Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR736775
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR736775/1
Beleidsregels over het nakomen van de regels van de Participatiewet 2025 gemeente Heerenveen
Geldend van 01-04-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels over het nakomen van de regels van de Participatiewet 2025 gemeente HeerenveenBurgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen
overwegende:
dat er beleidsregels nodig zijn waarin wordt verduidelijkt hoe in de uitvoering van de Pw, de IOAW en de IOAZ en de Verordening Handhaving Participatiewet Heerenveen in Balans 2025 met de verschillende bevoegdheden wordt omgegaan en bepaalde begrippen worden uitgelegd
B E S L U I T :
vast te stellen de volgende: beleidsregels over het nakomen van de regels van de Participatiewet 2025 gemeente Heerenveen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Bereik van deze beleidsregels
-
1. Deze beleidsregels gaan over het nakomen van de regels van de Pw, de IOAW en de IOAZ. De belangrijkste regels zijn:
- a.
inlichtingenplicht: belanghebbende moet uit zichzelf en als wij daar om vragen alle informatie doorgeven die van invloed kan zijn op het recht op of de hoogte van de uitkering. Dit is in ieder geval binnen tien dagen nadat er iets is veranderd in de situatie van belanghebbende. Het gaat om alle informatie die wij nodig hebben om de rechtmatigheid van de uitkering te kunnen controleren.
- b.
meewerkplicht: belanghebbende moet uit zichzelf en als wij daar om vragen alle bewijsstukken inleveren die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de uitkering. De meewerkplicht gaat ook over het meewerken aan onderzoeken, re-integratie, solliciteren en identificeren.
- a.
-
2. Als de beleidsregels voor één van de wetten anders is, dan staat dit duidelijk uitgelegd in die beleidsregel.
Artikel 2 Uitgangspunten van deze beleidsregels
-
1. We werken vanuit de bedoeling: in deze beleidsregels is de bedoeling van de verschillende regels uitgeschreven. Daardoor is die bedoeling voor belanghebbenden en medewerkers duidelijk. Bij de uitvoering van deze beleidsregels zoeken we de balans tussen wat moet en wat kan. We houden daarbij rekening met de bedoeling van de regel en de situatie van de belanghebbende. Hiervoor hebben we regelmatig contact met belanghebbenden.
-
2. We houden rekening met het doenvermogen1 : hoe mensen in staat zijn om een doel te stellen, een plan te maken, in actie te komen, vol te houden en om te gaan met verleidingen en tegenslag. Om rekening te houden met het doenvermogen bekijken we wat we realistisch gezien van de belanghebbende kunnen verwachten.
-
3. We gebruiken de evenredigheidstoets om onnodige nadelige gevolgen van een besluit te voorkomen:
- a.
Is het besluit geschikt om het doel van dat besluit te bereiken
- b.
Is het besluit noodzakelijk om het doel van dat besluit te bereiken
- c.
Staan de gevolgen van het besluit in verhouding tot het doel van dat besluit.
- a.
-
4. We gaan uit van vertrouwen; een belanghebbende vraagt een uitkering aan omdat diegene een uitkering nodig heeft, niet om daar misbruik van te maken. We gaan uit van de situatie zoals die door de belanghebbende is doorgegeven en waarop de uitkering is verstrekt.
-
5. We werken preventief: we doen zoveel mogelijk om ervoor te zorgen dat belanghebbenden de regels nakomen.
Artikel 3 Begrippen
-
1. De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet anders zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Pw, de IOAZ, de IOAW, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Verordening Participatiewet Handhaving Heerenveen in balans 2025.
-
2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- •
Inlichtingenbureau: een landelijke instelling die ervoor zorgt dat informatie over belanghebbende uitgewisseld kan worden tussen gemeenten en andere instanties die een rol hebben bij de uitvoering van de Participatiewet. Zoals bijvoorbeeld de BRP, het UWV, de RDW, het Kadaster, de Kamer van Koophandel, banken of pensioenfondsen
- •
opzettelijk misbruik: als er opzettelijk misbruik gemaakt wordt van de uitkering zoals bedoeld in artikel 25 lid 7 van deze beleidsregels
- •
Suwinet: een beveiligde applicatie waarmee gemeenten en UWV gegevens over belanghebbenden met elkaar uitwisselen. Het gaat onder andere om gegevens over arbeid, werkgevers, uitkeringen en opleidingen.
- •
toelichtingsgesprek: is een gesprek dat wordt gevoerd als vaststaat dat de regels niet zijn nagekomen. Het is een gesprek waarbij we aan de ene kant in gesprek gaan over de verplichtingen en hoe die nagekomen moeten worden. Aan de andere kant kan de belanghebbende uitleg geven over wat er gebeurd is, waarom en onder welke omstandigheden. Het toelichtingsgesprek vormt daarmee de verbinding tussen preventie en handhaving. Het toelichtingsgesprek kan telefonisch, digitaal of in persoon plaatsvinden.
- •
uitkering: een uitkering op grond van de Pw, IOAW of IOAZ
- •
Verordening: Verordening Handhaving Participatiewet Heerenveen in balans 2025
- •
wet: de Pw, IOAZ en/of IOAW
- •
Hoofdstuk 2 Preventie
Artikel 4 Wat is de bedoeling van preventie
De bedoeling van preventief werken is om proberen te voorkomen dat belanghebbenden de regels die horen bij een uitkering overtreden. We houden daarbij zoveel mogelijk rekening met het doenvermogen van de belanghebbende zodat de informatie zinvol en begrijpelijk is voor belanghebbende.
Artikel 5 Informeren
Om te voorkomen dat belanghebbenden de regels (nog een keer) overtreden, informeren we belanghebbenden zo goed mogelijk. Dit doen we door:
- •
de regels begrijpelijk op te schrijven en uit te leggen
- •
duidelijke informatie over de rechten en plichten op de gemeentelijke website te plaatsen
- •
bij de aanvraag van een uitkering de regels uit te leggen en de gegevens te controleren
- •
de belangrijkste regels mee te geven in de vorm van een informatiemap
- •
tijdens de uitkering minimaal 1 keer per jaar in gesprek te gaan over de situatie van belanghebbende en daarbij actief te reageren op aanwijzingen dat er mogelijk regels niet op de juiste manier worden nagekomen
- •
begeleiding en ondersteuning te geven bij het nakomen van de rechten en plichten door de belanghebbende te betrekken bij de verschillende stappen en beoordelingsmomenten.
Artikel 6 Themacontroles
-
1. Bij een themacontrole wordt gecontroleerd hoe de regels binnen een bepaald thema worden nagekomen. Bijvoorbeeld de regels over werk, inkomen, woonsituatie of vermogen. Er wordt dan een deel van het klantenbestand projectmatig gecontroleerd.
-
2. De bedoeling van een themacontrole is om te voorkomen of zo snel mogelijk vast te stellen dat een belanghebbende zich (nog langer) niet aan de regels houdt. De daadwerkelijke themacontrole kan daarom pas beginnen, nadat de belanghebbende eerst zelf de kans heeft gekregen om de regels (alsnog) na te komen.
-
3. Voor het doen van onderzoek bij een themacontrole gelden de regels van Hoofdstuk 3 Onderzoeken.
-
4. Voordat de themacontrole van start gaat, wordt het thema en een plan van aanpak inclusief juridische toets vastgesteld door de betrokken leidinggevende. Onderdeel van dit plan van aanpak is dat belanghebbenden vooraf worden geïnformeerd over de themacontrole.
-
5. Bij het kiezen van een thema gelden strenge eisen en wordt uitgegaan van
- a.
de privacyregels van de AVG en
- b.
een gelijkwaardige behandeling en
- c.
onderwerpen die direct van invloed zijn op het recht op bijstand.
- a.
-
6. Bij de uitkomsten van de themacontroles is het uitgangspunt dat er wordt hersteld naar de toekomst toe. Dit is alleen anders als er sprake is (geweest) van opzettelijk misbruik van de uitkering.
Hoofdstuk 3 Onderzoeken
Artikel 7 Wat is de bedoeling van onderzoeken
-
1. Dit hoofdstuk gaat over het onderzoek naar het nakomen van de regels. Tijdens een onderzoek wordt gecontroleerd of de belanghebbende (nog steeds) recht heeft op een (volledige) uitkering. Er wordt gekeken hoe de rechten en de plichten die horen bij de uitkering worden nagekomen. En of alle gegevens die gebruikt zijn voor het vaststellen van het recht op de uitkering (nog steeds) kloppen.
-
2. De bedoeling van het onderzoek is om te controleren of
- a.
de rechten en plichten die horen bij de uitkering worden nagekomen
- b.
het recht op en de hoogte van de uitkering klopt en op een goede manier is en wordt vastgesteld.
- a.
-
3. Tijdens het onderzoek wordt rekening gehouden met het doenvermogen en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.
Artikel 8 Soorten onderzoeken
-
1. Bij de uitvoering van de Pw, IOAW en IOAZ zijn er verschillende soorten onderzoek:
- a.
bij het doen van een aanvraag om een uitkering wordt onderzocht óf er recht op een uitkering is en hoe hoog
- b.
tijdens de uitkering onderzoeken we één keer per jaar of er nog steeds recht op een uitkering is. En of de hoogte goed berekend is en wordt. Dit noemen we een periodiek heronderzoek
- c.
tijdens de uitkering onderzoeken we of de belanghebbende zich houdt aan de re-integratie en/of arbeidsverplichtingen. Dit noemen we een participatieonderzoek
- d.
tijdens de uitkering onderzoeken we binnengekomen signalen over veranderde omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht en/of de hoogte van de uitkering. Dit noemen we een rechtmatigheidsonderzoek.
- e.
tijdens de uitkering kan er een themaonderzoek zoals bedoeld in artikel 6 uitgevoerd worden
- f.
bij het einde van een uitkering onderzoeken we tot wanneer er recht was op een uitkering, of de hoogte goed berekend is en of er nog nabetalingen of terugbetalingen nodig zijn. Dit noemen we een beëindigingsonderzoek.
- a.
-
2. De artikelen 9 tot en met 14 gelden niet voor participatieonderzoeken.
Artikel 9 Wanneer gaan we onderzoeken
-
1. We gebruiken in ieder geval de volgende signalen:
- a.
informatie tijdens contactmomenten
- b.
informatie van aanvraag- en mutatieformulieren
- c.
signalen van het Inlichtingenbureau over bijvoorbeeld inkomen, vermogen, voertuigbezit of woonsituatie
- d.
(anonieme) tips
- e.
informatie van medewerkers van de gemeente.
- a.
-
2. Prioritering van de signalen:
- a.
een onderzoek naar signalen over inkomen of woonsituatie wordt binnen twee weken gestart. Dit komt omdat het risico op een (groter wordende) terugvordering het grootst is bij deze signalen
- b.
een onderzoek naar signalen over andere onderwerpen wordt binnen maximaal acht weken gestart
- c.
bij overdracht van het onderzoek naar Handhaving wordt het onderzoek zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen acht weken verder opgepakt
- d.
het signaal moet door de melder zelf zijn vastgesteld, dus niet ‘van horen zeggen’.
- a.
Artikel 10 Vooronderzoek
-
1. Voordat een signaal wordt onderzocht of overgedragen aan Handhaving, wordt een vooronderzoek gedaan. Tijdens dit vooronderzoek wordt intern gekeken wat de situatie van belanghebbende is en of er andere teams betrokken zijn.
-
2. Als blijkt dat er meer teams betrokken zijn en/of belanghebbende op meerdere leefgebieden ondersteuning nodig heeft, wordt er eerst een overleg gepland met de betrokken collega’s. Tijdens dit overleg wordt een gezamenlijke afweging gemaakt van de mogelijke gevolgen van een onderzoek voor belanghebbende. Hieruit kan blijken dat er (eerst) geen verder onderzoek plaatsvindt.
-
3. Als uit het vooronderzoek blijkt dat er geen reden is om (eerst) geen onderzoek te doen, wordt het signaal verder onderzocht.
Artikel 11 Hoe gaan we onderzoeken
-
1. Bij het onderzoek kunnen we gebruik maken van de volgende bronnen:
- a.
Suwinet
- b.
Inlichtingenbureau
- c.
RDW
- d.
Kadaster
- e.
Kamer van Koophandel
- f.
Belastingdienst
- g.
bankgegevens
- h.
BRP
- i.
Internationaal Bureau Fraude-informatie
- j.
openbare informatie op het internet
- k.
verbruik gegevens over water, elektra, gas en afval
- l.
andere controleerbare bronnen.
- a.
-
2. Tijdens het onderzoek kunnen we gebruik maken van de volgende manieren van onderzoek:
- a.
dossieronderzoek
- b.
opvragen gegevens bij belanghebbende
- c.
opvragen gegevens bij iemand anders
- d.
waarnemingen
- e.
huisbezoek
- f.
buurtonderzoek
- g.
contact met belanghebbende.
- a.
-
3. Bij het bepalen van welke bronnen of manieren van onderzoek we gaan gebruiken, kiezen we altijd voor de minst ingrijpende optie. Dat betekent bijvoorbeeld dat we eerst de belanghebbende zelf vragen voor informatie en bewijsstukken. Als dit niet lukt, vragen we de informatie en bewijsstukken zo mogelijk bij iemand anders op. Als ook dat niet lukt, gaan we uit van de informatiebronnen van lid 1. We houden daarbij rekening met de gevolgen van de keuze voor de belanghebbende en het doel van het onderzoek.
Artikel 12 Het opvragen van gegevens
-
1. Als we tijdens het onderzoek meer informatie of bewijsstukken nodig hebben, vragen we die informatie op bij belanghebbende. Dit kan mondeling, telefonisch of per (digitale) post.
-
2. We kunnen de informatie of bewijsstukken ook bij iemand anders opvragen als:
- a.
het doenvermogen van de belanghebbende daar om vraagt
- b.
er een sterk vermoeden van opzettelijk misbruik is.
- a.
-
3. Als we informatie of bewijsstukken opvragen is duidelijk:
- a.
welke gegevens ingeleverd moeten worden
- b.
binnen welke termijn de gegevens ingeleverd moeten zijn en
- c.
wat er gebeurt als de gegevens niet ingeleverd worden.
- a.
Artikel 13 Blokkeren van de uitkering
-
1. Als tijdens het onderzoek duidelijk wordt dat er geen of minder recht op een uitkering is, kan de uitkering alvast geblokkeerd worden. Dit betekent dat de uitkering niet wordt uitbetaald in afwachting van het onderzoek. Dit om te voorkomen dat belanghebbende te veel uitkering krijgt en die later moet terugbetalen.
-
2. Als de uitkering wordt geblokkeerd, ontvangt de belanghebbende hierover een besluit.
-
3. De uitkering kan maximaal acht weken worden geblokkeerd. Dit is alleen anders als uit het onderzoek blijkt dat het nodig is om de uitkering langer te blokkeren.
Artikel 14 Opschorten van de uitkering
-
1. De bedoeling van het opschorten van de uitkering is om ervoor te zorgen dat de belanghebbende de gevraagde informatie of bewijsstukken alsnog inlevert of alsnog meewerkt aan het onderzoek. Dit zodat het recht op en de hoogte van de uitkering kan worden vastgesteld. Dit betekent dat de uitkering niet wordt uitbetaald in afwachting van het onderzoek.
-
2. We kunnen de uitkering opschorten:
- a.
als we tijdens het onderzoek niet genoeg informatie of bewijsstukken hebben om het actuele recht op bijstand vast te kunnen stellen én de belanghebbende die ook niet (allemaal) binnen de afgesproken termijn van artikel 12 heeft ingeleverd, of
- b.
de belanghebbende op een andere manier niet meewerkt aan het onderzoek.
- a.
-
3. Voor de beoordeling om de uitkering wel of niet op te schorten wordt de evenredigheidstoets gedaan.
-
4. We schorten de uitkering niet op als het niet-inleveren of niet-meewerken niet de schuld van belanghebbende is.
-
5. Als de uitkering wordt opgeschort, ontvangt de belanghebbende hierover een besluit. In dit besluit staat:
- a.
dat de uitkering is opgeschort
- b.
welke informatie of bewijsstukken er nog ingeleverd moeten worden of op welke manier belanghebbende mee moet werken aan het onderzoek
- c.
binnen welke termijn belanghebbende de informatie of bewijsstukken alsnog moet inleveren of alsnog mee moet werken aan het onderzoek
- d.
welke gevolgen er kunnen zijn als belanghebbende de informatie of bewijsstukken niet of te laat inlevert of niet meewerkt.
- a.
-
6. Als de informatie of bewijsstukken na afloop van de termijn alsnog worden ingeleverd, moet eerst de evenredigheidstoets worden gedaan voordat een besluit over de gevolgen wordt genomen. Ditzelfde geldt voor het alsnog meewerken aan een onderzoek.
Hoofdstuk 4 Herstellen
Paragraaf 4.1 Herstel van de uitkering
Artikel 15 Wat is de bedoeling van het herstellen van de uitkering
Bijstand is alleen bedoeld voor mensen die het echt nodig hebben en daar recht op hebben. De gemeente ontvangt van het Rijk een deel van het gemeenschapsgeld voor de kosten van bijstand. Dit budget kan maar één keer worden uitgeven en er moet daarom zorgvuldig om worden gegaan met de besteding van dat budget. Alleen op die manier kan de gemeente zorgen voor een goede besteding van het gemeenschapsgeld.
We zorgen er daarom voor dat de situatie (alsnog) wordt zoals die volgens de regels zou moeten zijn. Als uit het onderzoek blijkt dat de regels niet (helemaal) zijn nagekomen en/of de hoogte van de uitkering niet goed is berekend, herstellen we het recht op uitkering. Dit betekent dat het recht op en de hoogte van de uitkering alsnog op de juiste manier berekend wordt.
Artikel 16 Het herzien van de uitkering
-
1. Als de uitkering niet helemaal volgens de regels is berekend, bekijken we hoeveel dit eigenlijk had moeten zijn. Dit noemen we de uitkering herzien.
-
2. Als de hoogte van de uitkering niet vastgesteld kan worden, doen we dat schattenderwijs als dat mogelijk is. Hierbij gaan we uit van vaststaande of aanwezige feiten die genoeg houvast geven voor de schatting.
-
3. De uitkering wordt maximaal over vijf voorafgaande jaren herzien.
Artikel 17 Het intrekken en/ of beëindigen van de uitkering
-
1. Als er al langere tijd helemaal geen recht op een uitkering was, wordt de uitkering met terugwerkende kracht stopgezet. Dit noemen we de uitkering intrekken.
-
2. Als de uitkering naar de toekomst toe wordt stopgezet, noemen we dit de uitkering beëindigen.
-
3. Als het recht niet (meer) is vast te stellen, wordt de uitkering beëindigd, ingetrokken of niet toegekend.
-
4. Als de belanghebbende zich niet heeft gehouden aan de inlichtingenplicht, kan de uitkering worden ingetrokken vanaf de dag dat het recht op uitkering niet is vast te stellen.
-
5. Als de belanghebbende zich niet heeft gehouden aan de meewerkplicht, kan de uitkering worden ingetrokken vanaf de eerste dag van de opschorting.
-
6. De periode van intrekking van lid 5 kan alleen langer zijn als er uit het onderzoek blijkt dat ook de inlichtingenplicht is geschonden waardoor het recht niet is vast te stellen.
-
7. De uitkering wordt maximaal over vijf voorafgaande jaren ingetrokken.
-
8. Bij het beëindigen van de uitkering is er contact met de belanghebbende over de gevolgen van de beëindiging.
Artikel 18 Terugvorderen
-
1. Als een belanghebbende te veel uitkering heeft ontvangen, moet dit worden terugbetaald. Dit noemen we terugvorderen.
-
2. Als de belanghebbende zich niet heeft gehouden aan de inlichtingenplicht en daardoor te veel uitkering heeft ontvangen, wordt dit bedrag teruggevorderd. Dit wordt een verplichte terugvordering genoemd.
-
3. Als de belanghebbende door een andere reden te veel uitkering heeft ontvangen, kan dit bedrag worden teruggevorderd. Dit wordt een niet-verplichte terugvordering genoemd.
-
4. Voordat een besluit tot terugvordering wordt genomen, is er een gesprek met de belanghebbende over de oorzaken en gevolgen van de terugvordering.
Als uit dit gesprek blijkt dat de gevolgen van de terugvordering niet (helemaal) in verhouding staan tot de situatie, dan beoordeel je met artikel 19 of er (dringende) redenen zijn om de terugvordering aan te passen. Dit kan ook betekenen dat de uitkering niet (helemaal) wordt teruggevorderd.
-
5. Er wordt niet meer uitkering teruggevorderd dan dat er te veel aan of namens belanghebbende is betaald. Hierbij gaan we uit van de situatie zoals die zou zijn als de uitkering wel volgens de regels zou zijn betaald.
-
6. Als de belanghebbende inkomsten naast de uitkering ontvangt, kunnen deze worden verrekend met de uitkering over een periode van maximaal zes maanden. Voor de IOAW en de IOAZ is dit drie maanden. Voordat de gemeente overgaat tot verrekening, wordt er contact gezocht met de belanghebbende om de hoogte van het bedrag en de periode waarover de inkomsten worden verrekend te bespreken. Als het niet tot een akkoord kan komen, neemt de gemeente een besluit waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden van de belanghebbende.
-
7. Voor de keuze van het doen van aangifte bij het openbaar ministerie sluiten we aan bij de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude.
-
8. Als de te veel betaalde uitkering wordt terugbetaald in het dan lopende kalenderjaar, kan de gemeente de betaalde belasting en premies nog verrekenen met de Belastingdienst en uitvoeringsinstellingen. De te veel betaalde bijstand wordt dan netto teruggevorderd.
Als de te veel betaalde bijstand na afloop van dat kalenderjaar wordt terugbetaald, kunnen die betaalde belasting en premies niet meer worden verrekend. Daarom moet de belanghebbende deze kosten dan ook aan de gemeente terugbetalen. De terugvordering wordt dan gebruteerd. Alleen als de terugvordering buiten de schuld van belanghebbende om is ontstaan, bruteren we de terugvordering niet.
Artikel 19 Aanpassen van terugvordering
-
1. Als uit het gesprek van artikel 18, lid 4 blijkt dat de gevolgen van de terugvordering onnodig nadelig uitpakken voor belanghebbende, dan wordt beoordeeld of er redenen zijn om de terugvordering aan te passen. Hierbij betrek je in ieder geval de volgende omstandigheden:
- a.
de rol van belanghebbende bij het ontstaan van de situatie
- i.
het doenvermogen van de belanghebbende
- ii.
de bedoeling van de belanghebbende bij het nakomen van de regels
- i.
- b.
de rol van onszelf bij het ontstaan van de situatie
- i.
eigen fouten
- ii.
(te) langzame besluitvorming
- i.
- c.
de gevolgen van een terugvordering voor de situatie van belanghebbende
- i.
eventuele schulden of financiële problemen
- ii.
de betrokkenheid van (proces)regie, gezinswerker of hulpverlening
- iii.
de invloed op/van jeugdigen of andere betrokkenen
- iv.
de aanwezigheid van andere voorzieningen zoals re-integratie
- v.
(dreigende) uithuiszetting.
- i.
- a.
-
2. De uitkomst van deze beoordeling wordt afgewogen tegen het algemene belang van de gemeente bij een goede besteding van gemeenschapsgeld door een juiste vaststelling van het recht op een uitkering en terugbetaling van te veel ontvangen uitkering. Het resultaat van de afweging kan zijn dat de uitkering niet (helemaal) wordt teruggevorderd.
Paragraaf 4.2 Herstellen van gedrag
Artikel 20 Wat is de bedoeling van een maatregel
Als uit het (participatie)onderzoek is gebleken dat de belanghebbende zich niet (helemaal) heeft gehouden aan de regels van hoofdstuk 3 van de Verordening, moet de belanghebbende dat herstellen. Er kan dan een maatregel worden opgelegd om ervoor te zorgen dat de belanghebbende de regels alsnog nakomt, of niet nog een keer overtreedt. De bedoeling van een maatregel is dat de belanghebbende zijn gedrag verandert en de gemaakte fout herstelt.
Artikel 21 Het opleggen van een maatregel
-
1. Met een maatregel wordt er tijdelijk minder of helemaal geen uitkering uitbetaald.
-
2. Voordat er een maatregel wordt opgelegd, is er een gesprek met de belanghebbende. Als uit dit gesprek blijkt dat de gevolgen van de maatregel niet (helemaal) in verhouding staan tot de situatie, dan beoordeel je met artikel 22 of er (dringende) redenen zijn om de maatregel aan te passen. Dit kan ook betekenen dat er geen maatregel wordt opgelegd.
-
3. Na één maand of zodra de belanghebbende daarom vraagt, wordt het opleggen van de maatregel opnieuw beoordeeld. Als de gemaakte fout is hersteld of de regel(s) alsnog is nagekomen, wordt de maatregel (tussentijds) gestopt. Dit betekent dat de volledige uitkering alsnog wordt uitbetaald.
Artikel 22 Aanpassen van een maatregel
-
1. Als uit het gesprek van artikel 21, lid 2 blijkt dat de gevolgen van de maatregel onnodig nadelig uitpakken voor belanghebbende, dan wordt beoordeeld of er redenen zijn om de maatregel aan te passen. Hierbij betrek je in ieder geval de volgende omstandigheden:
- •
de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende
- •
de rol van belanghebbende bij het ontstaan van de situatie
- i.
het doenvermogen van de belanghebbende
- ii.
de bedoeling van de belanghebbende bij het nakomen van de regels
- i.
- •
de rol van onszelf bij het ontstaan van de situatie
- i.
eigen fouten
- ii.
(te) langzame besluitvorming
- i.
- •
de gevolgen van een maatregel voor de situatie van belanghebbende
- i.
eventuele schulden of financiële problemen
- ii.
de betrokkenheid van (proces)regie, gezinswerker of hulpverlening
- iii.
de invloed op/van jeugdigen of andere betrokkenen
- iv.
de aanwezigheid van andere voorzieningen zoals re-integratie
- v.
(dreigende) uithuiszetting.
- i.
- •
-
2. De uitkomsten van deze beoordeling worden afgewogen tegen het algemene belang van de gemeente bij het nakomen van de regels die horen bij een uitkering. Het resultaat van die afweging kan zijn dat de maatregel niet, lager of minder lang wordt opgelegd.
-
3. Als de maatregel wordt aangepast, kan er wel een schriftelijke waarschuwing worden gegeven.
Hoofdstuk 5 Sanctioneren
Artikel 23 Wat is de bedoeling van sanctioneren
Als uit het onderzoek is gebleken dat een belanghebbende zich niet aan de inlichtingenplicht heeft gehouden, kan er een sanctie worden opgelegd. De bedoeling van sanctioneren is een belanghebbende te straffen omdat de regels zijn overtreden. Het is dus een financiële prikkel om overtredingen te voorkomen.
Artikel 24 Welke soorten sancties zijn er
-
1. Er zijn de volgende soorten sancties mogelijk:
- a.
het afzien van een boete
- b.
een waarschuwing geven
- c.
een voorwaardelijke boete opleggen
- d.
een boete opleggen
- e.
aangifte doen bij het openbaar ministerie.
- a.
-
2. Een voorwaardelijke boete hoeft eerst niet betaald te worden onder de voorwaarde dat de belanghebbende tijdens een proeftijd de inlichtingenplicht niet nog een keer overtreedt. Die proeftijd is maximaal twee jaar. Bij het opleggen kunnen er extra voorwaarden gesteld worden die tijdens de periode van die voorwaardelijke boete nagekomen moeten worden.
Artikel 25 Hoe gaan we passend sanctioneren
-
1. De hoogte en het soort sanctie moet passen bij de situatie.
-
2. Voor de hoogte van een boete sluiten we aan bij de geldende wet- en regelgeving.
-
3. Als uit het onderzoek is gebleken dat de inlichtingenplicht niet is nagekomen, wordt de belanghebbende uitgenodigd voor een toelichtingsgesprek.
-
4. Bij het maken van een keuze tussen de verschillende soorten sancties worden de volgende omstandigheden in ieder geval betrokken:
- a.
de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder de regels niet zijn nagekomen
- b.
de rol van belanghebbende bij het ontstaan van de situatie
- i.
het doenvermogen van de belanghebbende
- ii.
de bedoeling van de belanghebbende bij het nakomen van de regels
- i.
- c.
de rol van onszelf bij het ontstaan van de situatie
- i.
eigen fouten
- ii.
(te) langzame besluitvorming
- i.
- d.
de gevolgen van een boete voor de situatie van belanghebbende
- i.
eventuele schulden of financiële problemen
- ii.
de betrokkenheid van (proces)regie, gezinswerker of hulpverlening
- iii.
de invloed op/van jeugdigen of andere betrokkenen
- iv.
de aanwezigheid van andere voorzieningen zoals re-integratie
- v.
(dreigende) uithuiszetting.
- i.
- a.
-
5. Er wordt gekozen voor het afzien van een boete of het geven van een waarschuwing als er sprake is van geen of verminderde verwijtbaarheid, of als de beoordeling van lid 4 op een andere manier vraagt om een lichter soort sanctie. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een belanghebbende voor de eerste keer de inlichtingenplicht niet na is gekomen.
-
6. Er wordt gekozen voor een voorwaardelijke boete als de beoordeling van lid 4 niet heeft geleid tot een sanctie zoals bedoeld in lid 5 en er geen sprake is van opzettelijk misbruik.
-
7. Er wordt een boete opgelegd als er sprake is van opzettelijk misbruik. Hiervan is in ieder geval sprake als de belanghebbende:
- a.
valsheid in geschrifte heeft gepleegd bij het ontvangen van de uitkering
- b.
structureel inkomen heeft ontvangen en dit niet heeft gemeld. Er is in ieder geval sprake van structureel inkomen als er gedurende de helft van een bepaalde periode inkomen wordt ontvangen. Deze periode is minimaal drie maanden achter elkaar
- c.
niet heeft gemeld dat er vermogen is van meer dan € 1.200,-
- d.
opzettelijk of met grove schuld de inlichtingenplicht niet is nagekomen om daar zelf beter van te worden
- e.
een overtreding heeft gepleegd waarop het strafrecht van toepassing is, maar belanghebbende daarvoor niet is vervolgd.
- a.
-
8. De uitkomsten van het onderzoek van lid 4 worden afgewogen tegen het algemene belang van de gemeente om te kunnen bestraffen als de regels die horen bij een uitkering niet zijn nagekomen. Het resultaat van die afweging kan zijn:
- a.
een hogere of lagere (voorwaardelijke) boete of
- b.
een ander soort sanctie.
- a.
-
9. Als de belanghebbende uit zichzelf alsnog de inlichtingenplicht is nagekomen voordat dit uit het onderzoek uit Hoofdstuk 3 is gebleken, kan dit een reden zijn om af te zien van het opleggen van een sanctie.
Artikel 26 Zeer ernstige misdragingen
-
1. Als de belanghebbende zich zeer ernstig heeft misdragen tegen iemand die de wet uitvoert, kan er een maatregel worden opgelegd. De bedoeling van deze maatregel is het bestraffen van de ernstige misdraging.
-
2. Naast het opleggen van een maatregel, kan er ook aangifte worden gedaan bij de politie.
Artikel 27 Recidive
Voor de recidive telt alleen het opleggen van een boete. De andere soorten sancties tellen niet mee voor de recidive.
Hoofdstuk 6 Terugbetalen
Artikel 28 Wat is de bedoeling van terugbetalen
Als er een besluit is genomen waardoor een belanghebbende uitkering, lening of boete moet (terug)betalen, zorgt de gemeente ervoor dat deze vorderingen terugbetaald worden. Op die manier kan de gemeente zorgen voor een goede besteding van het gemeenschapsgeld. Daarbij houden we zoveel mogelijk rekening met de omstandigheden van de belanghebbende om de financiële situatie niet onnodig moeilijk(er) te maken.
Artikel 29 Op welke manier kan er worden terugbetaald
-
1. Nadat een besluit over het (terug)betalen is genomen, is er contact met belanghebbende over de meest wenselijke manier en volgorde van terugbetalen.
-
2. Om ervoor te zorgen dat een vordering daadwerkelijk wordt terugbetaald, kunnen de volgende terugbetalingsmogelijkheden worden gebruikt:
- a.
de vordering binnen zes weken terugbetalen
- b.
een betalingsregeling
- c.
verrekenen met een lopende uitkering
- d.
beslag leggen op loon, uitkering of bezittingen.
- a.
-
3. Het verrekenen met de lopende uitkering is voor zowel de gemeente als voor de belanghebbende de gemakkelijkste manier om op een vordering af te lossen. Dit gebeurt namelijk volledig automatisch. Dit betekent dat verrekening het uitgangspunt is. Voor de verplichte terugvordering en boetes is verrekenen verplicht. Voordat de gemeente overgaat tot verrekening, wordt er contact gezocht met de belanghebbende om dit te bespreken.
-
4. Op verzoek van belanghebbende kan in afwijking van lid 3 een betalingsregeling worden getroffen als er sprake is van een niet-verplichte terugvordering of als verrekenen niet (meer) mogelijk is.
Bij het treffen van een betalingsregeling wordt elk redelijk aanbod van belanghebbende geaccepteerd. Als de volledige vordering binnen 60 maanden wordt terugbetaald, is het aanbod in elk geval redelijk. Als het voorstel verder gaat dan de beslagvrije voet, wordt dat voorstel niet geaccepteerd.
-
5. Als de vordering niet verrekend kan worden en de belanghebbende ook geen redelijk aanbod wil of kan doen, wordt de vordering maandelijks afgelost met een voor belanghebbende passende betalingscapaciteit:
- a.
als de belanghebbend een uitkering ontvangt, wordt de betalingscapaciteit vastgesteld op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm (er wordt dan geen vakantietoeslag gereserveerd)
- b.
als de belanghebbende een inkomen heeft dat hoger is dan bijstandsnorm, wordt de betalingscapaciteit vastgesteld op 50% van het inkomensdeel dat vatbaar is voor beslag inclusief vakantietoeslag
- c.
de betalingscapaciteit is nooit meer dan de beslagvrije voet
- d.
de betalingscapaciteit wordt jaarlijks opnieuw berekend en vastgesteld.
- a.
-
6. Als belanghebbende zich niet houdt aan de betalingsregeling, moet het restbedrag alsnog binnen zes weken worden terugbetaald.
-
7. Er wordt alleen beslag gelegd als andere manieren niet tot terugbetaling hebben geleid. Dit kan anders zijn als er sprake is van opzettelijk misbruik.
-
8. Als belanghebbende in bezwaar gaat tegen het besluit waarin de vordering is vastgesteld, kan de terugbetaling op verzoek van belanghebbende tijdelijk worden opgeschort tot twee weken na de beslissing op bezwaar.
-
9. Het afbetalen van vorderingen gebeurt volgens een vaste volgorde: netto vordering, lening, maatregel, boete en daarna in volgorde van tijd van de oudste tot de nieuwste vordering.
-
10. Als er een verzoek wordt gedaan om mee te werken aan een minnelijke schuldenregeling, wordt daaraan meegewerkt.
-
11. De afspraken over de manier van terugbetalen worden vastgelegd in een besluit.
Artikel 30 Verrekenen
-
1. Als de gemeente een proceskostenvergoeding moet betalen aan belanghebbende, kan die vergoeding worden verrekend met de vordering. Ook hierbij geldt dat verrekening het uitgangspunt is. Voordat de gemeente overgaat tot verrekening, wordt er contact gezocht met de belanghebbende om dit te bespreken. Als de belanghebbende hier niet mee akkoord is, wordt de evenredigheidstoets gedaan.
-
2. Als de uitkering wordt verrekend met een vordering, wordt er geen vakantietoeslag gereserveerd.
Artikel 31 Afzien van (verder) terugbetalen
-
1. Na 36 maanden terugbetalen, of op verzoek van een belanghebbende, onderzoekt de gemeente of er (dringende) redenen zijn waardoor er niet (verder) hoeft te worden terugbetaald. Bij deze beoordeling worden de volgende omstandigheden in ieder geval betrokken:
- a.
de rol van belanghebbende
- i.
het doenvermogen van de belanghebbende
- ii.
de bedoeling van de belanghebbende bij het nakomen van de regels
- iii.
in hoeverre belanghebbende zich aan de betalingsafspraken heeft gehouden
- i.
- b.
de rol van onszelf
- i.
eigen fouten
- ii.
(te) langzame besluitvorming
- i.
- c.
de gevolgen van (verdere) terugbetaling voor de situatie van belanghebbende
- i.
eventuele schulden of financiële problemen
- ii.
de betrokkenheid van (proces)regie, gezinswerker of hulpverlening
- iii.
de invloed op/van jeugdigen of andere betrokkenen
- iv.
de aanwezigheid van andere voorzieningen zoals re-integratie
- v.
(dreigende) uithuiszetting.
- i.
-
De uitkomst van deze beoordeling wordt afgewogen tegen de bedoeling van de vordering (zoals herstellen of sanctioneren) en het algemene belang van de gemeente van een goede besteding van gemeenschapsgeld.
- a.
-
2. De gemeente informeert de belanghebbende over het wel of niet afzien van (verdere) terugbetaling met een besluit.
Hoofdstuk 7 Verhaal
Artikel 32 Wat is de bedoeling van verhaal
Als een belanghebbende een uitkering nodig heeft omdat een wettelijke onderhoudsplicht niet (voldoende) wordt nagekomen, kan de gemeente de kosten van die uitkering verhalen op degene die onderhoudsplichtig is. Voor een goede besteding van gemeenschapsgeld maakt de gemeente daarom zoveel mogelijk gebruik van deze mogelijkheid.
Artikel 33 Wanneer gaan we verhalen
-
1. Bij het aanvragen van een uitkering onderzoekt de gemeente of er mogelijkheden zijn om de uitkering te verhalen op:
- a.
(ex-)partners
- b.
ouders
- c.
minderjarige kinderen
- a.
-
2. Als er sprake is van een onderhoudsplichtige (ex-)partner, is de belanghebbende eerst zelf verantwoordelijk voor het opeisen en uitbetaald krijgen van kinder- en/of partneralimentatie. Zo nodig kan dit als extra verplichting aan de belanghebbende worden opgelegd.
Artikel 34 Afzien van verhaal
-
1. Voordat de kosten van een uitkering worden verhaald op de onderhoudsplichtige, wordt eerst onderzocht of er redenen zijn om hiervan af te zien.
-
2. Bij deze beoordeling worden de volgende omstandigheden in ieder geval betrokken:
- •
Het inkomen en de (gezins)situatie van de onderhoudsplichtige
- •
De relatie tussen belanghebbende, onderhoudsplichtige en/of betrokken kinderen
- •
De betrokkenheid van (proces)regie, gezinswerker of hulpverlening
- •
-
3. De uitkomsten worden afgewogen tegen het algemene belang van de gemeente van het kunnen verhalen van de kosten van een uitkering en een goede besteding van gemeenschapsgeld. Het resultaat van die afweging kan zijn dat de kosten niet of niet volledig worden verhaald op de onderhoudsplichtige.
Hoofdstuk 8 Slotartikelen
Artikel 35 Inwerkingtreding en overgangsrecht
-
1. Deze beleidsregels treden op 1 april 2025 in werking.
-
2. De Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017 en de daarop gebaseerde gemeentelijke richtlijnen en/of bijlagen worden ingetrokken.
-
3. De Beleidsregels handhaving en inning vorderingen Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017 en de daarop gebaseerde gemeentelijke richtlijnen en/of bijlagen worden ingetrokken.
-
4. Het Beleidsstuk Hoogwaardig handhaven in Heerenveen uit 2007 en de daarop gebaseerde gemeentelijke richtlijnen en/of bijlagen wordt ingetrokken.
-
5. Onderzoeken die voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels zijn gestart en/ of waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld met toepassing van deze beleidsregels.
-
6. Als deze beleidsregels nadelig(er) uitpakken voor een belanghebbende dan de oude beleidsregels, zal er een individuele beoordeling gemaakt worden.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 17 december 2024.
Burgemeester en wethouders van Heerenveen.
De gemeentesecretaris,
mevrouw T. van Lenthe
De burgemeester,
mevrouw A. Fokkens- Kelder
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl