Onderzoeksverordening Rotterdam 2025

Geldend van 28-03-2025 t/m heden

Intitulé

Onderzoeksverordening Rotterdam 2025

De Raad van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van het presidium van 13 maart 2025 (voorstel nr. 25bb001769);

gelet op de artikelen 147 en 155a t/m 155f van de Gemeentewet;

overwegende dat:

het noodzakelijk is om een Onderzoeksverordening vast te stellen;

besluit:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 – Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    onderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, of artikel 155g, eerste lid, van de Gemeentewet;

  • b.

    eenvoudig onderzoek: vereenvoudigde vorm van het onderzoek, beperkt in tijd en omvang, waarop de artikelen 155a tot en met 155h van de Gemeentewet niet van toepassing zijn.

  • c.

    onderzoekscommissie: onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, dan wel gemeenschappelijke onderzoekscommissie, als bedoeld in artikel 155g, derde lid, van de Gemeentewet.

  • d.

    commissie eenvoudig onderzoek: commissie, bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet, die een eenvoudig onderzoek uitvoert;

  • e.

    fractie: fractie, bedoeld in artikel 1 van het vigerende Reglement van Orde van de gemeenteraad van Rotterdam;

  • f.

    presidium: presidium, bedoeld in artikel 10 van het vigerende Reglement van Orde van de raad van Rotterdam.

Artikel 2 – Het voorstel tot het houden van een onderzoek of een eenvoudig onderzoek

  • 1. De raad kan op voorstel van een of meer van zijn leden besluiten een onderzoek of eenvoudig onderzoek in te stellen naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur.

  • 2. Het voorstel omvat een omschrijving van het onderwerp van het onderzoek of eenvoudig onderzoek en beschrijft op welke wijze vormgegeven wordt aan de voorbereiding van het onderzoek of eenvoudig onderzoek.

  • 3. De voorbereiding van het onderzoek of eenvoudig onderzoek wordt uitgevoerd door een voorbereidingsgroep samengesteld uit leden van de raad.

  • 4. De voorbereidingsgroep doet via het presidium een voorstel aan de raad met daarin opgenomen:

    • -

      de onderzoeksvraag en eventuele deelvragen;

    • -

      de te onderzoeken periode;

    • -

      de verwachte duur en planning van het onderzoek of eenvoudig onderzoek;

    • -

      de samenstelling van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek;

    • -

      de wijze van ondersteuning;

    • -

      een kostenraming.

Artikel 3 – Publicatie in het gemeenteblad

Het besluit tot instelling van een onderzoek of een eenvoudig onderzoek en tot instelling van een onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek, alsmede het besluit tot wijziging van de omschrijving van het onderwerp van een onderzoek of een eenvoudig onderzoek worden gepubliceerd in het gemeenteblad.

Artikel 4 – De onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek

  • 1. De onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek heeft, inclusief de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, ten minste drie, vijf of hoogstens zeven leden.

  • 2. De raad benoemt uit zijn midden de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de leden van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek, met dien verstande dat niet meer dan één persoon per fractie in de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek wordt benoemd.

  • 3. De voorzitter van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek is belast met het handhaven van de orde tijdens vergaderingen.

  • 4. De onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek besluit bij meerderheid van stemmen van het aantal zitting hebbende leden.

  • 5. Na afloop van het onderzoek of eenvoudig onderzoek, of zo dikwijls de onderzoekscommissie of de commissie eenvoudig onderzoek het nodig oordeelt, dan wel indien de raad daartoe besluit, doet de onderzoekscommissie of de commissie eenvoudig onderzoek van haar verrichtingen verslag aan de raad.

  • 6. Het eindrapport van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek is openbaar, tenzij dringende redenen zich hiertegen verzetten.

Artikel 5 – Beëindiging lidmaatschap

  • 1. Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek eindigt indien:

    • a.

      de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie, of de commissie eenvoudig onderzoek,

    • b.

      een lid ontslag neemt van de onderzoekscommissie, of de commissie eenvoudig onderzoek;

    • c.

      aan het lid tijdelijk ontslag in de zin van artikel X 10 van de Kieswet is verleend;

    • d.

      een lid ophoudt lid te zijn van de raad.

  • 2. Indien een geval, als bedoeld in het eerste lid, onder b, c of d, zich voordoet, voorziet de raad zo spoedig mogelijk in de vacature.

Artikel 6 – Ondersteuning onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek

  • 1. De raad benoemt, op voorstel van de griffier van de raad, ter ondersteuning van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek een griffier van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek.

  • 2. Bij verhindering of afwezigheid van de griffier van de onderzoekscommissie of de commissie eenvoudig onderzoek wordt de griffier vervangen door een door de griffier van de raad aan te wijzen plaatsvervangend griffier van de onderzoekscommissie of de commissie eenvoudig onderzoek.

  • 3. De griffier van de onderzoekscommissie of de commissie eenvoudig onderzoek is bij iedere zitting aanwezig.

  • 4. De griffier van de onderzoekscommissie of de commissie eenvoudig onderzoek kan zich laten bijstaan door één of meer door de griffier van de raad aan te wijzen medewerkers.

  • 5. Op de personen bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, is de Verordening ambtelijke bijstand niet van toepassing.

Artikel 7 – Taken onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek

  • 1. Alle activiteiten van de leden van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek en de aan de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek toegevoegde medewerkers, die in het kader van het onderzoek of het eenvoudig onderzoek geschieden, vallen onder de verantwoordelijkheid van de onderzoekscommissie of de commissie eenvoudig onderzoek.

  • 2. De griffier van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek is belast met alle inhoudelijke en organisatorische activiteiten van de ondersteuning van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek en is tevens belast met het beheer van de gelden ten behoeve van het onderzoek of eenvoudig onderzoek.

  • 3. De onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek en de ondersteuning daarvan stellen een plan van aanpak op.

  • 4. De onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek overlegt met het college over de te maken werkafspraken.

Artikel 8 – Verslaglegging zittingen

  • 1. De griffier van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek draagt zorg voor de schriftelijke verslaglegging van de zittingen.

  • 2. Het conceptverslag van de afgelegde verklaringen of gegeven berichten wordt aan de getuigen of deskundigen ter inzage verstrekt.

Artikel 9 – Beraadslagingen

De onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek beraadslaagt in beslotenheid. Een lid van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek kan te allen tijde verzoeken om een beraadslaging.

Artikel 10 – Geheimhouding

  • 1. De onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek kan op grond van een belang genoemd in artikel 5.1 eerste of tweede lid van de Wet Open Overheid een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek berust of op stukken die aan de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek worden overgelegd.

  • 2. Het college of de burgemeester kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan een commissie eenvoudig onderzoek.

  • 3. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de onderzoekscommissie, de commissie eenvoudig onderzoek of de raad haar opheft.

  • 4. Een geheimhoudingsplicht wordt door eenieder die bij de behandeling aanwezig was en door eenieder die van het behandelde of de stukken kennis draagt, in acht genomen.

  • 5. Voor zover de in het eerste lid bedoelde stukken of een gedeelte daarvan deel uitmaken van het onderzoeksverslag van de onderzoekscommissie of de commissie eenvoudig onderzoek, worden deze ter inzage of anderszins ter kennisneming van de leden van de raad gelegd. De leden van de raad bewaren omtrent de inhoud hiervan geheimhouding.

Artikel 11 – Beëindiging van het onderzoek of het eenvoudig onderzoek

  • 1. Indien de raad een besluit tot het instellen van een onderzoek of een eenvoudig onderzoek genomen heeft en dientengevolge een onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek ingesteld heeft, dan blijft deze onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek bestaan totdat de raad heeft besloten haar op te heffen.

  • 2. Het besluit tot opheffing wordt gepubliceerd in het gemeenteblad.

Hoofdstuk 2 – Bepalingen inzake het onderzoek

Artikel 12 – Medewerking onderzoek

  • 1. De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het onderzoek te verlenen.

  • 2. De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met eenieder informatieve gesprekken voeren, die als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken.

Artikel 13 – Bekendmaken zitting en oproep getuigen en deskundigen

  • 1. De voorzitter van de onderzoekscommissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter openbare kennis.

  • 2. Getuigen en deskundigen worden schriftelijk, ten minste twee weken voor de zitting, opgeroepen.

  • 3. Binnen drie werkdagen na ontvangst van de oproep kan een opgeroepen getuige of deskundige onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. De beslissing op dit verzoek wordt door de voorzitter uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld.

Artikel 14 – Vergoeding onkosten

Getuigen en deskundigen en anderen die medewerking verlenen, kunnen een verzoek richten tot de onderzoekscommissie eventueel gemaakte kosten, zoals reis- en verblijfskosten te vergoeden.

Artikel 15 – Geluid- en beeldregistraties, toehoorders en pers

  • 1. Van de openbare vergaderingen worden beeld- en geluidregistraties gemaakt.

  • 2. Degene die van een openbare zitting van de onderzoekscommissie beeld- of geluidregistraties wil maken, meldt dit voorafgaand aan de voorzitter en volgt de aanwijzingen van de voorzitter.

  • 3. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 4. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is voor toehoorders en vertegenwoordigers van de pers verboden.

  • 5. De onderzoekscommissie kan een persreglement vaststellen.

Hoofdstuk 3 – Bepalingen inzake eenvoudig onderzoek

Artikel 16 – Eenvoudig onderzoek

  • 1. Indien de raad, ingevolge artikel 2, besloten heeft tot een eenvoudig onderzoek, wordt een tijdelijke commissie ingesteld, zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

Artikel 17 – Instellen van een eenvoudig onderzoek

  • 1. Het besluit tot het instellen van een eenvoudig onderzoek omvat een omschrijving van het onderwerp van het eenvoudig onderzoek alsmede een toelichting. Deze omschrijving kan hangende het eenvoudig onderzoek door de raad worden gewijzigd.

  • 2. Het eenvoudig onderzoek wordt uitgevoerd door een door de raad in te stellen commissie eenvoudig onderzoek.

  • 3. De bevoegdheden en werkzaamheden van een commissie eenvoudig onderzoek worden niet geschorst door het aftreden van de raad.

Artikel 18 – Medewerking eenvoudig onderzoek

  • 1. De commissie eenvoudig onderzoek kan eenieder die van belang kan zijn in het kader van dit onderzoek verzoeken om medewerking aan het eenvoudig onderzoek te verlenen.

  • 2. De personen met wie de commissie eenvoudig onderzoek spreekt, worden hiervoor schriftelijk uitgenodigd.

  • 3. De commissie eenvoudig onderzoek kan in het belang van het eenvoudig onderzoek met eenieder informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het eenvoudig onderzoek uitmaken. Informatieve gesprekken vinden plaats in beslotenheid.

  • 4. Personen die verzocht worden medewerking te verlenen kunnen een verzoek richten tot de commissie eenvoudig onderzoek eventueel gemaakte kosten, zoals reis- en verblijfskosten te vergoeden.

Hoofdstuk 4 – Slotbepalingen

Artikel 19 – Intrekking oude verordening

De Onderzoeksverordening Rotterdam 2003 wordt ingetrokken.

Artikel 20 – Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 21 – Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Onderzoeksverordening Rotterdam 2025.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 maart 2025.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

C.J. Schouten

Toelichting

Artikel 2 – Het voorstel tot het houden van een onderzoek of een eenvoudig onderzoek

Het instellen van een onderzoek op basis van artikel 155a Gemeentewet is het meest vergaande controle-instrument van de raad.

Het eenvoudig onderzoek is een afgeleide daarvan, bedoeld voor een onderzoek beperkt in tijd en omvang. Hierop zijn de verplichtingen en dwangmiddelen die de Gemeentewet in de artikelen 155a-155f niet van toepassing.

In het derde lid is opgenomen dat een voorbereidingsgroep, samengesteld uit leden van de raad, is belast met de voorbereiding van het onderzoek of het eenvoudig onderzoek. Het is denkbaar dat de raad de griffier de opdracht geeft om een voorbereidingsgroep samen te stellen.

Artikel 4 – De onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek

Bij significante verschillen in de tijdsplanning, de kostenraming of de scope van het onderzoek of het eenvoudig onderzoek wordt het presidium door de commissie geïnformeerd.

Artikel 6 – Ondersteuning onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek

Op grond van artikel 107a van de Gemeentewet staat de griffier de door de raad ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde, zo ook een onderzoekscommissie of een commissie eenvoudig onderzoek. De griffier kan de raad voorstellen een griffier te benoemen voor de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek, niet zijnde de griffier zelf. De mogelijkheid om een ander te benoemen als griffier van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek betreft geen verplichting.

Artikel 7 – Taken onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek

De griffier is op grond van het tweede lid onder meer belast met het beheer van de gelden ten behoeve van het onderzoek of het eenvoudig onderzoek. Hieronder kan worden verstaan het doen van uitgaven ten behoeve van het onderzoek of het eenvoudig onderzoek, zoals het aangaan van een overeenkomst met een onderzoeksbureau, het inhuren van notuleerdiensten of juridisch advies, et cetera. Dit uiteraard nadat de commissie hiertoe heeft besloten.

In het plan van aanpak, bedoeld in het derde lid, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:

  • de uitvoering van de onderzoeksopdracht;

  • de eerste planning van de uit te voeren taken;

  • de taakverdeling;

  • de taak en rol van de voorzitter;

  • de nadere invulling van de wenselijke ondersteuning, waarbij aandacht wordt besteed aan de wettelijke aansprakelijkheid;

  • de plaats en de omvang van de werkruimten;

  • het informatieprotocol;

  • de archivering en de classificering;

  • de besteding van de voor het onderzoek beschikbare middelen;

  • de geheimhoudings- en beveiligingsaspecten;

  • de vertrouwelijkheid van de informatie in de verschillende fasen van het onderzoek;

  • de contacten met de pers.

Bij het maken van de werkafspraken met het college, bedoeld in het vierde lid, kan aandacht worden besteed aan:

  • format en aanlevertermijnen in verband met beantwoording informatieverzoeken;

  • wijze van verstrekken informatie, al dan niet op verzoek;

  • vertrouwelijkheid en geheimhouding van stukken, alsmede openbaarmaking daarvan;

  • wijze van hoor en wederhoor met geïnterviewden, getuigen en deskundigen;

  • de wijze waarop ambtenaren worden uitgenodigd en voorbereid op gesprekken en verhoren;

  • op welke wijze wordt omgegaan met mogelijke interferenties in geval van parallelle onderzoeken;

  • de wijze hoe wordt omgegaan met verschillen van inzicht omtrent bovenstaande en legt dit vast in een Onderzoeksprotocol.

Indien de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek besluit de uitvoering van bepaalde delen van het onderzoek of eenvoudig onderzoek te laten uitvoeren door derden, vindt de uitvoering plaats onder de verantwoordelijkheid van de onderzoekscommissie of commissie eenvoudig onderzoek.

Artikel 10 – Geheimhouding

Dit artikel is een uitvloeisel van artikel 155a, vierde lid, van de Gemeentewet waarin wordt verwezen naar de artikelen 23, vierde en vijfde lid, 87 en 89 van de Gemeentewet. De onderzoekscommissie of de commissie eenvoudig onderzoek heeft de bevoegdheid te beslissen om op grond van een belang genoemd in artikel 5.1 eerste lid en tweede lid van de Wet open overheid een verplichting tot geheimhouding op te leggen op informatie of documenten. Anders dan bij andere commissies, is het niet mogelijk dat het college aan de onderzoekscommissie geheimhouding oplegt. Wel kan het college de onderzoekscommissie verzoeken vertrouwelijk met bepaalde informatie om te gaan. De onderzoekscommissie beslist vervolgens zelf over de geheimhouding of vertrouwelijkheid.

Het tweede lid biedt de mogelijkheid om stukken onder geheimhouding te verstrekken aan de commissie eenvoudig onderzoek.

Het vierde lid creëert de mogelijkheid om geheime stukken in het onderzoeksverslag op te nemen, zodat wel de leden van de raad daar kennis van kunnen nemen. De leden van de raad zijn wel gehouden tot geheimhouding van de informatie.

Artikel 12 – Medewerking onderzoek

Het uitgangspunt van het gemeentelijk onderzoeksrecht behoort zich primair te richten op het controleren van het door het college gevoerde bestuur. De omschrijving van het onderzoek bepaalt het kader waarbinnen de onderzoekscommissie haar bevoegdheden uitoefent. Dit betekent dus dat geen vragen kunnen worden gesteld of documenten kunnen worden opgevraagd, die niet in relatie tot het onderwerp van het onderzoek staan. Mocht dit toch gebeuren, dan behoeven deze vragen niet te worden beantwoord respectievelijk de documenten niet te worden verstrekt. Tijdens het onderzoek kan blijken dat de omschrijving van het onderwerp van onderzoek (onderzoeksvraag) bijstelling behoeft. De wet biedt de mogelijkheid de omschrijving van het onderwerp van het onderzoek, tussentijds te laten wijzigen door de raad.

Artikel 18 – Medewerking eenvoudig onderzoek

Voor het eenvoudig onderzoek kunnen functionarissen niet worden verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek, aangezien de wettelijke verplichtingen en dwangmiddelen niet van toepassing zijn.

Medewerking kan bestaan uit het verzoeken tot het verschaffen van inzage in, het nemen van afschrift van of het anderszins laten kennisnemen van alle bescheiden waarover zij beschikken en waarvan naar het redelijk oordeel van de onderzoekscommissie inzage, afschrift of kennisneming anderszins voor het doen van een onderzoek nodig is.

Het onderzoek wordt niet in de openbaarheid verricht. De raad kan in bijzondere gevallen besluiten daarvan op onderdelen af te wijken.

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl