Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2025

Geldend van 20-02-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2025

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;

overwegende:

  • dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) dient ter bescherming van de integriteit van de overheid door te voorkomen dat overheden door het geven van vergunningen, subsidies, of door aanbestedingen van overheidsopdrachten of vastgoedtransacties, onbedoeld en ongewild criminele activiteiten faciliteren;

  • dat de Wet Bibob daartoe een bestuurlijk instrument biedt;

  • dat het wenselijk is voor de toepassing van de Wet Bibob beleidsregels vast te leggen.

gelezen het voorstel van 11 februari 2025 met registratienummer 24.1050179;

gelet op Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur (Wet Bibob) en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t :

  • 1.

    Vast te stellen de 'Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2025', zoals vastgelegd in de bijlage bij dit besluit.

  • 2.

    Te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

1 Inleiding

Het doel van de Wet Bibob is het voorkomen dat een overheidsorganisatie activiteiten faciliteert door bijvoorbeeld het verlenen van een vergunning of het verstrekken van een subsidie aan een malafide ondernemer. Dit wordt zo goed mogelijk voorkomen door een Bibob-onderzoek uit te voeren naar de integriteit van de betrokkene en diens (zakelijke) omgeving.

De Wet Bibob is van toepassing op alle in de wet genoemde beschikkingen (publiekrechtelijk), overheidsopdrachten en vastgoed-/grondtransacties waarbij de overheid partij is (privaatrechtelijk). Het biedt de mogelijkheid deze beschikkingen te weigeren dan wel in te trekken en overheidsopdrachten en vastgoed-/grondtransacties niet aan te gaan dan wel te ontbinden, opzeggen of vernietigen wegens mogelijk crimineel misbruik ervan. Zo wordt de integriteit van de overheidsorganisatie beschermd. De vermenging van onder- en bovenwereld heeft een ontwrichtende werking op de samenleving en kan leiden tot oneerlijke concurrentie. Met toepassing van de Wet Bibob wordt dus tevens de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd.

Het is de eigen beslissing en verantwoordelijkheid van het hoogheemraadschap (en zijn bestuursorgaan) om het Bibob-instrument toe te passen. Vanwege de grote mate van bestuurlijke keuzevrijheid bij de toepassing van de Wet Bibob verdient het de voorkeur dat de toepassing plaatsvindt op basis van een beleidsregel, waarin het hoogheemraadschap aangeeft op welke wijze de Wet Bibob door de organisatie toegepast zal worden. Dit schept duidelijkheid naar de burgers en ondernemingen dat ze mogelijkerwijs aan een Bibob-onderzoek kunnen worden onderworpen. Dit laat onverlet dat in afwijking van de hierna volgende bepalingen tot uitvoering van een Bibob-onderzoek kan worden besloten, indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.

Voorts acht het hoogheemraadschap het van belang om middels deze beleidsregel van tevoren kenbaar te maken dat zij het uitermate van belang vindt dat haar eventuele zakenrelaties en contractspartijen integer handelen en dat daarover geen twijfels mogen bestaan of ontstaan. Zij wil uitsluitend zakendoen met integere partijen.

2 Begrippenlijst

In deze beleidsregel zijn de definities, zoals deze genoemd zijn in artikel 1 van de Wet Bibob van overeenkomstige toepassing, tenzij hieronder anders is bepaald.

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • Aanvraag: de aanvraag om een vergunning of een subsidie, de aanmelding voor of de inschrijving op -een aanbestedingsprocedure voor de plaatsing van een overheidsopdracht of het aangaan van een vastgoedtransactie;

  • Bestuursorgaan: het hoogheemraadschap heeft drie bestuursorganen: het college van hoofdinglanden, het college van dijkgraaf en hoogheemraden en de dijkgraaf;

  • Beschikking: een beschikking ter zake van een subsidie, alsmede een beschikking ter zake van een vergunning, toekenning, goedkeuring, erkenning, registratie, aanwijzing of ontheffing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, Wet Bibob;

  • Betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidieontvanger, de vergunninghouder, de begunstigde van een beschikking, de gegadigde en de inschrijver, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie wordt onderhandeld over een dergelijke transactie, en de beoogd verkrijger van een erfpachtrecht of opstalrecht waarvoor toestemming is gevraagd en de beoogd verkrijger van een recht op eigendom of een zakelijk recht waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling “vastgoedtransactie”. Onder betrokkene wordt verder mede verstaan degene die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager van de omgevingsvergunning gelijk kan worden gesteld (art. 5.31, tweede lid van de Omgevingswet).

  • Bibob-toets: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij door het bestuursorgaan volgens deze beleidsregel wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, een beschikking in te trekken, te beëindigen, te wijzigen of hieraan voorschriften te verbinden dan wel een vastgoedtransactie niet aan te gaan of te beëindigen of een overheidsopdracht niet te gunnen, al dan niet na adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB);

  • Bibob-vragenformulier: een formulier dat is gebaseerd op de regeling als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid van de Wet Bibob;

  • Eigen ambtelijke informatie: informatie waarover de overheidsorganisatie beschikt en die het hoogheemraadschap in het kader van het eigen onderzoek kan gebruiken en/of informatie waar het hoogheemraadschap op verzoek over kan beschikken;

  • Eigen onderzoek: de wijze waarop het hoogheemraadschap toepassing geeft aan artikel 7a van de Wet Bibob, waarbij onderzoek wordt gedaan naar feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, eerste tot en met zesde lid, en artikel 9, tweede en derde lid van de Wet Bibob. Het eigen onderzoek is nader omschreven in deze beleidsregel;

  • Landelijk Bureau Bibob (LBB): het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob;

  • Overheidsopdracht: een opdracht zoals nader omschreven in artikel 1, vierde lid, van de Wet Bibob;

  • Vastgoed/grondtransactie: een overeenkomst of een andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, Wet Bibob;

  • Zakelijke relatie: persoon die (in)direct leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan.

Waar in deze beleidsregel “het hoogheemraadschap” wordt genoemd, wordt hiermee zowel het bestuursorgaan als -wanneer van toepassing- de rechtspersoon met een overheidstaak bedoeld.

3 Toepassing Wet Bibob

3.1 Aanleiding starten Bibob-onderzoek

Het Hoogheemraadschap kan een Bibob-onderzoek starten:

  • indien er een aanvraag wordt gedaan voor een publiekrechtelijke beschikking zoals een vergunning of subsidie;

  • bij privaatrechtelijke transacties, waaronder begrepen overheidsopdrachten en vastgoed-/grondtransacties;

  • indien op basis van eigen ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC (regionale informatie- en expertisecentra) twijfels bestaan over de integriteit van betrokkene of diens (zakelijke) relaties. Deze twijfels kunnen bestaan uit vermoedens dat een betrokkene of diens zakelijke omgeving in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden;

  • indien het hoogheemraadschap een tip van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob heeft ontvangen;

  • indien er een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, die er op wijst dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden, als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob is ontvangen.

Dit geldt ook voor reeds verleende beschikkingen.

Uitvoering van het Bibob-onderzoek blijft in beginsel achterwege in het geval een aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semioverheidsinstanties, woning(bouw)coöperaties die onder de Woningwet vallen.

3.2 Beschikkingen

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier kan de Wet Bibob toepassen bij de volgende verleende dan wel te verlenen beschikkingen (vergunningen en subsidies).

  • Omgevingsvergunning voor een waterschap activiteit (zie Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, hoofdstuk 2 tot en met 4)

  • Een wijzigingsbesluit met betrekking tot een omgevingsvergunning

  • Subsidiebeschikking

  • De hier niet genoemde (toekomstige) vergunningen(stelsels) in het kader van waterschaps belangen, in gevallen en onder de voorwaarde als genoemd in artikel 3 en volgende van de Wet Bibob.

3.3 Privaatrechtelijke transacties

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier kan de Wet Bibob toepassen bij de volgende privaatrechtelijke transacties.

  • Vastgoed-/grondtransacties als bedoeld in artikel 1, eerste lid, Wet Bibob;

  • Overheidsopdrachten als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012.

4 Uitvoering

4.1 Aanvraag buiten behandeling stellen

Weigering volledig invullen Bibob-vragenformulieren

  • 1.

    Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld met daarbij de verplichte bijlagen te retourneren, zullen bij aanvragen om een beschikking de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegepast worden. Bij volharding zal de aanvraag buiten behandeling worden gesteld ingevolge artikel 4:5 van de Awb.

  • 2.

    Bij verleende beschikkingen zal een weigering om een formulier volledig in te vullen met daarbij de verplichte bijlagen op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet Bibob worden beschouwd als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob. De verstrekte vergunning of subsidie kan als gevolg daarvan worden ingetrokken.

4.2 Eigen onderzoek

Het eigen onderzoek wordt gedaan door medewerkers van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hierbij wordt gekeken naar de organisatie- en bedrijfsstructuur, de financiering en de handhavings- en strafgeschiedenis.

Het hoogheemraadschap:

  • beoordeelt de aanvraag op basis van de bij het Hoogheemraadschap bekende feiten en omstandigheden en het geretourneerde Bibob-vragenformulier;

  • analyseert de verzamelde informatie die, al dan niet via het Bibob-vragenformulier en bijhorende bijlagen door de betrokkene is verstrekt, en de gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen die het hoogheemraadschap volgens de wet mag/kan raadplegen;

  • trekt een eigen conclusie zonder tussenkomst van het Landelijk Bureau Bibob, of;

  • verzoekt het Landelijk Bureau Bibob om een nader advies.

4.3 Verbindende voorschriften

Voor zover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar (als bedoeld in artikel 3 eerste lid, van de Wet Bibob) kan het bestuursorgaan bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar. Het bestuursorgaan heeft eenzelfde bevoegdheid indien sprake is van een ernstig gevaar waarbij de ernst van de strafbare feiten weigering of intrekking van de beschikking niet rechtvaardigt. Het bestuursorgaan kan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift wijzigen. Indien niet wordt voldaan aan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift, kan het bestuursorgaan de beschikking intrekken.

4.4 Landelijk Bureau Bibob

Het LBB zal naar aanleiding van de adviesaanvraag een nader onderzoek instellen en een advies uitbrengen over de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob. Het LBB valt onder het ministerie van Veiligheid en Justitie en onderzoekt of betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in de Wet Bibob. Daarnaast kunnen andere personen (zakelijke samenwerkingsverbanden) betrokken worden in het onderzoek. In artikel 3 Wet Bibob is bepaald dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als die feiten door een ander gepleegd zijn. Het LBB kan drie soorten adviezen afgeven.

  • 1.

    Er is geen sprake van een ernstige mate van gevaar.

  • 2.

    Er is sprake van een mindere mate van gevaar.

  • 3.

    Er is sprake van geen gevaar.

Naar aanleiding van het afgegeven advies dient het hoogheemraadschap een afweging te maken over de beschikking. Het Hoogheemraadschap kan besluiten de beschikking te verlenen, te verlenen met voorschriften of te weigeren/in te trekken. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het besluit dat wordt genomen, al dan niet op basis van het advies van het LBB.

Notificatieplicht

  • Het Hoogheemraadschap informeert betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag aan het LBB. Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn. Een afschrift van deze brief wordt gevoegd bij het adviesverzoek aan het LBB.

  • Als, op basis van het advies van het LBB, een gevraagde beschikking wordt geweigerd of een eerder verleende beschikking wordt ingetrokken, wordt aan betrokkene een kopie van het adviesrapport ter hand gesteld. Betrokkene wordt daarbij gewezen op zijn geheimhoudingsplicht.

  • Derden hebben recht op inzage, maar alleen op dat gedeelte dat op hen van toepassing is.

  • Wanneer het hoogheemraadschap na eigen onderzoek zonder advies van het LBB concludeert dat sprake is van een ernstig gevaar of mindere mate van gevaar of wanneer betrokkene zich vanwege het toepassen van de Wet Bibob terugtrekt, meldt hij dit aan het LBB op grond van de verplichting in artikel 7 lid 7 en lid 8 van de Wet Bibob.

Het advies van het LBB kan door het hoogheemraadschap voor een periode van twee jaar worden gebruikt voor andere beslissingen.

4.4 Subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel

Bij de Wet Bibob zijn de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit belangrijke uitgangspunten. Bij subsidiariteit gaat het er om of het doel (de bescherming van de integriteit van het hoogheemraadschap) ook op andere, minder ingrijpende manieren kan worden bereikt. Ten aanzien van de Wet Bibob betekent dit dat het een ultimum remedium is. Het hoogheemraadschap dient eerst te bekijken of bestaande weigerings- of intrekkingsgronden mogelijkheden bieden om een vergunning of een subsidie al dan niet te weigeren of in te trekken, een vastgoedtransactie niet aan te gaan, op te schorten of te ontbinden, of een overheidsopdracht niet te gunnen of de onderhandelingen af te breken. Alle gangbare en minder vergaande mogelijkheden moeten zijn benut, voordat in het uiterste geval advies wordt gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob.

Het proportionaliteitsbeginsel wordt door het hoogheemraadschap tot uitdrukking gebracht door het Bibob-instrument risicogericht in te zetten op de plekken waar de kans op het onbewust faciliteren van criminele activiteiten het grootst is. In de praktijk betekent dit dat het hoogheemraadschap de Wet Bibob zal toepassen om de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob te onderzoeken indien sprake is van:

  • bezwaren met betrekking tot de integriteit van de betrokkene en zijn zakelijke relaties;

  • geen tot onvoldoende transparantie met betrekking tot de bedrijfsstructuur, de organisatiestructuur en/of de wijze van financiering;

  • specifieke branche- en/of locatierisico’s.

In dergelijke gevallen worden in beginsel slechts die gegevens van de betrokkene verlangd die noodzakelijk zijn voor een adequaat onderzoek. Daarnaast moeten de gevolgen die voortvloeien uit de besluitvorming door het hoogheemraadschap, gebaseerd op de resultaten van het Bibob-onderzoek, evenredig zijn aan de mate van gevaar.

4.5 Valsheid in geschriften

Het Bibob-vragenformulier dient volledig en naar waarheid te worden ingevuld. Het opzettelijk verschaffen van onjuiste informatie is strafbaar, net als het opzettelijk weglaten van informatie (art. 227a en 227b, Wetboek van Strafrecht). Het hoogheemraadschap kan de vergunning in dat geval weigeren of intrekken, een vastgoed-/grondtransactie niet aangaan dan wel een inschrijver voor een overheidsopdracht uitsluiten. Indien er een vermoeden bestaat dat ter verkrijging of behoud van de (ver)gunning een strafbaar feit, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, is gepleegd kan het hoogheemraadschap aangifte doen bij de politie. Van deze bevoegdheid zal het hoogheemraadschap in beginsel gebruik maken.

5 Slotbepaling

5.1 Evaluatie en aanpassing

Het hoogheemraadschap zal de inzet van het Bibob-instrumentarium blijvend evalueren. Aandachtspunten daarbij zijn onder andere knelpunten bij de uitvoering van de wet, juridische ontwikkelingen, samenwerking tussen partners en samenwerking met het RIEC en het Landelijk Bureau Bibob.

5.2 Citeerregel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als de 'Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2025'.

5.3 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel is vastgesteld door het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier op 11 februari 2025. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van bekenmaking in het Waterschapsblad.

5.4 Bekendmaking

Dit beleid zal bekendgemaakt worden door plaatsing in het Waterschapsblad en publicatie op overheid.nl

Ondertekening

Toelichting op de uitvoering van het Bibob-onderzoek door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Ten aanzien van het eigen onderzoek wordt opgemerkt dat de hierna genoemde stappen bedoeld zijn om het eigen onderzoek door het hoogheemraadschap voor de betrokkene(n) en eventuele relevante Bibob-relaties inzichtelijk te maken. Het hoogheemraadschap behoudt zich het recht voor om het eigen onderzoek op een andere wijze uit te voeren, binnen de hiervoor gestelde wettelijke kaders en bevoegdheden.

Eigen onderzoek

afbeelding binnen de regeling

Wanneer het hoogheemraadschap het Bibob-onderzoek doet wordt betrokkene (en eventueel degene die met de betrokkene gelijk kan worden gesteld) verzocht het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij het hoogheemraadschap. Daarbij dienen ook de documenten te worden gevoegd, die in deze vragenformulieren ter onderbouwing van de gegeven antwoorden worden gevraagd. In geval de aanvraag betrekking heeft op een nieuwe beschikking, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag om beschikking.

  • a.

    Het eigen onderzoek behelst in ieder geval:

    • de controle en analyse van de door de betrokkene aangereikte informatie/documenten bij het Bibob-vragenformulier;

    • de controle en analyse van eventuele extra, op verzoek van het hoogheemraadschap door betrokkene overgelegde documenten of informatie;

    • “Open bronnen” onderzoek (zoals Kamer van Koophandel, Kadaster, etc.) ten aanzien van de betrokkene en mogelijke relevante Bibob-relaties.

  • b.

    Op grond van de Wet Bibob kunnen in het kader van het eigen onderzoek o.a. de volgende “gesloten bronnen” geraadpleegd worden.

    • Politiegegevens ten aanzien van de betrokkene(n) op grond van artikel 4.3 onder l van het Besluit politiegegevens

    • Justitiële gegevens

    • Informatie over de betrokkene(n) en relevante Bibob-relaties bij het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11a van de wet

    • Informatie van de Rijksbelastingdienst over de betrokkene(n) en relevante Bibob-relaties als bedoeld in artikel 7c van de Wet

  • c.

    Ten aanzien van de financiering van het project/ activiteit geldt dat de financiering aannemelijk en inzichtelijk dient te zijn. Om de financiering aannemelijk en inzichtelijk te maken, gelden ten aanzien van de financiering de volgende niet-limitatieve bepalingen.

    • Bij financiering door middel van eigen vermogen dient de aanwezigheid en de herkomst van dit eigen vermogen aangetoond te worden.

    • Wanneer sprake is van financiering uit eigen vermogen door middel van contante gelden, dient de aanwezigheid en de herkomst van het contante geld aannemelijk en inzichtelijk te worden gemaakt door de betrokkene(n).

    • Bij financiering door middel van vreemd vermogen dient altijd een (in het Nederlands dan wel vertaalde) lenings- of schenkingsovereenkomst overgelegd te worden waaruit de financiering blijkt en onder welke voorwaarden deze financiering is verstrekt.

    • Bij financiering door middel van vreemd vermogen dient de identiteit van de (indirecte) vermogensverschaffer aangetoond te worden. Bij financiering door rechtspersonen dienen de uiteindelijk natuurlijke personen (aandeelhouders) achter deze rechtspersonen inzichtelijk gemaakt te worden.

    • Bij financiering door middel van vreemd vermogen dient door middel van bankafschriften aangetoond te worden dat deze gelden ontvangen zijn.

    • Wanneer financiering van vreemd vermogen plaatsvindt dient de herkomst van de geldstroom van de vermogensverschaffer naar betrokkene(n) volledig inzichtelijk en aannemelijk te worden gemaakt.

    • Wanneer financiering van vreemd vermogen plaatsvindt door middel van crowdfunding dan wel vergelijkbare financiering, kan het hoogheemraadschap het betreffende platform verplichten de identiteit van de uiteindelijke vermogensverschaffers kenbaar te maken aan het hoogheemraadschap.

Gevolgen van en Bibob-onderzoek bij beschikkingen

  • De beschikking wordt verleend zonder (aanvullende) voorwaarden als blijkt dat er geen integriteitsrisco’s zijn.

  • Wanneer het Bibob-vragenformulier niet volledig wordt ingevuld, dan wel de gegevens niet volledig zijn verstrekt, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld, nadat aanvrager in de gelegenheid is gesteld binnen een door het hoogheemraadschap gestelde termijn de aanvraag aan te vullen. Een weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren dan wel onvolledig aan te leveren kan leiden tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag dan wel tot het intrekken van de verleende vergunning.

  • Als het hoogheemraadschap op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob en een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstig gevaar, als bedoeld in de Wet Bibob, kan het bestuursorgaan de gevraagde beschikking weigeren of de verleende beschikking intrekken dan wel aanvullende voorschriften verbinden aan de beschikking wanneer de ernst van de strafbare feiten weigering of intrekking van de beschikking niet rechtvaardigt.

  • Als er sprake is van een mindere mate van gevaar kan het hoogheemraadschap aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.

NB: Het hoogheemraadschap kan een gegeven voorschrift wijzigen. Indien niet wordt voldaan aan een gegeven voorschrift, kan het hoogheemraadschap de beschikking intrekken.

Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij vastgoed-/grondtransacties

Het hoogheemraadschap kan de Wet Bibob toepassen bij vastgoed-/grondtransacties waarbij het hoogheemraadschap partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, zal het hoogheemraadschap de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen onderzoek deel kan uitmaken van de procedure.

In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. Het hoogheemraadschap kan overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau Bibob blijkt dat ten minste één van de onderstaande situaties zich voordoet.

  • Betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 7a van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het Hoogheemraadschap zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door het Hoogheemraadschap gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden.

  • De wijze van financiering door de betrokkene(n) onvoldoende aannemelijk en inzichtelijk is gemaakt.

  • Betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 12 Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het Landelijk Bureau Bibob zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door het Landelijk Bureau Bibob gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden.

  • Er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten.

  • Er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd.

  • Er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot ernstige strafbare feiten die naar het oordeel van het Hoogheemraadschap een integriteitsrisico vormen (ongeacht de mate van gevaar).

  • Er is sprake van feiten en omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd.

Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij overheidsopdrachten

Het hoogheemraadschap handelt als aanbestedende dienst binnen het gesloten stelsel van het aanbestedingsrecht uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen. Verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden hebben tot doel om niet integere bedrijven uit te sluiten. Met geschiktheidseisen onderzoekt de aanbestedende dienst of een gegadigde of inschrijver geschikt is om de opdracht uit te voeren. Daarbij worden onder meer de technische- en beroepsbekwaamheid en de economische en financiële draagkracht beoordeeld. Op grond van de Wet Bibob kan, enkel ter nadere invulling of onderbouwing van de verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen, aanvullend een Bibob-onderzoek plaatsvinden. In geval van een inschrijving op een overheidsopdracht dan wel aanmelding als gegadigde voor een aanbestedingsprocedure, kan de informatie uit het Bibob-onderzoek dienen als onderbouwing voor een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012 dan wel voor de stelling dat niet wordt voldaan aan economische en/of financiële geschiktheidseisen.

Bibob-register

Indien sprake is van een zelfstandige gevaarsbeoordeling (zonder advies van het Landelijk Bureau Bibob) of sprake is van een vermoeden dat de betrokkene(n) zich terugtrekt vanwege het toepassen van de Wet Bibob zal het hoogheemraadschap hiervan melding maken zoals bedoeld in artikel 7a, zevende en achtste lid, van de Wet Bibob.

Tipbevoegdheid

Het hoogheemraadschap zal, indien hier aanleiding toe is, gebruik maken van zijn tipbevoegdheid als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

Geheimhouding

Op grond van artikel 28 Wet Bibob is een ieder, die krachtens de Wet Bibob informatie verwerkt met betrekking tot een derde, verplicht tot geheimhouding van deze informatie. Het hoogheemraadschap zal op verzoek de informatie verkregen op grond van de Wet Bibob verstrekken aan andere waterschappen en/of rechtspersonen met een overheidstaak zoals bedoeld en onder de voorwaarden als genoemd in artikel 28, tweede lid, onder m van de Wet Bibob.

Bewaartermijn

Bibob-informatie is informatie die door het hoogheemraadschap is verkregen/verzameld tijdens - en ten behoeve van - het uitvoeren van het eigen onderzoek. Zoals belastende informatie op het justitiële uittreksel, een gevaar advies van het Landelijk Bureau Bibob, belastende informatie van het hoogheemraadschap en belastende informatie uit open bronnen. Dit Bibob-dossier wordt vijf jaren na het einde van de zaak vernietigd, tenzij er in het dossier informatie aanwezig is die op dat moment duidt of kan duiden op een ernstige of mindere mate van gevaar op grond van de Wet Bibob of een buiten behandeling stelling op grond van de Awb ingeval – in de daaropvolgende jaren – in het dossier voorkomende (rechts)personen opnieuw betrokken zijn bij een (nieuwe) vergunning, subsidie, vastgoedtransactie of overheidsopdracht of betrokken raken bij een lopende vergunning, subsidie, vastgoedtransactie of overheidsopdracht waardoor de vergunning, subsidie, vastgoedtransactie of overheidsopdracht niet zonder meer verleend kan worden of in stand kan blijven. In dat geval wordt de informatie voor nog eens vijf jaren bewaard (in totaal tien jaar).