Regeling vervalt per 01-01-2027

Subsidieregeling impuls kleine en middelgrote musea

Geldend van 01-04-2025 t/m 31-12-2026

Intitulé

Subsidieregeling impuls kleine en middelgrote musea

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

gelet op artikel 3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Drenthe 2023;

BESLUITEN:

de Subsidieregeling impuls kleine en middelgrote musea vast te stellen.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

AGVV: Algemene groepsvrijstellingsverordening, Verordening nr. 651/2014 van de commissie van 17 juni 2014, publicatieblad EU L187/1, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, (laatstelijk gewijzigd op 23 juni 2023 (EG) nr. 2023/1315);

Asv: Algemene subsidieverordening Drenthe 2023;

kleine en middelgrote musea: Musea die zijn aangesloten bij het Platform Drentse Musea, niet zijnde Drents Museum, Veenpark of Musea van provinciaal belang;

monument: een in het Rijksmonumentenregister, een op de Provinciale Monumentenlijst of een op de Gemeentelijke Monumentenlijst opgenomen beschermd gebouwd monument;

musea van provinciaal belang: Herinneringscentrum Kamp Westerbork in Hooghalen, Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen, Hunebedcentrum in Borger, Drents Museum De Buitenplaats in Eelde en Museum De Proefkolonie in Frederiksoord;

obstakelvrij: Een project is obstakelvrij wanneer er geen wezenlijke formele, juridische en financiële aspecten zijn die de uitvoering van het project in de weg staan;

register Kennis & Kunde: register waarin gecertificeerde uitvoerende (gespecialiseerde) bedrijven zijn opgenomen die staan voor een goed niveau van restauratiekwaliteit;

reguliere de-minimisverordening: verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352).

Artikel 2 Doel

Subsidie op grond van deze regeling heeft als doel de professionalisering en doorontwikkeling van de kleine en middelgrote musea in Drenthe.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie wordt verstrekt voor één van de volgende activiteiten die gericht zijn op de professionalisering en doorontwikkeling van de musea:

  • a.

    het maken en uitvoeren van een professionele marketingcampagne;

  • b.

    het inhuren van externe deskundigen voor het maken van een toekomstplan voor verdere professionalisering of verbouw-/vernieuwingsplannen;

  • c.

    het inhuren van externe deskundigen of uitbereiding van de uren van bestaand personeel gericht op professionalisering en/of doorontwikkeling;

  • d.

    fysieke investeringen in het gebouw of de buitenruimte die gericht zijn op het vergroten van de eigen inkomsten of professionalisering;

  • e.

    andere investeringen gericht op professionalisering.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidie wordt verstrekt aan de kleine en middelgrote musea die bij het Platform Drentse Musea zijn aangesloten.

Artikel 5 Aanvraag

  • 1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van het elektronisch beschikbaar gestelde aanvraagformulier behorende bij deze regeling en met de daarop aangegeven bijlagen.

  • 2. Een aanvraag voor subsidie kan gedaan worden door samenwerkende musea, door middel van het benoemen van een penvoerder. Dit mag ook het Platform Drentse Musea zijn.

Artikel 6 Aanvraagtermijn

Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend in de volgende periodes:

  • a.

    met ingang van 1 april 2025 tot en met 31 oktober 2025 en

  • b.

    met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2026

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Alle kosten voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen voor subsidie in aanmerking, met uitzondering van onderhoudskosten en reguliere loonkosten.

Artikel 8 Hoogte van het subsidiebedrag

  • 1. Voor musea die minder dan 5.000 bezoekers per jaar trekken, is het subsidiebedrag maximaal € 25.000,--.

  • 2. Voor musea die meer dan 5.000 bezoekers per jaar trekken, is het subsidiebedrag maximaal € 50.000,--.

  • 3. Het bedrag dat wordt aangevraagd, mag daarnaast maximaal twee keer zo hoog zijn als de bijdrage van de gemeente waarin het museum is gevestigd of de optelsom van de gemeentelijke bijdrage waarin de samenwerkende musea zijn gevestigd in het jaar waarin subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.

Artikel 10 Verdeling van het subsidieplafond

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum en tijdstip van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op hetzelfde moment zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Artikel 11 Weigeringsgronden

Een subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de aanvrager voor de indiening van de subsidieaanvraag is gestart met de uitvoering van de activiteiten;

  • b.

    de aanvrager eerder op grond van deze regeling subsidie heeft ontvangen.

Artikel 12 Toetsingscriteria

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt binnen drie jaar na ontvangst van de subsidie afgerond;

  • b.

    de professionele marketingcampagne wordt gemaakt of uitgevoerd door:

    • a.

      een externe deskundige met aantoonbare ervaring of

    • b.

      een interne deskundige met aantoonbare ervaring;

  • c.

    het project heeft inhoudelijke kwaliteit, die wordt beoordeeld aan de hand van inhoudelijke samenhang, authenticiteit, originaliteit en visie;

  • d.

    indien het project betrekking heeft op fysieke wijzigingen aan een monument, wordt het project geheel uitgevoerd door een bedrijf dat is opgenomen in het Register Kennis & Kunde;

  • e.

    het project dient obstakelvrij uitgevoerd te kunnen worden.

Artikel 13 Staatssteun

Indien de subsidie aan te merken is als een steunmaatregel in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), wordt de subsidie slechts verstrekt voor zover dit mogelijk is met toepassing van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening of de reguliere De-minimisverordening.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 april 2025 en vervalt op 1 januari 2027.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling impuls kleine en middelgrote musea.

Ondertekening

Gedeputeerde Staten voornoemd,

drs. J. Klijnsma, voorzitter

W.F. Brenkman MSc, secretaris

Assen, 25 maart 2025

Kenmerk 4.4/2025000375

Toelichting Subsidieregeling impuls kleine en middelgrote musea

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Onderdeel c van het artikel beschrijft dat inhuur van een externe deskundige of uitbereiding van de uren van bestaand personeelslid gericht op professionalisering en/of doorontwikkeling subsidiabel is. Dit dient wel ten dienste te zijn van een plan of project met een concreet einddoel.

Onderdeel e van het artikel geeft aan dat andere investeringen die gericht zijn op de professionalisering subsidiabel zijn. Hierbij kan gedacht worden aan kassasystemen, collectiebeheersysteem, klimaatbeheersing etc. Deze voorbeelden zijn niet uitputtend. Het dienen investeringen te zijn die aansluiten bij het doel van deze subsidieregeling.

Artikel 5, tweede lid, Aanvraag

Het is voor musea mogelijk om gezamenlijk een subsidieaanvraag in te dienen. Zij kunnen de maximale subsidiebedragen bij elkaar optellen om zo tot een project met meer slagkracht te komen.

Artikel 8 Hoogte van het subsidiebedrag

Voor het aantal bezoekers van een museum wordt gekeken naar het Platform Drentse Musea, waar de bezoekersaantallen van 2023 en 2024 zijn geregistreerd. Hierbij is het hoogste aantal leidend.

Onderdeel c van dit artikel beschrijft dat het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd, maximaal twee keer zo hoog mag zijn als de bijdrage van de gemeente aan het museum of de samenwerkende musea waar deze is/zijn gevestigd. Bij samenwerkende musea geldt een stapeling van de bijdrage vanuit de gemeenten.

Voorbeeld:

Museum x ontvangt een jaarlijkse subsidie van € 10.000,-- van de gemeente waar het is gevestigd.

Museum y ontvangt een jaarlijkse subsidie van € 5.000,-- van de gemeente waar het is gevestigd.

Museum z ontvangt geen jaarlijkse subsidie van de gemeente, maar wel een incidentele subsidie van € 5.000,-- voor dit specifieke project.

De musea hebben samen meer dan 5.000 bezoekers per jaar. Gezamenlijk ontvangen zij € 20.000,-- aan gemeentelijke subsidie. Nu kunnen zij onder deze regeling een bedrag van € 40.000,-- aanvragen.

Artikel 11, lid 2, Weigeringsgrond

Zoals beschreven in artikel 5, lid 2, is het mogelijk dat musea gezamenlijk een subsidie aanvragen door middel van het benoemen van een penvoerder. De musea die gezamenlijk een aanvraag doen door middel van een penvoerder, worden aangemerkt als ontvangers van subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 12, eerste lid, Toetsingscriteria

Bouwprojecten mogen eventueel langer duren, zolang deze maar gestart zijn binnen een jaar na het verstrekken van de subsidie.