Regeling vervalt per 31-12-2025

Openstellingsbesluit subsidie boerenlandpaden Zuid-Holland

Geldend van 01-04-2025 t/m 30-12-2025

Intitulé

Openstellingsbesluit subsidie boerenlandpaden Zuid-Holland

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

Gelet op artikel 2.2 van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland;

Overwegende dat het wenselijk is boerenlandpaden in stand te houden en te realiseren omdat daarmee wordt bijgedragen aan de mogelijkheden om door het sportief en recreatief buiten te zijn en te bewegen wat bijdraagt aan het welzijn van inwoners;

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Openstellingsbesluit subsidie boerenlandpaden Zuid-Holland

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • -

    boerenlandpad: onverhard pad over particuliere gronden die in agrarisch gebruik zijn;

  • -

    digitaal beheer: op zodanige wijze vastleggen, bewaren, beheren en beschikbaar stellen van digitale informatie, dat deze te raadplegen, toegankelijk en actueel is.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      het beheer en onderhoud van boerenlandpaden ten behoeve van de openstelling van boerenlandpaden voor wandelaars;

    • b.

      de aanleg van noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van de openstelling van nieuwe boerenlandpaden of ter verbetering van bestaande paden.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid onder a wordt verstrekt voor een periode van zeven jaren.

  • 3. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt eenmaal in de zeven jaar verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 4. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, leidt tot instandhouding en realisatie van boerenlandpaden.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a.

    gemeenten;

  • b.

    waterschappen;

  • c.

    regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten;

  • d.

    rechtspersonen die zich inzetten voor routes voor wandelen, of

  • e.

    agrarische natuurverenigingen.

Artikel 4 Subsidievereisten

  • 1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit leidt tot duurzame verbetering van de kwaliteit dan wel de veiligheid van het boerenlandpad;

    • b.

      het boerenlandpad is vrij toegankelijk;

    • c.

      het beheer en onderhoud van het boerenlandpad, inclusief digitaal beheer, zijn aantoonbaar voor ten minste 7 jaar geregeld;

    • d.

      de subsidie voor beheer en onderhoud komt ten goede aan de eigenaar of pachter van het boerenlandpad;

    • e.

      er is een overeenkomst gesloten tussen de aanvrager en de eigenaar of pachter van de grond tot het openstellen van het boerenlandpad.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid onder b in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de route wordt bewegwijzerd op basis van gestandaardiseerde routemarkering voor wandelen;

    • b.

      het boerenlandpad en de eventuele voorzieningen worden ingericht zodanig dat deze geschikt en toegankelijk zijn voor het beoogde gebruik en de beoogde gebruikers.

  • 3. Van het eerste lid, onder b, kan worden afgeweken, indien beperkingen in de toegankelijkheid noodzakelijk zijn voor het vogelbroedseizoen.

  • 4. In afwijking van artikel 2.6, eerste lid, onder a, van de Asv, mag de te subsidiëren activiteit reeds in uitvoering zijn voordat de aanvraag is ingediend, maar nadat de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onder e, is gesloten tussen de aanvrager en de eigenaar of pachter van de grond.

Artikel 5 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie voor het beheer en onderhoud van boerenlandpaden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, bedraagt € 0,55 per meter boerenlandpad per jaar.

  • 2. De hoogte van de subsidie voor de noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van openstelling of verbetering van boerenlandpaden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.

  • 3. Indien toepassing van respectievelijk het eerste of tweede lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 5.000,-- wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 6 Aanvraagperiode

In afwijking van artikel 2.3, eerste lid van de Asv, worden subsidie-aanvragen ingediend van 1 april 2025 tot en met 31 oktober 2025.

Artikel 7 Deelplafond

Gedeputeerde staten stellen het deelplafond over de periode, genoemd in artikel 6, vast op €240.000 .

Artikel 8 Verdelingswijze

  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Als een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:

    • a.

      de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;

    • b.

      de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;

    • c.

      subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

  • 1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.2 eerste lid onder a de kosten voor het beheer en onderhoud van boerenlandpaden voor subsidie in aanmerking.

  • 2. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.2 eerste lid onder b de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      promotie- en voorlichtingskosten verband houdende met de ingebruikname van het boerenlandpad en eventuele voorzieningen;

    • b.

      voorbereidingskosten tot een maximum van 20% van de subsidiabele kosten;

    • c.

      kosten van openstelling van nieuwe boerenlandpaden;

    • d.

      de aanleg of renovatie van noodzakelijke voorzieningen;

    • e.

      kosten van realisatie dan wel aanpassing van bewegwijzering, informatieborden en panelen aan de gestandaardiseerde routemarkering;

    • f.

      kosten van voorzieningen om de recreatieve gebruikerscategorieën te scheiden.

  • 3. De kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn subsidiabel vanaf de datum dat de overeenkomst boerenlandpad, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder e, tussen de eigenaar of pachter van de grond en de aanvrager is gesloten.

Artikel 10 Niet-subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    aankoopkosten van grond;

  • b.

    reguliere marketing- en promotiekosten.

Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In aanvulling op paragraaf 3 van de asv heeft de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    uiterlijk binnen drie maanden na de subsidieverlening wordt begonnen met de activiteit, tenzij in de beschikking een andere termijn wordt bepaald;

  • b.

    de subsidieontvanger zorgt ervoor dat het boerenlandpad beloopbaar blijft gedurende de looptijd van de subsidieverlening.

Artikel 12 Bevoorschotting en betaling

  • 1. In afwijking van artikel 1.5 van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland bedraagt het voorschot voor de subsidies, bedoeld in artikel 5 lid 1 van € 25.000 en hoger, maximaal 6/7e deel (85,71%) van het maximaal verleende subsidiebedrag, waarbij het voorschot uitbetaald wordt in termijnen evenredig aan de jaren waarvoor de subsidies worden verstrekt.

  • 2. In afwijking van het voorgaande lid kan een gemotiveerd verzoek ingediend worden om over te gaan tot bevoorschotting tot een hoger percentage dan hiervoor genoemd.

  • 3. In afwijking van artikel 1.5 van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland verstrekken gedeputeerde staten een voorschot voor subsidies zoals genoemd in artikel 5 lid 2 tot 100%.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 14 Werkingsduur en overgangsrecht

Dit openstellingsbesluit vervalt op 31 december 2025 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 15 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie boerenlandpaden Zuid-Holland.

Ondertekening

Den Haag, 25 maart 2025

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

mr. A.W. Kolff, voorzitter

Toelichting behorende bij het Openstellingsbesluit subsidie boerenlandpaden Zuid-Holland

  • I.

    Algemeen

Met de Openstellingsbesluit subsidie boerenlandpaden Zuid-Holland, wil de provincie het openstellen van agrarische gronden ten behoeve van de recreatie bevorderen. Door het openstellen van particuliere agrarische gronden ontstaan er meer mogelijkheden om buiten te wandelen, wat kan bijdragen aan het welzijn van inwoners van Zuid-Holland.

  • II.

    Artikelsgewijs

Artikel 2

De subsidie als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verstrekt voor een periode van zeven jaar. De subsidie voor een periode van 7 jaar wordt in één keer uitgekeerd. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de aanvrager een contract van zeven jaar hebben gesloten met de eigenaar of pachter van de grond.

De subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie. Dit betekent dat de subsidie eenmalig wordt toegekend per projectaanvraag en niet als structurele bekostiging geldt.

De gesubsidieerde activiteiten moeten bijdragen aan de instandhouding en realisatie van boerenlandpaden als onderdeel van het wandelroutenetwerk in de provincie Zuid-Holland. De instandhouding geldt voor minimaal de duur van de subsidieperiode.

Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder b, kunnen onder andere bestaan uit bruggen, hekwerken, toegangspoorten of andere noodzakelijke infrastructurele aanpassingen die de toegankelijkheid en veiligheid van de boerenlandpaden bevorderen.

Artikel 3

Gemeenten, waterschappen, regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten, rechtspersonen die zich inzetten voor routes voor wandelen en agrarische natuurverenigingen kunnen subsidie aanvragen. Er is voor deze doelgroep gekozen omdat deze zich inzetten voor de kwaliteit van het wandelnetwerk in Zuid-Holland. Eigenaren of pachters van de grond waarover het boerenlandpad loopt worden op deze manier niet belast de vraag of, en in welk mate, een boerenlandpad bijdraagt aan de kwaliteit van het totale wandelnetwerk. De subsidie-ontvangers sluiten met de betreffende eigenaren en pachters een overeenkomst voor het beheer en onderhoud van de grond. De subsidie voor beheer en onderhoud komt vervolgens ten goede aan de eigenaar of pachter van de grond.

Artikel 4 en 10

Om boerenlandpaden in stand te houden en open te houden voor wandelaars kan er subsidie worden gevraagd voor het beheer en onderhoud van boerenlandpaden. Het boerenlandpad moet vrij toegankelijk zijn. De toegankelijkheid kan alleen worden beperkt in verband met het broedseizoen. De subsidie bedraagt € 0,55 per meter boerenlandpad.

Er kan ook subsidie worden gevraagd voor de aanleg van de noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van de openstelling van nieuwe boerenlandpaden en ter verbetering van bestaande paden. Dit laatste kan alleen bij verlenging van een 7 jarig contract. Bij voorzieningen kan gedacht worden aan een bruggetje over een sloot of een klaphek. Het gaat dus om eenvoudige voorzieningen om het boerenlandpad toegankelijk te maken voor wandelaars. De aanvraag voor subsidie voor voorzieningen ten behoeve van de openstelling of verbetering van boerenlandpaden moet worden gedaan in combinatie met een subsidie voor het beheer en onderhoud van boerenlandpaden.