Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR736847
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR736847/1
Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee
Geldend van 20-03-2025 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op ZeeHoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –
Algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2024 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
- –
college: het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Borsele;
- –
de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831);
- –
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling beschikking, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie, gelet op de artikelen 42, 106, derde lid, 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld;
- –
gebiedsinvesteringen Netten op Zee (NoZ): een kabinetsprogramma ten aanzien van investeringen in de verbetering van de leefkwaliteit van gebieden in regio’s waar aanlandingen voor windenergie op zee worden gerealiseerd.
- –
grote onderneming: onderneming die niet voldoet aan bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- –
Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) verordening: verordening (EU) nr. 2021/241 van de Commissie van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PbEU L 57/18);
- –
mkb: kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van micro, kleine en middelgrote ondernemingen (2003/361/EG; PbEU 2003, L 124);
- –
onderneming: elke eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
- –
penvoerder: door een samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of penvoerende organisatie, die als partij deelneemt aan het samenwerkingsverband;
- –
project: het specifieke, praktische middel waarmee een aanvrager een actie geheel of gedeeltelijk uitvoert;
- –
samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden rechtspersonen, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten;
- –
taxonomieverordening: een raamwerk om te beoordelen of een economische activiteit als ecologisch duurzaam kan worden aangemerkt.
Artikel 1.2. Doel en reikwijdte
-
1. Het doel van deze regeling is het bijdragen aan het behalen van de doelstelling van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee onder het Herstel- en Veerkrachtplan en het behalen van een of meerdere beleidsdoelstellingen van de provincie Zeeland door middel van het verstrekken van subsidie.
-
2. Deze regeling is van toepassing op het verstrekken van subsidie ter uitvoering van activiteiten gericht op:
- a.
het behouden en het versterken van de natuur in Borsele;
- b.
het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele;
- c.
het versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie in Borsele; en
- d.
het versterken van de regionale economie in Borsele.
- a.
Artikel 1.3. Subsidieverstrekking
-
1. Het college verstrekt op aanvraag subsidie voor activiteiten ter uitvoering van het Programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
-
2. Het college legt de rechtvaardiging en de gronden waarop de rechtvaardiging berust neer in een document dat ze in haar administratie bewaart en dat beschikbaar en raadpleegbaar is indien een subsidieverstrekking staatssteun kan opleveren en deze kan worden gerechtvaardigd door:
- 1°.
de de-minimisverordening; of
- 2°.
artikel 55 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
- 1°.
-
3. De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door het college vastgesteld elektronisch formulier, dat beschikbaar is op een in elk van de subsidietitels in de onderliggende hoofdstukken vermelde website.
-
4. Subsidie als bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt in de vorm van een bijdrage aan een financieringsinstrument.
Artikel 1.4. Subsidieaanvrager
Subsidieaanvrager als bedoeld in deze regeling is degene die als zodanig is aangewezen in de subsidietitels in de onderliggende hoofdstukken.
Artikel 1.5. Gebiedsbepaling
De uitvoering van het Programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee vindt plaats in de gemeente Borsele.
Artikel 1.6. Openstelling
-
1. Het college kan op grond van deze regeling uitsluitend subsidie verstrekken, indien de mogelijkheid tot het doen van een subsidieaanvraag is opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag.
-
2. In de onderliggende hoofdstukken worden subsidietitels opgenomen voor de individuele NoZ-subsidies, waarin specifieke openstellingen, de aard van de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verleend en eventuele aanvullende voorwaarden worden geregeld.
-
3. Het college kan verschillende subsidieplafonds vaststellen voor verschillende activiteiten of categorieën van aanvragers en voor een of meer financieringsinstrumenten.
Artikel 1.7. Subsidiabele kosten
-
1. Alle kosten voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project zoals bedoeld in artikel 1.2 komen in aanmerking voor subsidie.
-
2. Enkel incidentele kosten zijn subsidiabel.
-
3. Tenzij anders bepaald in deze regeling, komen vóór indiening van de subsidieaanvraag door de subsidieontvanger gemaakte kosten niet voor subsidie in aanmerking.
-
4. De subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de btw, indien de subsidieontvanger de btw niet als belasting als bedoel in artikel 2 van de Wet op de omzetbelasting in aftrek kan brengen.
Artikel 1.8. Niet-subsidiabele kosten
-
1. De volgende kosten komen in ieder geval niet in aanmerking als subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid:
- a.
administratieve en financiële sancties en boetes;
- b.
winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband;
- c.
fooien en geschenken;
- d.
representatiekosten en -vergoedingen;
- e.
kosten van personeelsactiviteiten;
- f.
kosten van overboekingen en annuleringen;
- g.
gratificaties en bonussen; en
- h.
kosten van outplacementtrajecten.
- a.
Artikel 1.9. Cumulatie
Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens het toepasselijke Europese steunkader is toegestaan.
Artikel 1.10. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het college verdeelt een subsidieplafond als bedoeld in artikel 1.6 op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.11.
Artikel 1.11. Volgorde van ontvangst
-
1. Als bedoeld in artikel 1.10 vindt verdeling van het subsidieplafond plaats op volgorde van ontvangst en komt de eerst ontvangen aanvraag het eerst voor beoordeling van de subsidieaanvraag in aanmerking.
-
2. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst.
-
3. Indien het college op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de onderlinge volgorde van die aanvragen vast door middel van loting.
Artikel 1.12. Subsidievereisten
-
1. Een project dient te voldoen aan de volgende vereisten:
- a.
bijdrage aan minimaal een van de vier doelen als bedoeld in artikel 1.2 onder 2;
- b.
hoge mate van uitvoeringsgereedheid;
- c.
afronding ten laatste eind 2030;
- d.
hoge mate van haalbaarheid;
- e.
weinig risico’s in de uitvoering;
- f.
bijdrage aan het verbeteren van de leefkwaliteit van inwoners; en
- a.
Artikel 1.13. Subsidieaanvraag
-
1. Een aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling bevat ten minste:
- a.
gegevens over de aanvrager, waaronder de voorna(a)m(en, achterna(a)m(en), geboortedatum/-data (geboortedag, geboortemaand en geboortejaar) van de eindbegunstigde(n) van de ontvanger van middelen, het post- en of bezoekadres, het e-mailadres, het telefoonnummer, het rekeningnummer, en voor zover van toepassing het burgerservicenummer of het nummer waaronder de rechtspersoon is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager;
- b.
een projectomschrijving en/of projectplan; en
- c.
voor zover van toepassing, een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende partijen en de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen van de partijen, alsmede een bewijsstuk waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om namens de partijen in het samenwerkingsverband te handelen en subsidie te ontvangen.
- a.
-
2. Het projectplan bevat in ieder geval:
- a.
een begroting;
- b.
een sluitend financieringsplan;
- c.
een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- d.
een beschrijving van de doelen en resultaten die met die activiteit worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
- e.
een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten zullen worden uitgevoerd, verantwoord en geadministreerd;
- f.
de duur van de projectperiode;
- g.
een beschrijving van de benodigde en beschikbare operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten; en
- h.
indien van toepassing, een beschrijving van de mijlpalen en tussentijdse momenten waarop besloten wordt over het al dan niet voortzetten van activiteiten van het project, inclusief output- en resultaatindicatoren en de voorziene risico’s.
- a.
-
3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.
Artikel 1.14. Beslissing op de aanvraag
-
1. Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
-
2. Indien de subsidie wordt verleend aan partijen in een samenwerkingsverband, verzendt het college de beschikking tot subsidieverlening aan de penvoerder.
Artikel 1.15. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht beslist het college afwijzend op een aanvraag, indien:
- a.
het project niet voldoende bijdraagt aan de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen binnen het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee of het gedeelte van het Programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee waarvoor het deelplafond beschikbaar is gesteld;
- b.
de subsidieverlening in strijd is met de HVF-verordening;
- c.
de subsidieverlening niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels of in strijd is met wettelijke bepalingen rond subsidieverstrekking, het algemeen belang of de openbare orde;
- d.
de subsidieverstrekking zou leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond of de aanmeldingsdrempel, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- e.
de subsidieverstrekking zou leiden tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit, die van toepassing is op de specifieke steuncategorie, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- f.
niet voldaan wordt aan de eisen inzake stimulerend effect, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- g.
de subsidie bestemd is voor een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader, tenzij het op grond van het toepasselijke Europese steunkader is toegestaan aan een onderneming in moeilijkheden subsidie te verlenen;
- h.
de aanvrager een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;
- i.
het project niet voldoet aan het principe van Do no significant harm door het ernstig afbreuk doen aan de zes klimaat- en milieudoelstellingen zoals vastgelegd in artikel 9 van de Taxonomieverordening;
- j.
De activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
- k.
Als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
- l.
Indien voor de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd geen gelden zijn gereserveerd op de begroting; en
- m.
Indien de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet past binnen het gemeentelijk beleid.
Artikel 1.16. Verplichtingen subsidieontvanger
-
1. De subsidieontvanger of, indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, de penvoerder doet onverwijld schriftelijk mededeling aan het college van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
-
2. De subsidieontvanger voert de activiteiten uit overeenkomstig de subsidieverleningsbeschikking.
-
3. De subsidieontvanger of, indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, de penvoerder doet onverwijld schriftelijk melding aan het college zodra aannemelijk is dat:
- a.
de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;
- b.
niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
- c.
de subsidiabele kosten wezenlijk afwijken van de begroting;
- d.
Beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
- e.
Relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; of
- f.
Wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.
- a.
-
4. Een wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, of afwijking van de subsidieverleningsbeschikking behoeft de goedkeuring van het college, indien de wijziging of afwijking betreft:
- a.
de subsidieontvanger;
- b.
de activiteiten;
- c.
de te realiseren doelstellingen;
- d.
de financiering van het project; of
- e.
de planning of looptijd.
- a.
-
5. Indien de subsidieontvanger subsidie aanwendt voor het verlenen van een opdracht waarbij de totale kosten bij één opdrachtnemer hoger zullen zijn dan € 50.000, toont hij de marktconformiteit van de beprijzing van de opdracht aan.
-
6. Het college kan op verzoek van de subsidieontvanger of de penvoerder ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het vijfde lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
-
7. Het vijfde lid is niet van toepassing als de subsidieontvanger die subsidie wil aanwenden voor het verlenen van een opdracht een aanbestedende dienst is als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012.
-
8. Indien het zevende lid van toepassing is en de subsidieontvanger een opdracht verleent naar aanleiding van een op grond van de Aanbestedingswet 2012 verplichte aanbesteding, stelt de subsidieontvanger of de penvoerder het college op de hoogte van de gevolgde procedure en de gunningsbeslissing, overeenkomstig artikel 2.130 van de Aanbestedingswet 2012.
Artikel 1.17. Administratievoorschriften
-
1. De subsidieontvanger houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de uitvoering van het project en de in verband daarmee gemaakte kosten en gerealiseerde opbrengsten. Deze administratie bestaat uit een projectadministratie en een financiële administratie waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en ten behoeve van de vaststelling van de subsidiabiliteit zijn te verifiëren met bewijsstukken.
-
2. De volledige administratie is per project voor controle beschikbaar op een voor het college vrij toegankelijke locatie.
-
3. De projectadministratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde prestaties in termen van deelnemers dan wel in termen van geleverde producten of diensten.
-
4. De financiële administratie geeft inzicht in de subsidiabele kosten, de gerealiseerde opbrengsten en de wijze waarop deze kosten en opbrengsten aan het project worden toegerekend.
-
5. De subsidieontvanger verstrekt desgevraagd aan het college informatie uit de administratie, informatie over de projecten, welke informatie voor monitoring en evaluatiedoeleinden gebruikt kan worden.
Artikel 1.18. Beschikbaarheid van bescheiden
-
1. De subsidieontvanger bewaart alle administratieve bescheiden die betrekking hebben op het gesubsidieerde project, waaronder statische gegevens en andere informatie met betrekking tot de financiering, alsmede gegevens en documenten in elektronische vorm, gedurende vijf jaar na de betaling van het saldo of, bij ontstentenis van een dergelijke betaling, verrichting. Deze termijn bedraagt drie jaar bij de financiering van een bedrag van ten hoogste € 60.000,-.
-
2. De subsidieontvanger bewaart alle administratieve bescheiden die betrekking hebben op het gesubsidieerde project tot ten minste vijf jaar, gerekend vanaf 31 december van het jaar waarin de beheerautoriteit de laatste betaling aan de subsidieontvanger verricht, dan wel tot een nader door het college aan de subsidieontvanger of de penvoerder schriftelijk bekend te maken termijn.
-
3. Als de Europese Commissie, vanwege een gerechtelijke procedure of een met redenen omkleed verzoek de bewaartermijn opschort, maakt het college de gevolgen voor de bewaartermijn, in de Staatscourant bekend.
-
4. Van alle administratieve bescheiden wordt het origineel bewaard. Hiervan kan worden afgeweken, indien het origineel wordt overgezet en bewaard op een andere gegevensdrager. Het overbrengen op een andere gegevensdrager geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze is de volledige bewaartermijn beschikbaar en kan binnen een redelijke tijd leesbaar worden gemaakt.
-
5. De administratie is zodanig ingericht en wordt zodanig gevoerd en bewaard, dat controle daarvan binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de subsidieontvanger of de penvoerder de benodigde medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.
-
6. De computersystemen die gebruikt worden voor documenten waarvan uitsluitend een elektronische versie bestaat, voldoen aan aanvaarde beveiligingsstandaarden die waarborgen dat de bewaarde documenten aan de nationale wettelijke eisen voldoen en dat er voor controledoeleinden op kan worden vertrouwd.
-
7. Alle administratieve bescheiden zijn beschikbaar voor de subsidieontvanger. De subsidieontvanger is en blijft verantwoordelijk voor een correcte opslag van alle administratieve bescheiden, ook als hij een derde met de opslag belast.
-
8. Alle betrokken partijen in de financieringsstroom zijn verplicht om mee te werken aan audits, gevraagde documenten te delen met het college en dienen op geen enkele wijze het auditproces te verstoren. Onverminderd de HVF-verordening kunnen de Europese Commissie en de Europese Rekenkamer nog tot en met vijf jaar na ondertekening van de administratieve overeenkomsten HVF-audits uitvoeren.
Artikel 1.19. Aanvraag subsidievaststelling
-
1. De subsidieontvanger dient een aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk binnen dertien weken na afloop van de projectperiode in. Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt een verantwoording en een einddeclaratie gevoegd.
-
2. Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag tot subsidievaststelling in.
-
3. De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door het college beschikbaar gesteld elektronisch formulier, dat beschikbaar is op een in de subsidietitels in de onderliggende hoofdstukken vermelde website.
-
4. Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft is gefinancierd.
-
5. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval:
- a.
gegevens over de subsidieontvanger, waaronder naam, adres en het door het college toegekende referentienummer; en
- b.
gegevens over de hoogte van de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.
- a.
-
6. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor de uitvoering van een project gaat vergezeld van:
- a.
een inhoudelijk eindverslag;
- b.
bewijsstukken ter onderbouwing van de gerapporteerde waarde of waarden voor de output- en resultaatindicatoren; en
- c.
een financieel verslag met een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.
- a.
-
7. Bij een specifiek hoofdstuk kan van lid 6 worden afgeweken.
-
8. Het inhoudelijke eindverslag, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, bevat ten minste:
- a.
een beschrijving van de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht; en
- b.
een evaluatie van de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de doelstellingen, omschreven in het projectplan dat onderdeel vormt van de beschikking tot subsidieverlening.
- a.
-
9. Deze regeling wijkt af van artikel 15, lid 2, onder c en d van de algemene subsidieverordening gemeente Borsele 2016.
Artikel 1.20. Beslissing op aanvraag subsidievaststelling
-
1. Na ontvangst van de subsidieaanvraag wordt binnen 13 weken door het college beoordeeld of subsidie wordt vastgesteld.
-
2. Na beoordeling van de subsidieaanvraag wordt schriftelijk door het college aan de aanvrager medegedeeld of er recht bestaat op subsidie.
Artikel 1.21. Betaling samenwerkingsverbanden
Indien er sprake is van een samenwerkingsverband gelden de betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de penvoerder als bevrijdende betalingen aan de partijen in het samenwerkingsverband.
Artikel 1.22. Wettelijke rente bij terugvordering
Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen terugbetaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.
Artikel 1.23. Instandhouding activiteit
Aanvrager verplicht zich/spant zich in om de resultaten van lange-termijnprojecten minimaal 15 jaar na afloop in stand te houden.
Artikel 1.24. Publiciteit
-
1. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in alle communicatieactiviteiten de zichtbaarheid van de EU wordt uitgedragen en verhoogd door middel van de correcte en duidelijke weergave van het EU-logo, in combinatie met een verklaring waarin de EU-financiering wordt vermeld. Alle begunstigden, autoriteiten en uitvoerende partners die betrokken zijn bij de EU-financiering moeten het EU-logo gebruiken in hun communicatie om de steun te erkennen die ze krijgen in het kader van de HVF.
-
2. De projectresultaten worden om niet beschikbaar gesteld aan de minister of door hem aangewezen derden, en de subsidieontvanger of de penvoerder verleent medewerking aan door de Minister georganiseerde publicitaire en voorlichtingsactiviteiten gericht op de media, potentiële deelnemers van projecten en het grote publiek.
Artikel 1.25. Intrekking en terugvordering
-
1. Onverminderd afdeling 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht kan een beschikking tot subsidieverlening door het college geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, en kunnen op basis daarvan uitbetaalde bedragen worden teruggevorderd:
- a.
indien het project wordt uitgevoerd in afwijking van de projectbeschrijving, waarop de subsidieverlening was gebaseerd;
- b.
indien de doelstellingen van het project niet of slechts ten dele worden gerealiseerd;
- c.
indien de subsidieontvanger niet of niet meer beschikt over de benodigde operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
- d.
op een daartoe strekkend verzoek van de subsidieontvanger; en
- e.
indien anderszins in strijd wordt gehandeld met de HVF-Verordening.
- a.
-
2. Gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking tot subsidieverlening op grond van het eerste lid, onderdeel a, vindt niet plaats, indien de afwijking van het bij de subsidieaanvraag gevoegde projectbeschrijving vooraf aan het college is voorgelegd en het college daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
-
3. Het college kan het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan die subsidieontvanger in het kader van deze regeling verleende en nog te betalen subsidie.
Artikel 1.26. Evaluatie
De subsidieontvanger verleent aan de door het college dan wel door de Europese Commissie daartoe aangewezen instanties medewerking aan het uitvoeren van onderzoek en evaluaties en het opstellen van evaluatierapporten met betrekking tot deze regeling, en draagt, indien het gesubsidieerde project niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, er zorg voor dat de feitelijke uitvoerder van het project deze medewerking verleent.
Artikel 1.27. Afwijking
Bij specifieke hoofdstukken kan van voorgaande artikelen worden afgeweken.
Artikel 1.28. Slotbepaling
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Hoofdstuk 2. Zeeuwse heggen
Titel 2.1. Zeeuwse heggen (inventarisatie) – Netten op Zee
Artikel 2.1.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –
Stichting Landschapsbeheer Zeeland: een uitvoerende organisatie op het gebied van natuur- en landschapsbeheer in het cultuurlandschap van Zeeland.
- –
Zeeuwse haag: een dichte haag die bestaat uit diverse (doorn)struiken, soms aangevuld met enkele boomvormers.
Artikel 2.1.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het behouden en het versterken van de natuur en het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele via het uitvoeren van een inventarisatie voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen in het agrarisch gebied.
Artikel 2.1.3. Doelgroep
Het college verstrekt op aanvraag subsidie aan Stichting Landschapsbeheer Zeeland.
Artikel 2.1.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
- a.
het opzetten en coördineren van het project;
- b.
het inventariseren van beschikbare gronden;
- c.
het onderzoeken van deelnamebereidheid; en
- d.
het uitzoeken en vaststellen van contractvormen.
Artikel 2.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
-
1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 140.000.
-
2. Het maximale subsidiebedrag dat op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is maximaal € 140.000.
-
3. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Artikel 2.1.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in artikel 1.28, lid 1, tot en met zes maanden daarna.
Artikel 2.1.7. Subsidiabele kosten
De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
- a.
loonkosten; en
- b.
kosten derden.
Artikel 2.1.8. Starttermijn en looptijd
-
1. Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen 3 maanden na de subsidieverlening.
-
2. De uitvoering van het project is binnen 60 maanden na dagtekening van de vaststelling voltooid.
-
3. Op verzoek van de subsidieontvanger kan het college de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 2.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
-
1. 50% van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd binnen 13 weken na verlening.
-
2. 50% van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd na afronding van het project.
Artikel 2.1.10. Subsidieaanvraag
-
1. Onverminderd artikel 1.17 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
- b.
de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
- a.
-
2. Aanvragen worden ingediend door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via Aanvraagformulier subsidie algemeen 2025.pdf.
-
3. Aanvragen worden ingediend per mail via jpbouwman@borsele.
Artikel 2.1.11. Staatssteun
De subsidieaanvraag bevat geen staatssteun.
Artikel 2.1.12. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 3. Bloemrijke akkerranden
Titel 3.1. Bloemrijke akkerranden – Netten op Zee
Artikel 3.1.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –
deelnemer: een natuurlijke persoon die rechtstreeks profiteert van, of deelneemt aan, het project van de subsidieaanvrager zonder dat hij belast is met het opzetten of met zowel het opzetten als het uitvoeren van de actie. Hieronder worden verstaan partijen die op hun grond de realisatie van bloemrijke akkerranden bewerkstelligen
- –
Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland: een agrarische natuurvereniging die werkt aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Zeeland.
- –
natuur- en landschapswaarden: aangewezen gronden bestemd voor duurzaam agrarisch gebruik, bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden, bescherming van aangrenzend natuurgebied, en verblijf recreatieve voorzieningen in de vorm van kamperen ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’.
- –
Nationale Bijenstrategie: een initiatief van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat zich richt op alle bestuivers om in 2030 bestuiving duurzaam te bevorderen en te behouden.
Artikel 3.1.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het versterken van natuur- en landschapswaarden die de effecten van het aanlanden van netten op zee verzachten. Dit wordt gedaan door het realiseren van bloemrijke akkerranden. Hiermee verbetert de fysieke leefomgeving van bewoners van gemeente Borsele en wordt een bijdrage geleverd aan de Nationale Bijenstrategie die de gemeente Borsele volgt.
Artikel 3.1.3. Doelgroep
Het college verstrekt op aanvraag subsidie aan Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland.
Artikel 3.1.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
- a.
het opzetten van het project;
- b.
het werven en selecteren van deelnemers;
- c.
het opzetten van communicatiemiddelen en -uitingen;
- d.
het opmaken van contracten;
- e.
het inzaaien van bloemenranden; en
- f.
de begeleiding van deelnemers.
Artikel 3.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
-
1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 87.000.
-
2. Het maximale subsidiebedrag dat op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is maximaal € 87.000.
-
3. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Artikel 3.1.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in artikel 1.28, lid 1, tot en met zes maanden daarna.
Artikel 3.1.7. Subsidiabele kosten
De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
- a.
loonkosten;
- b.
kosten derden;
- c.
materiaalkosten; en
- d.
vergoeding voor deelnemers.
Artikel 3.1.8. Starttermijn en looptijd
-
1. Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen 2 maanden na de subsidieverlening.
-
2. De uitvoering van het project is binnen 60 maanden na dagtekening van de vaststelling voltooid.
-
3. Op verzoek van de subsidieontvanger kan het college de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 3.1.9 Subsidievaststelling en uitbetaling
-
1. € 27.000 van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd binnen 13 weken na verlening aan subsidieontvanger.
-
2. De overige beschikbare middelen worden jaarlijks vastgesteld en uitgekeerd. De hoogte van dit bedrag wordt bepaald aan de hand van het aantal gecontracteerde hectare.
-
3. Per gecontracteerde hectare wordt naar rato € 6.000 toegekend en uitgekeerd aan subsidieontvanger, tot een maximum van het maximale subsidiebedrag zoals opgenomen in artikel 3.1.5, lid 2.
Artikel 3.1.10. Subsidieaanvraag
-
4. Onverminderd artikel 1.17 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- c.
een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
- d.
de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
- c.
-
5. Aanvragen worden ingediend door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via Aanvraagformulier subsidie algemeen 2025.pdf.
-
6. Aanvragen worden ingediend per mail via gbal@borsele.nl.
Artikel 3.1.11. Verplichtingen subsidieontvanger
Onverminderd artikel 1.20 is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
een registratielijst van de deelnemers, inclusief startdatum van het project, bij te houden;
- b.
jaarlijks een begroting aan te leveren waaruit blijkt hoeveel hectare er gecontracteerd is bij deelnemers; en
- c.
bewijsmateriaal aan te leveren waaruit blijkt dat er een bloemrijke akkerrand is gerealiseerd.
Artikel 3.1.12. Staatssteun
De subsidieaanvraag bevat geen staatssteun.
Artikel 3.1.13. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 4. Subsidie Sportfaciliteiten
Titel 4.1. Sportfaciliteiten - Netten op Zee
Artikel 4.1.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –
sportfaciliteit: een locatie of voorziening die is gemaakt en bedoeld voor of ter ondersteuning van het uitvoeren van sportactiviteiten.
Artikel 4.1.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig maken van sportfaciliteiten in de gemeente Borsele. Hiermee wordt de fysieke leefomgeving verbeterd.
Artikel 4.1.3. Doelgroep
Het college verstrekt op aanvraag subsidie aan:
- a.
TEBO Heinkenszand;
- b.
Luctor Heinkenszand;
- c.
Sportvereniging Apollo ’69; en
- d.
Hengelsportvereniging De Bevelanden Heinkenszand.
Artikel 4.1.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
- a.
het realiseren van padelbanen;
- b.
het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers; en
- c.
het vernieuwen van vissteigers.
Artikel 4.1.5. Subsidieplafond, maximale subsidie en wijze van verdeling
-
1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 675.000.
-
2. Het maximale subsidiebedrag dat eenmalig op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt per aanvraag is:
- a.
€ 200.000 voor TEBO Heinkenszand;
- b.
€ 300.000 voor Luctor Heinkenszand;
- c.
€ 100.000 voor Sportvereniging Apollo ’69; en
- d.
€ 75.000 voor Hengelsportvereniging De Bevelanden Heinkenszand.
- a.
-
3. De subsidie bedraagt niet meer dan de maximaal toegestane steunruimte.
-
4. Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Artikel 4.1.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de publicatiedatum, zoals opgenomen in artikel 1.28, lid 1, tot en met zes maanden daarna.
Artikel 4.1.7. Subsidiabele kosten
De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
- a.
materiaalkosten;
- b.
loonkosten; en
- c.
kosten derden.
Artikel 4.1.8. Starttermijn en looptijd
-
1. Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen 2 maanden na de subsidieverlening.
-
2. De uitvoering van het project is binnen 60 maanden na dagtekening van de vaststelling voltooid.
-
3. Op verzoek van de subsidieontvanger kan het college de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 4.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
-
1. 65% van de vastgestelde subsidie wordt uitgekeerd binnen 13 weken na verlening.
-
2. 30% van de vastgestelde subsidie wordt halverwege het project uitgekeerd.
-
3. De overige 5% wordt uitgekeerd bij vaststelling van het project.
Artikel 4.1.10. Subsidieaanvraag
-
7. Onverminderd artikel 1.17 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- e.
een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
- f.
de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
- e.
-
8. Aanvragen worden ingediend door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via Aanvraagformulier subsidie algemeen 2025.pdf.
-
9. Aanvragen worden ingediend per mail via kdooge@borsele.nl.
Artikel 4.1.11. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.19 beslist het college afwijzend op een aanvraag, indien de benodigde vergunning voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten niet wordt verleend of niet tijdig wordt verleend, waardoor het project niet binnen de termijn vastgesteld in artikel 4.1.8, lid 2, kan worden uitgevoerd.
Artikel 4.1.12. Staatssteun
De subsidieaanvraag bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 55 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening of de de-minimisverordening.
Artikel 4.1.13. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Ondertekening
Heinkenszand, 11-03-2025
Burgemeester en wethouders van Borsele,
de secretaris,
J.M. Jansen
de burgemeester,
G.M. Dijksterhuis
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee
I. Algemeen
1. Inleiding
Met deze openstelling wordt een subsidieregeling geopend met drie subsidietitels binnen het programma Netten op Zee.
2. Doel
De impact van de industrie op de gemeente Borsele is sterk. De actuele grootschalige ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie en Netten op Zee vergroten dit effect. De leefbaarheid staat daardoor onder druk. Het is daarom prioriteit van de gemeente om de natuur- en landschapswaarden te versterken, en de leefbaarheid van de inwoners versneld te verbeteren.
In het Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee werken regio’s waarin wordt geïnvesteerd in aanlandingen voor windenergie samen met het ministerie van Economische Zaken om de leefbaarheid te versterken. Projecten binnen dit programma vallen binnen de volgende thema’s:
- 1.
behoud en versterken natuur;
- 2.
verbeteren fysieke leefomgeving;
- 3.
versterken regionale economie; en
- 4.
versnellen energietransitie.
Voor investeringen in de leefomgeving in Zeeland stelt de Rijksoverheid € 50 miljoen beschikbaar. De gemeente Borsele maakt aanspraak op € 21,5 miljoen aan middelen voor investeringen in leefkwaliteit in het gebied. Binnen het gebiedsplan voor de gemeente Borsele worden onder andere investeringen gedaan in het verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig maken van sportfaciliteiten, verduurzamen van particuliere woningen en bedrijven en het versterken van natuur, - en landschapswaarden in gemeente Borsele. Bij de voorbereiding en uitvoering van de verschillende projecten worden inwoners actief betrokken.
3. Projecten
Titel 2.1. Zeeuwse heggen (inventarisatie)
Een heg of haag als agrarische perceelscheiding is het icoon van het Nederlands cultuurlandschap. Er zijn echter veel kilometers aan heggen verdwenen. De huidige neergang van biodiversiteit in het landelijk gebied hangt hier nauw mee samen. Deze openstelling is gericht op het uitvoeren van een inventarisatie voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen in agrarisch gebied in gemeente Borsele. Daarmee wordt aangesloten op de doelen van Netten op Zee rondom het behouden en versterken van de natuur en het verbeteren van de fysieke leefomgeving.
Titel 3.1. Bloemrijke akkerranden
Het aanbrengen van groen is een van de weinige fysieke maatregelen die het beeld van grootschalige in grepen in de leefomgeving kan wegnemen of dempen. Deze openstelling is gericht op het realiseren van bloemrijke akkerranden met als resultaat een groene, gezonde publieke ruimte waarin veel aandacht is voor biodiversiteit en natuur. Ook draagt dit project bij aan de doelstellingen van de Nationale Bijenstrategie. Als grootschalige fruitteelt gemeente, heeft de gemeente Borsele als doelstelling om de “bij-vriendelijkste” gemeente van Nederland te worden. Daarmee wordt aangesloten op de doelen van Netten op Zee rondom het behouden en het versterken van de natuur en het verbeteren van de fysieke leefomgeving.
Titel 4.1. Sportfaciliteiten
De gemeente Borsele heeft de ambitie om een functionele, goede en duurzame sportinfrastructuur te realiseren, die voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is. Deze openstelling is gericht op het verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig maken van sportfaciliteiten in de gemeente Borsele. Hiermee dient de fysieke leefomgeving te worden verbeterd. De projecten binnen deze openstelling zijn gericht op het realiseren van padelbanen, het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers en het vernieuwen van vissteigers.
4. Vormgeving
4.1. Subsidieaanvraag
Voor volledigheid van de aanvraag – en daarmee de behandelvolgorde – is het noodzakelijk dat alle vereiste informatie bij de aanvraag wordt ingediend (artikel 1.13 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee Borsele). Aanvragen worden ingediend per mail door middel van het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via Aanvraagformulier subsidie algemeen 2025.pdf, waar de aanvullende verplichte bijlagen worden benoemd.
4.2. Subsidiebeoordeling
Bij alle subsidietitels worden aanvragen op volgorde van ontvangst in de openstellingsperiode beoordeeld, volgens het zogenaamde ‘molenaarsprincipe’. Aanvragen worden na compleetheid beoordeeld op inhoud. Projecten die voldoen aan de minimale vereisten, worden op volgorde van ontvangst beschikt totdat het voor deze subsidietitel geldende subsidieplafond is bereikt.
5. Regeldruk
Titel 2.1. Zeeuwse heggen (inventarisatie)
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project € 140.000 subsidie zal vragen. Bij een subsidieplafond van € 140.000 is de verwachting daarom dat aan één projectsubsidie zal worden verleend.
Titel 3.1. Bloemrijke akkerranden
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project € 87.000 subsidie zal vragen. Bij een subsidieplafond van € 87.000 is de verwachting daarom dat aan één projectsubsidie zal worden verleend.
Titel 4.1. Sportfaciliteiten
Onder deze titel is de verwachting dat de subsidieontvanger voor een project de volgende subsidie zal vragen:
- –
€ 200.000 voor TEBO Heinkenszand;
- –
€ 300.000 voor Luctor Heinkenszand;
- –
€ 100.000 voor Sportvereniging Apollo ’69; en
- –
€ 75.000 voor Hengelvereniging De Bevelanden Heinkenszand.
Bij een subsidieplafond van € 675.000 is de verwachting daarom dat aan vier projecten subsidie zal worden verleend.
6. Kostensoorten
6.1. Berekening directe loonkosten
- 1.
De directe loonkosten worden berekend:
- a.
door het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een uurtarief welke is berekend door de totale jaarlijks brutoloon, vermeerderd met een opslag van 37,5% voor werkgeverslasten te delen door 1.720 uur per jaar. Bij een parttime dienstverband wordt het aantal uren naar rato bepaald; of
- b.
op basis van de Nederlandse wetgeving betreffende uurloonberekening.
- a.
- 2.
De directe loonkosten moeten kunnen worden toegeschreven aan het project ‘Net op Zee’.
- 3.
De subsidieontvanger houdt de volgende documentatie bij:
- a.
loonstrook of bewijs salarisschaal functionaris;
- b.
urenregistratie;
- c.
bewijs dat een percentage tijd van de functionaris aan het project heeft besteed, ondertekend door de betreffende manager; en
- d.
berekening toegerekende kosten.
- a.
6.2. Berekening kosten externe arbeid
- 1.
De kosten externe arbeid worden berekend:
- a.
door de voor het project gewerkte uren te vermenigvuldigen met het afgesproken uurtarief; of
- b.
op basis van de Nederlandse wetgeving betreffende uurloonberekening.
- a.
- 2.
De directe loonkosten moeten kunnen worden toegeschreven aan het project ‘Net op Zee’.
- 3.
De subsidieontvanger houdt de volgende documentatie bij:
- a.
aanbesteding externe arbeid volgens de aanbestedingsprocedures;
- b.
contract met externe partij met uurtarief; en
- c.
berekening toegerekende kosten.
- a.
6.3. Berekening kosten van arbeid door vrijwilligers
- 1.
De kosten van arbeid door vrijwilligers worden berekend:
- a.
volgens de regels die zijn opgenomen in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst.
- a.
- 2.
De vrijwilliger ontvangt een niet-marktconforme beloning die binnen de grenzen van de vrijwilligersregeling blijft.
- 3.
Van een vrijwilligersvergoeding is sprake als iemand vergoedingen of verstrekkingen krijgt met een gezamenlijke waarde van maximaal € 120 per maand en maximaal € 2.100 per kalenderjaar.
- 4.
De vrijwilligersvergoeding staat niet in verhouding tot het tijdsbeslag en de aard van het werk.
- 5.
De subsidieontvanger houdt de volgende documentatie bij:
- a.
uitbetaling afschrift van maximaal € 120 per maand;
- b.
maximaal € 1.200 per jaar; en
- c.
bewijs dat een vrijwilligersprestatie is geleverd door een presentielijst met handtekening van de dagen dat er gewerkt is.
- a.
6.4. Materiaalkosten
- 1.
Kosten die betrekking hebben op het gebruik van materieel gebaseerd op huur, leasing, aankoop of afschrijving van aangekocht materieel zijn alleen subsidiabel indien zij essentieel zijn voor of direct verband houden met de uitvoering van het project en in lijn zijn met de HVF-verordening.
- 2.
De technische eigenschappen van het materieel moeten in overeenstemming zijn met de eisen van het project en met de geldende normen en standaarden.
- 3.
De keuze tussen leasing, huur of koop moet in principe altijd zijn gebaseerd op de meest economische optie.
- 4.
Aankoopkosten van materieel aangekocht tijdens de levensduur van het project van meer dan € 20.000 moeten overeenstemmen met de normale marktkosten en zijn in principe alleen subsidiabel op basis van afschrijvingen.
- 5.
Items van minder dan € 20.000 mogen eenmalig worden afgeschreven.
- 6.
De minimale documentatie bestaat uit:
- a.
de offerteaanvraag met technische eisen en argumenten van keuze voor huur, koop of leasing, de gevolgde procedure met tijdspad en de criteria waarop de offerte beoordeeld wordt met punten;
- b.
drie offertes of als er speciale omstandigheden zijn of jurisprudentie is, wordt dit gevolgd;
- c.
criteria waarop de offertes zijn beoordeeld; en
- d.
gunningsbeslissing gemotiveerd op basis van de criteria in de offerteaanvraag, zoals een mail met drie offerte uitvragen.
- a.
7. Toelichting artikel 1.21. Betaling samenwerkingsverbanden
Indien er bij een subsidieaanvraag sprake is van een samenwerkingsverband, is de penvoerder verantwoordelijk voor het op de juiste manier en tijdig doorzetten van de betalingen aan de partijen in het samenwerkingsverband.
8. Staatssteun
Een belangrijke voorwaarde bij deze regeling is dat wanneer op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) of de de-minimisverordening) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt, het geldende (lagere) percentage wordt aangehouden bij de subsidieverlening. Er kan ten aanzien van staatssteun in het algemeen sprake zijn van drie situaties: geen staatssteun (geen economische activiteiten), geoorloofde staatssteun of ongeoorloofde staatssteun. Staatssteun kan worden verleend wanneer geen sprake is van staatssteun of wanneer de steun past binnen de geldende staatssteunregels. De bepaling van de (maximale) steun wordt per begunstigde uitgevoerd, wat inhoudt dat de (maximale) subsidiepercentages kunnen verschillen tussen de projectpartners. Op basis van deze berekening wordt vervolgens het subsidiepercentage en subsidiebedrag voor het project als geheel bepaald. Wanneer op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de AGVV of de de-minimisverordening) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt dan het subsidiepercentage zoals genoemd in de regeling, zal het geldende (lagere) percentage worden aangehouden bij de subsidieverlening.
9. Inwerktreding regelgeving
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
II. Artikelen
Titel 2.1. Zeeuwse heggen (inventarisatie)
Artikel 2.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 2.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het behouden en versterken van de natuur en het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele via het uitvoeren van een inventarisatie voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen in agrarisch gebied. De regeling draagt hiermee bij aan thema 1 van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee: het behouden en versterken van de natuur in Borsele.
Artikel 2.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit Stichting Landschapsbeheer Zeeland.
Artikel 2.1.4. Subsidiabele activiteiten
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling wordt Stichting Landschapsbeheer Zeeland opgeroepen om de natuur en de fysieke leefomgeving in Borsele te verbeteren middels het uitvoeren van een inventarisatie voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen in agrarisch gebied in Borsele. De activiteiten die uitgevoerd worden binnen dit project zijn:
- a.
Het opzetten en coördineren van het project
Dit betreft het plannen, uitvoeren, monitoren en afronden van het project. Denk hierbij aan het samenstellen van de organisatie, betrekken van stakeholders en communicatie.
- b.
Het inventariseren van beschikbare gronden
De activiteit omvat het verzamelen en analyseren van de beschikbaarheid van percelen agrarisch gebied beschikbaar en de geschiktheid toetsen voor het realiseren van nieuwe Zeeuwse heggen.
- c.
Het onderzoeken van deelnamebereidheid
Op basis van de inventarisatie wordt onderzocht en vastgesteld in hoeverre grondeigenaren bereid zijn en tegen welke voorwaarden om deel te nemen aan dit project en welke barrières eventueel weggenomen dienen te worden voor het vergroten van deelnamebereidheid.
- d.
Het uitzoeken en vaststellen van contractvormen
Dit betreft het onderzoeken welke mogelijke geschikte contractvormen er zijn voor het realiseren van Zeeuwse heggen in agrarisch gebied.
Artikel 2.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 140.000. De maximale subsidie bedraagt € 140.000 per aanvraag. Wanneer een aanvrager een lager subsidiebedrag vraagt in zijn aanvraag, wordt maximaal het gevraagde bedrag aan subsidie verleend.
Artikel 2.1.6. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemde periode worden ingediend per mail. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Artikel 2.1.7. Subsidiabele kosten
Deze regeling subsidieert de volgende kosten:
- a.
Loonkosten (inclusief overhead kosten)
Dit zijn loonkosten voor het opzetten en het coördineren van het project, het inventariseren van de beschikbare gronden, het onderzoeken van deelnamebereidheid en het uitzoeken en vaststellen van contractvormen.
- b.
Kosten derden
Dit zijn kosten gemaakt voor de inhuur van derden, zoals experts of vrijwilligers die ondersteunen bij een van de activiteiten.
Artikel 2.1.8. Starttermijn en looptijd
Als startdatum voor subsidiabiliteit van de kosten en activiteiten geldt de datum dat een complete aanvraag is ingediend. Wanneer de aanvrager in de aanvraag een andere startdatum invult die later is dan de datum dat een complete aanvraag is ingediend, legt het college die latere datum als startdatum voor subsidiabiliteit vast in de verleningsbeschikking.
In de verleningsbeschikking zal een einddatum voor het project worden opgenomen, gebaseerd op hetgeen in de aanvraag is aangegeven als de datum waarop het project reëel voltooid zal zijn. De einddatum is medebepalend voor de periode waarin subsidiabele kosten gedeclareerd kunnen worden.
Het is aan de aanvrager om in de aanvraag voldoende te onderbouwen dat de opgegeven periode noodzakelijk is voor het project en dat het project binnen de opgegeven periode volledig kan worden afgerond.
Indien gedurende de projectperiode blijkt dat door onvoorziene omstandigheden een project toch enkele maanden langer de tijd nodig heeft om volledig te worden afgerond, dan kan een verzoek tot verlenging van de projectperiode worden ingediend.
Artikel 2.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
Dit artikel bepaalt in welke mate en wanneer bevoorschotting of uitbetaling van subsidie plaatsvindt. Geen voorschotten worden verleend wanneer de beschikking opschortende of ontbindende voorwaarden bevat en deze voorwaarden nog niet zijn vervuld.
Titel 3.1. Bloemrijke akkerranden
Artikel 3.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 3.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het versterken van natuur- en landschapswaarden door het realiseren van bloemrijke akkerranden en daarmee een bijdrage te leveren aan de Nationale Bijenstrategie in Borsele. Ook zijn aanvragen gericht op het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele. De regeling draagt hiermee bij aan thema 1 van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee: het behouden en versterken van de natuur in Borsele.
Artikel 3.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland.
Artikel 3.1.4. Subsidiabele activiteiten
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling wordt Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland opgeroepen om de natuur- en landschapswaarden en de fysieke leefomgeving in Borsele te verbeteren middels het realiseren van bloemrijke akkerranden. Specifiek zijn de subsidiabele activiteiten het inzaaien van bloemranden op akkerranden en communicatie over het project, de werving en selectie van deelnemende agrarische ondernemers.
- a.
Het opzetten van het project
Dit betreft het plannen, uitvoeren, monitoren en afronden van het project. Denk hierbij aan het samenstellen van de organisatie, betrekken van stakeholders en communicatie.
- b.
Het werven en selecteren van deelnemers
Onder deze activiteit valt contact leggen met deelnemers en uitvoeren van een analyse voor geschiktheid van gronden.
- c.
Het opzetten van communicatiemiddelen en -uitingen
Hierbij kan worden gedacht aan het organiseren van wervingsavonden, opzetten van informatieborden aan de akkerranden en het informeren van de omgeving.
- d.
Het opmaken van contracten
Hieronder wordt verstaan het opstellen van contracten tussen de Milieucoöperatie Zak van Zuid-Beveland en de geselecteerde deelnemers.
- e.
Het inzaaien van bloemenranden
Dit betreft het aanleggen en het inzaaien van de bloemenranden.
- f.
De begeleiding van deelnemers
Agrariërs worden ondersteund en geadviseerd op het gebied van het onderhouden van de ingezaaide bloemenranden.
Artikel 3.1.5. Subsidieplafond en maximale subsidie
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 87.000. De maximale subsidie bedraagt maximaal € 87.000 per aanvraag. Wanneer een aanvrager een lager subsidiebedrag vraagt in zijn aanvraag, wordt maximaal het gevraagde bedrag aan subsidie verleend.
Artikel 3.1.6. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemde periode worden ingediend per mail. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Artikel 3.1.7. Subsidiabele kosten
Deze regeling subsidieert de volgende kosten:
- a.
Loonkosten (inclusief overhead kosten)
Dit zijn loonkosten voor het inzaaien van bloemranden, het communiceren over het project en het werven en selecteren van deelnemende agrarische ondernemers.
- b.
Kosten derden
Dit zijn kosten gemaakt voor de inhuur van derden, zoals experts of vrijwilligers die ondersteunen bij een van de activiteiten.
- c.
Materiaalkosten
Onder materiaalkosten valt, onder andere, de aanschaf van bloemenzaad en informatieborden
- d.
Vergoeding voor deelnemers
Hieronder valt een vergoeding voor deelnemers voor het inzaaien van bloemranden.
Artikel 3.1.8. Starttermijn en looptijd
Als startdatum voor subsidiabiliteit van de kosten en activiteiten geldt de datum dat een complete aanvraag is ingediend. Wanneer de aanvrager in de aanvraag een andere startdatum invult die later is dan de datum dat een complete aanvraag is ingediend, legt het college die latere datum als startdatum voor subsidiabiliteit vast in de verleningsbeschikking.
In de verleningsbeschikking zal een einddatum voor het project worden opgenomen, gebaseerd op hetgeen in de aanvraag is aangegeven als de datum waarop het project reëel voltooid zal zijn. De einddatum is medebepalend voor de periode waarin subsidiabele kosten gedeclareerd kunnen worden.
Het is aan de aanvrager om in de aanvraag voldoende te onderbouwen dat de opgegeven periode noodzakelijk is voor het project en dat het project binnen de opgegeven periode volledig kan worden afgerond.
Indien gedurende de projectperiode blijkt dat door onvoorziene omstandigheden een project toch enkele maanden langer de tijd nodig heeft om volledig te worden afgerond, dan kan een verzoek tot verlenging van de projectperiode worden ingediend.
Artikel 3.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
Dit artikel bepaalt in welke mate en wanneer bevoorschotting of uitbetaling van subsidie plaatsvindt. Geen voorschotten worden verleend wanneer de beschikking opschortende of ontbindende voorwaarden bevat en deze voorwaarden nog niet zijn vervuld.
Artikel 3.1.11. Verplichtingen subsidieontvanger
In dit artikel is opgenomen wat de verplichten van de subsidieontvanger zijn. Onder bewijsmateriaal in sub c kan onder andere worden gedacht aan het aanleveren van een foto waarop de gerealiseerde akkerrand zichtbaar is.
Titel 4.1. Sport
Artikel 4.1.1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat voor deze titel relevante begrippen, in aanvulling op de begrippen uit artikel 1.1 van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
Artikel 4.1.2. Doel subsidie
De openstelling is gericht op het verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig maken van sportfaciliteiten in de gemeente Borsele. Ook zijn aanvragen gericht op het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele. Dit kan op verschillende manieren:
- –
door het realiseren van padelbanen;
- –
door het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers; en
- –
door het vernieuwen van vissteigers.
De regeling draagt hiermee bij aan thema 2 van het programma Gebiedsinvesteringen Netten op Zee: het verbeteren van de fysieke leefomgeving in Borsele.
Artikel 4.1.3. Doelgroep
De doelgroep van deze regeling bestaat uit sportverenigingen in de gemeente Borsele, namelijk TEBO Heinkenszand, Luctor Heinkenszand, Sportvereniging Apollo ’69 en Hengelvereniging De Bevelanden Heinkenszand.
Artikel 4.1.4. Subsidiabele activiteiten
Dit artikel geeft meer duiding aan de aard en inhoud van projecten, waar met deze titel op wordt gedoeld. Met deze regeling worden vier sportverenigingen opgeroepen om de sportfaciliteiten in de gemeente Borsele te verbeteren, uitbreiden en toekomstbestendig te maken en de fysieke leefomgeving in Borsele te verbeteren.
Activiteit “het realiseren van padelbanen” nader uitgelegd
Onder het realiseren van padelbanen wordt onder andere verstaan het voorbereiden en aanleggen van de sporttechnische fundering voor de twee padelbanen en het realiseren van de padelbanen. Denk hierbij aan het aanbrengen van een toplaag, baaninrichting, verlichting en bestrating.
Activiteit “het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers” nader uitgelegd
Onder het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers wordt onder andere verstaan het aanleggen van een fundering, het plaatsen van buitenwanden en kozijnen, het maken van een dak en aanbrengen van dakbedekking, het realiseren van binnenwanden, tegelwerk, vloer en sanitair, en het uitvoeren van installatie werkzaamheden.
Activiteit “het vernieuwen van vissteigers” nader uitgelegd
Onder het vernieuwen van vissteigers wordt onder andere verstaan het verwijderen van oude vissteigers, het repareren van bestaande vissteigers en het realiseren van nieuwe vissteigers.
Artikel 4.1.5. Subsidieplafond, maximale subsidie en wijze van verdeling
De beschikbare middelen voor deze titel bedragen in totaal € 675.000. De maximale subsidie per aanvraag bedraagt:
- –
€ 200.000 voor TEBO Heinkenszand
- –
€ 300.000 voor Luctor Heinkenszand
- –
€ 100.000 voor Sportvereniging Apollo ‘69
- –
€ 75.000 voor Hengelvereniging De Bevelanden Heinkenszand
Wanneer een aanvrager een lager subsidiebedrag vraagt in zijn aanvraag, wordt maximaal het gevraagde bedrag aan subsidie verleend. Indien op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de AGVV) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt, wordt maximaal het toegestane percentage aan subsidie verleend.
Artikel 4.1.6. Aanvraagperiode
De aanvraag kan binnen de benoemde periode worden ingediend per mail. De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats via het zogenaamde molenaarsprincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Hierbij geldt dat er voor de verdeling van subsidie pas sprake is van een ‘aanvraag’, wanneer er conform alle formats en (digitale) procedures een volledige aanvraag is ingediend, dit wil zeggen een aanvraag waarin (vrijwel) alle aspecten en antwoorden op vragen aanwezig zijn en zijn gevuld en waarbij alle voorgeschreven bijlagen zijn gevoegd.
Op de dag dat het plafond wordt overschreden, wordt er geloot, zoals in artikel 1.11, derde lid, van de Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Netten op Zee is aangegeven. De subsidietitel wordt gesloten zodra de sluitingsdatum is bereikt of als het beschikbare budget volledig is beschikt.
Artikel 4.1.7. Subsidiabele kosten
Deze regeling subsidieert de volgende kosten:
- a.
Materiaalkosten
Dit zijn alle materiaalkosten benodigd voor het aanleggen van padelbanen, het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers en het vernieuwen van vissteigers. Hieronder valt te denken aan de aankoop van zandkunstgras, baanverlichting, wanden, sanitair en vissteigers.
- b.
Loonkosten (inclusief overhead kosten)
Dit zijn loonkosten voor het aanleggen van padelbanen, het aanpassen en uitbreiden van kleedkamers, en het vernieuwen van vissteigers.
- c.
Kosten derden
Dit zijn kosten gemaakt voor de inhuur van derden, zoals experts of vrijwilligers die ondersteunen bij een van de activiteiten.
Artikel 4.1.8. Starttermijn en looptijd
Als startdatum voor subsidiabiliteit van de kosten en activiteiten geldt de datum dat een complete aanvraag is ingediend. Wanneer de aanvrager in de aanvraag een andere startdatum invult die later is dan de datum dat een complete aanvraag is ingediend, legt het college die latere datum als startdatum voor subsidiabiliteit vast in de verleningsbeschikking.
In de verleningsbeschikking zal een einddatum voor het project worden opgenomen, gebaseerd op hetgeen in de aanvraag is aangegeven als de datum waarop het project reëel voltooid zal zijn. De einddatum is medebepalend voor de periode waarin subsidiabele kosten gedeclareerd kunnen worden.
Het is aan de aanvrager om in de aanvraag voldoende te onderbouwen dat de opgegeven periode noodzakelijk is voor het project en dat het project binnen de opgegeven periode volledig kan worden afgerond.
Indien gedurende de projectperiode blijkt dat door onvoorziene omstandigheden een project toch enkele maanden langer de tijd nodig heeft om volledig te worden afgerond, dan kan een verzoek tot verlenging van de projectperiode worden ingediend.
Artikel 4.1.9. Subsidievaststelling en uitbetaling
Dit artikel bepaalt in welke mate en wanneer bevoorschotting of uitbetaling van subsidie plaatsvindt. Geen voorschotten worden verleend wanneer de beschikking opschortende of ontbindende voorwaarden bevat en deze voorwaarden nog niet zijn vervuld.
III Inwerktreding
Met dit onderdeel wordt de inwerktreding geregeld. In paragraaf 8 van het algemeen deel van de toelichting is de inwerktreding nader toegelicht.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl