Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR736847
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR736847/3
Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee
Geldend van 23-01-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op ZeeHoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –
Algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2024 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
- –
college: het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Borsele;
- –
de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831);
- –
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling beschikking, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie, gelet op de artikelen 42, 106, derde lid, 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld;
- –
gebiedsinvesteringen Netten op Zee (NoZ): een kabinetsprogramma ten aanzien van investeringen in de verbetering van de leefkwaliteit van gebieden in regio’s waar aanlandingen voor windenergie op zee worden gerealiseerd.
- –
grote onderneming: onderneming die niet voldoet aan bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- –
Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) verordening: verordening (EU) nr. 2021/241 van de Commissie van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PbEU L 57/18);
- –
mkb: kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van micro, kleine en middelgrote ondernemingen (2003/361/EG; PbEU 2003, L 124);
- –
onderneming: elke eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
- –
penvoerder: door een samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of penvoerende organisatie, die als partij deelneemt aan het samenwerkingsverband;
- –
project: het specifieke, praktische middel waarmee een aanvrager een actie geheel of gedeeltelijk uitvoert;
- –
samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden rechtspersonen, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten;
- –
taxonomieverordening: een raamwerk om te beoordelen of een economische activiteit als ecologisch duurzaam kan worden aangemerkt.
Artikel 1.2. Doel en reikwijdte
-
1. Het doel van deze regeling is het bijdragen aan het behalen van de doelstelling van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee onder het Herstel- en Veerkrachtplan en het behalen van een of meerdere beleidsdoelstellingen van de provincie Zeeland door middel van het verstrekken van subsidie.
-
2. Deze regeling is van toepassing op het verstrekken van subsidie ter uitvoering van activiteiten gericht op:
- a.
het behouden en het versterken van de natuur in Borsele;
- b.
het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele;
- c.
het versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie in Borsele; en
- d.
het versterken van de regionale economie in Borsele.
- a.
Artikel 1.3. Subsidieverstrekking
-
1. Het college verstrekt op aanvraag subsidie voor activiteiten ter uitvoering van het Programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
-
2. Het college legt de rechtvaardiging en de gronden waarop de rechtvaardiging berust neer in een document dat ze in haar administratie bewaart en dat beschikbaar en raadpleegbaar is indien een subsidieverstrekking staatssteun kan opleveren en deze kan worden gerechtvaardigd door:
- 1°.
de de-minimisverordening;
- 2°.
artikel 55 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
- 3°.
artikel 18 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- 4°.
artikel 38 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of
- 5°.
artikel 38bis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- 1°.
-
3. De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door het college vastgesteld elektronisch formulier, dat beschikbaar is op een in elk van de subsidietitels in de onderliggende hoofdstukken vermelde website.
-
4. Subsidie als bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt in de vorm van een bijdrage aan een financieringsinstrument.
Artikel 1.4. Subsidieaanvrager
Subsidieaanvrager als bedoeld in deze regeling is degene die als zodanig is aangewezen in de subsidietitels in de onderliggende hoofdstukken.
Artikel 1.5. Gebiedsbepaling
De uitvoering van het Programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee vindt plaats in de gemeente Borsele.
Artikel 1.6. Openstelling
-
1. Het college kan op grond van deze regeling uitsluitend subsidie verstrekken, indien de mogelijkheid tot het doen van een subsidieaanvraag is opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag.
-
2. In de onderliggende hoofdstukken worden subsidietitels opgenomen voor de individuele NoZ-subsidies, waarin specifieke openstellingen, de aard van de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verleend en eventuele aanvullende voorwaarden worden geregeld.
-
3. Het college kan verschillende subsidieplafonds vaststellen voor verschillende activiteiten of categorieën van aanvragers en voor een of meer financieringsinstrumenten.
Artikel 1.7. Subsidiabele kosten
-
1. Alle kosten voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project zoals bedoeld in artikel 1.2 komen in aanmerking voor subsidie.
-
2. Enkel incidentele kosten zijn subsidiabel.
-
3. Tenzij anders bepaald in deze regeling, komen vóór indiening van de subsidieaanvraag door de subsidieontvanger gemaakte kosten niet voor subsidie in aanmerking.
-
4. De subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de btw, indien de subsidieontvanger de btw niet als belasting als bedoel in artikel 2 van de Wet op de omzetbelasting in aftrek kan brengen.
Artikel 1.8. Niet-subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten komen in ieder geval niet in aanmerking als subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid:
- a.
administratieve en financiële sancties en boetes;
- b.
winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband;
- c.
fooien en geschenken;
- d.
representatiekosten en -vergoedingen;
- e.
kosten van personeelsactiviteiten;
- f.
kosten van overboekingen en annuleringen;
- g.
gratificaties en bonussen; en
- h.
kosten van outplacementtrajecten.
- a.
Artikel 1.9. Cumulatie
Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens het toepasselijke Europese steunkader is toegestaan.
Artikel 1.10. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het college verdeelt een subsidieplafond als bedoeld in artikel 1.6 op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.11.
Artikel 1.11. Volgorde van ontvangst
-
1. Als bedoeld in artikel 1.10 vindt verdeling van het subsidieplafond plaats op volgorde van ontvangst en komt de eerst ontvangen aanvraag het eerst voor beoordeling van de subsidieaanvraag in aanmerking.
-
2. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst.
-
3. Indien het college op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de onderlinge volgorde van die aanvragen vast door middel van loting.
Artikel 1.12. Subsidievereisten
-
1. Een project dient te voldoen aan de volgende vereisten:
- a.
bijdrage aan minimaal een van de vier doelen als bedoeld in artikel 1.2 onder 2;
- b.
hoge mate van uitvoeringsgereedheid;
- c.
afronding ten laatste eind 2030;
- d.
hoge mate van haalbaarheid;
- e.
weinig risico’s in de uitvoering;
- f.
bijdrage aan het verbeteren van de leefkwaliteit van inwoners; en
- a.
Artikel 1.13. Subsidieaanvraag
-
1. Een aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling bevat ten minste:
- a.
gegevens over de aanvrager, waaronder de voorna(a)m(en, achterna(a)m(en), geboortedatum/-data (geboortedag, geboortemaand en geboortejaar) van de eindbegunstigde(n) van de ontvanger van middelen, het post- en of bezoekadres, het e-mailadres, het telefoonnummer, het rekeningnummer, en voor zover van toepassing het burgerservicenummer of het nummer waaronder de rechtspersoon is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager;
- b.
een projectomschrijving en/of projectplan; en
- c.
voor zover van toepassing, een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende partijen en de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen van de partijen, alsmede een bewijsstuk waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om namens de partijen in het samenwerkingsverband te handelen en subsidie te ontvangen.
- a.
-
2. Het projectplan bevat in ieder geval:
- a.
een begroting;
- b.
een sluitend financieringsplan;
- c.
een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- d.
een beschrijving van de doelen en resultaten die met die activiteit worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
- e.
een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten zullen worden uitgevoerd, verantwoord en geadministreerd;
- f.
de duur van de projectperiode;
- g.
een beschrijving van de benodigde en beschikbare operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten; en
- h.
indien van toepassing, een beschrijving van de mijlpalen en tussentijdse momenten waarop besloten wordt over het al dan niet voortzetten van activiteiten van het project, inclusief output- en resultaatindicatoren en de voorziene risico’s.
- a.
-
3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.
Artikel 1.14. Beslissing op de aanvraag
-
1. Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
-
2. Indien de subsidie wordt verleend aan partijen in een samenwerkingsverband, verzendt het college de beschikking tot subsidieverlening aan de penvoerder.
Artikel 1.15. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht beslist het college afwijzend op een aanvraag, indien:
- a.
het project niet voldoende bijdraagt aan de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen binnen het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee of het gedeelte van het Programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee waarvoor het deelplafond beschikbaar is gesteld;
- b.
de subsidieverlening in strijd is met de HVF-verordening;
- c.
de subsidieverlening niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels of in strijd is met wettelijke bepalingen rond subsidieverstrekking, het algemeen belang of de openbare orde;
- d.
de subsidieverstrekking zou leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond of de aanmeldingsdrempel, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- e.
de subsidieverstrekking zou leiden tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit, die van toepassing is op de specifieke steuncategorie, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- f.
niet voldaan wordt aan de eisen inzake stimulerend effect, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- g.
de subsidie bestemd is voor een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader, tenzij het op grond van het toepasselijke Europese steunkader is toegestaan aan een onderneming in moeilijkheden subsidie te verlenen;
- h.
de aanvrager een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- i.
het project niet voldoet aan het principe van Do no significant harm door het ernstig afbreuk doen aan de zes klimaat- en milieudoelstellingen zoals vastgelegd in artikel 9 van de Taxonomieverordening;
- j.
De activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
- k.
Als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
- l.
Indien voor de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd geen gelden zijn gereserveerd op de begroting; en
- m.
Indien de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet past binnen het gemeentelijk beleid.
Artikel 1.16. Verplichtingen subsidieontvanger
-
1. De subsidieontvanger of, indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, de penvoerder doet onverwijld schriftelijk mededeling aan het college van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
-
2. De subsidieontvanger voert de activiteiten uit overeenkomstig de subsidieverleningsbeschikking.
-
3. De subsidieontvanger of, indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, de penvoerder doet onverwijld schriftelijk melding aan het college zodra aannemelijk is dat:
- a.
de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;
- b.
niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
- c.
de subsidiabele kosten wezenlijk afwijken van de begroting;
- d.
Beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
- e.
Relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; of
- f.
Wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.
- a.
-
4. Een wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, of afwijking van de subsidieverleningsbeschikking behoeft de goedkeuring van het college, indien de wijziging of afwijking betreft:
- a.
de subsidieontvanger;
- b.
de activiteiten;
- c.
de te realiseren doelstellingen;
- d.
de financiering van het project; of
- e.
de planning of looptijd.
- a.
-
5. Indien de subsidieontvanger subsidie aanwendt voor het verlenen van een opdracht waarbij de totale kosten bij één opdrachtnemer hoger zullen zijn dan € 50.000, toont hij de marktconformiteit van de beprijzing van de opdracht aan.
-
6. Het college kan op verzoek van de subsidieontvanger of de penvoerder ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het vijfde lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
-
7. Het vijfde lid is niet van toepassing als de subsidieontvanger die subsidie wil aanwenden voor het verlenen van een opdracht een aanbestedende dienst is als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012.
-
8. Indien het zevende lid van toepassing is en de subsidieontvanger een opdracht verleent naar aanleiding van een op grond van de Aanbestedingswet 2012 verplichte aanbesteding, stelt de subsidieontvanger of de penvoerder het college op de hoogte van de gevolgde procedure en de gunningsbeslissing, overeenkomstig artikel 2.130 van de Aanbestedingswet 2012.
Artikel 1.17. Administratievoorschriften
-
1. De subsidieontvanger houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de uitvoering van het project en de in verband daarmee gemaakte kosten en gerealiseerde opbrengsten. Deze administratie bestaat uit een projectadministratie en een financiële administratie waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en ten behoeve van de vaststelling van de subsidiabiliteit zijn te verifiëren met bewijsstukken.
-
2. De volledige administratie is per project voor controle beschikbaar op een voor het college vrij toegankelijke locatie.
-
3. De projectadministratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde prestaties in termen van deelnemers dan wel in termen van geleverde producten of diensten.
-
4. De financiële administratie geeft inzicht in de subsidiabele kosten, de gerealiseerde opbrengsten en de wijze waarop deze kosten en opbrengsten aan het project worden toegerekend.
-
5. De subsidieontvanger verstrekt desgevraagd aan het college informatie uit de administratie, informatie over de projecten, welke informatie voor monitoring en evaluatiedoeleinden gebruikt kan worden.
Artikel 1.18. Beschikbaarheid van bescheiden
-
1. De subsidieontvanger bewaart alle administratieve bescheiden die betrekking hebben op het gesubsidieerde project, waaronder statische gegevens en andere informatie met betrekking tot de financiering, alsmede gegevens en documenten in elektronische vorm, gedurende vijf jaar na de betaling van het saldo of, bij ontstentenis van een dergelijke betaling, verrichting. Deze termijn bedraagt drie jaar bij de financiering van een bedrag van ten hoogste € 60.000,-.
-
2. De subsidieontvanger bewaart alle administratieve bescheiden die betrekking hebben op het gesubsidieerde project tot ten minste vijf jaar, gerekend vanaf 31 december van het jaar waarin de beheerautoriteit de laatste betaling aan de subsidieontvanger verricht, dan wel tot een nader door het college aan de subsidieontvanger of de penvoerder schriftelijk bekend te maken termijn.
-
3. Als de Europese Commissie, vanwege een gerechtelijke procedure of een met redenen omkleed verzoek de bewaartermijn opschort, maakt het college de gevolgen voor de bewaartermijn, in de Staatscourant bekend.
-
4. Van alle administratieve bescheiden wordt het origineel bewaard. Hiervan kan worden afgeweken, indien het origineel wordt overgezet en bewaard op een andere gegevensdrager. Het overbrengen op een andere gegevensdrager geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze is de volledige bewaartermijn beschikbaar en kan binnen een redelijke tijd leesbaar worden gemaakt.
-
5. De administratie is zodanig ingericht en wordt zodanig gevoerd en bewaard, dat controle daarvan binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de subsidieontvanger of de penvoerder de benodigde medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.
-
6. De computersystemen die gebruikt worden voor documenten waarvan uitsluitend een elektronische versie bestaat, voldoen aan aanvaarde beveiligingsstandaarden die waarborgen dat de bewaarde documenten aan de nationale wettelijke eisen voldoen en dat er voor controledoeleinden op kan worden vertrouwd.
-
7. Alle administratieve bescheiden zijn beschikbaar voor de subsidieontvanger. De subsidieontvanger is en blijft verantwoordelijk voor een correcte opslag van alle administratieve bescheiden, ook als hij een derde met de opslag belast.
-
8. Alle betrokken partijen in de financieringsstroom zijn verplicht om mee te werken aan audits, gevraagde documenten te delen met het college en dienen op geen enkele wijze het auditproces te verstoren. Onverminderd de HVF-verordening kunnen de Europese Commissie en de Europese Rekenkamer nog tot en met vijf jaar na ondertekening van de administratieve overeenkomsten HVF-audits uitvoeren.
Artikel 1.19. Aanvraag subsidievaststelling
-
1. De subsidieontvanger dient een aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk binnen dertien weken na afloop van de projectperiode in. Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt een verantwoording en een einddeclaratie gevoegd.
-
2. Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag tot subsidievaststelling in.
-
3. De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door het college beschikbaar gesteld elektronisch formulier, dat beschikbaar is op een in de subsidietitels in de onderliggende hoofdstukken vermelde website.
-
4. Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft is gefinancierd.
-
5. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval:
- a.
gegevens over de subsidieontvanger, waaronder naam, adres en het door het college toegekende referentienummer; en
- b.
gegevens over de hoogte van de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.
- a.
-
6. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor de uitvoering van een project gaat vergezeld van:
- a.
een inhoudelijk eindverslag;
- b.
bewijsstukken ter onderbouwing van de gerapporteerde waarde of waarden voor de output- en resultaatindicatoren; en
- c.
een financieel verslag met een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.
- a.
-
7. Bij een specifiek hoofdstuk kan van lid 6 worden afgeweken.
-
8. Het inhoudelijke eindverslag, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, bevat ten minste:
- a.
een beschrijving van de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht; en
- b.
een evaluatie van de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de doelstellingen, omschreven in het projectplan dat onderdeel vormt van de beschikking tot subsidieverlening.
- a.
-
9. Deze regeling wijkt af van artikel 15, lid 2, onder c en d van de algemene subsidieverordening gemeente Borsele 2016.
Artikel 1.20. Beslissing op aanvraag subsidievaststelling
-
1. Na ontvangst van de subsidieaanvraag wordt binnen 13 weken door het college beoordeeld of subsidie wordt vastgesteld.
-
2. Na beoordeling van de subsidieaanvraag wordt schriftelijk door het college aan de aanvrager medegedeeld of er recht bestaat op subsidie.
Artikel 1.21. Betaling samenwerkingsverbanden
Indien er sprake is van een samenwerkingsverband gelden de betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de penvoerder als bevrijdende betalingen aan de partijen in het samenwerkingsverband.
Artikel 1.22. Wettelijke rente bij terugvordering
Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen terugbetaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.
Artikel 1.23. Instandhouding activiteit
Aanvrager verplicht zich/spant zich in om de resultaten van lange-termijnprojecten minimaal 15 jaar na afloop in stand te houden.
Artikel 1.24. Publiciteit
-
1. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in alle communicatieactiviteiten de zichtbaarheid van de EU wordt uitgedragen en verhoogd door middel van de correcte en duidelijke weergave van het EU-logo, in combinatie met een verklaring waarin de EU-financiering wordt vermeld. Alle begunstigden, autoriteiten en uitvoerende partners die betrokken zijn bij de EU-financiering moeten het EU-logo gebruiken in hun communicatie om de steun te erkennen die ze krijgen in het kader van de HVF.
-
2. De projectresultaten worden om niet beschikbaar gesteld aan de minister of door hem aangewezen derden, en de subsidieontvanger of de penvoerder verleent medewerking aan door de Minister georganiseerde publicitaire en voorlichtingsactiviteiten gericht op de media, potentiële deelnemers van projecten en het grote publiek.
Artikel 1.25. Intrekking en terugvordering
-
1. Onverminderd afdeling 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht kan een beschikking tot subsidieverlening door het college geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, en kunnen op basis daarvan uitbetaalde bedragen worden teruggevorderd:
- a.
indien het project wordt uitgevoerd in afwijking van de projectbeschrijving, waarop de subsidieverlening was gebaseerd;
- b.
indien de doelstellingen van het project niet of slechts ten dele worden gerealiseerd;
- c.
indien de subsidieontvanger niet of niet meer beschikt over de benodigde operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
- d.
op een daartoe strekkend verzoek van de subsidieontvanger; en
- e.
indien anderszins in strijd wordt gehandeld met de HVF-Verordening.
- a.
-
2. Gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking tot subsidieverlening op grond van het eerste lid, onderdeel a, vindt niet plaats, indien de afwijking van het bij de subsidieaanvraag gevoegde projectbeschrijving vooraf aan het college is voorgelegd en het college daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
-
3. Het college kan het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan die subsidieontvanger in het kader van deze regeling verleende en nog te betalen subsidie.
Artikel 1.26. Evaluatie
De subsidieontvanger verleent aan de door het college dan wel door de Europese Commissie daartoe aangewezen instanties medewerking aan het uitvoeren van onderzoek en evaluaties en het opstellen van evaluatierapporten met betrekking tot deze regeling, en draagt, indien het gesubsidieerde project niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, er zorg voor dat de feitelijke uitvoerder van het project deze medewerking verleent.
Artikel 1.27. Afwijking
Bij specifieke hoofdstukken kan van voorgaande artikelen worden afgeweken.
Artikel 1.28. Slotbepaling
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Hoofdstuk 2. Zeeuwse heggen
Titel 2.1. Zeeuwse heggen (inventarisatie) – Netten op Zee
Artikel 2.1.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –
Stichting Landschapsbeheer Zeeland: een uitvoerende organisatie op het gebied van natuur- en landschapsbeheer in het cultuurlandschap van Zeeland.
- –
Zeeuwse haag: een dichte haag die bestaat uit diverse (doorn)struiken, soms aangevuld met enkele boomvormers.
Artikel 2.1.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het behouden en het versterken van de natuur en het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele via het uitvoeren van een inventarisatie voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen in het agrarisch gebied.
Artikel 2.1.3. Doelgroep
Het college verstrekt op aanvraag subsidie aan Stichting Landschapsbeheer Zeeland.
Artikel 2.1.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
- a.
het opzetten en coördineren van het project;
- b.
het inventariseren van beschikbare gronden;
- c.
het onderzoeken van deelnamebereidheid; en
- d.
het uitzoeken en vaststellen van contractvormen.
Artikel 2.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
-
1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 140.000.
-
2. Het maximale subsidiebedrag dat op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is maximaal € 140.000.
-
3. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Artikel 2.1.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in artikel 1.28, lid 1, tot en met zes maanden daarna.
Artikel 2.1.7. Subsidiabele kosten
De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
- a.
loonkosten; en
- b.
kosten derden.
Artikel 2.1.8. Starttermijn en looptijd
-
1. Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen 3 maanden na de subsidieverlening.
-
2. De uitvoering van het project is binnen 60 maanden na dagtekening van de vaststelling voltooid.
-
3. Op verzoek van de subsidieontvanger kan het college de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 2.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
-
1. 50% van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd binnen 13 weken na verlening.
-
2. 50% van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd na afronding van het project.
Artikel 2.1.10. Subsidieaanvraag
-
1. Onverminderd artikel 1.17 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
- b.
de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
- a.
-
2. Aanvragen worden ingediend door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via Aanvraagformulier subsidie algemeen 2025.pdf.
-
3. Aanvragen worden ingediend per mail via jpbouwman@borsele.
Artikel 2.1.11. Staatssteun
De subsidieaanvraag bevat geen staatssteun.
Artikel 2.1.12. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 3. Bloemrijke akkerranden
Titel 3.1. Bloemrijke akkerranden – Netten op Zee
Artikel 3.1.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –
deelnemer: een natuurlijke persoon die rechtstreeks profiteert van, of deelneemt aan, het project van de subsidieaanvrager zonder dat hij belast is met het opzetten of met zowel het opzetten als het uitvoeren van de actie. Hieronder worden verstaan partijen die op hun grond de realisatie van bloemrijke akkerranden bewerkstelligen
- –
Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland: een agrarische natuurvereniging die werkt aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Zeeland.
- –
natuur- en landschapswaarden: aangewezen gronden bestemd voor duurzaam agrarisch gebruik, bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden, bescherming van aangrenzend natuurgebied, en verblijf recreatieve voorzieningen in de vorm van kamperen ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’.
- –
Nationale Bijenstrategie: een initiatief van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat zich richt op alle bestuivers om in 2030 bestuiving duurzaam te bevorderen en te behouden.
Artikel 3.1.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het versterken van natuur- en landschapswaarden die de effecten van het aanlanden van netten op zee verzachten. Dit wordt gedaan door het realiseren van bloemrijke akkerranden. Hiermee verbetert de fysieke leefomgeving van bewoners van gemeente Borsele en wordt een bijdrage geleverd aan de Nationale Bijenstrategie die de gemeente Borsele volgt.
Artikel 3.1.3. Doelgroep
Het college verstrekt op aanvraag subsidie aan Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland.
Artikel 3.1.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
- a.
het opzetten van het project;
- b.
het werven en selecteren van deelnemers;
- c.
het opzetten van communicatiemiddelen en -uitingen;
- d.
het opmaken van contracten;
- e.
het inzaaien van bloemenranden; en
- f.
de begeleiding van deelnemers.
Artikel 3.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
-
1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 87.000.
-
2. Het maximale subsidiebedrag dat op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is maximaal € 87.000.
-
3. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Artikel 3.1.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in artikel 1.28, lid 1, tot en met zes maanden daarna.
Artikel 3.1.7. Subsidiabele kosten
De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
- a.
loonkosten;
- b.
kosten derden;
- c.
materiaalkosten; en
- d.
vergoeding voor deelnemers.
Artikel 3.1.8. Starttermijn en looptijd
-
1. Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen 2 maanden na de subsidieverlening.
-
2. De uitvoering van het project is binnen 60 maanden na dagtekening van de vaststelling voltooid.
-
3. Op verzoek van de subsidieontvanger kan het college de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 3.1.9 Subsidievaststelling en uitbetaling
-
1. € 27.000 van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd binnen 13 weken na verlening aan subsidieontvanger.
-
2. De overige beschikbare middelen worden jaarlijks vastgesteld en uitgekeerd. De hoogte van dit bedrag wordt bepaald aan de hand van het aantal gecontracteerde hectare.
-
3. Per gecontracteerde hectare wordt naar rato € 6.000 toegekend en uitgekeerd aan subsidieontvanger, tot een maximum van het maximale subsidiebedrag zoals opgenomen in artikel 3.1.5, lid 2.
Artikel 3.1.10. Subsidieaanvraag
-
4. Onverminderd artikel 1.17 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- c.
een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
- d.
de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
- c.
-
5. Aanvragen worden ingediend door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via Aanvraagformulier subsidie algemeen 2025.pdf.
-
6. Aanvragen worden ingediend per mail via gbal@borsele.nl.
Artikel 3.1.11. Verplichtingen subsidieontvanger
Onverminderd artikel 1.20 is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
een registratielijst van de deelnemers, inclusief startdatum van het project, bij te houden;
- b.
jaarlijks een begroting aan te leveren waaruit blijkt hoeveel hectare er gecontracteerd is bij deelnemers; en
- c.
bewijsmateriaal aan te leveren waaruit blijkt dat er een bloemrijke akkerrand is gerealiseerd.
Artikel 3.1.12. Staatssteun
De subsidieaanvraag bevat geen staatssteun.
Artikel 3.1.13. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 4. Subsidie Sportfaciliteiten
Titel 4.1. Sportfaciliteiten - Netten op Zee
Artikel 4.1.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –
sportfaciliteit: een locatie of voorziening die is gemaakt en bedoeld voor of ter ondersteuning van het uitvoeren van sportactiviteiten.
Artikel 4.1.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig maken van sportfaciliteiten in de gemeente Borsele. Hiermee wordt de fysieke leefomgeving verbeterd.
Artikel 4.1.3. Doelgroep
Het college verstrekt op aanvraag subsidie aan:
- a.
TEBO Heinkenszand;
- b.
Luctor Heinkenszand;
- c.
Sportvereniging Apollo ’69; en
- d.
Hengelsportvereniging De Bevelanden Heinkenszand.
Artikel 4.1.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
- a.
het realiseren van padelbanen;
- b.
het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers; en
- c.
het vernieuwen van vissteigers.
Artikel 4.1.5. Subsidieplafond, maximale subsidie en wijze van verdeling
-
1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 675.000.
-
2. Het maximale subsidiebedrag dat eenmalig op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is:
- a.
€ 200.000 voor TEBO Heinkenszand;
- b.
€ 300.000 voor Luctor Heinkenszand;
- c.
€ 100.000 voor Sportvereniging Apollo ’69; en
- d.
€ 75.000 voor Hengelsportvereniging De Bevelanden Heinkenszand.
- a.
-
3. De subsidie bedraagt niet meer dan de maximaal toegestane steunruimte.
-
4. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Artikel 4.1.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in artikel 1.28, lid 1, tot en met zes maanden daarna.
Artikel 4.1.7. Subsidiabele kosten
De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
- a.
materiaalkosten;
- b.
loonkosten; en
- c.
kosten derden.
Artikel 4.1.8. Starttermijn en looptijd
-
1. Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen 2 maanden na de subsidieverlening.
-
2. De uitvoering van het project is binnen 60 maanden na dagtekening van de vaststelling voltooid.
-
3. Op verzoek van de subsidieontvanger kan het college de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 4.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
-
1. 65% van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd binnen 13 weken na verlening.
-
2. 30% van de vastgestelde subsidie wordt halverwege het project uitgekeerd.
-
3. De overige 5% wordt uitgekeerd bij vaststelling van het project.
Artikel 4.1.10. Subsidieaanvraag
-
7. Onverminderd artikel 1.17 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- e.
een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
- f.
de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
- e.
-
8. Aanvragen worden ingediend door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via Aanvraagformulier subsidie algemeen 2025.pdf.
-
9. Aanvragen worden ingediend per mail via kdooge@borsele.nl.
Artikel 4.1.11. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.19 beslist het college afwijzend op een aanvraag, indien de benodigde vergunning voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten niet wordt verleend of niet tijdig wordt verleend, waardoor het project niet binnen de termijn vastgesteld in artikel 4.1.8, lid 2, kan worden uitgevoerd.
Artikel 4.1.12. Staatssteun
De subsidieaanvraag bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 55 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening of de de-minimisverordening.
Artikel 4.1.13. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 5. Subsidies maatwerkadvies
Titel 5.1. Subsidietitel maatwerkadvies
Artikel 5.1.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- -
energielabel: een energielabel als bedoeld in ‘bijlage I bij artikel 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving’;
- -
Erfgoed Zeeland: het aanspreekpunt en kenniscentrum voor het erfgoed in Zeeland dat erfgoedbeheerders, erfgoedprofessionals, erfgoedvrijwilligers, monumenteigenaren, onderwijsgevenden, overheidsmedewerkers en iedereen die zich inzet voor het erfgoed informeert, adviseert en ondersteunt;
- -
energieadviseur: een gecertificeerd energieadviseur die gespecialiseerd is in het adviseren over verduurzamingsmaatregelen en die is opgeleid om de energie-efficiëntie van woningen en gebouwen te beoordelen en te verbeteren en een energielabel kan aanvragen, toetsen en verstrekken;
- -
monumentenpaspoort: voor eigenaren van monumenten wordt er een speciaal advies gegeven via een Monumentenpaspoort. Dit document biedt gerichte verduurzamingsmaatregelen die passen bij de bescherming van het erfgoed;
- -
particuliere woningeigenaren: natuurlijke personen die eigenaar en tevens hoofdbewoner zijn van een in gemeente Borsele gelegen bestaande woning of appartement;
- -
woning: een gebouw dat op grond van het geldende omgevingsplan bestemd is voor de functie ‘wonen’.
Artikel 5.1.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het verstrekken van subsidie aan particuliere woningeigenaren voor het inwinnen van maatwerkadvies verstrekt door een energieadviseur. Deze adviezen helpen woningeigenaren om energiebesparende maatregelen uit te (laten) voeren en hun woning te verduurzamen.
Artikel 5.1.3. Doelgroep
Het college verstrekt op aanvraag subsidie aan particuliere woningeigenaren in de gemeente Borsele.
Artikel 5.1.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
- a.
het aanvragen, toetsen en verstrekken van een energielabel door een energieadviseur;
- b.
het opstellen van het adviesrapport door een erfgoedadviseur van Erfgoed Zeeland in de vorm van een monumentenpaspoort; en
- c.
het inwinnen van advies over het verduurzamen van de woning bij een energieadviseur.
Artikel 5.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
-
1 Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 106.250.
-
2 Het maximale subsidiebedrag dat op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is:
- a.
€ 400 voor het aanvragen, toetsen en verstrekken van een energielabel door een energieadviseur;
- b.
€ 307,50 voor het aanvragen van een monumentenpaspoort; en
- c.
€ 200 voor het inwinnen van advies door een energieadviseur.
- a.
-
3 Per woningeigenaar kan voor enkel een van de drie activiteiten subsidie worden verstrekt.
-
4 Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Artikel 5.1.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in Hoofdstuk 1, artikel 1.28, lid 1, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, tot 30 juni 2028 of tot het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 5.1.7. Subsidiabele kosten
De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
- a.
kosten derden.
Artikel 5.1.8. Subsidieaanvraag, -vaststelling en uitbetaling
-
1 Onverminderd Hoofdstuk 1, artikel 1.13, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
- b.
de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
- a.
-
2 Aanvragen worden ingediend door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.borsele.nl/subsidie-voor-verduurzaming-woningen.
-
3 De subsidievaststelling en uitkering van de subsidie vindt plaats na uitvoering van de activiteit overeenkomstig het bepaalde in deze subsidietitel.
-
4 Gelijktijdig bij de subsidieaanvraag dient een verzoek tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie te worden ingediend door middel van het aanleveren van de volgende documentatie:
- a.
een factuur en rapport van een energieadviseur voor het aanvragen, toetsen en verstrekken van een energielabel;
- b.
een factuur en rapport van Erfgoed Zeeland voor het aanvragen van een monumentenpaspoort; of
- c.
een factuur en rapport van een energieadviseur voor het inwinnen van advies over verduurzaming.
- a.
-
5 De subsidie wordt door het college vastgesteld op basis van de werkelijke kosten tot het maximale subsidiebedrag.
-
6 100% van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd binnen 13 weken na vaststelling.
Artikel 5.1.9. Staatssteun
De subsidie bevat geen staatssteun.
Artikel 5.1.10. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 30 juni 2028, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 6. Subsidies Aanvullende maatregel isolatie
Titel 6.1. Subsidietitel Aanvullende maatregel isolatie
Artikel 6.1.1. Begripsbepalingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
- -
appartement: aandeel in een gebouw waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht, omvattende de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van een woning;
- -
ASV: Algemene subsidieverordening Borsele 2016;
- -
biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal: isolatiemateriaal als bedoeld in artikel 4.5.1. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies;
- -
doe-het-zelf maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de nationale regeling, die door een ander wordt uitgevoerd dan door een gespecialiseerd bedrijf;
- -
ecologisch deskundige: een persoon met aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring. Hij of zij geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats (natuurlijke leefgebieden) en soorten heeft voldoende kennis en jarenlange ervaring om ecologisch onderzoek te kunnen doen;
- -
eDNA onderzoek: onderzoeksmethode waarbij op basis van in de omgeving aangetroffen DNA-sporen wordt vastgesteld of beschermde diersoorten aanwezig zijn. Wanneer eDNA-onderzoek de afwezigheid van soorten aantoont, kan isolatiewerk worden uitgevoerd zonder aanvullende ecologische onderzoeken of vergunningplicht.
- -
eigenaar-bewoner: een natuurlijke persoon die:
- a.
een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben; of
- b.
gerechtigde is van een bestaand appartementsrecht en in het desbetreffende appartement zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van dat appartement zal hebben;
- a.
- -
energielabel: een energielabel als bedoeld in ‘bijlage I bij artikel 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving’;
- -
energiezuinige ventilatiemaatregelen: het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor een CO2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%.
- -
factuurdatum: de datum waarop de factuur ter beschikking wordt gesteld aan de eigenaar-bewoner of gemengde vereniging.
- -
gemengde vereniging: vereniging van eigenaars ten behoeve van gebouwen waarin zich ten minste één woning van een eigenaar-bewoner bevindt;
- -
gespecialiseerd bedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie;
- -
hoofdverblijf: een registratie in de Basisregistratie Personen op het adres van de woning waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
- -
nationale regeling: Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming […] van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties;
- -
natuurvrij maken: het treffen van maatregelen om te borgen dat er geen beschermde dieren gedood of verstoord worden in bouwdelen die geïsoleerd worden, conform de Handreiking Natuurvriendelijk Isoleren.
- -
NVI-certificaat: een certificaat Natuurlijkvriendelijk Isoleren. Bedrijven met een certificaat zijn te vinden op https://www.natuurlijkvriendelijkisoleren.nl;
- -
slecht geïsoleerde woning:
- a.
een woning van een eigenaar-bewoner met een energielabelklasse D, E, F, G ten tijde van de ZIP-aanvraag of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn overeenkomstig Bijlage 1 van deze subsidieregeling:
- i.
de vloer en de bodem;
- ii.
de gevel, waaronder spouwmuur;
- iii.
het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; en
- iv.
het glas, panelen in kozijnen en deuren.
- i.
- b.
een woning in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat en waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen van het gebouw niet of slecht geïsoleerd zijn overeenkomstig Bijlage 1 van deze subsidieregeling:
- i.
de vloer en de bodem;
- ii.
de gevel, waaronder de spouwmuur;
- iii.
het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; en
- iv.
het glas, panelen in kozijnen en deuren.
- i.
- a.
- -
en waarbij de woning fysiek grenst aan het bouwdeel van het gebouw waaraan ten minste één van de voorgenomen energiebesparende isolatiemaatregelen worden getroffen;
- -
subsidie(deel)plafond: het budget dat voor een bepaalde periode beschikbaar is gesteld;
- -
thermische schil: thermische schil als beschreven in ISSO 82.1, zesde druk;
- -
vereniging van eigenaars: vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.
- -
woning: woongelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, waaronder tevens wordt begrepen een appartement, en als zodanig bewoond is geweest alvorens een renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd;
- -
WOZ-waarde: de op grond van de Wet waardering onroerende zaken onherroepelijke waarde van een woning.
- -
zeer kleine woning: een woning waar het totale oppervlak van een bouwdeel kleiner is dan het minimaal verplichte oppervlak als bedoeld in artikel 4.5.2., derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.
- -
Zeeuws Isolatie Programma: Het Zeeuws Isolatieprogramma (ZIP) is een samenwerking van RES Zeeland en de Zeeuwse gemeenten. Het is de invulling van het landelijke Nationaal Isolatieprogramma (NIP), waarvan het doel is om in heel Nederland, tussen nu en 2030, in totaal 2,5 miljoen woningen beter te isoleren. In Zeeland gaat het om ongeveer 29.000 woningen. Alle Zeeuwse gemeenten nemen deel aan het ZIP m.u.v. Schouwen-Duiveland. Zij hebben een eigen subsidieregeling.
Artikel 6.1.2. Doel subsidie
De subsidie op grond van deze titel is aanvullend op de ZIP-regeling en richt zich op eigenaar-bewoners met een slecht geïsoleerde woning. Daarmee wordt beoogd de CO₂-uitstoot terug te dringen, een energie neutrale gebouwde omgeving te realiseren en energiearmoede te bestrijden en te voorkomen
Artikel 6.1.3. Doelgroep
Het college verstrekt op aanvraag subsidie aan eigenaar-bewoners van een woning in de gemeente Borsele en die aan de subsidievoorwaarden van deze regeling voldoen.
Artikel 6.1.4. Subsidievoorwaarden
De subsidie wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
- a.
De aanvrager is eigenaar-bewoner van de woning waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De vereniging van eigenaars kan namens de eigenaar-bewoner van een appartementsrecht een aanvraag indienen;
- b.
er is sprake van een slecht geïsoleerde woning;
- c.
de WOZ-waarde van de woning met peildatum 1 januari 2022 bedraagt niet meer dan €500.000;
- d.
het isoleren van de woning gebeurt natuurvriendelijk met inachtneming van Bijlage 2 van deze subsidieregeling;
- e.
de aanvraag wordt binnen 12 maanden na de factuurdatum van de isolatiemaatregel ingediend;
- f.
de aanvraag heeft uitsluitend betrekking op kosten als bedoeld in artikel 6.1.6 en heeft geen betrekking op arbeidskosten, materiaalkosten voor de afwerking in plaats van de isolatiemaatregel, de kosten van eigen uren, vergunningen, ontheffingen, offertes of het indienen van de subsidieaanvraag;
- g.
eigenaar-bewoners moeten minimaal twee van de subsidiabele maatregelen uitvoeren, waarvan één uit deze subsidietitel en één waarvoor eerder subsidie werd ontvangen via het ZIP;
- h.
er is nog geen subsidie op hetzelfde adres verstrekt op grond van deze subsidieregeling of de subsidieregeling isoleren particuliere woningen in de gemeente Borsele; en
- i.
het subsidie(deel)plafond is nog niet bereikt.
Artikel 6.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
-
1 Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 382.500.
-
2 Het subsidiedeelplafond voor de subsidie in het vierde lid bedraagt € 377.500.
-
3 Het subsidiedeelplafond voor de subsidie in het vijfde lid bedraagt € 5.000.
-
4 Het maximale subsidiebedrag dat eenmalig op grond van deze subsidieregeling voor dezelfde woning kan worden verstrekt per aanvraag is € 1.000.
-
5 Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
-
6 Voor bodemisolatie is het subsidiebedrag uit het vijfde lid beperkt tot € 26,34 per vierkante meter te isoleren oppervlakte.
-
7 Voor spouwmuurisolatie is het subsidiebedrag uit het vijfde lid beperkt tot € 18,28 per vierkante meter te isoleren oppervlakte aangevuld met € 300,00 voor het eDNA onderzoek/natuurvrij maken van de woning.
-
8 Indien is geïnvesteerd in biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal wordt in aanvulling op het subsidiebedrag uit het vijfde lid de berekende subsidie per vierkante meter vermeerderd met:
- a.
€ 5,- in geval van een investering in dakisolatie;
- b.
€ 1,50 in geval van een investering in zolder- of vlieringvloerisolatie;
- c.
€ 6,- in geval van een investering in gevelisolatie;
- d.
€ 1,50 in geval van een investering in spouwmuurisolatie;
- e.
€ 2,- in geval van een investering in vloerisolatie;
- f.
€ 1,- in geval van een investering in bodemisolatie.
- a.
Artikel 6.1.6. Inzet subsidie
Subsidie op grond van deze subsidieregeling mag ingezet worden voor:
- a.
de redelijkerwijs gemaakte kosten van de bouwproducten die benodigd zijn voor het zelf uitvoeren van maximaal twee isolerende maatregelen aan de eigen woning zoals aangegeven in de subsidieaanvraag;
- b.
de redelijkerwijs gemaakte kosten voor de inzet van een bouwkundig deskundige, ecologisch deskundige of erkend financieel adviseur met betrekking tot isolerende maatregelen aan de eigen woning; of
- c.
de redelijkerwijs gemaakte kosten voor het laten uitvoeren van maximaal één isolerende maatregel aan de eigen woning door een bouwbedrijf.
Artikel 6.1.7. Subsidiabele maatregelen
-
1 In onderstaande tabel staan de twee afzonderlijke isolatiemogelijkheden waaruit
Doe-het-zelf maatregel
Inzet gespecialiseerd bedrijf
Dakisolatie
X
X
Zolder/vlieringvloerisolatie
X
X
Gevelisolatie
X
X
Vloerisolatie
X
X
Bodemisolatie
X
Spouwmuur
X
Glas en kozijnpanelen
X
Isolerende deuren
X
CO2-gestuurde ventilatie*
X
Balansventilatie met WTW*
X
* i.c.m. één van de andere genoemde isolatiemaatregelen.
-
2 De minimale isolatiewaarden en oppervlakten en overige eisen per onderdeel genoemd in het eerste lid van dit artikel waaraan voldaan moet worden, zijn beschreven in artikel 4.5.2. derde lid van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies;
-
3 In afwijking van het tweede lid bedraagt het minimale oppervlak bij spouwmuurisolatie uit ten minste 20 vierkante meter van de bestaande thermische schil;
-
4 Indien er sprake is van een zeer kleine woning mag het college afwijken van de eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters.
Artikel 6.1.8. Subsidieaanvraag
-
1 In afwijking van de ASV en onverminderd Hoofdstuk 1, artikel 1.13, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, wordt bij een subsidieaanvraag de volgende informatie en worden de volgende documenten overgelegd:
- a.
naam, adres, postcode, woonplaats, e-mailadres en bankrekeningnummer van de aanvrager;
- b.
een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- c.
het energielabel of een beschrijving van de staat van de woning als bedoeld in artikel 6.1.1, slecht geïsoleerde woning;
- d.
de WOZ-waarde als bedoeld in artikel 6.1.4, onder c; en
- e.
een ontvankelijke ZIP-aanvraag.
- a.
-
2 Bij het zelf uitvoeren van de isolatiemaatregel als bedoeld in artikel 6.1.6, onder a, wordt ook de volgende informatie en worden de volgende documenten in het Nederlands overgelegd:
- a.
facturen op adres van de aanvrager en een betaalbewijs voor het aangeschafte subsidiabele materiaal, waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn voldoende duidelijk uitgesplitst en aangemerkt zijn;
- b.
de meldcode van het aangeschafte isolatiemateriaal, de isolatiewaarde en netto oppervlakte van de isolatiemaatregel(en) in m2 wat voldoet aan de eisen uit artikel 6.1.7, tweede lid;
- c.
foto’s van de te isoleren bouwdelen van de woning voor uitvoering van de isolatiemaatregel(en); en
- d.
foto’s van het etiket van het isolatiemateriaal met de dikte, isolatiewaarde en productnaam.
- a.
-
3 Bij het laten uitvoeren van de isolatiemaatregel door een gespecialiseerd bedrijf als bedoeld in artikel 6.1.6, onder b, wordt ook de volgende informatie en de volgende documenten in het Nederlands overgelegd:
- a.
offerte van het gespecialiseerd bedrijf op adres van de aanvrager met een meldcode waaruit de uit te voeren maatregelen, de kosten, de meldcode en netto oppervlakte van de isolatiemaatregelen in m2 zijn af te lezen en voldoet aan de eisen uit artikel 6.1.7, tweede lid; en
- b.
een NVI-certificaat van het gespecialiseerd bedrijf indien dit op basis van Bijlage 2 van deze subsidieregeling is vereist.
- a.
-
4 Aanvragen worden ingediend door middel van het aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.borsele.nl/subsidie-voor-verduurzaming-woningen.
Artikel 6.1.9. Behandeling aanvraag, subsidieverlening en subsidievoorschriften
-
1 Het college beslist op een aanvraag binnen acht weken nadat de aanvraag is ingediend en alle gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, zijn overgelegd.
-
2 Het besluit tot subsidieverlening bevat naast de subsidiegrondslag in ieder geval het bedrag, de omschrijving van de prestaties die door de subsidieontvanger verricht moeten worden en de met de prestaties beoogde resultaten en een termijn (van 12 maanden) waarbinnen verantwoording dient te worden afgelegd over de gerealiseerde isolatiemaatregelen.
-
3 In afwijking van de ASV wordt op de verleende subsidie geen voorschot verstrekt.
-
4 Door het college kunnen steekproefsgewijze controles worden uitgevoerd op uitvoering en rechtmatige besteding van de subsidie.
-
5 Het college kan aan de subsidieverlening nadere voorschriften en verplichtingen verbinden.
Artikel 6.1.10. Weigeringsgronden
Het college weigert de subsidie (gedeeltelijk) als:
- a.
de aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 6.1.2;
- b.
de aanvrager niet behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 6.1.3;
- c.
de aanvrager niet voldoet aan de subsidievoorwaarden als bedoeld in artikel 6.1.4;
- d.
het subsidie(deel)plafond als bedoeld in artikel 6.1.5 is bereikt of door toekenning van de subsidie zou worden overschreden; en
- e.
de aanvraag niet valt onder een van de isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 6.1.6.
Artikel 6.1.11. Subsidievaststelling
-
1 Een aanvraag tot subsidievaststelling dient te worden ingediend maximaal 12 maanden na realisatie van de isolatiemaatregelen. Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld op nihil.
-
2 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling worden per isolatiemaatregel de volgende informatie en documenten overgelegd:
- a.
bij het zelf uitvoeren van de isolatiemaatregel als bedoeld in artikel 6. 1.6, onder a:
- i.
de datum van uitvoering van de isolatiemaatregel(en) wat voldoet aan de eisen uit artikel 6.1.7, lid 2;
- ii.
foto’s van de te isoleren bouwdelen tijdens en ná uitvoering van de isolatiemaatregel(en); en
- iii.
een rapportage van een ecologisch deskundige indien dit op basis van Bijlage 2 van deze subsidieregeling is vereist.
- i.
- b.
bij het laten uitvoeren van de isolatiemaatregel door een gespecialiseerd bedrijf als bedoeld in artikel 6.1.6, onder b:
- i.
facturen en betaalbewijzen voor de uitgevoerde subsidiabele activiteiten, waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn voldoende duidelijk uitgesplitst en aangemerkt zijn, inclusief de datum van uitvoering; en
- ii.
een rapportage van een ecologisch deskundige indien dit op basis van Bijlage 2 van deze subsidieregeling is vereist.
- i.
- a.
-
3 De subsidie wordt door het college vastgesteld op basis van de werkelijke kosten tot het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 5, vijfde tot en met het achtste lid.
-
4 De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
- a.
de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
- b.
de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
- c.
de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; of
- d.
de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
- a.
-
5 100% van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd binnen 13 weken na vaststelling.
Artikel 6.1.12. Hardheidsclausule
Het college kan deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van de bepalingen in deze regeling voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.
Artikel 6.1.13. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in Hoofdstuk 1, artikel 1.28, lid 1, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, tot 30 juni 2028 of tot het subsidieplafond is bereikt
Artikel 6.1.14. Staatssteun
De subsidie bevat geen staatssteun.
Artikel 6.1.15. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 30 juni 2028, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 7. Subsidies verduurzaming MKB
Artikel 7.1.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- -
bedrijfsproces: (technologisch) proces dat van invloed kan zijn op energieverbruik en CO2-uitstoot.
- -
bedrijventerrein: parkeerterreinen en toegangswegen en groenvoorziening rondom bedrijven.
- -
collectief: een groep midden- en/of kleinbedrijven, bestaande uit twee of meer mkb-bedrijven in de gemeente Borsele.
- -
energieadviseur: een gecertificeerd energieadviseur die gespecialiseerd is in het adviseren over verduurzamingsmaatregelen.
- -
hoofdgebouw: het centrale gebouw van onze organisatie waar de kernactiviteiten plaatsvinden en dat tevens fungeert als vestigingsadres volgens de registratie bij de Kamer van Koophandel.
- -
kleinbedrijf: bedrijf met minder dan 50 medewerkers en een jaaromzet van maximaal € 10 miljoen.
- -
middenbedrijf: bedrijf met 50 tot 250 medewerkers en een jaaromzet van maximaal € 50 miljoen
- -
verduurzamingsplan: een plan met te nemen verduurzamingsmaatregelen die zorgen voor CO2-reductie en/of energiebesparing.
Artikel 7.1.2. Doel subsidie
Deze subsidieregeling heeft als doel het ondersteunen van midden- en kleinbedrijven in de gemeente Borsele bij het verduurzamen van hun hoofdgebouw, bedrijfsproces of het vergroenen van het bedrijventerrein. Hiermee wordt bijgedragen aan de CO2-reductie, energiebesparing en het toekomstbestendig maken van het lokale bedrijfsleven.
Artikel 7.1.3. Doelgroep
Het college verstrekt op aanvraag subsidie aan een collectief van en individuele midden- en kleinbedrijven gevestigd in de gemeente Borsele.
Artikel 7.1.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
- a.
het inwinnen van advies over duurzaamheid door een energieadviseur; en
- b.
investeringen in verduurzamingsmaatregelen aan het hoofdgebouw, bedrijfsproces of bedrijventerrein.
Artikel 7.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
-
1 Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 450.000.
-
2 Het maximale subsidiepercentage van de in aanmerking komende kosten dat op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is:
- a.
50% voor kleinbedrijf;
- b.
40% voor middenbedrijf; of
- c.
40% voor een collectief.
- a.
-
3 Het maximale subsidiebedrag dat op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is:
- a.
€ 2.500 per midden- of kleinbedrijf voor het inwinnen van advies;
- b.
€ 10.000 per midden- of kleinbedrijf voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen; of
- c.
€ 10.000 per midden- of kleinbedrijf in een collectief voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen, waarbij de gelden evenredig worden uitgekeerd aan de deelnemende bedrijven.
- a.
-
4 Individuele midden- of kleinbedrijven mogen zowel voor het inwinnen van advies als voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen subsidie aanvragen. Het maximale subsidiebedrag kan daarmee oplopen tot €12.500.
-
5 Een collectief mag enkel voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen subsidie aanvragen.
-
6 Een midden- of kleinbedrijf mag zowel als individueel bedrijf als collectief een subsidieaanvraag indienen mits het om andere activiteiten gaat.
-
7 De subsidie bedraagt niet meer dan de maximaal toegestane steunruimte.
-
8 Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Artikel 7.1.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in Hoofdstuk 1 artikel 1.28, lid 1, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, tot 30 juni 2028 of tot het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 7.1.7. Subsidiabele kosten
De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
- a.
materiaalkosten; en
- b.
kosten derden.
De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking wanneer de verduurzamingsmaatregelen door de subsidieontvanger zelf worden uitgevoerd:
- a.
loonkosten.
Artikel 7.1.8. Starttermijn en looptijd
-
1 Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen twee maanden na de subsidieverlening.
-
2 De uitvoering van het project is binnen zes maanden na dagtekening van de vaststelling voltooid.
-
3 Op verzoek van de subsidieontvanger kan het college de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 7.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
-
1 100% van de vastgestelde subsidie voor het inwinnen van advies wordt achteraf betaald op basis van factuur en verduurzamingsplan.
-
2 50% van de verleende subsidie voor het uitvoeren van de verduurzamingsmaatregelen wordt vooraf betaald op basis van het verduurzamingsplan.
-
3 50% van de verleende subsidie voor het uitvoeren van de verduurzamingsmaatregelen wordt achter betaald op basis een bewijslast en factuur van de advieskosten.
Artikel 7.1.10. Subsidieaanvraag
-
4 Onverminderd Hoofdstuk 1, artikel 1.13, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- c.
een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
- d.
de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
- c.
-
5 Aanvragen worden ingediend door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.borsele.nl/verduurzaming-bedrijven.
Artikel 7.1.11. Verplichtingen subsidieontvanger
Onverminderd Hoofdstuk 1, artikel 1.20, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, is de subsidieontvanger verplicht bewijsmateriaal aan te leveren waaruit blijkt dat er verduurzamingsmaatregelen zijn gerealiseerd.
Artikel 7.1.12. Staatssteun
De subsidie bevat staatssteun en word gerechtvaardigd door de artikelen 18, 38 en 38bis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 7.1.13. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 30 juni 2028, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 8. Dorpsvernieuwing 3.0
Paragraaf 8.1. Subsidietitel dorpsvernieuwing particuliere woningvoorraad
Artikel 8.1.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- -
woning: een bestaand gebouw met woonfunctie binnen de gemeente Borsele, geen bijgebouw (m.u.v. enkele levensloopbestendige maatregelen), schuur of nieuwbouw.
- -
maatregel: een activiteit die genoemd staat in dit hoofdstuk en bijdraagt aan verbetering van levensloopbestendigheid, bouwtechnische staat en/of duurzaamheid van de woning.
- -
levensloopbestendigheid: het geschikt maken van een woning voor bewoning door personen met als doel langer zelfstandig wonen mogelijk te maken.
- -
bouwtechnische staat: de mate waarin de woning voldoet aan basiskwaliteit op het gebied van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid.
- -
duurzaamheid: maatregelen die bijdragen aan energiebesparing, hernieuwbare energie, klimaatadaptatie of biodiversiteit.
Artikel 8.1.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het stimuleren van particuliere investeringen in duurzaamheid (energiebesparing, klimaatadaptatie en biodiversiteit), het verbeteren van de bouwtechnische staat en de levensloopbestendigheid van woningen in de gemeente Borsele.
Artikel 8.1.3. Doelgroep
Een natuurlijk persoon die eigenaar is van een woning van voor 2024 die is gelegen binnen de gemeente Borsele, of de natuurlijke persoon die huurder is van een woning van voor 2024 die is gelegen binnen de gemeente Borsele en daarbij beschikt over schriftelijke toestemming van de eigenaar van de woning.
Artikel 8.1.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de hierna genoemde maatregelen, mits deze worden toegepast op een bestaande woning met een bouwjaar voor 2024 die is gelegen binnen de gemeente Borsele. Voor maatregelen ten behoeve van de levensloopbestendigheid geldt dat deze ook mogen worden uitgevoerd in een bestaand bijgebouw.
a. Duurzaamheid
- i.
Zonnepanelen – installatie van zonnepanelen met een gezamenlijk piekvermogen van ten minste 1 kWp.
- ii.
Hybride verwarmingssysteem – combinatie van een cv-ketel met een warmtepomp, ISDE-erkend.
- iii.
Volledig elektrische warmtepomp – lucht-water of water-water warmtepomp, ISDE-erkend (lucht-lucht uitgesloten).
- iv.
Lage-temperatuurafgiftesysteem – vervanging van bestaande radiatoren door lagetemperatuurradiatoren of vloerverwarming.
- v.
Zonneboiler – ISDE-erkend zonneboilersysteem met voorraadvat, inclusief vlakkeplaatcollectoren of vacuümbuizen (heatpipes).
- vi.
Warmteterugwininstallatie – systeem voor warmteterugwinning uit ventilatielucht of douchewater.
- vii.
Regenwateropslag of hergebruik op eigen terrein – voorziening van ten minste 200 liter (regenton), 500 liter (hergebruiksysteem voor toilet of tuin) of een regenwatervijver of wadi van minimaal 2 m², met behoud van de aansluiting op het openbare rioolstelsel en dit uitvoering in overeenstemming met de Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Borsele.
- viii.
Passieve zonwering – permanente buitenzonwering (zoals luifels of buitenjaloezieën) met een minimaal oppervlak van 4 m² geveloppervlak.
- ix.
Groene daken – extensief of intensief groendaksysteem met een minimale substraatdikte van 4 cm, opnamecapaciteit van 20 liter per m2 en een oppervlak van ten minste 5 m² (inclusief olivijn randen).
- x.
Vleermuiskasten of vogelvoorzieningen – plaatsing van ten minste één ecologisch verantwoorde kast, met toelichting op hoogte en oriëntatie.
- xi.
Groene gevels – gevelbegroeiing van minimaal 4 m² met geleidingssysteem.
b. Bouwtechnische staat
- i.
Herstel van scheurvorming – in dragende muren, inclusief constructieve versteviging.
- ii.
Versteviging vloerconstructies en/of fundering – van de volledige beganegrondvloer of verdiepingsvloer.
- iii.
Dakherstel – minimaal 10 m².
- iv.
Gevelherstel – herstel voegwerk, scheuren of vochtproblemen over minimaal 10 m².
- v.
Gootherstel – vervanging of herstel van minimaal 5 strekkende meter goot.
c. Levensloopbestendigheid
(Maatregelen mogen ook worden toegepast in een bestaand bijgebouw)
- i.
Drempelhulpen of drempelverwijdering – bij ten minste 2 doorgangen.
- ii.
Trapliften – geplaatst door een erkend installateur.
- iii.
Badkameraanpassing – realisatie van een inloopdouche, verhoogd toilet of antislipvloer.
- iv.
Verbreding van deuren – tot een doorgang van minimaal 85 cm.
- v.
Automatische deuropeners of raamopeners – op de hoofdtoegangsroute.
- vi.
Rolstoeltoegankelijke entree – aanleg van hellingbaan of verbreding entree.
- vii.
Contrasterende kleurmarkering van traptreden – gehele trap.
- viii.
Slimme valdetectiesystemen met alarmering – gekoppeld aan noodoproep.
- ix.
Creëren van een bad- of slaapkamer op de begane grond – uitsluitend door bouwkundige of installatietechnische aanpassing.
- x.
Plaatsing van rook- en/of CO₂-melders.
- xi.
Verlaging van de keuken of vergelijkbare aanpassing – om rolstoelgebruik mogelijk te maken.
- xii.
Hulpmiddelen voor mantelzorg of langer zelfstandig wonen.
- xiii.
Slimme verlichtingssystemen – al dan niet met bewegings- of aanwezigheidsdetectie.
Artikel 8.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
-
1 Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 225.000.
-
2 Het maximale subsidiebedrag dat op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is maximaal € 7.500.
-
3 Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
-
4 Per adres kan slechts éénmaal subsidie op grond van deze titel worden verstrekt.
-
5 Stapeling met andere subsidieregelingen is toegestaan, mits de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de subsidiabele kosten.
Artikel 8.1.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in artikel 1.28, lid 1, tot en met 24 maanden daarna.
Artikel 8.1.7. Subsidiabele kosten
-
1 De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking, voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de maatregelen:
- a.
materiaalkosten; en
- b.
kosten derden (bijvoorbeeld kosten voor externe diensten of adviseurs) die uit een factuur van een bedrijf blijken.
- a.
-
2 Btw over subsidiabele kosten is subsidiabel voor zover deze niet door de aanvrager kan worden teruggevorderd.
-
3 De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.
-
4 De minimale subsidie bedraagt € 250. Een aanvraag komt slechts in aanmerking indien de totale subsidiabele kosten (al dan bestaande uit meerdere maatregelen bij elkaar opgeteld) ten minste € 500 bedragen.
Artikel 8.1.8. Starttermijn en looptijd
-
1 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor maatregelen die volledig zijn uitgevoerd op het moment van de aanvraag.
-
2 De facturatie en betaling van de maatregelen is afgerond op het moment van de aanvraag.
-
3 De uitvoering en facturatie van de maatregelen hebben plaatsgevonden binnen een termijn van ten hoogste zes maanden voorafgaand aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag.
-
4 Aanvragen die betrekking hebben op maatregelen waarvan de uitvoering of facturatie buiten de in het derde lid genoemde termijn heeft plaatsgevonden, komen niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 8.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
100% van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd binnen 13 weken na verlening.
Artikel 8.1.10. Subsidieaanvraag
-
1 Onverminderd Hoofdstuk 1, artikel 1.13, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b.
de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen, waaronder minimaal :
- i.
een factuur of bon op naam van de aanvrager met adres van de woning;
- ii.
een betaalbewijs;
- iii.
foto’s van de situatie vóór en na uitvoering;
- iv.
bewijs van uitvoering, zoals een opleveringsrapport of verklaring van de uitvoerder;
- v.
technische documentatie van de maatregel, waaronder indien van toepassing een ISDE-meldcode;
- vi.
een toestemmingsverklaring van de eigenaar, indien de aanvrager huurder is; en
- vii.
een afschrift van de benodigde vergunning of melding, indien van toepassing.
- i.
Een subsidietoekenning geldt niet als toestemming voor vergunningplichtige werkzaamheden. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor de technische haalbaarheid en voor het tijdig aanvragen en verkrijgen van de vereiste vergunningen of meldingen.
- a.
-
2 Aanvragen worden ingediend door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via www.borsele.nl/subsidie-voor-verduurzaming-woningen
Artikel 8.1.11. Verplichtingen subsidieontvanger
Onverminderd Hoofdstuk 1, artikel 1.20, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
de facturen, betaalbewijzen en overige bescheiden die verband houden met de subsidiabele maatregel minimaal twee jaar na vaststelling te bewaren;
- b.
desgevraagd door het college inzage te geven in de uitgevoerde maatregelen en toegang te verlenen voor controle op locatie;
- c.
voldoende bewijsmateriaal te verstrekken waaruit blijkt dat de maatregel conform aanvraag is gerealiseerd, waaronder foto’s en product- of installatiedocumentatie;
- d.
zelf tijdig onderzoek te doen naar vergunning- of meldingsplicht en deze, indien vereist, aan te vragen en te verkrijgen;
- e.
zelf tijdig onderzoek te doen naar het voldoen aan de gemeentelijke verordeningen voor zover de (uitvoering van de) maatregelen hier betrekking op hebben;
- f.
te aanvaarden dat een subsidietoekenning niet geldt als toestemming of goedkeuring voor het uitvoeren van vergunningplichtige werkzaamheden; en
- g.
zelf verantwoordelijk te zijn voor de technische en bouwkundige veiligheid van de uitgevoerde maatregelen, waaronder, indien nodig, het laten opstellen van een constructieve berekening door een deskundige.
Artikel 8.1.12. Afwijzingsgronden
Onverminderd Hoofdstuk 1, artikel 1.15, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee, beslist het college afwijzend op een aanvraag indien:
- a.
voor de uitvoering van de maatregel een vergunning of melding vereist was en deze niet is verleend of gedaan;
- b.
de uitvoering of facturatie van de maatregel buiten de in artikel 8.1.8, lid 3, gestelde termijn heeft plaatsgevonden; en
- c.
de maatregel niet voldoet aan de in deze titel gestelde technische eisen of voorwaarden.
Artikel 8.1.13. Staatssteun
De subsidieaanvraag bevat geen staatssteun.
Artikel 8.1.14. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Ondertekening
Heinkenszand, 11-03-2025
Burgemeester en wethouders van Borsele,
de secretaris,
J.M. Jansen
de burgemeester,
G.M. Dijksterhuis
Bijlage 1
Overzicht slecht geïsoleerde bouwdelen
Een bouwdeel is slecht geïsoleerd als de waardes gelijk of lager zijn dan de waardes in de rechterkolom van onderstaande tabel.
- 1.
De vloer en de bodem;
- 2.
De gevel, waaronder de spouwmuur;
- 3.
Het dak en de zoldervloer en vlieringvloer;
- 4.
De ramen, panelen in kozijnen en deuren.
|
Bouwdeel |
Wanneer aanpakken? |
Indicatie dikte of Rc of U-waarde |
|
Dak en zoldervloer en vlieringvloer |
Geen, slechte en matige dakisolatie |
Minder dan 9 cm aanwezig / een Rc ≤ 2,0 |
|
|
Als er geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig is |
Rc ≤ 0,5 |
|
Gevel, waaronder de spouwmuur |
Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig |
Rc ≤ 1,1 |
|
Vloer en de bodem |
Geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig |
Minder dan 5 cm aanwezig, Rc ≤ 1,3 |
|
Ramen, panelen in kozijnen en deuren |
Enkel glas, oud dubbelglas en HR glas |
Ug waarde ≥ 1,6 |
Bijlage 2
Handreiking Methodiek Natuurvriendelijk Isoleren Provincie Utrecht
|
DEFINITIES |
|
|
Isolatie van spouwmuur: |
Het vullen van de bestaande spouw door het inspuiten van isolatiematerialen. Het afdichten van kieren of gaten in de muur of bij kozijnen valt hier ook onder. |
|
Isolatie van borstweringen: |
lsoleren van de holle ruimte tussen(betonnen of houten)plaatmateriaal en binnenmuur. |
|
Binnendakisolatie |
Het isoleren van pannendaken aan de binnenzijde door aan het dakbeschot isolatiemateriaal te bevestigen waarna de binnenwand-afwerking eroverheen wordt geplaatst. De dakpannen mogen niet beroerd worden. Ook een ruimte vullen tussen dakbeschot en binnenwandafwerking met gespoten isolatiemateriaal is niet toegestaan in de pre-SMP methodiek. |
|
Buitendakisolatie |
Dakisolatie door het verwijderen van dakpannen, het bevestigen van isolatieplaten op het dak en het vervolgens plaatsen van regels en pannen. Het spuiten van isolatieschuim onder de pannen is niet toegestaan. |
|
Binnenmuurisolatie |
Het plaatsen van voorzetwanden met isolatiemateriaal tegen de buitenmuur via de binnenzijde van dewoning |
|
Buitenmuurisolatie |
Het plaatsen van voorzetwanden met isolatiemateriaal tegen de buitenmuur via de buitenzijde van de woning |
|
Tussenwoning |
Een woning waar doorgaans tweegevels worden gedeeld met de aangrenzende woningen. Extra gevels van een uitbouw tellen niet mee. Bij een tussenwoning worden dan maximaal twee gevels geïsoleerd. |
|
Hoekwoning |
Een woning waar doorgaans één gevelwordt gedeeld meteen aangrenzende woning en is vergelijkbaar met een twee-onder-een-kapwoning'. Hier zijn in de regel drie te isoleren gevels aanwezig. Extra gevels van een uitbouw tellen niet mee. |
|
Vrijstaande woning |
Woning heeft vier eigen gevelszonder deze te delen met een aangrenzende woning. Woningen die geschakeld zijn door het delen van gevels, van maximaal 1 bouwlaag (bijvoorbeeld garages) vallen onder vrijstaand woning. |
|
Lage woning: |
Woning lager dan 'twee bouwlagen met vliering' |
|
Geschikte vogelvoorziening:
|
Geschikte vleermuiskast:
|
FACTSHEET 1 - SPELREGELS DAKISOLATIE BINNENZIJDE
|
DAKISOLATIE BINNENZIJDE - VERPLICHTING 1 |
|
|
Voorkom het doden en verstoren van vogels en vleermuizen |
|
|
1a |
Bij binnen dakisolatie mag het dak aan de buitenzijde niet worden beroerd. |
|
1b |
Het isoleren van daken is meldingsplicht in de GIS-applicatie "Particuliere na-isolatie onder het pre SMP". Meldt de werkzaamheden voorafgaand aan de isolatie. Voeg uiterlijk binnen24 uur na het isoleren aan de melding foto'svan de particuliere compensatie toe, indien dat '1G' van toepassing was. |
|
1c |
Binnen dakisolatie kan jaarrond plaatsvinden, als het dakbeschot niet passeerbaar is voor vogelsen vleermuizen. |
|
Zijn er mogelijkheden voor vogels en vleermuizen om langs het dakbeschot in de zolder te komen? Dan gelden de volgende aanvullende verplichtingen: |
|
|
1d |
Vinden de werkzaamheden plaatstussen 1 aprilen 1 augustus? Vraageen ecoloog de woning te bezoeken om te bezienof er geen vogelsof vleermuizen wordeningesloten. |
|
1e |
Vinden de werkzaamheden plaats tussen 1 augustus tot 1 april vraag dan bewoners of er vlindervleugels of makkelijk te verpulveren poepjes op zolderliggen. Zijn er geen vlindervleugels of makkelijk te verpulverenpoepjes, dan kan de isolatie plaatsvinden. Wees wel alert op weggekropen vleermuizen. Treft u alsnog een vleermuis aan, wacht dan tot de vleermuis uit eigen beweging vertrekt. Zijn er wel vlindervleugels of makkelijk te verpulveren poepjes, laat dan voorafgaand aan de werkzaamheden een ecoloog de zolder controleren op weggekropen vleermuizen. |
|
DAKISOLATIE BINNENZIJDE - VERPLICHTING 2 |
|
|
Beperk het verlies van verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen |
|
|
1f |
Was het dakbeschot niet passeerbaar voor vogels en vleermuizen, dan geldt geen compensatieverplichting. |
|
1g |
Was het dakbeschot wel passeerbaar voor vogels of vleermuizen, dan gelden de volgende verplichtingen: |
|
1h |
Blijft er voorvleermuizen een luchtspouw met openingen via open stootvoegen of via hetdak van 20 x 50 mm, dan is geen vleermuiscompensatie nodig. Plaats enkeltwee vogelvoorzieningen per woning. |
|
1i |
Isde spouw niet meer beschikbaar, plaats dan twee vleermuiskasten en twee vogelvoorzieningen. |
|
1j |
Wordt ook de spouwgeïsoleerd, plaats dan de gebruikelijke compensatie zoals die verplicht wordt gesteld bij spouwmuurisolatie. Plaats aanvullend twee vogelvoorzieningen tenzij er reeds vogelvoorzieningen verplicht waren. In dat geval is aanvullende compensatie niet nodig. |
|
1k |
Deeisen aan eengeschikte vleermuiskast en een vogelvoorziening staan bij de definities. |
FACTSHEET 2 - SPELREGELS DAKISOLATIE BUITENZIJDE
|
DAKISOLATIE BUITENZIJDE - VERPLICHTING 1 |
|
|
Voorkom het doden en verstoren van vogels en vleermuizen |
|
|
2a |
Het vrijmaken van woningen van vleermuizen en vogels moetenonder begeleiding van een ecoloog. Daarvoor geldt een natuurkalender. |
|
2b |
Isde woning tijdig natuurvrij, conformde natuurkalender, dan mogen de werkzaamheden het hele jaar plaatsvinden. |
|
2c |
Deuitvoerder voorkomt dat de spouw onder invloedvan het weer komt te staan, zondervleermuizen te belemmeren in of uit te kunnenvliegen. |
|
2d |
Het isoleren van daken is meldingsplichtig in de GIS-applicatie "Particuliere na-isolatie onder het pre SMP". Meldt de werkzaamheden in de applicatie 48 uur voorafgaand aan het natuurvrij maken. |
|
DAKISOLATIE BUITENZIJDE - VERPLICHTING 2 |
|
|
Beperk het verlies van verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen |
|
|
2e |
Nesten van vogels en vleermuizen die mogelijk verdwijnen moeten gecompenseerd worden. Dit moet de woningeigenaar meenemen in de opdrachtverstrekking voor de werkzaamheden. Hierin zijn twee opties: |
|
2f |
Optie 1: Het dak moet na de dakisolatie toegankelijk zijn voor vleermuizen en vogels door hen toegangen onder de pannen te bieden van minimaal 35 mm tussen pan en dakrand. Plaats onder deze daken geen vogelschroot onder de eerste drie rijen dakpan. De toegang tot het dak aan de zijkant moet lopen via de gevelpannen of de windveer en aan de onderkant via de daklijst of de muurplaat. Daken met een hellingshoek van meer dan 60% kunnen als toegang ook vleermuispannen of gierzwaluwpannen gebruikt worden. Tussen isolatiemateriaal en dakpannen moet minimaal 35 mm zitten. De dakisolatie moet aan de randen over een breedte van 50 cm ruw zijn afgewerkt om vogels en vleermuizen grip te geven. Bij deze werkzaamheden is hetverplicht altijd een ecologisch deskundige in te schakelen. |
|
2g |
Optie 2: Is het toegankelijk houdenvan het dak om technische redenen niet mogelijk plaats dan vier vogelvoorzieningen aan de schaduwzijde. Het inbouwen van vier voorzieningen in daklijsten is ook toegestaan. Is de spouw niet (meer) toegankelijk voor vleermuizen plaats dan aanvullend een vleermuiskast per gevel . Wordt ook de spouw geïsoleerd dan geldt, dat per woning in totaal vier vogelvoorzieningen moeten worden opgehangen en op de gevels waar nog geen spouwverblijf verplicht was, moet een klein spouwverblijf van 30 x 30 cm worden toegevoegd. |
|
2h |
Deeisen aan een geschikte vleermuiskast en/of een geschikte vogelvoorziening staan bij de definities. |
FACTSHEET 3 - SPELREGELS SPOUWMUURISOLATIE
|
SPOUWISOLATIE - VERPLICHTING 1 |
|
|
Voorkom het doden en verstoren van vogels en vleermuizen |
|
|
3a |
Maak alle spouwen altijd natuurvrij voordatu start met de spouwmuurisolatie. Alleen als er geen openingen zijn bij het dak, via stootvoegen of kozijnen kunnen vleermuizen worden uitgesloten. Het isoleren van spouwmuren is meldingsplichtig in de GIS-applicatie "Particuliere na-isolatie onder het pre-SMP". Meldt de werkzaamheden in de applicatie 48 uur voorafgaand aan het natuurvrij maken. |
|
3b |
Plaats vleermuis- en vogelwerende maatregelen,door het afdichten van kieren, gaten,et cetera die groter zijn dan 7 mm. Siuit ook de toegang tot de spouw via aangrenzende gebouwen of via het dak af door middel van vleermuiswerende voorzieningen. |
|
3c |
Ten alle tijden moetenvleermuizen de ruimtewel kunnen verlaten, maar er niet kunnen terugkeren. |
|
3d |
Voor het vleermuisvrij maken van een spouw moet de uitvoerder een bewijs tonen dat door hem een training 'natuurvrij maken' is gevolgd. Voeg uiterlijk binnen 24 uur na natuurvrij maken de volgende onderdelen toe aan de melding:
* er mogen geen foto's geplaatst worden waarbij gegevens van derden zichtbaar zijn in relatie tot de AVG-wetgeving |
|
3e |
Hetaanbrengen van vleermuis- en vogelwerende maatregelen is toegestaan conformde Natuurkalender in deze factsheet. Het aanbrengen moet 5 dagen of meer voorafgaand aan het isoleren uitgevoerd worden zodat vleermuizen de kans krijgen om te vertrekken. In de winterperiode moet echter de hele winter gewacht worden tot de spouw vleermuisvrij mag worden verklaard. |
|
3f |
Isde woning tijdig natuurvrij gemaakt, dan kan jaarrond worden ge1soleerd. Ook in de kwetsbare kraamperiode (rood) of in de winterperiode (oranje) kan worden geïsoleerd zolang de vleermuis- en vogelwerende maatregelen vóór die kwetsbare periode zijn aangebracht. |
|
SPOUWISOLATIE - VERPLICHTING 2 |
|||
|
Beperk het verlies van verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen |
|||
|
3g |
Is de spouw minder dan 8 cm diep, dan geldt geen compensatieverplichting ten aanzien van vogels, maar wel ten aanzien van vleermuizen. |
||
|
3h |
Is de spouw dieper dan 8 cm maar is de spouw niet toegankelijkvia openingen van 2 cm breed, dan geldt geen compensatieverplichting ten aanzien van vogels maar wel ten aanzien van vleermuizen. |
||
|
3i |
Is de spouw dieper dan 8 cm en toegankelijk voor vogels, dan geldt wel een compensatieverplichting ten aanzien van vogels en ten aanzien van vleermuizen. |
||
|
Compensatieverplichting vogels: |
|
|
3j |
Plaats per woning twee vogelvoorzieningen. Het plaatsen van de tweevogelvoorzieningen mag geheel achterwege worden gelaten als de bovenzijde van de spouw open is en blijft (en voor vogels toegankelijk is via de dakranden) en de spouw tot 10 cm onder de rand wordt gevuld. Zo blijft er ruimte om boven op de spouw te kunnen broeden. |
|
Compensatievereisten vleermuizen: |
|
|
3k |
Maak bij tussenwoningen per gevel een klein spouwverblijf van 30 x 30 cm. Kan om technische redenen geen klein spouwverblijf worden gerealiseerd, dan mag dit worden vervangen voor een vleermuiskast, zolang het aantal voorzieningen gelijk blijft. Een speciale inbouwkast is uiteraard ook een mogelijkheid. |
|
3l |
Maak bij hoekwoningen een eindwoningen één groot spouwverblijf van 100x100 cm. Kan om technische redenen geen groot spouwverblijf worden gerealiseerd dan mag dit worden vervangen voor één middelgroot spouwverblijf van 60 x 60 cm met twee kleine spouwverblijven. Op die manier krijgt elke gevel een spouwverblijf. Een speciale inbouwkast (eventueel met isolatie achterwand) heeft de voorkeur, als er geen uitsparing in de muur gecreëerd kan worden. |
|
3m |
In geval van een vrijstaande woning moet in de nok een groot spouwverblijf van 100 x 100 cm worden aangebracht. Wanneer om technische redenen geen groot spouwverblijf kan worden gerealiseerd, mag dit worden vervangen door één middelgroot spouwverblijf (60x60 cm) met drie kleine spouwverblijven (30x30) of als het echt niet anders kan een klein spouwverblijf per gevel, dus 4 verblijven van 30x30 cm. In het allerlaatste geval is een vleermuiskast per gevel een optie als om technische redenen (met bewijslast via de meldingsapplicatie) een spouwverblijf niet mogelijk is. Op deze manier krijgt elke gevel een klein spouwverblijf of een vleermuiskast en blijft er een ruim aanbod met variatie in expositie voor de zomer- en paarverblijfplaatsen. Een speciale inbouwkast (eventueel met isolatie achterwand) heeft de voorkeur, als er geen uitsparing in de muur gecreëerd kan worden. |
|
3n |
Is de hoekwoning of vrijstaande woning echter lager dan twee bouwlagen met een vliering (zoals een seniorenwoning) dan geldt de verplichting van een klein spouwverblijf per gevel. Ook hier geldt dat een spouwverblijf mag worden vervangen voor een vleermuiskast als een spouwverblijf om technische redenen niet kan (met bewijslast via de meldingsapplicatie). |
|
Technische aspecten |
|
|
3o |
Een spouwverblijf is een verblijfplaats die gemaakt wordtdoor bij de isolatie van spouwmuren een bepaalde ruimte vrij te houden van isolatiemateriaal. De spouwborstels moeten al het isolatiemateriaal tegenhouden. |
|
3p |
De spouwverblijven worden gemaakt op het moment dat vleermuiswerendemaatregelen worden aangebracht. |
|
3q |
Vleermuiswerende maatregelen mogen de toegang tot de spouwverblijven niet belemmeren. |
|
3r |
Maak het spouwverblijf aan de bovenzijde van de spouwmuur. Breng vanaf de bovenzijde een spouwborstel in een U-vorm in de spouw. In de onderstaande afbeelding is dit de rode lijn. |
|
3s |
Zorg ervoor dat het spouwverblijf aan de bovenzijde openblijft zodat deze in verbinding staat met het dak. Is de spouw van de bovenzijde gesloten? Dan moet u deze (als dat technisch mogelijk is), met een smalle sleuf van minimaal 20 mm breed x 50 mm lang, openen zodat het spouwverblijf in verbinding komt met het dak. |
|
3t |
Maak in de geveleen opening die toegang geeft tot het spouwverblijf. Deze opening heeft een afmeting van ongeveer 20 mm bij 50 mm. Deze opening kan bijvoorbeeld bestaan uit een open stootvoeg. In de onderstaande afbeelding is dit het blauwe vlakje. |
|
3u |
Uitsluiten om technische redenen mogen grotere spouwverblijven worden vervangen voor kleinere of voor vleermuiskasten. Technische redenen zijn bijvoorbeeld dat de verhouding tussen het spouwverblijf en het te isoleren geveldeel verhoudingsgewijs te groot wordt met kansen op vochtproblemen. Licht deze situaties toe in de melding. |
FACTSHEET 4 - SPELREGELS ISOLATIE BORSTWERING
|
ISOLATIE BORSTWERING - VERPLICHTING 1 |
|
|
Voorkom het doden en verstoren van vleermuizen |
|
|
4a |
Iseen borstwering niet volledig te controleren met een endoscoop, dan geldt 4b. Is een borstwering met een endoscoop volledigte controleren op vleermuizen, dan geldt 4c. |
|
4b |
Maak borstweringen altijd 'vleermuisvrij' conform de natuurkalender. Voorhet vleermuis-vrij makenvan borstweringen dient de training 'natuurvrij-maken' tezijn gevolgd. Meldtde werkzaamheden in de applicatie 48 uur voorafgaand aan het natuurvrij maken. Voeg uiterlijk binnen 24 uur na natuurvrij maken de volgendeonderdelen toe aan de melding:
|
|
4c |
Isde borstwering met een endoscoop volledig te controleren op vleermuizen en wordenmet deendoscoop geen vleermuizen waargenomen? Dan kunt u de borstwering diezelfde dag isoleren of dichtmaken. Zo blijft de borstwering vleermuisvrij. Het 'vleermuisvrij· maken'is dan niet nodig. Voorafgaand aan het isoleren tekent de uitvoerder de 'vleermuisvrij-verklaring'. Het isoleren van borstweringen is meldingsplichtig in de GIS-applicatie "Particuliere na-isolatie onder het pre-SMP". Meldt de werkzaamheden voorafgaand aan het isoleren en voeg uiterlijk binnen 24 uur het volgende toe:
|
|
4d |
Worden er wel vleermuizen waargenomen? Dan moet uwachten met isoleren totdat de vleermuizen uit eigen beweging vertrokken zijn. |
|
4e |
Voor het controleren van borstweringen met een endoscoop en het kunnen uitgeven van een 'vleermuisvrij-verklaring' hoeft de uitvoerder geen specifieke training gevolgd te hebben. |
|
ISOLATIE BORSTWERING - VERPLICHTING 2 |
|
Beperk het verlies van verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen |
|
4f Plaats per borstwering 1 externe vleermuiskast. |
|
4g Wordt gelijktijdig de spouw geïsoleerd, plaats dan enkel spouwverblijven in de gevels. De extra vleermuiskasten zijn dan niet nodig. |
|
4h Blijft de spouw toegankelijk voor vleermuizen dan is geen compensatie nodig. |
FACTSHEET 5 - SPELREGELS ISOLATIE BINNENMUUR
|
BINNENMUURISOLATIE - VERPLICHTING 1 |
|
|
Voorkom het doden en verstoren van vogels en vleermuizen |
|
|
5a |
Bij het isoleren van de buitenmuren doorhet plaatsen van voorzetwanden aan de binnenzijde van de woning gelden geen vereisten om het dodenvan beschermde soortente voorkomen. |
|
5b |
Het plaatsen van voorzetwanden is meldingsplichtig in de GIS-applicatie "Particuliere na-isolatie onder het pre-SMP". Meldt de werkzaamheden voorafgaand aan de werkzaamheden. |
|
BINNENMUURISOLATIE - VERPLICHTING 2 |
|
|
Beperk het verlies van verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen |
|
|
5c |
Ergeld voor dezewerkzaamheden geen particuliere compensatieplicht voor kraamgroepen van vleermuissoorten. |
FACTSHEET 6 - SPELREGELS ISOLATIE BUITENMUUR
|
BUITENMUURISOLATIE - VERPLICHTING 1 |
|
|
Voorkom het doden en verstoren van vogels en vleermuizen |
|
|
6a |
Verdwijnen er geen kieren,gaten, open stoofvoegen of open randen(bijvoorbeeld bij muurbetimmering of bij het dak) van 7 mm of groter dan zijn er geen vereisten. |
|
6b |
Verdwijnen er kieren, gaten, open stoofvoegen of open randen (bijvoorbeeld bij muurbetimmering of bij het dak) van 7 mm of groter dan zijn beschermde soorten niet uitgesloten. Om het doden van beschermde soorten te voorkomen moeten alle muren natuurvrij worden gemaakt. Het natuurvrij van muren met kieren is meldingsplichtig in de GIS-applicatie “Particuliere na-isolatie onder het pre-SMP”. Meldt de werkzaamheden in de applicatie 48 uur voorafgaand aan het natuurvrij maken. Voeg uiterlijk binnen 24 uur na het natuurvrij maken de volgende bewijzen toe:
* er mogen geen foto's geplaatst worden waarbij gegevens van derden zichtbaar zijn in relatie tot de AVG-wetgeving |
|
6c |
Plaats vleermuis- en vogelwerende maatregelen, door het afdichten van kieren, gaten,et cetera die groter zijn dan 7 mm. Sluit ook de toegang tot de spouw via aangrenzende gebouwen of via het dak af door middel van vleermuiswerende voorzieningen. |
|
6d |
Ten alle tijden moeten vleermuizen de ruimte wel kunnen verlaten, maar er niet kunnen terugkeren. |
|
6e |
Voor het vleermuisvrij makenvan een spouw moet de uitvoerder een bewijs tonendat door hem een training 'natuurvrij maken' is gevolgd. |
|
6f |
Hetaanbrengen van vleermuis- en vogelwerende maatregelen is toegestaan conform de Natuurkalender in deze factsheet. Het aanbrengen moet 5 dagen of meer voorafgaand aan het isoleren uitgevoerd worden zodat vleermuizen de kans krijgen om te vertrekken. In de winterperiode moet echter de hele winter gewacht worden tot de spouw vleermuisvrij mag worden verklaard. |
|
6g |
Isde woning tijdignatuurvrij gemaakt, dan kan jaarrond worden gewerkt. Ook in de kwetsbare kraamperiode (rood) of in de winterperiode (oranje) kunnen voorzetwanden worden geplaatst zolang de vleermuis- en vogelwerende maatregelen vóór die kwetsbare periode zijn aangebracht. |
|
BUITENMUURISOLATIE - VERPLICHTING 2 |
|
|
Beperk het verlies van verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen |
|
|
6h |
Verdwijnen er kieren, gaten, open stoofvoegen of open randen (bijvoorbeeld bijmuurbetimmering of bij het dak) van 7 mm of groter dan zijn verblijfplaatsen van beschermde soorten niet uitgesloten. Plaats dan een vleermuiskast per gevel. |
|
6i |
Verdwijnen door het plaatsen van de voorzetmuur kieren in de muur, bij kozijnen of bij de dakrand van meer dan 2 cm breed, plaats dan per gevel een vogelvoorziening en plaats per gevel een vleermuiskast. |
FACTSHEET 7 - SPELREGELS PLAATSEN ZONNEPANELEN
|
PLAATSEN ZONNEPANELEN - VERPLICHTING 1 |
|
|
Voorkom het doden en verstoren van vogels en vleermuizen |
|
|
7a |
Het plaatsen van zonnepanelen op platte dakenis jaarrond toegestaan. Wordt in het broedseizoen een nest op het dak waargenomen dan mag dit nest verstoord worden. Het nest mag niet zo dicht benaderd worden dat oudervogels opvliegen, verhinderd worden naar het nest terug te keren, of agressief gedrag vertonen. |
|
7b |
Het plaatsen van zonnepanelen op hellende dakendient plaats te vinden buitenhet broedseizoen (1 april tot 1 augustus). |
|
7c |
Als op de dakenmoet worden gelopen dienen de pannenvoorzichtig te wordenverwijderd om het dooddrukken van vleermuizen te voorkomen. |
|
7d |
Het plaatsen van zonnepanelen op hellende daken is meldingsplichtig in de GIS-applicatie "Particuliere na-isolatie onder het pre-SMP". Meldt het plaatsen van zonnepanelen 7 dagen voorafgaand aan de werkzaamheden. |
|
PLAATSEN ZONNEPANELEN - VERPLICHTING 2 |
|
|
Beperk het verlies van verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen |
|
|
7e |
Laat bij het plaatsen van zonnepanelen aan de randen van het dak (zijkanten en rand van de dakgoot) een rand over waarop geen zonnepanelen worden gelegd. Deze randen zijnvier dakpannen breed of hoog. |
|
7f |
Isonder het dak een kraamkolonie van de meervleermuis of de laatvlieger bekend,dan is het plaatsen van zonnepanelen niet toegestaan. Raadpleeg hiervoor de GIS-applicatie "Particuliere na-isolatie onder het pre-SMP". |
OVERZICHT COMPENSATIETAAKSTELLING
In onderstaande tabel wordt de compensatietaakstelling voor particulieren in één overzicht weergegeven, uitgesplitst per type woning.
|
Type isolatie |
Tussenwoning of een lage woning |
Hoekwoning |
Vrijstaande woning |
|
Spouwmuurisolatie |
|||
|
Spouw < 8 cm |
1 klein spouwverblijf per gevel (30x30 cm) Alternatief: 1 vleermuiskast per gevel |
1 middelgroot (60x60) en 2 kleine (30x30cm) spouwverblijf per woning Alternatief: 1 klein spouwverblijf per gevel dan wet 1 vleermuiskast per gevel |
1 groot (lO0xlO0 cm) spouwverblijf per woning Alternatief: 1 middelgroot spouwverblijf en 3 kleine of 1 klein spouwverblijf dan wet 1 vleermuiskast per gevel |
|
Spouw > 8 cm met openingen van minimaal 2 cm breed of toegangen via de dakrand |
2 vogelvoorzieningen extra op de compensatie voor het isoleren van een spouw <8cm diep |
||
|
lsolatie van het dak aan de binnenzijde in het geval dat het dakbeschot niet passeervaar was voor vogels en vleermuizen |
|||
|
Geen compensatieverplichting |
|||
|
Isolatie van het dak aan de binnenzijde in het geval dat het dakbeschot passeervaar was voor vogel/s en vleermuizen |
|||
|
Er blijft een voor vleermuizen toegankelijke spouw |
2vogelvoorzieningen per woning |
||
|
Er is geen toegankelijke spouw |
2 vleermuiskasten en 2 vogelvoorzieningen per woning |
||
|
De spouw wordt ook geïsoleerd |
2 extra vogelvoorzieningen op de compensatie voor het isoleren van de spouwmuur, tenzij reeds vogelvoorzieningen waren vereist |
||
|
Isolatie van het dak aan de buitenzijde in het geval dat het dak we/ geschikt te houden is voor vogels en vleermuizen |
|||
|
Toegangen van minimaal 35 mm tussen pan en dakrand. Geen vogelschroot onder de eerste drie rijen dakpannen. Tussen isolatiemateriaal en dakpannen dient 35 mm te zitten. De dakisolatie moet aan de randen over een breedte van 50 cm ruw zijn afgewerkt. Betrek bij deze werkzaamheden een ecologische deskundige. |
|||
|
lsolatie van het dak aan de buitenzijde in het geval dat het dak niet geschikt te houden is voor vogels en vleermuizen |
|||
|
Er blijft een voor vleermuizen toegankelijke spouw |
4 vogelvoorzieningen per woning |
||
|
Er is geen toegankelijke spouw |
4 vogelvoorzieningen per woning en 1 vleermuiskast per gevel |
||
|
De spouw wordt ook geïsoleerd |
In totaal 4 vogelvoorzieningen per woning en 1 klein spouwverblijf per gevel |
In totaal 4 vogelvoorzieningen plus 1 middelgroot spouwverblijf en 2 kleine per woning |
In totaal 4 vogelvoorzieningen plus 1 groot spouwverblijf en 3 kleine per woning |
|
lsolatie van borstweringen |
|||
|
Er blijft een voor vleermuizen toegankelijke spouw |
Geen extra voorzieningen nodig |
||
|
Er is geen toegankelijke spouw |
1 vleermuiskast per borstwering |
||
|
De spouw wordt ook geïsoleerd |
Geen extra voorzieningen op de compensatie voor het isoleren van de muur |
||
|
Typeisolatie |
Tussenwoning of een lagewoning |
Hoekwoning |
Vrijstaande woning |
|
Binnenmuurisolatie |
|||
|
Geen compensatieverplichting |
|||
|
Buitenmuurisolatie |
|||
|
Geen kieren > 7 mm |
Geen compensatieverplichting |
||
|
Kieren groter dan 7 mm |
1 vleermuiskast per gevel |
||
|
Kieren groter dan 20 mm |
1 vogelvoorziening per gevel en 1 vleermuiskast per gevel |
||
|
Zonnepanelen |
|||
|
Geen compensatieverplichting |
|||
HET MELDINGSSYSTEEM
Om de werkzaamheden aan te melden bij de gemeente, zodat de werkzaamheden onder de legalisatie van de gebiedsgerichte ontheffing komen te vallen, is een GIS-applicatie ontwikkeld
GIS-applicatie voor het aanmelden van isolatiewerkzaamheden
Link en code:
Voor bedrijven die de training “Natuurvriendelijk isoleren” met succes hebben afgerond is een inlogcode beschikbaar om toegang te krijgen tot de applicatie. Ook ecologen kunnen de inlogcode ontvangen, voor werkzaamheden aan het dak vanaf de buitenzijde. Deze worden immers niet uitgevoerd door isolatiebedrijven.
Invullen
Bij het openen van de applicatie zijn alle woningen die deel mogen nemen rood gekleurd. Dit zijn de grondgebonden woningen in particulier eigendom met een energielabel C tot en met G. Door het klikken op een woning, en het invullen van relevante gegevens, wordt de woning ‘groen’ en daarmee onderdeel van de legalisatie van de ontheffing van de gemeente.
Vul in de applicatie de volgende informatie in:
- •
Type werkzaamheden
- •
Datum natuurvrij maken (indien van toepassing)
- •
Datum isoleren of plaatsen zonnepanelen.
De melding dient in de regel 48 uur voorafgaand aan het natuurvrij maken te zijn ingediend. Bij zonnepanelen dient dit 7 dagen voorafgaand aan de werkzaamheden te gebeuren. Er komt geen ontvangstbevestiging.
Bij deze melding moet binnen 24 uur na het natuurvrij maken de volgende fotobewijzen zitten:
- -
1. foto op de werklocatie waarin zichtbaar is wie het natuurvrij maken heeft uitgevoerd*.
- -
2. fotobewijs van het natuurvrij maken van de muren* en;
- -
3. fotobewijs van het plaatsen van de compensatie*
- -
4. bewijs als om technische redenen een uitsparing in de muur niet mogelijk is, en daarmee een vleermuiskast geplaatst is.
* er mogen geen foto's geplaatst worden waarbij gegevens van derden zichtbaar zijn in relatie tot de AVG-wetgeving
Zowel de gemeente als de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (hierna: RUD) en provincie hebben toegang tot de GIS-applicatie. De RUD ziet toe op de naleving van de ontheffing door toe te zien op het natuurvrij maken.
OVERZICHT TRANINGSPLICHT EN MELDINGSPLICHT
|
Het invullen van de applicatie gebeurt voorafgaand aan het: |
|||
|
Natuurvrij maken van spouwmuur |
Isolatie- bedrijf, of ecoloog |
Training ‘Natuurvriendelijk isoleren’ verplicht voor isolatiebedrijven |
Melden 48 uur voorafgaand aan natuurvrij maken, inclusief (binnen 24 uur na natuurvrij maken): Conform voorwaarden factsheets |
|
Natuurvrij maken omdat de borstwering niet te inspecteren is met endoscoop |
Isolatie- bedrijf, of ecoloog |
Training ‘Natuurvriendelijk isoleren’ verplicht voor isolatiebedrijven |
Melden 48 uur voorafgaand aan natuurvrij maken, inclusief (binnen 24 uur): Conform voorwaarden factsheets |
|
Natuurvrij maken van dak bij buitendakisolatie |
Ecoloog |
Nee, een ecoloog begeleid de werkzaamheden |
Meldingsplicht 48 voorafgaand aan het natuurvrij maken |
|
Natuurvrij maken van ruimten in de muur bij buitenmuur- isolatie |
Isolatie- bedrijf of ecoloog |
Training ‘Natuurvriendelijk isoleren’ verplicht voor isolatiebedrijven |
Melden 48 uur voorafgaand aan natuurvrij maken, inclusief (binnen 24 uur na natuurvrij maken): Conform voorwaarden factsheets |
|
Is natuurvrij maken niet nodig, dan gebeurt het invullen van de applicatie voorafgaand aan het: |
|||
|
Isoleren van muur via de binnenzijde |
Isolatie- bedrijf |
Nee |
Melden voorafgaand aan het isoleren |
|
Isoleren van dak via binnenzijde |
Isolatie- bedrijf |
Nee |
Melden voorafgaand aan het isoleren, inclusief (binnen 24 uur):
|
|
Isoleren van borstwering in geval deze volledig te inspecteren is met een endoscoop |
Isolatie- bedrijf |
Training ‘Natuurvriendelijk isoleren’ verplicht voor isolatiebedrijven |
Melden 48 uur voorafgaand aan natuurvrij maken, inclusief (binnen 24 uur na natuurvrij maken): Conform voorwaarden factsheets |
|
Het plaatsen van zonnepanelen |
Installateur |
Nee |
Melden 7 dagen voorafgaand aan het plaatsen van zonnepanelen bij hellende daken. Bij plattedaken geen meldingsplicht. |
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee
I. Algemeen
1. Inleiding
Met deze openstelling wordt een subsidieregeling geopend met zeven subsidietitels binnen het programma Netten op Zee.
2. Doel
De impact van de industrie op de gemeente Borsele is sterk. De actuele grootschalige ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie en Netten op Zee vergroten dit effect. De leefbaarheid staat daardoor onder druk. Het is daarom prioriteit van de gemeente om de natuur- en landschapswaarden te versterken en de leefbaarheid van de inwoners versneld te verbeteren.
In het Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee werken regio’s, waarin wordt geïnvesteerd in aanlandingen voor windenergie, samen met het ministerie van Economische Zaken om de leefbaarheid te versterken. Projecten binnen dit programma vallen binnen de volgende thema’s:
- 1.
behoud en versterken natuur;
- 2.
verbeteren fysieke leefomgeving;
- 3.
versterken regionale economie;
- 4.
versnellen energietransitie.
Voor investeringen in de leefomgeving in Zeeland stelt de Rijksoverheid € 50 miljoen beschikbaar. De gemeente Borsele maakt aanspraak op € 21,5 miljoen aan middelen voor investeringen in leefkwaliteit in het gebied. Binnen het gebiedsplan voor de gemeente Borsele worden onder andere investeringen gedaan in het verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig maken van sportfaciliteiten, verduurzamen van particuliere woningen en bedrijven en het versterken van natuur, - en landschapswaarden in gemeente Borsele. Bij de voorbereiding en uitvoering van de verschillende projecten worden inwoners actief betrokken.
3. Projecten
Titel 2.1. Zeeuwse heggen (inventarisatie)
Een heg of haag als agrarische perceelscheiding is het icoon van het Nederlands cultuurlandschap. Er zijn echter veel kilometers aan heggen verdwenen. De huidige neergang van biodiversiteit in het landelijk gebied hangt hier nauw mee samen. Deze openstelling is gericht op het uitvoeren van een inventarisatie voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen in agrarisch gebied in Borsele. Daarmee wordt aangesloten op de doelen van Netten op Zee rondom het behouden en versterken van de natuur en het verbeteren van de fysieke leefomgeving.
Titel 3.1. Bloemrijke akkerranden
Het aanbrengen van groen is een van de weinige fysieke maatregelen die het beeld van grootschalige in grepen in de leefomgeving kan wegnemen of dempen. Deze openstelling is gericht op het realiseren van bloemrijke akkerranden met als resultaat een groene, gezonde publieke ruimte waarin veel aandacht is voor biodiversiteit en natuur. Tevens dienen projecten bij te dragen aan de doelstellingen van de Nationale Bijenstrategie. Als grootschalige fruitteelt gemeente, heeft de gemeente Borsele als doelstelling om de “bij-vriendelijkste” gemeente van Nederland te worden. Daarmee wordt aangesloten op de doelen van Netten op Zee rondom het behouden en het versterken van de natuur en het verbeteren van de fysieke leefomgeving.
Titel 4.1. Sportfaciliteiten
De gemeente Borsele heeft de ambitie om een functionele, goede en duurzame sportinfrastructuur te realiseren, die voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is. Deze openstelling is gericht op het verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig maken van sportfaciliteiten in de gemeente Borsele. Hiermee dient de fysieke leefomgeving te worden verbeterd. De projecten binnen deze openstelling zijn gericht op het realiseren van padelbanen, het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers en het vernieuwen van vissteigers.
Titel 5.1. Maatwerkadvies
Voor sommige mensen is verduurzamen lastig. Ze weten niet waar ze moeten beginnen of wat het überhaupt inhoudt. Deze openstelling is gericht op het ondersteunen van deze mensen en hen te motiveren advies in te winnen om vervolgens gerichter te werk te gaan om hun huis te verduurzamen. De energieadviseur helpt hen hiermee.
Titel 6.1. Aanvullende maatregel isolatie
Het isoleren van woningen is een essentiële maatregel om de duurzaamheid te bevorderen, energiekosten te verlagen en de CO2-uitstoot te verminderen. Met name eigenaar-bewoner met een lager inkomen lopen achter op het gebied van verduurzaming vanwege de hoge kosten van isolatiemaatregelen. Deze openstelling is gericht op het ondersteunen van inwoners van Borsele met een slecht geïsoleerde woning bij het terugdringen van CO2-uitstoot, het realiseren van een energie neutrale gebouwde omgeving en het bestrijden en voorkomen van energiearmoede.
Titel 7.1. Verduurzaming MKB
Zeeland werkt aan de uitvoering van de Regionale Energie Strategie om bij te dragen aan het nationale klimaatakkoord. Deze openstelling is gericht op (mkb) ondernemers voor zowel het inwinnen van advies over als ook het daadwerkelijk uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen. Het doel is het aanjagen van duurzame innovaties en het stimuleren van (collectieve) oplossingen tussen bedrijven. Door duurzame maatregelen van ondernemers op de bedrijventerreinen te stimuleren, zorgt de gemeente Borsele voor een meer toekomstbestendig bedrijventerrein.
Titel 8.1. Dorpsvernieuwing 3.0 – Particuliere woningvoorraad
Door de stijgende energieprijzen en gestelde klimaatdoelen is het noodzakelijk om te verduurzamen. Daarnaast moeten ouderen steeds langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen door de stijgende kosten van de zorg en het bevriezen van de verpleeghuiscapaciteit. Tevens hebben we in de gemeente Borsele te maken met een grote bestaande, verouderde woningvoorraad. Woningeigenaren kunnen een bijdrage krijgen voor het verbeteren van de bouwtechnische staat van hun woning, de woning levensloopbestendig maken en/of de woning verduurzamen.
4. Vormgeving
4.1. Subsidieaanvraag
Voor volledigheid van de aanvraag – en daarmee de behandelvolgorde – is het noodzakelijk dat alle vereiste informatie bij de aanvraag wordt ingediend (artikel 1.19 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee Borsele). Aanvragen worden ingediend per mail door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via Aanvraagformulier subsidie algemeen 2025.pdf of via de subsidietitels, waar de wijze van indiening van de aanvraag en de aanvullende verplichte bijlagen worden benoemd.
4.2. Subsidiebeoordeling
Bij alle subsidietitels worden aanvragen op volgorde van ontvangst in de openstellingsperiode beoordeeld, volgens het zogenaamde ‘molenaarsprincipe’. Aanvragen worden na compleetheid beoordeeld op inhoud. Projecten die voldoen aan de minimale vereisten, worden op volgorde van ontvangst beschikt totdat het voor deze subsidietitel geldende subsidieplafond is bereikt.
5. Regeldruk
Titel 2.1. Zeeuwse heggen (inventarisatie)
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project € 140.000 subsidie zal vragen. Bij een subsidieplafond van € 140.000 is de verwachting daarom dat aan één project subsidie zal worden verleend.
Titel 3.1. Bloemrijke akkerranden
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project € 87.000 subsidie zal vragen. Bij een subsidieplafond van € 87.000 is de verwachting daarom dat aan één project subsidie zal worden verleend.
Titel 4.1. Sportfaciliteiten
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project de volgende subsidie zal vragen:
- -
€ 200.000 voor TEBO Heinkenszand;
- -
€ 300.000 voor Luctor Heinkenszand;
- -
€ 100.000 voor Sportvereniging Apollo ’69; en
- -
€ 75.000 voor Hengelvereniging De Bevelanden Heinkenszand.
Bij een subsidieplafond van € 675.000 is de verwachting daarom dat aan vier projecten subsidie zal worden verleend.
Titel 5.1. Maatwerkadvies
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project € 302,50 subsidie zal vragen. Bij een subsidieplafond van € 106.250 is de verwachting daarom dat aan 351 projecten subsidie zal worden verleend.
Titel 6.1. Aanvullende maatregel isolatie
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project € 1.000 subsidie zal vragen. Bij een subsidieplafond van € 382.500 is de verwachting daarom dat aan 382 projecten subsidie zal worden verleend.
Titel 7.1. Verduurzaming MKB
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project € 12.500 subsidie zal vragen. Bij een subsidieplafond van € 450.000 is de verwachting daarom dat aan 36 projecten subsidie zal worden verleend.
Titel 8.1. Dorpsvernieuwing 3.0 – Particuliere woningvoorraad
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project € 4.500 subsidie zal vragen. Bij een subsidieplafond van € 225.000 is de verwachting daarom dat aan 50 projecten subsidie zal worden verleend.
6. Kostensoorten
6.1. Berekening directe loonkosten
- 1
De directe loonkosten worden berekend:
- a.
door het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een uurtarief welke is berekend door de totale jaarlijks brutoloon, vermeerderd met een opslag van 37,5% voor werkgeverslasten te delen door 1.720 uur per jaar. Bij een parttime dienstverband wordt het aantal uren naar rato bepaald; of
- b.
op basis van de Nederlandse wetgeving betreffende uurloonberekening.
- a.
- 2
De directe loonkosten moeten kunnen worden toegeschreven aan het project ‘Net op Zee’.
- 3
De subsidieontvanger houdt de volgende documentatie bij:
- a.
loonstrook of bewijs salarisschaal functionaris;
- b.
urenregistratie;
- c.
bewijs dat een percentage tijd van de functionaris aan het project heeft besteed, ondertekend door de betreffende manager; en
- d.
berekening toegerekende kosten.
- a.
6.2. Berekening kosten externe arbeid
- 1
De kosten externe arbeid worden berekend:
- a.
door de voor het project gewerkte uren te vermenigvuldigen met het afgesproken uurtarief; of
- b.
op basis van de Nederlandse wetgeving betreffende uurloonberekening.
- a.
- 2
De directe loonkosten moeten kunnen worden toegeschreven aan het project ‘Net op Zee’.
- 3
De subsidieontvanger houdt de volgende documentatie bij:
- a.
aanbesteding externe arbeid volgens de aanbestedingsprocedures;
- b.
contract met externe partij met uurtarief; en
- c.
berekening toegerekende kosten.
- a.
6.3. Berekening kosten van arbeid door vrijwilligers
- 1
De kosten van arbeid door vrijwilligers worden berekend:
- a.
volgens de regels die zijn opgenomen in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst.
- a.
- 2
De vrijwilliger ontvangt een niet-marktconforme beloning die binnen de grenzen van de vrijwilligersregeling blijft.
- 3
Van een vrijwilligersvergoeding is sprake als iemand vergoedingen of verstrekkingen krijgt met een gezamenlijke waarde van maximaal € 120 per maand en maximaal € 2.100 per kalenderjaar.
- 4
De vrijwilligersvergoeding staat niet in verhouding tot het tijdsbeslag en de aard van het werk.
- 5
De subsidieontvanger houdt de volgende documentatie bij:
- a.
uitbetaling afschrift van maximaal € 120 per maand;
- b.
maximaal € 1.200 per jaar; en
- c.
bewijs dat een vrijwilligersprestatie is geleverd door een presentielijst met handtekening van de dagen dat er gewerkt is.
- a.
6.4. Kosten van materieel
- 1
Kosten die betrekking hebben op het gebruik van materieel gebaseerd op huur, leasing, aankoop of afschrijving van aangekocht materieel zijn alleen subsidiabel indien zij essentieel zijn voor of direct verband houden met de uitvoering van het project en in lijn zijn met de HVF-verordening.
- 2
De technische eigenschappen van het materieel moeten in overeenstemming zijn met de eisen van het project en met de geldende normen en standaarden.
- 3
De keuze tussen leasing, huur of koop moet in principe altijd zijn gebaseerd op de meest economische optie.
- 4
Aankoopkosten van materieel aangekocht tijdens de levensduur van het project van meer dan € 20.000 moeten overeenstemmen met de normale marktkosten en zijn in principe alleen subsidiabel op basis van afschrijvingen.
- 5
Items van minder dan € 20.000 mogen eenmalig worden afgeschreven.
- 6
De minimale documentatie bestaat uit:
- a.
de offerteaanvraag met technische eisen en argumenten van keuze voor huur, koop of leasing, de gevolgde procedure met tijdspad en de criteria waarop de offerte beoordeeld wordt met punten;
- b.
drie offertes of als er speciale omstandigheden zijn of jurisprudentie is, wordt dit gevolgd;
- c.
criteria waarop de offertes zijn beoordeeld; en
- d.
gunningsbeslissing gemotiveerd op basis van de criteria in de offerteaanvraag.
- a.
7. Toelichting artikel 1.21. Betaling samenwerkingsverbanden
Indien er bij een subsidieaanvraag sprake is van een samenwerkingsverband, is de penvoerder verantwoordelijk voor het op de juiste manier en tijdig doorzetten van de betalingen aan de partijen in het samenwerkingsverband.
8. Staatssteun
Een belangrijke voorwaarde bij deze regeling is dat wanneer op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) of de de-minimisverordening) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt, het geldende (lagere) percentage wordt aangehouden bij de subsidieverlening. Er kan ten aanzien van staatssteun in het algemeen sprake zijn van drie situaties: geen staatssteun (geen economische activiteiten), geoorloofde staatssteun of ongeoorloofde staatssteun. Staatssteun kan worden verleend wanneer geen sprake is van staatssteun of wanneer de steun past binnen de geldende staatssteunregels. De bepaling van de (maximale) steun wordt per begunstigde uitgevoerd, wat inhoudt dat de (maximale) subsidiepercentages kunnen verschillen tussen de projectpartners. Op basis van deze berekening wordt vervolgens het subsidiepercentage en subsidiebedrag voor het project als geheel bepaald. Wanneer op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de AGVV of de de-minimisverordening) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt dan het subsidiepercentage zoals genoemd in de regeling, zal het geldende (lagere) percentage worden aangehouden bij de subsidieverlening.
9. Inwerktreding regelgeving
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
II. Artikelen
Titel 2.1. Zeeuwse heggen (inventarisatie)
Artikel 2.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 2.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het behouden en versterken van de natuur en het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele middels het uitvoeren van een inventarisatie voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen in agrarisch gebied. De regeling draagt hiermee bij aan thema 1 van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee: het behouden en versterken van de natuur in Borsele.
Artikel 2.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit Stichting Landschapsbeheer Zeeland.
Artikel 2.1.4. Subsidiabele activiteiten
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling wordt Stichting Landschapsbeheer Zeeland opgeroepen om de natuur en de fysieke leefomgeving in Borsele te verbeteren middels het uitvoeren van een inventarisatie voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen in agrarisch gebied in Borsele. De activiteiten die uitgevoerd worden binnen dit project zijn:
a. Het opzetten en coördineren van het project
Dit betreft het plannen, uitvoeren, monitoren en afronden van het project. Denk hierbij aan het samenstellen van de organisatie, betrekken van stakeholders en communicatie.
b. Het inventariseren van beschikbare gronden
De activiteit omvat het verzamelen en analyseren van de beschikbaarheid van percelen agrarisch gebied beschikbaar en de geschiktheid toetsen voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen.
c. Het onderzoeken van deelnamebereidheid
Op basis van de inventarisatie wordt onderzocht en vastgesteld in hoeverre grondeigenaren bereid zijn en tegen welke voorwaarden om deel te nemen aan dit project en welke barrières eventueel weggenomen dienen te worden voor het vergroten van deelnamebereidheid.
d. Het uitzoeken en vaststellen van contractvormen
Dit betreft het onderzoeken welke mogelijke geschikte contractvormen er zijn voor het realiseren van Zeeuwse heggen in agrarisch gebied.
Artikel 2.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 140.000. De maximale subsidie bedraagt € 140.000 per aanvraag. Wanneer een aanvrager een lager subsidiebedrag vraagt in zijn aanvraag, wordt maximaal het gevraagde bedrag aan subsidie verleend.
Artikel 2.1.6. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemde periode worden ingediend per mail. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Artikel 2.1.7. Subsidiabele kosten
Deze regeling subsidieert de volgende kosten:
a. Loonkosten (inclusief overhead kosten)
Dit zijn loonkosten voor het opzetten en het coördineren van het project, het inventariseren van de beschikbare gronden, het onderzoeken van deelnamebereidheid en het uitzoeken en vaststellen van contractvormen.
b. Kosten derden
Dit zijn kosten gemaakt voor de inhuur van derden, zoals experts of vrijwilligers die ondersteunen bij een van de activiteiten.
Artikel 2.1.8. Starttermijn en looptijd
Als startdatum voor subsidiabiliteit van de kosten en activiteiten geldt de datum dat een complete aanvraag is ingediend. Wanneer de aanvrager in de aanvraag een andere startdatum invult die later is dan de datum dat een complete aanvraag is ingediend, legt het college die latere datum als startdatum voor subsidiabiliteit vast in de verleningsbeschikking.
In de verleningsbeschikking zal een einddatum voor het project worden opgenomen, gebaseerd op hetgeen in de aanvraag is aangegeven als de datum waarop het project reëel voltooid zal zijn. De einddatum is medebepalend voor de periode waarin subsidiabele kosten gedeclareerd kunnen worden.
Het is aan de aanvrager om in de aanvraag voldoende te onderbouwen dat de opgegeven periode noodzakelijk is voor het project en dat het project binnen de opgegeven periode volledig kan worden afgerond.
Indien gedurende de projectperiode blijkt dat door onvoorziene omstandigheden een project toch enkele maanden langer de tijd nodig heeft om volledig te worden afgerond, dan kan een verzoek tot verlenging van de projectperiode worden ingediend.
Artikel 2.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
Dit artikel bepaalt in welke mate en wanneer bevoorschotting of uitbetaling van subsidie plaatsvindt. Geen voorschotten worden verleend wanneer de beschikking opschortende of ontbindende voorwaarden bevat en deze voorwaarden nog niet zijn vervuld.
Titel 3.1. Bloemrijke akkerranden
Artikel 3.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 3.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het versterken van natuur- en landschapswaarden door het realiseren van bloemrijke akkerranden en daarmee een bijdrage te leveren aan de Nationale Bijenstrategie in Borsele. Ook zijn aanvragen gericht op het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele. De regeling draagt hiermee bij aan thema 1 van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee: het behouden en versterken van de natuur in Borsele.
Artikel 3.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland.
Artikel 3.1.4. Subsidiabele activiteiten
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling wordt Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland opgeroepen om de natuur- en landschapswaarden en de fysieke leefomgeving in Borsele te verbeteren middels het realiseren van bloemrijke akkerranden. Specifiek zijn de subsidiabele activiteiten het inzaaien van bloemranden op akkerranden en communicatie over het project, de werving en selectie van deelnemende agrarische ondernemers.
a. Het opzetten van het project
Dit betreft het plannen, uitvoeren, monitoren en afronden van het project. Denk hierbij aan het samenstellen van de organisatie, betrekken van stakeholders en communicatie.
b. Het werven en selecteren van deelnemers
Onder deze activiteit valt contact leggen met deelnemers en uitvoeren van een analyse voor geschiktheid van gronden.
c. Het opzetten van communicatiemiddelen en -uitingen
Hierbij kan worden gedacht aan het organiseren van wervingsavonden, opzetten van informatieborden aan de akkerranden en het informeren van de omgeving.
d. Het opmaken van contracten
Hieronder wordt verstaan het opstellen van contracten tussen de Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland en de geselecteerde deelnemers.
e. Het inzaaien van bloemenranden
Dit betreft het aanleggen en het inzaaien van de bloemenranden.
f. De begeleiding van deelnemers
Agrariërs worden ondersteund en geadviseerd op het gebied van het onderhouden van de ingezaaide bloemenranden.
Artikel 3.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 87.000. De maximale subsidie bedraagt maximaal € 87.000 per aanvraag. Wanneer een aanvrager een lager subsidiebedrag vraagt in zijn aanvraag, wordt maximaal het gevraagde bedrag aan subsidie verleend.
Artikel 3.1.6. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemde periode worden ingediend per mail. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Artikel 3.1.7. Subsidiabele kosten
Deze regeling subsidieert de volgende kosten:
a. Loonkosten (inclusief overhead kosten)
Dit zijn loonkosten voor het inzaaien van bloemranden, het communiceren over het project en het werven en selecteren van deelnemende agrarische ondernemers.
b. Kosten derden
Dit zijn kosten gemaakt voor de inhuur van derden, zoals experts of vrijwilligers die ondersteunen bij een van de activiteiten.
c. Materiaalkosten
Onder materiaalkosten valt, onder andere, de aanschaf van bloemenzaad en informatieborden
d. Vergoeding voor deelnemers
Hieronder valt een vergoeding voor deelnemers voor het inzaaien van bloemranden.
Artikel 3.1.8. Starttermijn en looptijd
Als startdatum voor subsidiabiliteit van de kosten en activiteiten geldt de datum dat een complete aanvraag is ingediend. Wanneer de aanvrager in de aanvraag een andere startdatum invult die later is dan de datum dat een complete aanvraag is ingediend, legt het college die latere datum als startdatum voor subsidiabiliteit vast in de verleningsbeschikking.
In de verleningsbeschikking zal een einddatum voor het project worden opgenomen, gebaseerd op hetgeen in de aanvraag is aangegeven als de datum waarop het project reëel voltooid zal zijn. De einddatum is medebepalend voor de periode waarin subsidiabele kosten gedeclareerd kunnen worden.
Het is aan de aanvrager om in de aanvraag voldoende te onderbouwen dat de opgegeven periode noodzakelijk is voor het project en dat het project binnen de opgegeven periode volledig kan worden afgerond.
Indien gedurende de projectperiode blijkt dat door onvoorziene omstandigheden een project toch enkele maanden langer de tijd nodig heeft om volledig te worden afgerond, dan kan een verzoek tot verlenging van de projectperiode worden ingediend.
Artikel 3.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
Dit artikel bepaalt in welke mate en wanneer bevoorschotting of uitbetaling van subsidie plaatsvindt. Geen voorschotten worden verleend wanneer de beschikking opschortende of ontbindende voorwaarden bevat en deze voorwaarden nog niet zijn vervuld.
Artikel 3.1.11. Verplichtingen subsidieontvanger
In dit artikel is opgenomen wat de verplichten van de subsidieontvanger zijn. Onder bewijsmateriaal in sub c kan onder andere worden gedacht aan het aanleveren van een foto waarop de gerealiseerde akkerrand zichtbaar is.
Titel 4.1. Sport
Artikel 4.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 4.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig maken van sportfaciliteiten in de gemeente Borsele. Ook zijn aanvragen gericht op het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele. Dit kan op verschillende manieren:
- -
door het realiseren van padelbanen;
- -
door het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers; en
- -
door het vernieuwen van vissteigers.
De regeling draagt hiermee bij aan thema 2 van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee: het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele.
Artikel 4.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit sportverenigingen in de gemeente Borsele, namelijk TEBO Heinkenszand, Luctor Heinkenszand, Sportvereniging Apollo ’69 en Hengelvereniging De Bevelanden Heinkenszand.
Artikel 4.1.4. Subsidiabele activiteiten
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling worden vier sportverenigingen opgeroepen om de sportfaciliteiten in de gemeente Borsele te verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig te maken en de fysieke leefomgeving in Borsele te verbeteren.
Activiteit “het realiseren van padelbanen” nader uitgelegd
Onder het realiseren van padelbanen wordt onder andere verstaan het voorbereiden en aanleggen van de sporttechnische fundering voor de twee padelbanen en het realiseren van de padelbanen. Denk hierbij aan het aanbrengen van een toplaag, baaninrichting, verlichting en bestrating.
Activiteit “het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers” nader uitgelegd
Onder het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers wordt onder andere verstaan het aanleggen van een fundering, het plaatsen van buitenwanden en kozijnen, het maken van een dak en aanbrengen van dakbedekking, het realiseren van binnenwanden, tegelwerk, vloer en sanitair, en het uitvoeren van installatie werkzaamheden.
Activiteit “het vernieuwen van vissteigers” nader uitgelegd
Onder het vernieuwen van vissteigers wordt onder andere verstaan het verwijderen van oude vissteigers, het repareren van bestaande vissteigers en het realiseren van nieuwe vissteigers.
Artikel 4.1.5. Subsidieplafond, maximale subsidie en wijze van verdeling
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 675.000. De maximale subsidie per aanvraag bedraagt:
- -
€ 200.000 voor TEBO Heinkenszand
- -
€ 300.000 voor Luctor Heinkenszand
- -
€ 100.000 voor Sportvereniging Apollo ‘69
- -
€ 75.000 voor Hengelvereniging De Bevelanden Heinkenszand
Wanneer een aanvrager een lager subsidiebedrag vraagt in zijn aanvraag, wordt maximaal het gevraagde bedrag aan subsidie verleend. Indien op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de AGVV) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt, wordt maximaal het toegestane percentage aan subsidie verleend.
Artikel 4.1.6. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemde periode worden ingediend per mail. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Artikel 4.1.7. Subsidiabele kosten
Deze regeling subsidieert de volgende kosten:
a. Materiaalkosten
Dit zijn alle materiaalkosten benodigd voor het aanleggen van padelbanen, het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers en het vernieuwen van vissteigers. Hieronder valt te denken aan de aankoop van zandkunstgras, baanverlichting, wanden, sanitair en vissteigers.
b. Loonkosten (inclusief overhead kosten)
Dit zijn loonkosten voor het aanleggen van padelbanen, het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers, en het vernieuwen van vissteigers.
c. Kosten derden
Dit zijn kosten gemaakt voor de inhuur van derden, zoals experts of vrijwilligers die ondersteunen bij een van de activiteiten.
Artikel 4.1.8. Starttermijn en looptijd
Als startdatum voor subsidiabiliteit van de kosten en activiteiten geldt de datum dat een complete aanvraag is ingediend. Wanneer de aanvrager in de aanvraag een andere startdatum invult die later is dan de datum dat een complete aanvraag is ingediend, legt het college die latere datum als startdatum voor subsidiabiliteit vast in de verleningsbeschikking.
In de verleningsbeschikking zal een einddatum voor het project worden opgenomen, gebaseerd op hetgeen in de aanvraag is aangegeven als de datum waarop het project reëel voltooid zal zijn. De einddatum is medebepalend voor de periode waarin subsidiabele kosten gedeclareerd kunnen worden.
Het is aan de aanvrager om in de aanvraag voldoende te onderbouwen dat de opgegeven periode noodzakelijk is voor het project en dat het project binnen de opgegeven periode volledig kan worden afgerond.
Indien gedurende de projectperiode blijkt dat door onvoorziene omstandigheden een project toch enkele maanden langer de tijd nodig heeft om volledig te worden afgerond, dan kan een verzoek tot verlenging van de projectperiode worden ingediend.
Artikel 4.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
Dit artikel bepaalt in welke mate en wanneer bevoorschotting of uitbetaling van subsidie plaatsvindt. Geen voorschotten worden verleend wanneer de beschikking opschortende of ontbindende voorwaarden bevat en deze voorwaarden nog niet zijn vervuld.
Titel 5.1. Maatwerkadvies
Artikel 5.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 5.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het verstrekken van subsidie aan particuliere woningeigenaren voor het inwinnen van maatwerkadvies door een energieadviseur om hun woning verder te verduurzamen. De regeling draagt hiermee bij aan thema 3 van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee: het versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie in Borsele.
Artikel 5.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit particuliere woningeigenaren in de gemeente Borsele.
Artikel 5.1.4. Subsidiabele activiteiten
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling worden particuliere woningeigenaren opgeroepen om advies van een energieadviseur in te winnen om hun woning te verduurzamen op basis van een energielabel.
Activiteit “het aanvragen, toetsen en verstrekken van een energielabeladvies door een energieadviseur”
Aanvragers kunnen maatwerkadvies inwinnen bij een energieadviseur over het verduurzamen van hun woning. De energieadviseur is een specialist in woningisolatie en energie labels.
Activiteit “het opstellen van het adviesrapport door een erfgoedadviseur van Erfgoed Zeeland in de vorm van een monumentenpaspoort”
Voor eigenaren van monumentale panden kan een monumentenpaspoort een waardevol hulpmiddel zijn. Dit paspoort biedt inzicht in de mogelijkheden voor verduurzaming van monumentale panden, met inachtneming van de beschermde regels voor erfgoed. De activiteit omvat het opstellen van een adviesrapport voor monumenten middels dit paspoort.
Activiteit “het inwinnen van advies over het verduurzamen van de woning bij een energieadviseur”
Onder deze activiteit wordt verstaan het inwinnen van advies dat helpt bij het geven van praktische en concrete tips voor het verduurzamen van een woning. Dit advies kan worden opgevraagd bij een energieadviseur.
Artikel 5.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 106.250. de maximale subsidie per aanvraag bedraagt:
- -
€ 400 voor het aanvragen, toetsen en verstrekken van een energielabel door een energieadviseur
- -
€ 307,50 voor het aanvragen van een monumentenpaspoort
- -
€ 200 voor het inwinnen van advies door een energieadviseur
Wanneer een aanvrager een lager subsidiebedrag vraagt in zijn aanvraag, wordt maximaal het gevraagde bedrag aan subsidie verleend. Indien op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de AGVV) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt, wordt maximaal het toegestane percentage aan subsidie verleend.
Artikel 5.1.6. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemdeperiode worden ingediend via het online aanvraagformulier. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Artikel 5.1.7. Subsidiabele kosten
Deze regeling subsidieert de volgende kosten:
a. Kosten derden
Dit zijn kosten gemaakt voor de inhuur van derden, waaronder de energieadviseur, en de kosten voor het opstellen van een adviesrapport voor monumenten middels dit paspoort komen in aanmerking voor subsidie.
Artikel 5.1.8. Subsidievaststelling en uitbetaling
Dit artikel bepaalt in welke mate en wanneer bevoorschotting of uitbetaling van subsidie plaatsvindt. Geen voorschotten worden verleend wanneer de beschikking opschortende of ontbindende voorwaarden bevat en deze voorwaarden nog niet zijn vervuld. Voor subsidieaanvragen onder deze titel geldt dat subsidievaststelling tijdens beoordeling van de aanvraag plaatsvindt.
Titel 6.1. Aanvullende maatregel isolatie
Artikel 6.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 6.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het ondersteunen van inwoners van Borsele met een slecht geïsoleerde woning bij het terugdringen van de uitstoot van CO2, het realiseren van een energie neutrale gebouwde omgeving en het bestrijden en voorkomen van energiearmoede.
Artikel 6.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit eigenaar-bewoners van een woning in de gemeente Borsele.
Artikel 6.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 382.500. De maximale subsidie per aanvraag bedraagt € 1.000. Indien is geïnvesteerd in biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal is sprake van een opslag per soort isolatie.
Wanneer een aanvrager een lager subsidiebedrag vraagt in zijn aanvraag, wordt maximaal het gevraagde bedrag aan subsidie verleend. Indien op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de AGVV) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt, wordt maximaal het toegestane percentage aan subsidie verleend.
Artikel 6.1.6. Inzet subsidie
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling worden eigenaar-bewoners opgeroepen om hun woning te verduurzamen middels het uitvoeren van isolatiemaatregelen, zelfstandig of door een gespecialiseerd bedrijf.
“de kosten van de bouwproducten die benodigd zijn voor het zelf uitvoeren van maximaal twee isolerende maatregelen aan de eigen woning zoals aangegeven in de subsidieaanvraag”
Onder verduurzamingsmaatregelen binnen deze activiteit wordt onder meer verstaan dakisolatie, zolder-/vlieringvloerisolatie, gevelisolatie en vloerisolatie, zoals opgenomen in de richtlijnen op www.overheid.nl. Het gaat hierbij om de inkoop van materiaal, niet om eigen uren.
“de kosten voor het laten uitvoeren van maximaal één isolerende maatregel aan de eigen woning door een gespecialiseerd bedrijf”
Onder verduurzamingsmaatregelen binnen deze activiteit wordt onder meer verstaan dakisolatie, zolder-/vlieringvloerisolatie, gevelisolatie, vloerisolatie, bodemisolatie, spouwmuur, glas- en kozijnpanelen, isolerende deuren, CO2-gestuurde ventilatie en balansventilatie met WTW, zoals opgenomen in de richtlijnen op www.overheid.nl. De laatste twee maatregelen dienen te worden gecombineerd met een van de andere isolatiemaatregelen.
Artikel 6.1.13. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemdeperiode worden ingediend via het online aanvraagformulier. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Titel 7.1. Verduurzaming MKB
Artikel 7.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 7.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het ondersteunen van het mkb in de gemeente Borsele bij het verduurzamen van een hoofdgebouw, een bedrijfsproces of het vergroenen van een bedrijventerrein. De regeling draagt hiermee bij aan thema 4 van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee: het versterken van de regionale economie in Borsele.
Artikel 7.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit een collectief van en individuele mkb-ondernemers gevestigd in de gemeente Borsele.
Artikel 7.1.4. Subsidiabele activiteiten
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling wordt mkb in Borsele opgeroepen om verduurzamingsmaatregelen te treffen aan gebouwen, bedrijfsprocessen of dienstverlening.
Activiteit “het inwinnen van advies over duurzaamheid door een energieadviseur”
Onder deze activiteit kunnen aanvragers advies inwinnen over verduurzaming van bedrijven door een erkend energieadviseur. De adviseur is een gecertificeerd energieadviseur die gespecialiseerd is in het adviseren over verduurzamingsmaatregelen.
Activiteit “investeringen in verduurzamingsmaatregelen aan het hoofdgebouw, bedrijfsproces of bedrijventerrein”
Onder investeringen in verduurzamingsmaatregelen vallen onder meer investeringen in zonne-energie, windenergie, warmtepompen, isolatie, Hr-ketels, verlichting (ledverlichting en slimme verlichtingssystemen) en vervanging van verouderde apparatuur (vervangen oude apparatuur die veel energie verbruikt door nieuwe, energiezuinige apparaten als koelkasten, ovens en airconditioningssytemen). Onder investeringen door een collectief vallen onder meer investeringen in zonnepanelen op een hoofdgebouw van een bedrijf ten behoeve van het opwekken van energie voor meerdere bedrijven, gedeelde en duurzame mobiliteit, en groene(re) inrichting van een bedrijventerrein.
Artikel 7.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 450.000. Het maximale subsidiepercentage per aanvraag bedraagt:
- -
50% voor kleinbedrijf;
- -
40% voor middenbedrijf; en
- -
40% voor een collectief.
De maximale subsidie per aanvraag bedraagt:
- -
€ 2.500 per midden- of kleinbedrijf voor het inwinnen van advies;
- -
€ 10.000 per midden- of kleinbedrijf voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen; of
- -
€ 10.000 per midden- of kleinbedrijf in een collectief voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen.
Individuele midden- of kleinbedrijven mogen zowel voor het inwinnen van advies als voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen subsidie aanvragen. Het maximale subsidiebedrag kan daarmee oplopen tot €12.500. Een collectief mag enkel voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen subsidie aanvragen.
Ter illustratie: in het geval dat een collectief bestaande uit drie mkb-bedrijven € 50.000 aan in aanmerking komende kosten heeft, ontvangt het collectief maximaal 40% tot een maximum van € 10.000 per deelnemend bedrijf. De maximale subsidie komt daarmee uit op € 20.000 (0,40 x 50.000). In het geval van € 100.000 aan in aanmerking komende kosten voor hetzelfde collectief, bedraagt de maximale subsidie € 30.000 (0,40 x 100.000 tot een maximum van 10.000 per bedrijf).
De gelden voor een collectief worden evenredig verdeeld over de deelnemende bedrijven. Mocht er op basis van gemaakte afspraken een andere verdeelsleutel passend zijn, dan zijn de bedrijven zelf verantwoordelijk voor de uiteindelijke verdeling.
Wanneer een aanvrager een lager subsidiebedrag vraagt in zijn aanvraag, wordt maximaal het gevraagde bedrag aan subsidie verleend. Indien op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de AGVV) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt, wordt maximaal het toegestane percentage aan subsidie verleend.
Artikel 7.1.6. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemdeperiode worden ingediend via het online aanvraagformulier. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Artikel 7.1.7. Subsidiabele kosten
Deze regeling subsidieert de volgende kosten:
a. Materiaalkosten
Onder materiaalkosten vallen onder meer zonnepanelen, warmtepompen, isolatiematerialen, Hr-ketels, verlichting en overige apparatuur of materiaal die verduurzaming stimuleren en benodigd zijn voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen.
b. Kosten derden
Dit zijn kosten gemaakt voor de inhuur van derden, waaronder de installateurs van de verduurzamingsmaatregelen en de energieadviseur, voor het verzorgen van advies en het treffen van verduurzamingsmaatregelen.
Kosten voor eigen uren zijn niet subsidiabel wanneer de verduurzamingmaatregelen door de subsidieontvanger zelf worden uitgevoerd.
Artikel 7.1.8. Starttermijn en looptijd
Als startdatum voor subsidiabiliteit van de kosten en activiteiten geldt de datum dat een complete aanvraag is ingediend. Wanneer de aanvrager in de aanvraag een andere startdatum invult die later is dan de datum dat een complete aanvraag is ingediend, legt de het college die latere datum als startdatum voor subsidiabiliteit vast in de verleningsbeschikking.
In de verleningsbeschikking zal een einddatum voor het project worden opgenomen, gebaseerd op hetgeen in de aanvraag is aangegeven als de datum waarop het project reëel voltooid zal zijn. De einddatum is medebepalend voor de periode waarin subsidiabele kosten gedeclareerd kunnen worden.
Het is aan de aanvrager om in de aanvraag voldoende te onderbouwen dat de opgegeven periode noodzakelijk is voor het project en dat het project binnen de opgegeven periode volledig kan worden afgerond.
Indien gedurende de projectperiode blijkt dat door onvoorziene omstandigheden een project toch enkele maanden langer de tijd nodig heeft om volledig te worden afgerond, dan kan een verzoek tot verlenging van de projectperiode worden ingediend.
Artikel 7.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
Dit artikel bepaalt in welke mate en wanneer bevoorschotting of uitbetaling van subsidie plaatsvindt. Geen voorschotten worden verleend wanneer de beschikking opschortende of ontbindende voorwaarden bevat en deze voorwaarden nog niet zijn vervuld.
Artikel 7.1.11. Verplichtingen subsidieontvanger
In dit artikel is opgenomen wat de verplichten van de subsidieontvanger zijn. Onder bewijsmateriaal in sub a kan onder andere worden gedacht aan het aanleveren van een foto waarop de gerealiseerde verduurzamingsmaatregel zichtbaar is.
Titel 8.1. Dorpsvernieuwing 3.0 – Particuliere woningvoorraad
Artikel 8.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 8.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het verstrekken van subsidie aan particuliere woningeigenaren/-huurders voor het verbeteren van hun woning; bouwtechnische staat verbeteren, levensloopbestendig maken en/ of verduurzamen. De regeling draagt hiermee bij aan thema 4 van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee: het versterken van de regionale economie in Borsele.
Artikel 8.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit particuliere woningeigenaren of particuliere woninghuurders (natuurlijk persoon) in de gemeente Borsele. De woning moet van het bouwjaar zijn van voor 2024.
Artikel 8.1.4. Subsidiabele activiteiten
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling worden particuliere woningeigenaren gestimuleerd om te investeren in hun woning om uiteindelijk de overall kwaliteit te verbeteren.
Activiteit “Duurzaamheid”
Aanvragers kunnen diverse energiebesparende maatregelen nemen en hun woning klimaatbestendig inrichten.
Activiteit “Bouwtechnische staat”
De gemeente Borsele heeft een grote verouderde woningvoorraad. Met de regeling wordt men in staat gesteld om de kwaliteit van de draagconstructie en de schil van de woning op te knappen, zodat er een basis wordt gecreëerd om de woning verder te verbeteren.
Activiteit “Levensloopbestendigheid”
Deze maatregelen kunnen worden ingezet in de bestaande woning en in een bestaande (aangebouwd) bijgebouw. Het levensloopbestendig maken, zoals bijvoorbeeld drempels weghalen, kan bijdragen aan het langer thuis blijven wonen.
Artikel 8.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 225.000. De maximale subsidie per aanvraag bedraagt € 7.500.
Artikel 8.1.6. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemdeperiode worden ingediend via het online aanvraagformulier. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Artikel 8.1.7. Subsidiabele kosten
Deze regeling subsidieert de volgende kosten:
a. Materiaalkosten
Dit zijn materiaalkosten voor het realiseren van verbeteringen.
b. Kosten derden
Dit zijn kosten gemaakt voor de inhuur van derden, bijvoorbeeld een aannemer of installateur.
Kosten voor eigen uren zijn niet subsidiabel wanneer de maatregelen door de subsidieontvanger zelf worden uitgevoerd.
Artikel 8.1.8. Starttermijn en looptijd
Als startdatum voor subsidiabiliteit van de kosten en activiteiten geldt de datum dat een complete aanvraag is ingediend. De werkzaamheden, facturatie en betaling moeten volledig zijn voltooid op het moment van de aanvraag.
Artikel 8.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
Dit artikel bepaalt in welke mate en wanneer uitbetaling van subsidie plaatsvindt. Voor subsidieaanvragen onder deze titel geldt dat subsidievaststelling na beoordeling van de aanvraag plaatsvindt.
Artikel 8.1.10. Subsidieaanvraag
In dit artikel wordt beschreven waar een aanvraag minimaal aan moet voldoen en waar het online aanvraagformulier te vinden is.
Artikel 8.1.11. Verplichtingen subsidieontvanger
In dit artikel is opgenomen wat de verplichten van de subsidieontvanger zijn. Onder bewijsmateriaal in sub c kan onder andere worden gedacht aan het aanleveren van een foto waarop de gerealiseerde verbetermaatregel zichtbaar is.
Artikel 8.1.12. Afwijzingsgronden
In dit artikel staat beschreven wat de afwijzingsgronden zijn waarop het college kan beslissen de aanvraag naast zich neer te leggen.
Artikel 8.1.13. Staatssteun
In paragraaf 8 van het algemeen deel van de toelichting is staatssteun nader toegelicht.
Artikel 8.1.14. Vervaltermijn
In dit artikel wordt de datum genoemd waarna geen subsidies meer kunnen worden aangevraagd voor deze titel.
III Inwerktreding
Met dit onderdeel wordt de inwerktreding geregeld. In paragraaf 9 van het algemeen deel van de toelichting is de inwerktreding nader toegelicht.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl