Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737599
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737599/1
Subsidieregeling financieringsarrangement Rotterdams Restauratiefonds
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-06-2025
Intitulé
Subsidieregeling financieringsarrangement Rotterdams RestauratiefondsHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van 25 maart 2025;
gelet op artikel 3, derde lid en de artikelen 4, 5, 8 en 12a van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
overwegende dat het wenselijk is een financieringsarrangement vast te stellen dat bijdraagt aan de instandhouding van Rotterdamse monumenten;
besluit:
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- -
gebruiksoppervlak: de vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen;
- -
lening: laagrentende hypothecaire lening;
- -
monument: monument of archeologisch monument, dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister krachtens de Erfgoedverordening Rotterdam 2020;
- -
Nationaal Restauratiefonds: de Stichting Nationaal Restauratiefonds;
- -
restauratie: het aanbrengen van voorzieningen, treffen van maatregelen en verrichten van werkzaamheden voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van een monument;
- -
Rotterdams Restauratiefonds: fonds van de gemeente Rotterdam in beheer bij het Nationaal Restauratiefonds, ten laste waarvan door het Nationaal Restauratiefonds leningen worden verstrekt voor het treffen van voorzieningen aan monumenten;
- -
voorziening: tastbare bouwkundige of installatietechnische aanpassing.
Artikel 2 Toepassingsbereik
Deze regeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie in de vorm van een lening door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
-
1. Subsidie in de vorm van een lening wordt uitsluitend verstrekt voor restauratie van een monument, indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden.
-
2. De werkzaamheden en voorzieningen ten behoeve van de restauratie zijn sober, doelmatig, technisch noodzakelijk en gericht op maximaal behoud van de aanwezige monumentale waarden.
-
3. Sober en doelmatig houdt in dat de werkzaamheden gericht moeten zijn op maximaal behoud van monumentale waarden, dat ze op een vakkundige wijze worden uitgevoerd en dat met de werkzaamheden verval en vervolgschade worden voorkomen.
-
4. Indien tijdens de restauratie tevens isolatiemaatregelen getroffen kunnen worden, is het toegestaan een deel van de subsidie in de vorm van een lening hiervoor aan te wenden.
Artikel 4 Doelgroep
Een subsidie in de vorm van een lening wordt uitsluitend verstrekt aan:
- a.
een eigenaar;
- b.
een natuurlijk persoon of rechtspersoon die recht van erfpacht of recht van opstal heeft op het monument;
- c.
de vereniging van eigenaren, indien het monument is gesplitst in appartementsrechten.
Artikel 5 Subsidiabele kosten
-
1. Voor subsidie in de vorm van een lening komen in aanmerking de kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
-
2. De kosten van de werkzaamheden en voorzieningen waarvan in de bijlage is vermeld dat het subsidiabele kosten zijn, komen in ieder geval voor subsidie in de vorm van een lening in aanmerking.
-
3. Niet voor subsidie in de vorm van een lening komen in aanmerking de kosten van werkzaamheden en voorzieningen waarvan in de bijlage is vermeld dat deze niet subsidiabel zijn.
-
4. Als de subsidiabele kosten minder bedragen dan € 10.000 komen de kosten niet in aanmerking voor een subsidie in de vorm van een lening.
Artikel 6 Hoogte van de subsidie in de vorm van een lening
-
1. De subsidie in de vorm van een lening bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten na aftrek van bijdragen van derden, maar niet meer dan:
- a.
€ 100.000 indien het monument 100 m² of minder gebruiksoppervlak heeft;
- b.
€ 200.000 indien het monument meer dan 100 m² en 250 m² of minder gebruiksoppervlak heeft;
- c.
€ 300.000 indien het monument meer dan 250 m² en 500 m² of minder gebruiksoppervlak heeft;
- d.
€ 400.000 indien het monument meer dan 500 m² gebruiksoppervlak heeft.
- a.
-
2. De subsidie voor het toepassen van isolatiemaatregelen bedraagt ten hoogste 25% van de totale subsidie in de vorm van een lening.
Artikel 7 Subsidieplafond
-
1. Het subsidieplafond voor 2025 bedraagt € 2.600.000.
-
2. Het subsidieplafond voor volgende jaren wordt jaarlijks door het college bij separaat besluit vastgesteld.
Artikel 8 Wijze van verdeling
-
1. Verstrekking van subsidie in de vorm van een lening vindt plaats op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
2. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.
-
3. Als de volgorde van ontvangst niet kan worden bepaald, wordt de volgorde bepaald door loting.
Artikel 9 Aanvraag
-
1. Een aanvraag wordt ingediend via www.rotterdam.nl/subsidies door middel van het daarvoor ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.
-
2. Bij de aanvraag wordt een begroting, gevoegd, met daarin in ieder geval opgenomen de financiële middelen die door derden worden bijgedragen. In de begroting wordt onderscheid gemaakt in:
- a.
de kosten voor het uitvoeren van de restauratie van het monument;
- b.
de kosten voor het uitvoeren van isolatiemaatregelen aan het monument;
- a.
-
3. Bij de aanvraag wordt een afschrift overgelegd van de vereiste omgevingsvergunningen voor de subsidiabele activiteiten.
Artikel 10 Verstrekken van de lening door het Nationaal Restauratiefonds
-
1. De subsidie in de vorm van een lening wordt verleend onder opschortende voorwaarde van de positieve uitslag van de financiële krediettoets en de integriteitstoets die worden uitgevoerd door het Nationaal Restauratiefonds.
-
2. De overeenkomst van lening wordt aangegaan met het Nationaal Restauratiefonds.
-
3. Het Nationaal Restauratiefonds kan op basis van de beoordeling van de kredietwaardigheid en de integriteit van de aanvrager bepalen dat een lagere lening wordt verstrekt dan is bepaald in de verleningsbeschikking.
-
4. De lening is niet overdraagbaar en wordt bij vervreemding van het monument volledig afgelost.
-
5. In het geval het Nationaal Restauratiefonds oordeelt dat zij geen lening kan verstrekken op grond van de kredietbeoordeling van de aanvrager, deelt het dit mee aan het college.
Artikel 11 Bouwrekening
-
1. Voor de uitbetaling van facturen opent het Nationaal Restauratiefonds een bouwrekening.
-
2. Het Nationaal Restauratiefonds betaalt via de bouwrekening op basis van declaraties uit aan de subsidieontvanger.
-
3. Het saldo op de bouwrekening bedraagt maximaal het bedrag waarvoor de subsidie in de vorm van een lening is verstrekt.
Artikel 12 Aanvullende weigeringsgronden
De subsidie in de vorm van een lening kan worden geweigerd als:
- a.
met het uitvoeren van werkzaamheden is begonnen voordat de subsidie is verstrekt;
- b.
voor de voorzieningen binnen een termijn van vijftien jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend reeds een lening ingevolge deze regeling of de Nadere regels voor aanvragen krachtens de Verordening Rotterdams Restauratiefonds 2006 (Gemeenteblad 2007, 205) is verstrekt;
- c.
voor de subsidiabele activiteiten een of meer omgevingsvergunningen zijn vereist en deze niet zijn verleend;
- d.
er op het monument, waarop de aanvraag betrekking heeft, beslag is gelegd.
Artikel 13 Intrekkingsgronden
De subsidie in de vorm van een lening kan in ieder geval worden ingetrokken als:
- a.
de aanvrager in staat van faillissement verkeert;
- b.
de aanvrager surseance van betaling is verleend;
- c.
beslag is gelegd op het monument.
Artikel 14 Verplichtingen aanvrager
-
1. Aan de subsidie in de vorm van een lening zijn de volgende verplichtingen verbonden:
- a.
er wordt geen schade toegebracht aan de monumentale waarde van het monument;
- b.
de activiteiten worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften en verplichtingen ingevolge de vereiste omgevingsvergunning;
- c.
de aanvang van het werk wordt tenminste twee weken voorafgaand aan de uitvoering gemeld bij het college;
- d.
met de uitvoering van de werkzaamheden is begonnen binnen 52 weken na de datum van verzending van de verleningsbeschikking;
- e.
voor de duur van de restauratie is een construction all risk-verzekering afgesloten;
- f.
binnen 130 weken na de verleningsbeschikking zijn de subsidiabele activiteiten voltooid;
- g.
binnen dertien weken na afronding van de werkzaamheden wordt een gereedmelding ingediend;
- h.
voor de gereedmelding maakt de eigenaar gebruik van het daarvoor door het college vastgestelde gereedmeldingsformulier;
- i.
aan de door het college met controle belaste personen krijgen ter controle van de werkzaamheden toegang tot het monument waarvoor de verleningsbeschikking is verleend.
- a.
-
2. Het college kan op verzoek van de aanvrager besluiten af te wijken van de termijnen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c, d en f.
Artikel 15 Overgangsbepalingen
De Nadere regels voor aanvragen krachtens de Verordening Rotterdams Restauratiefonds 2006 (Gemeenteblad 2007, 205) worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op reeds verleende subsidies en op aanvragen die voor inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend.
Artikel 16 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2025.
Artikel 17 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling financieringsarrangement Rotterdams Restauratiefonds.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 25 maart 2025.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010 - 267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Subsidieregeling financieringsarrangement Rotterdams Restauratiefonds
- •
ALGEMEEN
- •
01 VOOR HET WERK GELDENDE VOORWAARDEN
- •
01.02 ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
Keuring van materialen, bouwstoffen en grond:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het keuren van te verwerken materialen, bouwstoffen en grond, mits de keuring noodzakelijk is en wordt uitgevoerd door een bekwaam keuringsinstituut.
- ○
- •
01.04 VERREKENING WIJZIGING KOSTEN EN PRIJZEN
Aannemerskosten:
-
- ○
de te verwerken materialen op grond van deze regeling,
- ○
de loonkosten van het aannemerspersoneel
- ○
de werkzaamheden uitgevoerd door onderaannemers,
- ○
in geval van ingrijpende werkzaamheden, de opslagkosten voor een bouwplaats tot een maximum van 20%, stelposten en verrekenposten. Hieronder worden in elk geval begrepen: de algemene bouwplaatskosten ABK, algemene kosten AK en winst en risico W&R.
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
precario en andere gemeentelijke heffingen,
- ○
heffingen voortkomend uit verordeningen,
- ○
renteverlies, financiering, notaris, afsluitprovisie en dergelijke.
- ○
Zelfwerkzaamheid:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de te verwerken materialen,
- ○
de afschrijving dan wel huur van het benodigde materieel,
- ○
de arbeidsuren van de eigenaar of zijn personeel, mits die ten behoeve van werkzaamheden aan zijn monument zijn gemaakt in het kader van een door hem gedreven onderneming en ze achteraf kunnen worden aangetoond.
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de arbeidsuren van de eigenaar of vrijwilliger die zelf instandhoudingswerkzaamheden verricht.
- ○
Overige kosten:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
specialistische werkzaamheden door derden
- ○
Legeskosten:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
leges betreffende de omgevingsvergunning tot een maximum van 1,5% van de subsidiabele kosten.
- ○
Omzetbelasting of btw:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de omzetbelasting of btw tot een maximum van 21%, tenzij deze fiscaal verrekenbaar is waarbij de tussentijdse aanpassing van de btw-percentages in deze wordt beschouwd als meer- of minderwerk.
- ○
- •
01.05 TEKENINGEN EN BEREKENINGEN
Aanvullende tekeningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het vervaardigen van aanvullende detail- of uitvoerings- of werktekeningen, mits dergelijke tekeningen nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag dan wel voor de correcte uitvoering van het plan.
- ○
- •
01.06 ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
aanleg en onderhoud van Arbo-voorzieningen van meer permanente aard ten behoeve van veilig inspecteren en uitvoeren van werkzaamheden. Hiervoor wordt verwezen naar de paragrafen 32, 33, 70 en 84. Tijdelijke Arbo-voorzieningen op de bouwplaats vallen onder de verantwoordelijkheid van de aannemer.
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
Arbo-voorzieningen welke verband houden met het verkrijgen of behouden van een gebruiksvergunning.
- ○
- •
05 BOUWPLAATSVOORZIENINGEN
- •
05.00 ALGEMEEN
Groot materieel:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het inzetten van groot materieel
- ○
het inzetten van paardentractie.
- ○
- •
10 STUT- EN SLOOPWERK
- •
10.00 ALGEMEEN
Saneringen en verwijderingen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het als dan niet tijdelijk verwijderen van materialen of onderdelen, inclusief het daarvoor in te zetten materieel.
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het maken van doorbraken en overige werkzaamheden voor zover voortvloeiend uit comfortverbetering of veranderd gebruik.
- ○
Stut en stempelwerk:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
stut- en stempelwerk tijdens de werkzaamheden.
- ○
Beschermende voorzieningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
beschermende voorzieningen voor monumentale onderdelen
- ○
- •
12 GRONDWERK
- •
12.00 ALGEMEEN
Civiele werken, uitgezonderd groene monumenten:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het schoon en op diepte houden van grachten, watergangen en vijvers (zie ook paragraaf 17),
- ○
de instandhouding van aard- en waterwerken (zie ook paragraaf 17).
- ○
Voor werkzaamheden aan hierbij behorende onderdelen van bouwkundige of werktuigbouwkundige aard wordt verwezen naar de desbetreffende paragrafen.
- •
14 BUITENRIOLERING EN DRAINAGE
- •
14.00 ALGEMEEN
Riolering en drainage;
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding en zo nodig vernieuwing van de aansluitingen van de hemelwaterafvoeren op de (hoofd)riolering, tot maximaal één meter uit de gevel van het monument,
- ○
de instandhouding en zo nodig vernieuwing van de riolering, voor zover ten behoeve van de hemelwaterafvoeren, tot maximaal één meter uit de gevel van het monument,
- ○
aanleg en onderhoud van drainage ten behoeve van een adequate waterafvoer.
- ○
- •
15 TERREINVERHARDINGEN
- •
15.00 ALGEMEEN
Bestrating:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van bestrating, en het periodiek voorzien van een nieuwe top- of verhardingslaag
- ○
het herstel van de bestrating na werkzaamheden aan hemelwaterafvoeren, riolering en drainage als genoemd in paragraaf 14.
- ○
- •
17 TERREININRICHTING
- •
17.00 ALGEMEEN
Deze paragraaf betreft diverse bouwkundige en weg- en waterbouwkundige elementen. Deze kunnen zelfstandig beschermd zijn.
Bouwkundige elementen (geen gebouw zijnde):
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van bouwkundige elementen
- ○
vervanging van dergelijke bouwkundige elementen indien herstel niet meer mogelijk is.
- ○
Voor omvangrijke metsel-, smeed- en timmerwerkzaamheden aan bouwkundige elementen wordt verwezen naar de paragrafen 22, 43 en 45.
Bruggen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van bruggen die deel uitmaken van de aanleg
- ○
vervanging van bestaande bruggen indien herstel niet meer mogelijk is,
- ○
het aanbrengen van een eenvoudige houten loopbrug, indien de verbinding van belang is voor de aanleg en de voorganger geheel verdwenen is.
- ○
Civiele werken:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van aardwerken
- ○
de instandhouding van molenbergen, molenerven en molenwerven voor zo ver gelegen binnen een cirkel met het hart van de molen als middelpunt en een middellijn die gelijk is aan die van het wieken-kruis dan wel tot maximaal zes meter uit de buitengevel van de watergedreven molen,
- ○
het opvullen van gaten, ontgravingen en rijsporen.
- ○
Voor werkzaamheden aan hierbij behorende onderdelen van bouwkundige of werktuigbouwkundige aard wordt verwezen naar de paragrafen 21, 22, 24, 25, 43 en 90.
Waterpartijen en waterlopen inclusief bijbehorende stuwen en duikers, waterpeilen en waterkwaliteit:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van waterlopen van poldermolens en watergedreven molens met de vanouds daarbij behorende elementen en onderdelen binnen een cirkel met het hart van de molen als middelpunt en een middellijn die gelijk is aan die van het wiekenkruis dan wel tot maximaal zes meter uit de buitengevel van de watergedreven molen,
- ○
de instandhouding van duikers en stuwen.
- ○
- •
20 FUNDERINGSPALEN EN DAMWANDEN
- •
20.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van funderingspalen of damwanden (hout, beton of staal),
- ○
de vervanging dan wel het aanbrengen van funderingspalen of damwanden (hout, beton of staal).
- ○
- •
21 BETONWERK
- •
21.00 ALGEMEEN
Betonconstructies:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van betonconstructies
- ○
de instandhouding van betonnen onderdelen
- ○
de instandhouding van civiele en militaire werken
- ○
Funderingen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
herstel van betonnen funderingsconstructies,
- ○
de vervanging van betonnen funderingsconstructies indien herstel niet meer mogelijk is.
- ○
Behandelingen en voorzieningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het behandelen van betonwerk tegen gevolgschade door roestende wapening,
- ○
het behandelen van betonnen onderdelen of constructies, indien overlast van vocht of water niet door drainage alleen kan worden weggenomen,
- ○
- •
22 METSELWERK
- •
22.00 ALGEMEEN
Metselwerk:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van al dan niet dragend metselwerk
- ○
het herstel van scheuren en het vervangen van kapotte stenen.
- ○
Voegwerk:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van het voegwerk inclusief het op bijpassende manier opnieuw aanbrengen van uitgevallen voegwerk,
- ○
het op bijpassende manier vervangen van voegwerk, doch uitsluitend omdat de waterkerende werking van het metselwerk van de gevel niet meer voldoende is.
- ○
Funderingen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
herstel van gemetselde funderingsconstructies,
- ○
de vervanging van gemetselde funderingsconstructies indien herstel niet meer mogelijk is.
- ○
Afdekkingen en bekledingen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding of het vervangen van houten, metalen of stenen afdekkingen en bekledingen van opgaand metselwerk, geveltoppen, kroonlijsten en dergelijke.
- ○
Behandelingen en voorzieningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het met water onder lage druk en lage temperatuur, zonder toegevoegde materialen als zand of chemicaliën reinigen van metselwerk ter verwijdering en bestrijding van mos, algen en dergelijke,
- ○
het om bouwfysische redenen behandelen van metselwerk, indien overlast van vocht en water niet door drainage alleen kan worden weggenomen,
- ○
het schoonmaken van de bovenkant van stenen gewelven
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het impregneren van gevelmetselwerk.
- ○
- •
24 RUWBOUWTIMMERWERK
- •
24.00 ALGEMEEN
Houtconstructies:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van houten draag-, gewelf-, kap- en vakwerkconstructies,
- ○
de instandhouding van het staande werk van molens,
- ○
de instandhouding van het gaande werk van molens, zie hierover ook paragraaf 90,
- ○
de instandhouding van ingebouwde en vrijstaande klokkenstoelen en klokkentorens of dakruiters met alle daarbij behorende onderdelen als onderslagbalken, vlonders en trappen, zie ook paragraaf 91,
- ○
de instandhouding van orgelbalkons, balgstoelen en andere houten orgelconstructies, zie ook paragraaf 91,
- ○
de instandhouding van houten elementen en onderdelen,
- ○
het versterken of gedeeltelijk dan wel geheel vervangen van de hiervoor bedoelde houtconstructies.
- ○
Funderingen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van houten funderingsconstructies,
- ○
het gedeeltelijk of geheel vervangen van houten funderingsconstructies indien herstel niet meer mogelijk is.
- ○
Beschietingen, bekledingen en betimmeringen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding en het gedeeltelijk of geheel vervangen van dakbeschot, gewelfbeschot, vloerdelen en dergelijke,
- ○
de instandhouding en het gedeeltelijk of geheel vervangen van bijbehorende betimmeringen
- ○
de instandhouding van balgen- en uurwerkkamers, zie ook paragraaf 91.
- ○
Behandelingen en voorzieningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
een curatieve behandeling tegen houtaantasters,
- ○
een bescherming tegen vocht en water door middel van vochtwerende, dampremmende lagen,
- ○
een conserverende behandeling van het gaande en staande werk van molens,
- ○
het schoonmaken van de bovenkant van houten gewelven.
- ○
- •
25 METAALCONSTRUCTIEWERK
- •
25.00 ALGEMEEN
Metaalconstructies:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van gietijzeren, smeedijzeren of stalen constructies.
- ○
Behandelingen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
een roestwerende behandeling of beschermlaag.
- ○
het, al dan niet conform brandpreventievoorschriften, aanbrengen van brandwerende of brand-isolerende voorzieningen.
- ○
- •
26 BOUWKUNDIGE KANAALELEMENTEN
- •
26.00 ALGEMEEN
Schoorstenen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van schoorstenen met bijbehorende schoorsteenkanalen,
- ○
de instandhouding van schoorsteenkappen en roosters.
- ○
Schachten en kokers:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding en de gedeeltelijke dan wel gehele vervanging van schachten en kanalen en stortkokers.
- ○
- •
30 KOZIJNEN, RAMEN EN DEUREN
- •
30.00 ALGEMEEN
Kozijnen, ramen, deuren en dergelijke:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van kozijnen, ramen en deuren,
- ○
de instandhouding van vensteronderdelen,
- ○
de instandhouding van daklichten, dakkoepels en dakstraten,
- ○
de instandhouding van galmborden, dakluiken en dergelijke elementen,
- ○
het gedeeltelijk dan wel geheel vervangen van hiervoor genoemde onderdelen en elementen
- ○
Hang- en sluitwerk:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van hang- en sluitwerk van ramen, deuren en luiken,
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het aanbrengen van extra veiligheidsvoorzieningen,
- ○
het periodiek nalopen en smeren van hang- en sluitwerk.
- ○
- •
31 SYSTEEMBEKLEDINGEN
- •
31.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van systeembekledingen.
- ○
- •
32 TRAPPEN EN BALUSTRADEN
- •
32.00 ALGEMEEN
Trappen en balustraden:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van trappen en traponderdelen.
- ○
Arbo-voorzieningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
aanleg en onderhoud van voorzieningen, conform de Arbo-wet- en regelgeving, ten behoeve van veilig inspecteren en uitvoeren van werkzaamheden.
- ○
- •
33 DAKBEDEKKINGEN
- •
33.00 ALGEMEEN
Dak- en gevelbedekkingen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van dakbedekkingen,
- ○
de instandhouding of het aanbrengen van ventilatiepannen en –roosters,
- ○
de instandhouding van afdekkingen en bedekkingen van gevels, zijwangen van dakkapellen, ornamenten, dakranden en daklijsten,
- ○
het gedeeltelijk dan wel geheel vervangen van dak- en gevelbedekkingen.
- ○
Voor het saneren en verwijderen van asbesthoudende onderdelen zie paragraaf 10.
Balkons, luifels en dergelijke:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van afdekkingen en bekledingen van en op balkons, luifels, galerijen, veranda’s en dergelijke,
- ○
het gedeeltelijk dan wel geheel vervangen van dergelijke afdekkingen en bekledingen.
- ○
Behandelingen en voorzieningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
een bescherming tegen vocht en water door middel van vochtwerende, dampremmende lagen.
- ○
Arbo-voorzieningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
aanleg en onderhoud van voorzieningen, conform de Arbo-wet- en regelgeving, ten behoeve van veilig inspecteren en uitvoeren van werkzaamheden.
- ○
- •
34 BEGLAZING
- •
34.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van glas-in-lood ramen, al dan niet gebrandschilderd,
- ○
het gedeeltelijk dan wel geheel vervangen van de beglazing, mits dit geschiedt op een bijpassende wijze of met een in stijl passende glassoort,
- ○
het vervangen van enkele beglazing voor isolerende beglazing, mits die geschiedt op een bijpassende wijze of met een in stijl passende glassoort.
- ○
het aanbrengen van tegen teloorgang en vandalisme beschermende voorzetbeglazing bij bijzonder ontworpen glas-in-loodramen, waaronder gebrandschilderd glas.
- ○
- •
35 NATUUR- EN KUNSTSTEEN
- •
35.00 ALGEMEEN
Natuursteenwerken en -beeldhouwwerken:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van natuursteenwerken
- ○
de instandhouding van natuurstenen beeldhouwwerken,
- ○
het gedeeltelijk dan wel geheel vervangen van natuursteenwerken en natuurstenen beeldhouwwerken.
- ○
Behandelingen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het conserverend behandelen van natuursteenwerken
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het impregneren van natuur- en kunststeenwerk.
- ○
- •
36 VOEGVULLING
- •
36.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van voegvullingen of mortels ten behoeve van de noodzakelijke afwerking of afdichting,
- ○
het vervangen dan wel aanbrengen van voegvullingen of mortels ten behoeve van afwerking of afdichting mits dit geschiedt op een bijpassende wijze of met een in stijl passende voegvulling.
- ○
- •
37 NA-ISOLATIE
- •
37.00 ALGEMEEN
Isolatie:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van aanwezig isolatiemateriaal.
- ○
Na-isolatie:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het isoleren of na isoleren van een monumentale waterinstallatie om bevriezing daarvan te voorkomen.
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het aanbrengen van overig isolatiemateriaal.
- ○
- •
38 GEVELSCHERMEN
- •
38.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van gevelschermen.
- ○
- •
40 STUKADOORWERK
- •
40.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van binnen- en buitenstucwerk,
- ○
de instandhouding van stucwerk ornamenten, zowel binnen als buiten,
- ○
het gedeeltelijk dan wel geheel vervangen van het stucwerk,
- ○
het gebruiken van stucwerkdragers en stucwerkprofielen.
- ○
- •
41 TEGELWERK
- •
41.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van tegelwerk,
- ○
het vervangen van kapotte tegels.
- ○
- •
42 DEKVLOEREN EN VLOERSYSTEMEN
- •
42.00 ALGEMEEN
Vloerafwerkingen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van vloerafwerkingen,
- ○
het aanbrengen van vloerbeschermende voorzieningen.
- ○
Voor de instandhouding van geschilderde vloerdecoraties zie paragraaf 46.
- •
43 METAAL- EN KUNSTSTOFWERK
- •
43.00 ALGEMEEN
Metaalwerken en metalen ornamenten:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van metaalwerken
- ○
de instandhouding van decoratieve metalen ornamenten.
- ○
Roosters en dergelijke:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van vloerluiken en -roosters,
- ○
de instandhouding van ventilatieroosters,
- ○
het aanbrengen en instandhouden van gaasramen en roosters ter bescherming van monumentale onderdelen,
- ○
de instandhouding van blad- en sneeuwroosters in goten,
- ○
het vervangen of aanbrengen van roosters of luiken,
- ○
Hijs- en ankerwerken:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van hijswerken,
- ○
de instandhouding van ankerwerken en bevestigingen,
- ○
het aanbrengen van ankers en bevestigingen.
- ○
- •
44 PLAFOND- EN WANDSYSTEMEN
- •
44.00 ALGEMEEN
Plafonds en wanden:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van plafonds en wanden van glas, hout, leem, leer, metaal of textiel, al dan niet bevestigd op tengel- en rachelwerk, riet, steengaas en dergelijke,
- ○
de instandhouding van al dan niet geschilderde plafond- en wanddecoraties en ornamenten, zie hiervoor ook de paragrafen 46, 47 en 48.
- ○
- •
45 AFBOUWTIMMERWERK
- •
45.00 ALGEMEEN
Aftimmerwerk:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van aftimmerwerk buiten,
- ○
de instandhouding van aftimmerwerk binnen,
- ○
de instandhouding van decoratieve houten elementen.
- ○
Behandelingen en voorzieningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
een curatieve behandeling tegen houtaantasters, mits deze aantoonbaar actief zijn en de behandeling wordt uitgevoerd door een ter zake deskundige,
- ○
een bescherming tegen vocht of water door middel van vochtwerende, dampremmende lagen.
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
een preventieve behandeling tegen houtaantasters.
- ○
- •
46 SCHILDERWERK
- •
46.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
schilderwerk buiten,
- ○
schilderwerk binnen voor zover het de binnenzijde van kozijnen, ramen en deuren in de buitengevel betreft,
- ○
de instandhouding van bijzonder schilderwerk binnen of geschilderde decoraties.
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het periodiek wassen of reinigen van schilderwerk.
- ○
- •
47 BINNENINRICHTING
- •
47.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van interieurs en interieurelementen voor zover die hecht met het gebouw verbonden zijn,
- ○
specialistisch schoonmaakwerk,
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
werkzaamheden ten behoeve van de instandhouding van losse interieurelementen,
- ○
regulier schoonmaakwerk.
- ○
- •
48 BEHANGWERK, VLOERBEDEKKING EN STOFFERING
- •
48.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van interieurafwerkingen,
- ○
het aanbrengen van interieurbeschermende voorzieningen.
- ○
- •
50 DAKGOTEN EN HEMELWATERAFVOEREN
- •
50.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van goten of gootbekledingen, vergaarbakken en hemelwaterafvoeren,
- ○
het gedeeltelijk dan wel geheel vervangen van goten of gootbekledingen, vergaarbakken en hemelwaterafvoeren.
- ○
- •
51 BINNENRIOLERING
- •
51.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van binnenriolering met bijbehorende onderdelen.
- ○
- •
52 WATERINSTALLATIES
- •
52.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van waterinstallaties met bijbehorende onderdelen.
- ○
- •
53 SANITAIR
- •
53.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van sanitair met bijbehorende onderdelen.
- ○
- •
61 VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES
- •
61.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van binnen- en buitenroosters, ventilatie- en dakkappen,
- ○
aanleg en onderhoud van ventilatie- en bevochtigingsinstallaties ter bescherming van interieurs.
- ○
- •
80 LIFTINSTALLATIES
- •
80.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van personen- en goederenliftinstallaties.
- ○
- •
81 ROLTRAPPEN EN ROLPADEN
- •
81.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van roltrappen en rolpaden.
- ○
- •
82 HEF- EN HIJSINSTALLATIES
- •
82.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van hef- en hijsinstallaties.
- ○
- •
83 GOEDERENTRANSPORT- EN -DISTRIBUTIESYSTEMEN
- •
83.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van goederentransport- en distributiesystemen.
- ○
- •
84 GEVELONDERHOUDINSTALLATIES
- •
84.00 ALGEMEEN
Arbo-voorzieningen:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
aanleg en onderhoud van voorzieningen, conform de Arbo-wet- en regelgeving, ten behoeve van veilig inspecteren en uitvoeren van werkzaamheden.
- ○
- •
90 WERKTUIGBOUWKUNDIGE INSTALLATIES
- •
90.00 ALGEMEEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van werktuigbouwkundige installaties en onderdelen aan of in of van:
- •
civiele monumenten,
- •
industriële monumenten,
- •
molens.
- •
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van later aangebrachte of toegevoegde installaties en bijbehorende werken, tenzij deze expliciet in de registeromschrijving van het monument zijn opgenomen.
- ○
- •
91 KLINKENDE ONDERDELEN VAN MONUMENTEN (luidklokken, beiaarden, orgels, uurwerken, e.d.)
- •
91.00 ALGEMEEN
Algemeen:
Omdat veel werkzaamheden voor met name de functionele instandhouding van klinkende onderdelen van monumenten specifiek en specialistisch van aard zijn, is ervoor gekozen hier een aparte paragraaf voor op te nemen. Voor subsidie komen alleen in aanmerking werkzaamheden aan klinkende onderdelen van monumenten die een monumentale waarde hebben.
Luidklokken:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van de luidklokken,
- ○
de instandhouding van de klokophanging,
- ○
de instandhouding van klepels en slaghamers,
- ○
de instandhouding van de luidinrichting.
- ○
Voor de klokkenstoel of klokkentoren of dakruiter en bijbehorende onderdelen zie paragraaf 24.
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de vervanging van een historisch verantwoorde klepel of klepelophanging door een moderne uitvoering,
- ○
de vervanging van mechanische slaghamers door magneethamers,
- ○
het buiten gebruik stellen of vervangen door een nieuwe luidklok.
- ○
Beiaarden:
Zie onder luidklokken. Daarnaast:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van de tractuur van het handspel en automatisch spel,
- ○
de instandhouding van de speeltrommel, de aandrijving van de speeltrommel en noten,
- ○
de instandhouding van mechanische speelhamers,
- ○
de instandhouding van het klavier,
- ○
Voor de klokkenstoel of klokkentoren of dakruiter en bijbehorende onderdelen zie paragraaf 24.
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de vervanging van de gewichtsaandrijving van een speeltrommel door een elektromotor,
- ○
Orgels:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van het instrument,
- ○
schilderwerk in het kader van een algeheel herstel van het instrument,
- ○
de functionele instandhouding van het,
- ○
aanleg en onderhoud van klimaatbeheersingsapparatuur in of nabij het instrument.
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
wijziging van de klankgeving,
- ○
een stemhulp,
- ○
herstelwerk als gevolg van onoordeelkundig stemwerk.
- ○
Uurwerken:
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
de instandhouding van het uurwerk en zijn aandrijving,
- ○
schilder- en verguldwerk aan uurwerk en wijzerplaat,
- ○
de instandhouding van de wijzerring- en wijzerplaatverlichting,
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
het ombouwen of wijzigen van mechanisch uurwerk naar elektrisch uurwerk,
- ○
werkzaamheden aan moederklokken en afstandgestuurde elektronica.
- ○
- •
92 GROENE MONUMENTEN
Zie onder 17: Terreininrichtingen
Daarnaast zijn subsidiabel de kosten van:
-
- ○
instandhouding van de aangelegde elementen van een groen monument.
- ○
- •
ISOLATIEMAATREGELEN
Subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
Gevelisolatie
- ○
Spouwmuurisolatie
- ○
Dakisolatie
- ○
Vloerisolatie
- ○
Isolerende beglazing
- ○
Voorzetbeglazing
- ○
Isolerende deuren
- ○
Kierdichting
- ○
Niet subsidiabel zijn de kosten van:
-
- ○
Installaties voor energieopwekking
- ○
Toelichting op de Subsidieregeling financieringsarrangement Rotterdams Restauratiefonds
Algemeen
Rotterdam is een stad met een rijke geschiedenis. Deze geschiedenis komt tot leven in gebouwen en plekken in de stad die daar onderdeel van geweest zijn. Om te zorgen dat deze geschiedenis tastbaar en zichtbaar blijft, heeft de gemeente gemeentelijke monumenten aangewezen. Het is in het belang van de stad en de kenbaarheid van haar verhaal dat de gemeentelijke monumenten goed onderhouden zijn en dat hun monumentale waarden goed tot hun recht komen. Deze regeling beoogt de eigenaren van gemeentelijke monumenten te helpen bij de instandhouding van hun monument. Het primaire doel van de regeling is een financiële bijdrage te leveren in het restaureren van het monument. Maar instandhouding op de lange termijn is ook gebaat bij het terugdringen van het energiegebruik bij gebruik van het pand. Daarom wordt het ook mogelijk om de lening gedeeltelijk aan te wenden voor isolatiemaatregelen aan gemeentelijke monumenten.
De Subsidieregeling Financieringsarrangement Rotterdams Restauratiefonds regelt de aanspraak op een lening bij het Nationaal Restauratiefonds, aan eigenaren van gemeentelijke monumenten als geldelijke bijdrage in de kosten van restauratie of verduurzaming van hun monument.
Deze regeling heeft de vorm van nadere regels als bedoeld in artikel 3 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 (SVR 2014).
Dit betekent dat de SVR 2014 op de subsidies in de vorm van een lening van toepassing is. De grondslag van de SVR 2014 houdt onder meer in dat, in het geval ondernemingen eigenaar zijn van het monument, er een staatssteuntoets plaatsvindt. Dit houdt bijvoorbeeld in dat aanvragen tot vaststelling van de subsidies in de vorm van een lening worden ingediend conform artikel 15 van de SVR 2014.
Door deze regeling krijgen eigenaren het recht om een laagrentende hypothecaire lening aan te vragen bij het Nationaal Restauratiefonds van maximaal € 400.000.
Het rentepercentage wordt vastgesteld door het Nationaal Restauratiefonds. Het rentepercentage is lager dan de tarieven die gelden in de markt.
Indien de aanvrager een onderneming is, geldt dat het staatssteunkader van toepassing is. De aanvraag wordt dan getoetst aan artikel 53 en de algemene bepalingen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening
(Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard), dan wel aan de de-minimis verordening (Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun).
Artikelsgewijs
Artikel 1
Onder gebruiksoppervlak wordt verstaan het gebruiksoppervlak als bedoeld in NEN2580. De definitie die hier wordt gebruikt, is uit deze NEN-norm overgenomen.
Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
Subsidiabel zijn het aanbrengen van voorzieningen, treffen van maatregelen en verrichten van werkzaamheden voor het in stand houden van de cultuurhistorische waarden die het monument bezit. Daarbij heeft het college beoordelingsruimte. Het college beoordeelt of het aanbrengen van voorzieningen of het treffen van maatregelen en werkzaamheden noodzakelijk zijn voor het in stand blijven van de cultuurhistorische waarde. Omdat het een gemiste kans zou zijn om tijdens de restauratie niet tegelijkertijd maatregelen te treffen die energie besparen, kiest het college ervoor ook voor deze activiteiten een laagrentende lening bij het Nationaal Restauratiefonds af te sluiten. Het is niet mogelijk om een subsidie in de vorm van een lening te krijgen voor uitsluitend het treffen van isolatiemaatregelen.
Artikel 4 Doelgroep
Alleen eigenaren van gemeentelijke monumenten in Rotterdam komen in aanmerking voor subsidie. Tot de ‘eigenaar’ wordt gerekend VvE en de erfpachter die al dan niet gecombineerd met een opstalrecht de bevoegdheid heeft het monument te houden en te gebruiken.
Artikel 5 Subsidiabele kosten
Subsidiabel zijn de kosten die in de bijlage zijn opgenomen, mits die kosten ook zijn gericht op het maximaal behoud van de monumentale waarden en verder ook technisch noodzakelijk zijn. De kosten moeten voorts sober zijn. Dat betekent dat redelijkerwijs niet meer kosten worden gemaakt dan strikt noodzakelijk is voor het te dienen doel. In de bijlage zijn ook kosten genoemd die niet subsidiabel zijn.
Behalve de kosten die in de bijlage staan, kunnen andere kosten worden gesubsidieerd, mits die aan de voorwaarden van in het tweede lid voldoen.
Met het oog op een eenduidige toepassing is de bijlage opgezet volgens de STABU-bestekssystematiek.
Artikel 6 Hoogte van de subsidie in de vorm van een lening
De kosten voor isolatiemaatregelen kunnen maximaal 25% bedragen van de hoogte van de lening. Onder isolatiemaatregelen worden verstaan maatregelen zoals kierdichting of isolatie van wanden, kappen, vloeren en vensters. Een installatie zoals bijvoorbeeld een warmtepomp valt hier niet onder.
Artikel 7 Subsidieplafond
Het college heeft voor het kunnen verstrekken van leningen de beschikking over een restauratiefonds: het Rotterdams Restauratiefonds. Dit is een revolverend fonds. Dat betekent dat rente en aflossingen van leningen weer terugkomen in het fonds. Het bedrag dat in het fonds aanwezig is kan daardoor fluctueren. Aan het eind van een kalenderjaar wordt vastgesteld welk bedrag op dat moment in het fonds aanwezig is en beschikbaar voor het verstrekken van leningen. Dat bedrag vormt het uitgangspunt voor het subsidieplafond van het opvolgend jaar. Het college kan gedurende het kalenderjaar besluiten het subsidieplafond te wijzigen, bijvoorbeeld als de middelen in het fonds daarvoor aanleiding geven.
Artikel 10 Verstrekken van de lening door het Nationaal Restauratiefonds
Het college toetst aan deze regeling of een aanvrager in aanmerking komt voor subsidie in de vorm van een lening. Als de beschikking wordt verleend, gebeurt dit altijd onder de voorwaarde van een positieve uitslag van de financiële krediettoets die wordt uitgevoerd door het Nationaal Restauratiefonds. De verleningsbeschikking, dat is de subsidie in de vorm van een lening, komt daarom pas tot stand als de krediettoets, die in de bancaire sector gebruikelijk is, gunstig voor de aanvrager uitvalt.
Na een positieve krediettoets biedt het Nationaal Restauratiefonds de aanvrager een offerte aan voor een lening onder de voorwaarden die door het Nationaal Restauratiefonds worden gesteld. De subsidie in de vorm van een lening geeft dus aanspraak op een laagrentende hypothecaire lening die door het Nationaal Restauratiefonds met de leningnemer wordt afgesloten. De gemeente is geen partij in de leenovereenkomst. Verstrekte leningen komen ten laste van het Rotterdamse Restauratiefonds van de gemeente Rotterdam.
Artikel 11 Bouwrekening
De lening wordt verstrekt via een depot. Dit betekent dat de aanvrager declaraties ten laste van dat depot kan indienen bij het Nationaal Restauratiefonds. Het Nationaal Restauratiefonds draagt zorg voor de controle op de declaraties aan de hand van de verleningsbeschikking.
Artikel 12 Aanvullende weigeringsgronden
Dit artikel bevat weigeringsgronden, aanvullend op de weigeringsgronden op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de SVR 2014.
Artikel 13 Intrekkingsgronden
Het college kan de subsidie in de vorm van een lening in ieder geval intrekken als de aanvrager -al dan niet tijdelijk- in financiële problemen komt. Het voor de lening gereserveerde bedrag valt dan weer terug in het Rotterdams Restauratiefonds.
Bijlage
In de bijlage is een overzicht gegeven van werkzaamheden en voorzieningen waarvan de kosten in het kader van deze regeling subsidiabel kunnen zijn. Het is daarmee een nadere toelichting op artikel 5.
De bijlage is opgezet volgens de STABU-besteksystematiek. Het idee hierachter is dat het hiermee aansluit op de werkwijze van bouwkundige adviseurs en aannemers.
Op enkele onderdelen van de bijlage is een nadere toelichting gepast:
Bij onderdeel 01.04 Verrekening wijziging kosten en prijzen wordt beschreven dat de kosten voor zelfwerkzaamheid subsidiabel kunnen zijn. Daaronder kunnen de arbeidsuren van de eigenaar of zijn personeel worden opgevoerd, mits deze uren zijn gemaakt ten behoeve van werkzaamheden aan het monument en in het kader van een door de eigenaar gedreven onderneming. Deze uren dienen achteraf te kunnen worden aangetoond, bijvoorbeeld door middel van een accountantsverklaring.
01.04 Verrekening wijziging kosten en prijzen: Onder “overige kosten” wordt gesproken over specialistische werkzaamheden. Hiermee wordt gedoeld op werkzaamheden zoals specialistisch beeldhouwwerk of gespecialiseerd schilderwerk.
10 stut- en sloopwerk: Met “beschermende voorzieningen voor monumentale onderdelen” wordt gedoeld op voorzieningen zoals het voor of tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dichtleggen van een dak, het afdekken van een vloer, het inpakken van het orgel of van meubilair, of het beschermen van bomen.
17 Terreininrichtingen: Met “de instandhouding van bouwkundige elementen” wordt gedoeld op de instandhouding van elementen zoals grafzerken, hekwerken, lantaarns, pergola’s, standbeelden, veeroosters, veewering, vlonders en zonnewijzers. Met “aardwerken” wordt gedoeld op greppels, heuvels, taluds, terrassen, vliedbergen en dergelijke.
21 Betonwerk: Onder betonconstructies worden wanden, vloeren, daken, kolommen, liggers, portalen, consoles, balkons, klokkenstoelen en dergelijke verstaan. Onder betonnen onderdelen worden balusters, cementrustiek, dorpels, hekwerken, gevelbanden en -ornamenten verstaan. Onder civiele en militaire werken worden sluis- en kademuren, forten en schuilplaatsen verstaan.
24 Ruwbouwtimmerwerk: Onder curatieve behandelingen tegen houtaantasters worden curatieve behandelingen verstaan tegen insecten, schimmels en zwammen.
35 Natuur- en Kunststeen: Onder natuursteenwerken worden balustraden, bordessen, dorpels, gevelbanden, kolommen, neuten, plinten, stoeppalen, traptreden en vloeren verstaan. Onder natuurstenen beeldhouwwerken worden decoratieve elementen en ornamenten zoals klauwstukken, kruisbloemen, pinakels en voluten verstaan.
38 Gevelschermen: Onder gevelschermen worden wind- en zonneschermen verstaan.
43 Metaalwerken: Onder metaalwerken worden gietijzeren of smeedijzeren of stalen hekwerken, balusters, kolommen en molenassen verstaan.
45 Afbouwtimmerwerk: Onder curatieve behandelingen tegen houtaantasters worden curatieve behandelingen verstaan tegen insecten, schimmels en zwammen.
47 Binneninrichting: Onder interieurelementen die hecht met het gebouw verbonden zijn worden elementen zoals bedsteden, grafzerken, haarden, hekwerken, kasten, kerkbanken, orgelkassen, schouwen en tochtportalen verstaan. Onder losse interieurelementen worden interieurelementen zoals boeken, gebruiksvoorwerpen, gordijnen, kandelaars, los meubilair, rouwborden en schilderijen verstaan.
48 Behangwerk, vaste vloerbedekking en stoffering: Onder interieurafwerkingen worden interieurafwerkingen zoals behangwerk, vaste vloerbedekking en stoffering, geschilderde behangsels, goudleer en textiele bespanningen; tapijten en lopers verstaan.
90 Werktuigbouwkundige installaties: Onder werktuigbouwkundige installaties van civiele monumenten worden onder andere brug- en sluisbedieningswerken verstaan. Onder werktuigbouwkundige installaties van industriële monumenten worden onder andere zoals machinerieën en werktuigen verstaan. Onder werktuigbouwkundige installaties van molens worden onder andere de onderdelen van het gaande werk verstaan.
91 Klinkende onderdelen van monumenten: Onder werkzaamheden in het kader van instandhouding van orgels worden werkzaamheden verstaan zoals aan de windvoorziening, de windladen, de tractuur, de claviatuur, het pijpwerk, de klankgeving en de stemming. Onder werkzaamheden in het kader van de functionele instandhouding van een orgel worden onder andere periodieke werkzaamheden verstaan zoals stemwerk door een ervaren orgelstemmer, het schoonmaken en bijregelen van mechanieken en het afregelen van de windvoorziening. Onder werkzaamheden in het kader van instandhouding van een uurwerk en zijn aandrijving worden werkzaamheden verstaan aan onder andere het uurwerkframe, de gewichten, de draden of kabels of kettingen of touwen, de katrollen, de valkisten, het opwindsysteem, de gelijkloop-inrichting, de slaghamers en de bijbehorende afhoudveren.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl