Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737370
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737370/1
Beleidsregel brede ondersteuning toeslagenaffaire 2025 gemeente Heerlen
Geldend van 03-04-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel brede ondersteuning toeslagenaffaire 2025 gemeente HeerlenHOOFDSTUK 1 TOEGANG
Artikel 1. Rechthebbende
Uit artikel 2:21 lid 1 van de Wet hersteloperatie toeslagen volgt dat de volgende inwoners van gemeenten in aanmerking kunnen komen voor brede ondersteuning door het college:
- -
Aangemelde aanvragers van de kinderopvangtoeslag die nog geen eindbeoordeling hebben ontvangen;
- -
Erkend gedupeerde ouders;
- -
Erkend gedupeerde ex-partners;
- -
Kinderen van gedupeerde ouders die de kindregeling hebben ontvangen;
- -
Nabestaanden van overleden aanvragers.
Deze inwoners worden hierna aangeduid als rechthebbende.
Artikel 2. Gezinsdefinitie
Brede ondersteuning wordt ook geboden aan het gezin van de rechthebbende. In artikel 2:21 lid 2 van de Wet hersteloperatie toeslagen is opgenomen dat voor de definitie van gezin wordt aangesloten bij artikel 4 lid 1 onder c van de Participatiewet. Per rechthebbende wordt beoordeeld wie tot zijn of haar gezin behoort, waarbij het moment van melding bij het college bepalend is.
Artikel 3. Verificatieproces bij UHT
Brede ondersteuning is gekoppeld aan het herstelproces bij Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT). Als een rechthebbende bij UHT aangeeft voor brede ondersteuning in aanmerking te willen komen, ontvangt de gemeente de contactgegevens via UHT. Rechthebbenden kunnen zich ook direct bij gemeente Heerlen melden. Kinderen moeten zich altijd rechtstreeks bij de gemeente melden. Als inwoners zichzelf bij gemeente Heerlen melden voor brede ondersteuning, dan wordt bij UHT gecontroleerd of diegene kan worden aangemerkt als rechthebbende. Voor deze verificatie verwerkt de gemeente persoonsgegevens.
Artikel 4. Woongemeente
In artikel 2:21 lid 3 van de Wet hersteloperatie toeslagen is opgenomen dat brede ondersteuning in bijzondere omstandigheden ook geboden kan worden aan een rechthebbende die in een andere gemeente woont. Zo nodig vindt dan overleg plaats met de woongemeente van de rechthebbende.
Artikel 5. Brede ondersteuning aan minderjarige kinderen
Een minderjarige vanaf 16 jaar wordt beschouwd als handelingsbekwaam en kan zelf een beroep doen op brede ondersteuning van de gemeente waar de ouder die het gezag heeft woont. Als beide ouders het gezag delen, maar niet dezelfde woonplaats hebben, volgt het kind de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft volgens de Basisregistratie Personen.
HOOFDSTUK 2 VASTSTELLEN HULPVRAAG EN OPSTELLEN PLAN VAN AANPAK
Artikel 6. Vaststellen hulpvraag en doelstellingen
Brede ondersteuning richt zich op een nieuwe start op de volgende 5 leefgebieden: wonen, financiën, gezin, zorg en werk. Na aanmelding neemt de gemeente binnen 2 weken contact op met de rechthebbende voor een eerste gesprek. Tijdens dit gesprek wordt de huidige situatie besproken en getoetst aan de onderstaande doelen, om zo de hulpvraag van de rechthebbende vast te stellen:
Leefgebied |
Doel |
Beschrijving doel (voor zover haalbaar op individueel niveau) |
Wonen |
Passende woning |
Veilige en betaalbare plek om te wonen |
Financiën |
Financieel vaardig en in balans |
In staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren |
Gezin |
Veilige leefomgeving |
Samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarbinnen kinderen zich kunnen ontwikkelen |
Zorg |
Positieve gezondheid |
Welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid |
Werk |
Werkzekerheid |
Duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces met minimaal de beschikking over een startkwalificatie |
De doelen van de brede ondersteuning sluiten aan bij de reguliere ondersteuning die gemeenten bieden aan alle inwoners. Het verschil zit in de snelheid en ruimhartigheid van de geboden hulp. Deze hulp hoeft alleen getoetst te worden aan de (kaders van de) Wet hersteloperatie toeslagen en niet aan de domeinwetgeving, waardoor er bijvoorbeeld geen inkomenstoets hoeft plaats te vinden.
Artikel 7. Plan van aanpak
In artikel 2:21 lid 4 van de Wet hersteloperatie toeslagen is opgenomen dat de brede ondersteuning wordt verleend op basis van een plan van aanpak.
Dit plan wordt opgesteld binnen 8 weken na het eerste gesprek waarin de hulpvraag voor brede ondersteuning is vastgesteld. Naast de te behalen doelen, staat in het plan van aanpak ook welke (materiële) voorzieningen geboden worden. Het plan van aanpak wordt opgesteld voor elke rechthebbende die een beroep doet op de brede ondersteuning en het gezin. Het plan van aanpak is een beschikking waartegen bezwaar- en beroep openstaat.
Artikel 8. Inzet voorzieningen
De (materiële) voorzieningen die nodig zijn om een nieuwe start te kunnen maken, worden getoetst aan de gestelde doelen en vervolgens toegekend en gemotiveerd via het plan van aanpak. Hierbij worden de volgende afwegingen gemaakt:
- -
Is er acute hulp nodig om te voorkomen dat de situatie snel verslechtert?
- -
Over welke vaardigheden en kennis moet de rechthebbende beschikken om de doelen te bereiken?
- -
Welke hulp heeft de rechthebbende nodig om de doelen te behalen?
- -
Worden de doelen bereikt als een bepaalde (materiële) voorziening niet wordt ingezet?
- -
Draagt de voorziening op een duurzame manier bij aan de gestelde doelen?
Artikel 9. Brede ondersteuning is gericht op hulp – niet op spullen
Uit artikel 2:21 lid 4a van de Wet hersteloperatie toeslagen volgt dat materiële verstrekkingen, zoals bijvoorbeeld een laptop, huisraad of een fiets, alleen onderdeel zijn van de brede ondersteuning als:
- -
De verstrekking noodzakelijk is voor het kunnen maken van een nieuwe start;
- -
Het besluit over de toekenning van de materiële verstrekking plaatsvindt binnen 6 maanden na het eerste gesprek.
Bij de hoogte van materiële verstrekkingen wordt géén ondergrens gehanteerd en houdt het college rekening met redelijke normbedragen. Deze normbedragen zijn gebaseerd op de bedragen in de Prijzengids van Nibud, plus 40 procent.
Artikel 10. Huisbezoek voor vaststellen noodzaak en omvang
Als de noodzaak en omvang van een materiële verstrekking niet goed kan worden bepaald, kan een huisbezoek plaatsvinden. Dit kan helpen om een beter beeld te krijgen van de woon- en leefsituatie van de rechthebbende in relatie tot de brede ondersteuning. Het huisbezoek gebeurt in overleg met de rechthebbende en wordt van tevoren aangekondigd. Als de rechthebbende het huisbezoek niet wil, heeft deze het recht om dit bezoek te weigeren. Weigering kan invloed hebben op de brede ondersteuning als hierdoor onvoldoende vastgesteld kan worden wat de rechthebbende nodig heeft om een nieuwe start te maken.
Artikel 11. Wijze van verstrekken
Als voorzieningen en/of materiële verstrekkingen onderdeel zijn van het plan van aanpak, verstrekt het college:
- -
Voorzieningen in natura;
- -
Voor de materiële verstrekkingen één of meerdere voorschotten.
De betaling van de voorschotten wordt, in overleg met de rechthebbende, gedaan aan de verkoper of direct aan de rechthebbende. Als de betaling aan de rechthebbende wordt gedaan, moeten de bijbehorende facturen of bonnetjes binnen één maand na ontvangst van de betaling ingeleverd worden bij de medewerker van de brede ondersteuning.
Artikel 12. Geen terugwerkende kracht
Brede ondersteuning is gericht op het maken van een nieuwe start en de toekomst. In het plan van aanpak wordt bepaald wat de rechthebbende op dat moment nodig heeft voor het maken van een nieuwe start. In principe worden er geen voorzieningen met terugwerkende kracht toegekend, omdat de noodzaak dan niet vastgesteld kan worden. Het vergoeden van schade of gemiste kansen uit het verleden valt onder het financieel herstel bij UHT, niet onder de brede ondersteuning.
Artikel 13. Niet vergoed
De volgende zaken worden niet vergoed vanuit de brede ondersteuning:
- A.
Verkeersboetes.
- B.
Cosmetische ingrepen, tenzij hier een medische noodzaak voor is.
- C.
Verbouwingen en/of aanpassingen aan de woning en/of tuin.
- D.
Vakanties.
- E.
Luxegoederen (denk hierbij aan iPad, smartwatches, spelcomputers, elektrische fietsen, elektrische steps, smartphones en tuinsets).
- F.
Structurele kosten levensonderhoud (waaronder energiekosten).
Bovenstaande lijst is niet volledig. Bij het beoordelen van een aanvraag zullen de individuele omstandigheden per rechthebbende worden afgewogen om tot een besluit te komen. Als vanuit de brede ondersteuning geen vergoeding plaatsvindt, zal samen met de rechthebbende worden gezocht of er een andere passende oplossing is en zal worden doorverwezen waar mogelijk.
Artikel 14. Geen schulden
Het rijk heeft een schuldenaanpak opgesteld voor erkende gedupeerden, hun toeslagpartners en ex-toeslagpartners. Deze aanpak is gericht op het binnen de reikwijdte van de verschillende regelingen betalen en kwijtschelden van achterstanden. De regelingen hebben betrekking op publieke schulden, private schulden, schulden die betaald zijn vanuit de ontvangen compensatie en een regeling voor de afhandeling van ouders met een schuldregeling (Msnp/Wsnp). De uitvoering hiervan ligt bij (de gemandateerde van) het ministerie van Financiën, niet bij de gemeente. Daarom worden er in beginsel geen schulden betaald vanuit de brede ondersteuning. Hierop zijn twee uitzonderingen:
- -
Jongeren en jongvolwassenen die in aanmerking komen voor het saneren van (problematische) schulden, zoals geregeld in artikel 3 lid 1 van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021;
- -
Het voorkomen van bedreiging van de eerste levensbehoefte(n), zoals huisuitzettingen of afsluitingen van gas/water/licht. In die gevallen zal het college alles doen wat nodig is om de dreiging te voorkomen en tegelijkertijd te zorgen voor duurzame voorzieningen die bijdragen aan een nieuwe start en herhaling van de dreiging vermijden.
Artikel 15. Toeleiding naar reguliere ondersteuning
Toeleiding naar reguliere ondersteuning kan onderdeel uitmaken van het plan van aanpak, als niet te voorzien is dat de gestelde doelen binnen afzienbare termijn via de brede ondersteuning kunnen worden behaald. In die gevallen draagt het begeleiden naar de reguliere ondersteuning van de gemeente bij aan het (duurzaam) kunnen maken van de nieuwe start.
Artikel 16. Aanpassing plan van aanpak
Terugkerende aanvragen voor voorzieningen worden getoetst aan de eerder vastgestelde doelen op de 5 leefgebieden. Tussentijdse aanpassing van het plan van aanpak is alleen mogelijk als dit in lijn is met de eerder vastgestelde doelen, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn aanleiding geven om de doelen aan te passen.
HOOFDSTUK 4 BEËINDIGING
Artikel 17. De rechthebbende heeft een nieuwe start gemaakt
Uit artikel 2:21 lid 4b van de Wet hersteloperatie toeslagen volgt dat de brede ondersteuning eindigt op het moment dat de rechthebbende een nieuwe start in het kader van herstel heeft kunnen maken. Dit is in ieder geval binnen 24 maanden na het eerste gesprek.
Artikel 18. Niet erkend als gedupeerde ouder door UHT
Uit artikel 2:21 lid 6 van de Wet hersteloperatie toeslagen volgt dat de brede ondersteuning eindigt binnen 30 dagen nadat de Dienst Toeslagen het college heeft geïnformeerd dat de aanvrager een afwijzende beschikking heeft ontvangen en dat diegene dus niet is aangemerkt als gedupeerde. De voorzieningen in het plan van aanpak worden wel nagekomen. In overleg met de inwoner wordt bepaald of reguliere ondersteuning nodig en gewenst is.
HOOFDSTUK 5 AFSLUITEND
Artikel 19. Hardheidsclausule
Het college kan een bepaling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten als de toepassing ervan zou leiden tot uitzonderlijk onbillijke of onredelijke gevolgen.
Artikel 20. Inwerkingtreding
De beleidsregel treedt in werking op de dag nadat deze gepubliceerd is.
Artikel 21. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel brede ondersteuning toeslagenaffaire 2025.
Ondertekening
Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van 25 februari 2025.
de burgemeester,
drs. R. Wever
de secretaris a.i.,
drs. R. van Wuijtswinkel
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl