Nadere regels terrassen Hattem 2025

Geldend van 27-02-2025 t/m heden

Intitulé

Nadere regels terrassen Hattem 2025

Burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem;

Gelezen het voorstel van het college, no. 120042, d.d. 18 februari 2025;

Gelet op artikel 2:10, lid 3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Hattem 2021 (hierna: APV);

Overwegende dat:

  • Op verschillende locaties in Hattem terrassen worden geëxploiteerd welke enerzijds tot levendigheid zorgen en tegelijkertijd de leefbaarheid niet mogen aantasten;

  • Terrassen veelal worden geëxploiteerd in de openbare ruimte en het in de binnenstad gewenst is om de terrassen qua uitvoering te laten aansluiten op die openbare ruimte;

  • Middenterrassen schaarse rechten zijn, welke op een transparantie wijze beschikbaar moeten worden gesteld en niet voor onbepaalde tijd verleend mogen worden;

  • Duurzaamheid een steeds belangrijker thema is en in dat kader kritisch naar terrasverwarmers op gas wordt gekeken;

  • Gelet op bovenstaande het terrassenbeleid uit 2016 op een aantal punten aan actualisatie toe is;

  • De regels deels nadere regels zijn, zoals bedoeld in artikel 2:10 APV, waarvoor burgemeester en wethouders op grond van artikel 2:10, lid 3 APV bevoegd zijn tot het vaststellen daarvan;

  • De regels deels beleidsregels zijn, zoals bedoeld in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht, waarvoor de burgemeester op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht bevoegd is tot het vaststellen daarvan;

Besluiten:

De nadere regels terrassen Hattem 2025 als volgt vast te stellen:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    binnenstad: de binnenstad zoals weergegeven in bijlage I;

  • b.

    gevelterras: een terras grenzend aan de gevel (voor- of zijgevel) van het bijbehorende bedrijf;

  • c.

    horecabedrijf: een horecabedrijf zoals bedoeld in de Alcoholwet of een openbare inrichting zoals bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Hattem 2021 (APV);

  • d.

    middenterras: een terras dat niet direct grenst aan de gevel van het betreffende bedrijf, door onderbreking van een rijbaan, voetpad of anderszins een voor publiek vrije doorgang;

  • e.

    terras: terras zoals bedoeld in de APV;

  • f.

    winkel: winkel zoals bedoeld in de Winkeltijdenwet.

Artikel 2. Gronden waar terrassen geëxploiteerd mogen worden

  • 1. Voor het innemen van een gevelterras gelden de volgende nadere regels:

    • a.

      Een terras mag uitsluitend worden ingenomen als dit direct grenst aan de gevel van de uitbatende ondernemer en ook uitsluitend voor het gedeelte recht voor de gevel van de uitbatende ondernemer.

    • b.

      Terrassen in de Kerkstraat en Kruisstraat mogen uitsluitend worden ingenomen in de gedeelten buiten de rijloper. Deze rijloper is te herkennen aan het straatwerk. De klinkers liggen daar in visgraat in plaats van in rechte rijen.

    • c.

      Bij het innemen van een terras moet een obstakelvrije doorgang op de weg en het trottoir worden gerealiseerd van tenminste 1,50 meter, voor de doorgang van kinderwagens, rolstoelen, scootmobielen en dergelijke. Deze bepaling is niet van toepassing op terrassen in de Kerkstraat en Kruisstraat (zie bovengenoemde regel onder b) en voor de terrassen op de Markt (zie lid 3).

    • d.

      Bij het innemen van een terras moet de bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten worden gewaarborgd met een vrije doorgang van 4,5 meter breed. Deze bepaling is niet van toepassing op terrassen in de Kerkstraat en Kruisstraat (zie bovengenoemde regel onder b) en voor de terrassen op de Markt (zie lid 3).

    • e.

      Terrassen op de rijbaan zijn niet toegestaan.

    • f.

      Door de opstelling van een terras mag het zicht van verkeersdeelnemers niet worden belemmerd.

  • 2. Middenterrassen mogen uitsluitend worden ingenomen op de Markt en het Kerkplein, op de locaties zoals weergegeven in bijlage II.

  • 3. Middenterrassen aan de Markt mogen uitsluitend worden ingenomen door horecabedrijven die direct grenzen aan de Markt en in directe verbinding staan met het deel middenterras, te weten de panden: Markt 3, 5, 8, 9 en 10 en Kerkstraat 2. De wijze waarop de ruimte onder de gegadigden wordt verdeeld wordt door de burgemeester uitgewerkt in beleidsregels.

  • 4. Aan het Kerkplein mag één middenterras worden ingenomen. Het middenterras op het Kerkplein kan worden ingenomen door de exploitant van het horecabedrijf dat gevestigd aan het Kerkplein 16.

  • 5. De grenzen van de terrassen kunnen door de gemeente worden gemarkeerd met ijzeren pinnen, ter verduidelijking van de terrasgrenzen.

Artikel 3. Periode waarin terrassen geëxploiteerd mogen worden

  • 1. Gevelterrassen mogen het gehele jaar worden ingenomen.

  • 2. Middenterrassen mogen worden ingenomen in de periode van 1 april tot 1 november. Daarop gelden twee uitzonderingen, namelijk:

    • a.

      Als het weekend waarin Pasen valt (deels) vóór 1 april valt. In die gevallen mag op donderdag vóór Pasen (Witte Donderdag) worden gestart met het opbouwen van het middenterras en mag het middenterras vanaf vrijdag vóór Pasen (Goede Vrijdag) worden geëxploiteerd.

    • b.

      Als de herfstvakantie in de regio noord deels valt na 1 november. In die gevallen mag het middenterras tot en met de laatste zondag van de herfstvakantie worden geëxploiteerd.

Artikel 4. Afwijkende openingstijden terrassen en ander gebruik openbare ruimte

  • 1. Op het moment dat de middenterrassen gesloten zijn, dienen de parasols ingeklapt te zijn.

  • 2. In verband met de aubade tijdens Koningsdag:

    • a.

      Mogen de middenterrassen niet geopend zijn op Koningsdag tot 10:00 uur.

    • b.

      Moeten terrasmeubilair en windschermen op alle middenterrassen zijn verwijderd op Koningsdag om 6:00 uur en mogen pas worden teruggeplaatst op Koningsdag na 10:00 uur.

    • c.

      Mogen parasols in het groene vak (nr. 3) op de tekening in bijlage III, in afwijking van het bepaalde bij b, blijven staan mits volledig dichtgeklapt.

    • d.

      Moeten parasols in het oranje en gele vak (nr. 1 en 2) op de tekening in bijlage III in zijn geheel worden verwijderd, overeenkomstig de tijden zoals genoemd onder b.

  • 3. In verband met de dodenherdenking:

    • a.

      Mogen de middenterrassen niet geopend zijn op 4 mei van 17:00 tot 22:00 uur.

    • b.

      Moeten terrasmeubilair en windschermen op alle middenterrassen zijn verwijderd op 4 mei om 17:00 uur en mogen deze pas worden teruggeplaatst na 22:00 uur.

    • c.

      Mogen parasols in het oranje vak (nr. 1) op de tekening in bijlage III, in afwijking van het bepaalde bij b blijven staan, mits volledig dichtgeklapt.

    • d.

      Moeten parasols in het gele en groene vak (nr. 2 en 3) op de tekening in bijlage III, in zijn geheel worden verwijderd, overeenkomstig de tijden zoals genoemd onder b.

  • 4. In aanvulling op bovenstaande gelden de volgende nadere regels:

    • a.

      Op de gevelterrassen worden eventuele vlaggen en reclameborden verwijderd.

    • b.

      Tijdens de herdenking (tussen 19.45 en 20.30 uur) vindt geen bediening plaats op de gevelterrassen, in verband met geluidshinder

  • 5. In verband met te houden evenementen kan worden bepaald dat voor maximaal tien te houden evenementen een terras, of een gedeelte daarvan, tijdelijk niet worden ingenomen. Dit is van toepassing als blijkt dat het betreffende terras of een gedeelte daarvan tevens gebruikt wordt voor het te houden evenement. De gemeente informeert de terrasvergunninghouder hierover zo snel mogelijk na ontvangst van de aanvraag om de evenementenvergunning en tenminste 14 dagen van tevoren. Tevens wordt de evenementenorganisator verzocht om onderlinge afspraken te maken met de uitbaters van terrassen, zodat kan worden bekeken waar het evenement en het terras elkaar kunnen versterken. Wanneer partijen daarover onderling geen afspraken kunnen maken, nemen burgemeester en wethouders, een besluit ten aanzien van de te verwijderen terrassen.

  • 6. Het bepaalde in lid 5 geldt niet als een terras onderdeel uitmaakt van het evenement en de organisator van het evenement en de uitbater van het terras onderlinge afspraken maken over het laten staan van (een deel van) het terras.

  • 7. In verband met andere activiteiten in de openbare ruimte kunnen tijdelijke beperkingen worden opgelegd voor het innemen van een klein deel van het terras en het verwijderen van terrasmeubilair. Daarbij valt tenminste te denken aan bruiloften in het stadhuis, waarbij bruidsparen via het bordes naar buiten komen of in verband met een rouwstoet die naar of vanaf de Grote of Andreaskerk gaat. De exploitant van het terras wordt hierover vooraf schriftelijk geïnformeerd.

  • 8. In verband met werkzaamheden aan de openbare ruimte kan worden bepaald dat een terras of een deel daarvan tijdelijk niet gebruikt kan worden. De exploitant van het terras wordt hierover vooraf schriftelijk geïnformeerd.

Artikel 5. Inrichting van het terras

  • 1. Dit artikel is van toepassing op terrassen in de historische binnenstad. In verband met het uiterlijk aanzien van de terrassen in relatie tot de omgeving moet een terras in de historische binnenstad voldoen aan redelijke eisen van welstand (voor terrassen daarbuiten geldt dit artikel niet). Al het terrasmeubilair wordt bij de vergunningaanvraag beoordeeld door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Ook tussentijds kan een beoordeling op grond van deze nadere regels plaatsvinden. De commissie beoordeelt of sprake is van ‘redelijke eisen van welstand’. Dit beoordeelt de commissie aan de hand van onderstaande nadere regels.

  • 2. Alle hieronder genoemde objecten moeten worden opgesteld binnen de contouren van het gebied waarvoor de terrasvergunning is afgegeven.

  • 3. Voor de kleuren gelden de volgende regels:

    • a.

      Het terras moet hoofdzakelijk bestaan uit rustige natuurlijke kleuren. Enkele voorbeelden hiervan zijn: zwart, antraciet grijs, grijs, taupe, beige, bruin, donkerrood, donkerblauw, donkergroen of olijfgroen.

    • b.

      Ondergeschikte elementen mogen in een andere kleur worden uitgevoerd, voor zover dit geen afbreuk doet aan de uitstraling van het terras en de omgeving.

  • 4. Tafels en stoelen op het terras:

    • a.

      Zijn eigentijds;

    • b.

      Passen in de directe omgeving en bij het historische karakter van de binnenstad van Hattem;

    • c.

      Zijn bij voorkeur gemaakt van natuurlijk materiaal zoals hardhout, riet of rotan, of (delen van de tafel of stoel) van roestvrij staal of aluminium;

    • d.

      Passen bij elkaar;

    • e.

      Zijn bij voorkeur op het hele terras hetzelfde en waar dat niet het geval is, is slechts sprake van ondergeschikte verschillen en zijn meubels nog wel in dezelfde stijl uitgevoerd;

    • f.

      Zijn subtiel qua vormgeving (bijvoorbeeld geen picknicktafels en zwaar ogende meubels).

  • 5. Loungebanken, loungestoelen en bijbehorende tafels zijn toegestaan, mits deze subtiel zijn qua vormgeving, passen bij het overige terrasmeubilair en voldoen aan bovenstaande eisen die gelden voor tafels en stoelen.

  • 6. Parasols op het terras:

    • a.

      Zijn eigentijds;

    • b.

      Zijn per terras in één type en kleur uitgevoerd;

    • c.

      Overkappen uitsluitend het terras;

    • d.

      Hebben maar één standaard (of zijn met meerdere parasols op één standaard bevestigd);

    • e.

      Moeten altijd kunnen worden ingeklapt;

    • f.

      Bevatten geen reclame, anders dan het logo of de bedrijfsnaam van het betreffende horecabedrijf (dus niet van merken die worden verkocht);

    • g.

      Passen qua kleur en vormgeving bij de rest van het terras.

  • 7. Windschermen op het terras:

    • a.

      Bestaan uit een metalen of houten frame met transparante panelen;

    • b.

      Bevatten enkel reclame van het eigen bedrijf, bescheiden van omvang en ondergeschikt in het totaalbeeld en uitgevoerd in één kleur die niet opvalt op het transparante paneel;

    • c.

      Hebben op de gevelterrassen aan de Markt een maximale hoogte van 2,00 meter en bevatten geen reclame-uitingen zoals bedoeld onder b tussen 1,50 meter en 2,00 meter hoogte;

    • d.

      Hebben op de middenterrassen aan de Markt en elders een maximale hoogte van 1,50 meter;

    • e.

      Zijn bij de gevelterrassen niet langer dan de diepte van het terras en staan haaks op de gevel;

    • f.

      Zijn op de middenterrassen uitsluitend toegestaan op de locaties zoals aangegeven op de tekening in bijlage II.

  • 8. Terrasverwarmers op het terras:

    • a.

      Zijn eigentijds en passen qua kleur en vormgeving bij de rest van het terras;

    • b.

      Hangen bij voorkeur verdekt opgesteld onder een luifel of parasol;

    • c.

      Zijn bij voorkeur elektrisch (in plaats van op gas).

  • 9. Plantenbakken op het terras:

    • a.

      Zijn eigentijds en passen qua kleur en vormgeving bij de rest van het terras;

    • b.

      Zijn maximaal 1 meter hoog en 0,80 meter breed;

    • c.

      Worden op een zodanige afstand van elkaar geplaatst dat deze geen ‘terrasafscheiding’ vormen;

    • d.

      Zijn goed onderhouden en worden permanent voorzien van levende beplanting.

  • 10. Voor overig terrasmeubilair gelden de volgende regels;

    • a.

      Buitenkeukens en tap- en koelinstallaties zijn niet toegestaan.

    • b.

      Vitrines en ijskarretjes zijn slechts incidenteel toegestaan, mits als zodanig op de vergunning vermeld en deze qua kleur en vormgeving passen bij de rest van het terras.

    • c.

      Op een terras is maximaal één reclamebord toegestaan, die qua kleur en vormgeving past bij de rest van het terras en maximaal 1,60 meter hoog is.

    • d.

      Een menukaart mag worden getoond op een subtiele standaard, die qua kleur en vormgeving past bij de rest van het terras.

    • e.

      Een serveerkast mag op het terras aanwezig zijn als deze qua kleur, vormgeving en omvang past bij de rest van het terras.

    • f.

      Overig niet hierboven genoemde objecten moeten qua kleur en vormgeving passen bij de rest van het terras. Objecten die uitsluitend zijn bestemd voor de opslag van materialen zijn niet toegestaan (anders dan de hierboven genoemde serveerkast).

  • 11. Wanneer voor het plaatsen of verplaatsen van parasols, windschermen of ander terrasmeubilair zaken bevestigd worden aan de grond die eigendom is van de gemeente, is in aanvulling op de terrasvergunning vooraf schriftelijke toestemming nodig van de gemeente. Daarbij worden afspraken gemaakt over de te verrichten werkzaamheden, de technische uitvoering en de kwaliteit van oplevering. Tevens moet vooraf door de gemeente goedkeuring worden gegeven op de partij die het werk gaat uitvoeren.

Artikel 6. Terrasverwarmers

Het gebruik van terrasverwarmers op gas is verboden vanaf 1 april 2028.

Artikel 7. Opslag terrasmeubilair

  • 1. Bij de exploitatie van een gevelterras is het toegestaan om gedurende het hele jaar het terrasmeubilair na sluitingstijd buiten te laten staan.

  • 2. Bij de exploitatie van een middenterras op de Markt en het Kerkplein moet al het terrasmeubilair verwijderd zijn van 2 november tot en met 30 maart. Hierop gelden twee uitzondering wanneer het weekend waarin Pasen valt (deels) vóór 1 april valt en wanneer de herfstvakantie deels na 1 november valt (zie artikel 3).

Artikel 8. Muziek

Op het terras mag geen muziek ten gehore mag worden gebracht.

Artikel 9. Terrassen bij winkels

In aanvulling op de hierboven genoemde nadere regels, gelden voor terrassen bij winkels de volgende nadere regels:

  • 1.

    Een terras is uitsluitend toegestaan bij een winkel die hoofdzakelijk levensmiddelen verkopen.

  • 2.

    Een terras bij een winkel mag niet geopend zijn voor publiek tussen 22:00 uur en 7:00 uur.

  • 3.

    Een terras bij een winkel mag uitsluitend worden geëxploiteerd op de dagen dat dit is toegestaan krachtens de Winkeltijdenwet en de Verordening winkeltijden.

Artikel 10. Overgangsrecht

  • 1. Wanneer voorschriften uit eerder verleende terrasvergunningen afwijken van het bepaalde in deze nadere regels, gelden deze nadere regels.

  • 2. Aan de regels met betrekking tot het te gebruiken terrasmeubilair, zoals bedoeld in artikel 5, moet uiterlijk 1 april 2028 worden voldoen.

  • 3. Artikel 2, li2 1 onder b, waarin is geregeld dat terrassen in de Kerkstraat en Kruisstraat uitsluitend mogen worden opgesteld buiten de zogenaamde rijloper, treed, in gevallen waarin dit volgens de verleende terrasvergunning wel is toegestaan, in die gevallen in werking op 1 april 2028.

Artikel 11. Citeertitel

Deze nadere regels kan worden aangehaald als ‘Nadere regels terrassen Hattem 2025’

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking de eerste dag na die waarop zij zijn bekendgemaakt.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Hattem op 18 februari 2025.

De burgemeester van Hattem

M. Sanders

Gemeentesecretaris

M. Mellink

Bijlage I Begrenzing binnenstad

afbeelding binnen de regeling

Bijlage II Tekeningen terrassen Markt en Kerkplein

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Bijlage III Afbeelding bij artikel 4

afbeelding binnen de regeling

Toelichting

Algemene toelichting

Op verschillende locaties in de gemeente Hattem worden bij openbare inrichtingen (horecazaken) of winkels terrassen geëxploiteerd. Dit kan plaatsvinden op gemeentegrond of eigen terrein. In bijna alle gevallen is hiervoor een vergunning nodig. Terrassen zorgen voor gezelligheid en geven (horeca)ondernemers de ruimte om een deel van hun bedrijf uit te oefenen buiten de eigen inrichting. Tegelijkertijd is het wenselijk om hinder voor de omgeving te voorkomen. Daarbij valt te denken aan geluidshinder of hinder door beperkte toegankelijkheid van de openbare ruimte. In deze nadere regels en de separaat vastgestelde beleidsregels worden deze belangen tegen elkaar afgewogen.

De exploitatie van een terras vindt meestal plaats in de openbare ruimte. Deze openbare ruimte heeft verschillende functies voor verschillende gebruikers. Terrassen bevinden zich vaak in straten, op trottoirs of op pleinen, die ook een verblijfs- en verkeersfunctie hebben, veelal voor voetgangers, fietsers en winkelend publiek. De openbare ruimte kan slechts eenmaal ter beschikking worden gesteld, terwijl er vaak meerdere mogelijke gebruikers zijn. Evenementen vinden bijvoorbeeld regelmatig plaats op dezelfde openbare ruimte, waar men ook terrassen exploiteert. Ook kunnen verschillende horecaondernemers interesse hebben in de ruimte die beschikbaar is voor terrassen. Dit vraagt om duidelijke regels over het gebruik van de openbare ruimte, waarin de verschillende belangen van de gebruikers zijn afgewogen.

De gemeente Hattem is trots op de historische binnenstad. Daarom wordt gewerkt aan een goede uitstraling van het centrum met behoud en bescherming van de vele monumenten en het historische karakter. Ontwikkelingen in de binnenstad moeten passen bij het historische karakter. De binnenstad van Hattem is het sociaal, economisch en toeristisch hart van de gemeente. Bij de inrichting van de binnenstad zoeken we naar een balans in voorzieningen die aantrekkelijk zijn voor Hattemers en voor bezoekers uit de regio en toeristen. Met deze regels voor terrassen streven we naar een balans tussen een voorzieningenniveau met voldoende terrassen en een sfeerbeeld dat past bij het historisch karakter van de binnenstad van Hattem. In verband met dit sfeerbeeld zijn ook nadere regels opgenomen over het te gebruiken terrasmeubilair.

Juridisch kader

De drie bestuursorganen van de gemeente Hattem hebben alle drie hun eigen juridische bevoegdheden met betrekking tot het terrassenbeleid. Deze zijn hieronder beschreven. Omdat de nieuwe regels voor terrassen zijn onder verdeeld in nadere regels en beleidsregels wordt allereerst op dat onderscheid ingegaan.

Nadere regels en beleidsregels

De terrasregels zijn onderscheiden in nadere regels en beleidsregels.

In artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is de definitie gegeven van een beleidsregel. Daaronder wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan. Artikel 4:81 regelt dat een bestuursorgaan beleidsregels kan vaststellen met betrekking tot de bevoegdheid die het bestuursorgaan toekomt.

Een nadere regel is een algemeen verbindend voorschrift. Het gaat daarbij niet om een nieuwe regel, maar een verdere invulling van een bestaande regel. Het betreft tenslotte een ‘nadere’ regel. Het verschil tussen een nadere regel en een beleidsregel is dat een nadere regel voor eenieder geldt, en een beleidsregel in de eerste plaats van toepassing is op het bestuursorgaan dat de beleidsregel vaststelt.

Bevoegdheid burgemeester

In artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Hattem 2021 (hierna: APV) is geregeld dat het verboden is om een openbare inrichting (hierna: horecabedrijf) te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Daartoe wordt tevens begrepen het terras bij die openbare inrichting / het horecabedrijf (aldus de begripsbepalingen in artikel 2:27 van de APV).

Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht regelt dat een bestuursorgaan beleidsregels kan vaststellen met betrekking tot een aan hem toekomende bevoegdheid. Omdat de burgemeester bevoegd is voor het verlenen van de terrasvergunningen bij horecabedrijven is deze op grond van de Algemene wet bestuursrecht ook bevoegd tot het vaststellen van de beleidsregels hierover.

Deze beleidsregels strekken verder dan uitsluitend openbare orde en veiligheid en mogen zien op alle weigeringsgronden uit de artikelen 1:8 en 2:28 van de APV, te weten:

  • a.

    Openbare orde;

  • b.

    Openbare veiligheid;

  • c.

    Bescherming van het milieu;

  • d.

    De volksgezondheid;

  • e.

    De woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting;

  • f.

    Of het terras, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Bevoegdheid burgemeester en wethouders

Op grond van artikel 2:10, lid 3 van de APV kunnen burgemeester en wethouders nadere regels stellen voor onder andere terrassen.

Daarnaast zijn burgemeester en wethouders bevoegd voor het verlenen van vergunningen voor het gebruik van de openbare weg, bijvoorbeeld voor terrassen bij winkels. Een winkel is geen openbare inrichting zoals bedoeld in de artikel 2:27 en 2:28 APV. De terrasvergunning, zoals geregeld in die artikelen is daarom niet van toepassing bij winkels.

Dit neemt niet weg dat ook terrassen bij winkels niet in zijn geheel vergunningsvrij zijn. In artikel 2:10, lid 1 van de APV is geregeld dat het verboden is om “de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:

  • a.

    schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of

  • b.

    niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Het vierde lid regelt dat het college ontheffing kan verlenen van het verbod uit het eerste lid.

Bevoegdheid gemeenteraad

De gemeenteraad is op grond van artikel 147 en 149 van de Gemeentewet bevoegd tot het vaststellen en wijzigen van verordeningen, waaronder de APV. Ten aanzien van de vaststelling van deze beleidsregels heeft de gemeenteraad geen formele bevoegdheid.

Bevoegdheid gemeenteraad en omgevingsplan

Bij de vaststelling van het omgevingsplan kan de gemeenteraad ook regels met betrekking tot terrassen opnemen. Het gaat daarbij in het bijzonder om de regels met betrekking tot een goede ruimtelijke ordening, die vóór de Omgevingswet opgenomen konden worden in bestemmingsplannen. In de bestemmingsplannen in de gemeente Hattem (per 1 januari 2024 van rechtswege het omgevingsplan) zijn ten tijde van vaststelling van deze beleidsregels geen regels met betrekking tot terrassen opgenomen. Echter kan de gemeenteraad in de toekomst besluiten om regels in het omgevingsplan op te nemen ten aanzien van bijvoorbeeld overkappingen, luifels en terrasafscheidingen en toegestane afmetingen daarvan. Daarnaast kan het gaan om regels die op grond van de APV (of op basis daarvan genomen besluiten) gelden, betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en daarom opgenomen kunnen worden in het omgevingsplan. De ‘Handreiking APV en omgevingsplan’ van de VNG geeft richting over welke bepalingen dat kunnen zijn.

Bij vaststelling van de nieuwe regels is de gemeenteraad daarom wel geconsulteerd, in het bijzonder over de regels over de te gebruiken gronden, de inrichting van het terras, het gebruik van terrasverwarmers en het ten gehore brengen van geluid op het terras.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit artikel staan de begrippen uit de nadere regels uitgelegd. Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 2. Gronden waar terrassen geëxploiteerd mogen worden

In dit artikel wordt onderscheid gemaakt in gevelterrassen en middenterrassen. Voor de gevelterrassen geldt dat deze in beginsel overal zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan een aantal regels in het belang van de (verkeers)veiligheid. Voor de middenterrassen geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan op de Markt en het Kerkplein.

Gevelterrassen

Gevelterrassen worden uitsluitend toegestaan voor de gevel van het bedrijf dat de het terras exploiteert. Zo wordt voorkomen dat naastgelegen bedrijven of bewoners hinder hebben van een terras voor de deur. Voor naastgelegen winkels neemt een terras bijvoorbeeld het zicht op de winkel weg. Ook wanneer de eigenaar of huurder van het naastgelegen pand toestemming geeft om een terras voor de gevel te exploiteren, is dit niet toegestaan. Het pand kan immers op een later moment door een ander in gebruik worden genomen, die het mogelijk niet eens is met een terras voor de gevel.

In 2019 is de bestrating in de openbare ruimte van de binnenstad gewijzigd. In de Kerkstraat, Kruisstraat en op de Makt ligt sindsdien een rijloper in het midden van de weg. Deze is bedoeld voor het (calamiteiten)verkeer en de doorgang van winkelend publiek. Het wordt daarom niet wenselijk geacht dat terrassen in de Kerkstraat en Kruisstraat deels op

afbeelding binnen de regeling

deze rijloper staan. Vergunningen die zijn verleend na de herbestrating zijn hierop reeds aangepast. Voor andere situaties geldt een overgangsregeling (opgenomen in artikel 14).

In verband met de doorgang voor kinderwagens, rolstoelen, scootmobielen en dergelijke is geregeld dat er een vrije doorgang van 1,50 meter moet zijn. Een vrije doorgang hiervoor is nergens wettelijk bepaald. In de richtlijn “voetpaden voor iedereen” van Bouw Advies Toegankelijkheid wordt geadviseerd om bij terrassen een minimale doorgang van 1,20 meter te hanteren. Met de doorgang van 1,50 meter wordt hieraan voldaan.

De vrije doorgang in verband met hulpverleningsvoertuigen is geregeld in artikel 4.25 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen en bedraagt 4,5 meter.

In verband met de verkeersveiligheid worden geen terrassen toegestaan op de rijbaan. Daarnaast zal per situatie bekeken moeten worden of door de opstelling van terrassen en het terrasmeubilair het zicht voor verkeersdeelnemers wordt belemmerd. Deze regel is niet aan specifiekere richtlijnen en maatvoering gebonden omdat dit per situatie kan verschillen.

Middenterrassen

De middenterrassen zijn overeenkomstig het beleid uit 2016 enkel toegestaan op de Markt en het Kerkplein. De openbare ruimte elders leent zich niet of nauwelijks voor de exploitatie van middenterrassen.

Als voorwaarde is opgenomen dat middenterrassen enkel kunnen worden geëxploiteerd door ‘horecabedrijven’ (een horecabedrijf zoals bedoeld in de Alcoholwet of openbare inrichting zoals bedoeld in de APV). Winkels komen daarmee niet in aanmerking voor een deel middenterras. Het uitsluiten van winkels voor het exploiteren van een middenterras, komt voort uit de APV. Op het moment dat namelijk sprake is van de exploitatie van een middenterras is met het verstrekken van eet- en drinkwaren geen sprake meer van een ondergeschikte activiteit aan de detailhandelsactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 2:28, lid 4 van de APV. Op dat moment is sprake van een openbare inrichting en geldt een vergunningsplicht op grond van artikel 2:28 APV.

Om een middenterras op de Markt te mogen exploiteren was in het vorige terrassenbeleid als voorwaarde opgenomen dat het horecabedrijf moest beschikken over een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet. Deze verplichting is komen te vervallen en vervangen door de regel dat sprake moet zijn van een horecabedrijf zoals bedoeld in de Alcoholwet of een openbare inrichting zoals bedoeld in artikel 2:27 van de APV. Een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet is namelijk voor de uitoefening van het horecabedrijf zoals bedoeld in die wet. Dit houdt in: het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse. Dat zou betekenen dat terrassen enkel worden vergund aan horecabedrijven die alcohol verstrekken, terwijl alcoholvrije bedrijven evengoed de behoefte kunnen hebben aan een terras. Dit kan ertoe bijdragen dat bedrijven, die in beginsel geen alcohol willen verstrekken, een vergunning aanvragen om alcohol te mogen verstrekken omdat dat de voorwaarde is voor het verkrijgen van een terrasvergunning voor een deel middenterras.

Artikel 3. Periode waarin terrassen geëxploiteerd mogen worden

Voor de periode dat terrassen mogen worden geëxploiteerd is onderscheid gemaakt in de gevelterrassen en middenterrassen. Gevelterrassen mogen het gehele jaar door worden geëxploiteerd, zodat horecabezoekers het gehele jaar door gebruik kunnen maken van het terras.

Voor de middenterrassen is de beperking opgenomen dat deze (in beginsel) alleen mogen worden geëxploiteerd in de periode van 1 april tot 1 november. Bij deze keuze is het volgende overwogen:

  • In de maanden november tot en met maart is het terrasgebruik over het algemeen beperkt, waardoor de terrasruimte minder nodig is.

  • Voor de uitstraling van het plein is het niet gewenst dat er het hele jaar door terrassen zijn uitgestald waarvan in de maanden november tot en met maart beperkt tot geen gebruik wordt gemaakt.

  • Met de aanwezige gevelterrassen is er nog voldoende gelegenheid voor de bezoekers om op het terras te zitten.

  • De openbare ruimte heeft ook een verblijfsfunctie, anders dan het verblijven op een terras, die in die maanden dan beter tot haar recht komt.

  • Direct omwonenden hebben aangegeven dat ze het prettig vinden als het terras een periode niet geopend is.

Om de terrasbezoekers en horecaondernemers te laten profiteren van het Paasweekend, als dat geheel of gedeeltelijk vóór 1 april valt, is de uitzondering opgenomen voor dit weekend. De enkele dagen extra terras is van toegevoegde waarde voor de terrasbezoekers en de horeca in dat weekend en doet nauwelijks afbreuk aan de bovengenoemde belangen die zijn afgewogen bij het beperken van de periode. Eenzelfde regeling is, gelet op dezelfde argumenten, opgenomen voor wanneer het eind van het terrassenseizoen in de herfstvakantie valt.

Artikel 4. Afwijkende openingstijden terrassen en ander gebruik openbare ruimte

In dit artikel zijn voornamelijk de uitzonderingen op de reguliere sluitingstijden geregeld. Tijdens Koningsdag, dodenherdenkingen en evenementen gelden de afwijkende sluitingstijden en de nadere regels zoals genoemd in dit artikel.

Koningsdag en dodenherdenking

In verband met de aubade op Koningsdag en dodenherdenking is het gewenst dat er ruimte is op de Markt. In verband met deze bijzondere omstandigheden worden daarom afwijkende sluitingstijden voor de terrassen vastgesteld in deze nadere regels. In het Terrassenbeleid Hattem 2016 was de regel opgenomen dat terrassen in zijn geheel verwijderd moesten worden tijdens deze twee activiteiten. De afgelopen jaren is in de praktijk naar extra ruimte gezocht om met name de moeilijk verplaatsbare parasols te laten staan. De opgedane ervaring heeft geleid tot de regels zoals opgenomen in dit artikel. Op basis van de opgedane ervaring is gebleken dat er beperkte ruimte is om (dichtgeklapte) parasols te laten staan. De afgelopen jaren zijn er tijdens deze dagen soms meer parasols blijven staan. Deze bleken echter in de weg te staan voor de uitvoering van de evenementen (zie foto dodenherdenking 2023, bron Facebook gemeente Hattem).

afbeelding binnen de regeling

Evenementen

De openbare ruimte is niet uitsluitend bestemd voor de exploitatie van terrassen, maar kan evengoed worden gebruikt voor het houden van evenementen. Daarom is geregeld dat in aanvulling op bovengenoemde twee evenementen, het terras geheel of gedeeltelijk verwijderd moet worden in verband met te houden evenementen. Of het terras geheel of gedeeltelijk niet gebruikt kan worden en welk deel dan niet gebruikt kan worden, hangt af van:

  • De indeling van het evenemententerrein;

  • Benodigde calamiteitenroute;

  • De noodzaak van het gebruik van de openbare ruimte ten behoeve van het evenement (opslag van materialen kan bijvoorbeeld ook elders plaatsvinden).

Dit kan per evenement verschillen en kan variëren van het niet kunnen plaatsen van enkele tafels tot het verwijderen van het gehele terras, inclusief windschermen en parasols.

De gemeente informeert de terrrasvergunninghouders tenminste 14 dagen van te voren over het (gedeeltelijk) niet kunnen exploiteren van het terras ten behoeve van een evenement. Gelet op de termijn waarbinnen aanvragen om evenementenvergunningen moeten worden ingediend, is dit 14 dagen van te voren mogelijk. Tegelijkertijd is dat een redelijke termijn voor de horecaondernemers om het terras geheel of gedeeltelijk te ontruimen (en dat voor te bereiden, bijvoorbeeld als het gaat om het verwijderen van grote parasols).

Het aantal van tien evenementen is overeenkomstig het terrassenbeleid 2016. Ondanks dat deze ruimte in de praktijk nog niet wordt benut, is het aantal mede op verzoek van Visit Hattem behouden in verband met eventueel in de toekomst te organiseren evenementen.

De regel ziet op het aantal te houden evenementen (niet op het aantal dagen). Het kan zijn dat het terras voor één evenement meerdere dagen (gedeeltelijk) niet te gebruiken is in verband met de op- en afbouw van het evenement. Vanzelfsprekend wordt van de evenementenorganisator verwacht deze termijn zo kort mogelijk te houden.

Deze regel ziet op alle terrassen, niet uitsluitend de middenterrassen op de Markt.

Ander gebruik openbare ruimte

Tot slot voorziet dit artikel nog in de regel dat een deel van het terras tijdelijk niet gebruikt kan worden voor andere activiteiten in de openbare ruimte. Daarbij worden de twee meest voorkomende gebruiken benoemd. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat die opsomming van twee niet limitatief is. De regel spreekt tenslotte van “daarbij valt tenminste te denken aan …”.

Zondagochtend

In het Terrassenbeleid Hattem 2016 was ook de regel opgenomen dat op de Markt en het Kerkplein terrassen op zondag niet eerder open mochten dan 12:00 uur. Deze bepaling is opgenomen in verband met de kerkdiensten in de Grote of Andreaskerk. Bij de totstandkoming van deze nadere regels is door de beheerder van de Grote of Andreaskerk aangegeven dat de openstelling van de terrassen de kerkdiensten niet verstoren. Daarom wordt het niet langer noodzakelijk geacht om deze beperking in de openingstijden in stand te houden. Volledigheidshalve wordt hierover nog opgemerkt dat dit niet in strijd is met de Zondagswet. In de Zondagswet is namelijk geregeld dat het in bepaalde situaties, waaronder nabij kerken, verboden is om zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken. Terrasbezoek wordt echter niet aangemerkt als het ‘verwekken van gerucht’.

Artikel 5. Inrichting van het terras

Algemeen

Een terras dient een bijdrage te leveren aan de openbare ruimte en dient geen afbreuk te doen aan de architectuur van het bijbehorende pand dan wel de omliggende panden noch aan het straat- en stadsbeeld ter plaatse. Daarom geldt dat het terras moet voldoen aan redelijke eisen van welstand. In het terrassenbeleid 2016 waren hierover reeds regels opgenomen. Deze waren aangevuld met regels over te gebruiken terrasmeubilair in een ‘toolbox terrassen’ voor de Markt en het Kerkplein. De regels over het te gebruiken terrasmeubilair zijn nu onder gebracht in deze nadere regels.

De nieuwe regels over het te gebruiken terrasmeubilair wijken op twee belangrijke punten af van de voormalige toolbox.

  • 1.

    In de deze nadere regels wordt niet aan de hand van concrete voorbeelden (foto’s terrasmeubilair) weergegeven wat voor een terrasmeubilair wel of niet passend zou zijn. In de plaats daarvan is beschreven dat het eigentijds moet zijn en moet passen bij het karakter van de historische binnenstad van Hattem. Het werken met concrete voorbeelden heeft als nadeel dat ze na enkele jaren zijn ingehaald door de tijd. Wat in 2016 ‘passend’ terrasmeubilair was, kan vandaag de dag worden aangemerkt als ‘uit de tijd'. Daarom is gekozen om te kiezen voor het uitgangspunt dat het ‘eigentijds’ moet zijn. Daarnaast doet een kleine greep uit het beschikbare assortiment aan terrasmeubilair geen recht aan wat er op de markt te verkrijgen is. De gekozen voorbeelden geven daarmee lang niet altijd een goede richtlijn over wat wel of niet toegestaan is. Naast de genoemde voordelen van de algemenere beschrijving, moet worden opgemerkt dat dit ook kan leiden tot meer interpretatieverschillen tussen de vergunningaanvrager en de commissie ruimtelijke kwaliteit. De ondernemers die over dit onderwerp input hebben geleverd zijn zich hiervan bewust en geven aan dat desondanks een algemene beschrijving wenselijker is dan concrete voorbeelden.

  • 2.

    De regels zijn hoofdzakelijk opgesteld vanuit wat er gewenst is, zonder op voorhand veel dingen uit te sluiten. Ook dit heeft te maken met de eigentijdsheid van de regels. Iets wat je vandaag de dag uitsluit, kan over enkele jaren ‘eigentijds’ zijn.

De commissie ruimtelijke kwaliteit adviseert aan de hand van deze nadere regels of het terras voldoet aan redelijke eisen van welstand. Als dat niet het geval is, kan worden gehandhaafd op deze nadere regels of kan de burgemeester besluiten een terrasvergunning niet te verlenen.

Terrassen bevinden zich doorgaans in de openbare ruimte. Een belangrijk uitgangspunt bij de regels voor het te gebruiken terrasmeubilair is om het gevoel van openbaarheid te garanderen, ook als het terras is opgesteld.

Kleuren

In verband met de inpassing in de historische binnenstad is het gewenst dat het terras hoofdzakelijk uit rustige en natuurlijke kleuren bestaat. Onder ‘natuurlijke kleuren’ wordt verstaan; kleuren die je veel in de natuur tegenkomt. Dit zijn geen felle kleuren. In de nadere regel zijn enkele voorbeelden genoemd. Het gaat daarbij nadrukkelijk om voorbeelden en niet om een uitputtende lijst van kleuren.

Tevens worden ook andere kleuren dan de rustige natuurlijke kleuren toegestaan. Daarbij geldt wel dat het gebruik van die kleuren ondergeschikt moet zijn aan het gebruik van de kleuren die hoofdzakelijk gebruikt worden. Het plaatsen van één of enkele objecten in een andere kleur doet nog niet per definitie afbreuk aan de uitstraling van het terras en de omgeving. Daarbij is tevens overwogen dat in het uitstallingenbeleid en reclamebeleid geen kleuren zijn uitgesloten. Het verschil tussen uitstallingen en reclames enerzijds en terrassen anderzijds, is de omvang van terrassen. Deze zijn veel groter en nadrukkelijker aanwezig. Daarom worden voor de kleuren die hoofdzakelijk worden gebruikt, wel nadere regels gesteld.

Tafels, stoelen en loungesets

Zoals in de inleiding van de toelichting op dit artikel is toegelicht wordt er gesproken over terrasstoelen en tafels die ‘eigentijds’ moeten zijn en wordt dit niet nader gespecificeerd met voorbeelden (omdat die na verloop van tijd mogelijk niet meer eigentijds zijn). De beoordeling of het eigentijds is, ligt daarmee volledig bij de commissie ruimtelijke kwaliteit.

In de regels is een aantal materialen genoemd dat in beginsel past bij de historische binnenstad. De voorkeur wordt gegeven aan natuurlijke materialen. Ook deze lijst is niet uitputtend. Tegelijkertijd moet worden opgemerkt, dat ook ondanks het gebruik van deze materialen kan worden geoordeeld dat het meubilair niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, bijvoorbeeld vanwege kleur of vormgeving.

In verband met een rustige uitstraling in de omgeving is het gewenst dat tafels en stoelen bij elkaar passen. Ook wordt daarom bij voorkeur gebruik gemaakt van één type tafel en één type stoel. Hierop is wel een uitzondering mogelijk, namelijk als het gaat om ondergeschikte verschillen en in dezelfde stijl is uitgevoerd. Daarbij valt te denken aan verschillende maten tafels of het gebruik van stoelen met en zonder armleuning (in eenzelfde stijl).

Vanwege het uitgangspunt, om het openbare karakter van de openbare ruimte te behouden, moet het te gebruiken terrasmeubilair subtiel qua vormgeving zijn. Overwegend dichte meubels, waaronder picknicktafels en veel steigerhouten meubels voldoen daar niet aan.

Omdat loungebanken, loungestoelen en bijbehorende tafels veelal overwegend dichte meubels zijn en afbreuk doen aan het openbaar karakter van de openbare ruimte, waren deze in het verleden uitgesloten. Deze meubels zijn (tegenwoordig) ook veel te verkrijgen in subtiele uitvoeringen, waardoor deze geen afbreuk hoeven te doen aan het openbaar karakter. Mits deze subtiel zijn qua vormgeving, zijn deze daarom toegestaan. Van een subtiele vormgeving kan bijvoorbeeld sprake zijn als de loungebanken en loungestoelen op pootjes staan, laag zijn en/of een deels doorkijkbare rugleuning hebben (zie voorbeeld op de foto).

afbeelding binnen de regeling

Parasols

In verband met de rustige uitstraling mag slechts één type parasol worden gebruik en moeten alle parasols op een terras in dezelfde kleur zijn uitgevoerd. Onder één type wordt niet automatisch verstaan, dat ook alle parasols dezelfde afmeting moeten hebben. Afhankelijk van de afmetingen van het terras, kan er worden gewerkt met verschillende maten parasols, mits in dezelfde stijl en kleur uitgevoerd.

In verband met het openbare karakter van de openbare ruimte is het niet toegestaan om met een parasol een deel te overkappen dat niet tot het vergunde terras behoort.

Volledigheidshalve is opgenomen dat een parasol slechts één standaard mag hebben. Zonwering met meerdere standaarden, is niet langer aan te merken als ‘parasol’ maar krijgt het karakter van een overkapping. Het is overigens wel toegestaan om op één standaard meerdere parasols te bevestigen. Ook is geregeld dat parasols altijd ingeklapt kunnen worden. Dit is nodig in verband met te houden evenementen.

Vanzelfsprekend moeten de parasols qua kleur en vormgeving passen bij de rest van het terras. Voor wat betreft de kleur wordt opgemerkt dat de parasol moet zijn uitgevoerd in de rustige en natuurlijke kleuren zoals hierboven beschreven. Een parasol is vanwege zijn omvang niet aan te merken als een ‘ondergeschikt element’ zoals bedoeld bij de regels over de kleuren.

Windschermen

Bij de regels over windschermen is het belang van de exploitanten afgewogen tegen het algemeen belang. Het belang van de exploitanten is om windschermen te plaatsen, zodat gasten uit zoveel mogelijk uit de wind zitten. In het algemeen belang is het gewenst om het openbaar karakter van de openbare ruimte te behouden. Gelet op deze belangenafweging zijn windschermen toegestaan, maar met beperkingen. De windschermen moeten bestaan uit transparante panelen. Opvallende reclame-uitingen op die transparante panelen doen afbreuk aan de transparantie en zijn daarom niet toegestaan. Een subtiele reclame-uiting, uitgevoerd in één kleur die niet opvalt op het transparantie paneel, is wel toegestaan. Daarbij valt te denken aan wit, beige of lichtgrijs. Wat onder ‘subtiel’ wordt verstaan is niet vertaald in concrete afmetingen en zal per terras worden beoordeeld. Ook het aantal panelen waarop de reclame-uitingen worden aangebracht is daarbij van belang.

De maximaal toegestane hoogte van de windschermen is 1,50 meter. Met deze hoogte is er beschutting als men zit, en kijk men eroverheen als men staat (open karakter openbare ruimte). Hierop geldt één uitzondering, namelijk voor de gevelterrassen aan de Markt. Het open karakter moet daar worden geborgd door transparante schermen.

Voor de lengte geldt dat ze niet langer mogen zijn dan de diepte van het gevelterras. Ook staan windschermen uitsluitend haaks op de gevel. Dat wil zeggen dat een windscherm aan de voorzijde van een gevelterras, evenwijdig aan de gevel van het pand, niet is toegestaan.

De posities van windschermen op de middenterrassen zijn tot stand gekomen na eerdere aanvragen en beoordelingen van de commissie ruimtelijke kwaliteit. De posities waar deze zijn toegestaan zijn tot stand gekomen na zorgvuldige afwegingen en in deze regels vastgelegd.

Terrasverwarmers

Terrasverwarmers zijn toegestaan, mits deze qua kleur en vormgeving passen bij de rest van het terras. In verband met de rustige uitstraling hangen deze bij voorkeur bedekt opgesteld. Echter zijn staande terrasverwarmers niet uitgesloten. Die worden namelijk veel gebruik en doen niet per definitie afbreuk aan de uitstraling. De staande terrasverwarmers worden juist regelmatig ingezet als ‘sfeerverhogend element’.

In verband met de effecten op het milieu en de veiligheid gaat de voorkeur uit naar elektrische terrasverwarming. Omdat dat niet overal evengoed toepasbaar is, zijn terrasverwarmers op gas niet uitgesloten.

Plantenbakken

In verband met het vergroenen van de binnenstad zijn plantenbakken toegestaan. Net als voor de tafels en stoelen geldt dat een subtiele uitvoering hier gewenst is. Daarom zijn maximale afmetingen opgenomen. Het is niet gewenst dat plantenbakken als ‘terrasafscheiding’ worden ingezet, in plaats van of in aanvulling op windschermen (afbeelding 1 en 2). Daarom is de regel opgenomen dat deze niet zodanig mogen worden opgesteld dat deze als terrasafscheiding functioneren. Een subtiele markering van de rand van het terras met enkele bloembakken, met voldoende tussenliggende ruimte, is wel toegestaan (afbeelding 3).

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 1

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 2

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 3

Overeenkomstig het uitstallingenbeleid moeten de plantenbakken worden onderhouden en permanent voorzien zijn van beplanting.

Overig terrasmeubilair

Buitenkeukens en tap-en koelinstallaties zijn in beginsel zwaar ogende objecten op het terras en daarom niet toegestaan. Bovendien wordt een terrasvergunning verleend voor het bieden van sta of zitgelegenheid (aldus de definitie in de APV) en niet om het horecabedrijf voor een substantieel deel buiten uit te oefenen.

Vitrines en ijskarretjes zijn incidenteel toegestaan. In beginsel zijn deze, net als de buitenkeukens en tap- en koelinstallaties, niet gewenst om de exploitatie van het horecabedrijf ‘niet van binnen naar buiten te verplaatsen’. Omdat het hier om kleine objecten gaat, welke minder afbreuk doen aan het openbare karakter van de openbare ruimte, zijn deze incidenteel wel toegestaan. Onder ‘incidenteel’ wordt enkele keren per jaar verstaan, bijvoorbeeld tijdens evenementen in de directe omgeving. Vanzelfsprekend moeten deze qua kleur en vormgeving passen bij de rest van het terras.

Voor de regels over reclameborden is aangesloten bij de regels die, op grond van het uitstallingenbeleid, gelden voor winkels en andere zaken in de binnenstad. Daarin is geregeld dat maximaal één stoepbord/reclamebord is toegestaan met een maximale hoogte van 1,60 meter.

Een menukaart en serveerkast zijn gebruikelijke objecten bij de inrichting van het terras en daarom vanzelfsprekend toegestaan.

Tot slot is er nog een bepaling opgenomen over overige objecten zodat expliciet is geregeld dat de lijst met opgesomd terrasmeubilair niet uitputtend is. Er zijn andere objecten ter decoratie denkbaar, die niet op voorhand uitgesloten hoeven te worden. Daaraan is toegevoegd dat objecten, die uitsluitend zijn bestemd voor opslag van materialen, niet zijn toegestaan. De openbare ruimte is immers geen opslagplaats voor bedrijfsmiddelen en het komt het aanzicht van de openbare ruimte niet ten goede. Ook andere ondernemers mogen de openbare ruimte daarvoor niet gebruiken.

Toestemming bevestigen aan de grond

Steeds vaker komt het voor dat terrasmeubilair groter wordt en omwille van de veiligheid wordt bevestigd in of aan gemeentegrond. Dit is in beginsel toegestaan. Voor het aanbrengen of wijzigen van objecten in of aan de gemeentegrond moeten echter wel aanvullende afspraken worden gemaakt. Zo kan de gemeente als eigenaar van de grond eisen stellen over de kwaliteit van de werkzaamheden en het herstellen van eventuele schade aan de openbare ruimte.

Artikel 6. Terrasverwarmers

Bij het gebruik van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas, komt co2 vrij. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om in 2050 een energiesysteem te hebben dat co2-vrij is. Ook op lokaal niveau wil de gemeente Hattem bijdragen. Daarom wordt op termijn het gebruik van terrasverwarmers op gas verboden.

Voor een algeheel verbod op terrasverwarmers is er geen draagvlak bij horecaondernemers maar ook niet bij de inwoners die hun mening hebben gegeven via Samen Hattem (zie onderstaande figuur). Bovendien zijn er weinig gemeenten die een algeheel verbod op terrasverwarmers instellen. Een verbod op terrasverwarmers op gas komt daarentegen vaker voor.

In verband met de afschrijvingstermijn van huidige terrasverwarmers is besloten om een verbod daarop niet direct in werking te laten treden maar vanaf het ‘terrassenseizoen 2028’ (oftewel 1 april 2028).

afbeelding binnen de regeling

Bron: resultaten enquête terrassenbeleid via Samen Hattem

Artikel 7. Opslag terrasmeubilair

In dit artikel is geregeld wanneer het terrasmeubilair opgeruimd moet zijn. De gevelterrassen mogen het hele jaar door worden geëxploiteerd en hoeven daarom niet te worden opgeruimd. De middenterrassen moeten worden opgeruimd buiten de periode waarin ze worden geëxploiteerd. Voor zowel het opruimen als het plaatsen is rekening gehouden met één dag werk. Concreet betekent dat het volgende:

  • het terras mag op 31 oktober voor het laatst worden geëxploiteerd, 1 november kan worden opgeruimd en 2 november moet het zijn opgeruimd (met uitzondering van de eventuele situatie waarbij de herfstvakantie deels na 1 november valt);

  • op 30 maart staat er nog geen terrasmeubilair uitgesteld, 31 maart kan worden opgebouwd en vanaf 1 april mag worden gestart met de exploitatie (met uitzondering van eventueel het weekend waarin Pasen valt).

Ook wanneer een van bovenstaande dagen in het weekend valt, blijven de data waarop het terrasmeubilair verwijderd moet zijn van kracht.

Artikel 8. Muziek

Dit artikel regelt dat muziek niet is toegestaan op het terras. In verband met het beperken van geluidshinder voor de omgeving wordt deze beperking opgenomen.

Artikel 9. Terrassen bij winkels

Naast horecabedrijven kunnen ook andere bedrijven zoals winkels een terras exploiteren. Deze bedrijven vallen niet onder de definitie ‘openbare inrichting’ en/of de vergunningsplicht zoals bedoeld in artikel 2:27 APV. Het verbod, om zonder een vergunning van de burgemeester een openbare inrichting (waaronder het terras inbegrepen) te exploiteren, geldt daarom niet voor deze terrassen. Wanneer die terrassen worden geplaatst op de openbare weg of weggedeeltes, is artikel 2:10 van de APV over het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg, van toepassing.

In datzelfde artikel is bepaald dat het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels kan stellen ten aanzien van terrassen en ontheffing kan verlenen voor het gebruik van de openbare weg.

In de algemene toelichting bij het juridisch kader is reeds uitgelegd op grond waarvan het college bevoegd is voor het verlenen van een vergunning voor een terras, in plaats van de burgemeester. In onderstaand schema wordt verduidelijkt welk bestuursorgaan in welke situaties bevoegd is.

 

Gemeentegrond

Eigen terrein

Terras bij horecabedrijf

Burgemeester op grond van artikel 2:27 APV

Burgemeester op grond van artikel 2:27 APV

Terras bij ander bedrijf

College op grond van artikel 2:10 APV

Vergunningsvrij

In verband met een gelijk speelveld sluiten de regels voor terrassen bij winkels, zoveel mogelijk aan bij de regels die gelden voor de terrassen bij horecabedrijven. In aanvulling daarop zijn in dit artikel enkele regels opgenomen die specifiek gelden voor winkels.

Voor de openingstijden is voor de begintijd aangesloten bij de begintijd die geldt voor terrassen bij de horeca, op grond van artikel 2:29 APV. Voor de eindtijd is aangesloten bij de sluitingstijd voor winkels uit de Winkeltijdenwet. Hier is aangesloten bij de tijd uit de Winkeltijdenwet omdat terrassen uitsluitend worden toegestaan bij winkels waar hoofdzakelijk levensmiddelen worden verkocht.

Om een ‘wildgroei’ aan terrassen in de openbare ruimte tegen te gaan, is de beperking opgenomen dat een terras uitsluitend wordt verleend aan winkels die hoofdzakelijk levensmiddelen verkopen. Het zijn immers die levensmiddelen die op een terras genuttigd kunnen worden. In andere gevallen is er een mindere relatie tussen de hoofdactiviteit (verkoop levensmiddelen) en het bieden van zitgelegenheid om ter plaatse te eten of te drinken. Dat betekent dat terrassen bij bijvoorbeeld een woonwinkel, kunstgalerij of bij particulieren niet zijn toegestaan (dit zijn allen voorbeelden waarbij ook daadwerkelijk is geïnformeerd naar de mogelijkheden voor een terras).

Artikel 10. Overgangsrecht

Met deze nadere regels wijzigt een aantal zaken voor exploitanten van terrassen. In een aantal gevallen is dat voordelig voor de exploitanten en in een aantal gevallen niet. Mede gelet op reeds gedane investeringen in terrasmeubilair is daarom een redelijke overgangsregeling gewenst met betrekking tot een aantal regels.

Nu sprake is van nadere regels (algemeen verbindende voorschriften) kan het voorkomen dat deze regels op bepaalde punten afwijken van vergunningvoorschriften aan reeds verleende vergunningen. Het eerste lid regelt dat in die gevallen deze nadere regels gelden.

Het tweede en derde lid gaan over de overgangstermijn die geldt bij regels die van invloed zijn op gedane investeringen in terrasmeubilair. Bij het bepalen van de overgangsregelingen is het algemeen belang dat wordt gediend met deze nadere regels afgewogen tegen de belangen van de uitbaters van de terrassen. In het algemeen belang gaan de regels op een zo kort mogelijke termijn in, zodat de situatie op een korte termijn in overeenstemming is met de nieuwe regels. Uitbaters van terrassen hebben er belang bij om te kunnen anticiperen op de nieuwe situatie. Dat kan gaan om het aanschaffen van nieuw terrasmeubilair of de bedrijfsvoering aanpassen op een groter of kleiner te exploiteren terras. Gelet op de afweging van deze belangen zijn de overgangsregelingen in dit artikel tot stand gekomen. Deze worden hieronder nader toegelicht.

  • Lid 2.

    Voor het te gebruiken terrasmeubilair is een overgangstermijn opgenomen van drie terrassenseizoenen (2025, 2026 en 2027). Ondernemers hebben geïnvesteerd in het huidige terrasmeubilair. Wijzigingen van de regels over het te gebruiken terrasmeubilair kunnen gevolgen hebben voor het gebruik van het huidige terrasmeubilair. Daarom wordt er gekozen voor een redelijke overgangstermijn die aansluit bij de afschrijvingstermijn van terrasmeubilair. Die termijn is zo’n vijf jaar. Bij de keuze voor de termijn van drie jaar is overwogen dat niet tot zeer beperkt sprake is van zeer recent aangeschaft terrasmeubilair.

  • Lid 3.

    Bij deze overgangsregeling moet allereerst worden opgemerkt dat dit slechts betrekking heeft op één vergunde situatie, namelijk bij het bedrijf aan de Kruisstraat 5. Bij de keuze voor de periode van de overgangstermijn is, net als bij de middenterrassen op de Markt, overwogen dat de ondernemer investeringen heeft gedaan in terrasmeubilair.

Artikel 11. Citeertitel

Dit artikel regelt de naamgeving van deze regeling.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze regeling.