Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR735943
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR735943/1
Beleidsregels rechtmatigheid 2025
Geldend van 01-04-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels rechtmatigheid 2025Het algemeen/dagelijks bestuur van Baanbrekers, gevestigd te Waalwijk,
gelet op:
- •
titel 4.3. van de Algemene wet bestuursrecht;
- •
artikel 160 lid 1 onder a Gemeentewet;
- •
besluit dagelijks bestuur van 8-12-2023 inzake motie experiment Participatiewet;
- •
besluit dagelijks bestuur van 8-12-2023 inzake verhoging giftengrens
overwegende dat:
- •
het wenselijk is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot rechten en plichten verbonden aan het ontvangen van een bijstands-, IOAW of IOAZ uitkering.
besluit:
de Beleidsregels rechtmatigheid 2025 vast te stellen.
1. Algemene bepalingen
Artikel 1: begripsbepalingen
Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW), de Wet oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz.2023.
-
a. Commerciële kamerbewoner: een persoon die een kamer huurt op commerciële basis, en die niet een bloedverwant is in de eerste of tweede graad van de hoofdbewoner. Van huren op commerciële basis is sprake als de woonsituatie voldoet aan het volgende:
- i.
er is sprake van een schriftelijke huurovereenkomst;
- ii.
er is sprake van een commerciële relatie wat blijkt uit de aanwezigheid van een schriftelijke overeenkomst en betaling van een commerciële (huur)prijs;
- iii.
het te huren deel van de woning is al dan niet samen met gemeenschappelijke ruimtes geschikt voor zelfstandige bewoning; en
- iv.
de kamerbewoner staat ingeschreven in de basisregistratie van de gemeente op het huuradres.
- i.
-
b. Commerciële kostganger: een persoon die op commerciële basis inwoont, en die niet een bloedverwant is in de eerste en tweede graad en tevens bij de verhuurder de maaltijden gebruikt. De woonsituatie moet voldoen aan het volgende:
- i.
er is sprake van vergoeding op contractbasis;
- ii.
er is sprake van een commerciële relatie, wat blijkt uit de aanwezigheid van een overeenkomst en betaling van een commerciële prijs;
- iii.
de woning is geschikt voor inwoning en er is toestemming verleend door de eigenaar van het pand; en
- iv.
de kostganger staat ingeschreven in de basisregistratie van de gemeente op het huuradres.
- i.
-
c. Commerciële prijs:
- i.
bij kamerbewoning: een bedrag voor de huur (excl. o.a. servicekosten) en het gebruik van gas, elektra en water van tenminste de basishuur zoals gebruikt bij de huurtoeslag op basis van de Wet op de huurtoeslag;
- ii.
bij kostgangerschap: het bedrag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, sub 1. vermeerderd met de voedingskosten;
- iii.
bij andere woonvormen: een bedrag aan gebruikerskosten (incl. servicekosten) zoals die in de gebruikersovereenkomst zijn opgenomen en het gebruik van gas, elektra en water van tenminste de basishuur zoals gebruikt bij de huurtoeslag op basis van de Wet op de huurtoeslag.
- i.
-
d. Co-ouderschap: de verdeling van de zorg- en opvoedtaken van een minderjarig kind/kinderen. Beide ouders nemen met een minimum van twee etmalen de verzorging en opvoeding van hun kinderen voor hun rekening;
-
e. Gehuwdennorm: de norm zoals bedoeld in artikel 21, aanhef en onder b, van de Participatiewet;
-
f. Gift: Een onverplichte betaling van geld uit vrijgevigheid door een natuurlijke persoon of door een instelling;
-
g. Hoofdbewoner: een belanghebbende die eigenaar of hoofdhuurder is van een woning en die in dezelfde woning hoofdverblijf heeft;
-
h. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet;
-
i. Woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Participatiewet;
-
j. Woonkosten:
- i.
als sprake is van bewoning van een huurwoning: de per maand geldende huurprijs, zoals gebruikt voor de huurtoeslag;
- ii.
als sprake is van bewoning van een eigen woning: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en- aflossing met inbegrip van eventueel ter zake van de hypotheek verplichte verzekeringen, inleggen of premies en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud.
- i.
-
k. Woonlasten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het (mede)gebruik van voorzieningen, aanwezig in de woonruimte waarin de belanghebbende woont zoals energiekosten en water.
2. Toepasselijkheid
Artikel 2: overleggen gegevens
-
1. Een belanghebbende is zelf verantwoordelijk voor het overleggen van zijn of haar gegevens.
-
2. Wanneer deze gegevens niet meer in het bezit zijn, moet belanghebbende zorgen voor vervangende exemplaren.
-
3. Als een belanghebbende geen vervangende exemplaren kan overleggen, beoordeelt het college of dat verwijtbaar is.
-
4. Als het niet kunnen overleggen van gegevens niet verwijtbaar is, beoordeelt het dagelijks bestuur de aanvraag aan de hand van de wel aanwezige gegevens.
-
5. In het kader van de Wet eenmalige uitvraag werk en inkomen vraagt het dagelijks bestuur geen gegevens bij belanghebbende op, die ook vanuit de eigen systemen actueel inzichtelijk zijn.
Artikel 3: bankafschriften
Bij onderzoeken naar het recht op uitkering vraagt het dagelijks bestuur in beginsel bankafschriften op over de laatste drie maanden.
Het is mogelijk om afschriften op te vragen over een langere periode wanneer daartoe aanleiding bestaat.
Het dagelijks bestuur accepteert bankafschriften waarop de uitgaven deels onleesbaar zijn gemaakt, tenzij de onleesbaar gemaakte gegevens noodzakelijk zijn ter beoordeling van het recht op bijstand.
Artikel 4 Vaststelling van het vermogen
-
1. Bij de bepaling van het vermogen zoals bepaald in artikel 34 van de Participatiewet laat het dagelijks bestuur auto’s en motoren die ouder zijn dan 10 jaar buiten beschouwing, tenzij het een auto betreft met een bijzondere dagwaarde;
-
2. Bij het bepalen van de waarde van auto’s jonger dan 10 jaar of die met een bijzondere dagwaarde, hanteren we de dagwaarde (vervanging bij total loss) van de Koerslijst ANWB.
-
3. Bij de auto’s en motoren die tot het vermogen worden gerekend, hanteren we een vrijlating van € 3.000 in totaal.
-
4. Saldo lopende rekening bij vermogensvaststelling; van het bij de aanvraag om bijstand aanwezige saldo op alle rekeningen (ook van de ten laste komende kinderen) wordt een bedrag niet tot de middelen gerekend. Het bedrag dat wordt vrijgelaten is 1,5 maal de van toepassing zijnde norm (inclusief vakantietoeslag).
Bij co-ouderschap wordt de vermogensgrens bepaald door het gemiddelde te nemen van de vermogensgrens voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder (artikel 34, derde lid, van de Participatiewet) naar rato.
Volledige waarde van een uitvaartverzekering wordt niet meegenomen, ook niet als deze afkoopbaar is.
De waarde van een levensverzekering vastgelegd voor een uitvaart, wordt niet meegenomen tenzij deze een waarde heeft die hoger is dan de in de bijzondere bijstand vastgelegde kosten voor een crematie/begrafenis.
Artikel 5: Informatieverstrekking tijdens de uitkering
De belanghebbende dient informatie, die relevant kan zijn voor het recht op uitkering in principe te verstrekken binnen vijf werkdagen gerekend vanaf het moment waarop het relevante feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan, doch uiterlijk op de uiterste inleverdatum van de inkomstenverklaring (ROF).
Artikel 6: Giften /leningen
-
1. Het ontvangen van een gift en/of lening valt onder de inlichtingenplicht. In het geval van giften en leningen geldt de volgende werkwijze:
- a.
Giften en leningen tot een totaalbedrag van €1800,- per kalenderjaar hoeven uitkeringsgerechtigden niet te melden;
- b.
Giften en leningen moeten direct worden doorgegeven, zodra het grensbedrag van €1800,- in totaal in een kalenderjaar wordt bereikt/overschreden;
- c.
Dit betekent niet dat iedere euro die boven de €1800,- uitkomt, automatisch gekort moet worden. Tot €1800,- wordt vrijgelaten, daarboven vindt een maatwerkbeoordeling plaats;
- d.
Een lening wordt niet beschouwd als gift, als er, aantoonbaar, vooraf een terugbetalingsverplichting en termijn is afgesproken. Als niet kan worden aangetoond dat het om een lening gaat, wordt het bedrag beschouwd als gift;
- e.
De waarde van giften in natura wordt bepaald aan de hand van Prijzengids zoals opgesteld door het NIBUD. Indien niet opgenomen in de prijzengids van het NIBUD, wordt een gift in natura tegen de waarde in het economisch verkeer in aanmerking genomen.
- a.
-
2. Giften in de vorm van verstrekkingen van een Voedselbank, kledingbank, speelgoedbank en soortgelijke instellingen worden niet als middelen in de zin van de wet beschouwd en niet verrekend met de uitkeringen.
3. Inkomstenvrijlating
Artikel 7: Inkomstenvrijlating
-
1. Er bestaan vier vrijlatingen van inkomsten uit arbeid; de algemene inkomstenvrijlating, de tijdelijke inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders die de volledige zorg hebben voor een tot hun last komende kind tot 12 jaar, de inkomstenvrijlating voor mensen die medisch urenbeperkt zijn en de inkomstenvrijlating voor mensen die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 31, tweede lid, onderdelen j,n,r,y,z en aa, van de Participatiewet en artikelen 8, tweede lid, 2, 5 en 7 van de IOAZ en IOAW)
-
2. Voor de algemene inkomstenvrijlating en de tijdelijke inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders gelden dat deze moeten bijdragen aan de arbeidsinschakeling;
-
3. De inkomstenvrijlatingen, zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Participatiewet, zijn ook van toepassing op jongeren tot 27 jaar.
4. Schadevergoeding
Artikel 8: Schadevergoeding
-
1. De schadevergoeding die de belanghebbende ontvangt voor materiële schade wordt niet als vermogen aangemerkt.
-
2. Een schadevergoeding die is bedoeld ter compensatie van het verlies van arbeidsvermogen wordt aangemerkt als inkomen voor de periode waarop de vergoeding toeziet.
-
3. Een schadevergoeding die de belanghebbende ontvangt voor immateriële schade wordt in beginsel niet tot het vermogen gerekend, als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet;
-
4. Overschrijdt de immateriële schadevergoeding het bedrag van € 15.500 (prijspeil 2024, dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd), dan beoordelen we op basis van de individuele omstandigheden of het redelijk is om 2/3 deel van de overschrijding tot het vermogen te rekenen voor zover hierdoor de vermogensgrens wordt overschreden. We volgen hiervoor de meest recente jurisprudentie.
5. Criteria normverlaging
Artikel 9: Criteria voor het verlagen van de norm
-
1. De bepalingen gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar en ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. De verlaging van de uitkering in verband met de woonsituatie, zoals bedoeld in artikel 27 van de Participatiewet bedraagt:
- a.
10% van de gehuwdennorm, als de belanghebbende een woning bewoont waarvoor hij geen woonkosten of woonlasten verschuldigd is;
- b.
20% van de gehuwdennorm als de belanghebbende een woning bewoont waarvoor hij geen woonkosten en geen woonlasten verschuldigd is;
- c.
20% van de gehuwdennorm indien belanghebbende dakloos is en geen woning aanhoudt.
- a.
-
2. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op belanghebbenden waarop de kostendelersnorm van toepassing is.
-
3. Het dagelijks bestuur verlaagt de uitkering niet als er sprake is van commerciële kamerbewoner of een commerciële kostganger.
Artikel 10: Inkomsten uit commerciële verhuur en kostgangers
-
1. De bepalingen gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar en ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet ontvangen. Als de hoofdbewoner de woning deelt met inwonende commerciële kamerbewoner(s) of commerciële kostganger(s) dan brengt het college het ontvangen huurbedrag en/of kostgeld, minus de gemiste huurtoeslag als inkomen in mindering op de uitkering.
-
2. Belanghebbende toont het in het eerste lid van dit artikel genoemde aan door de volgende gegevens in te leveren:
- a.
een huurovereenkomst of kostgangersovereenkomst;
- b.
bankafschriften waaruit duidelijk blijkt dat de huurder of kostganger de gevraagde prijs daadwerkelijk betaalt; en
- c.
een beschikking huurtoeslag.
- a.
Artikel 11: Tijdelijk verblijf en kostendelersnorm
Wanneer een hoofdbewoner met een bijstandsuitkering iemand tijdelijk onderdak biedt vanwege een acute noodzaak tot huisvesting , wordt de kostendelersnorm voor de hoofdbewoner in beginsel voor 3 maanden buiten toepassing gelaten. Deze termijn kan met 3 maanden worden verlengd.
Artikel 12: Hardheidsclausule
Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen, ten gunste van de belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien toepassing van deze regels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 13: Intrekking oude beleidsregel
Het ‘Verzamelbesluit beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2018’ wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt.
Artikel 14: Citeertitel en inwerkingtreding
Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels rechtmatigheid 2025’ . Deze beleidsregels treden in werking de dag na publicatie.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 24 januari 2025
Het dagelijks bestuur van uitvoeringsorganisatie Baanbrekers,
de secretaris
Dhr. Van Oudheusden
de voorzitter
Dhr. T. Blankers
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl