Verordening rechtspositie raads-, commissie- en burgerleden Altena 2024

Geldend van 25-03-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening rechtspositie raads-, commissie- en burgerleden Altena 2024

De raad van de gemeente Altena,

gelezen het voorstel van het presidium van 27 februari 2024;

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 98, 99 van de Gemeentewet, de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

BESLUIT

vast te stellen de volgende Verordening rechtspositie raads-, commissie- en burgerleden Altena 2024.

Artikel 1 Definitiebepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.

  • b.

    griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

  • c.

    raadslid: lid van de gemeenteraad.

  • d.

    burgerlid: door de raad benoemde deelnemer aan de Altenaronde en Altenatafel, bedoeld in artikel 5 van de Regeling op de vergaderingen en organisatie van de werkzaamheden van de gemeenteraad Altena.

Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie en vertrouwenscommissie

  • 1. Een raadslid dat lid is van de Vertrouwenscommissie benoeming en herbenoeming burgemeester als bedoeld in artikel 13 van de Regeling op de vergaderingen en organisatie van de werkzaamheden van de gemeenteraad Altena wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage verleend ter hoogte van het in artikel 3.1.2. lid 1 van het Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers vermelde bedrag.

  • 2. Een raadslid dat lid is van een Onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage verleend ter hoogte van 50% van de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden als vermeld in artikel 3.1.1. lid 1 van het Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers. De toelage is per jaar maximaal drie maal de maandelijkse vergoeding als bedoeld in artikel 3.1.1. lid 1 van het Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers.

  • 3. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid van het Rechtspositie-besluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van € 139,90 per maand.

Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads-, commissie- en burgerleden

  • 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- commissie- of burgerlid vergoed:

    • a.

      de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

    • b.

      bij gebruik van een eigen auto € 0,35 per afgelegde kilometer, waarvan € 0,19 onbelast;

    • c.

      bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten.

  • 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

  • 3. Als een raads-, commissie- of burgerlid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed.

  • 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfskosten die een raads-, commissie- of burgerlid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 4. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing

  • 1. Een raadslid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

  • 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

  • 3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt € 300 per jaar per raadslid.

  • 4. De raad beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

  • 5. Een burgerlid dat wil deelnemen aan scholing in verband met de vervulling van zijn functie kan een tegemoet-koming voor de kosten aanvragen bij de fractie. Deze kosten kunnen ten laste van het beschikbare fractiebudget worden gebracht. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt € 300 per jaar per burgerlid.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1. Een raads-, commissie- of burgerlid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

  • 2. Een raads-, commissie- of burgerlid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is niet mogelijk.

Artikel 6. Betaling vaste vergoedingen aan commissie- en burgerleden

  • 1. Aan burgerleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een Altenaronde, Altenatafel en van de Auditcommissie toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding aan commissie- of burgerleden, eens per kwartaal plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

Artikel 7. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen.

  • 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. De eis om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

  • 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads-, commissie- of burgerleden ingediend bij de griffier.

  • 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads-, commissie- of burgerleden binnen 2 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 8. Intrekking oude verordening

De Verordening rechtspositie raads-, commissie- en burgerleden Altena 2019-2, vastgesteld op 7 mei 2019 wordt ingetrokken.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst.

Artikel 10. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rechtspositie raads-, commissie- en burgerleden Altena 2024.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Altena op 26 maart 2024,

De voorzitter,

drs E.B.A. Lichtenberg MCM

De griffier,

drs S.J. Peet