghebbenden

Het Algemeen bestuur kan besluiten ten aanzien van de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid inspraak te verlenen aan ingezetenen van de Gemeenten en belanghebbenden. Op inspraak is in beginsel de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het Algemeen bestuur een andere inspraakprocedure vaststelt.

Hoofdstuk 10 Ambtelijke organisatie

Artikel 25 Algemeen directeur, tevens Directeur Publieke Gezondheid

  • 1.

    Er is een Algemeen directeur, tevens Directeur Publieke Gezondheid, die door het Algemeen bestuur wordt benoemd, geschorst en ontslagen, in overeenstemming met het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Drenthe.

  • 2.

    De Algemeen directeur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van SamenDrenthe.

  • 3.

    De Algemeen directeur is tevens secretaris van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur, heeft een adviserende stem in de vergaderingen, ondertekent mede de stukken van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur en zorgt, voor zover nodig, voor bekendmaking van de genomen besluiten.

  • 4.

    De Algemeen directeur in zijn hoedanigheid van Directeur Publieke Gezondheid stuurt als eindverantwoordelijk diensthoofd de GGD en GHOR operationeel aan met formele sturingsbevoegdheden in het kader van de Wet publieke gezondheid en Wet veiligheidsregio’s, alsmede coördineert hij de voorbereiding op rampen door de instellingen binnen de geneeskundige hulpverlening in afstemming op de hulpverleningsdiensten en de gemeente.

  • 5.

    De Algemeen directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden.

Artikel 26 Organisatiereglement

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur stelt een organisatiereglement vast.

  • 2.

    In het organisatiereglement worden in elk geval de volgende zaken geregeld:

    • a.

      de taken, structuur en inrichting van de ambtelijke organisatie;

    • b.

      de inrichting van de medische-inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de te verlenen zorg.

Hoofdstuk 11 Inlichtingen en verantwoording

Artikel 27 Inlichtingen en verantwoording Algemeen bestuur

  • 1.

    Het Algemeen bestuur geeft de Raden alle inlichtingen die de Raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. Aan deze informatieplicht geeft het Algemeen bestuur invulling via de afspraken ‘Samenwerken voor Drenthe’, dan wel de afspraken die daarvoor in de plaats komen.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur geeft aan de Colleges ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

  • 3.

    Een lid van het Algemeen bestuur geeft het College en de Raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die organen gevraagde inlichtingen. De inlichtingen kunnen schriftelijk of mondeling worden gegeven.

  • 4.

    Een lid van het Algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad en het College van zijn gemeente over het door hem in het Algemeen bestuur gevoerde beleid, met inachtneming van artikel 16 van de Wet.

Artikel 28 Inlichtingen en verantwoording Dagelijks bestuur

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur geeft het Algemeen bestuur alle inlichtingen die het Algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

  • 2.

    Het Dagelijks bestuur geeft de Raden alle inlichtingen die de Raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. Aan deze informatieplicht geeft het Dagelijks bestuur invulling via de afspraken ‘Samenwerken voor Drenthe’, dan wel de afspraken die daarvoor in de plaats komen.

  • 3.

    Het Dagelijks bestuur geeft aan de Colleges ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

  • 4.

    Het Dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het Algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het Dagelijks bestuur gevoerde beleid.

Artikel 29 Inlichtingen aan Minister en Provincie

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur geeft Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en het provinciebestuur op verzoek informatie en advies.

  • 2.

    Het Dagelijks bestuur informeert de Gemeenten over het verzoek en de inhoud daarvan.

Hoofdstuk 12 Financiële bepalingen

Artikel 30 Financiële voorschriften

Het Algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van de geldmiddelen, met inachtneming van de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet, voor zover daarvan bij of krachtens de Wet niet is afgeweken.

Artikel 31 Kaders en begroting

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur maakt elk jaar op voorstel van de Algemeen directeur een ontwerpbegroting voor het komend Dienstjaar en een meerjarenraming, voorzien van de nodige toelichting en specificaties.

  • 2.

    Het Dagelijks bestuur stuurt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de Raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    De ontwerpbegroting vermeldt de door elke gemeente verschuldigde bijdragen voor het begrotingsjaar. Voor zover de bijdragen opgenomen in de ontwerpbegroting worden berekend aan de hand van de inwoneraantallen van de gemeenten, wordt uitgegaan van het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. De Gemeenten betalen de verschuldigde bijdrage in vier gelijke termen vooraf. Bij te late betaling zijn de Gemeenten wettelijke rente verschuldigd.

  • 4.

    Het Dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting, inclusief de meerjarenraming en een raming van de door de Gemeenten verschuldigde inwonerbijdrage, ten minste twaalf weken voordat deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de Raden van de Gemeenten.

  • 5.

    De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de Gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

  • 6.

    De Raden van de Gemeenten kunnen bij het Dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks bestuur stelt de Raden van de Gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting in kennis van zijn oordeel over de zienwijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

  • 7.

    Het Algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

  • 8.

    Nadat deze is vastgesteld, stuurt het Algemeen bestuur de begroting aan de Raden van de Gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. De Raden sturen een kopie van die zienswijze aan het Dagelijks bestuur.

  • 9.

    Het Dagelijks bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar uiterlijk vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.

  • 10.

    Het bepaalde in het vierde, zesde en achtste lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting voor zover dit gevolgen heeft voor de door Gemeenten verschuldigde bijdrage als bedoeld in het derde lid.

Artikel 32 Jaarrekening

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur legt aan het Algemeen bestuur over elk Dienstjaar verantwoording af over het door hem gevoerde beleid, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag, daarbij gevoegd de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 3.

    Het Dagelijks bestuur stuurt de voorlopige jaarrekening voor 30 april van het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft aan de Raden van de Gemeenten. Het Dagelijks bestuur verstrekt daarbij zo mogelijk de accountantsverklaring.

  • 4.

    In de jaarrekening wordt het door elk van de Gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.

  • 5.

    Het Dagelijks bestuur stuurt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten en de Gemeenten.

  • 6.

    Het Algemeen bestuur stelt jaarlijks een controleprotocol vast als basis voor de accountantscontrole op de jaarrekening.

Hoofdstuk 13 Archief

Artikel 33 Archief

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur draagt zorg voor de documenten van SamenDrenthe en haar organen, in overeenstemming met een door het Algemeen bestuur vast te stellen regeling. Deze regeling wordt door het Algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten meegedeeld.

  • 2.

    De Directeur Publieke Gezondheid is belast met het beheer van de documenten, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het Dagelijks bestuur vast te stellen nadere regeling.

  • 3.

    Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 en 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen documenten wijst het Dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan.

  • 4.

    De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen archiefbewaarplaats beheert de overgebrachte archieven en oefent overeenkomstig de in het eerste lid bedoelde regeling toezicht uit op het beheer van de documenten van SamenDrenthe en haar organen, voor zover deze documenten niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Hoofdstuk 14 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 34 Toetreding

  • 1.

    Toetreding tot deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio's als bedoeld in artikel 8 Wet veiligheidsregio’s.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur geeft van elke toetreding kennis aan de Gemeenten en aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 35 Uittreding

  • 1.

    Uittreding uit deze regeling is alleen mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio's, als bedoeld in artikel 8 Wet veiligheidsregio's.

  • 2.

    In het in het eerste lid bedoelde geval zal de uittredende Gemeente aan het Algemeen bestuur daartoe strekkende besluiten van de Raad en het College sturen. De procedure voor uittreding start op de dag nadat het Algemeen bestuur de besluiten heeft ontvangen.

  • 3.

    Na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde besluiten, maar uiterlijk zes maanden voor de datum van uittreding, komen de uittredende Gemeente en het Dagelijks bestuur een conceptuittredingsregeling overeen waarbij de belangen van de uittredende Gemeente en die van de achterblijvende Gemeenten op reële en evenwichtige wijze worden afgewogen. De conceptuittredingsregeling wordt vervolgens binnen uiterlijk zes weken door het Algemeen bestuur vastgesteld.

  • 4.

    In de concept-uittredingsregeling worden de personele, juridische, organisatorische en financiële gevolgen, waaronder de gevolgen voor het vermogen van de uittreding geïnventariseerd, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan, de voorwaarden voor uittreding, de hoogte van de uittreedsom en de overname van personeel en/of overige verplichtingen door de uittredende Gemeente. Indien blijkt dat, als gevolg van een mogelijk verlies aan arbeidsplaatsen, een overleg met de bij de sector betrokken vakbonden noodzakelijk is ten behoeve van het opstellen van een sociaal plan, wordt de conclusie van dit overleg opgenomen in de concept-uittredingsregeling.

  • 5.

    Het Dagelijks bestuur en de uittredende Gemeente zullen zich inspannen om de nadelige gevolgen van de uittreding voor SamenDrenthe en de uittredende Gemeente zo veel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door personeel of andere verplichtingen over te nemen of anderszins in stand te houden.

  • 6.

    Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de uittredende Gemeente de reële schade van SamenDrenthe en de achterblijvende Gemeenten vergoedt die rechtstreeks gevolg is van het uittreden uit de gemeenschappelijke regeling. Bij het bepalen van de hoogte van de schade wordt in beginsel een afbouwperiode van 5 jaar gehanteerd, te rekenen vanaf de datum van uittreding.

  • 7.

    De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten) in de in lid 6 genoemde afbouwperiode, waarbij geen verrekening van het vermogen plaatsvindt.

  • 8.

    De hoogte van de uittreedsom als bedoeld in het zesde lid wordt alleen verhoogd als er sprake is van substantiële langlopende en niet te mitigeren financiële verplichtingen, indien vast staat dat deze zich zullen voor doen én in die becijferde omvang, waarbij de bijdrage in de kosten door de uittredende Gemeente naar rato wordt vastgesteld.

  • 9.

    Op de uittreedsom wordt het aandeel van de uittredende Gemeente in de algemene reserve van SamenDrenthe op de datum van uittreding in mindering gebracht, voor zover deze algemene reserve het benodigde weerstandsvermogen overschrijdt. Het aandeel in de algemene reserve wordt berekend naar rato van het inwoneraantal van de uittredende Gemeente. Indien er sprake is van een tekort in de algemene reserve ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen wordt de uittreedsom met dit tekort verhoogd overeenkomstig de hiervoor benoemde berekeningswijze.

  • 10.

    De frictiekosten komen volledig ten laste van de uittredende Gemeente.

  • 11.

    Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten in verband met de uittreding van de Gemeente, zoals de kosten van inhuur externe dienstverlening, kosten onderzoek accountant, kosten boventallig primair personeel, kosten opstellen sociaal plan, kosten boventallig decentrale personele overhead, kosten afwaardering activa.

  • 12.

    De desintegratiekosten die direct aan de uittredende Gemeente kunnen worden toegerekend, komen integraal voor rekening van de uittredende Gemeente voor de duur van maximaal 5 jaar. Desintegratiekosten die niet direct aan de uittredende Gemeente kunnen worden toegerekend, zoals investeringskosten, afschrijvingskosten, kantoorhuur, salariskosten en inhuur van personeel12 etc. komen naar rato van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 31 derde lid van deze regeling, voor rekening van de uittredende Gemeente.

  • 13.

    Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle doorbelaste kosten als gevolg van overcapaciteit in personele en materiele sfeer en andere verplichtingen, die ontstaan als direct gevolg van de uittreding gedurende de in het zesde lid genoemde afbouwperiode.

  • 14.

    De kosten als bedoeld in het tiende en twaalfde lid worden door de accountant van SamenDrenthe bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding.

  • 15.

    Met het oog op het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in het zesde en achtste lid, vragen de uittredende Gemeente en het Dagelijks bestuur gezamenlijk om een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de uittredende Gemeente.

  • 16.

    Het Algemeen bestuur stelt de concept-uittredingsregeling vast en stuurt deze aan de Raden ter besluitvorming. De uittredingsregeling is vastgesteld indien tenminste twee derde van de Raden hiertoe besluit.

  • 17.

    Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende Gemeente gehouden al haar verplichtingen na te komen.

  • 18.

    De uittreedsom moet binnen een termijn van zes maanden na vaststelling als bedoeld in het zestiende lid door de uittredende Gemeente zijn voldaan, tenzij in de uittredingsregeling een andere afspraak is gemaakt.

Artikel 36 Uittreding uit basistaken

  • 1.

    De Gemeente stuurt aan het Algemeen bestuur besluiten van de Raad en het College inhoudende dat de Gemeente gebruik maakt van de in artikel 7 vijfde lid dan wel artikel 8 vijfde lid opgenomen mogelijkheid een bepaalde basistaak niet meer af te nemen.

  • 2.

    Binnen zes maanden na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde besluiten, komen de Gemeente en het Dagelijks bestuur een conceptregeling overeen waarbij de belangen van de Gemeente en die van de andere Gemeenten op reële en evenwichtige wijze worden afgewogen. De conceptregeling wordt vervolgens binnen uiterlijk zes weken door het Algemeen bestuur vastgesteld.

  • 3.

    In de conceptregeling worden de personele, juridische, organisatorische en financiële gevolgen, waaronder de gevolgen voor het vermogen van de keuze een basistaak niet meer af te nemen geïnventariseerd, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan, de hoogte van de uittreedsom en de overname van personeel en/of overige verplichtingen door de Gemeente. Indien blijkt dat, als gevolg van een mogelijk verlies aan arbeidsplaatsen, een overleg met de bij de sector betrokken vakbonden noodzakelijk is ten behoeve van het opstellen van een sociaal plan, wordt de conclusie van dit overleg opgenomen in de conceptregeling.

  • 4.

    Het Dagelijks bestuur en de Gemeente zullen zich inspannen om de nadelige gevolgen van het niet langer afnemen van een basistaak voor SamenDrenthe en de Gemeente zo veel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door personeel of andere verplichtingen over te nemen of anderszins in stand te houden.

  • 5.

    Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de Gemeente de reële schade van SamenDrenthe en de andere Gemeenten vergoedt die rechtstreeks gevolg is van de keuze gebruik te maken van de in artikel 7 vijfde lid dan wel artikel 8 vijfde lid bedoelde mogelijkheid. Bij het bepalen van de hoogte van de schade wordt in beginsel een afbouwperiode van 2 jaar gehanteerd, te rekenen vanaf de datum van het vaststellen van de definitieve regeling.

  • 6.

    De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de keuze van de Gemeente (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten) in de in het vijfde lid genoemde afbouwperiode, waarbij geen verrekening van het vermogen plaatsvindt.

  • 7.

    De hoogte van de uittreedsom als bedoeld in het vijfde lid wordt alleen verhoogd als er sprake is van substantiële langlopende en niet te mitigeren financiële verplichtingen, indien vast staat dat deze zich zullen voor doen én in die becijferde omvang, waarbij de bijdrage in de kosten door de Gemeente naar rato wordt vastgesteld.

  • 8.

    Op de uittreedsom wordt het aandeel van de Gemeente in de algemene reserve van SamenDrenthe op de datum van vaststelling van de regeling door het Algemeen bestuur in mindering gebracht, voor zover deze algemene reserve het benodigde weerstandsvermogen overschrijdt. Het aandeel in de algemene reserve wordt berekend naar rato van het inwoneraantal van de Gemeente. Indien er sprake is van een tekort in de algemene reserve ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen wordt de uittreedsom met dit tekort verhoogd overeenkomstig de hiervoor benoemde berekeningswijze.

  • 9.

    De frictiekosten komen volledig ten laste van de Gemeente.

  • 10.

    Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten in verband met de uittreding van de Gemeente, zoals de kosten van inhuur externe dienstverlening, kosten boventallig primair personeel, kosten opstellen sociaal plan, kosten boventallig decentrale personele overhead, kosten afwaardering activa.

  • 11.

    De desintegratiekosten die direct aan de Gemeente kunnen worden toegerekend, komen integraal voor rekening van de Gemeente voor de duur van maximaal twee jaar. Desintegratiekosten die niet direct aan de Gemeente kunnen worden toegerekend, zoals investeringskosten, afschrijvingskosten, kantoorhuur, salariskosten en inhuur van personeel etc. komen naar rato van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 31 derde lid van deze regeling, voor rekening van de Gemeente.

  • 12.

    Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle doorbelaste kosten als gevolg van overcapaciteit in personele en materiele sfeer en andere verplichtingen, die ontstaan als direct gevolg van de uittreding gedurende de in het elfde lid genoemde afbouwperiode.

  • 13.

    De kosten als bedoeld in het tiende en twaalfde lid worden door het Dagelijks bestuur van SamenDrenthe bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van vaststelling van de regeling door het Algemeen bestuur. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van het daadwerkelijk niet langer afnemen van een bepaalde basistaak.

  • 14.

    Wanneer de Gemeente en het Dagelijks bestuur het niet eens kunnen worden over de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in het vijfde en zevende lid, vragen zij een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de Gemeente.

  • 15.

    Gedurende de periode tussen het besluit tot het niet langer afnemen van een basistaak en effectuering daarvan is de Gemeente gehouden al haar verplichtingen na te komen.

  • 16.

    De uittreedsom moet binnen een termijn van zes maanden na vaststelling als bedoeld in het tweede lid door de Gemeente zijn voldaan, tenzij in de regeling een andere afspraak is gemaakt.

Artikel 37 Wijziging

  • 1.

    Deze regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de Colleges, onder gelijktijdige toestemming van de Raden, van ten minste twee derde van de Gemeenten, die samen ten minste twee derde van het aantal inwoners van de Gemeenten vertegenwoordigen.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur of de Colleges van ten minste drie Gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van deze regeling. Het Dagelijks bestuur zendt een door het Algemeen bestuur vastgesteld voorstel ter besluitvorming toe aan de Colleges van de Gemeenten.

  • 3.

    Het Dagelijks bestuur stelt daarna de Colleges en de Raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.

  • 4.

    Het Dagelijks bestuur stelt ook Gedeputeerde Staten zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.

Artikel 38 Opheffing

  • 1.

    Deze regeling kan alleen worden opgeheven, door daartoe strekkende besluiten van ten minste twee derde van de Gemeenten, die samen ten minste twee derde van het aantal inwoners van de Gemeenten vertegenwoordigen, en mits de wet zich hiertegen niet verzet.

  • 2.

    Ingeval van opheffing van deze regeling besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

  • 3.

    Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het Algemeen bestuur, nadat de Raden van de Gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen.

  • 4.

    Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel.

  • 5.

    Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de Gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van SamenDrenthe.

  • 6.

    Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de beëindiging heeft voor de door SamenDrenthe en haar organen gevormde archieven.

  • 7.

    Het Dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

  • 8.

    Het definitieve afwikkelingsvoorstel voor de liquidatie en de bijbehorende vereffening naar de Gemeenten (inclusief accountantsverklaring) wordt door het Algemeen bestuur op voordracht van het Dagelijks bestuur vastgesteld.

  • 9.

    De organen van SamenDrenthe blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Hoofdstuk 15 Slotbepalingen

Artikel 39 Duur van de regeling

Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.

Artikel 40 Evaluatie

  • 1.

    Het Algemeen bestuur kan besluiten tot een evaluatie van deze regeling.

  • 2.

    Naast het bepaalde in het eerste lid vindt evaluatie plaats wanneer ten minste twee derde van de Raden van de Gemeenten daarom vraagt.

Artikel 41 Bekendmaking

Het gemeentebestuur van de gemeente Assen draagt overeenkomstig artikel 26, eerste lid, van de Wet zorg voor bekendmaking van het besluit tot vaststelling van deze regeling, van de besluiten tot wijziging en opheffing van deze regeling en van besluiten tot toetreding en uittreding in het door dat gemeentebestuur uitgeven gemeenteblad.

Artikel 42 Inwerkingtreding

De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 januari 2026, onverminderd het bepaalde in artikel 26, derde lid van de Wet.

Artikel 43 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling SamenDrenthe’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld, met in achtneming van artikel 31 van deze regeling, door de Colleges van Burgemeester en wethouders van de Gemeenten Aa en Hunze, Assen, Borger-doorn, Coevorden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld en De Wolden en bevestigd door het Algemeen bestuur in zijn vergadering van 17 december 2025. de Voorzitter de secretaris R. Wanders N. Vedelaar