Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737499
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737499/2
Gemeente Rhenen - Subsidieregelingen gemeente Rhenen 2026
Geldend van 12-11-2025 t/m heden
Intitulé
Gemeente Rhenen - Subsidieregelingen gemeente Rhenen 2026Gemeente Rhenen - Subsidieregelingen gemeente Rhenen 2026
Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rhenen;
overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen op het beleidsterrein:
• Jeugd
• Maatschappelijke ondersteuning
• Economie
• Monumenten
gelet op artikel 2, tweede lid en artikel 3, derde lid van de Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019 (hierna te noemen ASV 2019);
gelet op de subsidieplafonds die de raad bij de programmabegroting vaststelt, dan wel heeft vastgesteld,
besluiten vast te stellen de subsidieregelingen 2026.
INLEIDING
In dit document nemen we de subsidieregelingen op die een terugkerend karakter hebben. Jaarlijks worden de regelingen gepubliceerd. De gemeente deelt dan ook de voorwaarden en criteria om in aanmerking te komen voor subsidie. Deze worden in de regeling toegelicht. De regelingen worden nu vastgesteld voor meerdere jaren, tenzij anders aangegeven.
Om een volledig overzicht te geven van alle subsidiemogelijkheden, wordt in dit document ook aangegeven welke incidentele subsidieregelingen er zijn. Dit zijn regelingen voor nieuwe initiatieven vanuit de samenleving waarvoor u gedurende het jaar subsidie kunt aanvragen. Uiteraard is dit wel afhankelijk van het beschikbare budget. In hoofdstuk drie staan alle mogelijkheden op een rij.
Algemene subsidieverordening
De ASV bevat de procedurele voorschriften die van toepassing zijn bij subsidieverlening. Het vaststellen en/of wijzigen van de Algemene Subsidieverordening (ASV) is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Op basis van de ASV heeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om ter verduidelijking of ter uitwerking van wat in de verordening staat:
• nadere regels te stellen;
• specifieke voorwaarden te formuleren;
• grondslagen voor subsidieverlening te benoemen;
• subsidieplafonds aan te geven.
Subsidieregelingen
De nadere uitwerking van het subsidiebeleid in de vorm van specifieke regelingen is opgenomen in dit document. Per beleidsterrein of per werkveld van een beleidsterrein wordt ingegaan op de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie, de relevante doelstellingen en doelgroepen, procedurebepalingen, kosten die voor subsidie in aanmerking komen, specifieke weigeringsgronden en eventuele aanvullende verplichtingen.
Vaststelling subsidiebudgetten en -plafonds
Definitieve vaststelling van de subsidieplafonds vindt bij de besluitvorming over de begroting plaats door de gemeenteraad van Rhenen.
2. Algemene bepalingen
2.1. Grondslagen en bevoegdheid
De wettelijk grondslagen en de bevoegdheid waarop dit document ‘Jaarlijkse subsidieregelingen gemeente Rhenen 2026’ is gebaseerd zijn artikel 149 van de gemeentewet, artikel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening Rhenen (ASV). De begripsomschrijvingen uit de ASV zijn van overeenkomstige toepassing.
2.2. Subsidie op basis van begrotingspost
Voor het verlenen van een subsidie is een wettelijke grondslag nodig. In de gemeente Rhenen is dit in principe de ASV 2019, al wordt de ASV in 2025 geactualiseerd. Het is echter ook mogelijk om een subsidie te verstrekken op basis van een begrotingspost. Dit is bedoeld om een onevenredige bureaucratie te voorkomen en wordt gebruikt wanneer er bijvoorbeeld een subsidie wordt verstrekt voor het uitvoeren van een wettelijke taak of wanneer er slechts één of enkele subsidieontvangers zijn.
Een subsidie op basis van een begrotingspost wordt een zogenaamde buitenwettelijke subsidie genoemd, conform artikel 4:23, derde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb). Om een subsidie op basis van een begrotingspost te verstrekken, is het noodzakelijk dat de begroting de naam van de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie maximaal kan worden vastgesteld, in de begroting of de toelichting daarop staan vermeld.
2.3. Reikwijdte
In de ASV worden de reikwijdte van de bevoegdheden van het college genoemd. Overeenkomstig artikel 3 lid 1 van de ASV Rhenen 2019 zijn de nadere regels voor de beleidsterreinen, eventueel onderverdeeld in werkvelden, waarop subsidies verstrekt worden opgenomen in dit document ‘Subsidieregelingen Gemeente Rhenen 2026, hierna te noemen ‘Subsidieregelingen’.
2.4. Inhoudelijke verankering
Beleidsmatige (kader)nota’s geven sturing aan de doelen en activiteiten waarvoor subsidies worden verleend. Hierin wordt op hoofdlijnen de gewenste situatie van doelgroepen, thema’s of sectoren in doelen, prestaties en activiteiten beschreven. Het beleid wordt op basis hiervan in deze Subsidieregels zodanig geoperationaliseerd dat product- en/of prestatieafspraken met maatschappelijke instellingen mogelijk zijn en doelen van subsidies worden aangegeven. Subsidies richten zich voor zover mogelijk op output en op outcome (maatschappelijke effecten). De gemeente stelt prestaties en resultaten vast in de subsidieverlening die haalbaar, beïnvloedbaar, toetsbaar en meetbaar zijn, op basis van geformuleerde doelstellingen.
Nadere afspraken over producten, prijzen (in relatie tot doelen) en aanvullende voorwaarden en voorschriften kunnen worden vastgelegd in de beschikking, met als bijlage een subsidieblad of outputcontract.
2.5. Soorten subsidies
Subsidies onderscheiden zich in juridische zin slechts door het feit of het een jaarlijkse dan wel incidentele subsidie betreft. Daarom wordt een tweedeling in type subsidies aangebracht en tevens een beperking van het aantal subsidienamen:
• Jaarlijkse subsidie: De jaarlijkse subsidie heeft betrekking op voortdurende activiteiten van een rechtspersoon of een natuurlijke persoon. Aan de subsidieverlening zijn bepalingen verbonden waarin prestaties worden gevraagd op het gebied van doelstellingen en prestaties gericht op uitvoering van gemeentelijk beleid, waarbij de subsidieontvanger de uitvoering ter hand neemt. De subsidiebepalingen worden in de subsidieregelingen en toekenningsbeschikking benoemd.
• Incidentele subsidie: Eenmalige subsidies zijn subsidies die voor een incidentele activiteit van een rechtspersoon of een natuurlijke persoon, of een activiteit waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal 3 jaar subsidie wil verlenen. Hieronder vallen momenteel activiteitensubsidies in het kader van de regeling Buurtbudget. Een activiteitensubsidie is tijdelijk en doelgericht. De subsidie is gericht op een prestatie, activiteit, evenement, product of resultaat, die aansluit op gemeentelijk beleid, die in tijd beperkt is en die inhoudelijk een afgerond resultaat oplevert. Initiatieven met een permanent karakter, die blijvend een straat of buurt verbeteren, komen ook in aanmerking. Dit is verder uitgewerkt in de regeling.
2.6. Jaarlijkse én incidentele subsidie
Een ontvanger van een jaarlijkse subsidie kan in hetzelfde jaar in aanmerking komen voor een extra, eenmalige subsidie als de activiteit of het project waarvoor deze subsidie wordt aangevraagd voldoet aan de volgende voorwaarden:
• Er is geen sprake van reguliere activiteiten, waarvoor reeds structurele subsidie is verleend;
• Naast doelstellingen op het eigen beleidsterrein draagt de activiteit blijkens het projectplan bij aan andere gemeentelijke doelstellingen;
• De activiteit wordt georganiseerd in samenwerking met één of meer maatschappelijke partners (culturele instellingen, sportverenigingen, onderwijs, welzijnssector, buurtorganisaties of bedrijfsleven). Dit betekent dat ook de aanvraag voor subsidie samen met één of meer maatschappelijke partners moet worden ingediend.
2.7. Maximaal beschikbare budgetten: subsidieplafonds
Met het vaststellen van de jaarlijkse begroting door de Raad worden tevens de subsidieplafonds per beleidsterrein of werkveld definitief vastgesteld. De subsidieplafonds en eventueel door het college vastgestelde deelplafonds maken budgetteren mogelijk. Het bereiken van een (deel)subsidieplafond is reden om een aanvraag te weigeren. Elk plafond of deelplafond is gekoppeld aan een inhoudelijke opgave, waarvoor de Raad een budget ter beschikking stelt.
2.8. Begrotingsvoorbehoud
Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar worden gesteld.
3. Subsidieregelingen 2026
Artikel 1 Begripsbepaling
Voor toepassing van deze subsidieregeling wordt onder de begrippen het volgende verstaan:
• a. Algemene Subsidieverordening: de Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019;
• b. Overige begrippen uit de Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019 die worden gebruikt in deze subsidieregeling hebben dezelfde betekenis als in de Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019.
Artikel 2 Reikwijdte
De Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019 is van toepassing, behalve voor zover daarvan in deze subsidieregeling rechtens wordt afgeweken.
Artikel 3 Subsidieregeling Muziekoriëntatie
3.1. Doel en beoogde resultaten van de subsidieregeling
Het doel van de subsidie is de jeugd van de gemeente Rhenen de mogelijkheid geven om zich muzikaal te ontwikkelen. Het beoogde resultaat van de subsidie is het bereiken van klassieke muziekoriëntatie voor schoolgaande jeugd in de gemeente.
3.2. Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie
Jaarlijks wordt de schoolgaande jeugd uit de groepen vier en vijf van de deelnemende basisscholen, (ongeveer 400 leerlingen) in de gemeente Rhenen geïntroduceerd met muziek. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om lessen in Algemene Muzikale Vorming of instrumentale lessen te volgen.
3.3. Subsidiebedrag
• De raad stelt jaarlijks in de begroting het definitieve subsidieplafond voor de uitvoering van deze regeling vast.
• Dit betreft een jaarlijkse subsidie
• Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst en aan de hand van de voorwaarden.
3.4. Wie kan subsidie aanvrager?
• Bij deze subsidie kan de bestaande subsidierelatie gecontinueerd worden. Gelijksoortige stichtingen die ook muziekoriëntatie aanbieden aan scholieren kunnen ook een aanvraag voor subsidieverlening indienen.
• Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet de bestaande subsidierelatie en/of een andere stichting een aanvraag indienen. Wanneer er geen is ingediend of niet wordt voldaan aan de eisen, komt de aanvrager niet voor (continuering van) subsidie in aanmerking.
3.5. Aanvraag subsidie en werkwijze
3.5.1 Aanvraag
De subsidieaanvraag gaat via het aanvraagformulier op de website. Uw aanvraag moet voor 1 juli worden ingediend voor het volgende jaar.
3.5.2. Werkwijze
• De aanvraag verloopt digitaal via het aanvraagformulier. De link staat ook op de website van de gemeente Rhenen.
• Uw aanvraag moet voor 1 juli ingediend te zijn. De aanvraag wordt beoordeeld voor het komende jaar.
• Als aanvrager bent u zelf verantwoordelijk voor het indienen van uw aanvraag. Ook als het gaat om een bestaande subsidierelatie.
3.6. Bijzondere criteria en/of voorwaarden
• De Stichting is gericht op muziekoriëntatie voor de doelgroep jeugd
• Aan de aanvraag moeten een begroting en financieel overzicht van het voorgaande jaar worden toegevoegd. De kosten voor docenten, theorie- en praktijkexamens zijn hierin opgenomen.
• Nieuwe aanvragers moeten bij de aanvraag aanvullend toevoegen:
o Kamer van Koophandel nummer
o Het bankrekeningnummer van uw organisatie/stichting
3.7. Gronden om niet in aanmerking te komen voor deze subsidie
• Subsidierelaties kunnen worden stopgezet wanneer de aanvrager niet (meer) voldoet aan de criteria, het doel of waarvan de resultaten achterblijven bij wat verwacht mag worden;
• Als de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de beoogde resultaten en het doel van de subsidie.
Artikel 4 Subsidieregeling Cultuur en Erfgoed
4.1. Doel en beoogde resultaat van de subsidieregeling
Het doel van de subsidie is het stimuleren van deelname aan cultuur en erfgoed in de gemeente Rhenen. Het beoogde resultaat is dat de gemeente Rhenen een aantrekkelijke recreatief en toeristische bestemming voor alle doelgroepen blijft.
4.2. Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie
• Het uitoefenen van muziekactiviteiten ter bevordering van openbare evenementen.
• Het organiseren van Koningsdagactiviteiten.
• Het organiseren van open monumentendag
4.3. Subsidiebedrag
• De raad stelt jaarlijks in de begroting het definitieve subsidieplafond voor de uitvoering van deze regeling vast.
• Dit betreft een jaarlijkse subsidie
• Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst en aan de hand van de voorwaarden.
• Het bedrag dat beschikbaar is voor koningsdagactiviteiten, wordt verdeeld over de drie kernen naar rato van aantal inwoners.
• Van het subsidieplafond, dat in de begroting wordt vastgesteld door de raad, is 19,84% beschikbaar voor organisatie open monumentendag (incl. bedrag uit de erfgoedvisie), 35,82% voor muziekverenigingen en 44,34% voor koningsdagactiviteiten
• Het maximale subsidiebedrag per onderdeel en per aanvrager wordt bekend gemaakt per collegebesluit nadat de gemeenteraad het subsidieplafond voor de hele regeling heeft vastgesteld
4.4. Wie kan subsidie aanvragen?
Stichtingen, verenigingen en organisaties.
Om in aanmerking te komen voor subsidie, moeten bestaande subsidierelaties een aanvraag indienen. Als er geen aanvraag wordt ingediend of de stichting niet voldoet aan de eisen, komt de stichting niet voor continuering in aanmerking.
Nieuwe aanvragers kunnen die voldoen aan de doelen en beoogde effect kunnen ook een aanvraag indienen. Uw aanvraag wordt ook beoordeeld.
4.5. Aanvraag subsidie en werkwijze
4.5.1 Aanvraag
De subsidieaanvraag gaat via het aanvraagformulier op de website. Uw aanvraag moet voor 1 juli worden ingediend voor het volgende jaar.
4.5.2 Werkwijze
• De aanvraag verloopt digitaal via het aanvraagformulier op de website van de gemeente Rhenen.
• Uw aanvraag moet voor 1 juli ingediend te zijn. De aanvraag wordt beoordeeld voor het komende jaar.
• Als aanvrager bent u zelf verantwoordelijk voor het indienen van uw aanvraag. Ook als het gaat om een bestaande subsidierelatie.
4.6. Bijzondere criteria en/of voorwaarden
Criteria die voldoen bij het organiseren van culturele evenementen
• Subsidie kan aangevraagd worden voor een bestaand of nieuw evenement;
• Het evenement/de activiteit vindt plaats in (één van) de kernen van de gemeente Rhenen;
• Het evenement/de activiteit is openbaar en voor iedereen toegankelijk;
• De aanvrager van de subsidie is een vereniging, stichting of organisatie zijn zonder winstoogmerk;
• Uit het aanvraagformulier moet blijken dat de aanvrager zelf voldoende inspanning heeft geleverd om financiering te vinden;
• De aanvrager van de subsidie moet ook rekening houden met zo veel mogelijk milieubewuste keuzes te maken door lokaal en duurzaam in te kopen;
• Bij de aanvraag moet een begroting worden aangeleverd;
• Activiteiten die financieel worden ondersteund door het Rhenens cultuurfonds komen niet voor subsidie in aanmerking vanuit deze subsidieregel. Uitzondering hierop is de organisatie van open monumentendag;
• Voor de muziekverenigingen geldt de verplichting dat zij tweemaal per jaar zichtbaar openbaar moeten optreden, toegewezen door dan wel door tijdige notificatie aan de gemeente Rhenen.
4.7. Gronden om niet in aanmerking te komen voor deze subsidie
• Subsidierelaties kunnen worden stopgezet wanneer de aanvrager niet (meer) voldoet aan de criteria, het doel of waarvan de resultaten achterblijven bij wat verwacht mag worden;
• Als de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de beoogde resultaten en het doel van de subsidie;
• Activiteiten die financieel worden ondersteund door het Rhenens cultuurfonds, komen niet voor subsidie in aanmerking vanuit deze subsidieregel.
• Als een evenement wordt gepland en er geen vergunning wordt verleend, komt u niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 5 Subsidieregeling Evenementen
5.1. Doel van de subsidieregeling
De gemeente Rhenen wil op grond van deze subsidieregeling evenementen die een bijdrage leveren aan de gemeenschap stimuleren deze te organiseren. De evenementen moeten ook een bijdrage leveren aan de beoogde resultaten.
Toelichting
In deze regeling bedoelen we met een evenement: een georganiseerde gebeurtenis die door een initiatiefnemer bewust georganiseerd wordt op een gerichte datum en/of tijd. Een evenement is een publieke gebeurtenis. Publieke gebeurtenissen zijn toegankelijk voor alle inwoners. Onder evenementen vallen niet de uitzonderingen zoals deze worden benoemd in artikel 2:24 van de APV.
In de gemeente Rhenen kunnen er drie soorten evenementen georganiseerd worden: klein, middelgroot en groot. Onder kleine en middelgrote evenementen wordt verstaan: opendagen en kleinschalige evenementen. Onder grote evenementen wordt verstaan: festivals en andere grootschalige publieke bijeenkomsten.
5.2. Beoogde resultaten
Het evenement moet toegankelijk zijn voor alle inwoners
Het evenement moet een bijdrage leveren aan de sociale samenhang en vermaak van de gemeente Rhenen
Het evenement levert een bijdrage aan de gemeente Rhenen als aantrekkelijk toeristisch en recreatief product.
5.3. Activiteiten die in aanmerking komen voor de subsidie
Deze subsidie kan worden aangevraagd voor evenementen die binnen één van de kernen van de gemeente Rhenen wordt georganiseerd (hier vallen onder: Rhenen, Elst (UT) en Achterberg).
5.4. Subsidiebedrag
1. De raad stelt jaarlijks het subsidieplafond voor de uitvoering van deze regeling vast.
2. De subsidie is een eenmalige toekenning voor een specifiek evenement en kan niet gebruikt worden voor structurele exploitatie.
3. De beschikbare subsidie wordt verdeeld op grond van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst en aan de hand van de criteria.
4. De gemeenteraad stelt jaarlijks in de begroting de hoogte van het subsidieplafond vast. Het maximumbedrag dat per evenement kan worden aanvraagt is voor kleine en middelgrote evenementen maximaal €5000,-. Voor grote evenementen is dit tussen €5000-€50.0000,-.
5.5. Wie kan de subsidie aanvragen?
Organisaties, verenigingen en stichtingen die een evenement in de gemeente Rhenen organiseren.
5.6. Aanvraag subsidie en werkwijze
5.6.1. Aanvraag
Deze subsidie wordt verdeeld in twee categorieën. Aan de hand van het type evenement kunt u subsidie aanvragen.
Voor kleine en middelgrote evenementen kunt u maximaal €5000,- aanvragen
Voor grote evenementen kunt u subsidie aanvragen tussen maximaal €50.000,- aanvragen
Aan de hand van uw aanvraag wordt getoetst welk bedrag u ontvangt.
Uw aanvraag moet voor 1 juli ingediend worden van het jaar voorafgaand aan uw evenement.
5.6.2. Werkwijze
1. De aanvraag verloopt digitaal via het aanvraagformulier dat vermeld staat op de website van de gemeente Rhenen.
2. De aanvraag wordt beoordeeld voor het komende jaar. U moet een aanvraag indienen in het jaar voorafgaand aan het evenement.
3. Als aanvrager bent u zelf verantwoordelijk voor het indienen van een melding of het aanvragen van een vergunning voor de activiteit. Houd er rekening mee dat uw aanvraag een behandeltermijn heeft van 4 tot 8 weken, dit hangt af van het evenement. De behandeltermijn kan ook verlengd worden met 4 weken indien er nog aanvullende vragen of informatie nodig is. Voor meer informatie over vergunningen, kunt u terecht op de website van de gemeente Rhenen.
4. De aanvrager moet de volgende stukken aanleveren:
Begroting: In de begroting deelt u een overzicht van de geschatte inkomsten en uitgaven van het evenement.
Projectplan: In uw project van deelt u een beschrijving van het evenement waarvoor uw subsidie aanvraagt. Hierin vermeldt u ook de doelstelling en het belang van het evenement. Ook moet u aantonen dat er draagvlak is voor het evenement. Dit kunt u doen door het aantal bezoekers te benoemen van de jaren ervoor. Of door uw andere subsidieverstrekkers te benoemen.
Plattegrond evenement: In de plattegrond van het evenement deelt u een schets van hoe het evenement eruit gaat zien.
5. Bent u nog niet bekend als subsidieaanvrager? Dan voegt u ook de IBAN-gegevens van de organisatie, vereniging of stichting waar het bedrag verleend naar moet worden toe.
6. Voor middelgrote en grote evenementen moet u na afloop van het evenement waarvoor u subsidie heeft aangevraagd een verantwoording indienen. Zie ook ASV artikel 14 en artikel 15. De verantwoording bevat:
Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan;
Een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag).
7. Uit het aanvraagformulier moet blijken dat de aanvrager zelf voldoende inspanning heeft geleverd om financiering te vinden
5.7. Bijzondere criteria en/of voorwaarden
Subsidie kan aangevraagd worden voor een bestaand of nieuw evenement;
Het evenement vindt plaats in één van de kernen van de gemeente Rhenen;
Het evenement is met name bedoeld voor de inwoners en bezoekers van de gemeente Rhenen;
Het evenement is openbaar en voor iedereen toegankelijk;
De aanvrager van het evenement is een vereniging of stichting zonder winstoogmerk;
De aanvrager van het evenement moet ook rekening houden met zo veel mogelijk; milieubewuste keuzes te maken door lokaal en duurzaam in te kopen.
5.8. Gronden om niet in aanmerking te komen voor deze subsidie
Het evenement mag niet in strijd zijn met gemeentelijk beleid;
Het evenement wordt financieel niet haalbaar geacht;
Het is bekend dat er geen vergunning wordt verleend aan het evenement;
De aanvraag is niet compleet aangeleverd en er wordt geen aanvullende informatie verleend;
Evenementen die al op een andere manier subsidie ontvangen in de vorm van een financiële bijdrage, komen niet in aanmerking;
Het evenement mag niet in strijd zijn met de openbare orde.
Artikel 6 Subsidieregeling onderhoud/restauratie gemeentelijke monumenten
6.1 Algemene bepalingen
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
• Onderhoud: werkzaamheden noodzakelijk om een gemeentelijk monument (object) in goede staat te brengen en in staat te houden en/of om toekomstig groot onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te verminderen. Het betreft onderhoud het normale onderhoud te boven gaand.
• Restauratiewerkzaamheden: die werkzaamheden aan het gemeentelijk monument (object) het normale onderhoud te boven gaand die voor de instandhouding ervan noodzakelijk zijn.
• Objecten: objecten welke voorkomen op de gemeentelijke lijst welke is gebaseerd op de Erfgoedverordening 2016 van de gemeente Rhenen.
• Monumentencommissie: de door de raad ingestelde commissie of aangewezen instantie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigener beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedverordening 2016 en deze regeling.
• Budget: het bedrag dat door de raad van de gemeente Rhenen jaarlijks wordt vastgesteld voor de subsidiëring van de objecten voorkomende op de monumentenlijst van de gemeente Rhenen.
• Eigenaar: degene die in de kadastrale registers als eigenaar dan wel als erfpachter of opstalhouder van een object is ingeschreven.
• Subsidiabele restauratiekosten: de kosten die door burgemeester en wethouders op een ingediende gespecificeerde begroting worden aangemerkt als kosten die voortvloeien uit:
o a. het treffen van voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken het normale onderhoud te boven gaand, van in slechte of matige bouwtechnische staat verkerende objecten;
o b. het treffen van andere voorzieningen waarvan de uitvoering in verband met de architectuur-historische waarde van het object door burgemeester en wethouders noodzakelijk worden geacht, mits die voorzieningen gelijktijdig met de onder a bedoelde voorzieningen worden uitgevoerd.
6.2 Gemeentelijke subsidie
1. Voor het onderhoud van objecten kunnen burgemeester en wethouders, gehoord de monumentencommissie, subsidie verlenen.
2. Burgemeester en wethouders maken voor 1 januari van elk kalenderjaar bekend welk bedrag de gemeenteraad beschikbaar heeft gesteld ten behoeve van restauratie aan objecten (zie subsidieplafond artikel 6.1).
6.3 Aanvragen van subsidie
1. Een aanvraag om subsidie, als bedoeld in artikel 6.3, voor enig jaar moet voor 31 oktober van het voorafgaande jaar schriftelijk te worden ingediend bij burgemeester en wethouders.
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen omtrent het indienen van een aanvraag om subsidie.
6.4 Subsidieberekening
1. Het gemeentelijke subsidie is maximaal 25% van de werkelijk gemaakte, door burgemeester en wethouders aanvaardbaar geachte, kosten van onderhoud en/of restauratie, tot een maximumbedrag van € 2.500,- per object per jaar.
2. Onder de kosten van onderhoud en/of restauratie worden begrepen:
o a. de aanneemsom;
o b. eventueel noodzakelijk meerwerk;
o c. risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;
o d. honorarium adviseur/deskundige.
6.5 Weigeren van subsidie
Geen subsidie ingevolge deze regeling wordt toegekend:
• a. voor objecten die niet zijn opgenomen op de gemeentelijke lijst;
• b. in gevallen van brand- en/of stormschade, voor zover de schade in de kosten van onderhoud door een verzekeringsuitkering wordt gedekt of redelijkerwijs gedekt had kunnen worden;
• c. ingeval van onderhoud en/of restauratie wanneer voor beslissing van burgemeester en wethouders op een subsidieaanvraag met de werkzaamheden is begonnen;
• d. ingeval het gemeentebestuur op voet van een andere regeling subsidie heeft verleend, dan wel door het rijk en/of provincie subsidie wordt verleend ten behoeve van het betreffende object;
• e. indien het voor het betreffende jaar vastgestelde budget ontoereikend is;
• f. indien met het treffen van de voorzieningen het herstel van de beschermde gemeentelijke monumenten niet of in onvoldoende mate wordt gediend.
6.6 Te subsidiëren onderhoud en restauratie
Subsidie kan worden toegekend in de volgende onderhouds- en restauratiekosten:
• a. herstel en vernieuwen van rieten daken (met herstel van leilatten en beperkt herstel van sporen);
• b. herstel van dakvlakken gedekt met pannen, leien (met herstel van leilatten en beperkt herstel van sporen), lood, zink of koper;
• c. herstel van goten (in zink, koper of lood) inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren; het aanbrengen van goten waar deze niet eerder aanwezig waren;
• d. herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken, stoepen, roedenverdeling, lijstwerk;
• e. herstel van windveren, schoorstenen, kapellen, hoek- en kilkeperlood;
• f. herstel van dak-/torenluiken, loopbruggen, het luiken afgrazen van torens;
• g. inboeten, beperkt herstel muurwerk en opnieuw voegen of pleisteren van gevels;
• h. natuursteen; beperkt vervangen of inboeten;
• i. behandeling van muur- en houtwerk ter regulering van de vochthuishouding dan wel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters;
• j. herstel van bliksembeveiligingsinstallaties;
• k. buitenschilderwerk en binnenschilderwerk wat betreft ramen, buitendeuren en gevels het normaal schilderwerk te boven gaand;
• l. herstel van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen, spantbenen);
• m. uitwendig herstel van diverse bijgebouwen, zoals hooibergen, schuren bakhuisjes, pompen, hekken, bruggen, koetshuizen, oranjerieën, theekoepels, voor zover opgenomen in redengevende beschrijving;
• n. herstel van glas-in-lood beglazing;
• o. vervanging en herstel van overige bouwelementen met waarde van grote zeldzaamheid of historische waarde;
• p. vervanging en herstel van tuin-, hof- en erfelementen en meubilair, zowel van het exterieur als het interieur, paden, vijvers, banken, beelden en zonnewijzers;
• q. overige werkzaamheden, voor zover burgemeester en wethouders die noodzakelijk achten.
6.7 Subsidietoekenning
1. De subsidie, bedoeld in de artikelen 6.3 en 6.7, kan uitsluitend worden toegekend aan de eigenaar die krachtens enig zakelijk recht het genot heeft van een object.
2. Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de instandhouding van het betreffende object aan een subsidietoekenning zodanige voorwaarden verbinden, dat een juiste besteding van de gemeentelijke gelden wordt bevorderd, conform de doelstellingen van de Erfgoedverordening 2016.
6.8 Beslissing
1. Burgemeester en wethouders geven, gehoord de monumentencommissie, een beschikking op de aanvraag binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag.
2. Als burgemeester en wethouders niet voldoen aan het eerste lid wordt de subsidie geacht te zijn geweigerd.
6.9 De vaststelling van subsidie
• a. De definitieve vaststelling van het subsidiebedrag vindt plaats door burgemeester en wethouders na goedkeuring van, na beëindiging van het werk, in te dienen gespecificeerde betalingsbewijzen.
• b. Om voor uitbetaling van subsidie in aanmerking te komen, moeten de werkzaamheden uiterlijk 52 weken na het geven van de beschikking, als bedoeld in artikel 6.8, gereed gemeld zijn.
• c. Het vastgestelde subsidie wordt uitbetaald aan de eigenaar die krachtens enig zakelijk recht het genot heeft van het object.
6.10 Toegang tot het werk
De eigenaar is verplicht er voor zorg te dragen dat aan medewerkers van bouw- en woningtoezicht, op verzoek vergezeld van leden van de monumentencommissie, toegang tot het werk en de werkplaatsen wordt verleend en is verplicht inzage te verstrekken in alle op het werk betrekking hebbende stukken.
6.11 Onderhoudsinspanning
De eigenaar is verplicht het betreffende object in goede staat van onderhoud te houden.
6.12 Sanctiebepalingen
Bij niet of niet behoorlijke nakoming van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorwaarden en gegeven aanwijzingen kunnen burgemeester en wethouders besluiten tot gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking tot toekenning van de subsidie en tot terugvordering van het subsidie.
6.13 Overgangsbepaling
In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, kunnen burgemeester en wethouders een voorlopige voorziening treffen. Zij doen hiervan mededeling in de eerstvolgende vergadering van de monumentencommissie.
Artikel 7 Subsidieregeling Buurtbudget
7.1. Doel en beoogde resultaten van de subsidieregeling
Het doel is het stimuleren van inwonersinitiatieven die bijdragen aan de onderstaande beoogde resultaten.
De beoogde resultaten:
• Inwoners kunnen zich in het dagelijks leven beter redden, al dan niet met ondersteuning van hun netwerk;
• Inwoners kijken om naar elkaar, helpen elkaar of zetten zich in voor hun buurt;
• Inwoners halen de bewegingsnorm;
• Inwoners hebben een (tijdelijke) plek om elkaar te ontmoeten en/of te verbinden;
• Bevordering van de gezondheid van de bewoners;
• Verbetering contact tussen buurtbewoners;
• Verbetering van de leefbaarheid (schoon, veilig, gezellig) in de wijk, buurt of straat.
7.2. Activiteiten die in aanmerking komen voor de subsidie
Deze subsidie kan aangevraagd worden voor subsidieonderdelen: buurt- of straatactiviteit of voor ‘diverse activiteiten’. De activiteiten moeten bijdragen aan de resultaten benoemd in artikel 7.1.
Voorbeelden van diverse activiteiten: een schoonmaakactie, een kinderactiviteit, een sporttoernooi of het onderhouden van een gezamenlijke (moes)tuin.
7.3. Subsidiebedrag
1. De raad stelt jaarlijks het subsidieplafond voor de uitvoering van deze regeling vast.
2. De totale hoogte van de te verstrekken subsidie bedraagt maximaal €200,- voor straat- of buurtactiviteiten. Dit subsidieonderdeel is één keer per jaar aan te vragen.
3. De totale hoogte van de te verstrekken subsidie bedraagt maximaal €2.500,- voor ‘diverse activiteiten’. Het aanvragen van dit subsidieonderdeel kan maar één keer per activiteit.
4. De subsidie is een eenmalige toekenning voor een specifieke activiteit en kan niet gebruikt worden voor structurele exploitatie.
5. De beschikbare subsidie wordt verdeeld op grond van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst en aan de hand van de voorwaarden.
6. Aan de hand van de aanvraag stelt het college de hoogte van de subsidievergoeding vast. Het college gebruikt hiervoor de criteria en de beoogde resultaten beschreven onder 7.1. en 7.6.
7.4. Wie kan de subsidie aanvragen?
Bewoners en bewonersgroepen. Verenigingen en instellingen komen niet in aanmerking voor deze subsidie.
7.5. Aanvraag subsidie en werkwijze
1. De aanvraag verloopt digitaal via het aanvraagformulier dat vermeld staat op de website van de gemeente Rhenen. Voor vragen kan de inwoner mailen naar initiatief@rhenen.nl.
2. De aanvraag moet 8 weken vóór de uitvoering van de activiteit worden ingediend.
3. De aanvragen kunnen het hele jaar door worden ingediend.
4. De inwoner is zelf verantwoordelijk voor het indienen van een melding of het aanvragen van een vergunning voor de activiteit. Houd rekening met de behandeltermijn van 4 tot 8 weken (afhankelijk van de activiteit). Meer informatie over vergunningen kunt u vinden op de gemeentelijke website.
5. Bij de aanvraag wordt een duidelijke activiteitomschrijving ingediend. Naast de activiteitenomschrijving geldt alleen voor de ‘diverse activiteiten’: de aanvrager moet aantonen dat er draagvlak is voor de activiteit én er moet een begroting van de activiteit worden ingediend.
6. Voor de verantwoording van een toegekende subsidie wordt een subsidieontvanger gevraagd om binnen 8 weken na afronding van de activiteit een kort activiteitenverslag, een foto en de bonnen naar de gemeente te versturen.
7. Subsidieverstrekkingen boven de €200,- worden altijd gecontroleerd.
7.6. Bijzondere criteria en/of voorwaarden
• Bewoners of bewonersgroepen zorgen zelf voor de voorbereiding en uitvoering van de activiteit;
• De activiteit vindt plaats in de gemeente Rhenen;
• De activiteit wordt in het betreffende kalenderjaar uitgevoerd;
• Voor buurt- en straatfeesten geldt dat er minimaal 8 adressen meedoen aan het buurt- of straatfeest;
• Voor de ‘diverse activiteiten’ moet er draagvlak zijn voor het initiatief;
• Voor de ‘diverse activiteiten’ geldt dat het een duurzaam(blijvend) karakter heeft;
• De subsidie-bijdrage dient uitsluitend ter dekking van werkelijk gemaakte kosten en mag niet worden gebruikt voor dekking van de kosten van eten en drinken, attenties, cadeautjes en personele kosten.
7.7. Gronden om niet in aanmerking te komen voor deze subsidie
• De activiteit mag niet in strijd zijn met het gemeentelijke beleid;
• Initiatieven die al hebben plaatsgevonden voor de aanvraag, komen niet aanmerking;
• De activiteit mag geen deel uitmaken van een bestaand activiteitenprogramma van een gesubsidieerde instelling;
• De aanvraag mag geen commercieel doel dienen of een wervend karakter hebben voor andere doeleinden;
• De activiteit mag niet in strijd zijn met de openbare orde.
Toelichting
De subsidieonderdelen voor buurt- en straatactiviteiten (max. €200) en ‘diverse activiteiten’ (max. €2.500) zijn allebei eenmalig van aard. Voor buurt- en straatactiviteiten (max. €200) kan er ieder jaar één keer een nieuwe aanvraag worden ingediend voor dezelfde buurt of straat én dezelfde activiteit. Voor ‘diverse activiteiten’ (max. €2.500) geldt een eenmalige verstrekking per activiteit en kan dus niet opnieuw worden aangevraagd het jaar erop.
Artikel 8 Subsidieregeling Reguliere Peuteropvang
8.1. Doel en beoogde resultaten van de subsidieregeling
Het doel is het organiseren en uitvoeren van de basisfunctie van de reguliere peuteropvang. Deze basisfunctie bestaat uit het stimuleren van “spelen, ontwikkelen en ontmoeten”. De doelgroep be-staat uit kinderen van 2 tot 4 jaar.
De beoogde resultaten (in samenspraak met de ouders):
- 1.
Het stimuleren van de algemene ontwikkeling (motorisch, taal, sociaal-emotioneel) van het kind;
- 2.
Het vroegtijdig signaleren van eventuele problemen in de opvoeding en ontwikkeling. Waaronder psychische problemen of stoornissen.
8.2. Activiteiten die in aanmerking komen voor de subsidie
- 1.
Activiteiten die gericht zijn op het creëren van een veilige omgeving waarin kinderen kunnen “spelen, ontwikkelen en ontmoeten”;
- 2.
Activiteiten die gericht zijn op het zo vroeg mogelijk signaleren en bestrijden van achterstanden en/of ontwikkelingsproblemen;
- 3.
Activiteiten die samenwerking tot stand brengen met consultatiebureaus, kinderopvang en basis-scholen.
Onderdelen van de subsidieregeling Reguliere Peuteropvang:
A) Kindplaats;
B) Ouderprogramma.
Toelichting onderdeel A: Kindplaats
- 1.
De hoogte van de subsidie voor peuteropvang is het aantal uren dat een peuter gebruik-maakt van een peuteropvang vermenigvuldigd met het maximum uurtarief voor kinder-dagopvang die door het rijk is vastgesteld . De subsidie bedraagt maximaal 40 weken per jaar en 8 uur per week; Het aanbod peuteropvang wordt verdeeld over minimaal 2 dagen.
- 2.
De subsidie verlenen wij voor het tijdvak van één kalenderjaar of gedeelte ervan
- 3.
Het uurtarief van de subsidie is € 11,23,-.
Toelichting onderdeel B: ouderprogramma
Het ouderprogramma zorgt ervoor dat ouders actief worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind. In overleg met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode vve wordt aan de instel-lingen een subsidie verleent voor het organiseren van een ouderprogramma. Dit is Vve-thuis of Opstapje. Als instellingen voor een andere invulling van het ouderprogramma kiezen dan overleg-gen zij dit vooraf met de betrokken beleidsadviseur van de gemeente Rhenen.
- 1.
Voor het ouderprogramma is maximaal € 431,- per 3 -jarige beschikbaar. Dit geldt voor het totaal aantal reguliere 3-jarige peuters op 1 april 2026 en 1 oktober 2026.
- 2.
Hiervoor geldt een maximum van 10 peuters per locatie;
- 3.
Maximum van dit subsidieonderdeel B is € 12.930,-.
8.3. Subsidieplafond
- 1.
De raad stelt jaarlijks het subsidieplafond voor de uitvoering van deze regeling vast.
- 2.
In 2026 is het subsidieplafond € 67.356,- voor de subsidieregeling reguliere peuterop-vang.
Subsidieverdeling
- 1.
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen;
- 2.
volgens artikel 4:5 van de Awb wordt de datum ingevuld waarop de volledige aanvraag is ontvangen;
- 3.
Indien het maximum bedrag voor deze regeling bijna wordt overschreden of al wordt over-schreden door het aantal aanvragen dat op dezelfde dag binnenkomt, worden de aanvra-gen van die dag door middel van loting op volgorde gezet.
8.4. Wie kan de subsidie aanvragen?
Een peuteropvang die is ingeschreven in het landelijke register kinderopvang (LRK) en daarmee voldoet aan de landelijke regelgeving en kwaliteitseisen.
De subsidie wordt uitsluitend verleent aan uitvoerende organisaties die voldoen aan de voorwaar-den zoals omschreven in de beleidsnotitie “gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschool-se educatie (vve) – gemeente Rhenen”.
8.5. Aanvraag subsidie en werkwijze
8.5.1 Aanvraag
De subsidieaanvraag gaat via het aanvraagformulier op de website van gemeente Rhenen. De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen volgens ASV Rhenen 2025, artikel 2.6 en awb artikel 4.5. Zie hierboven bij het kopje subsidieverdeling.
De volgende stukken moeten altijd worden aangeleverd bij de subsidieaanvraag:
- 1.
Een duidelijke begroting volgens het vaste format van de gemeente Rhenen;
- 2.
Bezettingsgegevens voorgaande jaar (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober);
- 3.
Kort inhoudelijk beschrijving van de activiteiten.
De aanvraag moet worden ingediend voor 28 november 2025.
8.5.1.2. Nieuwe aanbieders
Nieuwe aanbieders kunnen vanaf de start van een nieuw kalenderjaar meedoen in de gemeentelij-ke subsidiering en verdeling van de plaatsen voor peuteropvang. Instellingen moeten zich uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het subsidiejaar bij de gemeente melden om voor het nieuwe kalender-jaar voor subsidiering in aanmerking te komen.
Nieuwe aanbieders moeten bij de eerste aanvraag aanleveren:
- 1.
Statuten van de vereniging*;
- 2.
Begroting*;
- 3.
Oprichtingsakte**;
- 4.
Jaarverslag**;
- 5.
Jaarrekening met balans voorgaande jaar**.
*: Verplicht
**: Als beschikbaar
Ouder(s)
Ouder(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag van het Rijk moeten bij de start van de opvang een Inkomensverklaring (voorheen IB 60-formulier) en een ‘Verklaring geen recht op kindertoeslag gemeente Rhenen’ te ondertekenen. Deze documenten leveren zij in bij de uitvoerende organisa-tie.
Rapportage
In de rapportage moeten de bezettingsgegevens van de groepen met door Rhenen gesubsidieerde peuteropvang en vve zitten.
Uit de bezettingsgegevens moet minimaal blijken:
- 1.
Het aantal kinderen met recht op kinderopvangtoeslag (uitgesplitst naar wel/geen vve-indicatie);
- 2.
Het aantal kinderen met recht op reguliere subsidie peuteropvang;
- 3.
Het aantal kinderen met recht op vve-subsidie op de eerste dag van het kwartaal;
- 4.
Wachtlijstgegevens, als dit van toepassing is. Het gaat hierbij alleen om kinderen waarvan de geplande plaatsingsdatum is verstreken. Wachtlijstgegevens moeten worden onderverdeeld naar wel/geen vve-indicatie en wel/geen recht op kinderopvangtoeslag.
De rapportages bezettingsgegevens moeten op de volgende tijdstippen in het desbetreffende jaar te zijn ingeleverd:
|
Rapportage over het 1e kwartaal |
Voor 1 maart |
|
Rapportage over het 1e en 2e kwartaal |
Voor 1 juni |
|
Rapportage over het 1e, 2e en 3e kwartaal |
Voor 1 september |
|
Jaarrapportage |
Voor 1 december |
De gemeente monitort per kwartaal de cijfers en met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode bespreken.
8.5.2 Vaststelling
Aanvraag tot vaststelling
Vóór 1 mei moet de organisatie een aanvraag doen tot vaststelling, conform aan de ASV Rhenen 2025.
Subsidieverantwoording
Bij de subsidieverantwoording verstrekt iedere organisatie een overzicht op kwartaalbasis van peu-ters waaraan een gesubsidieerde kindplaats is toegekend. Een beleidsadviseur van de gemeente Rhenen komt langs op locatie voor de subsidieverantwoording, vanaf juni t/m september.
De beleidsadviseur checkt (kindplaatsen) op:
- 1.
Leeftijd van het kind;
- 2.
De woonplaats van de ouder(s) van het kind;
- 3.
Vve-indicatie;
- 4.
Inkomensverklaring ouder(s);
- 5.
‘Verklaring geen recht op kindertoeslag gemeente Rhenen’.
Daarnaast moet er een schriftelijke verantwoording worden aangeleverd, conform aan de ASV Rhenen 2025.
Een organisatie kan ook volstaan met het verstrekken van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat deze gegevens zijn gecontroleerd. Benadrukt wordt dat uit de accountantsverklaring moet blijken dat de controle op kwartaal-basis heeft plaatsgevonden.
Vaststelling
Na ontvangst van de verantwoording stellen wij de subsidie definitief vast. Het subsidiebedrag kan hierbij nooit hoger worden vastgesteld, maar wel lager. Een eventueel te veel ontvangen bedrag kan worden teruggevraagd.
De vaststelling vindt plaats op de daadwerkelijke bezetting van het aantal kindplaatsen.
8.6. Bijzondere criteria en/of voorwaarden
Doelgroep:
- 1.
Het gaat over kinderen van 2 tot 4 jaar;
- 2.
Nadat een kind 4 jaar is geworden kan een kind nog maximaal 4 maanden gebruik maken van een gesubsidieerde kindplaats op de peuteropvang. Dit gaat alleen op indicatie van CJG, jeugdge-zondheidszorg en/of het samenwerkingsverband;
- 3.
Minimaal één van de ouders is woonachtig in de gemeente Rhenen;
- 4.
Eenzelfde peuter verblijft per dag niet meer dan één dagdeel in de peuteropvang;
- 5.
Peuters nemen twee dagdelen per week deel aan een gesubsidieerde kindplaats. Extra dagdelen zijn volledig voor de kosten van de ouders.
Organisatie:
- 1.
De opvangplaatsen voor reguliere peuteropvang en vve zijn onderling niet uitwisselbaar;
- 2.
Er wordt gewerkt met gemengde groepen (regulier en vve). Hierdoor krijgen peuters zonder ach-terstand ook het vve-programma aangeboden. Bij voorkeur wordt gestreefd naar een maximum-aantal vve-kinderen van 50% per groep;
- 3.
Instellingen bepalen zelf of zij groepen samenstellen van kinderen uit de peuteropvang en uit de kinderdagopvang. Hierbij moet wel voldaan worden aan alle wettelijke kwaliteitseisen en lokale afspraken (zoals pedagogische kwaliteit);
- 4.
Nieuwe aanbieders moeten voldoen aan alle landelijke en lokale geldende (wettelijke) eisen, lo-kale afspraken (bijvoorbeeld het ouderprogramma) en participeren in het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode. Als dit gewenst is, werken zij mee aan de totstandkoming van een Inte-graal Kind Centrum (IKC);
- 5.
Tariefvoorschrift: de uitvoerende organisatie moet bij de ouders van de geplaatste kinderen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage in rekening te brengen. Aanbieders bepalen zelf het tarief wat zij rekenen;
- 6.
De kwaliteitseisen die wij stellen aan de uitvoerende organisaties gelden ook voor hun ‘onder-aannemers’.
8.7. Gronden om niet in aanmerking te komen voor deze subsidie
- 1.
Subsidierelaties kunnen worden stopgezet wanneer de aanvrager niet (meer) voldoet aan de criteria, het doel of waarvan de resultaten achterblijven bij wat verwacht mag worden;
- 2.
Als de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de beoogde resultaten en het doel van de subsi-die;
- 3.
Het niet voldoen aan de eisen of oneigenlijk gebruik van deze regeling kan reden zijn voor be-eindiging of terugbetaling van de subsidie voor reguliere peuteropvang;
- 4.
Als ouders gebruik maken van de kinderopvangtoeslag verleent de gemeente geen bijdrage voor de kindplaatsen reguliere peuteropvang. Ook niet voor kinderen zonder vve-indicatie;
- 5.
Het ontbreken van vereisten documenten kan consequenties hebben voor de subsidievaststelling en subsidieverlening.
8.8. Aanvullende documenten
- 1.
Beleidsnotitie gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) – gemeen-te Rhenen.
- 2.
Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk 2011.
- 3.
Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.
- 4.
Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.
- 5.
Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.
- 6.
Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang 2018.
- 7.
Tabel met recente verdeelsleutel.
Tabel 1 verdeelsleutel:
|
|
Plaatsen maximaal beschikbaar |
Bedrag per kindplaats |
Subsidieplafond per onderdeel |
|
Onderdeel A: Kindplaats |
15 |
€ 3.594,- |
€ 53.910,- |
|
Onderdeel B: Ouderprogramma |
30 |
€ 431,- |
€ 12.930,- |
Artikel 9 Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie
9.1. Doel en beoogde resultaten van de subsidieregeling
De gemeente Rhenen wil dat elk kind een optimale schoolloopbaan doorloopt. De voor- en vroeg-schoolse educatie (vve) heeft als doel onderwijs- en/of ontwikkelingsachterstanden bij jonge kin-deren (2 tot 4 jaar) te voorkomen, en waar nodig effectief te bestrijden.
De beoogde resultaten, algemeen:
Problemen in de ontwikkeling van jonge kinderen voorkomen we zoveel mogelijk door een vroeg-tijdige signalering met bijpassende aanpak.
De verschillende onderdelen hebben specifieke resultaten:
A1: Het realiseren van voldoende aanbod kindplaatsen VVE.
A2: Het realiseren van voldoende deelname aan kindplaatsen voor ouders met recht op kinderop-vangtoeslag van de belastingdienst.
C1: Het actief betrekken van de ouder(s) bij de ontwikkeling van hun kind.
D: Een goede verspreiding van basisaanbod vve.
E: Inzet van een persoon die betaald werkzaam is bij een kinderopvangorganisatie.
9.2. Activiteiten die in aanmerking komen voor de subsidie
Onderdelen:
A1) Kindplaatsen-vve;
A2) Kindplaatsen-vve vierde dagdeel;
C1) Ouderprogramma;
D) Locatiesubsidie;
E) Subsidie pedagogisch beleidsmedewerker vve.
Toelichting onderdeel A (kindplaatsen):
A1) Kindplaatsen-vve:
- 1.
De gemeente subsidieert voor een kindplaats vve voor 16 uur per week gedurende 40 we-ken. Indien het aanbod vve anders wordt ingevuld moet er in ieder geval worden voldaan aan de eis van een aanbod van 960 uur in de periode dat het kind 2,5 tot 4 jaar is. Ook kinderen tussen de 2 en 2,5 jaar krijgen gemiddeld 16 uur vve per week aangeboden. De-ze plaatsen mogen uitsluitend beschikbaar worden gesteld aan ouder(s) die geen aan-spraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag via de belastingdienst;
- 2.
Hiervoor geldt het maximum uurtarief voor dagopvang die door het rijk is vastgesteld (be-doeld in artikel 4, eerste lid, onder a van het besluit kinderopvangtoeslag);
- 3.
De hoogte van de subsidie voor kindplaats vve is het aantal uren dat een peuter gebruik-maakt van een vve vermenigvuldigd met het maximum uurtarief voor kinderdagopvang VVE die door het rijk is vastgesteld .
- 4.
De subsidie wordt verleend per kalenderjaar of gedeelte daarvan.
- 5.
Per bezette vve kindplaats;
- 6.
In 2026 is het maximum uurtarief kinderdagopvang van de subsidie is € 13,64;
A2) Kindplaatsen-vve vierde dagdeel:
- 1.
De gemeente subsidieert voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag en een kind met vve-indicatie het vierde dagdeel. Hierbij wordt uitgegaan van een aanbod van 4 dagde-len/week van 4 uur;
- 2.
Alleen beschikbaar voor een kind die minimaal 16 uur per week de voorschoolse voorzie-ning bezoekt met recht op kinderopvangtoeslag.
- 3.
De hoogte van de subsidie voor kindplaats VVE vierde dagdeel is het aantal uren (max. 4uur) dat een peuter gebruikmaakt van een VVE vermenigvuldigd met het maximum uur-tarief voor kinderdagopvang VVE die door het rijk is vastgesteld.
- 4.
De subsidie is maximaal 40 weken per jaar;
- 5.
Per bezette vve kindplaats;
- 6.
In 2026 is het maximum uurtarief kinderdagopvang van de subsidie is € 13,64;
Toelichting onderdeel C (Ouderprogramma)
- 1.
Het ouderprogramma zorgt ervoor dat ouders actief worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind. In overleg met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode vve wordt aan de instellingen een subsidie verstrekt voor het organiseren van een ouderpro-gramma. Dit is Vve-thuis of Opstapje. Als instellingen voor een andere invulling van het ouderprogramma kiezen dan overleggen zij dit vooraf met de betrokken beleidsadviseur van de gemeente Rhenen;
- 2.
De hoogte van de subsidie is op basis van gegevens van het aantal drie jarigen met vve-indicatie dat op 1 april 2026 en 1 oktober 2026 dat een de voorschoolse voorziening ver-menigvuldigd met € 431,- per doelgroeppeuter;
- 3.
Maximum van dit subsidieonderdeel C is € 24.567,-;
- 4.
Mocht het totale subsidieplafond niet voldoende zijn, dan wordt het bedrag van C en D naar rato gereduceerd.
Toelichting onderdeel D (Locatiesubsidie)
- 1.
Een tegemoetkoming voor locaties waar vve wordt aangeboden. Als een locatie een ge-mengde groep heeft (vve en reguliere peuteropvang samen), is er een bedrag beschikbaar voor basiskosten die ieder jaar gemaakt worden (bijvoorbeeld materiaal, scholing en/of in-specties).
- 2.
Een locatiesubsidie wordt beschikbaar gesteld als de instelling voorafgaand aan het subsi-diejaar op minimaal 2 van de 4 peildata minimaal één kind met een vve-indicatie opvangt. Als op meer dan 2 van de peildata geen kinderen met een vve-indicatie zijn ingeschreven dan wordt voor het daaropvolgende subsidiejaar geen locatiesubsidie toegekend. Mochten er tijdens het subsidiejaar weer vve-kinderen worden aangemeld dan wordt deze subsidie opnieuw bekeken.
Toelichting onderdeel E (pedagogisch beleidsmedewerker vve)
- 1.
Deze beleidsmedewerker is belast met de totstandkoming en implementatie van kwaliteits-verhogende beleidsmaatregelen en/of het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden;
- 2.
Er wordt een bedrag (per kind en per locatie) beschikbaar gesteld als een locatie beschikt over een kind met een vve indicatie. De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker vve bedraagt 10 uur per peuter per locatie per jaar. Dit betreft een rekenregel;
- 3.
Er is € 430,- beschikbaar per doelgroeppeuter;
- 4.
Maximum van dit subsidieonderdeel E is € 12.900,-;
- 5.
Mocht het totale subsidieplafond niet voldoende zijn, dan wordt het bedrag van C en D naar rato gereduceerd.
9.3. Subsidiebedrag
- 1.
De definitieve hoogte van het subsidieplafond wordt bepaald aan de hand van de bekend-making van de specifieke uitkering voor onderwijsachterstanden voor de gemeente Rhe-nen door het Rijk;
- 2.
De bedragen per kindplaats zijn gebaseerd op de bedragen van het voorafgaande jaar, in-clusief indexatie van de maximum uurprijzen door het Rijk.
Subsidieverdeling
- 1.
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen;
- 2.
volgens artikel 4:5 van de Awb wordt de datum ingevuld waarop de volledige aanvraag is ontvangen;
- 3.
Indien het maximum bedrag voor deze regeling bijna wordt overschreden of al wordt over-schreden door het aantal aanvragen dat op dezelfde dag binnenkomt, worden de aanvra-gen van die dag door middel van loting op volgorde gezet;
- 4.
Mocht het totale subsidieplafond niet voldoende zijn, dan wordt het bedrag van C en D naar rato gereduceerd;
- 5.
Hieronder vind je in tabel 1 een overzicht met de verdeelsleutel (de aantallen en bedra-gen) van het subsidiejaar.
9.4. Wie kan de subsidie aanvragen?
Een peuteropvang die is ingeschreven in het landelijke register kinderopvang (LRK) en daarmee voldoet aan de landelijke regelgeving en kwaliteitseisen.
De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan uitvoerende organisaties die voldoen aan de voorwaar-den zoals omschreven in de beleidsnotitie “gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschool-se educatie (vve) – gemeente Rhenen”.
9.5. Aanvraag subsidie en werkwijze
Aanvraag
De subsidieaanvraag gaat via het aanvraagformulier op de website.
De volgende stukken moeten altijd worden aangeleverd bij de subsidieaanvraag:
- 1.
Een duidelijke begroting;
- 2.
Het aantal driejarige kinderen op 1 april en 1 oktober van het afgelopen jaar;
- 3.
Bezettingsgegevens voorgaande jaar (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober);
- 4.
Kort inhoudelijk beschrijving van de activiteiten.
- 5.
Bij onderdeel E (beleidsmedewerker vve): een beschrijving van de wijze waarop de beleidsme-dewerker bijdraagt aan de versterking van de kwaliteit vve.
De aanvraag moet worden ingediend voor 28 november 2025.
Nieuwe aanbieders
Nieuwe aanbieders kunnen vanaf de start van een nieuw kalenderjaar meedoen in de gemeentelij-ke subsidiering en verdeling van de plaatsen voor vve. Organisaties moeten zich uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het subsidiejaar bij de gemeente melden om voor het nieuwe kalenderjaar voor subsidiering in aanmerking te komen.
Nieuwe aanbieders moeten bij de eerste aanvraag aanleveren:
- 1.
Statuten van de vereniging*;
- 2.
Begroting*;
- 3.
Oprichtingsakte**;
- 4.
Jaarverslag**;
- 5.
Jaarrekening met balans voorgaande jaar**.
*: Verplicht
**: Als beschikbaar
Ouder(s)
Ouder(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag moeten bij de start van de opvang een Inkomens-verklaring (voorheen IB 60formulier) en een ’Verklaring geen recht op kindertoeslag gemeente Rhenen’ te ondertekenen en in te leveren bij de uitvoerende organisatie waaruit blijkt dat zij geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag van het Rijk.
Rapportage
In de rapportage moeten de bezettingsgegevens van de groepen met door Rhenen gesubsidieerde peuteropvang en vve zitten.
Uit de bezettingsgegevens moet minimaal blijken:
- 1.
Het aantal kinderen met recht op kinderopvangtoeslag (uitgesplitst naar wel/geen vve-indicatie);
- 2.
Het aantal kinderen met recht op reguliere subsidie peuteropvang;
- 3.
Het aantal kinderen met recht op vve-subsidie op de eerste dag van het kwartaal;
- 4.
Wachtlijstgegevens, als dit van toepassing is. Het gaat hierbij alleen om kinderen waarvan de geplande plaatsingsdatum is verstreken. Wachtlijstgegevens moeten worden onderverdeeld naar wel/geen vve-indicatie en wel/geen recht op kinderopvangtoeslag.
De rapportages bezettingsgegevens moeten op de volgende tijdstippen in het desbetreffende jaar te zijn ingeleverd:
|
Rapportage over het 1e kwartaal |
Voor 1 maart |
|
Rapportage over het 1e en 2e kwartaal |
Voor 1 juni |
|
Rapportage over het 1e, 2e en 3e kwartaal |
Voor 1 september |
|
Jaarrapportage |
Voor 1 december |
De gemeente monitort per kwartaal de cijfers en met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode bespreken.
Aanvraag tot vaststelling
Vóór 1 mei moet de organisatie een aanvraag doen tot vaststelling, conform aan de ASV Rhenen 2025.
Subsidieverantwoording
Bij de subsidieverantwoording verstrekt iedere organisatie een overzicht op kwartaalbasis van peu-ters waaraan een gesubsidieerde kindplaats is toegekend. Een beleidsadviseur van de gemeente Rhenen komt langs voor de subsidieverantwoording vanaf juni, t/m september.
De beleidsadviseur checkt op:
- 1.
Leeftijd van het kind;
- 2.
De woonplaats van de ouder(s) van het kind;
- 3.
Vve-indicatie;
- 4.
Inkomensverklaring ouder(s);
- 5.
‘Verklaring geen recht op kindertoeslag gemeente Rhenen’.
Daarnaast moet er een schriftelijke verantwoording worden aangeleverd, conform aan de ASV Rhenen 2025.
Een organisatie kan ook volstaan met het verstrekken van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat deze gegevens zijn gecontroleerd. Benadrukt wordt dat uit de accountantsverklaring moet blijken dat de controle op kwartaal-basis heeft plaatsgevonden.
Vaststelling
Na ontvangst van de verantwoording stellen wij de subsidie definitief vast. Het subsidiebedrag kan hierbij nooit hoger worden vastgesteld, maar wel lager. Een eventueel te veel ontvangen bedrag kan worden teruggevraagd.
9.6. Bijzondere criteria en/of voorwaarden
Doelgroep:
- 1.
Het gaat over kinderen van 2 tot 4 jaar;
- 2.
Minimaal één van de ouders is woonachtig in de gemeente Rhenen;
- 3.
Er is sprake van een doorgaande leerlijn naar de vroegschool voor kleuters van 4 tot 6 jaar, in groep 1 en 2 van het basisonderwijs;
Organisatie:
- 1.
De kwaliteitseisen die wij stellen aan de uitvoerende organisaties gelden ook voor hun ‘onder-aannemers’;
- 2.
Elke instelling biedt 16 uur per week, gedurende 40 weken. Zij moeten voldoen aan de eis van een aanbod van 960 uur in de periode dat een kind met vve-indicatie 2 tot 4 jaar is;
- 3.
Tariefvoorschrift: de aanbieder moet bij de ouders van de geplaatste vve-kinderen (onderdeel A1) een vooraf vastgestelde ouderbijdrage in rekening te brengen. Dit tarief wordt jaarlijks in overleg met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode bepaald;
- 4.
De opvangplaatsen voor reguliere peuteropvang en vve zijn niet onderling uitwisselbaar;
- 5.
De instellingen bepalen zelf of zij groepen samenstellen waarin tegelijk kinderen van de peuter-opvang en kinderdagopvang bij elkaar zitten. Hierbij moet wel voldaan worden aan alle wettelijke kwaliteitseisen en lokale afspraken (zoals pedagogische kwaliteit);
Locatie:
- 1.
De vve vindt plaats in een kinderdag- of peuteropvang;
- 2.
Locaties moeten voldoen aan lokale afspraken en aan de kwaliteitseisen die in Wet OKE zijn vastgesteld;
- 3.
Tijdens de periode waarop de subsidie betrekking heeft moet de locatie in het LRK-register staan ingeschreven als vve-locatie. Daarnaast moet de inspectie van de GGD en OCW akkoord zijn met het aanbod vve;
Beleidsmedewerker vve (onderdeel E):
- 1.
De gesubsidieerde beleidsmedewerker vve voldoet aan de geldende kwalificatie eisen;
- 2.
Het totaal aantal voorgeschreven uren per locatie voor de beleidsmedewerker mag door de op-vangorganisatie naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op kwaliteitsverbete-ring.
Nieuwe aanbieders:
- 1.
Voor nieuwe subsidieaanvragers geldt dat zij zich conformeren aan de afspraken en kwaliteitscri-teria, zoals opgenomen in het convenant ‘Voor- en Vroegschoolse Educatie Rhenen’ en het conve-nant ‘resultaatafspraken VVE Rhenen’, die reeds met bestaande partijen is afgesloten voor uitvoe-ring van vve in Rhenen;
- 2.
Nieuwe aanbieders moeten voldoen aan alle landelijke geldende (wettelijke) eisen, lokale afspra-ken (bijvoorbeeld het ouderprogramma) en participeren in het netwerkoverleg voor- en vroeg-schoolse periode. Als dit gewenst is, werken zij mee aan de totstandkoming van een Integraal Kind Centrum (IKC).
9.7. Gronden om niet in aanmerking te komen voor deze subsidie
- 1.
De subsidierelatie met aanvragers waarvan de aanvraag niet aan de eisen voldoet, of waarvan de resultaten in het voorgaande subsidiejaar achterblijven bij wat verwacht mag worden, komen niet voor (volledige) continuering in aanmerking;
- 2.
Het niet voldoen aan de kwaliteitseisen (landelijk/lokaal) of oneigenlijk gebruik van deze regeling kan reden zijn voor beëindiging of terugvordering van de subsidie voor vve;
- 3.
Subsidieaanvragen voor activiteiten die (naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders) niet of onvoldoende bijdragen aan de door de gemeente Rhenen met deze subsidie-regeling beoogde doelen en resultaten;
- 4.
Een locatie wordt uitgeschreven uit het LRK-register (als vve-locatie) zodra de locatie tijdens het subsidiejaar stopt met het aanbod vve. Vanaf dat moment heeft deze locatie geen recht meer op een locatiesubsidie;
- 5.
Het ontbreken van vereisten documenten kan consequenties hebben voor de subsidievaststelling en subsidieverlening.
9.8. Aanvullende documenten
- 1.
Programmabegroting.
- 2.
Beleidsnotitie gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) – gemeente Rhenen.
- 3.
Convenant Voor- en Vroegschoolse Educatie Rhenen 2012.
- 4.
Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk 2011.
- 5.
Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.
- 6.
Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.
- 7.
Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.
- 8.
Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang 2018.
- 9.
Tabel recente verdeelsleutel.
Tabel 1 verdeelsleutel:
Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie 2026 verdeelsleutel:
|
|
Plaatsen maximaal beschikbaar |
Bedrag per kindplaats |
Subsidie-plafond per onderdeel |
|
Onderdeel A1: Kindplaatsen-vve |
33 |
€ 8.730 |
€ 288.077 |
|
Onderdeel A3: Kindplaatsen-vve vierde dagdeel |
21 |
€ 2.182 |
€ 45.830 |
|
Onderdeel C1: Ouderprogram-ma |
57 |
€ 431 |
€ 24.567 |
|
Onderdeel D: Locatiesubsidie |
Max. 5 |
€ 13.334 |
€ 66.670 |
|
Onderdeel E: Subsidie pedagogisch beleidsmedewerker vve |
Max. 30 |
€ 430 |
€ 12.900 |
Artikel 10 Slotbepalingen
1. Alle voorgaande hierop van toepassing zijnde subsidieregelingen worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2025.
2. De Algemene Subsidieverordening gemeente Rhenen 2019 is onverkort van toepassing.
3. Deze regeling geldt vanaf het subsidiejaar 2026 en treedt in werking op de dag na de publicatie.
4. De regeling wordt aangehaald als: Subsidieregelingen gemeente Rhenen 2026.
Ondertekening
Ondertekening
Vastgesteld op 11 maart 2025 door
het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
dhr. P. Bonthuis, dhr. G. Kaai
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl