Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737400
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737400/1
Regeling vervalt per 01-04-2026
Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2025
Geldend van 01-04-2025 t/m 31-03-2026
Intitulé
Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2025Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;
Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland en gelet op de artikelen 2.1 en 2.2, eerste lid, van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland;
Overwegende dat het wenselijk is om, als uitwerking van de Startnotitie Sport en recreatie het sportief en recreatief anders en ongeorganiseerd bewegen in de publiek toegankelijke buitenruimte te stimuleren, gericht op beweeg- en gezondheidswinst en op het verminderen van gezondheidsverschillen binnen de bevolking van Zuid-Holland;
Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2025
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:
- a.
achterblijvende groepen: groepen die minder bewegen dan de gemiddelde Nederlander, te weten mensen met een lage sociaaleconomische status, 65-plussers, kinderen in armoede en mensen met een lichamelijke beperking;
- b.
Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
- c.
publiek toegankelijke buitenruimte: groene of niet groene buitenruimte in de provincie Zuid-Holland die bij voorkeur 24 uur per dag of anders zoveel mogelijk publiek toegankelijk is, waaronder ook opengestelde landgoederen als bedoeld in artikel 1 van de Natuurschoonwet 1928.
Artikel 2 Subsidiabele activiteit
-
1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op ingrepen in de publiek toegankelijke buitenruimte in en dicht bij de woonomgeving, in die buurten en op die locaties die het minst beweegvriendelijk zijn en waar het minst wordt bewogen en die met name het door achterblijvende groepen in ongeorganiseerd of anders georganiseerd verband sportief en recreatief bewegen bevorderen, met uitzondering van de aanleg en instandhouding van doorlopende routestructuren voor wandelen, fietsen, varen en paardrijden.
-
2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.
-
3. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan beweeg- en gezondheidswinst en het verminderen van gezondheidsverschillen binnen de bevolking van Zuid-Holland.
Artikel 3 Doelgroep
Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen.
Artikel 4 Subsidievereisten
-
1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de activiteit is gericht op de publiek toegankelijke buitenruimte in de provincie Zuid-Holland;
- b.
de activiteit draagt bij aan het in ongeorganiseerd of anders georganiseerd verband sportief en recreatief bewegen, in die buurten en op die locaties die die het minst beweegvriendelijk zijn en waar het minst wordt bewogen en die met name het door achterblijvende groepen in ongeorganiseerd of anders georganiseerd verband sportief en recreatief bewegen bevorderen door achterblijvende groepen;
- c.
de activiteit wordt verricht in of dicht bij de woonomgeving;
- d.
de activiteiten hebben, als van toepassing, de instemming van de grondeigenaar, blijkend uit een toestemmingsverklaring bij de aanvraag voor subsidieverlening;
- e.
de aanvrager beschikt ten tijde van de aanvraag voor subsidieverlening over eventueel benodigde vergunningen voor het realiseren van de activiteit;
- f.
de aanvraag haalt minimaal 34 punten door een berekening van de beoordelingscriteria zoals bedoeld in het tweede en derde lid.
- a.
-
2. Subsidie-aanvragen worden beoordeeld aan hand van de volgende beoordelingscriteria:
- a.
de mate waarin de activiteit aantoonbaar gericht is op het meer sportief en recreatief bewegen van achterblijvende groepen;
- b.
de mate waarop de activiteit is gericht op locaties en buurten waar de beweegarmoede het grootst is volgens de beweegrichtlijn van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
- c.
de mate waarin de activiteit gericht is op locaties waar de beweegvriendelijkheid het laagst is;
- d.
de mate waarin een zo groot mogelijk deel van de inwoners van een buurt profiteert van de activiteit;
- e.
de mate waarin de activiteit voortkomt uit en aansluit op de behoeften van de bewoners van een buurt;
- f.
de mate waarin ontwerp, ontwikkeling of realisatie van de activiteit tot stand komt in samenwerking met andere partijen.
- a.
-
3. Het totaal aantal vereiste punten wordt berekend door de punten voor ieder van de afzonderlijke beoordelingscriteria in het tweede lid bij elkaar op te tellen, en waarbij:
- a.
voor ieder van de beoordelingscriteria, genoemd in het tweede lid, 0 tot en met 5 punten kunnen worden gehaald;
- b.
de beoordelingscriteria, bedoeld in het tweede lid, een wegingsfactor hebben van:
- i.
2 punten voor de criteria, genoemd onder a tot en met e;
- ii.
1 punt voor het criterium, genoemd onder f; en
- i.
- c.
een subsidie-aanvraag voor een activiteit in een gebied dat is aangewezen in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid standaard vier extra punten krijgt.
- a.
Artikel 5 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als:
- a.
de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 5.000,00,
- b.
de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege wettelijke of praktische belemmeringen;
- c.
voor dezelfde activiteit al op grond van een andere provinciale regeling subsidie in aanvraag is of verstrekt.
Artikel 6 Aanvraagperiode
-
1. Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 1 april tot en met 31 oktober 2025.
-
2. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze voor 1 november 2025 is ontvangen.
Artikel 7 Deelplafond
Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 6, vast op € 500.000,00.
Artikel 8 Subsidiehoogte
-
1. De hoogte van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor gemeenten maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 150.000,00, en voor overige aanvragers 75% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000,00.
-
2. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 5.000,00, wordt de subsidie niet verstrekt.
-
3. Per gemeente geldt voor het geheel aan aanvragen dat het bedrag van € 150.000,00 niet mag worden overschreden en per buurt geldt voor het geheel aan aanvragen dat het bedrag van € 50.000,00 niet mag worden overschreden.
Artikel 9 Verdelingswijze
-
1. Subsidie-aanvragen die het minimumaantal punten van 34 halen, en ook voldoen aan de overige subsidievereisten, bedoeld in artikel 4, worden verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidie-aanvragen.
-
2. Als een subsidie-aanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidie-aanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
-
3. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidie-aanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:
- a.
de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;
- b.
de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;
- c.
subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.
- a.
Artikel 10 Subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 1.2 van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;
- b.
kosten van koop van roerende zaken, tot maximaal de marktwaarde;
- c.
kosten voor verwerving of leasing van roerende zaken;
- d.
kosten van koop van tweedehands goederen, tot maximaal de marktwaarde;
- e.
arbeidskosten voor het realiseren van ingrepen in de publiek toegankelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 2.1, met een maximum van € 90,00 per uur, exclusief BTW;,
- f.
kosten voor promotie en publiciteit.
Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv en in afwijking van artikel 10 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten voor exploitatie;
- b.
kosten voor beheer en onderhoud;
- c.
kosten voor achterstallig onderhoud.
Artikel 12 Verplichtingen
-
1. In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidie-ontvanger in ieder geval de verplichting om:
- a.
de activiteiten, bedoeld in artikel 2, binnen 18 maanden na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening te realiseren;
- b.
ten minste 5 jaar zorg te dragen of te laten dragen voor het beheer en onderhoud van de uitgevoerde activiteit.
- a.
-
2. Als de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, en de subsidie-ontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan die uiterlijk de dag voor het verstrijken van de termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging met maximaal 6 maanden.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Artikel 14 Werkingsduur en overgangsrecht
Dit besluit vervalt op 1 april 2026 met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft voor subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.
Artikel 15 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2025.
Ondertekening
Den Haag, 25 maart 2025
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,
Secretaris,
drs. M.J.A. van Bijnen MBA
voorzitter,
mr. A.W. Kolff
Toelichting bij het Openstellingsbesluit subsidie beweegvriendelijke leefomgeving Zuid-Holland 2025
- I.
Algemeen deel
De startnotitie Sport en Recreatie vormt de basis voor het provinciaal sport- en recreatiebeleid en richt zich op het stimuleren van onze bewoners om in hun vrije tijd meer naar buiten te gaan en te bewegen. De startnotitie is te raadplegen via https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/landschap/recreatie-vrijetijd/@26559/startnotitie-sport-recreatie-2020.
Een beweegvriendelijke omgeving is een inclusieve leefomgeving die mensen faciliteert, stimuleert en uitdaagt om te bewegen, spelen, sporten en ontmoeten. Daarbij is deze omgeving rijk aan sportief en recreatief beleefbaar groen en water dat bijdraagt aan de gezondheid. Bij sportief en recreatief bewegen gaat het hier om het ongeorganiseerd en anders georganiseerd sporten en bewegen in de publieke ruimte.
Om meer inzicht te krijgen in de behoefte aan sport en recreatie van onze bewoners is het Behoeftenonderzoek sport en recreatie uitgevoerd, met een speciaal oog voor groepen die ondervertegenwoordigd zijn in deelname hieraan, zodat ook zij hier de vruchten van plukken.
Bij die groepen is ook de grootste gezondheidswinst te boeken. Sport en recreatie zijn daarnaast ook van belang voor ons welzijn (fysiek, sociaal en mentaal).
Het gaat bij recreatie, sport en bewegen ‘om de hoek’ om het creëren van sport- en recreatiemogelijkheden bij voorkeur in of dicht bij de woonomgeving (‘om de hoek’).
Bijzondere aandacht is er voor gebieden die zijn aangewezen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid is een samenwerking tussen verschillende ministeries, gemeenten en lokale partners om de leefsituatie en het perspectief van bewoners van de meest kwetsbare gebieden in Nederland te verbeteren.
- II.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsbepalingen
Achterblijvende groepen
Met achterblijvende groepen wordt gedoeld op ondervertegenwoordigde groepen in sportief en recreatief bewegen, waarbij deze regeling zich met name richt op bewoners in wijken met een lage Sociaaleconomische status (SES), op kinderen in armoede, mensen met een beperking en op ouderen.
Publiek toegankelijke buitenruimte
Pleinen, parken, plantsoenen en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is. Het gebied is bij voorkeur 24 uur per dag of anders zoveel mogelijk toegankelijk, zodat de doelgroep gebruik kan maken van de locatie op momenten dat hier behoefte aan is. Mocht er reden zijn om het gebied, bijvoorbeeld vanwege veiligheidsredenen toch gedeeltelijk te sluiten, dient dit in de aanvraag onderbouwd te worden.
Artikel 2 Subsidiabele activiteit en artikel 4 Subsidievereisten
Deze subsidie is in het algemeen bedoeld voor het bevorderen van sportief en recreatief ongeorganiseerd en anders georganiseerd bewegen in de publiek toegankelijke buitenruimte, en meer in het bijzonder voor ingrepen in de fysieke leefomgeving in en dicht bij de woonomgeving, in die buurten die het minst beweegvriendelijk zijn en waar het minst wordt bewogen en met name gericht op achterblijvende groepen. Speciale focus is er voor gebieden die zijn aangewezen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Deze subsidie is niet bedoeld voor:
- -
Activiteiten ter bevordering van georganiseerd bewegen, zoals in verenigingsverband.
- -
Activiteiten voor exploitatie of beheer.
- -
Toevoegen van routestructuren, zoals de aanleg van doorgaande fiets- en wandelpaden, vaarwegen en paardenpaden.
Artikel 3 Doelgroep
Subsidie kan aangevraagd worden door rechtspersonen. Gedacht kan worden aan gemeenten, Terrein Beherende Organisaties (TBO’s), buurt- en wijkverenigingen etc. Voorstellen dienen vanuit de doelgroep afgestemd te zijn met en goedgekeurd door de eigenaar van de publiek toegankelijke buitenruimte.
Artikel 4 Subsidievereisten en artikel 9 Verdelingswijze
Deze regeling is gericht op het meer laten sporten en bewegen van mensen, met name van achterblijvende groepen die ondergemiddeld bewegen en op locaties en buurten waar de beweegarmoede groot is aan de hand van de beweegrichtlijn van het RIVM, zie: Externe link:https://www.rivm.nl/media/smap/richtlijnbewegen.html#:~:text=Doe%20minstens%20150%20minuten%20per,voor%20ouderen%20gecombineerd%20met%20balansoefeningen.
De kaart met gegevens tot op buurtniveau kan ook worden gevonden via het invoeren van de zoekterm: ‘Voldoen aan de Beweegrichtlijnen gemeente, wijk en buurt (rivm.nl)‘.
Een subsidieaanvraag dient een omschrijving te bevatten van de verwachte bijdrage op buurtniveau waar het aanbrengen dan wel verbeteren van de fysieke leefomgeving het bewegen en de gezondheid aantoonbaar zal bevorderen. De subsidie is niet bedoeld voor onderhoud aan bestaande en/of nieuwe voorzieningen.
Subsidie wordt verleend bij volgorde van binnenkomst (artikel 9) indien minimaal 34 punten is behaald. De punten kunnen worden gehaald aan de hand van een berekening van de criteria genoemd in artikel 4, tweede en derde lid. De criteria worden als volgt beoordeeld.
Criterium a: Bereik achterblijvende groepen (weegfactor 2)
De mate waarin de activiteit aantoonbaar gericht is op en in sportief en recreatief bewegen achterblijvende groepen bereikt.
Toelichting: met dit criterium wordt bedoeld de mate waarin binnen de gehele bevolking vooral die groepen worden bereikt die het minst sportief en recreatief bewegen en die door meer te bewegen de meeste gezondheidswinst boeken. De beoordeling is gericht op het bereik van in bewegen achterblijvende groepen:
5 punten: zeer hoog (voor 80% tot 100% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)
4 punten: hoog (voor 60% tot 80% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)
3 punten: middelhoog (voor 40% tot 60% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)
2 punten: laag (voor 20% tot 40% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)
1 punt: zeer laag (voor 0 tot 20% gericht op het bereik van achterblijvende groepen)
Criterium b: Beweegarmoede (weegfactor 2)
De mate waarop de activiteit is gericht op locaties en buurten waar de beweegarmoede het grootst is.
Toelichting: zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, en aan de hand van de beweegrichtlijn volgens
Voldoen aan de Beweegrichtlijnen gemeente, wijk en buurt (rivm.nl), URL:
Externe link:Voldoen aan de Beweegrichtlijnen gemeente, wijk en buurt (rivm.nl), URL: Externe link:https://www.rivm.nl/media/smap/richtlijnbewegen.html#:~:text=Doe%20minstens%20150%20minuten%20per,voor%20ouderen%20gecombineerd%20met%20balansoefeningen.
De kaart met gegevens tot op buurtniveau kan worden gevonden via het invoeren van de zoekterm: ‘Voldoen aan de Beweegrichtlijnen gemeente, wijk en buurt (rivm.nl)‘.
5 punten: zeer hoog (<41% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)
4 punten: hoog (41-46% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)
3 punten: middelhoog( 46-50% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)
2 punten: laag (50: 54% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)
1 punt: zeer laag (>54% buurtbewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn)
Criterium c: Beweegvriendelijkheid omgeving (weegfactor 2)
De mate waarin de activiteit gericht is op locaties waar de beweegvriendelijkheid het laagst is.
Toelichting: zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid. De beweegvriendelijkheid wordt bepaald aan de hand van de Externe link:Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving (2021) | Atlas Leefomgeving, URL:
Externe link:https://www.atlasleefomgeving.nl/kernindicator-beweegvriendelijke-omgeving-2021, waarbij op de Kaart (URL: Externe link:https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten?config=3ef897de-127f-471a-959b-93b7597de188&activateOnStart=layercollection&gm-x=150000&gm-y=460000&gm-z=3&gm-b=1544180834512,true,1;1632299703157,true,0.7&activeTools=layercollection,search,info,bookmark,measure,draw,koeltorens) tot op buurtniveau kan worden ingezoomd.
5 punten: zeer laag (<20)
4 punten: laag (20-40)
3 punten: middelhoog(40-60)
2 punten: hoog (60-80)
1 punt: zeer hoog (80-100)
Criterium d: Publieksbereik (weegfactor 2)
De mate waarin een zo groot mogelijk deel van de inwoners profiteert van de op sportief en recreatief bewegen gerichte activiteit.
Toelichting: met dit criterium wordt de inclusiviteit bedoeld. De beoordeling is gericht op brede deelname van de bevolking aan het sportief en recreatief bewegen, waar aspecten als bereikbaar, toegankelijk en aantrekkelijk een rol spelen:
5 punten: zeer hoog (voor 80% tot 100% gericht op brede deelname van de bevolking)
4 punten: hoog (voor 60% tot 80% gericht op brede deelname van de bevolking)
3 punten: middelhoog (voor 40% tot 60% gericht op brede deelname van de bevolking)
2 punten: laag (voor 20% tot 40% gericht op brede deelname van de bevolking)
1 punt: zeer laag (voor 0 tot 20% gericht op brede deelname van de bevolking)
Criterium e: Vraagsturing (weegfactor 2)
De mate waarin de activiteit aansluit op en voortkomt uit de behoeften van de bewoners.
Toelichting: dit wordt zichtbaar door de mate waarin zij, zo mogelijk via intermediairs, betrokken zijn bij de aanvraag en realisatie en deze aanvraag aansluit bij hun behoeften aan sportief en recreatief bewegen (bij voorkeur van en voor de bewoners).
5 punten: zeer hoog (voor 80% tot 100% aansluiting en / of betrokkenheid)
4 punten: hoog (voor 60% tot 80% aansluiting en / of betrokkenheid)
3 punten: middel hoog (voor 40% tot 60% aansluiting en / of betrokkenheid)
2 punten: laag (voor 20% tot 40% aansluiting en / of betrokkenheid)
1 punt: zeer laag (voor 0% tot 20% aansluiting en / of betrokkenheid)
Criterium f: Samenwerking (weegfactor 1)
De mate waarin ontwerp, ontwikkeling en /of realisatie van de activiteit tot stand komt in samenwerking met andere partijen.
Toelichting: met dit criterium wordt bedoeld de mate waarin het project is gericht op samenwerking met andere organisaties (voor, tijdens en na realisatie)
5 punten: zeer veel (voor 80% tot 100% gebaseerd op samenwerking)
4 punten: veel (voor 60% tot 80% gebaseerd op samenwerking)
3 punten: middelhoog (voor 40% tot 60% gebaseerd op samenwerking)
2 punten: laag (voor 20% tot 40% gebaseerd op samenwerking)
1 punt: zeer laag (voor 0% tot 20% gebaseerd op samenwerking)
Het totaal aantal vereiste punten wordt berekend door de punten voor ieder van de afzonderlijke beoordelingscriteria bij elkaar op te tellen, en te vermenigvuldigen met een wegingsfactor (artikel 4, derde lid, onder b). Een subsidie-aanvraag voor een activiteit in een gebied dat is aangewezen in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid krijgt 4 bonuspunten. De gebieden die in de Provincie Zuid-Holland in het Nationaal Programma Leefbaarheid zijn aangewezen, zijn:
- -
Delft-West
- -
Den Haag Zuidwest
- -
Dordrecht West
- -
Rotterdam-Zuid
- -
Schiedam Nieuwland en Oost
- -
Vlaardingen Westwijk
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl