Regeling vervalt per 01-01-2026

Openstellingsbesluit subsidie Gezond voedselsysteem

Geldend van 04-04-2025 t/m 31-12-2025

Intitulé

Openstellingsbesluit subsidie Gezond voedselsysteem

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland en artikel 2.1 en 2.2 van de Subsidieregeling recreatie, sport en gezondheid Zuid-Holland;

Overwegende dat:

  • -

    de provincie de ambitie heeft om bij te dragen aan de gezondheid van haar inwoners en gezondheidsverschillen te verkleinen;

  • -

    de provincie vanuit die ambitie wenst bij te dragen aan een gezond voedselsysteem;

Besluiten vast te stellen, de volgende regeling:

Openstellingsbesluit subsidie Gezond voedselsysteem

Artikel 1 Begripsbepaling

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

Leerlijn: een leerroute waarin met een beredeneerde opeenvolging van doelen en inhoud bepaalde leerdoelen worden bereikt.

Samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.1 van de Asv, in samenhang met artikel 2.1, tweede lid, van de Asv.

Sociale voedselinitiatieven: maatschappelijke initiatieven en sociale ondernemingen die bijdragen aan een gezond voedselsysteem.

Voedseleducatie: educatie die bijdraagt aan kennis over gezond voedsel en bevordert om deze kennis in de praktijk te brengen.

Voedselsysteem: alle activiteiten die betrokken zijn bij de productie, distributie en consumptie van voedselproducten.

Voedselvaardigheden: vaardigheden die voorzien in kennis over gezond eten, de herkomst van voedsel, het bereiden van een gezonde maaltijd en bijdragen aan het maken van gezonde voedselkeuzes.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      het ontwikkelen van activiteiten die bijdragen aan, of het aanbieden van een doorlopende leerlijn op het gebied van voedseleducatie of voedselvaardigheden, gericht op het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs;

    • b.

      het ontplooien van sociale voedselinitiatieven, gericht op het ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten op het gebied van gezonde voeding;

    • c.

      het ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten die bijdragen aan het voorkomen of verminderen van voedselverspilling.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden aangevraagd door natuurlijke personen, privaatrechtelijke rechtspersonen en samenwerkingsverbanden.

Artikel 4 Subsidievereisten

  • 1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het initiatief voorziet in het ontwikkelen of aanbieden van een doorlopende leerlijn op het gebied van voedseleducatie of voedselvaardigheden in het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs;

    • b.

      het initiatief bevat een perspectief op borging voor de lange termijn in het onderwijs;

    • c.

      het initiatief heeft toegevoegde waarde naast of ten opzichte van eventuele reeds bestaande initiatieven;

    • d.

      het initiatief maakt waar mogelijk gebruik van reeds aanwezige kennis op het gebied van voedselonderwijs;

    • e.

      het initiatief draagt bij aan een gezondere eetcultuur door het zichtbaar maken en delen van, en communiceren over het initiatief;

  • 2. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het initiatief draagt bij aan het ontwikkelen of aanbieden van, en de bewustwording over gezonde voeding;

    • b.

      Het initiatief wordt ontplooid in de openbare ruimte, dan wel op een plaats die voor eenieder vrij toegankelijk is;

    • c.

      het initiatief bevat perspectief op de voortzetting ervan op langere termijn;

    • d.

      het initiatief draagt bij aan een gezonde eetcultuur door het zichtbaar laten zien, delen van, of communiceren over het initiatief.

  • 3. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het initiatief draagt bij aan het voorkomen of verminderen van voedselverspilling;

    • b.

      het initiatief spant zich in om samen te werken met andere partijen uit de samenleving op het gebied van voedselverspilling;

    • c.

      het initiatief maakt waar mogelijk gebruik van reeds aanwezige kennis op het gebied van voedselverspilling;

    • d.

      het initiatief draagt bij aan een gezond voedselsysteem door het zichtbaar laten zien, delen van en communiceren over het initiatief.

    • e.

      het initiatief bevat perspectief op voortzetting op langere termijn.

Artikel 5 Aanvraagperiode

  • 1. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend vanaf 1 mei 2025 tot en met 15 juli 2025.

  • 2. Een aanvraag voor subsidie wordt niet behandeld indien deze na 15 juli 2025 wordt ontvangen.

  • 3. Per aanvrager kan maximaal één aanvraag worden ingediend.

Artikel 6 Deelplafond

Het plafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid bedraagt € 200.000;

Artikel 7 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 20.000

Artikel 8 Verdelingswijze

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:

    • a.

      de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;

    • b.

      de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;

    • c.

      subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de kosten voor de uitvoering van de activiteit voor subsidie in aanmerking.

Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In aanvulling op artikel 3.1 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    na subsidieverlening wordt er binnen 6 maanden gestart met het uitvoeren van de activiteiten;

  • b.

    de activiteiten zijn binnen twee jaar na de subsidieverlening uitgevoerd;

  • c.

    de subsidieontvanger maakt de resultaten van de activiteiten openbaar en verstrekt deze resultaten desgevraagd aan belanghebbenden binnen de provincie Zuid-Holland.

Artikel 11 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikelen 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd indien:

  • a.

    voor dezelfde activiteit op grond van een andere subsidieregeling van de provincie Zuid-Holland subsidie is aangevraagd;

  • b.

    voor dezelfde activiteit al eerder subsidie is verleend op grond van deze regeling;

  • c.

    de aanvraag onvolledig is ingediend, of de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, en de aanvrager heeft nagelaten te voldoen aan een verzoek tot aanvulling van de aanvraag als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 13 Werkingsduur en overgangsrecht

Dit openstellingsbesluit vervalt op 1 januari 2026, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 14 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit gezond voedselsysteem

Ondertekening

Den Haag, 25 maart 2025

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

mr. A.W. Kolff, voorzitter

Toelichting

Zuid-Holland scoort landelijk het laagst als het gaat om levensverwachting in goed ervaren gezondheid. Dit brengt naast persoonlijk leed ook hoge maatschappelijke kosten met zich mee. Omdat gezondheid de optelsom van verschillende factoren is, hebben veel partijen een rol bij het creëren van een gezonde samenleving. Ook de Provincie Zuid-Holland kan vanuit haar taken een bijdrage leveren aan een gezonde samenleving. De provincie wil bijdragen aan de gezondheid van haar inwoners en gezondheidsverschillen verkleinen. Om die reden werkt de provincie aan het ‘Programma Gezondheid en Welzijn’. Het programma is opgebouwd uit drie programmalijnen:

  • 1.

    Gezonde leefomgeving. In samenspraak met gemeenten en andere partijen dragen we bij aan het realiseren van een leefomgeving die ontmoeting en een gezonde leefstijl ondersteunt.

  • 2.

    Voedsel. Met portefeuilles als landbouw, tuinbouw en circulair kan de provincie een positieve bijdrage leveren aan een gezonde voedselomgeving.

  • 3.

    Kennisinfrastructuur. De provincie verbindt kennis vanuit verschillende partners, zodat deze benut kan worden voor de gezondheid van inwoners in Zuid-Holland.

Binnen de programmalijn Voedsel is de ambitie dat inwoners zichzelf gezond eten. Gezonde voeding is een belangrijk element van een gezonde leefstijl. Overconsumptie van ongezonde voeding is oorzaak van overgewicht. Dit kan leiden tot ziekten zoals diabetes, kanker en hart- en vaatziekten. Naast individueel lijden leidt dit tot hoge ziektekosten en kosten als gevolg van verzuim. In Zuid-Holland heeft meer dan de helft van de volwassenen en bijna 1 op de 7 kinderen overgewicht. Het RIVM verwacht dat dit zal doorstijgen naar 62% in 2040 bij ongewijzigd beleid. Een ongezond voedingspatroon ontstaat door een combinatie van individuele keuzes en de voedselomgeving, waar de ongezonde keuze vaak de makkelijkste keuze is. Veel partijen, zoals gemeenten, artsen en het onderwijs hebben een rol in het bijdragen aan een gezonder voedingspatroon. De provincie Zuid-Holland streeft naar een voedselomgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke en betaalbare keuze is. Hiertoe werkt provincie Zuid-Holland samen met diverse partners aan een gezonde voedselomgeving, een gezond voedselaanbod en voedseleducatie. Ook is er aandacht voor voedselverspilling.

Kennis over gezond voedsel, een gezonde eetcultuur en toegang tot gezond voedsel zijn cruciaal voor een gezond Zuid-Holland. Een gezonde voedselomgeving en het beschikken over voedselvaardigheden kunnen bijdragen aan gezonde voedselkeuzes en bewustzijn over ons voedselsysteem. Om kansen te verzilveren voor een gezonder voedselsysteem, is samenwerking met een groot aantal partijen van belang. De provincie speelt hierin een verbindende en stimulerende rol door initiatieven te ondersteunen en samenwerkingen te faciliteren. Bottom-up initiatieven kunnen de verbinding tussen mensen en hun voedsel versterken, zodat we weten wat we eten en gezond voedsel toegankelijk maken voor iedereen. Verschillende sociale vraagstukken kunnen hier samenkomen. Met deze subsidieregeling zet de provincie Zuid-Holland in op de gezonde keuze de makkelijke, betaalbare en sociaal wenselijke keuze maken door het faciliteren van initiatieven, activiteiten en projecten in Zuid-Holland rondom de thema’s gezonde voedselomgeving, voedseleducatie en voedselverspilling. Bovendien kan het de betrokkenheid van burgers bij het provinciale beleid vergroten, bijvoorbeeld door realisatie van eetbaar groen, stadslandbouw, oogst- en streekmarkten, gemeenschapkeukens of andere typen voedselinitiatieven, zodat meer mensen zich verbonden voelen met zijn/haar voedsel(producent) en/of regio. De provincie wil graag voor drie soorten initiatieven subsidie verlenen:

  • Voedseleducatie in het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs. Er wordt op dit moment op het basisonderwijs al regelmatig aandacht gegeven aan voedsel en voedseleducatie. Op het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs is daarvoor minder aandacht, terwijl het hier een leeftijdsgroep betreft die juist zelf keuzes gaat maken. Het betreft hier bovendien vaak onderwijsinstellingen met een bovenlokaal of regionaal karakter. Om die reden subsidieert de provincie initiatieven die gericht zijn op het organiseren van voedseleducatie en/of voedselvaardigheden in het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs. Het doel van deze activiteiten is om leerlingen met structureel voedselonderwijs en een gezonde voedselomgeving op scholen te leren over het effect van gezonde voeding en het aanleren van voedselvaardigheden.

  • Sociale voedselinitiatieven kunnen aandacht voor gezonde voeding verbinden met andere sociale vraagstukken – zoals bestrijding van eenzaamheid, eetbaar groen in de omgeving, minder voedselverspilling en educatie. Het gaat daarbij om activiteiten die deze initiatieven voor langere tijd mogelijk maken.

  • Initiatieven gericht op het tegengaan of de vermindering van voedselverspilling. Veel gezond voedsel wordt verspild. Initiatieven die voedselverspilling tegengaan kunnen een beroep doen op subsidie, zodat gezond eten gegeten wordt en niet verspild.