Subsidieverordening isolatie gemeente Lansingerland 2025-2027

Geldend van 05-04-2025 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening isolatie gemeente Lansingerland 2025-2027

De gemeenteraad van de gemeente Lansingerland;

Gelet op artikel 147 van de Gemeentewet, waarin de verordenende bevoegdheid is toegekend aan de raad;

gelet op het doel de isolatie van woningen te stimuleren;

besluit vast te stellen de Subsidieverordening isolatie gemeente Lansingerland 2025-2027:

Artikel 1. Begripsomschrijving

  • a)

    appartement:

    • 1.

      aandeel in een gebouw waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht, omvattende de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van een woning;

    • 2.

      woning in een gebouw, waarvoor een wooncoöperatie is opgericht; of

    • 3.

      woning in een gebouw van een woonvereniging;

  • b)

    arbeidskosten: kosten die verband houden met het verrichten van arbeid voor het aanbrengen van het isolatie-of ventilatiemateriaal en de benodigde constructie door een installatiebedrijf;

  • c)

    bouwbedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat in de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie;

  • d)

    collectieve inkoopactie isolatie: inkoopactie van gemeente Lansingerland waarbij woningeigenaren met een woning met energielabel D, E, F of G of minimaal 2 slecht geïsoleerde bouwdelen, en inwoners met een inkomen tot 140% van de wettelijke bijstandsnorm die in een slecht geïsoleerde woning wonen, een maatwerkadvies ontvangen en een gemeentelijke financiële bijdrage bij uitvoer van isolatiemaatregelen.

  • e)

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland;

  • f)

    doe-het-zelf: maatregel als bedoeld in artikel 6 lid 1 of 2 die door een ander wordt uitgevoerd dan door een bouwbedrijf;

  • g)

    eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon die:

    • 1.

      een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben;

    • 2.

      gerechtigde is van een bestaand appartementsrecht en in het desbetreffende appartement zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie zal hebben;

    • 3.

      zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van de woning zal hebben in een woning van een wooncoöperatie en in verband daarmee lid is van die wooncoöperatie; of

    • 4.

      op basis van zijn lidmaatschap van een woonvereniging het recht heeft om in een woning te wonen en daarin zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben;

  • h)

    energielabel: een energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • i)

    gemengde vereniging van eigenaren: vereniging van eigenaars (VVE), woonvereniging of wooncoöperatie

  • j)

    ten behoeve van gebouwen waarin zich ten minste één woning van een eigenaar-bewoner bevindt;

  • k)

    HR++ glas: glas met een maximale U-waarde van 1,2 W/m²K;

  • l)

    ISDE: een subsidie van de Rijksoverheid voor energiebesparende en duurzame maatregelen, zoals isolatie en warmtepompen in woningen of bedrijfspanden;

  • m)

    isolerende kozijnpanelen: kozijnpanelen met minimaal dezelfde U-waarde als de glassoort waarmee deze worden gecombineerd in kozijnen;

  • n)

    materiaalkosten: kosten voor nieuw isolatiemateriaal (bijv. minerale wol, gespoten isolatieschuim, dubbel glas) en de benodigde constructie (bijv. een raamwerk om het isolatiemateriaal tussen te klemmen);

  • o)

    omgevingsplan: een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 en 4.1 lid 1 van de Omgevingswet, het tijdelijk deel van een omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet, en een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteitvergunning als bedoeld in artikel 5.1, lid 1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

  • p)

    raamoppervlakte: de binnenwerkse maat, die wordt verkregen door het van binnenuit meten van de totale oppervlakte van kozijn en glas;

  • q)

    Rc-waarde: isolatiewaarde, de isolerende werking van de gehele constructie, uitgedrukt in m² K/W;

  • r)

    Rd-waarde: warmteweerstand van het isolatiemateriaal, uitgedrukt in m² K/W;

  • s)

    slecht geïsoleerde woning: een woning:

    • 1.

      van een eigenaar-bewoner met een energielabelklasse D, E, F, G, of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende niet of slecht geïsoleerde bouwdelen zijn:

      • 1°.

        de vloer en de bodem;

      • 2°.

        de gevel, waaronder de spouwmuur;

      • 3°.

        het dak, de zoldervloer en vlieringvloer;

      • 4°.

        de ramen, panelen in kozijnen en deuren;

    • 2.

      in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat en waarin ten minste twee van de volgende bestaande niet of slecht geïsoleerde bouwdelen van het gebouw zijn:

      • 1°.

        de vloer en de bodem;

      • 2°.

        de gevel, waaronder de spouwmuur;

      • 3°.

        het dak, de zoldervloer en vlieringvloer;

      • 4°.

        de ramen, panelen in kozijnen en deuren;

  • en waarbij de woning fysiek grenst aan het bouwdeel van het gebouw waaraan ten minste één van de voorgenomen energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 6, lid 2, worden getroffen;

  • t)

    niet of slecht geïsoleerde bouwdelen:

    • 1.

      hellend/plat dak: minder dan 9 cm isolatie aanwezig of een Rc-waarde gelijk aan of lager dan 2,0 m²K/W;

    • 2.

      zolder/vliering: een Rc-waarde gelijk aan of lager dan 0,5 m²K/W;

    • 3.

      gevel: een Rc-waarde gelijk aan of lager dan 1,1 m²K/W;

    • 4.

      vloer: minder dan 5 cm isolatie aanwezig of een Rc -waarde gelijk aan of lager dan 1,3 m²K/W;

    • 5.

      glas: U-waarde gelijk aan of lager dan 1,6 W/m²K;

  • u)

    subsidieverordening isolatie: subsidieverordening isolatie gemeente Lansingerland 2025 – 2027, zoals gepubliceerd in het gemeenteblad;

  • v)

    thermische schil: thermische schil als beschreven in ISSO 82.1, zesde druk;

  • w)

    triple-glas: glas met een maximale U-waarde van 0,7 W/m²K;

  • x)

    U-waarde: warmtegeleiding van glas, uitgedrukt in W/m²;

  • y)

    vereniging van eigenaars: vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid1, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

  • z)

    woning: woongelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, waaronder tevens wordt begrepen een appartement, en als zodanig bewoond is geweest alvorens een renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd;

  • aa)

    wooncoöperatie: wooncoörperatie als bedoeld in artikel 18a van de Woningwet;

  • ab)

    woonvereniging: vereniging die eigenaar is van één of meer gebouwen en waarvan de leden het recht hebben om in een bepaalde woning die onderdeel uitmaakt van dat gebouw of die gebouwen te wonen;

Artikel 2. Beleidsdoelstelling

Met deze subsidieverordening stimuleert de gemeente Lansingerland de isolatie van slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en slecht geïsoleerde woningen van leden van een gemengde vereniging. De subsidieverordening draagt bij aan de betaalbaarheid van de energierekening en behalen van de klimaatdoelen op het gebied van CO2-reductie. Ook wordt het isoleren als een noodzakelijke voorbereiding gezien om richting aardgasvrij te gaan. De gemeenteraad heeft als doelstelling om met deze subsidieregeling 733 geïsoleerde woningen te realiseren binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland, gedurende de looptijd van deze regeling.

Artikel 3. Bevoegdheden college

Het college is bevoegd om de subsidies die worden aangevraagd in het kader van deze subsidieverordening te verlenen, vast te stellen, te weigeren, in te trekken en te wijzigen. Het college is daarnaast ook bevoegd om ten onrechte verstrekte subsidiebedragen terug te vorderen. Het college kan deze bevoegdheden mandateren.

Artikel 4. Doelgroep

Het subsidiebedrag, dat kan worden aangevraagd in het kader van deze subsidieverordening, is bedoeld voor de eigenaar-bewoner van een slecht geïsoleerde woning, die gebouwd is voor 1992 en gelegen is binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Lansingerland. De woning en de uit te voeren isolatiewerkzaamheden mogen niet in strijd zijn met het geldende omgevingsplan.

Artikel 5. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieverordening is slechts van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 6 bedoelde maatregelen en kosten, die plaatsvinden in slecht geïsoleerde woningen binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Lansingerland, in de periode van datum inwerkingtreding van deze subsidieregeling tot en met 31 december 2027.

Artikel 6. Voor subsidie in aanmerking komende maatregelen uitgevoerd door een bouwbedrijf

  • 1. Het college kan aan de eigenaar-bewoner van een slecht geïsoleerde woning subsidie verstrekken voor de materiaalkosten van en de arbeidskosten voor de uitvoering van de volgende isolatiemaatregelen door een bouwbedrijf:

    • a.

      dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij:

      • ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil dan wel, indien de zolder of vliering onverwarmd is, van ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande zolder- of vlieringvloer, wordt geïsoleerd;

      • het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m²K/W heeft en in geval van een monument is aangebracht na 31 december 2023 en een Rd-waarde van ten minste 2,5 m²K/W heeft; en

      • het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

    • b.

      gevelisolatie waarbij:

      • ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd; en

      • het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m²K/W heeft en in geval van een monument is aangebracht na 31 december 2023 en een Rd-waarde van ten minste 2,5 m²K/W heeft

    • c.

      glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil door:

      • het vervangen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte indien de maatregel is aangebracht na 31 december 2024, van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m²K;

      • het vervangen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte indien de maatregel is aangebracht na 31 december 2024, van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/m²K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 W/m²K;

      • het vervangen of toevoegen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van een monument indien een maatregel is aangebracht na 31 december 2023, van glas, kozijnpanelen of deuren door glas of voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m²K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 2,0 W/m²K; of

      • het vervangen of toevoegen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van een monument indien een maatregel is aangebracht na 31 december 2023 van glas, kozijnpanelen of deuren door glas of voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m²K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,5W/m²K, of triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/m²K;

    • d.

      spouwmuurisolatie waarbij:

      • ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

      • het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 1,1 m²K/W heeft; en

      • het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

    • e.

      vloer- dan wel bodemisolatie, waarbij:

      • ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande vloer of de bestaande bodem in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

      • het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m²K/W heeft; en

      • het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.

  • 2. Het college kan aan de eigenaar-bewoner van een slecht geïsoleerde woning in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat subsidie verstrekken voor de materiaalkosten van en de arbeidskosten voor de uitvoering van de volgende isolatiemaatregelen door een bouwbedrijf:

    • a.

      dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij:

      • minimaal 70% van de oppervlakte van het gehele dak behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

      • het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m²K/W heeft en in geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m²K/W heeft; en

      • het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

    • b.

      gevelisolatie, waarbij:

      • ten minste 10 m²per appartement van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd; en

      • het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m²K/W heeft en in geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m²K/W heeft;

    • c.

      glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil door het vervangen van:

      • ten minste 3 m² per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m²K;

      • ten minste 3 m² per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/ m²K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 W/m²K;

      • ten minste 3 m² per monumentaal appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen, deuren met hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 3,0 W/m²K of voor kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 3,0 W/m²K of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 2,0 W/m²K; of

      • ten minste 3 m² per monumentaal appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen, deuren met hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 W/m²K of voor kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 2,0 W/m²K of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m²K;

    • d.

      spouwmuurisolatie, waarbij:

      • ten minste 10 m²per appartement van de oppervlakte van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

      • het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 1,1 m²K/W heeft; en

      • het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen

    • e.

      vloer- dan wel bodemisolatie, waarbij:

      • minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

      • het toegevoegde isolatiemateriaal voor de vloer of bodem een Rd-waarde van ten minste 3,5 m²K/W heeft; en

      • het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.

  • 3. Het college kan ook subsidie verstrekken in de gevallen genoemd in lid 1 en lid 2 waarbij de eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet worden gehaald.

  • 4. Als subsidie is aangevraagd voor minimaal één van de in lid 1 genoemde isolatiemaatregelen, kan het college ook subsidie verstrekken voor de materiaal kosten van en de arbeidskosten voor het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor een CO2-gestuurde ventilatie of voor het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90% die in samenhang met de aangevraagde isolatiemaatregelen worden uitgevoerd.

  • 5. Bij spouwmuurisolatie en dakisolatie aan de buitenzijde van het dak komen de materiaalkosten van en de arbeidskosten voor het aanbrengen van maatregelen ter bescherming van gebouwgebonden beschermde diersoorten ook voor vergoeding in aanmerking. De kosten van de maatregelen ter bescherming van gebouwgebonden diersoorten zijn apart gespecificeerd op de offerte en factuur. Dit geldt alleen voor zover de maatregelen worden getroffen vóórafgaand aan de uitvoering van deze isolatiemaatregelen.

Artikel 7. Doe-het-zelf

  • 1. Maatregelen als bedoeld in artikel 6, mogen worden uitgevoerd door een ander dan door een bouwbedrijf.

  • 2. Alleen materiaalkosten voor isolerende maatregelen komen bij doe-het-zelf voor subsidie in aanmerking.

Artikel 8. Maatregelen en kosten die niet voor een subsidiebedrag in aanmerking komen

De volgende maatregelen en kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de materiaalkosten van en de arbeidsuren voor de uitwerking van de maatregelen genoemd in artikel 6 die reeds zijn uitgevoerd op het moment van de subsidieaanvraag;

  • b.

    de materiaalkosten van en de arbeidsuren voor de uitwerking van de maatregelen genoemd in artikel 6 bij een nieuwe op- of aanbouw van de bestaande woning;

  • c.

    de materiaalkosten van en de arbeidsuren voor de uitwerking van de maatregelen genoemd in artikel 6, waarvoor uit hoofde van een subsidieregeling van een ander overheidsorgaan een subsidiebedrag kan worden ontvangen, met uitzondering van de ISDE-subsidies;

  • d.

    materiaalkosten of arbeidskosten voor de afwerking (bijv. gipsplaten, behang);

  • e.

    bij doe-het-zelf:

    • 1.

      de onder a tot en met d genoemde maatregelen en kosten;

    • 2.

      de arbeidskosten

Artikel 9. Hoogte van de subsidie

  • 1. De hoogte van de subsidiebedragen bedraagt per woning per isolerende maatregel maximaal € 1.500,- inclusief btw, met dien verstande dat maximaal 50% van materiaalkosten en/of arbeidskosten voor vergoeding in aanmerking komt. Indien subsidie wordt aangevraagd voor twee of meer isolerende maatregelen of een isolerende maatregel in combinatie met een ventilatiemaatregel bedraagt de hoogte van subsidie maximaal € 2.000,- inclusief btw per woning.

  • 2. Per woning kan gedurende de looptijd van deze subsidieregeling voor maximaal twee maatregelen gebruik worden gemaakt van de twee verschillende financiële stimuleringsmaatregelen voor isolatie in de gemeente Lansingerland: 1. Deze subsidieverordening isolatie en/of 2. gemeentelijke bijdrage collectieve inkoopactie isolatie. Het maximale subsidiebedrag bedraagt hierbij € 2.000,- inclusief btw per woning.

Artikel 10. Subsidieplafond

  • 1. Voor de verstrekking van subsidies is gedurende de looptijd van deze subsidieverordening een bedrag beschikbaar van € 1.100.000,-.

Artikel 11. Aanvraag subsidie

  • 1. Een subsidieaanvraag kan worden gedaan tot 15 maart 2027.

  • 2. Een aanvraag voor subsidieverlening wordt voorafgaand aan het uitvoeren van de isolatiemaatregelen ingediend bij het college met behulp van het formulier ‘Aanvraag subsidie isolatie’.

  • 3. Het aanvraagformulier wordt ondertekend door de aanvrager en gaat vergezeld van:

    • a.

      een offerte van een daartoe gespecialiseerd bedrijf, met daarop vermeld:

      • -

        eigenaar van de woning

      • -

        adres

      • -

        de isolatiemaatregelen (inclusief merk en isolatiewaarde) of

      • -

        de ventilatiemaatregelen

      • -

        verwachte datum van installatie

      • -

        onderscheid in materiaalkosten en direct gerelateerde arbeidskosten voor het aanbrengen van de isolerende maatregelen of ventilatiemaatregelen, en overige werkzaamheden;

      • -

        bij spouwmuurisolatie en dakisolatie vanaf de buitenzijde: onderscheid in kosten voor het aanbrengen van isolerende maatregelen en kosten voor maatregelen ter bescherming van dieren;

      • -

        een verklaring dat niet eerder een subsidiebedrag van gemeente Lansingerland is aangevraagd of verkregen voor dezelfde isolatiemaatregel.

    • b.

      bij doe-het-zelf: een begroting van de kosten van het isolerende materiaal (bijv. print-screen van webshop);

    • c.

      indien beschikbaar: een kopie van het geregistreerde energielabel van de woning;

    • d.

      bij buitengevelisolatie of dakisolatie vanaf de buitenzijde (nieuw dak) en voor nieuwe kozijnen aan de voorzijde van de woning: een kopie van de verleende omgevingsvergunning, indien de onder dit artikellid genoemde ingrepen omgevingsvergunningplichtig zijn.

    • e.

      bij een ingreep aan een monument: een verleende omgevingsvergunning.

    • f.

      informatie waaruit volgt dat geen omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, lid 2, aanhef en onder g, van de Omgevingswet vereist is. Als een dergelijke omgevingsvergunning wél vereist is, de verleende omgevingsvergunning.

Artikel 12. Behandeling aanvraag subsidie

  • 1. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag van de volledige subsidieaanvraag.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag niet voldoet aan alle gestelde vereisten, geeft de gemeente de aanvrager vier weken de gelegenheid om zijn aanvraag aan te vullen.

    • -

      Indien de gevraagde gegevens en bescheiden voldoende zijn om de aanvraag te beoordelen, wordt de aanvraag alsnog als een volledige aanvraag aangemerkt en als zodanig geregistreerd. Het college stelt de aanvrager daarvan zo spoedig mogelijk in kennis. Als datum van registratie geldt de datum waarop het college de volledige aanvraag heeft ontvangen.

  • 3. Indien de aanvraag niet binnen de door het college gestelde termijn als bedoeld in het derde lid wordt aangevuld, kan het college besluiten de aanvraag niet verder te behandelen.

  • 4. Het college verdeelt het subsidiebedrag op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

Artikel 13. Weigeringsgronden

  • 1. Het college weigert de subsidieaanvraag in ieder geval als:

    • a.

      de subsidieaanvraag is ingediend op of na 15 maart 2027;

    • b.

      de subsidieaanvraag het beschikbare subsidieplafond overstijgt;

    • c.

      de subsidieaanvraag niet wordt ingediend door of namens de eigenaar-bewoner van de woning waar de maatregelen worden uitgevoerd;

    • d.

      de subsidieaanvraag betrekking heeft op een woning gebouwd na 1992;

    • e.

      de subsidieaanvraag betrekking heeft op een woning buiten de gemeentegrenzen van de gemeente Lansingerland;

    • f.

      de subsidieaanvraag betrekking heeft op een woning die in strijd is met het omgevingsplan

    • g.

      de subsidieaanvraag betrekking heeft op een woning die niet kwalificeert als een slecht geïsoleerde woning.

  • 2. Het college kan de subsidieaanvraag in ieder geval weigeren als de benodigde omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, lid 2, aanhef en onder g, van de Omgevingswet niet is overgelegd of als niet of onvoldoende is aangetoond dat een dergelijke omgevingsvergunning niet vereist is.

Artikel 14. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. De maatregel waarvoor subsidie is verleend moet voldoen aan de in artikel 6 voor die maatregel genoemde eisen.

  • 2. Als aannemelijk is dat een of meer van de maatregelen waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie ontvanger dat zo spoedig mogelijk schriftelijk aan het college.

Artikel 15. Aanvullende verplichtingen

De subsidieontvanger is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor het aanvragen, verkrijgen van eventueel benodigde toestemmingen en/of benodigde (omgevings)vergunningen, die nodig zijn voor het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteit. Het verlenen van een subsidie betekent niet dat daarmee ook van overheidswege een vergunning is verleend voor de desbetreffende activiteit.

Artikel 16. Aanvraag subsidievaststelling

  • 1. Binnen een termijn van 20 weken na ontvangst van de subsidieverleningsbeschikking moeten de isolatiemaatregelen zijn uitgevoerd en moet een aanvraag tot vaststelling van de subsidie zijn ingediend bij het college.

  • 2. De aanvrager dient een aanvraag tot vaststelling van de subsidie schriftelijk in bij het college met behulp van het formulier ‘Vaststelling subsidie isolatie’.

  • 3. Het formulier wordt ondertekend en gaat vergezeld van:

    • a.

      een kopie van een gespecificeerde factuur van het installatiebedrijf, met daarop vermeld:

      • -

        naam woningeigenaar;

      • -

        adres;

      • -

        datum van installatie;

      • -

        de isolatiemaatregelen (inclusief merk en isolatiewaarde), of;

      • -

        de ventilatiemaatregelen;

      • -

        bij doe-het-zelf: de aankoopbon van het isolatiemateriaal;

    • Facturen dienen zodanig gespecificeerd te worden dat subsidiabele en niet-subsidiabele kosten gemakkelijk te herleiden zijn.

    • b.

      een kopie van het betalingsbewijs;

    • c.

      foto’s van het isolatiemateriaal, de uitvoering van de werkzaamheden en het eindresultaat, of;

    • d.

      foto’s van het plaatsen van het ventilatiesysteem en het eindresultaat.

    • e.

      bij spouwmuurisolatie en dakisolatie vanaf de buitenzijde: foto’s van de maatregelen, die voorafgaand aan het isoleren zijn uitgevoerd ter bescherming van dieren.

Artikel 17. Vaststelling en uitbetaling subsidie

  • 1. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Het college kan deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verdagen.

  • 2. Als de aanvraag tot vaststelling van de subsidie niet is ingediend binnen de in artikel 16 lid 1 genoemde termijn, stelt het college de subsidie ambtshalve vast.

  • 3. Na het besluit tot vaststelling wordt de subsidie uitbetaald binnen een termijn van vier weken.

  • 4. Voorschotten worden niet verstrekt.

Artikel 18. Lager vaststellen subsidie

Onverminderd hetgeen bepaald in artikel 4:46 Awb, kan de subsidie lager worden vastgesteld indien:

  • a.

    de aanvrager niet heeft voldaan aan de voorschriften en/of verplichtingen voortvloeiende uit deze verordening;

  • b.

    de aanvrager niet heeft voldaan aan de in de subsidieverleningsbeschikking geformuleerde verplichtingen;

  • c.

    de aanvraag tot vaststelling is ingediend na 1 oktober 2027;

  • d.

    de maatregelen waarvoor de subsidie is verleend niet uitgevoerd zijn binnen 20 weken na verlening van de subsidie;

  • e.

    als een of meer uitgevoerde maatregelen waarvoor subsidie is verleend niet voldoen aan de eisen die voor die maatregel zijn gesteld in artikel 6.

Artikel 19. Betaling

Het subsidiebedrag wordt betaald binnen acht weken na bekendmaking van de beschikking tot subsidievaststelling, tenzij het college in zijn beschikking anders heeft bepaald.

Indien sprake is van een terugvordering, dan wordt het subsidiebedrag door de aanvrager terugbetaald binnen 8 weken na bekendmaking van de beschikking tot subsidievaststelling, tenzij het college in zijn beschikking anders heeft bepaald.

Artikel 20. Gevallen waarin deze verordening niet voorziet

In de gevallen waarin deze subsidieverordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 21. Hardheidsclausule

Het college kan van het bepaalde in deze verordening afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. Toepassing hiervan wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 22. Wijzigen of intrekken

De raad is bevoegd deze subsidieverordening te wijzigen of in te trekken.

Artikel 23. Slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieverordening treedt in werking 1 dag na datum publicatie.

  • 2. Deze subsidieverordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening Isolatie gemeente Lansingerland 2025-2027.

  • 3. Aanvragen tot verlening van een subsidie kunnen uiterlijk tot 15 maart 2027 worden ingediend.

  • 4. Aanvragen tot vaststelling van een subsidie kunnen tot 1 oktober 2027 worden ingediend.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadvergadering van 27 maart 2025,

de griffier,

Eveline Hamelink-van Rens

de voorzitter,

Jules Bijl

Toelichting Subsidieverordening isolatie gemeente Lansingerland 2025 – 2027

Artikel 1. Begripsomschrijving

De bepalingen in dit artikel spreken voor zich.

Artikel 2. Beleidsdoelstelling

De gemeente wil inwoners met een slecht geïsoleerde woning financieel ondersteunen bij het isoleren van hun woning. Dit draagt bij aan klimaatdoelen op het gebied van verlagen aardgasverbruik en CO2-reductie en de betaalbaarheid van de energierekening. Ook is isolatie een noodzakelijke stap richting aardgasvrij verwarmen. Het doel is om 733 woningen te isoleren binnen Lansingerland.

Artikel 3. Subsidieverordening

Het college mag besluiten nemen over de isolatiesubsidies en mag een medewerker toestemming geven om deze besluiten namens hen te nemen.

Artikel 4. Doelgroep

De isolatiesubsidie is bedoeld om eigenaar-bewoners van een slecht geïsoleerde woning, gebouwd voor 1992 in Lansingerland, financieel te ondersteunen bij het isoleren van hun woning. De woning mag onderdeel zijn van een gemengde vereniging van eigenaars. De isolatiewerkzaamheden en de woning moeten hiervoor voldoen aan de regels van het geldende omgevingsplan.

Artikel 5. Toepassingsbereik

De regels in deze subsidieverordening zijn alleen van toepassing op het geven van subsidie voor de maatregelen in artikel 6, voor woningen in Lansingerland, tot 31 december 2027.

Artikel 6. Maatregelen en kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Dit artikel beschrijft alle maatregelen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd en de voorwaarden hiervoor.

Artikel 7. Doe-het-zelf

Sommige isolatiemaatregelen kunnen ertoe leiden dat beschermde diersoorten worden gedood of verstoord. Als dat het geval is, mogen de isolatiemaatregelen alleen uitgevoerd worden als hiervoor een omgevings-vergunning voor een flora- en fauna-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, lid 2, aanhef en onder g, van de Omgevingswet, is verleend. Door een ecoloog moet op basis van een ecologisch onderzoek worden vastgesteld of en zo ja, welke beschermde diersoorten in de woning aanwezig zijn.

In artikel 13 is onder meer bepaald dat het college de subsidie kan weigeren als de benodigde omgevings-vergunning voor een flora- en fauna-activiteit niet is overgelegd of als niet of onvoldoende is aangetoond dat géén omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist is. Zolang de provincie géén (tijdelijke) gebiedsdekkende omgevingsvergunning heeft verleend aan de gemeente op basis van een (pre)soorten-managementplan, kan de woning-eigenaar gebruik maken van een tijdelijke regeling op basis van de Landelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren. Als de woning-eigenaar aantoont dat de isolatiemaatregelen worden aangebracht door een isolatiebedrijf dat werkt volgens de voorwaarden van de Landelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren én dat aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan daarmee zonder ecologisch onderzoek worden aangetoond dat géén omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist is. Als de woning-eigenaar gebruik wenst te maken van deze tijdelijke regeling, kunnen de isolatiemaatregelen niet door een ander dan een bouwbedrijf worden doorgevoerd.

Artikel 8. Maatregelen en kosten die niet voor een subsidiebedrag in aanmerking komen

Dit artikel beschrijft voor welke maatregelen en kosten inwoners géén subsidie krijgen, namelijk als de isolatiemaatregel al is uitgevoerd bij aanvraag van de subsidie of voor isolatie voor een nieuwe op- of aanbouw van de bestaande woning.

Artikel 9. Hoogte van de subsidie

Dit artikel beschrijft welk subsidiebedrag maximaal kan worden aangevraagd: 50% van de kosten wordt vergoed, met een maximum van € 1.500,- voor 1 isolerende maatregel en maximaal € 2.000,- voor 2 maatregelen. De ontvanger kan gebruikmaken van de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve inkoopactie isolatie, die geldt vanaf 2023, en voor een andere isolatiemaatregel subsidie ontvangen via de subsidieverordening isolatie. Per woning kan maximaal € 2.000,- inclusief btw subsidie worden ontvangen voor isolerende en ventilatiemaatregelen.

Bijvoorbeeld: een inwoner heeft € 1.000,- gemeentelijke bijdrage ontvangen via de collectieve inkoopactie isolatie. Hij/zij betaalt voor een tweede isolatiemaatregel € 3.000,-. Voor deze tweede maatregel kan hij/zij € 1.000,- subsidie ontvangen via de subsidieverordening isolatie. Hij/zij heeft dan in totaal voor de woning het maximum van €2.000,- inclusief btw subsidie ontvangen.

Artikel 10. Subsidieplafond

Dit artikel beschrijft het beschikbare budget voor de subsidies. Als dit budget op is worden geen nieuwe subsidies gegeven.

Artikel 11. Aanvraag subsidie

Vooraf vraagt de inwoner de subsidie aan, waarbij het bedrag wordt gereserveerd (verleend). Dit geeft inwoners zekerheid over het subsidiebedrag en de voorwaarden hiervoor, voordat de isolatiemaatregelen zijn genomen. Na het afronden van de isolatiemaatregelen vraagt de inwoner subsidievaststelling aan en levert hiervoor de gevraagde gegevens aan. Dit biedt de gemeente zekerheid dat de maatregelen zijn uitgevoerd en voldoen aan de voorwaarden hiervoor.

Sommige isolatiemaatregelen kunnen ertoe leiden dat beschermde diersoorten worden gedood of verstoord. Als dat het geval is, mogen de isolatiemaatregelen alleen uitgevoerd worden als hiervoor een omgevings-vergunning voor een flora- en fauna-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, lid 2, aanhef en onder g, van de Omgevingswet, is verleend. Door een ecoloog moet op basis van een ecologisch onderzoek worden vastgesteld of en zo ja, welke beschermde diersoorten in de woning aanwezig zijn.

In artikel 13 is onder meer bepaald dat het college de subsidie kan weigeren als de benodigde omgevings-vergunning voor een flora- en fauna-activiteit niet is overgelegd of als niet of onvoldoende is aangetoond dat géén omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist is. Zolang de provincie géén (tijdelijke) gebiedsdekkende omgevingsvergunning heeft verleend aan de gemeente op basis van een (pre)soorten-managementplan, kan de woning-eigenaar gebruik maken van een tijdelijke regeling op basis van de Landelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren. Als de woning-eigenaar aantoont dat de isolatiemaatregelen worden aangebracht door een isolatiebedrijf dat werkt volgens de voorwaarden van de Landelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren én dat aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan daarmee (zonder ecologisch onderzoek) worden aangetoond dat géén omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist is.

Artikel 12. Behandeling aanvraag subsidie

Dit artikel beschrijft hoe subsidieaanvragen worden behandeld door het college en welke termijnen hierbij gelden. Het beschrijft ook hoe wordt omgegaan met een onvolledige subsidieaanvraag. Als de aanvrager alle gegevens heeft aangeleverd is de aanvraag volledig. Deze datum geldt als registratiedatum. Het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

Artikel 13. Weigeringsgronden

Dit artikel beschrijft wanneer een isolatiesubsidie wordt geweigerd en kan worden geweigerd.

Artikel 14. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

Dit artikel beschrijft welke algemene verplichtingen rusten op de subsidieontvanger. Als deze verplichtingen niet worden nageleefd, kan de subsidie lager worden vastgesteld.

Artikel 15 Aanvullende verplichtingen

De subsidieontvanger dient zelf de benodigde omgevingsvergunningen aan te vragen. Het verlenen van subsidie betekent niet dat er daarmee een vergunning is gegeven voor de isolatiemaatregel.

Artikel 16. Aanvraag subsidievaststelling

Dit artikel beschrijft hoe inwoners de subsidievaststelling kunnen aanvragen en welke termijnen hierbij gelden. Ook wordt beschreven welke gegevens hiervoor benodigd zijn.

Artikel 17. Vaststelling en uitbetaling subsidie

Dit artikel beschrijft welke termijnen gelden voor besluiten van het college over aanvragen tot subsidie-vaststelling en uitbetaling van de subsidie. Er wordt geen voorschot op de subsidie betaald.

Artikel 18. Lager vaststellen subsidie

In dit artikel is bepaald in welke gevallen het college de subsidie lager kan vaststellen. Dit artikel is een aanvulling op hetgeen bepaald in artikel 4:46 van de Awb.

Artikel 19 Betaling

Dit artikel maakt duidelijk hoe de betaling van de vastgestelde subsidie verloopt. Er wordt geen voorschot uitgekeerd vooruitlopend op de subsidievaststelling.

Artikel 20. Gevallen waarin deze verordening niet voorziet

De bepalingen in dit artikel spreken voor zich.

Artikel 21. Hardheidsclausule

Een besluit, ook na zorgvuldige afweging, kan soms leiden tot een onredelijke uitkomst. In dat geval is de hardheidsclausule een vangnet. Daarbij kan de aanvrager ook een beroep doen op deze clausule. Wordt de hardheidsclausule vaker voor één onderwerp gebruikt dan kan men zich afvragen of het beleid niet aangepast zou moeten worden.

Artikel 22. Wijzigen of intrekken

De bepalingen in dit artikel spreken voor zich.

Artikel 23. Slotbepalingen

De bepalingen in dit artikel spreken voor zich.