Beleidsregels tijdelijke gedoogconstructie Kansgroep gemeente Nieuwegein 2025

Geldend van 27-03-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels tijdelijke gedoogconstructie Kansgroep gemeente Nieuwegein 2025

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Nieuwegein

Overwegende dat het college de ontwikkeling van het jonge kind wilt bevorderen. Steeds meer Integrale Kind Centra peuter-kleutergroepen zien als een manier om een soepele overgang naar het reguliere onderwijs en ononderbroken ontwikkellijn van kinderen met een ontwikkelingsachterstand te bevorderen. De belangstelling voor peuter-kleutergroepen groeit, maar de huidige wettelijke kaders weinig ruimte bieden. Om het mogelijk te maken te experimenteren met peuter-kleutergroepen door middel van een tijdelijke pilot, voor zover deze peuter-kleutergroepen strijdig is met het bepaalde bij of krachtens de Wet kinderopvang en daarop gebaseerde regelgeving, deze strijdigheden te gedogen.

Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op de artikelen 1.61 lid 1, 1.65 lid 1, 1.66 en 1.72 lid 1 Wet kinderopvang;

Besluiten:

  • 1.

    Beleidsregels tijdelijke gedoogconstructie Kansgroep gemeente Nieuwegein 2025 vast te stellen;

  • 2.

    Beleidsregels tijdelijke gedoogconstructie Kansgroep gemeente Nieuwegein 2025 de dag na bekendmaking in werking te laten treden;

  • 3.

    De raad schriftelijk kennis te laten nemen van de vastgestelde beleidsregels tijdelijke gedoogconstructie Kansgroep gemeente Nieuwegein 2025.

Artikel 1 Definitiebepaling Kansgroep

In dit besluit wordt onder Kansgroep verstaan: het bieden van een combinatie van dagopvang en primair onderwijs in één gezamenlijke stamgroep, met inzet van een beroepskracht uit de kinderopvang en een leerkracht uit het primaire onderwijs, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen vanaf de leeftijd van 3 jaar en 6 maanden tot de leeftijd van 6 jaar.

Artikel 2 Reikwijdte

  • 1. Deze Beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving specifiek ten behoeve van een Kansgroep, welke enkel na instemming van het bevoegde gezag geëxploiteerd mag worden.

  • 2. De bepalingen in deze Beleidsregel voorzien in een kader om ten behoeve van de handhaving op overtredingen van de in de bepalingen genoemde onderwerpen van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving, specifiek ten behoeve van de Kansgroep af te wijken.

  • 3. Behoudens de afwijkende bepalingen waarin deze Beleidsregel voorzien, blijft de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving voor het overige overeenkomstig van toepassing.

Artikel 3 Duur

Deze Beleidsregels gelden voor de duur van twee jaar vanaf de datum van inwerkingtreding en vervallen van rechtswege, tenzij het college anders besluit.

Artikel 4 Vormen van handhaving

Bij het uitvoeren van deze beleidsregels heeft het college de volgende mogelijkheden:

  • 1.

    Het college zal een strijdigheid gedogen en besluiten niet handhavend op te treden, indien:

    • a.

      er een overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving plaatsvindt ten behoeve van de Kansgroep; en

    • b.

      Deze overtreding ziet op de in deze Beleidsregels genoemde bepalingen en voorwaarden.

  • 2.

    Het college kan overeenkomstig de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Nieuwegein 2019 handhavend optreden tot minimaal aan de in deze Beleidsregels genoemde bepalingen en voorwaarden wordt voldaan, indien:

    • a.

      er een overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving plaatsvindt ten behoeve van de Kansgroep; en

    • b.

      deze overtreding ziet op de in deze Beleidsregels genoemde bepalingen en voorwaarden; en

    • c.

      deze overtreding tevens in afwijking is van de in deze Beleidsregels genoemde bepalingen en voorwaarden.

  • 3.

    Het college kan tevens overeenkomstig de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Nieuwegein 2019 handhavend optreden, indien:

    • a.

      er een overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving plaatsvindt; en

    • b.

      deze overtreding niet ziet op de in deze Beleidsregels genoemde bepalingen en voorwaarden.

Artikel 5 Gelijkstellen definitiebepalingen dagopvang en beroepskracht

  • 1. Het college stelt voor de invulling van de bepalingen bij of krachtens de Wet kinderopvang, ten behoeve van de handhaving, de definitiebepaling van de Kansgroep, zoals omschreven in artikel 1 van deze Beleidsregels, gelijk aan de begripsbepaling van dagopvang, zoals omschreven in artikel 1 van het Besluit kwaliteit kinderopvang.

  • 2. Het college stelt voor de invulling van de bepalingen bij of krachtens de Wet kinderopvang, ten behoeve van de handhaving, de inzet van een persoon die benoemd is in een functie voor het geven van onderwijs en die werkzaam is bij de deelnemende school, bezoldigd is en belast is met het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, gelijk aan de begripsbepaling van beroepskracht, zoals omschreven in artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet kinderopvang.

Artikel 6 VE-certificering

De op de Kansgroep in te zetten beroepskrachten, waaronder overeenkomstig artikel 4, tweede lid van deze Beleidsregels mede wordt verstaan een persoon die benoemd is in een functie voor het geven van onderwijs en die werkzaam is bij de deelnemende school, bezoldigd is en belast is het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, zijn te allen tijde in het bezit van de benodigde certificeringen voor het aanbieden van voorschoolse educatie.

Artikel 7 Gelijkstellen overeenkomsten kleuterleeftijden

Het college stelt voor de invulling van de bepalingen bij of krachtens de Wet kinderopvang, ten behoeve van de handhaving, de inschrijvingen van de kinderen vanaf de leeftijd van 4 jaar tot de leeftijd van 6 jaar bij de deelnemende school, gelijk aan het hebben van een overeenkomst met de houder van een kindercentrum en de ouder, zoals bedoeld in artikel 1.52 van de Wet kinderopvang.

Artikel 8 Groepsgrootte en aantal beroepskrachten

  • 1. De maximale grootte van deze stamgroep wordt vastgesteld op 16 kinderen.

  • 2. Er mogen maximaal 8 kinderen in de leeftijd van 3 jaar en 6 maanden tot 4 jaar gelijktijdig in deze stamgroep worden opgevangen.

  • 3. In afwijking van het eerste lid mag de maximale grootte van deze stamgroep met maximaal 2 extra kinderen worden overschreden tot een groepsgrootte van maximaal 18 kinderen, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 3 weken rondom de voor het gebied Midden-Nederland vastgestelde vakantieperiodes, ten tijde van:

    • a.

      de voorjaarsvakantie;

    • b.

      de zomervakantie;

    • c.

      de kerstvakantie.

  • 4. Gedurende de aaneengesloten periode van maximaal 3 weken rondom de periodes zoals benoemd in het derde lid, wordt ten behoeve van de verhouding tussen het minimale aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in deze stamgroep en de daaraan verbonden rekenregels, het maximale aantal kinderen als opgenomen in tabel 1 in bijlage 1, onderdeel a, van het Besluit kwaliteit kinderopvang tevens verhoogd naar maximaal 18 kinderen.

  • 5. Gedurende de aaneengesloten periode van maximaal 3 weken rondom de periodes zoals benoemd in het derde lid, bedraagt de verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in een groep waaraan voorschoolse educatie wordt aangeboden ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per negen kinderen.

  • 6. Gedurende de aaneengesloten periode van maximaal 3 weken rondom de periodes zoals benoemd in het derde lid, bestaat een groep kinderen waaraan voorschoolse educatie wordt aangeboden uit ten hoogste 18 feitelijk aanwezige kinderen.

  • 7. In afwijking van het derde tot en met het zesde lid, mogen op woensdag de gehele dag en op de overige doordeweekse dagen na 12:15 uur, enkel de aanwezige kinderen vanaf 4 jaar door de beroepskracht, die benoemd is in een functie voor het geven van onderwijs en die werkzaam is bij de deelnemende school, bezoldigd is en belast is met het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, zelfstandig worden opgevangen.

Artikel 9 Beëindiging Kansgroep

  • 1. Het college behoudt zich te allen tijde het recht om op basis van de Wet kinderopvang de Kansgroep te beëindigen, wanneer er zorgen zijn over de veiligheid en gezondheid van de kinderen.

  • 2. De houder van een kindercentrum die met instemming van het bevoegd gezag een Kansgroep in exploitatie heeft en deze Kansgroep wenst te beëindigen, dient hiervoor een verzoek in bij het college.

  • 3. Het college stelt na een verzoek als bedoeld in het tweede lid een datum vast waarop de Kansgroep beëindigd zal worden. De houder van een kindercentrum dient deze beëindigingsdatum in acht te nemen.

  • 4. Indien het college besluit de pilot ten behoeve van de Kansgroep niet voort te zetten, wordt onverwijld de Kansgroep beëindigd.

Artikel 10 Evaluatie tijdelijke gedoogconstructie

  • 1. Deze beleidsregels worden minimaal jaarlijks geëvalueerd.

  • 2. Bij de evaluatie neemt het college ook wijzigingen in de van toepassing zijnde wet- en regelgeving in acht.

  • 3. Het college kan na evaluatie van deze beleidsregels besluiten deze beleidsregels te wijzigen dan wel in te trekken.

Artikel 11 Slotbepaling

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels gedoogconstructie Kansgroep gemeente Nieuwegein 2025’.

Ondertekening

Toelichting

Algemene toelichting

Het college wil de ontwikkeling van het jonge kind bevorderen. Steeds meer IKC’s zien peuter-kleutergroepen als een manier om een soepele overgang naar het reguliere onderwijs en ononderbroken ontwikkellijn van kinderen met een ontwikkelingsachterstand te bevorderen. Voorgaande door middel van het verbreden van het groepsaanbod voor VE kinderen middels een Kansgroep waar zowel peuters als kleuters aan deelnemen (3 jaar en zes maanden tot 6 jaar). Het gaat om aanbod voor kinderen die extra ondersteuning en iets meer tijd nodig hebben om hun opgelopen achterstand in te lopen, maar wel na ongeveer een jaar kunnen doorstromen naar het reguliere onderwijs. Het gaat in dit geval om de verbinding tussen de voor- en vroegschool.

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Binnen de peutergroepen zien houders een toename van peuters met een grotere ondersteuningsbehoefte. Deze kinderen hebben vaak langer de tijd nodig om zich, in eigen tempo te ontwikkelen en zich voor te bereiden op het (reguliere)onderwijs. Door deze kinderen vanaf 3 jaar en zes maanden gebruik te laten maken van de Kansgroep krijgen kinderen, in een vertrouwde omgeving, alle kansen om zich voor te bereiden op deze overgang. Spelend leren en lerend spelen; binnen peutergroepen wordt er op een andere manier educatie geboden dan binnen het onderwijs. Voor kinderen vanaf vier jaar is dit dan ook een grote overgang. Door kinderen van 3 jaar en zes maanden samen te begeleiden in de Kansgroep, en de verschillende manieren van leren te bieden, is er geen harde knip meer tussen het onderwijs en kinderopvang. Daarmee wordt we de zelfstandigheid en vertrouwen van de kinderen vergroot en het biedt meer ruimte en begeleiding op maat. Peuteropvang en onderwijs sluiten beter op elkaar aan, en zorgt daarmee ook voor een soepelere overgang. Daarnaast gaat informatie minder verloren waardoor er beter kan worden ingesprongen op de ontwikkeling van het jonge kind.

De belangstelling voor peuter-kleutergroepen groeit, maar de huidige wettelijke kaders bieden weinig ruimte. Om het mogelijk te maken te experimenteren met een peuter-kleutergroep door middel van een pilot, wordt met deze beleidsregels voorzien in een tijdelijke gedoogconstructie voor zover deze peuter-kleutergroep strijdig is met het bepaalde bij of krachtens de Wet kinderopvang en daarop gebaseerde regelgeving.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

In dit artikel wordt de definitieomschrijving van de Kansgroep uiteengezet.

Artikel 2

In dit artikel wordt de reikwijdte van deze beleidsregels uiteengezet. Deze beleidsregels voorzien in een constructie waardoor er in de praktijk geëxperimenteerd kan worden met een zogenoemde peuter-kleutergroep, omdat de groep op zichzelf op meerdere fronten strijdig is met bestaande wet- en regelgeving.

Artikel 3

In dit artikel wordt de duur van deze beleidsregels bepaald. De pilot wordt in eerste instantie aangegaan voor twee jaar, waardoor ook deze beleidsregels een tijdelijk karakter hebben. Omdat het college een besluit moet nemen om de pilot eventueel te verlengen, vervallen deze beleidsregels van rechtswege tenzij het college anders besluit.

Artikel 4

In dit artikel worden de vormen van handhaving ten behoeve van deze regeling benoemd.

Eerste lid

In het eerste lid zijn voorwaarden opgenomen, waarbij het bevoegd gezag afziet van handhavend optreden op de overtredingen van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regels die kunnen voortvloeien uit de Kansgroep (gedogen).

Tweede lid

In het tweede lid zijn voorwaarden opgenomen waardoor het bevoegd gezag wel handhavend kan optreden bij overtredingen waarop deze regeling ziet, totdat aan de gestelde bepalingen in deze regeling is voldaan.

Derde lid

In het derde lid is bepaald dat voor de onderdelen waarin deze beleidsregels niet voorzien en er een overtreding van de bij of krachten de Wet kinderopvang gestelde regelgeving plaatsvindt er handhavend kan worden opgetreden. Dit komt omdat, behoudens de afwijkende bepalingen waarin deze Beleidsregel voorzien, de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving voor het overige overeenkomstig van toepassing blijft.

Artikel 5

Eerste lid

Er is sprake van een stamgroep waarin gecombineerd peuters (kinderopvang) en kleuters (regulier basisonderwijs) in één groep worden opgevangen. Deze stamgroep wijkt af van de Wet kinderopvang. Een stamgroep in de dagopvang bestaat volgens de definitiebepalingen namelijk uit kinderen van 0-4 jaar. Door de manier waarop de Kansgroep is vormgegeven - namelijk een vaste groep kinderen op alle dagen, met een eigen stamgroep/ lokaal en vaste professionals (pedagogisch medewerker en een leerkracht) – is de Kansgroep als groep vergelijkbaar met een stamgroep in de zin van de Wet kinderopvang.

Om aan te kunnen sluiten op de wettelijke vereisten die ziet op stamgroepen en dagopvang uit de Wet kinderopvang en daarop gebaseerde regelgeving en daar ook invulling aan te kunnen geven, wijkt het college af van artikel 1 van het Besluit kwaliteit kinderopvang en stelt de Kansgroep, specifiek voor deze groepssamenstelling, gelijk aan de huidige definitiebepaling van dagopvang zoals geformuleerd in het Besluit kwaliteit kinderopvang. Hiermee wordt tevens voorkomen dat er plekken voor kinderen gereserveerd moeten blijven in een andere stamgroep en dat de Kansgroep regelgeving technisch tevens verbonden is aan deze stamgroep.

Tweede lid

In de Kansgroep werken een pedagogisch professional en een leerkracht samen en bieden zij, vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid, een gevarieerd activiteitenaanbod, met een vast dagritme wat afgestemd is op zowel kinderopvang als onderwijs. Beide professionals beschikken over een VE- certificering waardoor zij allebei bevoegd zijn om te werken in de Kansgroep.

Vanuit de definitiebepaling in Wet kinderopvang dient een beroepskracht werkzaam te zijn bij een kindercentrum en vanuit die verhouding ook bezoldigd te worden. Voor de pilot zal er een leerkracht vanuit het onderwijs als beroepskracht op de Kansgroep worden ingezet. De leerkracht is contractueel werkzaam bij de deelnemende school en wordt vanuit die verhouding ook bezoldigd. De leerkracht is derhalve vanuit diplomering en aanvullende certificering bevoegd om in de praktijk ook in de kinderopvang werkzaam te zijn.

Om aan te kunnen sluiten op de wettelijke vereisten zoals genoemd in de Wet kinderopvang en daarop gebaseerde regelgeving en daar ook invulling aan te kunnen geven, wijkt het college af van artikel 1.1, eerste lid van de Wet kinderopvang en stelt de leerkracht die wordt ingezet ten behoeve van de Kansgroep gelijk aan een beroepskracht zoals bedoelt in de definitiebepaling in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang.

Artikel 6

In dit artikel is opgenomen dat de beroepskrachten die op de Kansgroep worden ingezet, waaronder de leerkracht, te allen tijde middels certificering bevoegd moeten zijn om voorschoolse educatie aan te bieden. Voorgaande komt omdat er ook voorschoolse educatie op de Kansgroep zal worden aangeboden. Hierbij wordt aangesloten bij artikel 4 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

Artikel 7

In artikel 1.52 van de Wet kinderopvang is bepaalt dat kinderopvang enkel geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder van een kindercentrum en de ouder. De Kansgroep wordt gefaciliteerd door de houder van een kindercentrum. Omdat de Kansgroep een combinatie is vanuit de disciplines onderwijs en kinderopvang, is er niet voor elk kind in de Kansgroep een overeenkomst tussen de houder en de ouder. In dit artikel wordt daarom in afwijking van artikel 1.52 van de Wet kinderopvang voor de geplaatste kleuters in de Kansgroep ten behoeve van de Wet kinderopvang de inschrijving bij de deelnemende school gelijkgesteld aan het hebben van een overeenkomst met de houder.

Artikel 8

Eerste lid

In dit lid wordt de groepsgrootte van de Kansgroep vastgesteld. Met het maximum aantal van 16 kinderen wordt aangesloten bij de maximale groepsgrootte conform de Wet kinderopvang.

Tweede lid

In dit lid wordt het maximum aantal kinderen in de leeftijd van 3 jaar en 6 maanden tot 4 jaar, die gelijktijdig in de groep aanwezig mogen zijn vastgesteld. Hiermee is aangesloten bij het maximum aantal kinderen die één pedagogisch medewerker conform de Wet kinderopvang onder zich mag hebben.

Derde tot en met zesde lid

Doordat peuters en kleuters gedurende het jaar kunnen instromen maar vanwege de stabiliteit niet gedurende het gehele jaar kunnen uitstromen, kan het ten behoeve van de doorstroming noodzakelijk zijn dat op een aantal momenten in het jaar afgeweken wordt van de maximale groepsgrootte. De Kansgroep heeft drie geplande doorstroommomenten, te weten:

  • 1.

    Na de kerstvakantie

  • 2.

    Na de voorjaarsvakantie

  • 3.

    Na de zomervakantie

Met deze doorstroommomenten sluit het reguliere onderwijs ook beter aan op het aanbod van de Kansgroep. Om tijdens deze doorstroommomenten de stabiliteit te waarborgen en zo min mogelijk af te wijken van de bestaande wet- en regelgeving, is vastgesteld dat voor een beperkte aangesloten periode van maximaal drie weken op deze momenten maximaal 18 kinderen aanwezig mogen zijn in de groep. Het maximum van 8 peuters mag nooit worden overschreden.

Daarnaast blijft door de maximale afwijkingsperiode te stellen op drie weken en de afwijking van de groepsgrootte te beperken tot maximaal twee kinderen meer dan toegestaan (één kind extra per beroepskracht), tijdens deze momenten de inbreuk op de stabiliteit en kwaliteit beperkt en het bieden van verantwoorde opvang gewaarborgd.

Met het kortstondig toestaan van meer kinderen in de groep, wijkt het college af van artikel 9, eerste en tweede lid van het Besluit kwaliteit kinderopvang. Daarmee samenhangend wijkt het college tevens af van artikel 7, eerste en tweede lid van het Besluit kwaliteit kinderopvang, waarin het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten is geregeld.

Daarnaast zal op de Kansgroep ook voorschoolse educatie worden aangeboden. Met de afwijking van de maximale groepsgrootte zal daarom ook worden afgeweken van artikel 3, eerste en tweede lid van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

Zevende lid

In het zevende lid is geregeld dat in de middagen en woensdag de gehele dag enkel de leerkracht zelfstandig op de groep kan staan, aangezien op die momenten er enkel kleuters aanwezig zijn. Hierbij wordt aangesloten bij het primaire onderwijs, maar wijkt het college af van artikel 7, eerste en tweede lid van het Besluit kwaliteit kinderopvang en artikel 3, eerste en tweede lid van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie..

Artikel 9

In dit artikel worden de mogelijkheden om de Kansgroep te beëindigen uiteengezet. Het college blijft te allen tijde bevoegd om de Kansgroep te beëindigen indien er zorgen zijn over de veiligheid en gezondheid van de kinderen. Het college kan direct de Kansgroep beëindigen of hiervoor een beëindigingsdatum vaststellen. Dit sluit aan bij de verantwoordelijkheid die het college heeft om als bevoegd gezag de kwaliteit van kinderopvang en het bieden van verantwoorde kinderopvang te handhaven.

Daarnaast is het denkbaar dat de houder van een kindercentrum zelf de Kansgroep wenst te beëindigen. Vanwege de stabiliteit voor de kinderen is bij beëindiging van de Kansgroep een transitieperiode gewenst, om eventueel in een andere Kansgroep te voorzien. Hierdoor stelt het college een beëindigingsdatum vast. De houder van een kindercentrum is gehouden deze beëindigingsdatum in acht te nemen.

Tot slot wordt de Kansgroep onverwijld beëindigd indien het college besluit de pilot ten behoeve van de Kansgroep niet voort te zetten.

Artikel 10

In dit artikel wordt geregeld dat de beleidsregels minimaal jaarlijks worden geëvalueerd. Dit is noodzakelijk vanwege het experimentele karakter van de Kansgroep en daarmee tevens van deze beleidsregels. Daarnaast zijn de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regels vrij dynamisch, waardoor bijna ieder halfjaar de hogere wetgeving wijzigt. Dit kan ervoor zorgen dat er ook aanpassingen in deze beleidsregels benodigd zijn.

Artikel 11

Dit artikel spreekt voor zich.