Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR735510
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR735510/1
Vaststelling Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024
Geldend van 01-03-2025 t/m heden
Intitulé
Vaststelling Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024de raad van de gemeente Den Haag,
gezien het voorstel van het college van 10 september 2024,
Besluit:
II. Vast te stellen de Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024,
Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- belanghebbende: |
degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit of voorgenomen besluit is betrokken; |
- belangstellende: |
inwoners, bedrijven en andere organisaties die in Den Haag actief zijn of een binding met Den Haag hebben; |
- beleid: |
geheel aan schriftelijk vastgelegde keuzes van een bestuursorgaan over de uitoefening van een specifieke taak of bevoegdheid; |
- beleidsvoornemen: |
voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid; |
- bestuursorgaan: |
college van burgemeester en wethouders of de burgemeester, afhankelijk van tot wiens taak of bevoegdheid het beleidsvoornemen, beleid of project behoort dan wel het college van burgemeester en wethouders als het om de voorbereiding van besluitvorming inzake een taak of bevoegdheid van de raad gaat; |
- deelnemers: |
inwoners, bedrijven en andere organisaties die deelnemen of hebben deelgenomen aan een proces van participatie; |
- inspraak: |
mogelijkheid die de gemeente na kennisgeving aan belanghebbenden biedt om hun mening te geven over een beleidsvoornemen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; |
- instrument: |
middel om gemeentelijke participatiebeleid uit te voeren, dit betreft het Haags Participatiekompas, de Haagse Participatiewerkwijze en de Trap van eigenaarschap; |
- maatschappelijke partijen: |
bedrijven of andere organisaties zonder winstoogmerk die zich inzetten voor de Haagse samenleving; |
- participatie: |
invloed van deelnemers op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleidsvoornemens, beleid of projecten; |
- participatieparagraaf |
alinea in een raadsvoorstel over het te doorlopen of reeds doorlopen proces van participatie; |
- project: |
activiteit van de gemeente die planmatig en binnen een bepaalde tijd wordt uitgevoerd om een concreet resultaat te realiseren; |
- uitdaagrecht: |
recht van ingezetenen en maatschappelijke partijen om voor te stellen taken van de gemeente over te nemen, als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet; |
Hoofdstuk 2 Afbakening en uitgangspunten
Artikel 2.1 Onderwerp verordening
Deze verordening regelt de betrokkenheid van belanghebbenden en belangstellenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleidsvoornemens, beleid of projecten.
Artikel 2.2 Doel van de verordening
Deze verordening heeft als doel een helder, transparant en zorgvuldig proces rond participatie vorm te geven met expliciete keuzes en afwegingen over doel, vorm en beïnvloedingsruimte van deelnemers aan die participatie.
Artikel 2.3 Reikwijdte verordening
-
1. Deze verordening ziet uitsluitend op participatie wanneer een bestuursorgaan een beleidsvoornemen, beleid of projecten gaat voorbereiden, uitvoeren of evalueren.
-
2. Het bestuursorgaan kan deugdelijk gemotiveerd besluiten van deze verordening af te wijken wanneer er sprake is van:
- a.
andere wet- of regelgeving die in participatie voorziet of participatie uitsluit;
- b.
ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
- c.
hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- d.
de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen;
- e.
voorgenomen benoemings- en aanstellingsbesluiten.
Het bestuursorgaan dient die motivering aan de raad en belanghebbenden te communiceren en daarbij ook aan te geven of en zo ja op welke deelaspecten van het besluit, bijvoorbeeld randvoorwaarden of het proces, de participatieverordening wel van toepassing wordt geacht.
- a.
-
3. Het bestuursorgaan kan gemotiveerd besluiten van deze verordening af te wijken. Het bestuursorgaan dient die motivering vóór besluitvorming aan de raad en belanghebbenden te communiceren en daarbij aan te geven waarom er wordt afgeweken, van welke onderdelen en of en zo ja op welke deelaspecten van het besluit, bijvoorbeeld randvoorwaarden of het proces, de verordening van toepassing blijft.
Artikel 2.4 Uitgangspunten
-
1. Het bestuursorgaan zorgt voor een zorgvuldig proces rondom participatie, waarin:
- a.
voldoende tijd is om het proces zorgvuldig te doorlopen;
- b.
voldoende ruimte is om te participeren;
- c.
het bestuursorgaan zich inspant om belanghebbenden te betrekken, met extra aandacht voor belanghebbenden die niet natuurlijk de weg naar de gemeente weten te vinden;
- d.
er aandacht is voor de (sociale) veiligheid van deelnemers en betrokken ambtenaren;
- e.
er naast aandacht voor participatie ook een actieve informatie- en communicatieplicht is van de gemeente aan deelnemers.
- a.
-
2. Deelnemers mogen rekenen op:
- a.
een toelichting in begrijpelijke taal op het beleidsvoornemen, het beleid of project waarop de participatie ziet;
- b.
het door het bestuursorgaan pro-actief delen van de stappen, als bedoeld in artikel 3.1 van de verordening, besluiten en manier waarop met de inbreng van deelnemers wordt omgegaan;
- c.
Het tijdig ontvangen van relevante informatie en openbare stukken voor het proces van participatie, waaronder eerdere besluitvorming, het plan voor de participatie en het verslag van de participatie;
- d.
transparantie over de vaststaande kaders, respectievelijk de ruimte voor participatie;
- e.
een benaderbaar bestuursorgaan dat een tijdige en deskundige reactie geeft op vragen of opmerkingen.
- a.
Hoofdstuk 3 Proces van participatie
Artikel 3.1 Stappen proces
-
1. Participatie bestaat tenminste uit de volgende stappen:
- a.
start proces rond de participatie;
- 1°
het bestuursorgaan stelt een plan voor de participatie op;
- 2°
het bestuursorgaan toetst het plan bij een aantal belanghebbenden en past het plan, indien nodig, aan de hand van de toetsing aan;
- 3°
het bestuursorgaan publiceert het plan op de website van de gemeente Den Haag.
- 1°
- b.
uitvoering participatie;
- 1°
de participatie vindt plaats;
- 2°
deelnemers ontvangen na elk participatiemoment een terugkoppeling van de participatie en krijgen de mogelijkheid om te reageren op deze terugkoppeling.
- 1°
- c.
verwerking participatie en verslaglegging;
- 1°
het bestuursorgaan verwerkt de opbrengst van de participatie in een eerste versie van het beleidsvoornemen of de uitvoering of evaluatie van het beleid of project;
- 2°
het bestuursorgaan stelt een verslag van de participatie op met daarin een voorstel voor manier waarop met de opbrengst van de participatie wordt omgegaan.
- 1°
- d.
plaatsvinden proces van besluitvorming;
- 1°
het bestuursorgaan start het proces van besluitvorming;
- 2°
het bestuursorgaan keurt het verslag van de participatie goed;
- 3°
het bestuursorgaan beslist over het beleidsvoornemen, beleid of project waarop de participatie ziet;
- 4°
het bestuursorgaan publiceert de beslissing over het beleidsvoornemen, het beleid of project en het daarbij behorende goedgekeurde verslag van de participatie op de website van de gemeente Den Haag;
- 5°
deelnemers worden geïnformeerd over de beslissing en ontvangen een link naar het verslag van de participatie op de website.
- 1°
- e.
uitvoeren besluit;
- 1°
het bestuursorgaan voert de beslissing uit;
- 2°
het bestuursorgaan informeert de deelnemers over relevante ontwikkelingen in de uitvoering.
- 1°
- a.
-
2. Indien het bestuursorgaan afwijkt van de in het vorige lid genoemde stappen motiveert het bestuursorgaan dit in het plan voor de participatie, als bedoeld in artikel 3.2 2e lid.
Artikel 3.2 Voorwaarden bij proces
-
1. Het bestuursorgaan gebruikt binnen elk proces voor participatie minstens twee manieren waarop deelnemers invloed kunnen uitoefenen om alle belangen te bereiken en betrekken.
-
2. Het plan voor de participatie wordt met behulp van de instrumenten opgesteld en bevat tenminste de volgende onderdelen:
- a.
het doel en de reikwijdte van de participatie;
- b.
de (voor)geschiedenis, verbanden met andere beleidsvoornemens, ander beleid en andere projecten en de relaties en verbindingen die er in dat deel van de stad zijn waar het effect op heeft;
- c.
de financiële, juridische en beleidsmatige kaders voor participatie;
- d.
de verschillende belangen en daaruit volgende belanghebbenden in de participatie, inclusief het belang van de gemeente;
- e.
de mate van invloed van deelnemers en de manier waarop het bestuursorgaan de belangen van de deelnemers weegt;
- f.
de gekozen manieren waarop deelnemers invloed kunnen uitoefenen;
- g.
de planning, stappen en fasen van de besluitvorming, inclusief de momenten van participatie;
- h.
de manier waarop het bestuursorgaan met deelnemers communiceert.
- a.
-
3. Het definitieve verslag van de participatie bevat in elk geval de volgende onderdelen:
- a.
proces: een overzicht van het gevolgde proces rond de participatie, inzet om de belanghebbenden te betrekken en de dynamiek in het proces;
- b.
inbreng: aantal deelnemers en een weergave op hoofdlijnen van hetgeen tijdens de participatie naar voren is gebracht, inclusief inzicht in welke belangen voor deelnemers zwaar wogen en relevante reacties op de terugkoppeling van de participatie, als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onder b, onderdeel 2.
- c.
weging: een beargumenteerde toelichting hoe met de inbreng van de participatie wordt omgegaan;
- d.
resultaat: een reflectie of de doelen van het plan voor de participatie zijn bereikt en wat hier wel of niet aan heeft bijgedragen;
- e.
leerpunten: de leerpunten uit dit proces rond de participatie.
- a.
-
4. Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester nemen in voorstellen voor de gemeenteraad een participatieparagraaf op. Deze paragraaf bevat:
- a.
een samenvatting van en verwijzing naar het gepubliceerde plan voor de participatie en het verslag van de participatie;
- b.
de mate van invloed van deelnemers, de uiteindelijke resultaten van de participatie.
- a.
Hoofdstuk 4 Inspraak
Artikel 4.1 Inspraak
-
1. Het bestuursorgaan verleent belanghebbenden inspraak indien de wet daartoe verplicht.
-
2. Op inspraak is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
-
3. Het bestuursorgaan kan voor één of meer beleidsvoornemens, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid of projecten een andere passende procedure voor inspraak vaststellen.
-
4. Het bestuursorgaan kan ook voor het verlenen van inspraak in het proces van participatie kiezen, bijvoorbeeld als op voorhand niet duidelijk is of de belangen van betrokkenen voldoende in beeld gebracht kunnen worden of als sprake is van een op voorhand onbepaalde doelgroep.
Hoofdstuk 5 Uitdaagrecht
Artikel 5.1 Onderwerp van uitdaagrecht
-
1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen taken of hierop het uitdaagrecht wordt toegepast.
-
2. Het bestuursorgaan wijst ingezetenen en maatschappelijke partijen actief op het van toepassing zijn van het uitdaagrecht.
-
3. Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk:
- a.
als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herziening daarvan betreft;
- b.
als het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
- c.
als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt.
- a.
Artikel 5.2 Proces uitdaagrecht
-
1. Een voorstel om gebruik te maken van het uitdaagrecht wordt bij het college ingediend en bevat tenminste de volgende onderdelen:
- a.
een omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen;
- b.
een motivering waarom en hoe de indiener die taak wil uitvoeren;
- c.
de betrokkenheid, kennis of ervaring van de indiener;
- d.
een indicatie van het draagvlak onder belanghebbenden;
- e.
een raming van de jaarlijkse kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
- f.
een omschrijving van de manier waarop de indiener met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft van het bestuursorgaan;
- g.
inzicht in hoe de indiener waarborgen biedt voor de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn.
- a.
-
2. Het bestuursorgaan gaat bij elk voorstel na of de in het eerste lid genoemde onderdelen opgenomen zijn en toetst het voorstel aan de wettelijke en gemeentelijke kaders.
-
3. Het bestuursorgaan stuurt binnen acht weken een eerste reactie op het voorstel met een indicatie van de tijd die nodig is om definitief op het voorstel te reageren en wat er in de tussentijd zal gebeuren.
-
4. Als het bestuursorgaan voornemens is het voorstel over te nemen, verleent het bestuursorgaan inspraak over dit voornemen als bedoeld in artikel 4.1.
-
5. Het bestuursorgaan beslist op het voorstel met een reactie op de inspraak en informeert de indiener en de gemeenteraad over de uitkomst.
-
6. Als het bestuursorgaan het voorstel overneemt, leggen het bestuursorgaan en de indiener de gemaakte afspraken vast in een overeenkomst.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen
Artikel 6.1 Evaluatie
-
1. De gemeenteraad evalueert deze verordening binnen twee jaar na vaststelling en vervolgens eenmaal per raadsperiode.
-
2. Ten behoeve van de evaluatie per raadsperiode zendt het bestuursorgaan aan de gemeenteraad een verslag dat de volgende onderdelen bevat:
- a.
het aantal processen rond participatie dat in de afgelopen periode is uitgevoerd;
- b.
de wijze waarop de processen rond participatie zijn georganiseerd;
- c.
de belangrijkste positieve en negatieve ervaringen en succesfactoren.
- a.
Artikel 6.2 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2025.
Artikel 6.3 Intrekking vorige verordening en overgangsrecht
-
1. De Inspraak- en participatieverordening gemeente Den Haag 2012 wordt ingetrokken.
-
2. De Inspraak- en participatieverordening gemeente Den Haag 2012 blijft van toepassing op inspraak- en participatieprocessen die voor 1 december 2024 zijn gestart.
Artikel 6.4 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024’.
TOELICHTING
Algemeen deel
Participatie is belangrijk: deze tijd kent veel complexe vraagstukken, die de gemeente alleen samen met inwoners, bedrijven en organisaties kan aanpakken. Maar in de praktijk is gebleken dat participatie niet altijd voldoende van de grond komt. Deze nieuwe Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024 (hierna: Verordening) beoogt bij te dragen aan de kwaliteit van lokale democratische processen, de kwaliteit van beleidsvoornemens, beleid en projecten en de samenwerking tussen gemeente en inwoners, bedrijven en organisaties. Ook schept het helderheid over het proces van participatie en de rolverdeling. Met participatie willen we beter aansluiten bij de wensen en behoeften van de stad. Door het beter zien en horen van inwoners kan ook het vertrouwen in de overheid toenemen.
Uitgangspunt in deze Verordening is: ‘participatie, tenzij’. Dat betekent, dat het participatie-instrument vaker ingezet zal gaan worden. De Verordening legt de nadruk op niet alleen de inhoud (wanneer participatie en wat zijn de voorwaarden?), maar met name ook op het proces (hoe richten we een participatieproces zorgvuldig en optimaal in?). Dat maakt de gemeente meer transparant over het participatieproces, de invloed en de rol van inwoners, bedrijven en andere organisaties en de afweging die de gemeente maakt over de verschillende belangen. Dat betekent dus niet direct meer zeggenschap, maar wel helderheid over de spelregels die bij participatie gelden. Ook al zal niet iedereen altijd zijn zin krijgen, dit draagt toch bij aan een transparante en betrouwbare overheid.
Om te kunnen werken met Haagse spelregels voor participatie is het handboek opgesteld. Het handboek dient als basis voor het Haagse participatiebeleid en biedt houvast aan alle betrokkenen in het participatieproces. Daarnaast zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld. Denk daarbij aan het Haags Participatiekompas, de Haagse Participatiewerkwijze en de Trap van eigenaarschap. Ook zijn er verschillende hulpmiddelen zoals de participatiegids (hulpmiddel bij grote gebiedsontwikkelingen), de MKB-toets (hulpmiddel om bedrijven beter te betrekken in participatietrajecten) en de participatiecheck. Behalve voor het uitdaagrecht, voorziet deze Verordening niet in verdere spelregels voor als inwoners of bedrijven zelf met ideeën komen. Niet omdat de gemeente dit niet belangrijk vindt, maar omdat we zorgvuldig willen zijn in het creëren van deze (gezamenlijke) normen.
Met deze Verordening zet de gemeente een volgende stap naar uitbreiding van de participatiemogelijkheden voor inwoners, bedrijven en organisatie en naar verbetering en verheldering van het participatieproces. Beter samenspel tussen gemeente en de stad levert meer gedragen beleidsontwikkeling en -uitvoering op en daarmee ook meer zorgvuldige besluitvorming.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2.3 Reikwijdte verordening
Dit artikel regelt de reikwijdte van de participatie. Het uitgangspunt in het eerste lid is dat participatie geldt bij alle processen waarbij de gemeente overgaat tot nieuw beleid, dan wel de uitvoering of evaluatie van beleid en projecten. Het uitgangspunt ‘participatie, tenzij’ is hier gehanteerd. Er is dan ook gekozen om terughoudend met uitzonderingen om te gaan. Uiteraard zijn er situaties waarin het bestuursorgaan kan besluiten dat de verordening niet van toepassing is.
Een voorbeeld is wanneer er sprake is van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft. Bij hogere regelgeving gaat het bijvoorbeeld om regelgeving van het Rijk en de provincie, maar ook om regelgeving van de Europese Unie of internationale verdragen.
Een ander voorbeeld is een ondergeschikte herziening van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen. Met een ondergeschikte herziening worden kleine of beperkte wijzigingen in een bestaand beleidsvoornemen of bestaand beleid of project bedoeld die geen inhoudelijke wijzigingen betekenen of een verdere uitwerking zijn van een beleidsvoornemen, beleid of project waarop eerder geparticipeerd is en die in scope niet wijzigt.
Belangrijk hierin vooral is dat er bewust wordt bekeken of het echt nodig is van de uitzondering gebruik te maken. Voor een ondergeschikte herziening geldt bijvoorbeeld dat wat voor de gemeente ondergeschikt is, door een bewoner, ondernemer of organisatie heel anders kan worden ervaren. In sommige gevallen zal bijvoorbeeld over de randvoorwaarden in de uitvoering van het besluit nog wel kunnen worden geparticipeerd. En soms kan niet op de uitvoering worden geparticipeerd, maar wel op het proces, of de planning. Mocht van de uitzondering gebruik worden gemaakt, dan moet dit worden gemotiveerd en moeten belanghebbenden en belangstellenden alsnog zorgvuldig worden geïnformeerd.
Artikel 2.4 Uitgangspunten
Deze uitgangspunten zijn opgesteld met een aantal waarden voor participatie in het achterhoofd: transparantie, zorgvuldigheid, inclusie en een pro-actieve houding van de gemeente. Om te beoordelen of in een proces rond participatie recht wordt gedaan aan deze uitgangspunten, is het Haags Participatiekompas ontwikkeld. Het kompas is het kwaliteitskader voor processen rond participatie in Den Haag.
Artikel 3.1 Stappen proces
Dit artikel geeft aan hoe het proces rond de participatie eruit hoort te zien. Het geeft inzicht in de verschillende rollen en de manier waarop deelnemers worden betrokken en geïnformeerd. Het artikel legt vast dat het bestuursorgaan een plan voor de participatie en een verslag daarvan vaststelt. In de praktijk kan ervoor gekozen worden om deze bevoegdheid te mandateren, bijvoorbeeld aan de wethouder, wanneer dat passend is. Zo kan ervoor worden gezorgd dat het besluitvormingsproces niet onnodig wordt vertraagd. Ter ondersteuning van de stappen binnen het proces rond de participatie is de Haagse Participatiewerkwijze ontwikkeld.
De processtappen zijn minimale vereisten. In de praktijk kunnen bij complexe en langjarige processen rond participatie deze stappen in verschillende fasen worden herhaald of van deze stappen worden afgeweken. Indien dit het geval is, dan wordt dit in het plan geëxpliciteerd.
Ook zullen er projecten zijn die geen bestuurlijke besluitvorming vereisen. Ook dan vindt in principe participatie plaats, maar wordt alleen de stap in artikel 3,1 eerste lid, onder d, anders ingevuld. Dit wordt in het plan voor de participatie ook gemeld.
Daarnaast zullen er situaties ontstaan waarin het plan voor de participatie moet worden gewijzigd. Het bestuursorgaan moet in deze gevallen worden geïnformeerd over deze wijziging en beslist of de aanpassing leidt tot een herzien vastgesteld plan op de website van de gemeente Den Haag. De aanpassing van het plan van de participatie krijgt hoe dan ook een plaats in het verslag van de participatie.
Artikel 3.2 Voorwaarden bij proces
Dit artikel geeft inhoudelijke voorwaarden aan de verschillende processtappen zoals in artikel 3.1 genoemd. De door de Haagse Rekenkamer voorgestelde voorwaarden in het onderzoek naar bewonersparticipatie in de Energietransitie (RIS314990) zijn hierin verwerkt. Ook is de in de Inspiratienota Democratie en Participatie (RIS310824) genoemde inhoud van de participatieparagraaf in deze voorwaarden meegenomen. De participatieparagraaf is niets anders dan een alinea in het raadsvoorstel met een toelichting op het gevoerde participatieproces, met een verwijzing naar het plan voor de participatie en het verslag daarvan.
De invloed van inwoners, bedrijven en organisaties op het beleidsvoornemen, het beleid of het project en weging van deze invloed, zoals in dit artikel genoemd, moeten plaatsvinden langs de trap van eigenaarschap.
In dit artikel worden ook twee manieren van participatie verplicht gesteld. Denk daarbij aan een stads- of wijkgesprek, gesprekken op straat of vormen van digitale participatie op denhaag.nl.
Het gebruik van de drie instrumenten, te weten het Haags Participatiekompas, de Haagse Participatiewerkwijze en de Trap van eigenaarschap, zijn bij het opstellen van het plan voor de participatie verplicht. In dit artikel wordt als voorwaarde bij het definitieve verslag van de participatie ook genoemd dat relevante reacties op de terugkoppeling van de participatie moeten worden opgenomen. Bij relevante reacties gaat het bijvoorbeeld om situaties waarin deelnemers het niet eens zijn met de terugkoppeling en het bestuursorgaan besluit hier niet op te acteren. In dat geval wordt dit vermeld met de reden hiervoor.
Indien van het plan voor de participatie is afgeweken, dan wordt in het verslag gemotiveerd waarom.
Artikel 4.1 Inspraak
Bij sommige beleidsvoornemens, beleid en projecten bestaat een wettelijk recht op inspraak. Uitgangspunt in de verordening is dat in die gevallen ook inspraak wordt verleend. De voorkeur gaat echter uit naar het toepassen van andere (meer proactieve) vormen van participatie. Daarom is geregeld dat inspraak alleen aan de orde is als een wettelijk voorschrift daartoe verplicht, als op voorhand niet duidelijk is of de belangen van betrokkenen voldoende in beeld gebracht kunnen worden of als sprake is van een op voorhand onbepaalde doelgroep. Verder is biedt het derde lid de ruimte die de Gemeentewet biedt om bij inspraak niet afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht toe te passen, maar voor een andere invulling te kiezen.
Dit brengt met zich mee dat denkbaar is dat inspraak wordt verleend terwijl er al andere vormen van participatie zijn toegepast. Het alternatief is echter dat wordt afgezien van andere vormen van participatie omdat inspraak al verplicht is en dit past niet bij het belang dat aan participatie wordt gehecht. Bovendien beperkt dit de mogelijkheden om zoveel mogelijk maatwerk toe te passen en afhankelijk van de omstandigheden voor de meest passende vorm(en) van participatie te kiezen. Om diezelfde reden is ook kenbaar gemaakt dat als de inspraak een andere invulling krijgt, deze invulling passend dient te zijn.
Artikel 5.1 Proces uitdaagrecht
Door de Wet Versterking participatie op decentraal niveau zijn decentrale overheden verplicht om het uitdaagrecht op te nemen in de participatieverordening (Staatsblad 2024, 203). Hoewel gemeenten na de inwerkingtreding van de wet hier pas binnen twee jaar aan moeten voldoen, is dit artikel toegevoegd om al aan dit vereiste te voldoen. Tegelijkertijd kent het uitdaagrecht uitdagingen, zoals de aanbestedingsverplichtingen van de gemeente en dilemma's rondom aansprakelijkheid. Ervaringen met het uitdaagrecht in Den Haag en elders in het land zullen na de evaluatie leiden tot aanvullingen op deze artikelen.
Artikel 6.1 Evaluatie
Dit artikel geeft weer wanneer we deze verordening gaan evalueren. De verordening vertaalt de visie van Den Haag op participatie naar concrete normen. Beelden en inzichten over participatie staan niet stil en zijn continu in beweging. De evaluatiemomenten worden daarom gebruikt om ook te kijken of de inhoud van de verordening aangepast moet worden.
Ondertekening
Aldus geamendeerd besloten in de openbare raadsvergadering van 18 december 2024.
De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl