Regeling vervalt per 01-04-2026

Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2025

Geldend van 17-10-2025 t/m 09-12-2025 met terugwerkende kracht vanaf 01-04-2025

Intitulé

Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2025

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland en gelet op de artikelen 2.1 en 2.2, eerste lid, van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland;

Overwegende dat het wenselijk is om, als uitwerking van de Startnotitie Sport en recreatie het sportief en recreatief anders en ongeorganiseerd bewegen in de publiek toegankelijke buitenruimte te stimuleren, gericht op beweeg- en gezondheidswinst en op het verminderen van gezondheidsverschillen binnen de bevolking van Zuid-Holland;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2025

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

  • a.

    achterblijvende groepen: groepen die minder bewegen dan de gemiddelde Nederlander, te weten mensen met een lage sociaaleconomische status, 65-plussers, kinderen in armoede en mensen met een lichamelijke beperking;

  • b.

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

  • c.

    publiek toegankelijke buitenruimte: groene of niet groene buitenruimte in de provincie Zuid-Holland die bij voorkeur 24 uur per dag of anders zoveel mogelijk publiek toegankelijk is, waaronder ook opengestelde landgoederen als bedoeld in artikel 1 van de Natuurschoonwet 1928.

Artikel 2 Subsidiabele activiteit

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op ingrepen in de publiek toegankelijke buitenruimte in en dicht bij de woonomgeving, in die buurten en op die locaties die het minst beweegvriendelijk zijn en waar het minst wordt bewogen en die met name het door achterblijvende groepen in ongeorganiseerd of anders georganiseerd verband sportief en recreatief bewegen bevorderen, met uitzondering van de aanleg en instandhouding van doorlopende routestructuren voor wandelen, fietsen, varen en paardrijden.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan beweeg- en gezondheidswinst en het verminderen van gezondheidsverschillen binnen de bevolking van Zuid-Holland.

Artikel 3 Doelgroep

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 4 Subsidievereisten

  • 1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteit is gericht op de publiek toegankelijke buitenruimte in de provincie Zuid-Holland;

    • b.

      de activiteit draagt bij aan het in ongeorganiseerd of anders georganiseerd verband sportief en recreatief bewegen, in die buurten en op die locaties die die het minst beweegvriendelijk zijn en waar het minst wordt bewogen en die met name het door achterblijvende groepen in ongeorganiseerd of anders georganiseerd verband sportief en recreatief bewegen bevorderen door achterblijvende groepen;

    • c.

      de activiteit wordt verricht in of dicht bij de woonomgeving;

    • d.

      de activiteiten hebben, als van toepassing, de instemming van de grondeigenaar, blijkend uit een toestemmingsverklaring bij de aanvraag voor subsidieverlening;

    • e.

      de aanvrager beschikt ten tijde van de aanvraag voor subsidieverlening over eventueel benodigde vergunningen voor het realiseren van de activiteit;

    • f.

      de aanvraag haalt minimaal 34 punten door een berekening van de beoordelingscriteria zoals bedoeld in het tweede en derde lid.

  • 2. Subsidie-aanvragen worden beoordeeld aan hand van de volgende beoordelingscriteria:

    • a.

      de mate waarin de activiteit aantoonbaar gericht is op het meer sportief en recreatief bewegen van achterblijvende groepen;

    • b.

      de mate waarop de activiteit is gericht op locaties en buurten waar de beweegarmoede het grootst is volgens de beweegrichtlijn van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;

    • c.

      de mate waarin de activiteit gericht is op locaties waar de beweegvriendelijkheid het laagst is;

    • d.

      de mate waarin een zo groot mogelijk deel van de inwoners van een buurt profiteert van de activiteit;

    • e.

      de mate waarin de activiteit voortkomt uit en aansluit op de behoeften van de bewoners van een buurt;

    • f.

      de mate waarin ontwerp, ontwikkeling of realisatie van de activiteit tot stand komt in samenwerking met andere partijen.

  • 3. Het totaal aantal vereiste punten wordt berekend door de punten voor ieder van de afzonderlijke beoordelingscriteria in het tweede lid bij elkaar op te tellen, en waarbij:

    • a.

      voor ieder van de beoordelingscriteria, genoemd in het tweede lid, 0 tot en met 5 punten kunnen worden gehaald;

    • b.

      de beoordelingscriteria, bedoeld in het tweede lid, een wegingsfactor hebben van:

      • i.

        2 punten voor de criteria, genoemd onder a tot en met e;

      • ii.

        1 punt voor het criterium, genoemd onder f; en

    • c.

      een subsidie-aanvraag voor een activiteit in een gebied dat is aangewezen in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid standaard vier extra punten krijgt.

Artikel 5 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als:

  • a.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 5.000,00,

  • b.

    de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege wettelijke of praktische belemmeringen;

  • c.

    voor dezelfde activiteit al op grond van een andere provinciale regeling subsidie in aanvraag is of verstrekt.

Artikel 6 Aanvraagperiode

  • 1. Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 1 april tot en met 31 oktober 2025.

  • 2. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze voor 1 november 2025 is ontvangen.

Artikel 7 Deelplafond

Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 6, vast op € 900.000,00.

Artikel 8 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor gemeenten maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 150.000,00, en voor overige aanvragers 75% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000,00.

  • 2. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 5.000,00, wordt de subsidie niet verstrekt.

  • 3. Per gemeente geldt voor het geheel aan aanvragen dat het bedrag van € 150.000,00 niet mag worden overschreden en per buurt geldt voor het geheel aan aanvragen dat het bedrag van € 50.000,00 niet mag worden overschreden.

Artikel 9 Verdelingswijze

  • 1. Subsidie-aanvragen die het minimumaantal punten van 34 halen, en ook voldoen aan de overige subsidievereisten, bedoeld in artikel 4, worden verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidie-aanvragen.

  • 2. Als een subsidie-aanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidie-aanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidie-aanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:

    • a.

      de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;

    • b.

      de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;

    • c.

      subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.

Artikel 10 Subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.2 van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;

  • b.

    kosten van koop van roerende zaken, tot maximaal de marktwaarde;

  • c.

    kosten voor verwerving of leasing van roerende zaken;

  • d.

    kosten van koop van tweedehands goederen, tot maximaal de marktwaarde;

  • e.

    arbeidskosten voor het realiseren van ingrepen in de publiek toegankelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 2.1, met een maximum van € 90,00 per uur, exclusief BTW;,

  • f.

    kosten voor promotie en publiciteit.

Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv en in afwijking van artikel 10 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor exploitatie;

  • b.

    kosten voor beheer en onderhoud;

  • c.

    kosten voor achterstallig onderhoud.

Artikel 12 Verplichtingen

  • 1. In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidie-ontvanger in ieder geval de verplichting om:

    • a.

      de activiteiten, bedoeld in artikel 2, binnen 18 maanden na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening te realiseren;

    • b.

      ten minste 5 jaar zorg te dragen of te laten dragen voor het beheer en onderhoud van de uitgevoerde activiteit.

  • 2. Als de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, en de subsidie-ontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan die uiterlijk de dag voor het verstrijken van de termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging met maximaal 6 maanden.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 14 Werkingsduur en overgangsrecht

Dit besluit vervalt op 1 april 2026 met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft voor subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 15 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2025.

Ondertekening

Den Haag, 25 maart 2025

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

Secretaris,

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

voorzitter,

mr. A.W. Kolff