Stimuleringsregeling klimaatadaptatie Gemeente Olst-Wijhe 2025 – 2028

Geldend van 01-04-2025 t/m heden

Intitulé

Stimuleringsregeling klimaatadaptatie Gemeente Olst-Wijhe 2025 – 2028

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Olst-Wijhe;

Gelet op:

Titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht; en

Algemene subsidieverordening gemeente Olst-Wijhe 2024

overwegende:

  • dat het college bevoegd is nadere regels te stellen dan wel specifieke nadere regelingen vast te stellen;

  • dat het gewenst is klimaatadaptatie maatregelen te stimuleren;

BESLUITEN:

Vast te stellen de Stimuleringsregeling klimaatadaptatie Gemeente Olst-Wijhe 2025 - 2028:

Artikel 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

Afkoppelen:

Hemelwater van een dak aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater, het hemelwaterriool of een gemeentelijke infiltratievoorziening verwerken;

  • b.

Asv:

Algemene subsidieverordening gemeente Olst-Wijhe 2024. De Asv is van toepassing, tenzij daar in deze subsidieregeling van afgeweken wordt.

  • c.

Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

BAG:

Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

  • e.

Bestaand pand:

Een pand dat is opgericht en opgeleverd voor 1 januari 2025;

  • f.

College:

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Olst-Wijhe;

  • g.

Dakoppervlak:

De horizontale projectie van een overdekking van een gebouw of een onderdeel daarvan (aanbouw(en), uitbouw(en) en/of bijgebouw(en)) van een pand;

  • h.

Gemengde riolering:

Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

  • i.

Groen dak:

Dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak), zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’;

  • j.

Hemelwater:

Afstromend hemelwater is water dat uit de hemel valt zoals: regen, sneeuw en hagel en dauw;

  • k.

Hemelwater riolering:

Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater;

  • l.

Inheemse soorten:

Soorten zijn inheems wanneer ze van nature in een bepaald gebied voorkomen. Er is een lijst beschikbaar (Bomenlijst_klimaatsubsidie) voor de regeling waarop is aangegeven welke soorten als inheems worden beschouwd;

  • m.

Infiltratie:

Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem door via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse)voorziening;

  • n.

Gebruik hemelwater:

Buffering en filtering van neerslag ten behoeve van (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, zoals toilet, wasmachine, leveren van was- en proceswater of tuindruppelinstallatie. Niet voor gebruik van consumptiedoeleinden (drinkwater);

  • o.

Ontstenen:

Verwijderen van verharding in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein, als middel tegen wateroverlast en hittestress en/of om de biodiversiteit te versterken. In de regeling is het ontstenen als maatregel gekoppeld aan het vergroenen;

  • p.

Openbare ruimte:

Ruimte tussen de particuliere kavels die in bezit is van de (gemeentelijke) overheid en die voor iedereen vrij toegankelijk is;

  • q.

Oppervlaktewater:

Openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

  • r.

Pand:

Woning inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en), bedrijfspand, kantoorgebouw of school, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd;

  • s.

Vergroenen:

Na het ontstenen aanbrengen van een vruchtbare bodem met beplanting als gras, planten, struiken of bomen;

  • t.

Verhard oppervlak:

Het oppervlak van daken, wegen, verharde terreinen, dat voorkomt dat hemelwater ter plaatse infiltreren kan én/of dat bijdraagt aan hittestress;

  • u.

Voorziening:

Maatregel, product of activiteit, in dit geval gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat en/of het versterken van de biodiversiteit, te weten: het planten van bomen, ontstenen en vergroenen, aanleggen van een groen dak, het afkoppelen van verhard oppervlak met of zonder voorziening voor berging en/of infiltratie, het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag (regenton, -zuil of -schutting).

Artikel 1.2 Doel subsidie

Het doel van de regeling is om inwoners, bedrijven, scholen, stichtingen en verenigingen, die gevestigd zijn in de gemeente Olst-Wijhe, te stimuleren om zelf klimaatadaptatie- en biodiversiteitsversterkende maatregelen te treffen op/bij een pand. Het gaat om lokale maatregelen op privaat en openbaar terrein waarmee effecten van de klimaatverandering (wateroverlast, droogte en hitte) worden beperkt en de biodiversiteit wordt versterkt. De maatregelen leiden tot een afname van de risico’s op (economische) schade of ongemak en de versterking van de biodiversiteit.

Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten

Het college verstrekt subsidie aan een aanvrager voor de volgende categorieën voorzieningen (a t/m f):

  • a.

    het planten van bomen - PB;

  • b.

    ontstenen en vergroenen - OV;

  • c.

    aanleggen van een groen dak - GD;

  • d.

    afkoppelen zonder voorziening voor berging/infiltratie - AZ;

  • e.

    voorziening voor berging/infiltratie voor afgekoppeld hemelwater - BI;

  • f.

    voorziening voor regenwateropslag (regenton, -schutting of – zuil) - RW;

Artikel 1.4 Subsidieplafond en verdeelregels

  • 1. Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast.

    • a.

      Hiervoor per kalenderjaar €30.000,- beschikbaar te stellen.

      • i.

        Hiervan geldt een subsidieplafond van €25.000,- voor de maatregelen (b, d, e, f), afkomstig uit de rioolheffing. En een subsidieplafond van €5.000,- voor de maatregelen (a en c), afkomstig uit budget groen.

  • 2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is (artikel 4:25 Awb).

  • 3. De mogelijkheid tot indienen van aanvragen wordt gesloten als het subsidieplafond bereikt is. Communicatie over het sluiten van de mogelijkheid tot indienen vindt tijdig plaats.

  • 4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 1.5 Algemene voorwaarden

  • 1. Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

    • a.

      met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.2 in voldoende mate gediend;

    • b.

      per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 1.3 kan er één aanvraag per pand worden ingediend;

    • c.

      herstel of reparatie van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie.

  • 2. Naast deze algemene voorwaarden die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden. Die zijn in artikel 2 t/m 7 van deze regeling per voorziening opgenomen.

Artikel 1.6 Verplichtingen

  • 1. Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende verplichtingen:

    • a.

      ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;

    • b.

      de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);

    • c.

      de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

    • d.

      de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.

Artikel 1.7 Subsidiabele kosten

Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten direct verbonden aan de uitvoering, waaronder in ieder geval de materiaalkosten en omzetbelasting (BTW) zijn inbegrepen. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

  • 1.

    de kosten gerelateerd aan het indienen van de subsidieaanvraag;

  • 2.

    de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Artikel 1.8 Aanvraag

  • 1. De individuele aanvraag kan worden gedaan door:

    • a.

      Een natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter is van het pand en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient, of;

    • b.

      Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;

  • 2. De aanvraag is ingediend binnen zes maanden na aankoop én realisatie van de voorzieningen waar de aanvraag betrekking op heeft;

  • 3. De aanvraag wordt ingediend op een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie zoals aangegeven in deze regeling.

  • 4. Na aankoop en realisatie van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen voor het eigen pand of een collectieve aanvraag door het insturen van:

    • a.

      een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, en;

    • b.

      een foto van de oude situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is, en;

    • c.

      bij aankopen boven de €250,- , een factuur met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum, en;

    • d.

      als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumentenvergunning, en;

    • e.

      schriftelijke toestemming van de eigenaar (als de aanvrager een huurder of pachter is of toestemming van de gemeente als het om de openbare ruimte gaat), en;

    • f.

      schriftelijke toestemming van de buren als er gebruik gemaakt wordt van een gezamenlijke voorziening.

  • 5. Het college kan, indien nodig, aanvullende gegevens vragen.

Artikel 1.9 Beslissing op aanvraag

  • 1. Het college neemt binnen acht weken na de binnenkomst van de aanvraag een beslissing.

  • 2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

  • 3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

  • 4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in deze regeling.

Artikel 2 Planten van bomen – PB

Artikel 2.1 Specifieke voorwaarden en verplichtingen

  • 1. Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel a, van de regeling gelden in aanvulling op artikel 1.6 en artikel 1.7 de volgende specifieke voorwaarde:

    • a.

      de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal vijf bomen;

    • b.

      er wordt subsidie verstrekt voor inheemse bomen die op de gepubliceerde soortenlijst staan die te vinden is op de website van de gemeente Olst-Wijhe.

    • c.

      de oppervlakte van de tuin dient in verhouding te zijn tot de boomgrootte. Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:

      • i.

        Tuin oppervlakte

        Boomgrootte (volwassen hoogte)

        < 50 m2 (o.a. voortuinen)

        tot 6 m

        50 - 200 m2

        6-12 m

        > 200 m2

        >12 m

      • ii.

        Type boom

        Stamomtrek (gemeten op 1 m hoogte bij aanschaf)

        Inheemse boom

        >12 cm

  • 2. Er wordt geen subsidie verstrekt voor bomen die geplant worden binnen 2 meter van de erfgrens.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35,- per boom.

  • 2. Bij een collectieve aanvraag is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Artikel 3 Ontstenen en vergroenen – OV

Artikel 3.1 Specifieke voorwaarden en verplichtingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b van deze regeling, gelden in aanvulling op artikel 1.6 en artikel 1.7 van deze regeling de volgende voorwaarden:

  • a.

    de aanvraag betreft een bestaand pand;

  • b.

    de voorzieningen die worden aangelegd betreffen het vervangen van verharding door inheemse beplanting als gras, planten of struiken die op de gepubliceerde soortenlijst staan.

  • c.

    er dient minimaal 5 m2 verharding vervangen te worden door beplanting.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt € 5,- per m2 verwijderde verharding (zie artikel 3.1.b en 3.1.c).

  • 2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 500,- subsidie toegekend.

  • 3. Bij een collectieve aanvraag is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1 en 2.

Artikel 4 Aanleggen van een groen dak – GD

Artikel 4.1 Specifieke voorwaarden en verplichtingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel c van deze regeling, gelden in aanvulling op artikel 1.6 en artikel 1.7 van deze regeling de volgende voorwaarde:

  • a.

    de aanvraag wordt gedaan voor het aanleggen van een groen dak op een bestaand pand;

  • b.

    het groene dak bestaat voor minimaal 75% uit inheemse beplanting die op de gepubliceerde soortenlijst staan.

  • c.

    Het groene dak krijgt minimaal 3 lagen: een wortelkerende laag, een substraatlaag en een vegetatielaag.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt € 20,- per m2 aangelegd groen dak.

  • 2. Met een maximum van € 2.000,- subsidie per pand.

  • 3. Bij een collectieve aanvraag is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1 en 2.

Artikel 5 Afkoppelen zonder voorziening voor berging/infiltratie – AZ

Artikel 5.1 Specifieke voorwaarden en verplichtingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel d van deze regeling, gelden in aanvulling op artikel 1.6 en artikel 1.7 van deze regeling de volgende specifieke voorwaarden:

  • a.

    de aanvraag betreft het afkoppelen van regenwater zonder voorziening voor berging of infiltratie bij een bestaand pand;

  • b.

    bij infiltratie op eigen perceel moet er sprake zijn van voldoende niet afgedekte bodem die geschikt is voor infiltratie van regenwater, of moet het afgekoppelde hemelwater kunnen worden geloosd op het hemelwaterriool of het oppervlaktewater.

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder voorziening voor berging of infiltratie bedraagt per pand € 60,-;

  • 2. Bij een collectieve aanvraag is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Artikel 6 Voorziening voor berging/infiltratie voor afgekoppeld hemelwater – BI

Artikel 6.1 Specifieke voorwaarden en verplichtingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel e van deze regeling , gelden in aanvulling op artikel 1.6 en artikel 1.7 van deze regeling de volgende specifieke voorwaarden:

  • a.

    de aanvraag betreft een bestaand pand;

  • b.

    de regenwateropslag heeft een minimale capaciteit van 20 liter per afgekoppelde m2 dakoppervlak;

  • c.

    de infiltratiecapaciteit van de bodem is groot genoeg om het afstromende water te verwerken;

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

  • 1. de subsidie voor het verwijderen van grond uit de tuin van het pand ten behoeve van berging en/of infiltratie middels maaiveldverlaging is € 200,- per m3 verwijderde grond.

  • 2. de maximale subsidiabele kosten voor het afkoppelen van hemelwater met voorziening voor berging en/of infiltratie bedraagt € 500,- per pand.

  • 3. Bij een collectieve aanvraag is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1 en 2.

Artikel 7 Voorziening voor regenwateropslag (regenton, -schutting of – zuil) – RW

Artikel 7.1 Specifieke voorwaarden en verplichtingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f van deze regeling, gelden in aanvulling op artikel 1.6 en artikel 1.7 van deze regeling de volgende specifieke voorwaarden:

  • a.

    de aanvraag betreft een bestaand pand;

  • b.

    de regenwateropslag heeft een minimale capaciteit van 100 liter;

  • c.

    per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal twee regentonnen of twee segmenten bij het plaatsen van een regenschutting of -zuil.

Artikel 7.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton of segment bedraagt:

    • a.

      € 25,- per ton of segment bij een opvangcapaciteit van 100 tot 200 liter.

    • b.

      € 50,- per ton of segment bij een opvangcapaciteit boven de 200 liter.

  • 2. Bij een collectieve aanvraag is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Artikel 8 Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden algemeen

  • 1. De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:35 van de Awb of in de Asv van de Gemeente Olst-Wijhe;

    • b.

      het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd het subsidieplafond overschrijdt;

    • c.

      de aanvraag niet voldoet aan het gestelde in deze regeling;

    • d.

      er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheid instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

  • 2. De subsidie wordt in ieder geval ingetrokken, indien:

    • a.

      er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:49 van de Awb;

    • b.

      achteraf komt vast te staan dat zich een weigeringsgrond als omschreven in het eerste lid heeft voorgedaan.

  • 3. De subsidie wordt teruggevorderd indien de subsidie is ingetrokken.

Artikel 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule

  • 1. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2. Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze regeling indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 9.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

  • 2. Deze regeling wordt aangehaald als ‘Stimuleringsregeling klimaatadaptatie gemeente Olst-Wijhe 2025 -2028’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders 07 januari 2025

Sjoerd van den Berg

secretaris

Sietske Poepjes

burgemeester