Beleidsregel exploitatievergunning horeca gemeente Zutphen 2025

Geldend van 20-02-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel exploitatievergunning horeca gemeente Zutphen 2025

De burgemeester van de gemeente Zutphen,

gelet op artikel(en) 2:27 tot en met 2:34 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 en 11:1 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen;

gelet op titel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t :

vast te stellen de

Beleidsregel exploitatievergunning horeca gemeente Zutphen 2025

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze beleidsregel verstaat onder:

  • a.

    APV: de geldende Algemene plaatselijke verordening Zutphen;

  • b.

    avondzaak: horecabedrijf waarvan de hoofdfunctie bestaat uit het snel serveren of bereiden van al dan niet in de openbare inrichting bereide kleine maaltijden of kleine etenswaren en waar in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt, zoals snackbars, cafetaria’s, fritures, broodjeszaken, automatieken, shoarmazaken en daarmee gelijk te stellen inrichtingen, die zich qua exploitatie richten op de reguliere horeca;

  • c.

    Binnenstad Zutphen: het gebied dat begrensd wordt door en inclusief Stationsplein, Nieuwstad, Rijkenhage, Berkelsingel, Graaf Ottosingel, Spittaalstraat, Martinetsingel, IJsselkade en alle straten die daarbinnen vallen;

  • d.

    coffeeshop: horecabedrijf waar uitsluitend alcoholvrije drank wordt verstrekt en waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt;

  • e.

    dagzaak: horecabedrijf waarvan de hoofdfunctie bestaat uit het snel serveren en/ of verstrekken van al dan niet in de openbare inrichting bereide kleine maaltijden of kleine etenswaren en waar uitsluitend of in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt, zoals snackbars, lunchrooms, tearooms, croissanterieën, koffiehuizen, theehuizen, espressobars, ijssalons en andere daarmee gelijk te stellen inrichtingen, die zich qua exploitatie richten op winkelactiviteiten;

  • f.

    horecabedrijf: openbare inrichting, zoals bedoeld in artikel 2:27, aanhef en onder a. van de APV;

  • g.

    hotel, zaalaccommodatie: een openbare inrichting dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf, zaalaccommodatie ten behoeve van congres, studie, vergaderingen e.d., waarbij het verstrekken van voedsel en drank daaraan ondergeschikt is;

  • h.

    ondersteunende horeca: een horeca-activiteit die plaats vindt in een detailhandelsvestiging en hier qua ligging functioneel gerelateerd en ondersteunend aan is en qua openingstijden gelijk is met de betreffende detailhandelsvestiging;

  • i.

    restaurant, eetcafé: een horecabedrijf waarvan de hoofdfunctie bestaat uit het verstrekken van in de openbare inrichting bereide en in hoofdzaak complete maaltijden voor gebruik ter plaatse, zoals restaurants, bistro’s, grillrooms en andere daarmee gelijk te stellen inrichtingen;

  • j.

    sociëteit, sportkantine: een horecabedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het gelegenheid bieden voor verblijf op sociaal, cultureel, educatief of sportief gebied en waar het verstrekken van voedsel en drank daaraan ondergeschikt is;

  • k.

    terras: een terras, als bedoeld in artikel 2:27, aanhef en onder b. van de APV.

Paragraaf 2 Categorieën horecabedrijven

Artikel 2 Categorieën horecabedrijven, openbare inrichtingen

  • 1. Bij de volgende categorieën horecabedrijven moet de exploitant op grond van artikel 2:28, eerste lid van de APV over een exploitatievergunning horeca beschikken:

    • a.

      avondzaak;

    • b.

      café en/ of bar, bodega en andere daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;

    • c.

      coffeeshop;

    • d.

      dagzaak;

    • e.

      discotheek, bardancing, café met dansgelegenheid, nachtclub en andere daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;

    • f.

      hotel, zaalaccommodatie;

    • g.

      ondersteunende horeca bij detailhandel voor zover dit betreft activiteiten die zich vooral richten op het afhalen en bezorgen van voedsel en drank;

    • h.

      restaurant, eetcafé;

    • i.

      sociëteit, sportkantine.

  • 2. Bij de volgende openbare inrichtingen hoeft de exploitant niet over een exploitatievergunning horeca te beschikken, mits de horeca activiteiten van ondergeschikte betekenis zijn:

    • a.

      openbare inrichting in een bedrijfsrestaurant en museum;

    • b.

      openbare inrichting in een instelling bestemd voor de openbare dienst, dan wel in een onderwijsinstelling;

    • c.

      openbare inrichting in een rouwcentrum;

    • d.

      openbare inrichting in een ziekenhuis, bejaardencentrum en verpleeg- of verzorgingshuis;

    • e.

      kerk en kerkelijke instelling, voor zover consumpties worden verkregen voor of na de kerkdienst en/ of aan de kerk gerelateerde activiteiten;

    • f.

      kleinschalige bed & breakfast (niet meer dan 2 kamers en/ of maximaal 4 personen);

    • g.

      sport- en dansschool, voor zover er geen activiteiten worden georganiseerd waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend;

    • h.

      sauna en/ of zonnecentrum;

    • i.

      openbare inrichting in prostitutiebedrijf;

    • j.

      ondersteunende horeca bij detailhandel voor zover de activiteiten zich richten op het ter plaatse nuttigen van voedsel en drank.

  • 3. Als er sprake is van het verstrekken van alcoholhoudende drank moet de exploitant van een openbare inrichting over een vergunning op grond van de Alcoholwet beschikken.

Paragraaf 3 Algemene bepalingen

Artikel 3 Aanvraag

  • 1. Een exploitatievergunning horeca wordt bij de burgemeester aangevraagd bij:

    • a.

      het vestigen van een nieuw horecabedrijf;

    • b.

      de overname van een bestaand horecabedrijf;

    • c.

      bij een wijziging in de exploitatie of ondernemingsvorm van het horecabedrijf.

  • 2. Een aanvraag moet via de website van de gemeente worden ingediend door middel van het daartoe door de burgemeester vastgestelde (digitale) aanvraagformulier.

  • 3. Een Bibob beoordeling maakt onderdeel uit van elke aanvraag.

  • 4. Bij de aanvraag moeten de navolgende stukken worden overgelegd:

    • a.

      een geldig legitimatiebewijs van alle in de aanvraag vermelde personen;

    • b.

      een nauwkeurige plattegrond van het horecabedrijf;

    • c.

      een verklaring omtrent gedrag (maximaal drie maanden oud) met het screeningsprofiel ‘exploitatievergunning’ van alle leidinggevenden;

    • d.

      door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomsten van alle leidinggevenden die in loondienst zijn;

    • e.

      een volledig en naar waarheid ingevuld Bibob vragenformulier, inclusief alle in het vragenformulier gevraagde stukken;

    • f.

      als de aanvraag tevens een terras omvat: een inrichtingstekening van het beoogde terras en foto’s van het terrasmeubilair;

    • g.

      eventuele andere gegevens of bescheiden, die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

  • 5. Voor alcohol schenkende horecabedrijven is het niet nodig om een verklaring omtrent gedrag aan te leveren, als tegelijk met de aanvraag exploitatievergunning horeca ook een aanvraag vergunning op grond van de Alcoholwet wordt ingediend.

Artikel 4 Publicatie, indienen zienswijze

  • 1. De burgemeester publiceert een aanvraag zo spoedig mogelijk na ontvangst via het digitale Gemeenteblad.

  • 2. De aanvraag ligt gedurende twee weken ter inzage. Binnen deze periode kan een belanghebbende zijn zienswijze kenbaar maken.

Artikel 5 Advies

Bij een aanvraag exploitatievergunning voor een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b., c. en e., vraagt de burgemeester advies aan de politie.

Artikel 6 Beslistermijn

  • 1. De burgemeester beslist binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

  • 2. De termijn als bedoeld in het eerste lid kan verdaagd en opgeschort worden overeenkomstig de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 7 Geldigheidsduur vergunning

  • 1. De burgemeester verleent een exploitatievergunning horeca voor onbepaalde tijd.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, kan de burgemeester een exploitatievergunning horeca voor bepaalde tijd verlenen, als daartoe dringende redenen aanwezig zijn vanwege de openbare orde of de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf.

Artikel 8 Persoonsgebonden vergunning

Een exploitatievergunning horeca is persoonsgebonden en daarom niet overdraagbaar.

Artikel 9 Weigeringsgronden

  • 1. De burgemeester weigert de vergunning als zich één van de weigeringsgronden, zoals vermeld in artikel 2:28 van de APV, voordoet.

  • 2. De burgemeester weigert de vergunning voorts als:

    • a.

      de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag over heeft gelegd, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder c., tenzij het bepaalde in artikel 3, vijfde lid zich voordoet;

    • b.

      er ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of

    • c.

      er ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.

Artikel 10 Voorschriften en/ of beperkingen in de vergunning

  • 1. De burgemeester verbindt aan de exploitatievergunning horeca de hieronder vermelde voorschriften en/ of beperkingen:

    • a.

      de vergunning moet op verzoek van politie en/ of toezichthouders direct getoond kunnen worden;

    • b.

      de vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar;

    • c.

      gedurende de tijd dat het horecabedrijf geopend is, moet altijd een persoon aanwezig zijn die in de vergunning als leidinggevende staat vermeld;

    • d.

      het is verboden in de openbare inrichting drugs aanwezig te hebben, te gebruiken of te verkopen;

    • e.

      aanwijzingen gegeven door politie, brandweer en/ of toezichthouders moeten direct worden opgevolgd;

    • f.

      als er horecaportiers, toezichthoudend of ander beveiligingspersoneel in dienst zijn/ is, dan moeten deze voldoen aan de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;

    • g.

      de exploitatie van het horecabedrijf heeft geen onevenredige invloed op de woon- of leefsituatie of de openbare orde en veiligheid in de omgeving van het horecabedrijf;

    • h.

      de exploitant is verplicht de orde binnen het horecabedrijf te handhaven en in de directe omgeving van het horecabedrijf hinder en vervuiling, veroorzaakt door komende of vertrekkende bezoekers, te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

  • 2. Als daartoe naar het oordeel van de burgemeester aanleiding bestaat, kan hij aan de exploitatievergunning horeca andere voorschriften en/ of beperkingen verbinden.

  • 3. In de exploitatievergunning horeca worden eveneens voorschriften opgenomen over de sluitingstijden van het horecabedrijf en een eventueel bij het horecabedrijf behorend terras.

Artikel 11 Wijziging of intrekking vergunning

  • 1. De exploitant is verplicht een wijziging in de exploitatie of ondernemingsvorm binnen één maand aan de burgemeester door te geven.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is het voor een exploitant die beschikt over een vergunning op grond van de Alcoholwet niet nodig om bij wijziging van de leidinggevende een gewijzigde exploitatievergunning horeca aan te vragen.

  • 3. Naast de in artikel 1.6 van de APV vermelde intrekkingsgronden, is de burgemeester bevoegd om een vergunning tijdelijk of definitief in te trekken (en dus de exploitatie van het horecabedrijf tijdelijk of definitief te doen staken) als:

    • a.

      de voorschriften en/ of beperkingen van de exploitatievergunning horeca niet worden nageleefd, en/ of

    • b.

      er sprake is van aan het horecabedrijf te relateren ontoelaatbare aantasting van de woon- en leefsituatie, openbare orde, zedelijkheid en / of gezondheid, en/ of

    • c.

      als er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, en/ of

    • d.

      als er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.

  • 4. Bij een besluit tot tijdelijke of definitieve intrekking relateert en motiveert de burgemeester de tijdsduur van de intrekking aan de aard en ernst van de geconstateerde overtreding(en).

Paragraaf 4 Openingstijden

Artikel 12 Openingstijden

  • 1. Een horecabedrijf mag geopend zijn van 07.00 uur tot 01.00 uur.

  • 2. De burgemeester is op grond van artikel 2:29, tweede lid van de APV bevoegd in een vergunningsvoorschrift andere openingstijden, als vermeld in het eerste lid, op te nemen.

Artikel 13 In aanmerking komende horecabedrijven

  • 1. De volgende categorieën horecabedrijven komen in aanmerking voor verruimde openingstijden:

    • a.

      avondzaak (broodjeszaak);

    • b.

      café en/ of bar, bodega en andere daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;

    • c.

      discotheek, bardancing, café met dansgelegenheid, nachtclub en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven.

  • 2. De volgende categorieën horecabedrijven komen niet in aanmerking voor verruimde openingstijden:

    • a.

      coffeeshop;

    • b.

      dagzaak;

    • c.

      detailhandel met ondersteunende horeca, en

    • d.

      sportkantine, buurthuis of clubhuis en andere para-commerciële rechtspersonen.

Artikel 14 Verruimde openingstijden en voorwaarden

  • 1. Voor een avondzaak (broodjeszaak) gelden de volgende openingstijden en voorwaarden:

    • a.

      maandag tot en met vrijdag: 07.00 uur – 02.30 uur;

    • b.

      zaterdag en zondag: 07.00 uur – 04.00 uur;

    • c.

      een kwartier voor sluitingstijd worden geen nieuwe bestellingen meer opgenomen, wordt er geen nieuw publiek meer toegelaten en worden de deuren gesloten (eenrichtingsverkeer);

    • d.

      op de sluitingstijd is geen publiek meer aanwezig en zijn de deuren, alsmede eventuele loketten gesloten.

  • 2. Voor een café en/ of bar, bodega en andere daarmee gelijk te stellen horecabedrijven gelden de volgende openingstijden en voorwaarden:

    • a.

      maandag tot en met vrijdag: 07.00 uur – 01.30 uur;

    • b.

      zaterdag en zondag: 07.00 uur – 03.30 uur;

    • c.

      op zaterdag en zondag wordt er vanaf 02.00 uur geen nieuw publiek meer toegelaten (eenrichtingsverkeer);

    • d.

      een half uur voor sluitingstijd wordt de muziek op halve sterkte gezet;

    • e.

      een kwartier voor sluitingstijd wordt geen muziek meer ten gehore gebracht en geen drank meer verkocht, en

    • f.

      op de sluitingstijd is er geen publiek meer aanwezig.

  • 3. Voor een discotheek, bardancing, café met dansgelegenheid, nachtclub en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven gelden de volgende openingstijden en voorwaarden:

    • a.

      maandag tot en met vrijdag: 07.00 uur – 02.30 uur;

    • b.

      zaterdag en zondag: 07.00 uur – 03.30 uur;

    • c.

      op zaterdag en zondag wordt er vanaf 02.30 uur geen nieuw publiek meer toegelaten (eenrichtingsverkeer);

    • d.

      een half uur voor sluitingstijd wordt de muziek op halve sterkte gezet;

    • e.

      een kwartier voor sluitingstijd wordt geen muziek meer ten gehore gebracht en geen drank meer verkocht, en

    • f.

      op de sluitingstijd is er geen publiek meer aanwezig.

  • 4. De exploitant is verplicht de openingstijden en de daaraan gekoppelde specifieke voorschriften en/ of beperkingen kenbaar te maken, zowel in de inrichting als op een van buiten voor het publiek zichtbare plaats.

Artikel 15 Voorwaarden verruimde openingstijden

  • 1. Een horecabedrijf als bedoeld in artikel 13, eerste lid komt alleen in aanmerking voor een vergunning voor verruimde openingstijden als het:

    • a.

      huis- en gedragsregels hanteert en deze voor iedere bezoeker kenbaar zijn;

    • b.

      deelneemt aan het systeem van Collectieve Horecaontzeggingen, waarmee een horecaondernemer een notoire overlastgever de toegang tot zijn horecabedrijf kan ontzeggen, en

    • c.

      gebruik maakt van gekwalificeerde portiers aan de deur.

  • 2. Voor horecabedrijven met een capaciteit kleiner dan 100 bezoekers of een vloeroppervlakte kleiner dan 50 m² kan de burgemeester een uitzondering maken op de verplichting om gebruik te maken van gekwalificeerde portiers aan de deur.

Artikel 16 Voorschriften en/ of beperkingen vergunning verruimde openingstijden

  • 1. De burgemeester verbindt aan de vergunning voor verruimde openingstijden de volgende algemene voorschriften en/ of beperkingen:

    • a.

      aan politie en toezichthouders moet ongehinderd toegang tot de openbare inrichting worden gegeven;

    • b.

      de exploitant moet ervoor zorgen dat bezoekers binnen en buiten het horecabedrijf niet zodanig rumoer maken dat omwonenden daardoor worden gehinderd en/ of in hun nachtrust worden gestoord;

    • c.

      het deurbeleid en de huis- en gedragsregels zijn transparant en eenduidig, niet discriminerend en voor iedere bezoeker kenbaar;

    • d.

      de exploitant neemt deel aan het systeem van Collectieve Horecaontzeggingen en past dit toe;

    • e.

      de exploitant maakt vanaf het tijdstip van 01.00 uur gebruik van gekwalificeerde portiers aan de deur;

    • f.

      de exploitant draagt er zorg voor dat de directe omgeving van zijn horecabedrijf schoon is;

    • g.

      de exploitant is verplicht om maatregelen te treffen om te voorkomen dat de gemeente en/ of anderen schade lijdt/ lijden als gevolg van het gebruik van deze vergunning;

    • h.

      de vergunning ontheft de exploitant en de andere betrokkenen niet van de wettelijke aansprakelijkheid voor ongevallen en de aansprakelijkheid voor de naleving van wettelijke voorschriften.

  • 2. De burgemeester verbindt het voorschrift over de inzet van gekwalificeerde portiers niet aan een vergunning waarvoor de uitzonderingsgrond voor de portiersverplichting geldt.

Artikel 17 Zomertijd/ wintertijd

In de nacht van zaterdag op zondag waarin de zomer- respectievelijk de wintertijd wordt ingevoerd, wordt voor de toepassing van deze regeling de tijd aangehouden al zou de zomer- respectievelijk wintertijd niet zijn ingegaan.

Artikel 18 Incidentele vergunning latere sluitingstijd

  • 1. Bij bijzondere dagen of evenementen kan de burgemeester incidenteel vergunning verlenen voor latere sluitingstijden.

  • 2. Onder bijzondere dagen vallen in ieder geval Nieuwjaarsdag, Koningsdag (Koningsnacht) en de nacht volgend op Tweede Kerstdag.

Paragraaf 5 Terrassen

Artikel 19 In aanmerking komende horecabedrijven

Voor de exploitatie van een terras komen in aanmerking de horecabedrijven in de categorieën, zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, met uitzondering van coffeeshops.

Artikel 20 Toiletvoorziening

Voor horecabedrijven die een terras willen exploiteren geldt dat zij over een toiletvoorziening moeten beschikken voor bezoekers van het terras.

Artikel 21 Situering en omvang terras

  • 1. Een terras is mogelijk als dit terras direct grenst aan de gevel van het horecabedrijf en het terras niet breder is dan de gevel van het horecabedrijf waar het bij hoort, zodat er duidelijke binding is met het horecabedrijf en de exploitant voldoende toezicht kan houden op het terras.

  • 2. Een terras mag in geen geval gevaar opleveren voor een doelmatig en veilig gebruik van de weg. (Voetgangers)verkeer mag niet gehinderd worden door terrasmeubilair. Hierbij gelden de volgende algemene uitgangspunten:

    • a.

      terrassen op de rijbaan zijn niet toegestaan;

    • b.

      terrassen op trottoirs zijn toegestaan als er tenminste 1,5 meter vrij blijft voor voetgangers en rolstoelgebruikers;

    • c.

      terrassen in het voetgangersgebied zijn toegestaan als er voor de hulpverleningsdiensten een minimale doorrijdbreedte (vrij van obstakels) blijft gehandhaafd van 4 meter en er geen belemmeringen zijn wat betreft hoogte door bijvoorbeeld zonwering of overkapping;

    • d.

      vluchtroutes en toegangen tot panden mogen niet worden geblokkeerd. Daarvoor moet een looppad van 1,5 meter vrij blijven van obstakels.

Artikel 22 Terrasuitbreiding

  • 1. Naast een terras voor de gevel van het horecabedrijf kan ook een overterras worden gerealiseerd of een terras voor de gevel van een naastgelegen (aangrenzend) gebouw.

  • 2. Van een overterras is sprake wanneer (een deel van) het terras gelegen is in de openbare ruimte, niet direct grenzend aan de gevel van het horecabedrijf.

  • 3. Voor de uitbreiding van het terras (een overterras of een terras voor een naast gelegen (aangrenzend) gebouw) geldt:

    • a.

      een overterras is recht tegenover de gevel van het gebouw gelegen waarin het horecabedrijf is gevestigd, zodat er voldoende binding blijft bestaan met het horecabedrijf en de exploitant ook voldoende toezicht kan uitoefenen;

    • b.

      een overterras wordt alleen toegestaan als sprake is van een autovrije situatie, dit in verband met de veiligheid van het bedienend personeel en de terrasbezoekers;

    • c.

      de exploitant moet voor de uitbreiding van zijn terras schriftelijke toestemming hebben van de eigenaar/ gebruiker van het gebouw waar voor hij een terras wil realiseren. Hierbij kunnen beide partijen eventueel specifieke afspraken maken (bijvoorbeeld alleen terras op bepaalde dagen en/ of tijden, voor de gehele of een deel van de gevel het gebouw), die in de vergunning worden opgenomen;

    • d.

      uitbreiding van het terras voor woningen (op de begane grond) is niet toegestaan;

    • e.

      terrassen op een binnenplaats en/ of achtererf zijn niet toegestaan;

    • f.

      uitbreiding met een terras kan enkel en alleen tijdens het terrasseizoen van 1 april tot en met 31 oktober van enig kalenderjaar.

  • 4. Als een exploitant een aanvraag doet voor een terras dat niet past binnen de hierboven vermelde uitgangspunten, beoordeelt de burgemeester per situatie óf en hoe vergunning verleend kan worden.

  • 5. De burgemeester kan afwijken van het in het derde lid bepaalde, voor zover het een terras is gelegen op gemeentegrond.

Artikel 23 Terrastekening

  • 1. De omvang van het terras wordt aangegeven op een tekening die onderdeel uitmaakt van de exploitatievergunning horeca.

  • 2. De grenzen van het terras worden daarnaast, waar mogelijk, in het wegdek aangegeven door middel van rvs-punaises of hoekstenen.

  • 3. Overschrijding van deze grenzen bij de opstelling van het terrasmeubilair is niet toegestaan.

  • 4. De rvs-punaises of hoekstenen worden door of in opdracht van de gemeente aangebracht. Het verwijderen of verplaatsen hiervan, anders dan door of in opdracht van de gemeente, is niet toegestaan.

Artikel 24 Openingstijden terrassen

Terrassen in de Binnenstad Zutphen mogen in de periode van 1 april tot en met 31 oktober van enig kalenderjaar in de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag geopend blijven tot 01.00 uur.

Artikel 25 Inrichting terras en terrasmeubilair

  • 1. De criteria voor terrasmeubilair zijn beschreven in de Regeling ter beoordeling van aanvragen op grond van artikel 2 van de Verordening Stads- en Landschapsschoon, aanvragen op grond van artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen en aanvragen op grond van de Bouwverordening Zutphen.

  • 2. Het terrasmeubilair moet telkens na sluitingstijd op een dusdanige manier op de terraslocatie gezekerd/ afgedekt worden dat van het terras geen gebruik meer gemaakt kan worden.

  • 3. Het terrasmeubilair mag worden opgeslagen bij de gevel van het gebouw mits goed beveiligd.

  • 4. De toegang tot het gebouw mag hierbij niet belemmerd worden.

  • 5. De opslag van het terrasmeubilair geschiedt voor eigen rekening en risico.

  • 6. Gasflessen in terrasverwarmers mogen na sluiten van het terras niet in de openbare ruimte worden opgeslagen.

Artikel 26 Bijzondere situaties

  • 1. Tijdens de wekelijkse markt op donderdagochtend is het exploiteren van een terras op het marktterrein niet toegestaan. Een aanpandig terras op de stoep kan tijdens deze marktdagen worden gebruikt.

  • 2. Een terras en de terraslocatie voor zover gelegen op het marktterrein, als bedoeld in het eerste lid, moeten op woensdag na sluitingstijd worden opgeruimd, zodat de opbouw van de markt op de donderdagochtend niet wordt gehinderd.

  • 3. Tijdens de wekelijkse markt op zaterdag is het exploiteren van een terras op de Zaadmarkt en het gedeelte van de Houtmarkt, waar marktkramen worden geplaatst, niet toegestaan. Een aanpandig terras op de stoep kan tijdens deze marktdagen worden gebruikt.

  • 4. Een terras en de terraslocatie op de Zaadmarkt en het gedeelte van de Houtmarkt, als bedoeld in het derde lid, moeten op vrijdag na sluitingstijd worden opgeruimd, zodat de opbouw van de markt op de zaterdagochtend niet wordt gehinderd.

  • 5. Als de locatie waarop het terras geëxploiteerd wordt, is aangewezen als of is gelegen binnen het evenemententerrein op grond van een evenementenvergunning, wordt de inrichting van de terraslocatie gedurende dat evenement bepaald door de evenementenvergunning.

Artikel 27 Terrassen bij ondersteunende horeca

  • 1. Een terras bij ondersteunende horeca is alleen toegestaan direct voor de gevel van het gebouw waarin de detailhandel is gevestigd.

  • 2. Overterrassen zijn niet toegestaan.

  • 3. Het terras beslaat maximaal de breedte van de gevel van het gebouw waarin de detailhandel en de daarmee verbonden ondersteunende horeca is gevestigd.

  • 4. De diepte van het terras is maximaal 1,20 meter, gemeten vanuit de gevel van het gebouw.

  • 5. Er zijn maximaal 3 tafels en maximaal 6 stoelen toegestaan.

  • 6. Een terras bij ondersteunende horeca is niet toegestaan in een binnenplaats en/ of achtererf.

Paragraaf 6 Overige bepalingen

Artikel 28 Handhaving

  • 1. Bij overtreding van het bij of krachtens de APV en deze beleidsregel bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en/ of beperkingen, treedt de burgemeester op volgens de bij deze beleidsregel behorende Bijlage 1 Handhavingsarrangement exploitatievergunningen horeca.

  • 2. Als er sprake is van ernstige incidenten en/ of verstoringen van de openbare orde of de woon- en leefsituatie, kan de burgemeester in afwijking van het in het eerste lid bepaalde direct tot toepassing van artikel 2:30 APV besluiten of de exploitatievergunning horeca intrekken.

Artikel 29 Afwijkingsbevoegdheid

Bij bijzondere omstandigheden, waaronder onder meer die gevallen die niet zijn voorzien ten tijde van het vaststellen van deze beleidsregel, kan de burgemeester van deze beleidsregel afwijken.

Artikel 30 Intrekking oude regeling

De Beleidsregel Notitie Exploitatievergunning Algemene plaatselijke verordening gemeente Zutphen Herziening 2010, wordt ingetrokken.

Artikel 31 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 32 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel exploitatievergunning horeca gemeente Zutphen 2025.

Ondertekening

Aldus besloten op 11 februari 2025.

De burgemeester,

Bijlage 1 Handhavingsarrangement exploitatievergunningen horeca

Overtreding

1e constatering

2e constatering

3e constatering

Geen exploitatievergunning

Het exploiteren van een horecabedrijf zonder geldige exploitatievergunning (Art. 2:28, lid 1 APV)

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Mondeling waarschuwen: overtreding opheffen

  • 3.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 4.

    Waarschuwingsbrief

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Last onder dwangsom van € 10.000,- ineens.

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Brief verbeuren van de dwangsom.

Leidinggevende niet aanwezig

Leidinggevende op de vergunning is niet aanwezig (als er geen Alcoholwetvergunning is verleend).

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Mondeling waarschuwen: overtreding opheffen

  • 3.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 4.

    Waarschuwingsbrief

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Last onder dwangsom van € 800,00 per keer met een maximum van € 2.400,00.

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Verbeuren van de dwangsom.

Vervolg stappen nader te bepalen:

  • 1.

    Intrekken vergunning

Niet naleven voorschriften terras

terras niet binnen de afmetingen

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Mondeling waarschuwen: overtreding opheffen Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Waarschuwingsbrief

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Uitschrijven bekeuring. Feitcode: F101 - € 260,00.

  • 3.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 4.

    Last onder dwangsom van € 400,00 per keer met een maximum van € 1.200,00.

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Verbeuren van de dwangsom

Niet naleven van de terrastijden

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Mondeling waarschuwen: overtreding opheffen

  • 3.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 4.

    Waarschuwingsbrief

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Last onder dwangsom van € 400,00 per keer met een maximum van € 1.200,00.

  • 1.

    Aanspreken overtreders

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Verbeuren van de dwangsom

Vervolg stappen nader te bepalen:

  • 1.

    Intrekken vergunning

Open zijn na sluitingstijd

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Mondeling waarschuwen en zaak laten sluiten. Indien nodig met behulp van de politie

  • 3.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 4.

    Waarschuwingsbrief

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Uitschrijven bekeuring Feitcode: F105a - F105b, categorie 8- € 300,00

  • 3.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 4.

    Last onder dwangsom van € 400,00 per keer met een maximum van € 1.200,00.

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Verbeuren van de dwangsom

Niet naleven voorschriften ontheffing sluitingstijd

  • -

    Gebruik maken gekwalificeerde portiers aan de deur

  • -

    de exploitant moet ervoor zorgen dat bezoekers binnen en buiten het horecabedrijf niet zodanig rumoer maken dat omwonenden daardoor worden gehinderd of in hun nachtrust worden gestoord

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Mondeling waarschuwen: overtreding opheffen

  • 3.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 4.

    Waarschuwingsbrief

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Er volgt een last onder dwangsom van € 400,00 per keer met een maximum van € 1.200,00

  • 1.

    Aanspreken

  • 2.

    Opstellen PV van bevindingen

  • 3.

    Verbeuren van de dwangsom

Vervolg stappen nader te bepalen:

  • 1.

    Aanvullende voorschriften

  • 2.

    Gedeeltelijke intrekking vergunning (onderdeel sluitingstijd)

Toelichting

Algemene toelichting

Op grond van artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Zutphen 2011 (hierna te noemen: APV) heeft de burgemeester de bevoegdheid een vergunning te verlenen voor het exploiteren van een horecabedrijf in de gemeente Zutphen.

Het doel van deze beleidsregel is het geven van invulling bij de uitoefening van deze bevoegdheid. Omdat de burgemeester bij het uitoefenen van zijn bevoegdheid enige beleidsvrijheid en beoordelingsvrijheid heeft, is het van belang zoveel mogelijk vast te leggen hoe de burgemeester omgaat met de aan hem toegekende bevoegdheid.

Deze beleidsregel is een actualisatie van de Notitie Exploitatievergunning Algemene plaatselijke verordening gemeente Zutphen Herziening 2010. De notitie is na het vaststellen een aantal keren aangepast. Onder andere voor wat betreft de regels voor terrassen (in 2020) en de regels voor sluitingstijden (in 2023).

De aanleiding om destijds de exploitatievergunning in de APV op te nemen is vooral gelegen in de gedachte dat er daarmee mogelijkheden zijn om overlast van horecabedrijven zoveel als mogelijk te beperken. Bij de verlening van een exploitatievergunning wordt onder andere gekeken naar de aard van de inrichting, de mogelijk te verwachten overlast, het karakter van de omgeving, de (justitiële) achtergrond van de exploitant en eventueel eerdere (tijdelijke) sluitingen.

De invloed op de omgeving kan worden uitgeoefend door het opnemen van voorschriften en/ of beperkingen. Hierdoor heeft de burgemeester, als niet wordt voldaan aan de vergunningvoorschriften en/ of -beperkingen, eerder de mogelijkheid een horecabedrijf tijdelijk of definitief te sluiten. Daarnaast biedt het systeem van de exploitatievergunning de mogelijkheid voor de burgemeester om de vergunning tijdelijk of definitief in te trekken (en dus de exploitatie tijdelijk of definitief te doen staken) wanneer er sprake is van aan de inrichting te relateren aantasting van het woon- en leefklimaat, de openbare orde, de veiligheid en de zedelijkheid. De wens om invloed uit te kunnen oefenen op de omgeving en bij geconstateerde overlast te kunnen handhaven is nog steeds actueel gelet op de (terugkerende) klachten van omwonenden over overlast van horecabedrijven en uitgaanspubliek.

Wijzigingen in de beleidsregel

Deze beleidsregel is een actualisatie van de Notitie Exploitatievergunning gemeente Zutphen Herziening 2010. Behalve enkele tekstuele aanpassingen zijn de recente beleidswijzigingen over terrassen (2020) en sluitingstijden (2023) onveranderd in deze beleidsregel opgenomen. In deze actualisatie zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • -

    begripsomschrijvingen voor de diverse categorieën horecabedrijven zijn toegevoegd;

  • -

    een beperktere vergunningplicht voor ondersteunende horeca bij detailhandel is opgenomen;

  • -

    de geldigheidsduur van de exploitatievergunning is aangepast;

  • -

    sluitingstijden van terrassen in de binnenstad;

  • -

    bepalingen over handhaving van exploitatievergunningen;

  • -

    er wordt verwezen naar juiste (gewijzigde) wet- en regelgeving.

Wet BIBOB

Met deze beleidsregel is tevens aansluiting gezocht bij de bepalingen van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (wet Bibob) die per 1 juni 2003 in werking is getreden. Deze wet maakt het mogelijk de integriteit van de aanvrager van een exploitatievergunning te toetsen als er een risico bestaat dat de vergunning gebruikt zal worden om strafbare feiten te plegen. In de Beleidsregel Bibob gemeente Zutphen 2021 is vastgesteld dat voor horeca-, sexinrichtingen, escortbedrijven, coffeeshops (alcoholvrije bedrijven) de Wet Bibob toegepast kan worden.

Artikelsgewijze toelichting

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden de in deze beleidsregel gehanteerde begrippen omschreven.

Paragraaf 2 Categorieën horecabedrijven

Artikel 2 Categorieën horecabedrijven

In artikel 2:28, eerste lid van de APV is geregeld dat het verboden is om een openbare inrichting, als bedoeld in één van de door de burgemeester aangewezen categorieën, te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. In dit artikel worden de categorieën openbare inrichtingen aangewezen waarvoor de vergunningplicht geldt.

Omdat de exploitatievergunning primair een ‘overlastvergunning’ is, wordt in hetzelfde artikel ook aan aantal horecabedrijven uitgezonderd van de vergunningplicht. Van de in het tweede lid genoemde horecabedrijven is geen overlast te verwachten.

Voor ondersteunende horeca bij detailhandel komt de vergunningplicht te vervallen. Een uitzondering hierop vormt ondersteunende horeca bij snackbars, cafetaria’s, broodjeszaken en vergelijkbare zaken die zich vooral richten op afhalen en bezorgen en zijn gevestigd in een pand met een detailhandelsbestemming.

Paragraaf 3 Algemene bepalingen

Artikel 3 Aanvraag

In dit artikel zijn enkele procedurele regels over de aanvraag opgenomen. Een aanvraag moet digitaal worden ingediend. Er zijn afzonderlijke aanvraagformulieren voor alcohol schenkende en alcoholvrije horecabedrijven. De aanvraagformulieren zijn zo ingericht dat (bij alcohol schenkende horecabedrijven) niet wordt gevraagd om gegevens die ook bij de aanvraag voor een Alcoholwetvergunning worden gevraagd. Ook hoeven deze horecabedrijven geen Verklaring omtrent gedrag aan te leveren omdat het op grond van de Alcoholwet mogelijk is om de gegevens op te vragen bij het Justitieel Documentatie Centrum.

Onderdeel van de aanvraagprocedure is een Bibob beoordeling. Het Bibob vragenformulier wordt daarvoor apart verstrekt. Vanwege de gevoeligheid van de aan te leveren informatie en gegevens, gebeurt verstrekking via een apart emailadres en worden de documenten en stukken niet in het gemeentelijke zaaksysteem opgeslagen.

Artikel 4 Publicatie, indienen zienswijze

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 5 Advies

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 6 Beslistermijn

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 7 Geldigheidsduur vergunning

Op grond van de eerdere beleidsregel werd bij een aanvraag van een nieuwe horecaexploitant eerst een exploitatievergunning voor één jaar verleend. Aan het eind van de looptijd werd beoordeeld of de vergunning kon worden verlengd en of er andere voorschriften moesten worden gesteld.

In de praktijk werd de vergunning altijd verlengd. Dat heeft er ook mee te maken dat een ondernemer investeringen doet en het verlenen van een vergunning voor één jaar onzekerheid met zich meebrengt. Daarom is er nu voor gekozen om een vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen. Bij geconstateerde overlast is de burgemeester altijd bevoegd om te handhaven en het stellen van andere (aanvullende) voorschriften is niet beperkt tot de evaluatie na het eerste jaar.

Het tweede lid geeft de mogelijkheid om – als er dringende redenen zijn voor de openbare orde of het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf – een vergunning met beperkte looptijd te verlenen. Dit moet de burgemeester motiveren.

Artikel 8 Persoonsgebonden vergunning

De vergunning is persoonsgebonden en daarom niet overdraagbaar. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de persoon van de exploitant (ondernemer) een belangrijke rol speelt in de wijze van exploitatie en dus ook in de wijze waarop deze exploitatie het woon- en leefklimaat en de openbare orde beïnvloedt.

Artikel 9 Weigeringsgronden

De weigeringsgronden voor een aanvraag worden genoemd in artikel 2:28 van de APV.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 van de APV weigert de burgemeester de vergunning als de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan (artikel 2:28, tweede lid APV).

De burgemeester kan de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting (artikel 2:28, derde lid APV). De burgemeester houdt daarbij rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting (artikel 2:28, vierde lid APV).

Een toestemming voor een bij de openbare inrichting horend terras kan worden geweigerd als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of het doelmatig en veilig gebruik daarvan of als dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg (artikel 2:28, vijfde lid APV).

Onder b. en c. is de Wet Bibob als weigeringsgrond toegevoegd. Een vergunning wordt geweigerd als ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of strafbare feiten te plegen (artikel 3 Wet Bibob).

Het gaat hierbij aldus om gevaar dat de desbetreffende vergunning zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen geld, op geld waardeerbare voordelen te benutten. In de tweede plaats gaat het om het gevaar dat de vergunning wordt misbruikt om strafbare feiten te plegen. Dit houdt in dat er een duidelijk verband moet bestaan tussen enerzijds de te verlenen of reeds verleende vergunning en anderzijds de strafbare feiten. Ten derde kan de vergunning geweigerd worden als het vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd. De weigering vindt plaats als deze evenredig is met de mate van het gevaar en – voor zover de vergunning wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten – de ernst van de strafbare feiten. De weigering van de vergunning moet derhalve mede voldoen aan het proportionaliteitsvereiste.

Artikel 10 Voorschriften en/ of beperkingen in de vergunning

Op grond van artikel 1.4 van de APV kunnen aan een vergunning die op grond van de APV is verleend voorschriften of beperkingen worden verbonden. Deze mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist.

In dit artikel zijn de voorschriften en beperkingen vermeld die in beginsel aan een vergunning worden verbonden. Het tweede lid geeft de burgemeester de mogelijkheid om, als daartoe aanleiding bestaat, nog andere voorschriften of beperkingen aan de vergunning te verbinden. Ook daarvoor geldt dat deze slechts mogen strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist.

Artikel 11 Wijziging of intrekking vergunning

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Paragraaf 4 Openingstijden

Na een periode met vrije sluitingstijden in het weekend zijn in 2023 weer vaste sluitingstijden ingevoerd.

Als gevolg van de vrije sluitingstijden bleef uitgaanspubliek langer in de stad. Er was geen vast moment meer waarop de horeca dicht ging met als gevolg dat publiek bleef hangen in de hoop nog ergens naar binnen te kunnen. Ook nadat de laatste ‘natte’ horeca was gesloten bleef publiek in de stad. Veelal rond de Schupsstoel waarbij ze werden gefaciliteerd door de broodjeszaak die – als enige in de stad – op dat moment nog was geopend. Tot in de vroege ochtend zorgde dit voor overlast voor omwonenden. Met het invoeren van sluitingstijden, inclusief een afbouwregeling en afspraken over het verwijderen van uitgaanspubliek van de Schupstoel is het na 04.00 uur weer rustig in de stad.

De nieuwe sluitingstijdenregeling is tot stand gekomen na overleg met de nachthoreca. Ook bleek uit een enquête onder de nachthoreca dat de meeste horecabedrijven niet of slechts incidenteel gebruik maakten van de vrije sluitingstijden. De meesten zijn op hetzelfde tijdstip of eerder gesloten dan voorheen. Het weer invoeren van sluitingstijden belemmert hen niet in de bedrijfsvoering. Er is geen onderscheid meer in sluitingstijden voor cafés, discotheken en cafés met dansgelegenheden en avondzaken. Met de vrije sluitingstijden en de verruimde regels voor terrassen ontstonden voor cafés meer exploitatiemogelijkheden terwijl discotheken/ cafés met dansgelegenheid en avondzaken pas om 16.00 uur de deuren mochten openen. Met deze nieuwe sluitingstijdenregeling gelden dezelfde openings- en sluitingstijden voor cafés en discotheken met dansgelegenheid. Voor avondzaken geldt een iets latere sluitingstijd vanwege de functie die zij vervullen in het uitgaansleven.

Artikel 12 Openingstijden

De reguliere sluitingstijd van 01.00 uur tot 07.00 uur is geregeld in de APV. De burgemeester heeft daarbij de bevoegdheid gekregen om door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vast te stellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras (artikel 2:29, tweede lid APV).

Artikel 13 In aanmerking komende horecabedrijven

In dit artikel is geregeld welk type horecabedrijf wel of juist niet in aanmerking komt voor verruimde openingstijden.

Artikel 14 Verruimde openingstijden en voorwaarden

In dit artikel is per categorie in aanmerking komende horecabedrijven geregeld welke sluitingstijd en welke voorwaarden er gelden. Doel van deze regeling is een geleidelijke uitstroom van publiek en om ervoor te zorgen dat het om uiterlijk 04.00 uur rustig is in de stad.

Artikel 15 Voorwaarden verruimde openingstijden

Langer open zijn dan de reguliere openingstijden vraagt een bijzondere verantwoordelijkheid van de deelnemende horecabedrijven. Er gelden daarom voorwaarden om langer/ ruimer op te mogen zijn.

Een horecabedrijf komt alleen in aanmerking voor een vergunning voor verruimde openingstijden als het huis- en gedragsregels hanteert, deelneemt aan het systeem van Collectieve Horecaontzeggingen en gebruik maakt van gekwalificeerde portiers aan de deur. Voor horecabedrijven met een capaciteit kleiner dan 100 bezoekers of een vloeroppervlakte kleiner dan 50 m² kan de burgemeester een uitzondering maken op de verplichting om gebruik te maken van gekwalificeerde portiers aan de deur.

Voor het systeem van Collectieve Horecaontzeggingen wordt samengewerkt in het project Veilig Uitgaan. Elk horecabedrijf dat gebruik maakt van de vrije sluitingstijden doet verplicht mee in deze samenwerking.

Artikel 16 Voorschriften en/ of beperkingen vergunning verruimde openingstijden

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 17 Zomertijd/ wintertijd

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 18 Incidentele vergunning latere sluitingstijd

Onder bijzondere dagen vallen in ieder geval Nieuwjaarsdag, Koningsdag (Koningsnacht) en de nacht volgend op Tweede Kerstdag. Voor die dagen wordt een apart besluit genomen waarvoor ondernemers die gebruik willen maken van de latere sluitingstijd een melding kunnen doen. Incidenteel kan een ondernemer ook een vergunning aanvraag voor een latere sluitingstijd. Bijvoorbeeld voor een avond in het teken van de verkiezingsuitslag (waar de verwachting is dat de uitslag pas na middernacht bekend wordt gemaakt). Dit wordt per aanvraag beoordeeld.

Paragraaf 5 Terrassen

Een stad als Zutphen met een monumentaal centrum heeft een bepaalde aantrekkingskracht. Mensen moeten het gezellig vinden om er naartoe te komen en het straatbeeld moet sfeervol, levendig maar ook leefbaar zijn. Dit geldt vooral in de binnenstad, maar ook in de omliggende wijken en in Warnsveld. De gezelligheid die door de aanwezigheid van terrassen wordt gecreëerd, is van groot belang voor die uitstraling. Voorop staat dat het exploiteren van een terras mogelijk moet zijn.

Daarnaast moet de verkeersveiligheid, de openbare orde en een harmonieus straatbeeld niet in gevaar worden gebracht. Dat betekent dat terrassen in aantal, vorm en omvang gereguleerd moeten worden. In deze beleidsregel is daarom een afweging gemaakt tussen de economische belangen van horecaondernemers en de andere belangen:

  • -

    regulering van het gebruik van de openbare ruimte;

  • -

    goede doorstroming van het verkeer, waaronder ook het voetgangersverkeer;

  • -

    verkeersveiligheid;

  • -

    toegankelijkheid van de binnenstad voor hulpdiensten;

  • -

    beperking van overlast voor de woon- en leefomgeving.

Artikel 19 In aanmerking komende horecabedrijven

Met uitzondering van coffeeshops komen alle horecabedrijven in aanmerking voor een terras. Volgens artikel 2:27 APV behoort het terras tot het horecabedrijf en daarmee is de exploitatievergunning ook van toepassing op de bij het bedrijf behorende terrassen.

Dat bij coffeeshops geen terrassen worden toegestaan volgt uit het Coffeeshopbeleid Zutphen 2014. Door bij coffeeshops geen terrassen toe te staan wordt ongecontroleerde handel tegengegaan en wordt voorkomen dat een coffeeshop een te laagdrempelig karakter krijgt. Terrassen zouden het risico verhogen dat, met name jong publiek ongewild in aanraking komt met softdrugs.

Artikel 20 Toiletvoorziening

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 21 Situering en omvang terras

In dit artikel staan de uitgangspunten voor wat betreft situering en omvang van terrassen. Uitgangspunt is dat een terras mogelijk is, als dit direct grenst aan het pand van het horecabedrijf, en het terras niet breder is dan het horecapand waar het bij hoort. Op deze wijze bestaat er een duidelijke binding met het horecabedrijf en kan de exploitant voldoende toezicht houden op het terras.

Artikel 22 Terrasuitbreiding

Naast een terras voor het pand kan het mogelijk zijn ook een overterras te realiseren of een terras voor een naast gelegen (aangrenzend) pand. Voor uitbreiding van het terras gelden de voorwaarden zoals vermeld in dit artikel.

Terrassen op een binnenplaats en/ of achtererf zijn niet toegestaan. Vooral in de binnenstad zijn dergelijke plaatsen vaak omsloten door woningen waardoor de ruimte als een klankkast kan fungeren. Een terras zorgt dan voor teveel overlast.

Een uitbreiding van een terras kan enkel en alleen tijdens het terrasseizoen van 1 april tot en met 31 oktober van enig kalenderjaar. Op deze wijze wordt voorkomen dat langdurig gebruik wordt gemaakt van de openbare ruimte terwijl feitelijk geen terras wordt geëxploiteerd. De precario voor de uitbreiding van het terras wordt in dat geval naar rato van het aantal maanden in rekening gebracht.

De uitbreiding van het terras voor een aangrenzend gebouw is mede afhankelijk van de privaatrechtelijke instemming van de eigenaar/ gebruiker van dat aangrenzende gebouw. Dit betekent dat de situatie kan wijzigen als er een andere eigenaar/ gebruiker komt. Om de nieuwe eigenaar/ gebruiker niet te confronteren met een situatie waar hij geen zeggenschap meer over heeft, wordt uitbreiding van het terras afhankelijk gesteld van de toestemming van de eigenaar/ gebruiker van het aangrenzende gebouw. Dit betekent dat de exploitant met een eventuele nieuwe eigenaar/ gebruiker van het aangrenzende gebouw opnieuw tot overeenstemming moet komen.

Artikel 23 Terrastekening

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 24 Openingstijden terrassen

Terrassen in het centrumgebied mogen in de periode van 1 april tot en met 31 oktober in de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag geopend blijven tot 1.00 uur.

Artikel 25 Inrichting terras en terrasmeubilair

In de ‘Regeling ter beoordeling van aanvragen op grond van artikel 2 van de Verordening Stads- en Landschapsschoon, aanvragen op grond van artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen en aanvragen op grond van de Bouwverordening Zutphen’ staan aanvullende regels waar terrassen en het aanwezige terrasmeubilair aan moet voldoen. Uitgangspunt is dat het terrasmeubilair wat betreft materiaal en kleur een eenheid vormen en een kwalitatief hoogwaardige uitstraling hebben. Het op het terras aanwezige meubilair moet gemaakt zijn van kwalitatief hoogwaardig materiaal en passen in het straat- en gevelbeeld. Het materiaal moet bestaan uit hout, riet en/ of kunststof, eventueel in combinatie met metaal. Goedkoop uitziende en niet duurzame (kunststof) materialen zijn niet toegestaan.

Er gelden ook regels voor terrasschotten, bloembakken/ plantenbakken, parasols en verlichting. Afhankelijk van de wijze van bevestiging is er mogelijk een omgevingsvergunning nodig voor de plaatsen van deze objecten.

Artikel 26 Bijzondere situaties

Als de locatie waarop het terras geëxploiteerd wordt, is aangewezen als of is gelegen binnen het evenemententerrein op grond van een evenementenvergunning, wordt de inrichting van de terraslocatie gedurende dat evenement bepaald door de evenementenvergunning. Dit betekent dat de inrichting van het terras tijdelijk gewijzigd kan worden of niet mogelijk is.

Artikel 27 Terrassen bij ondersteunende horeca

Door terrassen bij ondersteunende horeca bij detailhandel in omvang te beperken tot maximaal 3 tafels en 6 stoelen, blijft het ondersteunende (en daarmee ondergeschikte) karakter van de horeca activiteit geborgd.

Paragraaf 6 Overige bepalingen

Artikel 28 Handhaving

De exploitatievergunning horeca maakt het mogelijk bij ernstige verstoring van de openbare orde adequaat op te treden. Het begrip ‘openbare orde’ wordt in de wetgeving veelvuldig gebruikt zonder dat er een definitie is gegeven. Een veel gebruikte omschrijving is: ‘het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven’.

Op grond van artikel 174, eerste lid, Gemeentewet wordt de burgemeester belast met het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden, alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Op basis van artikel 175 Gemeentewet is de burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij of zij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar noodzakelijk acht.

Bestuursrechtelijk

Het bestuursrecht is er op gericht instrumenten aan overheden en dus ook aan bestuursorganen van gemeenten te bieden om hun bestuursrechtelijke taak uit te oefenen. Sancties in het bestuursrecht hebben tot doel om een bepaalde door de overheid gewenste toestand te handhaven. Sancties waar aan gedacht kan worden zijn het opleggen van een last onder dwangsom. In dit artikel is de bestuursrechtelijke handhaving uitgewerkt in een handhavingsarrangement.

Strafrechtelijk

Het strafrecht ziet toe op het beschermen van de openbare orde en het garanderen van de veiligheid in de samenleving door opsporing en vervolging van strafbare feiten.

Strafvervolging en een bestuursrechtelijke sanctie kunnen los van elkaar, gelijktijdig, en achter elkaar worden toegepast. Handhavend optreden door een bestuurlijk orgaan is er op gericht een einde te maken aan een verboden toestand en te leiden tot herstel van de gewenste toestand. Strafrechtelijk optreden daarentegen maakt de gevolgen van een overtreding meestal niet ongedaan, maar is primair gericht op vergelding van het aan de samenleving aangedane onrecht en het voorkomen van herhaling.

De strafrechtelijke handhaving is niet uitgewerkt in een handhavingsarrangement omdat dit een bevoegdheid van de politie is.

Artikel 29 Afwijkingsbevoegdheid

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 30 Intrekking oude regeling

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 31 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 32 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.