Beleidsplan 2025 – 2028

Geldend van 04-04-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsplan 2025 – 2028
  • 1.

    Het beleidsplan 2025-2028 vast te stellen.

  • 2.

    Het beleidsplan van veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland voor de jaren 2021-2024 in te trekken;

  • 3.

    Het beleidsplan 2025-2028 te laten publiceren op overheid.nl.

Voorwoord

Samenwerken en netwerken met onze partners wordt steeds belangrijker. In een wereld waar risico’s voortdurend veranderen, is het ontzettend belangrijk om proactief en effectief te handelen. Dit beleidsplan is gericht op het verminderen van risico's en het snel en passend reageren bij incidenten. We kijken niet alleen naar de directe gevolgen, maar houden ook rekening met mogelijke domino-effecten, zodat we beter voorbereid zijn op de toekomst. Onze focus ligt op het versterken van de weerbaarheid van de samenleving, zodat we samen verder kunnsen bouwen aan een veilige en veerkrachtige regio.

Incidenten, rampen of crises worden steeds minder voorspelbaar. Ze zijn ingewikkeld en houden geen rekening met regio- of landsgrenzen. Dit maakt het lastiger om noodsituaties af te bakenen. Zowel op geografisch gebied en qua tijdsduur, maar ook bij het maken van plannen. Sociale media spelen een rol bij het vergroten van de impact van lokale gebeurtenissen. Hierdoor zijn er sneller landelijke of zelfs internationale gevolgen. Vanwege de onvoorspelbaarheid en complexiteit van incidenten blijven wij als veiligheidsregio investeren in een sterk en flexibel netwerk. Zo blijven we snel en doeltreffend reageren op crises.

Een flexibele crisisorganisatie gaat niet altijd uit van samenwerking met dezelfde partijen. In plaats daarvan wordt gekeken welke deskundigheid nodig is voor het snel bestrijden van een incident. We investeren daarom actief in ons netwerk. We werken samen met partners die een rol kunnen spelen in de verschillende uitdagingen die we op ons af zien komen. Het doel hiervan is om onze kennis en impact op het gebied van crisisbeheersing te vergroten en daarmee onze toegevoegde waarde te verbreden.

Onze veiligheidsregio staat klaar voor uw veiligheid.

Saskia van den Broek

Directeur Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland

“Het is belangrijk om samen met partners te werken aan de weerbaarheid en veerkracht van onze samenleving. Dit wordt nog eens extra duidelijk als we kijken naar de veranderingen door de invloeden van het klimaat. HHNK en Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland werken samen met veiligheidsregio’s Kennemerland, Noord-Holland Noord en Amsterdam-Amstelland in het programma ‘Watercrises’. Hierdoor weten we elkaar steeds beter te vinden op de momenten dat het nodig is. Tegelijkertijd is het belangrijk dat we ons blijven inzetten om onze samenwerking, waar nodig, te versterken.”

Marijke Klinkerberg-Mulder, adviseur crisisbeheersing bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

“Als grootste woningcorporatie van Zaanstad, vindt Parteon het belangrijk dat onze huurders veilig en zonder zorgen kunnen wonen. Daarom hebben wij regelmatig contact met Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. We gaan naar elkaars bijeenkomsten, delen informatie en leren van elkaar. Het doel hiervan is dat we elkaar sneller kunnen vinden in noodsituaties. Zodat, als er iets gebeurt, we onze huurders snel kunnen bereiken, informeren en helpen. Wij weten hoe belangrijk een sterk netwerk is. Nu en in de toekomst. Wij leveren hier graag een bijdrage aan.”

Rijk den Ouden, teammanager complexbeheer bij Parteon

“Energie is een vanzelfsprekende basisbehoefte voor onze moderne samenleving geworden. We zijn zo gewend aan werkende energievoorzieningen. Maar hierdoor zijn er ook uitdagingen, versterkt door de energietransitie. Gelukkig heeft Alliander 24/7 een crisisorganisatie klaar staan om crisissen die de vitale infrastructuur raken, op te lossen. Hierin werken we samen met partners zoals de veiligheidsregio. Door samen te werken kunnen we sneller en effectiever reageren op uitdagingen en crisissituaties. Dit stelt ons in staat om de gevolgen voor de maatschappij en onze klanten te verkleinen. Dit is waarom de samenwerking met Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland voor ons zo belangrijk is.”

Wesley Putker, crisismanager energie bij Alliander

1. Inleiding

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW) is een samenwerkingsverband tussen gemeenten, brandweer, politie en GHOR. We werken 24/7 aan de veiligheid van de inwoners van onze regio. Samen met inwoners, organisatie en bedrijven maken we Zaanstreek-Waterland veiliger.

Een veiligheidsregio is een vorm van verlengd lokaal bestuur. VrZW heeft een gemeenschappelijke regeling gesloten met de gemeenten van Zaanstreek-Waterland. Deze overeenkomst is een verplichting op basis van de Wet veiligheidsregio’s. Deze gemeenschappelijke regeling regelt de taken en bevoegdheden van de veiligheidsregio.

1.1 Wat doet Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland?

Nederland telt in totaal 25 veiligheidsregio’s, waaronder Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. In een veiligheidsregio werken gemeenten, brandweer, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en de politie intensief samen om professionele hulp en bescherming te bieden tegen mogelijke risico’s en bedreigingen.

VrZW werkt namens en voor de zeven gemeenten in Zaanstreek-Waterland. Wij werken aan een veilige omgeving voor de mensen die in onze regio wonen, werken en recreëren. Hiervoor werken wij met veel organisaties samen, zoals zorgorganisaties, energie-, water- en telecombedrijven, waterschap, defensie, Rijkswaterstaat en onze omliggende veiligheidsregio’s (Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, Veiligheidsregio Kennemerland en Veiligheidsregio Noord-Holland Noord).

Wij:

  • 1.

    verrichten wettelijke taken op het gebied van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing.

  • 2.

    bereiden inwoners, organisaties en bedrijven voor op hun rol in het beperken van risico’s en beheersen (van de effecten) van crises.

  • 3.

    werken samen met andere veiligheidsregio’s en partners om risico’s en crises zo goed mogelijk te beheersen.

1.2 Missie

Samen voor Veilig

We verkleinen risico’s, treden op wanneer het nodig is en beperken de effecten van incidenten, rampen en crisis. Samen met onze partners, inwoners, organisaties en bedrijven zetten we ons in voor een veilig Zaanstreek-Waterland.

1.3 Visie

Dit beleidsplan geeft richting aan ons strategisch beleidskader voor de periode 2025-2028. Hierbij zetten we de komende jaren in op een verdere samenwerking met onze netwerkpartners voor een veilig Zaanstreek-Waterland.

Onze organisatie heeft de volgende drie strategische speerpunten:

Toekomstbestendige brandweerzorg

De toekomstbestendige brandweerzorg kent twee fases.

Fase 1

Bij het opstellen van het regionaal repressief dekkingsplan 2022-2025 zijn knelpunten geconstateerd rondom de gegarandeerde beschikbaarheid van voldoende medewerkers. Het Algemeen Bestuur heeft in 2023 gekozen voor het versterken van de basisbrandweerzorg in Zaanstad en het versterken van opgeleide medewerkers voor de redvoertuigen en duikteams in de hele regio. Uiterlijk 31 december 2026 moet dit gereed zijn.

Fase 2

Daarnaast werken we in opdracht van het Algemeen Bestuur aan een toekomstverkenning tot en met het jaar 2030. We werken uit welke trends van belang zijn, wat de impact hiervan is op de brandweer en welke kansen we zien. Wij gaan hierover niet alleen in gesprek met onze medewerkers, maar ook met onze partnerorganisaties. Dit leidt tot een koersdocument voor de brandweer voor 2026 en verder.

Toekomstgerichte crisisbeheersing

De taken van de veiligheidsregio’s zijn de afgelopen jaren uitgebreid. Naast flitsrampen zien we steeds meer complexe, langdurige en minder voorspelbare crises. Dit vraagt om een andere voorbereiding. Ook de manier waarop we onze crisisteams inzetten en samenwerken met onze partners verandert hierdoor. We willen ons nog beter voorbereiden en meer structureel informatie uitwisselen met partners rondom de thema’s die in het Regionaal Risicoprofiel staan. Het doel is om een goed voorbereide crisisorganisatie te zijn, die zowel de nieuwe vormen van crisis als de traditionele flitsramp aan kan.

Samen Sterker

Met een van onze partners, GGD Zaanstreek-Waterland (GGDZW), gaan we in 2026 onder de projectnaam “Samen Sterker" samenwonen. Beide organisaties ontwikkelen in dezelfde richting: van relatief zelfstandig naar op samenwerking gerichte netwerkorganisaties. Het pand aan het Prins Bernhardplein wordt verbouwd naar een open, eigentijdse en transparante werkomgeving die plaats biedt aan ruim 400 medewerkers van GGDZW en VrZW. Door te gaan samenwonen verminderen we bovendien de kwetsbaarheid in de bedrijfsvoering omdat we faciliteiten samen gaan gebruiken.

2. Trends en strategische agenda Veiligheidsberaad

2.1 Landelijke en regionale trends

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Inleiding

Dit beleidsplan is voor een deel gebaseerd op het Regionaal Risicoprofiel (RRP) 2025-2028 ‘Beter voorbereid op het onvoorspelbare’. Hierin worden de veiligheidsrisico’s beschreven die voor de regio Zaanstreek-Waterland belangrijk zijn in de voorbereiding op incidenten, rampen en crises. Het gaat hierbij niet alleen om risico’s waarvan de oorzaak of bron binnen onze eigen regiogrenzen ligt. Maar ook om risico’s die bovenregionaal, landelijk of zelfs internationaal spelen en waarvan effecten in onze regio kunnen optreden. Een aantal van deze risico’s staat hieronder uitgewerkt. Voor het volledige overzicht, zie het Regionaal Risicoprofiel 2025-2028.

Daarnaast zien we een aanvullende rol voor de veiligheidsregio’s. Tijdens de COVID-19 en de vluchtelingencrisis is een aanvullende rol voor de veiligheidsregio’s ontstaan. Hierbij wordt de structuur met 25 veiligheidsregio’s ingezet als schakel tussen Rijk en gemeenten bij diverse veiligheidsonderwerpen. Daarnaast zien we dat veiligheidsregio’s (in de toekomst) vaker ingezet wordt als platform om partijen te verbinden ten aanzien van diverse vraagstukken, waarbij onderdelen van de regionale crisisstructuur een nuttige bijdrage kunnen leveren.

Klimaatverandering

Het klimaat verandert sneller dan gedacht, met extremere weersomstandigheden als gevolg. De zeespiegel stijgt, hevige neerslag en krachtige stormen komen vaker voor, wat de kans op wateroverlast en overstromingen vergroot. Daarom worden onder andere op landelijk niveau plannen gemaakt om de dijken rond het IJsselmeergebied te versterken. Daarnaast ervaren we meer hitte en droogte, wat kan leiden tot zoetwatertekorten en een groter brandgevaar in natuurgebieden. Ook zien we indirecte effecten, zoals toegenomen water- en stroomgebruik bij extreme hitte. Het is heel belangrijk ons bewust te zijn van deze veranderingen en samen maatregelen te nemen om ons aan te passen aan de nieuwe situatie.

Dat het thema klimaat- en waterveiligheid een belangrijk thema is, merkten we als veiligheidsregio in de kerstvakantie 2023-2024. Grote hoeveelheden neerslag, aangevuld met smeltwater uit de bergen, zorgden voor een hoge waterstand in de Nederlandse rivieren. Ook het waterpeil van het IJsselmeer en Markermeer bereikten recordhoogtes. Op een gegeven moment klotste het water over de oevers in Volendam, Marken en Monnickendam.

Giel de Goeij, adviseur Financiën bij Veiligheidsregio Kennemerland, was tijdens deze periode informatiemanager in onze crisisorganisatie. “Mijn taak was om alle belangrijke informatie te verzamelen en te delen met de betrokken organisaties en hulpdiensten. Ik had in deze periode veel contact met partijen zoals Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, het watermanagementcentrum van Rijkswaterstaat, gemeente Waterland en gemeente Edam- Volendam. Het bleek lastig om de verwachte waterstanden en het weerbeeld te vertalen naar verwachte overlast. Gelukkig werd er door alle betrokken organisaties goed gemonitord en werd er veel met elkaar overlegd. Hierdoor zijn er verschillende preventieve maatregelen genomen zoals het aanleggen van nooddijken en zandzakdijken en het inschakelen van extra mensen om de dijken te controleren.”

Energietransitie

In plaats van fossiele brandstoffen als olie en aardgas stappen we steeds meer over naar duurzame groene energiebronnen. Hierdoor ontstaan ook nieuwe veiligheidsrisico's, te denken valt aan de uitbreiding van parken vol met zonnepanelen of windmolens. De nieuwe technieken brengen ook risico's met zich mee, bijvoorbeeld rondom productie en transport.

Door overbelasting van het energienetwerk, groeit de behoefte aan energieopslag in industrieën en woningen. Zo worden er steeds meer lokale opslagplaatsen (in wijken) voor elektriciteit ontwikkeld om het netwerk te ontlasten.

Digitalisering en technologie

In de "Toekomstverkenning Digitalisering 2030" heeft het kabinet trends richting 2030 onderzocht. De maatschappij wordt steeds afhankelijker van digitale systemen, zonder analoge alternatieven. Verstoring of uitval van deze systemen door menselijke fouten, ongelukken of aanvallen kan de maatschappij ontwrichten. Daarom is het van groot belang om de continuïteit van deze systemen te waarborgen.

Het groeiende aantal verbonden technologische apparaten heeft gevolgen voor huizen, steden, industrie en transport. Datamining, oftewel het zoeken naar verbanden in gegevens om profielen op te stellen, neemt enorm toe. Hierdoor stijgt de afhankelijkheid en kwetsbaarheid door digitalisering.

Ook voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn we steeds afhankelijker van digitale systemen. We zijn ons bewust van de risico's van mogelijke uitval van elektriciteit en informatietechnologie. Hoewel we als veiligheidsregio digitale ontwrichting niet kunnen voorkomen, bereiden we ons voor op incidenten die daardoor kunnen ontstaan. We brengen risico's in kaart en nemen maatregelen om onze dienstverlening zoveel mogelijk onverstoord te laten verlopen.

Demografische veranderingen: verstedelijking en verdichting

In onze regio groeit de bevolking sterk, vooral in Zaanstad en Purmerend. Er is een groot tekort aan woningen, met als gevolg minder doorstroom op de huizenmarkt, grote groepen personen in één woning of splitsing van bestaande woningen. Om het woningtekort op te vangen, zijn er nieuwbouwplannen waarbij er in steden meer hoogbouw komt. Hierdoor is er sprake van meer verdichting in de steden. Verder komen er meer containerwoningen om snel in te kunnen spelen op het woningtekort. Deze initiatieven brengen nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee.

In onze regio is 25% van de bevolking 65 jaar of ouder. De vergrijzing is iets hoger dan het landelijk gemiddelde en er is een relatief hoog percentage inwoners met dementie. Wij zien een grotere druk op de zorgsector en eerstelijnshulpverlening. Dit leidt, in combinatie met het beleid om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen, steeds vaker tot het in gebruik nemen van woongebouwen zonder extra veiligheidsvoorzieningen, zoals bedrijfshulpverlening.

De regio Zaanstreek-Waterland is relatief welvarend. In vergelijking met Nederland wonen er in onze regio meer mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Dit percentage verschilt wel per gemeente. In Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland wonen relatief weinig mensen met een migratieachtergrond. Eenzaamheid in onze regio ligt onder het landelijk gemiddelde.

Maatschappelijke spanningen en effecten van criminaliteit

Maatschappelijke spanningen kunnen ontstaan door verschillende factoren, zoals sociale ongelijkheid, culturele verschillen, politieke verdeeldheid en economische onzekerheid. Deze spanningen kunnen vervolgens weer leiden tot onrust, protesten, conflicten en zelfs gewelddadige confrontaties. Verder constateren we dat de directe gevolgen van criminaliteit in onze maatschappij geregeld merkbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn bedreigingen en afrekeningen in het criminele circuit door middel van het gebruik van explosieven bij woningen en bedrijfspanden, maar ook het aantreffen van drugsproductielocaties.

Militaire en geopolitieke dreiging

De veiligheidsregio identificeert en monitort militaire en geopolitieke dreigingen in samenwerking met een aantal netwerkpartners om de veiligheid en stabiliteit in de regio te waarborgen. Hieronder vallen bijvoorbeeld conflicten en oorlogen, terroristische dreigingen of cyberaanvallen. Die dreiging is in de afgelopen periode groter en urgenter geworden.

Overkoepelende ontwikkelingen

We zien steeds vaker dat oorzaken en effecten van risico’s in elkaar overlopen waardoor er stapeling van risico’s en domino-effecten kunnen optreden. Niet elk incidenttype hoeft op zichzelf te staan. Risico’s kunnen elkaar beïnvloeden waardoor er een kettingreactie kan ontstaan. Of incidenten vinden gelijktijdig plaats waardoor de impact nog groter is. Maatschappelijke veerkracht kan het verschil maken in het verloop van een incident, ramp of crisis. Daarom investeren we in het stimuleren van deze veerkracht.

Daarnaast geven diverse veiligheidspartners aan dat personeelstekort een negatieve invloed heeft op de beschikbare expertise en paraatheid van hun crisisorganisatie. Opvallend hierbij is dat dit signaal ook komt van partners in de vitale infrastructuur.

2.2 Strategische agenda Veiligheidsberaad

Het Veiligheidsberaad bestaat uit de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s die met elkaar van gedachten wisselen over strategische en integrale veiligheidsvraagstukken en -ontwikkelingen van nu en in de toekomst. Voor de jaren 2024-2027 heeft het Veiligheidsberaad een strategische agenda opgesteld.

In deze agenda zijn de volgende vier thema’s opgenomen:

  • 1.

    Klimaatveiligheid

  • 2.

    Veilige energietransitie

  • 3.

    Digitale ontwrichting

  • 4.

    Herziening Wet veiligheidsregio's

In het Veiligheidsberaad wordt periodiek aandacht besteed aan deze thema’s. Er wordt gesproken met diverse stakeholders en ministers over de ambities van de veiligheidsregio’s en de voortgang op de thema’s. De uitwerking van de thema’s zullen leiden tot heldere ambities, vertaald naar concrete activiteiten.

"Als het gaat om klimaatveiligheid, moeten alle veiligheidsregio’s actie ondernemen. We moeten klaar zijn voor verschillende noodsituaties door klimaatverandering. De vraag is namelijk niet óf er een nieuwe klimaatramp komt, maar waar en wanneer. Dat betekent dat we nu plannen moeten maken en actie moeten ondernemen.

Daarom is het belangrijk dat dit thema landelijk hoog op de agenda staat. Ik vind het belangrijk dat iedereen begrijpt hoe urgent klimaatveiligheid is en dat we samen aan oplossingen moeten werken. Als portefeuillehouder in het Veiligheidsberaad mag ik hieraan bijdragen.

Ik zie kansen in de samenwerking met partners en deskundigen. Laten we onze krachten bundelen en op tijd met elkaar in gesprek gaan, bijvoorbeeld over preventieve maatregelen. Want voorkomen is beter dan genezen."

Jan Hamming, voorzitter VrZW, burgemeester gemeente Zaanstad en portefeuillehouder klimaat- en waterveiligheid binnen het Veiligheidsberaad

3. Terugblik voorgaande beleidsplan

Elke vier jaar stellen wij een nieuw beleidsplan op waarbij we, indien van toepassing, zoveel mogelijk de richting van eerdere plannen voortzetten.

3.1 Terugblik op de gezamenlijke thema’s uit het beleidsplan 2021-2024

Veilig leven

De speerpunten uit het vorige beleidsplan waren: veilig ouder worden en veilige evenementen.

In samenwerking met ketenpartners als zorgorganisaties, woningcorporaties en vereniging van eigenaren (VVE's) is de bewustwording van ouderen in de regio Zaanstreek-Waterland vergroot. Ook is zelfredzaamheid gestimuleerd door voorlichtingsactiviteiten zoals presentaties en de inzet van Virtual Reality. Daarnaast is de methode ‘Geen Nood Bij Brand’ toegepast bij organisaties waar kwetsbare doelgroepen zoals ouderen wonen.

In Zaanstreek-Waterland zijn er veel en grote evenementen. Om ervoor te zorgen dat deze evenementen veilig verlopen, hebben de gemeenten in de afgelopen beleidsperiode multidisciplinair advies ontvangen van VrZW. In deze advisering komen alle veiligheidsdisciplines aan bod. Samenwerking en afstemming tussen alle betrokken partijen staan centraal bij het veilig laten verlopen van evenementen. De ontwikkelde regionale evenementenkalender ondersteunt dit proces.

Binnen gemeente Purmerend adviseert Dirk Hendriks (adviseur integrale veiligheid) de burgemeester op het gebied van evenementen.

“De inbreng van de veiligheidsregio is hierbij heel belangrijk, omdat zij verder kijken dan de gemeentegrens en door hun netwerk snel in staat zijn risico’s af te wegen. Daarnaast merk ik dat de samenwerking tussen gemeente, brandweer, GHOR en politie steeds meer verbeterd. Dat is heel fijn, want hierdoor worden complexe vraagstukken professioneel opgepakt, risico’s verkleind en incidenten beheersbaar.”

Voorbereiden op nieuwe crisistypen

De afgelopen beleidsperiode heeft zich gekenmerkt door verschillende crisistypen, in omvang en langdurigheid. Deze crises, zoals COVID-19, de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en de opvang van asielzoekers, hebben geleid tot intensievere en nieuwe samenwerkingen. Bijvoorbeeld met het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en Vluchtelingenwerk Nederland.

Het thema cybergevolgbestrijding is samen met onze collega’s van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, Veiligheidsregio Kennemerland en Veiligheidsregio Noord-Holland Noord onderzocht en uitgewerkt. Als uitkomst hiervan zijn er gezamenlijke plannen gemaakt en zijn we gestart met een gezamenlijk Crisis Advies Team Cyber (CAT-C). Ook op het gebied van waterveiligheid zijn de afgelopen jaren flinke stappen gezet in de samenwerking bij droogte en wateroverlast.

Versterken samenwerking netwerkpartners

Het totale netwerk aan crisispartners en hun contactpersonen voor crisisbeheersing zijn in beeld gebracht. De netwerken met betrekking tot cyber en waterveiligheid zijn beheerd en onderhouden. Hiervoor is een netwerkstrategie opgesteld. Met de drie andere veiligheidsregio’s om ons heen hebben we een gezamenlijke netwerkaanpak in Noord-Holland gemaakt. Hierdoor worden partnerorganisaties door deze veiligheidsregio’s op dezelfde manier benaderd. Het doel hiervan is o.a. om aan te sluiten bij de informatiebehoefte van het Veiligheid Informatie Knooppunt (VIK).

Nieuwe energiebronnen

Samen met de veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Kennemerland en Noord-Holland Noord hebben we in de afgelopen tijd gewerkt aan een veilige energietransitie. Vanuit Brandweer Nederland hebben wij de leiding voor het deelproduct ‘waterstof opslag, grootschalig transport en productie’. De werkgroep brengt initiatieven op dit gebied, en mogelijke gevolgen hiervan, in kaart en adviseert onder andere het Rijk en de Provincie.

De voornaamste resultaten in de afgelopen beleidsperiode zijn:

  • Advisering LG Energy over het plaatsen van een grootschalige batterijopslag in Neck.

  • Aanzet advies in het kader van PGS 35 (maatregelen waarmee risico's van het tanken van waterstof te beheersen zijn).

  • Advies en op de kaart zetten van de kans op vertraagde ontsteking. Dit wordt overgenomen en in de landelijke rekenmodellen aangepast;

  • Advies op de actualisatie van de regeling basisnet (waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd);

  • Advies over de ‘backbone’ waterstof rond het Noordzeekanaalgebied waar in de toekomst waterstofgas door stroomt;

  • Advies busparken Purmerend en Wormer in het kader van EOS;

  • Diverse advisering: Havenbedrijf, Hembrug en Achtersluispolder over visie op risicoruimte externe veiligheid.

Digitale transformatie

Onze organisatie heeft stappen gezet in de ontwikkeling en optimalisatie van haar informatievoorziening. Er is gefocust op het verbeteren van de interne informatiehuishouding om zo te voldoen aan de wettelijke eisen van de Archiefwet, Wet open overheid (WOO), Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Daarnaast hebben we op het gebied van de Business intelligence (BI) diverse dashboards ontwikkeld. Dat heeft ervoor gezorgd dat we meer informatiegestuurd kunnen werken. In het kader van innovatie hebben we in het oefencentrum in Zaandam een virtual reality (VR) ruimte ingericht. Hier kan onder andere met rijsimulatoren worden geoefend. Bij een aantal thema's op het gebied van de informatievoorziening hebben we vooral de landelijke samenwerking opgezocht. Voorbeelden daarvan zijn de veiligheidsinformatieknooppunten, de gezamenlijke aanpak van de informatiebeveiliging en het verhogen van de weerbaarheid tegen de hedendaagse cyberdreigingen.

De hierboven beschreven thema’s blijven ook de komende periode relevant en worden in dit beleidsplan verder besproken. Benieuwd naar het volledige beleidsplan 2021-2024? Lees dan hier verder.

4. Veilige leefomgeving

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland levert een bijdrage aan een leefomgeving waarin iedereen veilig woont, werkt of op bezoek gaat.

4.1 Brede samenwerking

Een veilige leefomgeving kunnen wij niet in ons eentje bereiken en behouden. Daarom is het van belang om samen te werken. We werken samen met gemeenten en vele andere partners, zoals projectontwikkelaars, energiebedrijven, waterschappen, zorgorganisaties en woningcorporaties.

Bij (gebieds)ontwikkelingen wil VrZW vroegtijdig betrokken worden en deelnemen aan omgevingstafels. Zo kunnen we vanaf het begin van het proces aandacht vragen voor (brand)veiligheid. Op die manier kunnen we de grootste winst behalen. In aanloop naar de Omgevingswet heeft VrZW actief meegewerkt aan de voorbereiding van de omgevingstafels en zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt. De komende periode zorgen we er proactief voor dat we vroegtijdig aan worden gesloten bij de omgevingstafels. Onze rol is het bespreekbaar maken van voorwaarden en (rest)risico's op het gebied van omgevingsveiligheid, externe veiligheid en (brand)veilig bouwen en gebruik.

4.2 Risicobeheersing

Risicobeheersing betreft met name de advisering van gemeenten. Wij werken vanuit een integrale, proactieve houding en risicogerichte blik rondom (brand)veiligheidsvraagstukken. Een voorbeeld is de komst van nieuwe risico’s (o.a. door de energietransitie), waar wij adviseren bij zowel de ruimtelijke ontwikkeling/omgevingsplanactiviteit als de omgevingsvergunning. Dit is gericht op de fysieke veiligheid van de leefomgeving en op het veilig kunnen optreden van hulpdiensten bij incidenten. Naast de reguliere werkzaamheden als toezicht, advisering vergunningen, evenementen, bluswater en bereikbaarheid, richten we ons de komende periode op advisering rondom de volgende actuele thema's:

  • -

    transformatie naar woongebouwen

  • -

    verduurzaming van gebouwen

  • -

    hoogbouw

  • -

    (nieuwe) woonvormen voor aandachtsgroepen en ouderen (aansluiten bij de woonzorgopgave van gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen)

  • -

    opvang van asielzoekers en vluchtelingen

  • -

    energietransitie

  • -

    stedelijke verdichting

  • -

    klimaatadaptie

  • -

“Gemeente Zaanstad werkt aan verschillende projecten om vluchtelingen op te vangen. Er is veel behoefte aan opvang voor de langere termijn. Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland is hierin een belangrijke partner. Zij geven advies bij de ontwikkeling en het aanpassen van opvanglocaties en houden toezicht op de (brand)veiligheid van deze locaties. Daarnaast heeft VrZW ook oog voor eventuele risico’s vanuit de omgeving.”

Marjolein Vestering-Ofman, coördinator vergunningen bij gemeente Zaanstad

Risicogericht werken

De veranderingen in de fysieke leefomgeving gaan veel sneller dan de wetgeving kan bijhouden. Daarnaast gaat de wetgeving uit van minimale voorschriften die niet altijd genoeg zijn. Bijzondere objecten en ruimtelijke plannen vragen om maatwerk om de (brand)veiligheid te borgen. Waar mogelijk pakken we (brand)veiligheidsvraagstukken risicogericht op. Dat betekent dat we risico's zo vroeg mogelijk proberen te verkleinen. We kijken daarbij niet alleen naar het toepassen van wet- en regelgeving, maar brengen risico's in beeld om deze vervolgens af te wegen.

Door vroegtijdig in gesprek te gaan met een initiatiefnemer en/of gemeente over de risico's en de maatregelen die genomen kunnen worden, kunnen we risico’s daadwerkelijk verkleinen. We zoeken gezamenlijk, met partnerorganisaties en gemeenten, naar oplossingen en mogelijkheden die de veiligheid vergroten. Daarbij zetten we in op gedragsverandering, (veiligheids)bewustwording en kennisdeling.

Bij risicogericht werken staan de risico’s centraal en wordt er nagedacht over de wijze waarop die risico’s beïnvloed kunnen worden. We brengen risico’s in kaart via een Regionaal Risicoprofiel, Zorgrisicoprofiel en Brandrisicoprofiel. Vervolgens worden eventuele verstoringen continu in de gaten gehouden binnen het veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Het gaat om een integrale, proactieve aanpak, waarbij de veiligheidsregio’s oplossingsgericht meedenken met maatschappelijke opgaven in de leefomgeving en de risico’s die deze opgaven beïnvloeden.

Risicogericht werken vraagt om (her)inrichting van werkprocessen en instrumenten. We willen dat alle medewerkers de denkwijze van het risicogericht werken (her)kennen en toepassen bij complexe adviserende vraagstukken. Communicatieve vaardigheden zijn hierin belangrijk. Verder richten we ons op interne kennisdeling en integrale benadering van risico's. Dit vraagt om netwerkoverleggen en uitwisseling van informatie in de beschikbare systemen. Door risicogericht te werken leveren wij als veiligheidsregio een toegevoegde waarde en maatwerk bij adviserende vraagstukken. Het gedachtegoed en het vormgeven van methodieken van risicogericht werken, over de afdelingen heen, is een ontwikkelopgave voor de komende jaren.

Vergroten (brand)veiligheidsbewustzijn en gedrag

We zetten in op het vergroten van (brand)veiligheidsbewustzijn onder de naam Brandveilig Leven. We stimuleren gedragsverandering en vergroten zelf- en samenredzaamheid bij inwoners, organisaties en bedrijven door voorlichting. Daarnaast analyseren we risico’s. We richten ons voornamelijk op kwetsbare groepen en bieden handelingsperspectief voor preventie en noodsituaties. Samenwerking met lokale partners staat centraal om het aantal branden, slachtoffers en schade te verminderen.

De doelgroepen waar we ons op richten zijn (zeer) kwetsbare inwoners: zelfstandig wonende mensen met een cognitieve beperking en/of een fysieke beperking en mensen met een lage sociale economische status, maar ook de kansgroep jeugd. Deze laatste doelgroep wordt ook wel de brandveilige generatie genoemd. Het doel is om, via voorlichtingslessen op scholen, de jeugd kennis en handelingsperspectief te bieden over brandoorzaken, alarmering en vluchten. Daarnaast kunnen kinderen informatie overbrengen, bijvoorbeeld naar hun (groot)ouders.

“In juli 2023 heeft Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland een gastles “Brandweer op School” bij mij in de klas gegeven. De kinderen waren heel enthousiast. Ik vind het belangrijk dat de kinderen op een interactieve manier informatie aangeboden krijgen. De gastdocenten betrokken de leerlingen door vragen te stellen en opdrachten te geven. Zo hadden ze een rookhuisje meegenomen waarin de kinderen zelf (mini)rookmelders konden ophangen. Aan de hand van dit huisje werd gedemonstreerd hoe snel rook zich verspreidt als de deuren in huis openstaan vergeleken met wanneer de deuren dicht zijn. Ook werd de vraag gesteld wie er een telefoon heeft en wie deze op zijn bed oplaadt. De meeste kinderen wisten niet dat dit een brand kan veroorzaken. Dit maakte dan ook veel indruk op ze. De gastles is echt van meerwaarde omdat medewerkers van de brandweer de les geven. Hierdoor haal je deskundigheid in de school.”

Lisanne Langkemper, basisschoollerares (groep 7) op Obs Kogerveld in Zaandam

De speerpunten in deze beleidsperiode worden afgestemd op de risico’s zoals beschreven in het Regionaal Risicoprofiel. Ook wordt gekeken naar de landelijke- en regionale ontwikkelingen. Maatwerk is hierbij het sleutelwoord om zo effectief mogelijk te kunnen zijn.

Met risicocommunicatie bevorderen we het veiligheidsbewustzijn en vergroten we de weerbaarheid en zelfredzaamheid van inwoners, organisaties en bedrijven. Wanneer er sprake is van een verhoogd risico en/of laag risicobewustzijn, zetten wij risicocommunicatie proactief in, bijvoorbeeld door online media-uitingen en communicatiecampagnes om meer in contact te zijn met de doelgroep(en).

5. Toekomstbestendige brandweerzorg

Bij het opstellen van het regionaal repressief dekkingsplan 2022-2025 zijn knelpunten geconstateerd rondom de gegarandeerde beschikbaarheid van voldoende medewerkers en vrijwilligers. Het Algemeen Bestuur heeft in 2023 gekozen voor het versterken van de basisbrandweerzorg in Zaanstad en het versterken van opgeleide medewerkers voor de redvoertuigen en duikteams in de hele regio. Uiterlijk 31 december 2026 moet dit gereed zijn.

In 2025 is één duikteam regionaal inzetbaar via een 24-uurs bezetting vanuit de brandweerpost Purmerend en zijn twee redvoertuigen beschikbaar via een 24-uurs bezetting vanuit de brandweerposten Purmerend en Prins Bernardplein in Zaandam. Verder starten we met een 24-uurs bezetting van een tankautospuit vanaf het Prins Bernardplein in Zaandam en wordt de duikorganisatie hier versterkt. Vanaf 2026 starten we met weekendkazernering van het redvoertuig op post Wormerveer. Dat betekent dat er dan ook in het weekend standaard medewerkers aanwezig zijn om het redvoertuig te bedienen. Voor deze versterkingen nemen we circa 24 medewerkers extra aan, verdeeld over 2025 en 2026.

Daarnaast werken we in opdracht van het Algemeen Bestuur aan een toekomstverkenning tot en met het jaar 2030. We werken uit welke trends van belang zijn, wat de impact hiervan is op de brandweer en welke kansen we zien. Wij gaan hierover niet alleen in gesprek met onze medewerkers, maar ook met onze partnerorganisaties. Dit leidt tot een koersdocument voor de brandweer voor 2026 en verder (fase 2).

5.1 Technologische innovatie

Technologie speelt een belangrijke rol in de toekomstbestendige brandweerzorg. Zo draagt technologische innovatie bij aan het verhogen van effectiviteit en efficiëntie in onze brandweeroperaties. Er zijn technologische ontwikkelingen op het terrein van de digitale verkenning, informatiegestuurd werken (gebruik van artificial intelligence en data-analyse), maar ook op het gebied van blusmiddelen. Denk hierbij aan het inzetten van (blus)robots en drones. We werken deze innovaties zoveel mogelijk uit in landelijke en bovenregionale samenwerkingen. Hierbij houden we ook rekening met het trainen van medewerkers uit het team Techniek & Logistiek.

5.2 Verduurzaming brandweervoertuigen

In de vorige beleidsperiode zijn we gestart met het verduurzamen van de gebouwen en onze kleinere voertuigen. De grote voertuigen zijn tot nu toe buiten beschouwing gelaten. Inmiddels is de techniek zo ver dat er ook elektrische tankautospuiten en redvoertuigen beschikbaar zijn. Ook de mogelijkheid van op waterstofgas rijdende voertuigen is in ontwikkeling. We willen ervaring opdoen met deze duurzame grote voertuigen om de impact te kunnen beoordelen.

5.3 Bluswatercapaciteit

Op dit moment zijn de bluswatervoorzieningen binnen de regio Zaanstreek-Waterland nog op orde. Om dit in de toekomst zo te houden, ontwikkelen we toekomstbestendig beleid voor bluswatervoorzieningen. In de uitwerking maken we een duidelijk onderscheid tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau. Aangezien dit grote consequenties kan hebben gaat zorgvuldigheid boven snelheid. We moeten het onderwerp goed bespreken en afstemmen met alle betrokken partijen. De landelijke handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid wordt hierbij zo veel mogelijk gevolgd. Daarnaast houden we rekening met duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

5.4 Meldkamer Brandweer

In samenwerking met de andere veiligheidsregio’s wordt landelijk nagedacht over hoe de meldkamer brandweer er over vijf tot tien jaar uit moet zien en wat daarvoor nodig is. Daarnaast blijven we ons focussen op het afstemmen van processen en procedures met de veiligheidsregio’s. Er is een meerjarenvisie op vakbekwaamheid die rekening houdt met de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van het analyseren en duiden van data. Daarmee wordt het vakmanschap van centralisten centraal gesteld en wordt ervoor gezorgd dat centralisten zijn voorbereid op hun taak.

5.5 Versterking vakbekwaamheid

Het organiseren van de vakbekwaamheid van (nieuwe) medewerkers is essentieel voor het verzekeren van een toekomstbestendige brandweerzorg. We willen medewerkers continu opleiden en trainen. Tegelijkertijd evalueren we of ons oefenprogramma nog steeds aansluit op de toekomstige behoeften.

We blijven, in samenwerking met Brandweerschool Noord-Holland, het oefenprogramma voor de komende jaren doorontwikkelen. We kijken naar alle ontwikkelingen en trends en volgen de landelijke herziening van het onderwijsstelsel. De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) is samen met het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) opdrachtgever.

5.6 Oefencentrum Prins Bernhardplein

VrZW beschikt over een eigen oefencentrum, waar naast basis- en specialistische vaardigheden ook realistisch (virtueel) geoefend wordt. Ook andere organisaties kunnen gebruik maken van deze

“Voor ons oefencentrum kijken we hoe de brandweer zo realistisch mogelijk kan oefenen. Hierbij hebben we veel aandacht voor de energietransitie. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel. Denk aan voertuigen aangedreven op waterstof, waterstofopslag of waterstoftankstations. Maar ook aan thuisbatterijen, windmolenparken en industrie-installaties. Het oefencentrum wordt hier de komende jaren steeds meer op aangepast. We hebben nu bijvoorbeeld al de mogelijkheid om te oefenen met het blussen van zonnepanelen. Het mooie is dat alles wat wij in het oefencentrum innoveren, dat andere veiligheidsregio’s daar ook gebruik van kunnen maken. Het is belangrijk om alle brandweermensen bewust te maken van de veranderingen in brand bestrijden en hulpverlening door de energietransitie. Bijvoorbeeld, wanneer gebruik je water om een elektrische auto te blussen? Wanneer kan je beter schuim gebruiken? Het is mooi dat de brandweer dit straks in ons oefencentrum kan oefenen.”

Niels Straatmeijer, oefencöordinator bij Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland

faciliteiten. Om de status van een geavanceerd oefencentrum te behouden, is het belangrijk om continu in de gaten te houden wat er nodig is om deze positie te behouden.

5.7 Klimaatadaptieve brandweer

We blijven ons zoveel mogelijk voorbereiden op de effecten van klimaatverandering. Speciale aandacht besteden we aan scenario’s zoals natuurbranden en hoogwaterincidenten, inclusief de inzet van de Nationale Reddingsvloot. Daarnaast houden we rekening met langdurige hitte en de potentiële risico's voor de brandweer, evenals mogelijke tekorten aan bluswater. Het bevorderen van samenwerking en het efficiënt gebruik van beschikbare mensen en middelen spelen hierbij een belangrijke rol.

5.8 Gebiedsgerichte Opkomsttijden

In 2025 maken we een eerste berekening op basis van de landelijke handreiking uniforme systematiek voor dekkingsplannen. De werkwijze is nieuw en zal veel tijd en capaciteit vragen. Ook zullen we een beroep doen op de gemeentelijke partners. Met deze nieuwe systematiek worden de objectgerichte opkomsttijden, die we voorheen gebruikten, losgelaten. Deze worden vervangen door gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). De uitkomst van de GGO is dat het eindproduct, het dekkingsplan, beter te vergelijken is met andere veiligheidsregio’s en daarmee het functioneren van de brandweer bij haar repressieve taak vergroot.

6. Toekomstgerichte crisisbeheersing

De wereld van crisisbeheersing is in ontwikkeling. De basis voor deze ontwikkeling is gelegd tijdens de langdurige crises sinds 2020. De lessen uit de COVID-crisis, de rol van crisisbeheersing tijdens de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en de coördinatie en opvang van asielzoekers laten zien dat de rol van crisisbeheersing verandert. Denk hierbij aan het uitvoeren van nieuwe taken op het gebied van:

  • crisismanagement: van flitsrampen naar meer langdurigere complexere crises;

  • informatiepositie: van meer reactieve naar proactieve informatievergaring, informatiedeling en informatieduiding en de verdere verbinding met regio's en het Rijk.

6.1 Pijlers voor de komende jaren

De Landelijke Agenda Crisisbeheersing is de basis voor de ontwikkelingen op het gebied van de toekomstgerichte crisisbeheersing. Het document zet een koers uit voor de jaren 2024 tot 2029. De eerste focus ligt op de jaren tot en met 2026. De vaststelling van deze agenda heeft plaatsgevonden in het Veiligheidsberaad samen met de Minister van Justitie en Veiligheid.

De drie pijlers die daaruit voortkomen en waar we ons op richten zijn:

  • versterken van de voorbereiding en paraatheid;

  • versterken van een weerbare samenleving;

  • bevorderen van kwaliteit en professionaliteit.

6.2 Crisismanagement: van flitsrampen naar meer langdurigere complexere crises

Onze inzet is gericht op de samenwerking met onze inwoners, partners en collega-veiligheidsregio's. Gezamenlijke denk- en ontwikkelkracht gaat ons helpen om ook de moeilijke vraagstukken het hoofd te bieden. In lijn met de bovenstaande pijlers vraagt dit ook om het (door)ontwikkelen van onze crisismanagement en informatiepositie.

Van oorsprong richten we ons op flitsincidenten en de voorbereiding daarop. Dit doen we samen met onze partners, zowel privaat als publiek. Deze samenwerking is van belang om vanuit een brede blik een goede voorbereiding uit te voeren. De basis hiervoor is ons Regionaal Risicoprofiel (RRP). Dit profiel geeft inzicht in crisistypes en bijbehorende incidenttypes. Op basis hiervan wordt een gezamenlijk plan en trainingsprogramma gemaakt voor de crisisfunctionarissen.

Het lerend vermogen van onze crisisfunctionarissen staat hierbij voorop. Incidentevaluatie, maar ook de geleerde lessen uit oefeningen en incidenten uit het land, vormen de komende jaren de basis voor het trainingsprogramma. Deze zogenoemde ‘rode draden’ worden opgenomen in de verschillende onderdelen van Opleiden, Trainen, Oefenen, Testen, Evalueren en Lessons Learned (geleerde lessen). Hierdoor wordt het aansluitende proces van crisisbeheersing beter georganiseerd.

“Na een impactvol incident evalueren de hulpdiensten altijd hun eigen aanpak en de onderlinge samenwerking. Maar hoe hebben de getroffenen en omwonenden eigenlijk beleefd wat er gebeurd is? Om daarachter te komen voeren we sinds begin 2024 belevingsonderzoeken uit. Bijvoorbeeld na een brand of een gaslek waarbij veel mensen hun huis moesten verlaten. Ongeveer een week later bellen we in tweetallen aan in de buurt waar het incident plaats vond. Dat was in het begin best spannend. Doen mensen open? Willen ze wel meewerken? Wat als ze boos worden? Tot onze opluchting merken we dat mensen het vooral fijn vinden dat we interesse hebben in wat zij meegemaakt hebben. En juist omdat we geen enquête uitvoeren maar echt in gesprek gaan verzamelen we waardevolle informatie. Mensen ervaren de ernst van een incident soms anders dan de hulpdiensten. Omdat ze bijvoorbeeld geen vlammen zien. Met als gevolg dat ze in pyjama naar buiten gaan omdat ze denken dat het maar voor even is, terwijl ze pas uren later hun huis weer in kunnen. De resultaten van de belevingsonderzoeken geven een mooi beeld van de impact van een incident. Wat voor hulpdiensten een doorsnee klus is, kan voor de getroffenen een heftige ervaring zijn. Goed om ons daarvan bewust te zijn.”

José Onderdenwijngaard, beleidsmedewerker risico- en crisiscommunicatie

Langdurige crises/ongekende crises

In tegenstelling tot de flitsincidenten met een relatief kortdurend verloop zien we steeds meer crises met een complexer en langduriger verloop. Bij dit soort crises is de complexiteit en impact op de samenleving groter. Ook duurt de aanloop van deze crises vaak langer. Dat vraagt om inzicht, afstemming en samenwerking. Zo zorgen we ervoor dat de juiste partijen op het juiste moment aangesloten zijn. Deze ontwikkeling vraagt om anders denken en anders handelen van onze crisisfunctionarissen dan we tot nu toe gewend zijn. Daarmee is het een flinke opgave voor de komende jaren. Hier bereiden we ons dan ook gezamenlijk op voor. Deze voorbereiding wordt mede gedaan door hier aandacht aan te besteden in het multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. Daarnaast zal er onderzocht moeten worden welke vorm van crisisorganisatie nodig is om invulling te geven aan deze vraagstukken. Een belangrijk uitgangspunt voor de toekomstige inrichting van de teams zal veerkracht en flexibiliteit zijn.

6.3 Informatiepositie

De tweede grote opgave bestaat uit het verbeteren van de informatievergaring, informatieduiding en informatiedeling bij een (dreigende) crisis of incident. Deze opgave is deels lokaal en deels landelijk gericht. De afgelopen jaren zijn de eerste stappen gezet naar regionale veiligheidsinformatieknooppunten (VIK’s). De ontwikkeling van het VIK is van belang om risico’s vroegtijdig te signaleren en juist ook te kijken naar de risicostapeling en effecten daarvan in de maatschappij. In een VIK wordt informatie van regionale partners, landelijke partijen en kennisinstituten verzameld, geanalyseerd en geduid. Er zijn samenwerkingsprocessen ingericht met partners en de meldkamer om elkaar snel en goed te informeren en duiding te geven aan de informatie. Deze informatiepositie is van belang om mogelijke verstoringen van de continuïteit van de samenleving zo vroeg en compleet mogelijk in beeld te krijgen. Zo kan er vanuit de crisisorganisatie en/of VrZW passende stappen genomen worden.

“Een goede voorbereiding is het halve werk. Dat is voor mij de waarde van het VIK. In de week dat ik piketdienst heb als Hoofd Crisiscommunicatie word je in een online meeting bijgepraat over wat er die week kan gaan spelen. Verwachten we slecht weer? Zijn er grote evenementen in de regio? Is er een demonstratie aangekondigd? Op deze manier krijg je een beter beeld van wat je die week kan verwachten.

Daarnaast weet je door het VIK ook wie er allemaal dienst hebben. Zo weet je elkaar sneller te vinden. Want je doet het in een crisis uiteindelijk allemaal samen.”

Laura Steur, Teamleider Bestuursondersteuning en Communicatie bij gemeente Edam-Volendam

De komende jaren ligt de focus op het versterken van de verbinding met de landelijke partijen en de landelijke informatieorganisatie die als spil fungeert tussen het Rijk en de regio's. We pakken dit samen met onze collega’s van Veiligheidsregio’s Amsterdam Amstelland, Kennemerland en Noord-Holland Noord op. Deze versterking draagt bij aan het verbeteren van de informatiepositie van de regio. Ook het gebruik van artificial intelligence (AI) en data-analyse zal hierbij helpen. We gebruiken informatievoorziening om een crisis eerder aan te zien komen, de crisis te voorkomen of sneller te bestrijden. Hierbij kijken we naar welke vorm van (crisis)organisatie en/of samenwerking het beste past.

Bovenstaande ontwikkelingen rondom crisisbeheersing vragen om een toekomstgerichte blik. De toekomstgerichte crisisbeheersing is namelijk niet van vandaag maar van morgen. De toekomstverkenning Crisisbeheersing fungeert hiervoor als handvat rondom de thema's en onderwerpen die op ons afkomen. Echter is en blijft crisisbeheersing vooral ook mensenwerk in een netwerksamenwerking. Samen met verschillende partners bereiden we ons, zowel fysiek als digitaal, voor op (on)gekende crises.

6.4 Bevolkingszorg

Bevolkingszorg betreft de gemeentelijke taken tijdens een groot incident, ramp of crisis, die worden uitgevoerd volgens ons Regionaal Crisisplan. De gemeenten binnen Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland hebben dit voor een groot deel regionaal georganiseerd. Dat betekent dat de voorbereiding en regie zijn belegd binnen VrZW. Ook voor bevolkingszorg vragen de uitdagingen van deze tijd de nodige inspanning en doorontwikkeling. Dit doen we door actief samen te werken met de gemeenten, onze partners én de veiligheidsregio’s om ons heen.

We gaan aan de slag met de implementatie van het landelijk ontwikkelde Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg (UKB). Hierdoor dragen we bij aan de speerpunten van de Landelijke agenda crisisbeheersing. Zo gaan we een kwaliteitsslag maken in de vakbekwaamheid van onze crisisfunctionarissen. Onze focus ligt op een goede voorbereiding door middel van planvorming, het bevorderen van veerkracht en het vermogen tot samenwerking in netwerken. Een vermogen dat de gemeentelijke organisatie kenmerkt en waar we optimaal gebruik van willen maken.

We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan op de kennis en ervaring die in de samenleving al voorhanden is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verder verstevigen van de samenwerking met wijkmanagers en organisaties zoals woningcorporaties. Maar ook aan het optimaal benutten van de hulp die inwoners en organisaties elkaar bieden in geval van een ramp of crisis. Goede communicatie met onze inwoners voor en tijdens incidenten en crises is hiervoor cruciaal.

6.5 Risico- en Crisiscommunicatie

Om inwoners beter te bereiken, eerder te betrekken en bewust te maken van hun eigen verantwoordelijkheid voor hun veiligheid, zetten we komende jaren in op nauwere samenwerking met (vitale) partners en gemeenten. Als netwerkorganisatie en expert op het gebied van crisisbeheersing is onze rol vooral het initiëren, stimuleren en regisseren van activiteiten, acties en samenwerking als het gaat om risico- en crisiscommunicatie. Hierbij zoeken we steeds gerichter de samenwerking met relevante partners, het Rijk en veiligheidsregio’s om ons heen. Hierbij is de focus van risico- en crisiscommunicatie vooral gericht op het stimuleren van een grotere zelfredzaamheid en samenredzaamheid van mensen voor, tijdens en na crises. Daarnaast geven we uitvoering aan het landelijk meerjarenprogramma Risico- en Crisiscommunicatie en de implementatie van het landelijk ontwikkelde Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg (UKB). Hiermee zetten we ons gezamenlijk in voor de doorontwikkeling van Risico- en Crisiscommunicatie in lijn met de Landelijke Agenda Crisisbeheersing.

6.6 GHOR

De GHOR (Geneeskundige Hulpverlening Organisatie in de Regio) is, onder leiding van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG), belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en de advisering van overheden en organisaties op dat gebied. Binnen de veiligheidsregio vertegenwoordigt de GHOR een breed netwerk van zorgpartners. Dit netwerk omvat onder andere acute zorg zoals ambulancediensten, ziekenhuizen en huisartsenzorg en de niet-acute zorg zoals verpleeg- en verzorgingstehuizen, thuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, en gemeentelijke gezondheidsdiensten. Het doel van de GHOR is dat de gezondheidszorg naadloos kan opschalen van regulier naar grootschalige hulpverlening, en dat de crisisplannen van de zorginstellingen up-to-date zijn. Als kennispartner en adviseur tussen zorg- en veiligheidsdomeinen draagt de GHOR bij aan de (geneeskundige) veiligheid tijdens evenementen in de regio Zaanstreek Waterland. Samengevat heeft de GHOR de volgende kerntaken; risicobeheersing, preparatie en advisering in de voorbereidende fase, crisisbeheersing tijdens een incident, en informatiemanagement.

Bij landelijke crisissen zoals een epidemie of pandemie (bijv. COVID-19), de Oekraïnecrisis of heftige regionale incidenten (bijv. groot ongeval) heeft de GHOR een verbindende en ondersteunende rol rond de publieke gezondheid. Denk aan de nazorg en mentale opvang van mensen of infectieziektebestrijding.

De drie hoofddoelen van de GHOR tijdens incidenten zijn:

  • Acute zorg voor slachtoffers;

  • Publieke gezondheid;

  • Bewaken van ketencontinuïteit zonder de verantwoordelijkheid over te nemen.

De komende beleidsperiode staat de GHOR voor vier belangrijke opgaven:

  • 1.

    Ontwikkeling naar een toekomstbestendige crisisorganisatie

  • Om in te spelen op de veranderende maatschappij moeten we voorbereid zijn op toekomstige, nieuwe rampen en crises. Dit vereist, met de focus op de gezondheidskundige effecten, extra inspanningen en versterking van de crisis- en risicobeheersing van de GHOR, met 24/7 paraatheid en capaciteit voor langdurige crisis als cruciale factor. Door voortdurend te evalueren na incidenten kunnen we onze voorbereiding optimaliseren en blijven vernieuwen, wat resulteert in efficiëntere en veiligere crisisbestrijding.

  • 2.

    Verstevigen van zorgorganisaties op rampen en crisissen

  • Het is belangrijk dat alle zorgorganisaties gezamenlijk voorbereid zijn om tijdens rampen en crisissituaties adequate zorg te kunnen bieden. Daarom is landelijk afgesproken dat, naast onze bestaande werkwijzen, de GHOR een zorgrisicoprofiel opstelt waarin de belangrijkste (boven)regionale risico’s voor de geneeskundige hulpverlening staan en de effecten daarvan op de zorgcontinuïteit. Dit profiel zal de komende jaren als basis dienen voor de GHOR, in samenwerking met de zorgketen, veiligheidsregio en andere lokale partners in de regio, om de voorbereiding op rampen en crisissituaties te versterken.

  • 3.

    Intensivering van samenwerking en versterking informatiepositie

  • Een gezondheidskundige crisis houdt zich niet aan regiogrenzen. Daarom is van essentieel belang om in onze processen de samenwerking op regionale, bovenregionale en landelijk niveau te versterken. Op deze manier kunnen we niet alleen denkkracht bundelen maar ook uniforme werkwijzen ontwikkelen en effectiever optreden bij bedreigingen voor de zorghulpverleningsketen. De GHOR zal zich blijven inzetten als informatieknooppunt voor de zorgketen, inclusief de sector Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT-sector). De samenhang van de verschillende informatielijnen rond zorg en gezondheid ten behoeve van goede advisering en crisisbestrijding staat hierbij centraal.

    “Samen werken we aan zorgcontinuïteit, in goede tijden én tijdens crises”

    Debby Schuuring, veiligheidscoördinator bij Zaans Medisch Centrum

  • 4.

    Adviseur tussen zorg- en veiligheidsdomeinen

  • Onze focus ligt op preventie en het bewaken van reguliere zorg tijdens evenementen. Dit is cruciaal voor het welzijn van elke inwoner van Zaanstreek Waterland. Als verbindende schakel tussen het openbaar bestuur, het veiligheidsdomein en de gezondheidsinstellingen zijn we een kennispartner die voor alle samenwerkingspartijen toegankelijk is. Wij houden nieuwe risico's in de gaten en passen ons advies aan op basis van risicoanalyse. Bij evenementen richten we ons op de implementatie van datagestuurde advisering met dashboards voor risico-inschatting, onderbouwing van advies en evaluatie achteraf. Deze nieuwe aanpak zal verder worden ontwikkeld om beter in te spelen op steeds veranderende behoeften en uitdagingen.

7. Veerkrachtig werkgeverschap

Crises en problemen worden steeds ingewikkelder, terwijl de wereld om ons heen in een steeds sneller tempo verandert. Ook onze drie strategische speerpunten (Toekomstbestendige Brandweerzorg, Versterken Crisisbeheersing en Samen Sterker) vragen veel van onze organisatie. Daarom hebben we een veerkrachtige en flexibele organisatie nodig. Naast dat we als organisatie groeien doordat we extra mensen aannemen, blijven we ontwikkelen op kennis, vaardigheden en manieren van werken.

7.1 Persoonlijk leiderschap en eigenaarschap

We werken vanuit vertrouwen en leggen verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie om snel en effectief te kunnen reageren. Het is belangrijk dat medewerkers zelf beslissingen kunnen nemen en zich verantwoordelijk voelen. Niet alleen voor de eigen werkzaamheden, maar ook voor onze dienstverlening in het algemeen. Persoonlijke ontwikkeling vinden we daarom even belangrijk als het op peil houden van vakinhoudelijke kennis. Daarbij hoort een coachende en stimulerende manier van leidinggeven.

7.2 Continu leren en verbeteren

VrZW vindt het belangrijk om planmatig en projectmatig te werken. Hierdoor werken we zoveel mogelijk doelgericht en efficiënt zodat er samenhang ontstaat in wat we doen. Op deze manier streven we ernaar niet alleen oppervlakkige problemen aan te pakken, maar ook de dieperliggende oorzaken te begrijpen.

We bieden traineeships, stageplaatsen en afstudeeropdrachten aan, waarmee we ook de volgende generatie mogelijkheden bieden om werkervaring op te doen of af te studeren. Wij geloven namelijk dat het samenbrengen van kennis, ervaring en generaties het beste resultaat oplevert.

7.3 Arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt in Nederland blijft de komende jaren krap, vooral door een afnemend aanbod van arbeidskrachten. In 2030 bestaat meer dan 50% van de beroepsbevolking uit millennials. In de komende tien jaar bestaat de actief werkende bevolking uit vijf generaties. Ook in onze regio zien we de krapte op de arbeidsmarkt. We hebben in beeld gebracht wat onze organisatie kenmerkt en wat ons onderscheidend en aantrekkelijk maakt als werkgever. Het is belangrijk dat we dit blijven uitdragen en dat wij onze medewerkers blijven binden en boeien.

7.4 Diversiteit en inclusie

We blijven streven naar een diverse samenstelling van ons personeelsbestand en kijken bij vacatures welke waarde we aan onze organisatie willen toevoegen. Dit kan op het gebied van man-vrouw verhouding zijn, maar ook in achtergronden, leeftijd, opleiding en ervaring. Waar we vooral op focussen is inclusie. Hoe zorgen we ervoor dat mensen zich bij VrZW thuis (blijven) voelen en zichzelf herkennen in andere collega’s? We kijken hierbij naar wat helpt, maar ook naar wat ons bewust of onbewust belemmert. Hierover voeren we gesprekken in de organisatie, waarbij we ook kijken naar onze regels en procedures. Bij de verbouwing van het Prins Bernhardplein houden we rekening met fysieke toegankelijkheid. Bij het aantrekken van nieuwe medewerkers besteden we aandacht aan objectief en inclusief werven en selecteren.

7.5 Vitaliteit en duurzame inzetbaarheid

VrZW doet veel om ervoor te zorgen dat de medewerkers zich zowel lichamelijk als geestelijk goed voelen, zodat klachten zoveel mogelijk worden voorkomen. Hiervoor hebben we speciale programma’s. Het doel van deze programma’s is om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving en het duurzaam inzetbaar houden van onze medewerkers. Om lichamelijk fit te worden en te blijven kunnen medewerkers sporten in onze eigen sportruimtes. We bieden daarnaast ruimte en faciliteiten aan medewerkers om te werken aan hun persoonlijke ontwikkeling en het op peil houden en vergroten van hun kennis en vaardigheden om ook op de arbeidsmarkt duurzaam inzetbaar te blijven.

We volgen landelijke adviezen op de voet, zoals de Gezondheidsmonitor Brandweer. Onderdeel daarvan zijn het opnemen van het periodiek arbeidsgeneeskundig onderzoek (PAGO) in het periodiek preventief medisch onderzoek (PPMO) en het registreren van blootstelling aan mentale belasting en gevaarlijke stoffen.

Als medewerkers iets schokkends hebben meegemaakt, staat het interne Team Collegiale Opvang (TCO) klaar om hen te helpen met hun gevoelens en gedachten. TCO organiseert ook avonden voor de partners van de medewerkers. Naast het TCO, kan externe deskundige hulpverlening worden ingeschakeld bij een extern expertisecentrum. VrZW neemt het heel serieus als een medewerker ondanks alle inspanningen een posttraumatische stressstoornis (PTSS) oploopt. Daarom sluiten we aan op de voorgestelde landelijke aanpak. In dit voorstel wordt PTSS erkend als beroepsziekte. Een medewerker bij wie PTSS als gevolg van het werk is vastgesteld, heeft dan recht op bepaalde vergoedingen.

“Ik zit al sinds 1990 bij de brandweer en heb dus al best veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. Maar vorig jaar december ging er een soort knop om. Tijdens de Sinterklaasintocht in Zaandam kreeg iemand een hartstilstand en viel vervolgens in de sloot. Ik heb geen moment getwijfeld en sprong er gelijk achteraan. Ondertussen was Brandweer Zaandam-Houtveldweg gealarmeerd voor de reanimatie. Ik ben toen met hen mee terug gegaan naar de brandweerkazerne. Daar werd vervolgens TCO opgeroepen. Dat vond ik fijn. Het was een rustig, prettig gesprek in een vertrouwde setting.

De dagen na dit incident herkende ik mijzelf niet. Ik was steeds heel emotioneel. Toen heb ik weer contact met TCO opgenomen. Uiteindelijk ben ik via de huisarts in gesprek gegaan met een psycholoog. Het gaat nu weer beter. Maar nog steeds, als ik merk dat het even niet gaat, zoek ik TCO op. Dan gaan we even met elkaar zitten en drinken we een kop koffie. Het is heel fijn dat je zo laagdrempelig gewoon even langs kan lopen.”

Jacco Smit, manschap bij Brandweer Zaanstreek-Waterland

7.6 Ontwikkelingen informatievoorziening

In de afgelopen jaren is de ondersteuning van informatietechnologie in ons dagelijks werk een steeds grotere rol gaan spelen. Nieuwe technologieën dienen zich in een hoog tempo aan en hebben impact op onze organisatie, medewerkers en werkprocessen. Deze ontwikkeling zorgt voor een overgang naar een steeds hogere mate van digitaal werken. In de komende beleidsperiode werken wij daarom verder aan het verbeteren van onze informatievoorziening. Zo beschikken we continu over actuele en betrouwbare informatie. Kortom, we zorgen ervoor dat onze informatievoorziening voldoet aan een veilige, rechtmatige en efficiënte vervulling van de informatiebehoefte waarbij we effectief gebruik maken van nieuwe technologieën. Omdat de verschillende digitale technologieën voortdurend blijven veranderen, vraagt dit om continu te investeren in de digitale vaardigheden van onze medewerkers.

Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de informatievoorziening zoals artificiële intelligentie (AI) bieden kansen op het gebied van informatiegestuurd werken. Tegelijkertijd moeten we ook rekening houden met de dreigingen op het gebied van de informatiebeveiliging en privacybescherming. We zorgen er daarom voor dat onze informatievoorziening voldoet aan de algemeen geldende kaders op dit vlak zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), de ISO 27001 norm alsook de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Op het gebied van de documentaire informatievoorziening zorgen we dat deze op orde is en voldoet aan de Archiefwet alsook aan de eisen die door de Wet open overheid (Woo) daaraan wordt gesteld. Zo is onze informatie altijd goed toegankelijk en bruikbaar. Daarnaast zorgen we ervoor dat onze informatiehuishouding op orde blijft en voldoet aan de standaarden die onder andere zijn opgenomen in de gezamenlijke Veiligheidsregio Referentiearchitectuur (VeRA). We blijven de samenwerking opzoeken op landelijk en bovenregionaal niveau.

8. VrZW en de maatschappij

8.1 De jeugd heeft de toekomst

Honderdduizenden kinderen in Nederland groeien op in wijken met veel armoede en weinig rolmodellen, ondanks dat ze evenveel talent hebben als hun leeftijdsgenoten die ergens anders wonen. Ook in de regio Zaanstreek-Waterland zien we dit. Daarom is VrZW sinds 2023 officieel partner van een initiatief dat kinderen helpt om een betere start op de arbeidsmarkt te maken.

Door deel te nemen aan programma's helpen we jongeren verschillende beroepen te ontdekken en te zien welk werk bij hun talenten past. We organiseren regelmatig bliksemstages, waarbij jongeren kennismaken met het werk van de brandweer en de crisisorganisatie. Hiermee inspireren we jongeren, vergroten we hun zelfvertrouwen en geven inzicht in hun kwaliteiten.

Amir (14 jaar) mocht voor één dag de directeur van VrZW zijn. Hij kijkt positief terug op zijn deelname aan ‘Baas van Morgen’. Ook Saskia van den Broek, directeur VrZW, is blij met de deelname van de organisatie aan Baas van Morgen.

Amir: “Ik vond het heel prettig om voor één dag de directeur van de veiligheidsregio te zijn. Het viel mij op dat jullie echt plezier met elkaar hebben. Jullie zijn goed georganiseerd en voorbereid”.

Saskia: “Ik vind het mooi om te zien dat deze uitwisseling wederkerig is. Ook wij steken er wat van op. Meehelpen aan deze dag maakt de collega’s trots”.

8.2 Young Fire Rescue Team

Het Young Fire & Rescue Team (YFRT) is een jeugdteam (13-18 jaar) gericht op brandbestrijding, preventie en hulpverlening in brede zin. Het YFRT is een samenwerking van organisaties uit het veiligheidsdomein, zoals de brandweer, politie, de reddingsbrigade, het Rode Kruis en Defensie. Ook de gemeenten uit de regio zijn betrokken. In 2019 ging het eerste team in het Markermeergebied van start onder de naam Young Fire & Rescue Team. Daarna volgden twee teams, in Purmerend en Zaanstad. De komende jaren blijven we hierin investeren.

8.3 Duurzaamheid

Veiligheidsregio’s hebben de ambitie de sector samen te verduurzamen en in 2050 circulair en klimaatneutraal te zijn. Dit doen ze aan de hand van vier thema’s: klimaat, milieu, circulair en mens.

VrZW stelt in het programmaplan Duurzaamheid 2024-2026 de volgende doelen:

  • Klimaat, verminderen van

    • -

      CO2-uitstoot in 2026 met 45% ten opzichte van 2019

    • -

      energieverbruik met 10% en we gebruiken in 2030 volledig duurzame energie die we deels zelf opwekken.

  • Milieu:

    • -

      beperken van het gebruik van schadelijke en toxische stoffen en verminderen van ons drinkwatergebruik

  • Circulair:

    • -

      Verminderen van ons afval met 25% in 2026 (ten opzichte van 2023). In 2030 gebruiken we 50% minder primaire grondstoffen (ten opzichte van 2014) en in 2050 zijn we volledig circulair.

  • Mens:

    • -

      We nemen bij inkoop ketenverantwoordelijkheid en stimuleren bij onze leveranciers dat zij erop toezien dat de Internationale Sociale Voorwaarden (ISV) met betrekking tot arbeidsomstandigheden worden nageleefd.

9. Samenvatting

Dit beleidsplan is opgesteld om invulling te geven aan de speerpunten van VrZW voor de periode 2025-2028. We richten ons op het vergroten van de weerbaarheid en veiligheid in Zaanstreek-Waterland. Dit doen we door samen te werken met diverse externe partners. Het beleidsplan is opgebouwd rondom drie strategische speerpunten:

  • 1.

    Toekomstbestendige brandweerzorg. We werken aan de beschikbaarheid van personeel, materieel en bluswatervoorzieningen. Innovaties zoals elektrische voertuigen en het gebruik van drones worden onderzocht. Ook wordt rekening gehouden met invloeden zoals klimaatverandering en de energietransitie, die zowel de brandbestrijding als het oefenprogramma van de brandweer beïnvloeden.

  • 2.

    Toekomstgerichte crisisbeheersing. We bereiden ons voor op langdurige, complexe crises. Dit doen we door onze informatiepositie te versterken en intensief samen te werken met landelijke en regionale partners. Daarnaast onderzoeken we het gebruik van nieuwe technologieën zoals Artificial Intelligence.

  • 3.

    Samen Sterker. VrZW en GGD-ZW gaan samenwonen in één pand. Het gebouw aan het Prins Bernhardplein wordt verbouwd naar een open, moderne en transparante werkomgeving die samenwerking bevordert.

Het plan beschrijft daarnaast trends en risico’s waarvan de oorzaak en gevolgen bovenregionaal, landelijk of zelfs internationaal kunnen spelen. Denk aan de impact van klimaatverandering, de energietransitie, en de toenemende digitalisering. Deze thema’s staan ook op de strategische agenda van het Veiligheidsberaad.

We werken continu aan een veilige leefomgeving voor alle inwoners, organisaties en bedrijven van Zaanstreek-Waterland. Dit doen we onder andere door het vergroten van het (brand)veiligheidsbewustzijn van inwoners. Risico- en crisiscommunicatie spelen hierbij een belangrijke rol. Bovendien adviseren we gemeenten over de fysieke veiligheid van de leefomgeving. De GHOR speelt een belangrijke rol als het gaat om het waarborgen van de geneeskundige hulpverlening tijdens rampen en crises.

We hebben plannen om de organisatie verder te verduurzamen en interne processen zoals de informatievoorziening te verbeteren. Hierbij wordt veel aandacht besteed aan persoonlijk leiderschap, eigenaarschap, en de vitaliteit en duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. We streven naar een divers personeelsbestand.

Kortom, dit beleidsplan focust op samenwerking en innovatie om de regio veiliger en veerkrachtiger te maken voor de toekomst.

10. Bijlage 1 - Wettelijke taken

De taken en organisatie van een veiligheidsregio staan beschreven in de Wet veiligheidsregio’s. Ook staan hierin de verantwoordelijkheden van bijvoorbeeld de burgemeester en voorzitter van de veiligheidsregio bij een brand, ramp of crisis.

De Wet veiligheidsregio’s stelt in artikel 14, lid 2, dat in ieder geval de volgende onderdelen in het beleidsplan moet staan:

  • -

    Beschrijving operationele prestaties

  • -

    Uitwerking landelijke doelstellingen

  • -

    Informatieparagraaf

  • -

    Oefenbeleidsplan

  • -

    Beschrijving niet-wettelijke adviesfunctie

  • -

    Dekkingsplan brandweer

10.1 Beschrijving operationele prestaties

Onze beoogde operationele prestaties vloeien grotendeels voort uit het Besluit veiligheidsregio’s en de scenario’s uit het risicoprofiel van de regio. Deze prestaties zijn opgedeeld in de processen melding en alarmering, opschaling, leiding en coördinatie en informatiemanagement.

Het Regionaal Crisisplan (RCP) beschrijft de inrichting van de regionale multidisciplinaire crisisorganisatie. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de organisatie in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn hierin vastgelegd. De organisatie is generiek en past zich aan de aard en omvang van het incident aan. Operationele eenheden worden flexibel naar behoefte ingezet door middel van het multidisciplinair knoppenmodel.

10.2 Uitwerking landelijke doelstellingen

Zie hiervoor pagina 6: Strategische agenda van het Veiligheidsberaad.

10.3 Informatieparagraaf

We beheren en optimaliseren onze processen met betrekking tot het netcentrisch werken en het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS). We volgen daarbij de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot de samenhangende informatievoorziening. Deze ontwikkelingen hebben in meer of in mindere mate effect op de wijze waarop we netcentrisch samenwerken. Denk aan het “Knooppunt Coördinatie regio’s-Rijk”, een verkenning naar de landelijk beschikbare operationele coördinatie en informatie bij (dreigende) crisis, maar ook aan de verschuiving van flits en acuut naar langdurige, complexere crises. Laatstgenoemde ontwikkeling vraagt bijvoorbeeld andere kwaliteiten en resources.

Zie ook pagina 13 voor de ontwikkeling naar het VIK (Veiligheid Informatie Knooppunt).

10.4 Oefenbeleidsplan

Apart van dit beleidsplan is een beleidsplan OTOTEL (Opleiden, Trainen, Oefenen, Testen, Evalueren, Lessons Learned) 2025-2028 opgesteld. Het beleidsplan OTOTEL richt zich op het cyclisch proces van crisisbeheersing waarbij de geleerde lessen uit evaluaties en incidenten meegenomen worden in nieuwe trainingen en oefeningen.

10.5 Beschrijving niet-wettelijke adviesfunctie

Inzake de lokale verordeningen en vergunningverlening op het gebied van de Omgevingswet is de gemeente het bevoegd gezag. Dit houdt in dat VrZW hierbij een niet-wettelijke adviestaak verricht. Met name op het gebied van brandveiligheid vindt deze advisering plaats. Naast de niet-wettelijke adviestaak vindt er onder meer ook toezicht plaats en participeert de VrZW in projecten die multidisciplinair worden uitgevoerd. Neem hierbij de projecten op het gebied van brandveilig leven, Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO), evenementenveiligheid en waterveiligheid.

De dienstverlening die VrZW aan gemeenten kan leveren bestaat uit:

Adviestaken

  • 1.

    Vooroverleg Omgevingsvisies en Omgevingsplannen

  • 2.

    Advisering Omgevingsveiligheid

  • 3.

    Advies omgevingsvergunning bouw (Omgevingswet)

  • 4.

    Advies omgevingsvergunning milieu (Wmb)

  • 5.

    Aanvraag gebruiksvergunning/ gebruiksmelding (Omgevingswet)

  • 6.

    Advies bestaande bouw (Omgevingswet)

  • 7.

    Advisering route gevaarlijke stoffen op verzoek van gemeenten

Toezichttaken

  • 1.

    Toezicht omgevingsvergunning bouw

  • 2.

    Toezicht omgevingsvergunning milieu

  • 3.

    Toezicht gebruiksvergunning/ gebruiksmelding

  • 4.

    Toezicht bestaande bouw

  • 5.

    Ondersteuning handhaving

  • 6.

    Toezicht horeca/ APV

Multidisciplinaire activiteiten

  • 1.

    Brandveilig leven

  • 2.

    Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

  • 3.

    Evenementenadvisering

  • 4.

    Projecten op het gebied van het thema ‘brandveiligheid in de zorg’

De exacte dienstverlening rond deze activiteiten wordt jaarlijks per gemeente verder ingevuld.

10.6 Dekkingsplan

De voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen staan beschreven in het Regionaal Repressief Dekkingsplan 2022-2025 (vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 7 oktober 2022).

In 2025 wordt een nieuw dekkingsplan 2026-2029 opgesteld, conform de Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen.

Ondertekening