Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beek 2025

Geldend van 04-04-2025 t/m heden

Intitulé

Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beek 2025

Voor de bekostiging van het Leerlingenvervoer heeft de gemeente een Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022 opgesteld. Ter verduidelijking van de uitvoering van deze verordening zijn deze nadere regels opgesteld door het College van Burgermeester en Wethouders, zoals bepaald in artikel 6.8 van de Verordening.

Algemeen

Artikel 1: Definities

  • 1. Alle definities in de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022 zijn van toepassing op deze nadere regels.

  • 2. Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet op primair onderwijs, de Wet op voortgezet onderwijs 2020, de Wet op de expertisecentra, de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022.

  • 3. Verordening: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022.

  • 4. Aanvrager: ouders als bedoeld in de verordening waaronder begrepen de co-ouders of degene waarbij het kind tenminste aaneengesloten drie maanden feitelijk verblijft.

  • 5. Eenoudergezin: een huishouden bestaande uit één volwassene met één of meer thuiswonende kinderen.

  • 6. Co-ouderschap: ouders die niet bij elkaar wonen, en in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind of de kinderen hebben.

  • 7. Woning: de plaats waar de leerling structureel -langer dan drie maanden- en feitelijk verblijft.

  • 8. Voor Elkaar Pas (VEP): een op naam van de leerling gestelde OV-chipkaart van Arriva die door de gemeente Beek kan worden aangeschaft ten behoeve van het leerlingenvervoer.

Artikel 2: Co-ouderschap

  • 1. Ingeval van co-ouderschap moeten beide ouders afzonderlijk, voor het eigen woonadres, een aanvraag indien voor de dagen van de week dat de leerling bij hen verblijft. Er vindt geen dubbele bekostiging plaats.

  • 2. Bij co-ouderschap blijft de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van beide ouders van kracht.

Artikel 3: Hoogbegaafdheid

Het onderwijs voor hoogbegaafden valt onder regulier basisonderwijs en valt daardoor onder de WPO. Als een kind is aangewezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs is leerlingenvervoer mogelijk naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school als wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Verordening. Ouders dienen bewijzen te overleggen dat het kind is aangewezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs. Hoogbegaafdheid alleen is geen reden om vervoer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs. De ouders moeten aantonen door een verklaring van het schoolbestuur van dichterbij gelegen scholen dat hun kind niet naar een school kan die dichterbij ligt.

Artikel 4: Stage

  • 1. De stage is onderdeel van het onderwijsprogramma in het VSO met een arbeidsgericht uitstroomprofiel.

  • 2. Als uitgangspunt voor een vervoersvoorziening naar een stageadres geldt, zoals opgenomen in artikel 15.4 van de verordening, dat het college deze uitsluitend verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke stage.

  • 3. Het college bekostigt alleen vervoer naar een stageplek op maximaal 10 kilometer reisafstand van de woning, indien de stageplek zich niet bevindt op de route die de vervoerder hanteert.

  • 4. Indien de leerling afhankelijk is van aangepast vervoer wordt vervoerd van en naar het stageadres gecombineerd met andere schoolroutes.

  • 5. Het college zet geen individueel vervoer in als de reistijd bij aangepast vervoer naar het stageadres door de gecombineerde route meer dan 60 minuten bedraagt.

Artikel 5: Combinatie van onderwijs met medische behandeling of zorg

  • 1. Vervoer naar zorginstellingen, medisch kinderdagverblijven en andere instellingen vallen buiten de verantwoordelijkheid van het college voor de bekostiging van het leerlingenvervoer.

  • 2. Bij een gecombineerd traject van onderwijs en zorg, komt de leerling uitsluitend in aanmerking voor leerlingenvervoer als aan de eisen van de verordening wordt voldaan. Het college volgt hierbij de richtlijnen vervoer Jeugd Zuid-Limburg.

  • 3. Uit het knooppuntoverleg moet blijken dat onderwijs gedurende het gehele zorgtraject voorliggend is.

Artikel 6: Route, berekening afstand en vergoeding reiskosten

  • 1. Voor het bepalen van de afstand tussen de woning en het schooladres wordt gebruik gemaakt van de routeplanner van Google Maps, kortste route.

  • 2. Er wordt alleen vervoerd naar schoollocaties met een Brin nummer.

  • 3. De Reisregeling Binnenland is in 2020 vervallen. Op dit moment wordt in plaats daarvan de belastingvrije kilometervergoeding gehanteerd voor vervoer per auto. Met een kilometervergoeding van € 0,23 vier maal de enkele reis. Voor de fietsvergoeding geldt € 0,11 per gereden kilometer. Dit is gebaseerd op 50% van de kilometervergoeding voor autogebruik, naar beneden afgerond. De bedragen worden uitgekeerd voor de kilometers die de leerling aflegt.

Artikel 7: Gebruik fiets

Waar mogelijk worden de mogelijkheden van de leerling benut en het reizen met de fiets (al dan niet onder begeleiding) gestimuleerd. Dit houdt in dat fietsvergoedingen zullen worden verstrekt op basis van een kilometervergoeding voor de fiets (dan wel bromfiets). De fietsroute wordt op basis van de Google Maps, kortste route, berekend.

Artikel 8: Combinaties van vervoersvoorzieningen

Indien uit de beoordeling blijkt dat de best passende vervoersvoorziening bestaat uit een combinatie van verschillende vormen van vervoer, bepaalt het college de wijze van bekostiging. Uitgangspunt bij een combinatie is zelfstandigheid en goedkoopst passend.

Artikel 9: Schooltijden, wachttijden en afzetmarge

Aangepast vervoer wordt georganiseerd op standaard schooltijden per schoollocatie zoals deze genoemd zijn in de schoolgids, zo nodig uitgesplitst naar onderbouw/bovenbouw. Dit betekent, dat het aangepaste vervoer op wisselende en afwijkende schooltijden niet wordt bekostigd. Voor het vervoeren van leerlingen van dezelfde locatie of van meerdere locaties gecombineerd in één route, die afwijkende begintijden of eindtijden hebben, geldt als uitgangspunt dat de leerlingen zoveel mogelijk op dezelfde begin- en/of eindtijden worden vervoerd. Wachttijden tot maximaal drie lesuren voor het voortgezet onderwijs worden ook geaccepteerd. Het kan dus voorkomen dat leerlingen drie lesuren op school moeten wachten omdat ze gecombineerd vervoerd worden met leerlingen van dezelfde school of van een school waarmee een combinatie gemaakt wordt.

Verzoeken om leerlingen op afwijkende tijden op te halen, bijvoorbeeld voor huiswerkbegeleiding, proefwerkweken, straf of doktersbezoek, worden niet gehonoreerd. Ouders zijn dan zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind. De schoolgids is en blijft leidend.

De afzet- en ophaaltijd aan school moet gelegen zijn binnen een tijdsmarge van maximaal vijftien (15) minuten en minimaal vijf (5) minuten voor het aanvangstijdstip respectievelijk na het eindtijdstip van de school. Het ophaaltijdstip aan het einde van de lessen is nooit eerder dan het tijdstip waarop de lessen eindigen. Bij een gewijzigde eindtijd door o.a. lesuitval is de school of de ouder verantwoordelijk voor opvang van de leerlingen.

Artikel 10: Begeleiding is onmogelijk of begeleiding leidt tot ernstige benadeling

Van een ernstige benadeling van het gezin is naar het oordeel van het college sprake als één van de volgende situaties aanwezig is:

  • a.

    Er is sprake van een eenoudergezin en de ouder heeft een structurele lichamelijke of zintuiglijke en/of psychische handicap waardoor begeleiding niet mogelijk is. Het bestaan van deze situatie moet onderbouwd worden door een verklaring van een medisch specialist.

  • b.

    Er is sprake van een gezin waarbij beide ouders aangeven op medische gronden de leerling niet te kunnen begeleiden. Het bestaan van deze situatie moet voor beide ouders onderbouwd worden door een verklaring van een medisch specialist.

  • c.

    De ouder van een eenoudergezin kan niet langer zijn/haar werk uitoefenen als hij zorg moet dragen voor de begeleiding naar school van zijn kind. Het volgen van een (re-)integratietraject of voltijdsopleiding wordt gelijkgesteld met werk. In deze gevallen kan een inschrijfbewijs van de opleiding worden opgevraagd;

  • d.

    De reistijd van de begeleidende ouders, om de betrokken leerling naar school te begeleiden meer dan 6 uur per dag beslaat voor regulier basisonderwijs en meer dan 3 uur per dag voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs;

  • e.

    Het hebben van werk is geen reden om niet te hoeven begeleiden.

Artikel 11: Voor elkaar pas (VEP)

  • 1. De VEP wordt beschikbaar gesteld voor de leerling die in aanmerking komt voor een bekostiging van het openbaar vervoer en ook daadwerkelijk met het openbaar vervoer gaat reizen / geen gebruik maakt van eigen vervoer.

  • 2. De VEP is leerling gebonden en wordt ingesteld op het goedkoopste reistraject van woning naar school.

  • 3. De pas is zeven dagen per week te gebruiken binnen de zone van het abonnement.

  • 4. Wordt de VEP verstrekt in combinatie met een andere vervoersvoorziening, dan wordt de VEP uitsluitend voor de betreffende momenten dat het nodig is ingezet.

  • 5. Bij de VEP kan tevens een niet op naam gestelde begeleiderspas verstrekt worden. In ieder geval tot elf jaar of indien begeleiding nodig is.

  • 6. De VEP kan tevens tijdelijk als oefenpas worden ingezet ter bevordering van de zelfstandigheid.

  • 7. Bij verlies of breuk van de pas zijn de kosten voor rekening van de ouders.

Artikel 12: Voor Elkaar Pas (VEP) bij Co-ouderschap

  • 1. Bij co-ouderschap waarbij beide ouders ieder een aanvraag indienen, worden de aanvragen individueel beoordeeld.

  • 2. Hebben beide ouders aanspraak op een vergoeding voor openbaar vervoer, dan wordt er slechts één VEP voor het kind verstrekt met het dekkende abonnement vanaf beide adressen.

  • 3. Beide ouders kunnen ieder een begeleiderspas ontvangen. Artikel 9 lid 5 is van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Is al aan één van ouders een VEP toegekend en is deze passend voor de andere ouder, wordt de meest recente aanvraag afgewezen.

Artikel 13: Eigen vervoer

De Verordening geeft aan dat eigen vervoer alleen op verzoek of vraag van ouders ingezet kan worden. In de uitvoering zal aan ouders gevraagd worden of zij de leerling zelf kunnen en willen vervoeren. Dit in het kader van eigen regie, het bevorderen van het zelfoplossend vermogen en de zelfstandigheid.

Er worden maximaal twee retourreizen per dag vergoed: aan het begin en aan het einde van de schooldag. Er wordt geen bekostiging verstrekt voor de kosten die ontstaan indien de leerling ook tussen de middag wordt vervoerd. Indien ouders twee of meer leerlingen vervoeren die aangepast vervoer behoeven, wordt uitgegaan van de rijafstand uitgaande van de woning van de te vervoeren leerling die het verst van de school verwijderd woont.

In geval van een eigen bijdrage komen de ouders voor vergoeding in aanmerking zodra de kosten meer bedragen dan de eigen bijdrage.

Artikel 14: Aangepast vervoer

  • 1. Bij een toekenning voor aangepast vervoer is naast het woonadres tevens één extra langdurige opstap- of afzetplaats op een ander adres toegestaan (bijvoorbeeld buitenschoolse opvanglocatie of grootouders). Voorwaarde is dat dit afwijkende adres binnen een straal van 500 meter van de woning of school ligt en in dezelfde gemeente als het woonadres, en voor tenminste drie maanden. De mogelijkheid bestaat ook om een kind af te zetten bij de buitenschoolse opvang binnen de gemeente Beek.

  • 2. Ouders kunnen ervoor kiezen om alle ritten structureel vanuit een afwijkend adres, anders dan het woonadres, plaats te laten vinden. Hierbij geldt dat dit afwijkende adres binnen dezelfde gemeente moet zijn. Het woonadres van de leerling blijft echter leidend voor het bepalen van de aanspraak op aangepast vervoer.

  • 3. Bij de toekenning wordt het vervoersschema vastgelegd in het besluit en uitgezet bij de vervoerder. Het is niet mogelijk om af te wijken van het vervoersschema zonder goedkeuring van het college.

  • 4. Het vervoersschema kan uitsluitend worden veranderd als sprake is van een structurele wijziging. Een structurele wijziging houdt in dat deze tenminste drie maanden duurt.

  • 5. Kortdurende wijzigingen die van invloed zijn op de organisatie van het aangepaste vervoer moeten tijdig door de ouders worden gemeld bij de vervoerder zonder tussenkomst van de gemeente.

  • 7. De ouder moet er voor zorgen dat iemand thuis is voor de warme overdracht van de leerling na terugkeer uit school.

  • 8. Indien de vervoerder noodgedwongen moet uitwijken naar een noodopvanglocatie als bij terugkeer uit school niemand thuis is, ook niet na herhaaldelijke pogingen, kan het college de kosten van vervoer en noodopvang bij de ouders in rekening brengen.

Artikel 15: Gedragingen in het aangepast vervoer

15.1. Ongewenst gedrag

Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzegd worden indien bij herhaling is gebleken dat de leerling (of diens ouders) door onaanvaardbaar wangedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt.

Hierbij worden de volgende stappen ondernomen:

  • 1.

    Klachten worden in beginsel door de vervoerder opgelost. Ouders moeten hun kinderen instrueren zich zo te gedragen dat tijdens het vervoer geen ongeregeldheden ontstaan. Als er sprake is van onaanvaardbaar gedrag of onveilige situatie en er geen verbetering optreedt maakt de vervoerder hiervan schriftelijke melding bij de gemeente, waarbij wordt aangegeven op welke momenten de vervoerder contact heeft gehad met ouders.

  • 2.

    Na de melding van een klacht door de vervoerder bij de gemeente wordt een onderzoek opgestart. In het kader van dat onderzoek spreekt de contactpersoon van de gemeente met vervoerder, uitvoerende chauffeur, ouders en/of school. Indien na het onderzoek blijkt dat sprake is van verwijtbaar onaanvaardbaar wangedrag van de leerling (of diens ouders) volgt een persoonlijk gesprek met ouders en eventueel de leerling en een waarschuwingsbrief aan de ouders. Er volgt een schorsing van 1 dag.

    Indien blijkt dat het voorval terug te voeren is op de ernstige beperking van de leerling, en dus aan de leerling niet is aan te rekenen, dan wordt met de vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht (bijvoorbeeld begeleiding in het aangepaste vervoer, openbaar vervoer (eventueel met begeleiding) of eigen vervoer).

  • 3.

    Bij een volgende klacht wordt stap twee herhaald en volgt een persoonlijk gesprek met ouders en eventueel de leerling en een tweede waarschuwingsbrief. Daarbij dienen de ouders meteen gewaarschuwd te worden dat de gemeente het vervoer stopzet wanneer dit gedrag blijft plaatsvinden. Er volgt een schorsing van 1 week. Leerrecht wordt hierbij betrokken.

  • 4.

    Bij een volgende klacht volgt een derde gesprek en een brief met totale uitsluiting van het vervoer tot het eind van het schooljaar met een minimum van drie maanden exclusief vakanties (een schorsing aan het eind van het schooljaar kan dus doorlopen in het nieuwe schooljaar). Leerrecht wordt hierbij betrokken.

  • 5.

    Bij wapenbezit, geweld, bedreiging, vernieling of zeer onveilig gedrag bestaat de mogelijkheid om per direct te schorsen.

15.2. Loosmeldingen

Op de heenrit: de chauffeur stelt de centrale in kennis indien een leerling niet aanwezig is op het ophaaladres. De centrale probeert contact op te nemen met de ouders om te informeren naar de situatie. Op de terugrit: de chauffeur stelt de centrale in kennis indien er niemand aanwezig is op het afzetadres. De centrale probeert contact op te nemen met de ouders om te informeren naar de situatie. De leerling blijft in het voertuig en de chauffeur rijdt aan het einde van de route nogmaals langs het afzetadres en blijft daar wachten totdat een ouder/ iemand uit het netwerk gearriveerd is.

Bij loosmeldingen, wordt de gemeente geïnformeerd en volgt bij een herhaalde loosmeldingen vanuit de gemeente een gesprek met ouders en afhankelijk van de situatie een waarschuwingsbrief. Indien de waarschuwing niet helpt wordt dit gezien als wangedrag met eventueel een schorsing voor 1 of meerdere dagen afhankelijk van het aantal loosmeldingen. Leerrecht wordt hierbij betrokken.

Artikel 16: Vervoer naar school buitenland

Het is niet mogelijk om in aanmerking te komen voor een bekostiging van het leerlingenvervoer naar scholen die gevestigd zijn in het buitenland.

Artikel 17: Meerjarenbeschikking

In het kader van vermindering van de regeldruk en vanuit het oogpunt van lastenverlichting voor de burger is het wenselijk om, indien mogelijk, voor een langere periode dan 1 schooljaar de vervoersvoorziening toe te kennen. Een meerjarenbeschikking kan tussentijds gewijzigd/ingetrokken worden indien niet voldaan wordt aan de eisen van de Verordening leerlingenvervoer, de voorwaarden in deze nadere regels en/of als er sprake is van bijzondere omstandigheden.

In ieder geval kan aan leerlingen een meerjarenbeschikking worden afgegeven als van de leerling te verwachten is dat er geen verandering zal optreden in de beperking van de leerling en deze dus aan de geldende criteria blijft voldoen. Als er in de situatie van de leerling echter verandering valt te verwachten, bijvoorbeeld een verbetering in de lichamelijke of geestelijke toestand, dient te worden gekozen voor een verstrekking over een termijn van maximaal één schooljaar. In de gevallen dat een meerjarenbeschikking wordt afgegeven, zal door de gemeente steekproefsgewijs controle van de afgegeven meerjarenbeschikkingen worden uitgevoerd.

Artikel 18: Eigen bijdrage

De eigen bijdrage op de eerste zes kilometer naar regulier basisonderwijs en op de eerste vier kilometer naar speciaal basisonderwijs voor ouders met een inkomen meer dan

€ 31.500, (geldend voor schooljaar 2025-2026, het verzamelinkomen wordt jaarlijks geïndexeerd) is gelijk aan de kosten van een Arriva busabonnement voor de leeftijdscategorie 12 tot 18 jaar.

Artikel 19: Uitbetaling bekostiging

  • 1. De toegekende reiskostenvergoeding (SBO of regulier onderwijs) of kilometervergoeding (SO/V(S)O) wordt per schooljaar in termijnen vooraf betaald.

  • 2. De kilometervergoeding naar SO/V(S)O wordt berekend op basis van het reguliere aantal schooldagen van 200 per jaar.

  • 3. De eigen bijdrage zal worden verrekend met de toegekende vergoeding.

  • 4. Het college kan een aanwezigheidsoverzicht opvragen bij de school. Bij veel gemiste schooldagen of uitschrijving op de locatie waar een vergoeding voor gevraagd is, kan het college onterecht genoten vergoeding terugvorderen.

Artikel 20: Intrekken oude regeling

De Nadere regels leerlingenvervoer gemeente Beek 2024 worden ingetrokken.

Artikel 21: Inwerkingtreding beleidsregels

Deze nadere regels treden in werking met ingang van de dag na publicatie.

Artikel 22: Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als:

Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beek 2025

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 25-03-2025 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek

Paul de Jonge

Gemeentesecretaris

Christine van Basten-Boddin

Burgemeester