Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737371
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737371/1
Verordening Integriteit politieke ambtsdragers, Waterschap Limburg 2025
Geldend van 02-04-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening Integriteit politieke ambtsdragers, Waterschap Limburg 2025Het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg;
gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 4 februari 2025;
gelezen het Integriteitsbeleid Waterschap Limburg en de daarbij horende bijlagen;
gelet op artikel 78 van de Waterschapswet;
besluit vast te stellen de volgende regeling:
Verordening Integriteit politieke ambtsdragers, Waterschap Limburg 2025.
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
commissie: de door het algemeen bestuur ingestelde externe commissie Integriteit;
- b.
bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het Waterschap Limburg;
- c.
extern onderzoeksbureau: een externe partij die het onderzoek, zoals genoemd in artikel 11 lid 5, verricht en beschikt over voldoende onderzoekscapaciteit, kennis en expertise;
- d.
integriteitsmelding: het afgeven van een signaal over een (mogelijke) integriteitschending;
- e.
politieke ambtsdrager: de voorzitter van het Waterschap Limburg, het lid of de leden van het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur en de burgercommissieleden over wie een integriteitsmelding is gedaan;
- f.
portefeuillehouder integriteit: het lid van het dagelijks bestuur dat belast is met integriteit;
- g.
steunpunt: het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers (SIPA), onderdeel van het Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP);
- h.
voorzitter: voorzitter van de commissie Integriteit.
Artikel 2 Commissie Integriteit
De Commissie Integriteit heeft de navolgende taken:
- 1.
samen met de dijkgraaf – die een zorgplicht heeft ten aanzien van de integriteit van het waterschap en houder is van de portefeuille integriteit – invulling geven aan het integriteitsbeleid van het waterschap en de daarbij behorende verinnerlijking;
- 2.
het onderzoeken van een integriteitsmelding ten aanzien van politieke ambtsdragers op de wijze zoals beschreven in deze Verordening;
- 3.
samen met de portefeuillehouder integriteit de kennis over integriteit binnen het algemeen bestuur en de burgercommissieleden ontwikkelen en de integriteit van de leden van het algemeen bestuur en de burgercommissieleden bevorderen;
- 4.
het uitvoeren van de integriteitstaken, waaronder de risicoanalyse integriteit, in het kader van de installatie van de leden van het dagelijks bestuur;
Artikel 3 Samenstelling van de commissie
-
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden en maximaal vier leden.
-
2. De voorzitter en de leden van de commissie, waaronder een plaatsvervangend voorzitter, worden op voorstel van de portefeuillehouder integriteit door het algemeen bestuur (her)benoemd, geschorst en ontslagen.
-
3. De voorzitter en de leden maken geen deel uit en werken niet onder verantwoordelijkheid van de bestuursorganen van het Waterschap Limburg.
-
4. De voorzitter en de leden zijn niet woonachtig in de provincie Limburg.
Artikel 4 Secretaris
-
1. De commissie wordt bij haar werkzaamheden ambtelijk ondersteund door een secretaris.
-
2. De secretaris is een door de secretaris-directeur van het waterschap aangewezen ambtenaar. De secretaris-directeur kan meer dan één secretaris aanwijzen.
-
3. De secretaris draagt minimaal zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers.
-
4. De secretaris staat voor wat betreft de vervulling van zijn taak niet in hiërarchische verhouding tot de secretaris-directeur of de portefeuillehouder integriteit en vervult geen andere taken op het gebied van integriteit.
Artikel 5 Zittingsduur
-
1. De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van drie jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden. De herbenoeming is eveneens voor een periode van drie jaar.
-
2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur.
-
3. De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien, tenzij de objectiviteit in het geding is.
Artikel 6 Taken voorzitter van de commissie
-
1. De voorzitter draagt in ieder geval zorg voor het tijdig bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het (laten) uitvoeren van het onderzoek en het bevorderen van een zorgvuldige advisering.
-
2. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt zijn functie waargenomen door de plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 7 Niet-deelneming aan het onderzoek
De voorzitter en leden van de commissie nemen niet deel aan het onderzoek indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding is en/of sprake is van de schijn van partijdigheid. Zij laten zich zo nodig vervangen.
Artikel 8 Vergoeding voor werkzaamheden van de voorzitter en leden van de commissie
-
1. De voorzitter en leden van de commissie ontvangen per vergadering een vergoeding.
-
2. Het dagelijks bestuur bepaalt de hoogte van de vergoeding.
-
3. De voorzitter en de overige leden ontvangen een reiskostenvergoeding overeenkomstig de regeling voor de ambtenaren van het waterschap.
Artikel 9 Ontvangst integriteitsmelding
-
1. Integriteitsmeldingen over politieke ambtsdragers worden schriftelijk ingediend bij de portefeuillehouder integriteit. De portefeuillehouder integriteit is verantwoordelijk voor de coördinatie van het onderzoeksproces.
-
2. Integriteitsmeldingen over de portefeuillehouder integriteit worden schriftelijk ingediend bij diens plaatsvervanger. Diens plaatsvervanger is alsdan verantwoordelijk voor de coördinatie van het onderzoeksproces.
-
3. De portefeuillehouder integriteit kan ook op eigen initiatief een integriteitsmelding opstellen en voor onderzoek sturen aan de commissie Integriteit.
-
4. De portefeuillehouder integriteit neemt de integriteitsmeldingen vertrouwelijk in ontvangst. Tot op het moment van openbaarmaking van het oordeel van het algemeen bestuur over de integriteitsmelding wordt geheimhouding opgelegd op alles wat te maken heeft met de melding en het daaropvolgende onderzoek en rapport van bevindingen van de commissie.
-
5. De portefeuillehouder integriteit stuurt onverwijld een ontvangstbevestiging aan de melder.
-
6. De portefeuillehouder integriteit informeert onverwijld de politieke ambtsdrager over de integriteitsmelding, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om de integriteitsmelding geheim te houden.
Artikel 10 Beoordeling integriteitsmelding
-
1. De portefeuillehouder integriteit voert een eerste beoordeling uit ten aanzien van de kennelijke (on)gegrondheid van de integriteitsmelding. Indien de verstrekte informatie onvoldoende is om de melding te kunnen wegen, verzoekt de portefeuillehouder integriteit bij melder om nadere informatie.
-
2. Een anonieme melding wordt geregistreerd maar niet in behandeling genomen.
-
3. Indien de melding vermoedelijk betrekking heeft op een feitencomplex, dat in een eerdere procedure is afgehandeld, meldt de portefeuillehouder integriteit dit aan de commissie en zendt de daarbij behorende stukken mee.
-
4. Een integriteitsmelding is in ieder geval kennelijk ongegrond indien:
- a.
er geen sprake is van een integriteitskwestie en/ of,
- b.
er onvoldoende aanwijzingen zijn voor een integriteitsschending en/ of
- c.
wanneer er onvoldoende informatie is verkregen om de integriteitsmelding te kunnen wegen en/ of
- d.
de integriteitsmelding ziet op een voormalig politieke ambtsdrager.
- a.
-
5. De portefeuillehouder integriteit legt de integriteitsmelding en zijn beoordeling voor aan de voorzitter van de commissie. De commissie koppelt haar beoordeling terug aan de portefeuillehouder integriteit.
-
4. De portefeuillehouder integriteit deelt schriftelijk aan de melder en de politieke ambtsdrager mede wanneer een melding kennelijk ongegrond is. De melding wordt dan verder niet in behandeling genomen.
Artikel 11 Onderzoek door de commissie
-
1. Indien de integriteitsmelding niet kennelijk ongegrond is onderzoekt de commissie de integriteitsmelding en richt haar onderzoek naar eigen inzicht in. Zij doet dit met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
-
2. Ten behoeve van het onderzoek is de commissie bevoegd bij de portefeuillehouder integriteit alle inlichtingen in te winnen die zij voor de vorming van haar rapport van bevindingen nodig acht. De portefeuillehouder integriteit is verplicht aan de commissie de gevraagde informatie te verschaffen.
-
3. De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht en vergadert in beslotenheid.
-
4. Tijdens het onderzoek hoort de commissie de politieke ambtsdrager, de melder en eventuele overige betrokkene(n). De commissie bepaalt wie als betrokkene wordt aangemerkt. Van de gesprekken wordt een verslag gemaakt.
-
5. De commissie kan besluiten een extern onderzoeksbureau opdracht te geven onderzoek te plegen dat noodzakelijk is voor het door de commissie te verrichten onderzoek en het opstellen van het rapport van bevindingen. Het algemeen bestuur verleent hiertoe aan de commissie mandaat voor het besluiten tot het aangaan en het uitoefenen van bevoegdheden uit hoofde van gesloten overeenkomsten voor het leveren van goederen, werken of dienst aan het Waterschap Limburg in het kader van de uitvoering van de taken van de commissie. De commissie is bevoegd om aan haar voorzitter of individuele leden ondermandaat te verlenen ter zake van voornoemde bevoegdheden.
-
6. Indien de commissie verzoekt een onderzoek door een extern onderzoeksbureau in te laten stellen, stelt de commissie een (concept)onderzoeksopdracht op. De onderzoeksopdracht bevat ten minste de volgende elementen: de aanleiding van het onderzoek, een duidelijk omschreven doel/opdracht; het te hanteren normatief onderzoekskader, en de onderzoeksvragen.
-
7. Het onderzoeksbureau zendt een conceptonderzoeksrapport aan de commissie.
-
8. De commissie geeft aan de portefeuillehouder integriteit en de politieke ambtsdrager de gelegenheid om binnen een door de commissie te stellen termijn een schriftelijke reactie te geven op het conceptonderzoeksrapport. Deze reactie wordt separaat opgenomen in het onderzoeksrapport. Het onderzoeksbureau kan het rapport aanpassen naar aanleiding van de schriftelijke reactie van de portefeuillehouder integriteit en de betrokken politieke ambtsdrager. Wijzigingen dienen inzichtelijk te worden gemaakt middels een revisieoverzicht in het definitieve onderzoeksrapport.
-
9. Het onderzoeksbureau zendt het definitieve onderzoeksrapport aan de commissie.
-
10. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie het steunpunt om advies vragen.
-
11. De commissie stelt een concept van het rapport van bevindingen op en stuurt dit rapport naar de politieke ambtsdrager en aan de portefeuillehouder integriteit. Het conceptrapport van bevindingen bevat in elk geval: de geanonimiseerde integriteitsmelding, het gehanteerde normenkader, de bevindingen, het hoorverslag, het eventuele onderzoeksrapport, een conclusie waarin de vraag of er sprake is van een integriteitsschending wordt beantwoord en mogelijke aanbevelingen richting de toekomst.
-
12. De commissie stelt de politieke ambtsdrager en de portefeuillehouder integriteit in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, eventuele op- en/of aanmerkingen in te brengen ten aanzien van het conceptrapport van bevindingen. De reactie wordt schriftelijk vastgelegd en herleidbaar en separaat opgenomen in het rapport van bevindingen. De commissie kan het rapport aanpassen naar aanleiding van de schriftelijke reactie van politieke ambtsdrager en de portefeuillehouder integriteit. Wijzigingen dienen in het definitieve rapport van bevindingen inzichtelijk te worden gemaakt middels een revisieoverzicht.
-
13. De commissie brengt het definitieve rapport van bevindingen uit aan de portefeuillehouder integriteit binnen zes maanden nadat de integriteitsmelding door haar is ontvangen. Zij kan deze termijn, onder opgaaf van redenen, éénmaal verlengen.
Artikel 12 Oordeel integriteitsmelding
-
1. De portefeuillehouder integriteit legt het rapport van bevindingen van de commissie inclusief een eventueel onderzoeksrapport, onder geheimhouding, voor aan het dagelijks bestuur.
-
3. Het dagelijks bestuur stelt een reactie op naar aanleiding van het rapport van bevindingen inclusief een eventueel onderzoeksrapport. Als het rapport van bevindingen aanbevelingen bevat, adviseert het dagelijks bestuur hoe om te gaan met de aanbevelingen en hoe deze, voor zover deze worden overgenomen, worden geïmplementeerd.
-
4. Het dagelijks bestuur zendt het rapport van bevindingen, het eventuele onderzoeksrapport en de reactie daarop van het dagelijks bestuur onder geheimhouding toe aan het algemeen bestuur.
-
5. Het algemeen bestuur vormt op basis van de toegezonden stukken een oordeel over de integriteitsmelding en de consequenties van het rapport van bevindingen.
-
6. De portefeuillehouder integriteit informeert de melder en de betrokken politieke ambtsdrager over het oordeel van het algemeen bestuur.
-
7. De portefeuillehouder integriteit informeert de commissaris van de koning over het rapport van bevindingen van de commissie.
-
8. Het dagelijks bestuur kan, op verzoek, een tegemoetkoming toekennen aan de politiek ambtsdrager voor gemaakte kosten inzake juridische bijstand.
Artikel 13 Aangifte politie
-
1. Als er in enige fase van de behandeling van de integriteitsmelding een vermoeden is van een ambtsmisdrijf, als genoemd in artikel 161 of 162 van het Wetboek van Strafvordering, kan de voorzitter van het Waterschap Limburg, na overleg met de commissie Integriteit, aangifte of melding doen bij de politie.
-
2. Bij aangifte of melding, als gevolg van verdenking van een ambtsmisdrijf, wordt het onderzoek naar de integriteitsmelding opgeschort.
Artikel 14 Jaarverslag
-
1. De portefeuillehouder integriteit stelt jaarlijks een rapportage op over de uitvoering van deze verordening.
-
2. De rapportage bevat in ieder geval de informatie over het aantal integriteitsmeldingen, een indicatie van de aard van de integriteitsmeldingen en de uitkomsten van de onderzoeken.
Artikel 15 Evaluatie
-
1. Deze verordening wordt één jaar na inwerkingtreding geëvalueerd, of zoveel eerder of later als het algemeen bestuur dit wenst.
-
2. Indien in het jaar na inwerkingtreding geen integriteitsmeldingen zijn behandeld, wordt de evaluatie opgeschort naar een tijdstip waarop in ieder geval twee integriteitsmeldingen zijn behandeld.
Artikel 16 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie in het elektronisch waterschapsblad.
Artikel 17 Overgangsrecht
-
1. Integriteitsmeldingen die zijn ingediend vóór inwerkingtredingsdatum van deze verordening – en nog niet in behandeling zijn genomen door de portefeuillehouder integriteit – worden beoordeeld op basis van deze verordening.
-
2. De leden van de commissie Integriteit die door het algemeen bestuur zijn benoemd voor inwerkingtreding van deze verordening, worden geacht te zijn benoemd op basis van deze verordening.
Artikel 18 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Integriteit politieke ambtsdragers, Waterschap Limburg 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 19 maart 2025.
De secretaris-directeur,
ir. E.J.M. Keulers MMO
De dijkgraaf,
S.M.M. Borgers
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl