Subsidieregeling Economische Structuur- en Arbeidsmarktversterking 2025

Geldend van 29-03-2025 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Economische Structuur- en Arbeidsmarktversterking 2025

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023,

besluit vast te stellen:

Subsidieregeling Economische Structuur- en Arbeidsmarktversterking 2025

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    ASA 2023: de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023;

  • -

    BO Platform Economie: het Bestuurlijk Overleg van het Platform Economie Metropoolregio Amsterdam;

  • -

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;

  • -

    Fieldlab: testlocatie waar bedrijven en kennisinstellingen samen nieuwe technologieën kunnen ontwikkelen en testen;

  • -

    Incubator: een (meestal) fysieke locatie, ingericht met als doel startende ondernemers in een community bij elkaar te brengen en ze te ondersteunen in hun ontwikkeling door ze diensten aan te bieden als huisvesting, services, netwerken, coaching, toegang tot kapitaal, etc;

  • -

    MRA: Metropoolregio Amsterdam, een samenwerkingsverband van 30 gemeentes, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de vervoerregio Amsterdam;

  • -

    MRA Agenda: de MRA Agenda 2025-2028, zoals besproken in het college van Amsterdam op 12 november 2024 en vastgesteld in de algemene vergadering van de Metropoolregio Amsterdam op 18 december 2024;

  • -

    Noordzeekanaalgebied: het haven- en industriegebied van de Metropoolregio Amsterdam dat zich bevindt naast het Noordzeekanaal en zich uitstrekt van Amsterdam tot en met IJmuiden;

  • -

    NAEP: Visie Naar een Nieuw Amsterdams Economisch Peil, het beleidsdocument vastgesteld op 18 juli 2023 in het college tezamen met de Economische Uitvoeringsagenda 2023-2026 en op 29 november 2023 in de gemeenteraad waarin het college de visie geeft op het samen werken aan een toekomstbestendige economie met oog voor mens en milieu;

  • -

    Penvoerder: de door het samenwerkingsverband gemachtigde rechtspersoon die namens het samenwerkingsverband de (project-)aanvraag indient, het project inhoudelijk aanstuurt, de ontvangen betalingen verdeelt onder de deelnemers, de deelnemers informeert over de voortgang van het project en de administratieve relatie met het college gedurende de termijn van het project verzorgt;

  • -

    Project: één activiteit of een samenhangend geheel van activiteiten met een aanvangsdatum en vermoedelijke einddatum, die/dat als oogmerk heeft een bijdrage te leveren aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente Amsterdam en waarvoor krachtens deze regeling subsidie wordt aangevraagd;

  • -

    Raad: de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam;

  • -

    Samenwerkingsverband: een afspraak met meerdere rechtspersonen - niet zijnde een als in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk wetboek bedoelde groep verbonden rechtspersonen - neergelegd in een overeenkomst die betrekking heeft op de gezamenlijke uitvoering van een project zonder dat hiervoor een aparte rechtspersoon is opgericht;

  • -

    SMART: Specifiek (concreet), Meetbaar, Acceptabel (uitvoerbaar), Realistisch en Tijdsgebonden;

  • -

    Toekomstbestendig: de voorwaarde dat het project na afloop wordt voortgezet na de subsidievaststelling, tenzij in de aard van het project ligt besloten dat de activiteiten niet worden voortgezet. Als het project na afloop niet wordt voortgezet dienen de activiteiten na subsidievaststelling nog merkbaar te zijn;

Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023

De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 3 Doel subsidieregeling

Deze subsidieregeling is van toepassing op subsidie voor activiteiten op het beleidsterrein van Economische Zaken Amsterdam of de MRA, die bijdragen aan de doelen die voortkomen uit:

  • a.

    NAEP en de bijbehorende Economische Uitvoeringsagenda 2023-2026; of

  • b.

    de MRA agenda 2025-2028.

Artikel 4 Subsidiabele kosten

  • 1. Subsidie wordt alleen verleend voor gemaakte en betaalde kosten die direct kunnen worden toegerekend aan het project en die ten goede komt aan het bereiken van de economische doelstellingen van de gemeente Amsterdam of de MRA.

  • 2. Indien in de aanvraag personele kosten zijn opgenomen, dan geldt een vast uurtarief van € 60,-. Het vaste uurtarief is een vergoeding voor de loonkosten en de indirecte-, of overheadkosten van de organisatie van de aanvrager.

  • 3. Als de aanvrager beschikt over een door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland goedgekeurde ‘eigen verklaring betreffende de Integrale kostensystematiek’ kan deze in afwijking van het tweede lid kiezen voor het gebruik van deze verklaring.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

Het college kan een eenmalige subsidie voor maximaal vier jaar verlenen ten behoeve van de volgende soorten activiteiten:

  • a.

    De uitvoeringsagenda van het college 2023-2026 (NAEP)

    • i.

      Opgave 1: voor community-based ondersteunen van commerciële en ondernemersvaardigheden van ondernemers in de creatieve- of kunstsector in de stadsdelen Zuidoost, Noord of Nieuw-West met als doel inkomensgroei en bestaanszekerheid tot 150% van het wettelijk sociaal minimum.

    • ii.

      Opgave 2: voor het creëren van plekken, zogenaamde incubators, in de wijken waar ondernemers kunnen werken en leren.

    • iii.

      Opgave 4: voor projecten die bijdragen aan

      • 1.

        een gebiedsgerichte aanpak ten behoeve van verduurzaming van bedrijventerreinen;

      • 2.

        de bevordering van kennis & innovatie ten behoeve van de (industriële) energietransitie in het Noordzeekanaalgebied en de haven van Amsterdam;

      • 3.

        de ondersteuning van de ontwikkeling en realisatie van fieldlabs en incubators in het Noordzeekanaalgebied en de haven van Amsterdam, gericht op het versnellen van de energietransitie en/of de ontwikkeling van circulaire industrie;

      • 4.

        digitale, juridische, financiële en technologische innovaties om de Amsterdamse doelstellingen op het gebied van de circulaire economie te realiseren. Projecten dienen samenwerking te stimuleren en gericht te zijn op één of meer van de circulaire businessmodellen gedefinieerd door de Europese Investeringsbank.

    • iv.

      Opgave 5: voor het ontwikkelen, opschalen of bestendigen van:

      • 1.

        de arbeidsmarktpositie en wendbaarheid van huidig en toekomstig personeel (mbo studenten, kwetsbare arbeidsmigranten, flexwerkers en platformwerkers) te verbeteren;

      • 2.

        diversiteit en inclusie te bevorderen en arbeidsmarktdiscriminatie te bestrijden;

      • 3.

        werkgevers (in cruciale sectoren) te ondersteunen bij het tegengaan van personeelstekorten, waarbij de nadruk ligt op innovatie, de aansluiting met het onderwijs en het vergroten van de economische impact van de energietransitie.

  • b.

    Subsidie voor projecten vanuit de MRA agenda 2025-2028 die voldoen aan de door het BO Platform Economie vastgestelde criteria, waarbij:

    • i.

      de activiteit of het project levert een bijdrage aan de brede welvaart van de MRA, een evenwichtige economische ontwikkeling van de MRA en de vernieuwing van de regionale economie;

    • ii.

      de activiteit of het project leidt tot een aantoonbaar intensievere samenwerking van overheden, bedrijfsleven of kennis- en opleidingsinstellingen in de MRA en effectiever economisch beleid op de schaal van de MRA.

Artikel 6 Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt voor de activiteiten die volgens deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen een subsidieplafond per periode vast.

  • 2. De volgende subsidieplafonds worden met deze regeling vastgesteld:

    • a.

      Voor het NAEP, opgave 1, zoals opgenomen in artikel 5, onderdeel a. sub onderdeel i

      € 100.000,- voor de periode 2025-2026.

    • b.

      Voor het NAEP, opgave 2, zoals opgenomen in artikel 5, onderdeel a, sub onderdeel ii:

      € 600.000,- voor de periode 2025-2026.

    • c.

      Voor het NAEP, opgave 4, zoals opgenomen in artikel 5, onderdeel a, sub onderdeel iii:

      • 1.

        € 350.000,- voor de periode 2025-2026.

      • 2.

        € 200.000,- voor het kalenderjaar 2025.

      • 3.

        € 150.000,- voor het kalenderjaar 2025.

      • 4.

        € 550.000,- voor het kalenderjaar 2025.

    • d.

      Voor het NAEP, opgave 5, zoals opgenomen in artikel 5, onderdeel a, sub onderdeel iv:

      • 1.

        € 1.000.000,- voor de periode 2025-2026.

      • 2.

        € 200.000,- voor de periode 2025-2026.

      • 3.

        € 1.000.000,- voor de periode 2025-2026.

    • e.

      Voor de MRA-agenda zoals opgenomen in artikel 5, onderdeel b, sub onderdeel i:

      € 2.970.000,- voor het kalenderjaar 2025.

Artikel 7 Verdeelsleutel subsidieplafond

De aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst. Aanvragen moeten worden ingediend via de voorgeschreven formulieren van het subsidieloket en worden alleen in behandeling genomen als ze volledig zijn.

Artikel 8 De aanvrager

In aanvulling op artikel 5 van de ASA 2023 kan subsidie worden aangevraagd door een penvoerder met volledige rechtsbevoegdheid die deelneemt aan een samenwerkingsverband.

Artikel 9 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:

  • a.

    In het geval van een aanvraag door een samenwerkingsverband, een overeenkomst waarin het doel van de samenwerking en de taken en de bijdragen van de deelnemende partijen zijn vastgelegd;

  • b.

    In het geval van een subsidieaanvraag voor een bedrag groter dan € 200.000,- een analyse hoe het project zich verhoudt tot de staatssteunregels als neergelegd in artikel 107 van het Verdrag Betreffende de Werking van de Europese Unie en onderliggende regelgeving.

  • c.

    Bij een aanvraag tot € 300.000 kan de aanvrager verzocht worden een de-minimisverklaring te overleggen.

  • d.

    In het geval van een subsidieaanvraag op basis van artikel 5, lid 2, een positief advies van het BO platform Economie

Artikel 10 Aanvraagtermijn

Een aanvraag om een subsidie kan worden ingediend vanaf de dag nadat het subsidieplafond voor de betreffende periode is bekendgemaakt en zolang het subsidieplafond nog niet is bereikt.

Artikel 11 Beslistermijn

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de ASA 2023 beslist het college op een aanvraag voor een eenmalige subsidie binnen twaalf weken na ontvangst van een volledige subsidieaanvraag.

Artikel 12 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 8 van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als:

  • a.

    er geen subsidieplafond is vastgesteld voor de periode waarop wordt aangevraagd;

  • b.

    het geen bijdrage levert aan de doelstellingen van NAEP of de MRA agenda 2025-2028;

  • c.

    de activiteiten niet vallen onder de subsidiabele activiteiten;

  • d.

    gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet kostenefficiënt werkt;

  • e.

    de aanvraag neerkomt op individuele bedrijfsondersteuning of ondersteuning van commerciële activiteiten;

  • f.

    het project geen markt- of systeemimperfectie adresseert en geen lacune vult in de economische structuur van Amsterdam en de MRA;

  • g.

    het project en de activiteiten onvoldoende duurzaam worden uitgevoerd;

  • h.

    het project niet voldoet aan het triple helix uitgangspunt, dat het project is ontstaan vanuit, of dient ter verbetering van, de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen met als doel om innovatie te bevorderen en economische groei te realiseren;

  • i.

    het project niet toekomstbestendig is en het aannemelijk is dat het na afloop van de subsidieperiode niet zal of kan worden voortgezet zonder subsidie van het college;

  • j.

    het project geen SMART opgestelde realiseerbare doelstellingen bevat die bijdragen aan economische doelstellingen in Amsterdam of de MRA;

  • k.

    in het geval van een aanvraag op grond van 5, onderdeel b, de MRA-agenda: als de MRA geen positief advies heeft gegeven.

Artikel 13 Aanvullende voorwaarden

  • 1. Voorwaarden voor toekenning van subsidie op grond van de NAEP (artikel 5, onderdeel a) zijn:

    • a.

      dat voor elke euro verleende subsidie minimaal twee euro via cofinanciering wordt bijgedragen. Hiervan kan alleen beargumenteerd worden afgeweken indien de aanvrager aannemelijk maakt dat externe financiering niet in deze mate haalbaar is;

    • b.

      dat de aangevraagde subsidie minimaal € 100.000 en maximaal € 500.000 bedraagt;

    • c.

      dat de maximale projectduur 4 jaar bedraagt.

  • 2. Voor opgave 5 van de NAEP (artikel 5, onderdeel a, sub onderdeel iv; het faciliteren van een gezonde arbeidsmarkt) geldt bovendien als voorwaarden voor de toekenning van subsidie:

    • a.

      dat er meerdere private partners meedoen (met intentieverklaring);

    • b.

      dat er (meetbare) resultaatafspraken worden gemaakt over de impact;

    • c.

      dat er een plan is om de innovatieve oplossing te verduurzamen en te borgen in het onderwijs of elders.

Artikel 14 Overgangsbepaling en inwerkingtreding

  • 1. De Subsidieregeling Economische Structuur- en Arbeidsmarktversterking 2024 wordt ingetrokken.

  • 2. Een aanvraag die is gedaan vòòr inwerkingtreding van de SESA 2025, wordt afgedaan overeenkomstig de bepalingen van de SESA 2024. Ook een vaststelling van subsidie die verleend is onder de SESA 2024 wordt afgedaan volgens de bepalingen van de SESA 2024.

  • 3. De regeling treedt in werking op de dag na bekenmaking in het Gemeenteblad

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: SESA 2025.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 18 maart 2025

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris

Peter Teesink

Toelichting

Deze Subsidieregeling is een actualisatie van de Subsidieregeling Economische Structuur en Arbeidsmarktversterking 2024. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • -

    Artikel 5, eerste lid: de beleidsdoelen van het college in het NAEP zijn bijgewerkt (met de bijbehorende subsidieplafonds in artikel 6) en hernoemt naar artikel 5, onderdeel a;

  • -

    Artikel 5, tweede lid: de HIP-subsidies zijn gestopt (Herstel- en Investeringsprogramma 2021-2024);

  • -

    Artikel 5, derde lid: de regionale middelen zijn aangepast naar de nieuwe MRA-agenda en hernoemt naar artikel 5, onderdeel b.

Het doel van de SESA is om een wettelijke grondslag te bieden voor subsidies op het werkterrein van de directie Economische Zaken en Cultuur voor zover deze subsidies beogen de economische structuur en arbeidsmarkt binnen de gemeente en/of de Metropoolregio Amsterdam te stimuleren en te bevorderen.

De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA 2023) bevat algemene bepalingen voor subsidieverleningen in Amsterdam. Deze algemene bepalingen zijn van toepassing, tenzij de SESA 2025 daar uitdrukkelijk van afwijkt (artikel 2). De SESA 2025 geeft regels voor een aantal subsidieactiviteiten op het terrein van Economie. Rechtspersonen kunnen een aanvraag indien bij het Subsidiebureau, maar hen wordt uitdrukkelijk gevraagd eerst contact op te nemen met EZC over een potentiële aanvraag. De directie Economische Zaken en Cultuur zal namens het College beoordelen of de aanvragen voor subsidie in aanmerking komen.

Kenmerkend aan de subsidies die beogen de economische structuur en arbeidsmarkt van de gemeente en/of de Metropoolregio Amsterdam te verstevigen is dat het geen ‘dertien in een dozijn subsidies’ zijn. De vraag of een bepaald project tot economische structuurversterking, bijvoorbeeld in de vorm van een concrete economische ontwikkeling of innovatie zal leiden is niet op voorhand te bepalen aan de hand van een aantal criteria die zich eenvoudigweg met ja of nee laten beantwoorden. Aan het college komt in dit kader daarom ook een ruime discretionaire bevoegdheid toe bij het bepalen of een bepaald project al dan niet voor subsidie in aanmerking komt. Uiteraard dient het college daarbij de vereiste zorgvuldigheid te betrachten. Het college zal pas tot subsidiëring kunnen overgaan als het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd een bijdrage levert aan de realisatie van de door de raad vastgestelde beleidsdoelstellingen. Voor regionale MRA projecten wordt alvorens een besluit te nemen eerst advies ingewonnen bij het BO Platform Economie.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Definities

De Metropoolregio Amsterdam - kortweg MRA - is het informele samenwerkingsverband van 30 gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de Vervoerregio Amsterdam. De MRA strekt zich uit van IJmuiden tot Lelystad en van Purmerend tot Haarlemmermeer. Het samenwerkingsverband richt zich met name op economisch-, ruimtelijk- bereikbaarheidsbeleid. Ieder beleidsveld staat onder aansturing van een zogenoemd Bestuurlijk Platform waarin de wethouders en gedeputeerden zitting hebben. Zie www.metropoolregioamsterdam.nl.

In het Coalitieakkoord ‘Amsterdams Akkoord’ is opgenomen: “Omdat we willen dat het met alle Amsterdammers goed gaat, nu en in de toekomst, kiezen we er in dit akkoord voor om vooral te investeren op die plekken en in die opgaven waar onze steun het hardste nodig is en waar we samen het grootste verschil kunnen maken.”

Uiteraard dienen de doelstellingen van het project SMART geformuleerd te zijn. Voor iedere investering stelt de indiener bij voorkeur in overleg met de directie Economische Zaken en Cultuur op wat de concrete, meetbare en realiseerbare doelstellingen zijn. Vervolgens worden deze doelstellingen en het behalen ervan een expliciet onderdeel van de voorwaarden van de subsidiebeschikking die namens het college wordt afgegeven - doelstellingen zoals die zijn verwoord in artikel 3 van deze regeling.

Artikel 3 en 5 Doel subsidieregeling en Subsidiabele activiteiten

De regeling bestaat uit twee belangrijke onderdelen, namelijk het NAEP (collegedoelen) en de MRA (doelen van de metropoolregio). Het college kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die bijdragen aan één van deze twee onderdelen.

1. Een nieuw Amsterdams Economisch Peil (NAEP) en de Uitvoeringsagenda 2023-2026

De regeling betreft het subsidie-instrument voor de onderdelen van de vijf opgave-agenda’s van Economische Zaken en Cultuur zoals verwoord in de Visie ‘Een nieuw Amsterdams Economisch Peil’ en de bijbehorende Uitvoeringsagenda 2023-2026. De Visie ‘Een nieuw Amsterdams Economisch Peil’ is vastgesteld in de gemeenteraad van 29 november 2023 en is te vinden via de link: https://openresearch.amsterdam/nl/page/102086/een-nieuw-amsterdam-economisch-peil.

De uitwerkingen van de vijf opgaven zijn gespreid in de tijd aangeboden ter vaststelling in het College en de gemeenteraad. Jaarlijks wordt er een subsidieplafond gekoppeld aan de subsidiabele activiteiten waarmee aanvragers voorstellen kunnen indienen tot de hoogte van het plafondbedrag. Subsidie kan worden gegeven voor projecten die bijdragen aan één van de vijf gemeentelijke opgaven en die zorgen voor brede welvaart, welzijn en ontwikkelpotentieel en arbeidskansen voor iedereen in de stad. Het verschilt per jaar voor welke van de vijf opgaves subsidie ter beschikking wordt gesteld.

Voorwaarde voor toekenning is dat voor elke euro verleende subsidie er minimaal twee euro via cofinanciering wordt bijgedragen (zie artikel 13, Aanvullende verplichtingen). Hiervan kan alleen beargumenteerd worden afgeweken indien de aanvrager aannemelijk maakt dat externe financiering niet in deze mate haalbaar is. De subsidie kan worden verleend voor vier van de volgende vijf opgaven:

  • 1.

    Het stimuleren van succesvol ondernemen voor community-based ondersteunen van commerciële en ondernemersvaardigheden van ondernemers in de creatieve- of kunstsector in Zuidoost, Noord of Nieuw-West met als doel inkomensgroei en bestaanszekerheid tot 150% van het wettelijk sociaal minimum.

  • 2.

    Het versterken en eerlijker spreiden van de innovatie-impact economie in de integrale aanpak stadsdelen door het creëren van plekken, zogenaamde incubators, in de wijken waar ondernemers kunnen werken en leren.

  • 3.

    Activiteiten om ruimte voor werk en voorzieningen te creëren. Hiervoor kan geen subsidie worden aangevraagd.

  • 4.

    Activiteiten in het kader van de energietransitie en verduurzaming.

  • 5.

    Het ontwikkelen, opschalen en verduurzamen van de publiek private samenwerkingen tussen de onderwijsinstellingen (mbo- en hbo-instellingen), overheid en bedrijfsleven om de:

    • a.

      de arbeidsmarktpositie en wendbaarheid van huidig en toekomstig personeel (mbo studenten) te verbeteren;

    • b.

      diversiteit en inclusie te bevorderen en arbeidsmarktdiscriminatie te bestrijden;

    • c.

      werkgevers (in cruciale sectoren) te ondersteunen bij het tegengaan van personeelstekorten, waarbij de nadruk ligt op innovatie, de aansluiting met het onderwijs en het vergroten van de economische impact van de energietransitie.

Ad Opgave 1: Het stimuleren van succesvol ondernemen in buurt, regio en op internationaal niveau.

De regeling biedt de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor het community-based ondersteunen van ondernemers in de creatieve- of kunstsector in de stadsdelen Zuidoost, Nieuw-West en Noord voor commerciële en ondernemersvaardigheden en activiteiten met als doel inkomensgroei en bestaanszekerheid tot 150% van het wettelijk sociaal minimum. De opgave agenda is vastgesteld in de gemeenteraad van 29 mei 2024 en is te vinden via de link: Agenda voor Amsterdams Ondernemerschap - openresearch.amsterdam.

Ad Opgave 2: Het versterken van innovatieve ecosystemen die bijdragen aan brede welvaart / maatschappelijke opgaven.

De opgave agenda is vastgesteld in de gemeenteraad van 29 november 2023 en is te vinden via de link: https://openresearch.amsterdam/nl/page/102088/opgaveplan-ecosystemen.

De agenda richt zich op het versterken van de innovatieve en impact ecosystemen in Amsterdam. Beide zijn van wezenlijk belang voor een vitale en sociale economie in Amsterdam, en daarmee voor de toekomst van de stad. De innovatie-economie is belangrijk voor het aanpassings- en verdienvermogen van de stad en genereert de nieuwe ideeën die nodig zijn om bij te dragen aan de grote transities (energie, circulair, eiwit/voedsel, digitaal). De impact economie is van belang voor de transitie naar een meer sociale en ecologisch duurzame economie. En beiden werken aan vernieuwing van de economie.

Doel van het versterken en eerlijker spreiden van de impact en innovatie economie is het succes van de impact en innovatie economie te laten landen op plekken waar dat momenteel niet vanzelfsprekend is en bij groepen die nu ondervertegenwoordigd zijn: het stimuleren van diverse en inclusieve ecosystemen.

Niet iedereen in Amsterdam profiteert in gelijk mate van de almaar doorgroeiende innovatie en impact economie. Met name in de stadsdelen buiten de ring (Nieuw-West, Zuidoost en Noord) zijn er relatief weinig activiteiten die bijdragen aan, of profiteren van, het impact en innovatie ecosysteem in de stad. Ondernemers uit Centrum, Oost, West en Zuid zijn in de belangrijkste netwerken voor impact én innovatief ondernemerschap sterker vertegenwoordigd dan ondernemers uit Nieuw-West, Zuidoost & Noord.

Subsidie kan worden verleend aan projecten die bijdragen aan een goede koppeling met de ambities van de masterplannen. Gezamenlijk bouwen we verder aan community-driven ondernemerschap in wijken.

Ad Opgave 3 Ruimte voor werk en voorzieningen.

De opgave agenda is vastgesteld in de gemeenteraad van 29 mei 2024 en is te vinden via de link: Agenda voor Amsterdams Ondernemerschap - openresearch.amsterdam. Vanuit deze opgave agenda kunnen geen subsidies worden verleend.

Ad Opgave 4 Het versnellen van de energietransitie en het verduurzamen van de economie.

Amsterdam zet zich in voor de transitie naar een fossielvrije en circulaire economie, waarin grondstoffen op een efficiënte en duurzame manier worden gebruikt, de CO2-uitstoot drastisch wordt verminderd en schonere leefomgeving wordt gecreëerd. Dit beleid is in verschillende programma's en agenda's vastgelegd, zoals de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 en de Uitvoeringsagenda Amsterdam Circulair 2023 –2026.

Door innovatieve oplossingen te stimuleren werkt de stad aan een toekomstbestendige economie. Via deze regeling richt de gemeente zich specifiek op het ondersteunen van innovatieve projecten en samenwerkingen die gericht zijn op het versnellen van de energietransitie en het verduurzamen van de economie.

Subsidie kan worden verleent aan projecten die bijdragen aan: 1) een gebiedsgerichte aanpak ten behoeve van verduurzaming van bedrijventerreinen 2) de bevordering van kennis & innovatie ten behoeve van de (industriële) energietransitie in het Noordzeekanaalgebied en de haven van Amsterdam; 3) de ondersteuning van de ontwikkeling en realisatie van fieldlabs en incubators in het Noordzeekanaalgebied en de haven van Amsterdam, gericht op het versnellen van de energietransitie en/of de ontwikkeling van circulaire industrie, en 4) digitale, juridische, financiële en technologische innovaties om de Amsterdamse doelstellingen op het gebied van de circulaire economie te realiseren. Deze innovaties dienen samenwerking in een (product)keten te stimuleren om circulaire bedrijfsmodellen te normaliseren en/of negatieve milieueffecten gerelateerd aan grondstoffen aantoonbaar te verminderen in de keten.

Projecten dienen gericht te zijn op één of meer van de circulaire businessmodellen gedefinieerd door de Europese Investeringsbank (zie European Investment Bank Circulair Economy Guide : https://www.eib.org/en/publications/20230140-the-eib-circular-economy-guide): circulair ontwerp en productie, circulair gebruik, circulaire waardeterugwinning en circulaire ondersteuning.

Ad Opgave 5 Uitvoeringsagenda onderwijs & arbeidsmarkt.

De opgave agenda is vastgesteld in de gemeenteraad van 7 juni 2023 in samenhang met de MBO agenda 2023-2027 en is te vinden via de link:

https://openresearch.amsterdam/nl/page/96564/mbo-agenda-2023-2025

Subsidie kan worden verleend aan arbeidsmarktprojecten (ook publiek-private samenwerkingen), die bijdragen aan de transitie naar de gewenste sociale, duurzame en inclusieve economie. Hierbij versterken wij samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, met als doelen: het stimuleren van arbeidsmarktinnovatie, het bevorderen van goed werkgeverschap en het vergroten van wendbaarheid van zowel werkgevers als (toekomstig) werknemers.

Zo ondersteunen wij werkgevers met hun HR vraagstukken die werken aan concrete en urgente maatschappelijke opgaven in de stad. En werkgevers die kansen bieden aan alle Amsterdammers. Dit doen we door samenwerkingen op te zetten en te ondersteunen gericht op onderwijs arbeidsmarkt trajecten. Anders gezegd: een sociaal rechtvaardige, ecologische, veilige en economisch vitale samenleving heeft een inclusieve, duurzame en innovatieve arbeidsmarkt en economie nodig. Brede welvaart is daarbij de uitkomst van economie.

2. De MRA agenda 2025-2028

Binnen de MRA wordt intensief samengewerkt op economisch gebied om grootstedelijke economische uitdagingen aan te gaan en om economische structuurversterking te bevorderen. Deze samenwerking krijgt vorm in het Bestuurlijk Overleg (BO) Platform Economie. In het BO Platform Economie zetelen de wethouders Economische Zaken van de grotere MRA-gemeenten (mede namens hun deelregio’s) en de gedeputeerden Economische Zaken van de deelnemende provincies. Op basis van een jaarlijks vast te stellen begroting kan het BO Platform Economie besluiten nemen over de inzet van middelen, inclusief het beschikbaar stellen van subsidies.

De gemeente Amsterdam is om administratieve redenen door de MRA aangewezen als beheerder van de regionale middelen. Dit betekent dus dat als uit het regionaal budget MRA bestedingen worden gedaan middels subsidie, het college van de gemeente Amsterdam het bestuursorgaan is dat de subsidie verleent en vaststelt. De materiële beslissing of de subsidie wordt verleend, berust evenwel in de kern bij het BO Platform Economie. Bij een positief besluit door het BO Platform Economie zal het college alleen subsidieverlening weigeren als sprake is van een beoordelingsfout, conform haar wettelijke verplichting ex artikel 3:9 Awb. Het college kan voorts alleen subsidie verlenen als daaraan een positief advies van het BO Platform Economie ten grondslag ligt. De raad heeft bij besluit van 5 juni 2012 (gemeenteblad 13 juli 2012, afdeling 3a nr.105/531) met deze systematiek voor de inzet van regiomiddelen ingestemd.

Het BO Platform Economie wenst subsidie te kunnen verstrekken aan projecten die bijdragen aan de realisatie van de MRA agenda, waaronder:

  • a.

    De samenwerking verder versterken;

  • b.

    Werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone MRA-economie;

De subsidieaanvrager dient in een voorstel te omschrijven hoe subsidieverlening voor het project tegemoet komt aan de ontwikkelrichtingen en de daarbij behorende acties als neergelegd in de MRA Agenda. Via deze regeling worden uitsluitend de subsidies verleend die niet via één van de andere deelnemende overheden uitgevoerd kunnen worden. Benadrukt wordt dat het college slechts subsidie kan verstrekken als de subsidieaanvrager een positief advies van Platform Economie kan overleggen.

Artikel 4 Subsidiabele kosten

Als in de aanvraag personele kosten zijn opgenomen, dan geldt een uurtarief van € 60,-. Het vaste uurtarief is een vergoeding voor de loonkosten en de indirecte-, of overheadkosten van uw organisatie. Als de subsidieaanvrager beschikt over een door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland goedgekeurde ‘eigen verklaring betreffende de IKS (Integrale Kostensystematiek), dan kan worden gekozen voor het gebruik van deze IKS. Meer informatie hierover is te vinden op de site van de RVO.

In uw administratie moet het aantal gewerkte uren door uw projectmedewerkers en de kosten van apparatuur, materialen en derden (facturen) duidelijk terug te vinden zijn. Een verantwoording over de werkelijke loonkosten van de medewerkers die aan het project werken is niet nodig.

Als geen controleverklaring van de accountant hoeft wordt overgelegd kan worden gevraagd om urenstaten te overleggen bij de verantwoording van de subsidie. Op grond van artikel 18, derde lid, van de ASA 2023 kan bij een subsidie van meer dan €250.000,- een controleverklaring worden gevraagd.

Artikel 6 Subsidieplafond

Met dit artikel worden subsidieplafonds vastgesteld per periode en activiteit. Subsidie kan worden aangevraagd de dag nadat de regeling gepubliceerd is in het Gemeenteblad. Voor de activiteiten/periodes waarvoor geen subsidieplafond is vastgesteld kan geen subsidie worden aangevraagd. Het is mogelijk dat het subsidieplafond in de loop van een periode wordt aangepast (verhoogd of verlaagd). Daarbij worden de wettelijke voorschriften van de Algemene wet bestuursrecht (met name artikel 4:25 en verder) in acht genomen.

Artikel 7 Verdeelsleutel subsidieplafond

Het wordt potentiële aanvragers aangeraden om voorafgaand van het doen van een aanvraag contact op te nemen met de beleidsafdeling van de directie Economische Zaken en Cultuur via het mailadres: subsidievoorstel_ez@amsterdam.nl of direct met de contactpersoon die uitvoering geeft aan één van de opgaven.

Een aanvraag moet worden ingediend via het subsidieloket met de daarvoor beschikbaar gestelde formulieren (zie ook artikel 6, eerste lid, van de ASA 2023).

Artikel 9 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

Bij subsidieaanvragen boven het bedrag van € 200.000 is de aanvrager gehouden aan te tonen dat de subsidie verleend kan worden volgens een van de vrijstellingsmogelijkheid zoals vermeld op de website van Europa Decentraal (lid b van artikel 9). Bij een aanvraag tot € 300.000 kan de aanvrager verzocht worden een de-minimisverklaring te overleggen. Als subsidieverlening leidt tot staatssteun en er geen vrijstelling van toepassing is, dient het college de subsidie terug te vorderen. De subsidieaanvrager dient bij de aanvraag middels een analyse duidelijk te maken hoe dit risico wordt ondervangen. De ingediende analyse wordt getoetst door het college. Als het college voornemens is subsidie te verlenen wordt in samenspraak met de subsidieaanvrager bepaald hoe de subsidie in lijn met de staatssteunregels wordt verleend.

In het kader van de SESA is met name van belang dat de subsidieaanvrager in de analyse toelicht hoe naar zijn inzicht de aanvraag zich verhoudt tot: Artikel 107 e.v. van het Verdrag Betreffende de Werking van de Europese Unie (PbEU 2012, C 326/91e.v.), de Mededeling betreffende het begrip staatssteun (PbEU 2016, C 262/1), de Groepsvrijstellingsverordening (PbEU 2014, L/187/1), de De-minimisverordening (PbEU 2013, L 352/1), de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2014, C 198/2) en het Vrijstellingsbesluit Diensten van Algemeen Economisch Belang (PbEU 2012, L 7/3).

Artikel 10 Aanvraagtermijn

Vanaf de dag na publicatie van deze regeling, kunnen aanvragen worden ingediend. Voor de activiteiten en periodes waarvoor met deze regeling nog geen subsidieplafond is vastgelegd en dus geen geld beschikbaar is, kan op een later moment door het College een subsidieplafond worden vastgesteld. Aanvragen kunnen ook dan worden ingediend vanaf de dag na publicatie van het desbetreffende subsidieplafond. Zolang het subsidieplafond voor een activiteit niet is bereikt kan een aanvraag worden ingediend.