Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737021
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR737021/1
Algemene Subsidieverordening Gemeente Lochem 2025
Geldend van 27-03-2025 t/m heden
Intitulé
Algemene Subsidieverordening Gemeente Lochem 2025De raad van de gemeente Lochem
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 december 2024;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
BESLUIT
vast te stellen de Algemene subsidieverordening Gemeente Lochem 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- A.
College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem.
- B.
Raad: raad van gemeente Lochem.
- C.
Eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd subsidie wil verstrekken.
- D.
Jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een van tevoren bepaalde tijd wordt verstrekt.
- E.
Algemene reserve: de op de jaarrekening van de aanvrager genoemde vrij besteedbare reserves, waarvoor geen verplichtingen gelden om deze aan te houden op grond van wet, subsidievoorwaarden of statuten.
- F.
Bestemmingsreserve: verschillende afgezonderde vermogensbestanddelen, die met het oog op het realiseren van een vooraf bepaald doel zijn gevormd.
- G.
Egalisatiereserve: in de egalisatiereserve worden kosten en lasten voor dit jaar opgenomen, die in de toekomst tot uitgaven leiden. Het ontstaat door het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten waarvoor subsidie wordt verleend. De egalisatiereserve kan positief of negatief zijn.
- H.
Boekjaar/fiscaaljaar: een periode van 12 maanden, gekozen door bedrijf of organisatie waarover een financieel verslag loopt.
- I.
Kalenderjaar: periode van 12 maanden tussen januari en december,
- J.
Accountantsverklaring: er zijn 3 soorten accountantsverklaringen, namelijk:
- 1.
Samenstellingsverklaring
- 2.
Beoordelingsverklaring
- 3.
Controleverklaring
- 1.
- K.
AWB: Algemene wet bestuursrecht
- L.
Europees steunkader*: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die of dat de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld.
- M.
Verdrag: verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (pbEU C 32647)
* Mocht het zo zijn dat een Europees steunkader, dan wel de-minimisverordening, wordt gewijzigd, aangepast of verlengd dan is het van belang dat de steun in overeenstemming is met de nieuwe bepalingen die daarin zijn opgenomen. Waarschijnlijk zal dat dan moeten leiden tot aanpassen van de desbetreffende subsidieregeling. Bij het vervallen van een Europees steunkader, dan wel de-minimisverordening, kan er niet langer rechtmatig staatssteun worden verstrekt. Het is daarom raadzaam de looptijden van de Europese steunkaders in acht te nemen.
Artikel 2. Toepassingsbereik verordening
- 1.
Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college. Wanneer er een subsidieregeling is getroffen gelden de daarin opgenomen artikelen.
- 2.
Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
Artikel 3. Subsidieregelingen – bevoegdheid college
- 1.
Het college is bevoegd om besluiten ten nemen over het verstrekken van subsidies.
- 2.
Het college kan bij subsidieregeling nadere regels vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. In de subsidieregeling worden voorwaarden gesteld, zoals:
- A.
Welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen;
- B.
Hoe de subsidie wordt berekend;
- C.
Hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald;
- D.
Welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen.
- A.
- 3.
De beleidsregels die op basis van de ASV 2013 zijn vastgesteld blijven bestaan en worden met de tijd geactualiseerd.
Artikel 4. Staatssteunregels
- 1.
Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.
- 2.
Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.
- 3.
Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.
- 4.
Bij subsidieaanvragen waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten, kosten en ondernemingen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.
Hoofdstuk 2. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
- 1.
Het college besluit jaarlijks tot het instellen van subsidieplafond(s) per programma of programmaonderdeel.
- 2.
Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
- 3.
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
- 4.
Het college kan een subsidieplafond verlagen als:
- A.
Het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en
- B.
De subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.
- A.
- 5.
Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.
Hoofdstuk 3. Aanvragen van subsidie
Artikel 6. Bij aanvragen in te dienen gegevens:
- 1.
De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college, via de subsidiewijzer van gemeente Lochem (zie www.lochem.nl) of de volledige aanvraag te mailen naar info@lochem.nl
- 2.
Bij de aanvraag overlegt de aanvrager de volgende gegevens:
- A.
een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- B.
als de aanvrager een onderneming is legt deze bij de aanvraag op verzoek van het college de volgende gegevens voor:
- I.
een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- II.
een verklaring met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring);
- I.
- A.
- 3.
Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.
- 4.
Bij subsidieregeling kan om aanvullende informatie gevraagd worden en/of afgeweken worden.
Artikel 7. Aanvraagtermijn
- 1.
Een aanvraag om een subsidie per kalenderjaar wordt uiterlijk 1 oktober in het jaar ingediend, voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.
- 2.
Een aanvraag om een subsidie per boekjaar wordt ingediend, uiterlijk 13 weken voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.
- 3.
Aanvragen om een incidentele subsidie worden ingediend 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
- 4.
Per subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
- 5.
Het college kan bij te late indiening de aanvraag buiten behandeling laten.
Hoofdstuk 4. Beslissen en weigeren van de subsidie
Artikel 8. Beslistermijn
- 1.
Het college beslist op een aanvraag om een subsidie voor een kalenderjaar uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
- 2.
Het college beslist op een aanvraag om een subsidie voor een boekjaar niet zijnde een kalenderjaar binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.
- 3.
Het college beslist op andere aanvragen om subsidie binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.
- 4.
Een subsidie tot en met € 5.000 wordt door het college zonder voorafgaande verlening vastgesteld overeenkomstig de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.
- 5.
Het college kan subsidies van meer dan € 5.000 overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid zonder voorafgaande verlening vaststellen, om te bewerkstelligen dat alle subsidieaanvragen voor bepaalde activiteiten volgens dezelfde procedure worden afgehandeld.
- 6.
Per subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
- 7.
Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd tot 8 weken nadat de eindbeslissing van de Europese Commissie is ontvangen.
Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
- 1.
Naast de in artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigeren het college de subsidie in ieder geval:
- A.
als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of
- B.
als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.
- A.
- 2.
Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:
- A.
subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of
- B.
de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.
- A.
- 3.
Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:
Gemeentelijk beleid
- A.
als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de inwoners van gemeente Lochem of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar inwoners;
- B.
als de activiteiten en prestaties van de aanvrager niet passen binnen het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke beleidsdoelen zoals verwoord in de gemeentelijke begroting of een meerjarenovereenkomst of meerjarenafspraken of een door het college of de raad vastgesteld beleidsplan én het geen aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid betreft of in dat kader onvoldoende prioriteit hebben of er geen gemeentelijk belang met de subsidiering wordt gediend;
- C.
de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in onvoldoende mate bijdragen aan de doelen waarvoor subsidiegelden beschikbaar worden gesteld.
Kaders/regels/voorwaarden
- D.
als het gaat om activiteiten die gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke godsdienstige of politieke overtuigingen;
- E.
als het gaat om activiteiten die gericht zijn op het maken van winst en vermogensvorming, zoals bepaald in artikel 16 en 17 in deze ASV;
- F.
als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;
- G.
de subsidieverstrekking of de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien in strijd zou zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
- H.
als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;
- I.
als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
- J.
in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.
- 4.
De subsidie kan daarnaast geweigerd worden als:
- A.
met de activiteiten is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen;
- B.
als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd en/of
- C.
het college gegronde reden heeft aan te nemen dat de activiteiten bijvoorbeeld beter op andere wijze of met minder middelen dan voorgesteld kunnen worden uitgevoerd;
- D.
de financiële continuïteit of de continuïteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager onzeker is;
- E.
de structuur en de bedrijfsvoering aantoonbare twijfels geven over een goed bestuur, dan wel indien er sprake is van belangenverstrengeling.
- F.
er gegronde reden bestaat aan te nemen dat de subsidie geheel of gedeeltelijk zal worden aangewend voor andere zaken dan aan de activiteiten waarvoor zij verleend is.
- G.
is een subsidieontvanger een subsidie van een ander bestuursorgaan ontvangt;
- A.
- 5.
Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
Artikel 10. Wet BIBOB
- 1.
Het college kan een subsidie aanvraag weigeren of een verstrekte subsidie intrekken in het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Hoofdstuk 5. Verlenging van de subsidie
Artikel 11. Verlening subsidie
- 1.
Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt.
- 2.
Het college is bevoegd om aan de subsidieverlening verplichtingen te verbinden.
Artikel 12. Betaling en bevoorschotting
- 1.
Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.
Hoofdstuk 6. Verplichtingen van de ontvanger van een subsidie
Artikel 13. Verantwoording
- 1.
Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
Artikel 14. Meldings- en informatieplicht van subsidieontvanger
- 1.
Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.
- 2.
Een subsidieontvanger informeert in ieder geval het college onverwijld schriftelijk over:
- A.
beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
- B.
relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
- C.
ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;
- D.
aanmerkelijke verschillen die ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en begrote uitgaven en inkomsten onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. Deze bepaling is alleen van toepassing op subsidies van meer dan € 5.000;
- E.
wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.
- A.
Artikel 15. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
- 1.
Bij subsidies hoger dan € 5.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
- 2.
Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
- 3.
Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
Artikel 16. Vergoeding voor met subsidie opgebouwd vermogen
- 1.
Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
- 2.
Voor zover het een subsidie op basis van een begrotingspost en in incidentele gevallen, op grond van artikel 4:23, derde lid onder c of d van de Awb betreft, kan bij de subsidieverlening worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
Artikel 17. Egalisatiereserve
- 1.
Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de Awb vormt.
- 2.
De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de Awb van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 7. Verantwoording en vaststelling van subsidie
Artikel 18. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000
- 1.
Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college verleend en direct vastgesteld tenzij toepassing wordt gegeven aan lid 2.
- 2.
Als bij verleningsbeschikking de subsidieaanvrager wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
Artikel 19. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000
- 1.
Bij subsidies van meer dan € 5.000 maar ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
- A.
in geval van een subsidie die per kalenderjaar of boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 6 maanden na afloop van het betrokken kalenderjaar of boekjaar;
- B.
in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
- A.
- 2.
De aanvraag bevat een inhoudelijk en financieel verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) en aan de verplichtingen is voldaan.
- 3.
Bij subsidieregeling of in de verleningsbeschikking kunnen andere termijnen worden vastgesteld en kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
Artikel 20. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000
- 1.
Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
- A.
in geval van een subsidie die per kalenderjaar of boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 6 maanden na afloop van het betrokken boekjaar;
- B.
in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
- A.
- 2.
De aanvraag tot vaststelling bevat:
- A.
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
- B.
een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
- C.
een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;
- D.
en een accountantsverklaring:
- •
een beoordelings- of samenstellingsverklaring bij een subsidiebedrag tot € 250.000, opgesteld door een onafhankelijk accountant.
- •
een controleverklaring bij een subsidiebedrag vanaf € 250.000, opgesteld door een onafhankelijk accountant.
- •
- A.
- 3.
Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Artikel 21. Beslistermijn subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000
- 1.
Het college stelt een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.
- 2.
Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 13 weken worden verdaagd.
- 3.
Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.
- 4.
Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 18, 19 en 20, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger digitaal of schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend kan worden overgegaan tot ambtshalve vaststelling.
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Artikel 22. Berekening van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen
- 1.
Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze.
- 2.
Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities.
- 3.
Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
Artikel 23. Hardheidsclausule
- 1.
Het college kan de bepalingen gesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van een doelgerichte of evenwichtige subsidieverstrekking leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
- 2.
In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
- 3.
Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit.
Artikel 24. Intrekking Algemene subsidieverordening 2013
- 1.
De Algemene subsidieverordening Lochem 2013 wordt ingetrokken.
Artikel 25. Inwerkingtreding
- 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking.
- 2.
De verordening kan worden aangehaald als Algemene subsidieverordening Gemeente Lochem 2025 en afgekort als ASV 2025.
Artikel 26. Overgangsbepaling
- 1.
Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 27 maart 2025 zijn de bepalingen van de ASV 2013 van toepassing.
- 2.
Bezwaren die gericht zijn op besluiten die vallen onder de ASV 2013 worden behandeld op grond van de ASV 2013.
Artikel 27. Citeertitel
- 1.
Deze verordening wordt aangehaald als Algemene Subsidieverordening gemeente Lochem 2025
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Lochem op 10 maart 2025
De griffier,
P.T.H. de Boer
De waarnemend voorzitter
A. Dieperink
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl