Regeling vervalt per 31-12-2029

Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire

Geldend van 20-03-2025 t/m 30-12-2029

Intitulé

Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel,

gelet op;

Artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht

Artikel 2.21 Wet hersteloperatie toeslagen

Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021

besluit

vast te stellen de volgende:

Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire

Artikel 1 – Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Beoordelingscommissie

:

een interne commissie bestaande uit consulenten brede ondersteuning;

College

:

het college van burgemeester en wethouders van gemeente Tiel;

Commissie werkelijke schade (CWS)

:

een onafhankelijke commissie die gevraagde ondersteuning beoordeelt die niet verzorgd wordt vanuit de brede ondersteuning of waarvan de waarde hoger is dan vanuit het UHT vergoed is.

Ex-toeslagpartner(s)

:

ex-partner van een gedupeerde ouder die door de Belastingdienst is aangemerkt als vallende onder de ex-toeslagpartnerregeling;

Gedupeerde

:

gedupeerde kind(eren), gedupeerde ouder(s) en/of ex-toeslagpartner(s)

Gedupeerde kind(eren)

:

kind(eren) van een gedupeerde ouder die door de Belastingdienst zijn aangemerkt als vallende onder de kindregeling;

Gedupeerde ouder(s)

 

ouder(s) die na de eerste toets of de integrale beoordeling door de Belastingdienst aangemerkt zijn als daadwerkelijk gedupeerd;

Gemeente

:

gemeente Tiel;

Hulpteam Kinderopvangtoeslagaffaire en/of het hulpteam

:

het eerste contactpunt van de gemeente voor ouders en kinderen om brede ondersteuning te kunnen ontvangen;

Materiële verstrekking

:

ondersteuning in de vorm van fysieke goederen bijvoorbeeld apparatuur, een bed of kleding;

Mogelijk gedupeerde ouder(s)

:

ouder(s) die zichzelf hebben aangemeld als gedupeerde bij de Belastingdienst, maar nog niet als gedupeerd zijn aangemerkt;

Ruimhartige ondersteuning

:

het tijdig en adequaat ondersteunen in relatie tot de specifieke situatie, gegeven het moment;

Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagenaffaire (UHT)

:

een onderdeel van de Belastingdienst. Het UHT beoordeelt of het terugvorderen van kinderopvangtoeslag terecht is geweest en verzorgt financieel herstel.

Artikel 2 – Doelgroep brede ondersteuning

Alle inwoners van de gemeente die onder de personenkring van artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen vallen, kunnen zich tot het college wenden voor brede ondersteuning door contact op te nemen met de gemeente.

Artikel 3 – Doelstelling brede ondersteuning

  • 1. Het college heeft als doelstelling met de inzet van brede ondersteuning dat:

    • a.

      (Mogelijk) gedupeerde ouders, kinderen en ex-partners een nieuwe start kunnen maken en aan herstel kunnen werken.

    • b.

      Het vertrouwen van (mogelijk) gedupeerde ouders, kinderen en ex-partners in de overheid hersteld wordt.

Artikel 4 – Uitgangspunten van de brede ondersteuning

  • 1. Het hulpteam kinderopvangtoeslagaffaire hanteert de volgende werkwijze bij start brede ondersteuning:

    • a.

      Het hulpteam streeft ernaar om binnen vijf werkdagen nadat de Belastingdienst gegevens heeft gedeeld met het college of wanneer een ouder zich heeft aangemeld, telefonisch contact op te nemen met (mogelijk) gedupeerde ouders en ex-toeslagpartners.

    • b.

      Het hulpteam ondersteunt uitsluitend (mogelijk) gedupeerde ouders, kinderen en ex-toeslagpartners die zelf hulp wensen.

    • c.

      De (mogelijk) gedupeerde krijgt een casusregisseur als vaste contactpersoon.

    • d.

      De hulpvraag wordt tijdens één of meerdere gesprekken geïnventariseerd. De hulpvraag wordt vastgelegd in een gezamenlijk opgesteld plan van aanpak. Het eerste gesprek voor een plan van aanpak wordt gezien als het moment van aanvraag. Het streven is binnen drie weken na het eerste contact een eerste gesprek te laten plaatsvinden.

    • e.

      Het plan van aanpak wordt opgesteld op basis van, door de gestelde Rijks brede doelen, de vijf leefgebieden; wonen, financiën, gezin, zorg en werk. Brede ondersteuning wordt uitsluitend verleend vanuit dit plan van aanpak. Het plan van aanpak is onderdeel van de beschikking. Binnen acht weken na het eerste gesprek wordt de beschikking met het daarbij horende plan van aanpak schriftelijk verstrekt aan de (mogelijk) gedupeerde.

    • f.

      Conform de Wet aanpassing termijnen, die vanaf 1 januari 2025 toegevoegd is aan de Wet hersteloperatie toeslagen, duurt de dienstverlening maximaal 2 jaar vanaf de vastgestelde datum eerste gesprek. Daarnaast mag er tot maximaal 6 maanden vanaf de vastgelegde datum van het eerste gesprek een besluit genomen worden over noodzakelijke verstrekkingen van materiële aard. Gedurende de dienstverlening wordt er gewerkt met 3 fases binnen het plan van aanpak. Elke fase wordt geëvalueerd en kan leiden tot een aanpassing van het plan van aanpak. Deze tussentijdse aanpassingen zijn gericht op hulpvragen rondom gezin, zorg en werk. Hiervoor sturen we een herzieningsbesluit.

Artikel 5 – Werkwijze

  • 1. Het college maakt bij het bepalen van de inzet van de brede ondersteuning gebruik van de volgende uitgangspunten:

    • a.

      Op basis van de gesprekken bepaalt het college welke ondersteuning passend is. Zij doet dit vanuit ruimhartigheid en het leidende principe dat de ondersteuning moet leiden tot duurzaam herstel en een nieuwe start.

    • b.

      Brede ondersteuning wordt geboden op basis van de vijf leefgebieden:

      • wonen: veilige en betaalbare plek om te wonen;

      • financiën: in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren;

      • gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarbinnen kinderen zich kunnen ontwikkelen;

      • zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid;

      • werk: duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces en met minimaal de beschikking over een startkwalificatie.

    • c.

      Het college kan aanvullend op de ondersteuning een vergoeding van goederen verstrekken, mits dit een bijdrage levert aan de te behalen doelen en gemotiveerd is opgenomen in het plan van aanpak. Het recht op brede ondersteuning staat niet gelijk aan het recht op vergoeding.

    • d.

      Als een vergoeding voor goederen verstrekt wordt, bepaalt het college de hoogte van het bedrag op basis van de prijzengids van het Nibud. In gevallen waar de Nibudrichtprijs naar oordeel van het college niet toereikend is, dan wel goederen niet op de Nibudlijst vermeld staan, wordt uitgegaan van een gemiddelde prijs. Hiervoor wordt het gemiddelde genomen van drie vergelijkbare goederen. Voor elk goed wordt eenmalig een vergoeding verstrekt.

    • e.

      Het college vergoedt geen kosten indien er een vergoeding vanuit een andere voorziening (op grond van een andere wettelijke bepaling) wordt verstrekt, dan wel voor beschikbaar is. De Participatiewet wordt niet gezien als voorliggende voorziening. Schulden van ouders worden niet vergoed via de brede ondersteuning. Alleen in geval van acute nood (huisuitzetting, energieafsluiten etc.) kan de gemeente in zeer uitzonderlijke gevallen vanuit de brede ondersteuning achterstanden inlossen.

    • f.

      Het ontvangen compensatiebedrag of de tegemoetkoming van het UHT wordt niet gebruikt bij de afweging om ondersteuning in te zetten. Het compensatiebedrag is een schadevergoeding en niet bedoeld voor herstel.

    • g.

      De noodzaak en vorm van de ondersteuning wordt namens het college vastgesteld door een beoordelingscommissie, rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten, de zelfstandigheid, het netwerk en de lichamelijke en psychische gesteldheid van de gedupeerde. Deze ondersteuning is te allen tijde maatwerk, tijdelijk en kan niet met anderen vergeleken worden. Daarbij maakt de beoordelingscommissie een afweging welke ondersteuning er vanuit de brede ondersteuning verricht kan worden en voor welke ondersteuning (met name financiële ondersteuning) de gedupeerde contact moet zoeken met de commissie werkelijke schade.

    • h.

      De (mogelijk) gedupeerde kan verzocht worden om aanvullende bewijsstukken om te kunnen beoordelen of de in te zetten ondersteuning bijdraagt aan herstel en het maken van een nieuwe start en om de financiële verantwoording richting het Rijk te waarborgen.

    • j.

      De brede ondersteuning richt zich op het kunnen maken van een nieuwe start. Het richt zich op de toekomst. De beoordelingscommissie bepaalt, namens het college, bij het opstellen van het plan van aanpak wat de rechthebbende op dat moment nodig heeft voor het maken van een nieuwe start en duurzaam herstel. Dat betekent dat geen voorzieningen worden toegekend met terugwerkende kracht. Het vergoeden van eventueel geleden schade of gemiste kansen, is onderdeel van het financieel herstel dat ligt bij het UHT.

    • k.

      Ondersteuning vanuit het hulpteam betekent niet dat de gedupeerde, na afloop van de dienstverlening recht heeft op eenzelfde ondersteuning vanuit de reguliere dienstverlening zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning of Participatiewet.

  • 2. Het hulpteam organiseert en faciliteert op verzoek van de gedupeerde driegesprekken tussen de ouder, het hulpteam en het UHT.

  • 3. Het hulpteam organiseert en faciliteert indien gewenst en bij voldoende belangstelling lotgenotencontact.

Artikel 6 – Beëindiging brede ondersteuning en nazorg

  • 1. Het college beëindigt de brede ondersteuning binnen 30 dagen indien:

    • a.

      De mogelijk gedupeerde ouder als niet erkend gedupeerd aangemerkt is na de integrale beoordeling door de Belastingdienst. Geformuleerde toezeggingen in het plan van aanpak, worden nog afgedaan in deze periode. Eventuele gewenste voortzetting van ondersteuning voor niet erkend gedupeerden vindt plaats vanuit de reguliere gemeentelijke regelingen of wettelijke bepalingen.

    • b.

      De gestelde doelen in het plan van aanpak (deels) behaald zijn.

    • c.

      De (mogelijk) gedupeerde de brede ondersteuning op eigen verzoek beëindigt.

    • d.

      De (mogelijk) gedupeerde verhuist naar een andere gemeente. Eventuele gewenste voortzetting van ondersteuning wordt overgedragen aan de nieuwe gemeente. Waar mogelijk vindt een warme overdracht plaats.

    • e.

      Het hulpteam geen contact meer kan krijgen met de gedupeerde.

  • 2. Het college biedt minimaal 12 maanden nazorg wanneer:

    • a.

      Het plan van aanpak beëindigd wordt omdat de gestelde doelen in het plan van aanpak behaald zijn. Dit houdt in dat de (mogelijk) gedupeerde zolang de Wet hersteloperatie toeslagen loopt op ieder moment opnieuw contact op kan nemen en het college elk half jaar contact opneemt tot 24 maanden na beëindiging. De gedupeerde dient hiervoor wel toestemming te geven. Wanneer een mogelijk gedupeerde ouder in de tussentijd als niet gedupeerd wordt aangemerkt, wordt de nazorg binnen 30 dagen beëindigd. Waar nodig vindt een warme overdracht plaats naar de reguliere gemeentelijke regelingen.

    • b.

      De (mogelijk) gedupeerde de brede ondersteuning op eigen verzoek beëindigd heeft. Dit houdt in dat de gedupeerde zolang de Wet hersteloperatie toeslagen loopt op ieder moment opnieuw contact op kan nemen en het college elk half jaar contact opneemt tot 24 maanden na beëindiging. Wanneer een mogelijk gedupeerde ouder in de tussentijd als niet gedupeerd wordt aangemerkt, wordt de nazorg binnen 30 dagen beëindigd en vindt waar nodig een warme overdracht plaats naar de reguliere gemeentelijke regelingen.

Artikel 7 – Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen kan het college afwijken van deze regels als het volgen ervan tot grote oneerlijkheid zou leiden.

Artikel 8 – Inwerkingtreding en duur beleidsregels

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

  • 2. Deze beleidsregels vervallen op het moment dat de hersteloperatie eindigt.

Artikel 9 – Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire.

Ondertekening

Aldus vastgesteld en gepubliceerd op 04-03-2025

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

de burgemeester,

Toelichting:

Artikel 2 – Doelgroep brede ondersteuning

Contact

Een gedupeerde kan zich aanmelden voor brede ondersteuning bij de gemeente door te bellen naar de gemeente Tiel op het nummer 0344-637220 of door te mailen naar toeslagaffaire@tiel.nl.

Artikel 4:

Toeleiding naar reguliere ondersteuning

De toeleiding naar reguliere ondersteuning kan onderdeel uitmaken van het plan van aanpak, indien niet te voorzien is dat de gestelde doelen binnen afzienbare termijn via de brede ondersteuning kunnen worden behaald. In die gevallen draagt het begeleiden naar de reguliere ondersteuning van de gemeente bij aan het (duurzaam) kunnen maken van de nieuwe start.

Artikel 4.2:

Inzet voorzieningen

De voorzieningen die nodig zijn om een nieuwe start te kunnen maken, worden getoetst aan de gestelde doelstellingen en vervolgens toegekend en gemotiveerd via het plan van aanpak. Hierbij wordt de volgende afweging gemaakt:

Is er nu acute hulp nodig om te voorkomen dat de situatie snel verslechtert?

Over welke vaardigheden en kennis dient de rechthebbende te beschikken om de doelstellingen, zoals opgenomen in het plan van aanpak, te bereiken?

Welke hulp heeft de rechthebbende nodig om deze doelstellingen te behalen?

Worden de doelen bereikt als er een bepaalde voorziening of middel niet wordt ingezet? Draagt de voorziening op een duurzame manier bij aan de gestelde doelen?

Artikel 4.2:

Noodzaak versus wens

Bij het bepalen welke voorzieningen worden ingezet voor de betrokkene, wordt onderscheid gemaakt tussen wens en noodzaak. De inzet van voorziening(en) en/of middelen moet redelijkerwijs nodig zijn om het gestelde doel te bereiken. Wordt het doel niet bereikt als het middel of de voorziening niet wordt ingezet, dan wordt vervolgens redelijkerwijs bekeken naar de meest adequate manier om dit doel te bereiken.