Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR732165
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR732165/3
Financieel Besluit Wmo gemeente Smallingerland 2025
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Financieel Besluit Wmo gemeente Smallingerland 2025Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland
gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
gelet op de Verordening Wmo van de gemeente Smallingerland 2024;
besluit vast te stellen:
Financieel Besluit Wmo gemeente Smallingerland 2025
Dit Financieel Besluit is vastgesteld op 17 december 2024 en treedt in werking per 1 januari 2025
HOOFDSTUK 1 Bedragen Zorg in Natura (ZIN) en Persoonsgebonden budget (Pgb) voor maatwerkvoorzieningen Wmo
Artikel 1 Bedragen Individuele Begeleiding, Begeleiding Groep, Kortdurend verblijf, Vervoer bij Begeleiding Groep en Kortdurend verblijf en Hulp bij het Huishouden.
De hoogte van de tarieven van Individuele Begeleiding, (Arbeidsmatige) Dagbesteding en Hulp bij het Huishouden zijn als volgt:
|
Naam product WMO |
Productcode |
ZIN 2026 |
PGB Formeel |
PGB Informeel |
Eenheid |
|
Individuele begeleiding basis t/m 27 jaar |
02B01 |
€ 71,87 |
€ 64,68 |
€ 25,65 |
Uur |
|
Individuele begeleiding basis 28+ |
02B02 |
€ 71,87 |
€ 64,68 |
€ 25,65 |
Uur |
|
Dagbesteding Variant A |
07D01 |
€ 41,19 |
€ 37,07 |
|
Dagdeel |
|
Dagbesteding Variant B |
07D03 |
€ 71,25 |
€ 64,12 |
|
Dagdeel |
|
Arbeidsmatige dagbesteding variant A |
07D11 |
€ 41,91 |
€ 37,72 |
|
Dagdeel |
|
Arbeidsmatige dagbesteding variant B |
07D13 |
€ 72,68 |
€ 65,41 |
|
Dagdeel |
|
Huishoudelijke hulp |
01H01 |
€ 39,94 |
€ 35,94 |
€ 22,03 |
Uur |
|
Vervoer |
08V01 |
€ 16,84 |
€ 15,15 |
|
Etmaal |
|
Vervoer rolstoel |
08V02 |
€ 28,13 |
€ 25,32 |
|
Etmaal |
Artikel 2 Bedragen Woonvoorzieningen
-
1. Het primaat van verhuizen wordt niet toegepast als het bedrag van een woningaanpassing minder bedraagt dan € 7.500,-.
-
2. Woonwagen, woonschip, binnenschip
- -
Een voorziening voor woonwagens of woonschepen of binnenschepen die niet voldoen aan de voorwaarden, zoals genoemd in Artikel 23, lid 4 b I t/m IV van de Beleidsregels Wmo gemeente Smallingerland 2024, bedraagt maximaal € 1.047,-.
- -
-
3. Hoogte Pgb bij bouwkundige woonvoorzieningen
-
De hoogte van het Pgb voor bouwkundige woonvoorzieningen wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de door het college goedgekeurde offerte. Hierbij mogen de volgende kosten worden meegenomen:
- a.
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening.
- b.
Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor een Pgb in aanmerking;
- c.
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risico Regeling Woning- en utiliteitsbouw 1991.
- d.
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen;
- e.
De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is (bijv. bij nieuwbouw of uitbreiding), tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
- f.
De leges voor de bouwvergunning, voor zover de bouwvergunning betrekking heeft op het treffen van de voorzieningen;
- g.
Renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
- h.
De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden.
- i.
De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
- j.
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
- k.
De kosten van (her)aansluiting op de openbare nutsvoorziening;
- l.
De administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor cliënt.
- a.
-
4. Financiële maatwerkvoorziening
- a.
Een gemaximeerde financiële maatwerkvoorziening kan verstrekt worden voor:
Soort woonvoorziening
Maximaal bedrag
Duur
Bezoekbaar maken van een woning
€ 3.134,-
Vergoeding bij 'ontruiming' aangepaste woonruimte
€ 5.000,-
Verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding
€ 3.134,-
Vervangen douchebak door inloop douchehoek
€ 2.024,-
Gebaseerd op het programma Ergocalc van Casadata.
Ligbad vervangen door inloop douchehoek
€ 3.527,-
Gebaseerd op het programma Ergocalc van Casadata.
Vergoeding tijdelijke huisvesting
Wordt vastgesteld op basis van de maximale huur in de sociale sector, de Wet op de huurtoeslag
Max. 6 maanden
Huurderving
Wordt vastgesteld op basis van de maximale huur in de sociale sector, de Wet op de huurtoeslag
Max. 6 maanden
Kosten voor niet ingrijpende woningaanpassingen
Wordt berekend a.d.h.v. het programma Ergocalc van Casadata. Een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening ofwel een niet bouwkundige of niet-woontechnische woonvoorziening bedraagt 100% van de in aanmerking komende kosten.
Kosten voor niet ingrijpende woningaanpassingen aan gemeenschappelijke ruimtes
[vervallen]
Noodzakelijke aanpassingen aan de openbare ruimte ten behoeve van toegankelijkheid woning.
€ 5.000,-
- b.
Een financiële maatwerkvoorziening kan verstrekt worden voor:
Onderhoud, keuring en reparatie: Alleen de werkelijk gemaakte kosten van onderhoud, keuring en reparatie aan de hieronder genoemde producten of onderdelen komen in aanmerking voor een eenmalige financiële maatwerkvoorziening:
- -
trapliften;
- -
rolstoel- of plateauliften;
- -
woonhuisliften;
- -
hefplateauliften;
- -
de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, blad of wastafel;
- -
elektromechanisch openings- en sluitingsmechanisme van deuren;
- -
overige elektromechanische en mechanische bewegende onderdelen die noodzakelijk zijn voor een veilige en doelmatige werking.
- -
- a.
Artikel 3 Bedragen Hulpmiddelen
-
1. Een hulpmiddel kan in natura of in de vorm van een Pgb worden verstrekt.
- a.
De maximum hoogte van het Pgb voor een hulpmiddel wordt vastgesteld:
- –
Op basis van de prijs (all-in huurtarief) van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten.
- –
Mede op basis van het bedrag van de kosten van een offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten.
- –
- b.
Indien het hulpmiddel van de door de cliënt gekozen zorgaanbieder hoger is dan de prijs van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, betaalt de cliënt het meerdere zelf.
- c.
Cliënt is verplicht om gedurende de gebruiksduur de aangeschafte zaak voldoende te laten onderhouden. In geval van een scootmobiel of elektrische rolstoel is het daarnaast verplicht om minimaal een aansprakelijkheidsverzekering (WA) af te sluiten gedurende de gebruiksduur van het hulpmiddel.
- d.
Het Pgb voor onderhoud en verzekering wordt jaarlijks betaald gedurende de technische levensduur van de voorziening, op basis van ingediende facturen.
- a.
-
2. Een traplift kan in natura of in de vorm van een Pgb worden verstrekt. De maximum hoogte van het Pgb voor een traplift wordt vastgesteld:
- a.
Op basis van de prijs van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.
- b.
Op basis van het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten.
- c.
Het Pgb voor onderhoud en verzekering wordt jaarlijks betaald gedurende de technische levensduur van de voorziening, op basis van ingediende facturen.
- a.
Artikel 4 Bedragen Sportvoorzieningen
Een sportvoorziening wordt uitsluitend als financiële maatwerkvoorziening verstrekt, ten hoogte van de kosten van een rolstoel voor een recreatieve of breedte sport. Indien de cliënt een duurdere sportvoorziening voor sportbeoefening nodig heeft, komen de meerkosten voor rekening van de cliënt zelf.
|
Maximaal bedrag |
|
|
3 jaar |
€ 3.000,- |
|
6 jaar |
€ 6.000,- |
Artikel 5 Bedragen Vervoersvoorzieningen
-
1. Hoogte Pgb vervoersvoorziening
-
De hoogte van het Pgb voor aanschaf van een vervoersvoorziening is gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening.
- a.
De goedkoopst adequate vervoersvoorziening blijkt uit een door het college goedgekeurde kostenbegroting, of uit een door de gemeente met een gecontracteerde leverancier afgesloten overeenkomst.
- b.
Indien een Pgb voor aanschaf van een vervoersvoorziening wordt verstrekt, kan zo nodig ook een Pgb voor onderhoud, service en verzekering worden toegekend.
- c.
Het Pgb voor onderhoud, service en verzekering wordt jaarlijks betaald gedurende de technische levensduur van de vervoersvoorziening.
- a.
-
2. Verantwoording Pgb vervoersvoorziening
- a.
De cliënt dient binnen drie maanden na de datum van de toekenningsbeschikking een kopie van het aanschafbewijs (kopie factuur) in te leveren.
- b.
Daarnaast dient hij jaarlijks opgave te doen van het onderhoud, door indiening van een kopie onderhoudsfactuur.
- a.
-
3. Lokaal vervoer
- a.
Opstaptarief en tarief per kilometer
Personen die een maatwerkvoorziening ontvangen in de vorm van het CVV moeten een vervoersbijdrage betalen in de vorm van een opstaptarief en een tarief per kilometer. Het opstaptarief per rit is € 1.30,- en de bijdrage per kilometer € 0,16. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd volgens de NEA-index.
- b.
Vervoersvergoeding gebruik eigen auto of auto uit sociaal netwerk.
Een vervoersvergoeding wordt alleen verstrekt indien de gebruikskosten van een (eigen) auto voor de cliënt als persoon niet algemeen gebruikelijk zijn.
De hoogte van een vervoersvergoeding voor het gebruik van een eigen auto of auto uit sociaal netwerk bedraagt € 0,23 per kilometer (conform belastingsystematiek).
De totale hoogte van de vervoersvergoeding wordt mede gebaseerd op de omvang van het vervoer. De omvang (vervoersbundel) wordt op maat vastgesteld op basis van de aard van de beperking, de vervoersbehoefte en het gebruik van andere vervoersvoorzieningen, met een maximum omvang van 1500 km per jaar. De vervoersvergoeding is daarmee maximaal € 345,- op jaarbasis.
- c.
Pgb formeel vervoer
De hoogte van een Pgb formeel vervoer, in plaats van collectief vervoer via de door de gemeente gecontracteerde aanbieder, wordt gebaseerd op basis van de werkelijke kosten van het vervoer met een maximum van €1,95 per kilometer (het marktconform tarief van de vervoersaanbieder).
De totale hoogte van het Pgb wordt mede gebaseerd op de omvang van het vervoer. De omvang (vervoersbundel) wordt op maat vastgesteld op basis van de aard van de beperking, de vervoersbehoefte en het gebruik van andere vervoersvoorzieningen, met een maximum omvang van 1.500 km per jaar. Het Pgb formeel vervoer is daarmee maximaal € 2.925,- op jaarbasis.
- d.
Voor cliënt die naast een vervoersvergoeding gebruik eigen auto of auto uit sociaal netwerk of een Pgb formeel vervoer ook een scootmobiel in gebruik hebben, wordt de omvang beperkt tot maximaal 750 kilometers per jaar.
- e.
Voor zover echtgenoten beiden in aanmerking komen voor een vervoersvergoeding gebruik eigen auto of auto uit sociaal netwerk of een Pgb formeel vervoer en de vervoersbehoefte vrijwel geheel samenvalt, wordt de omvang beperkt tot maximaal 1.500 km per jaar.
- f.
Voor zover echtgenoten beiden in aanmerking komen voor een vervoersvergoeding gebruik eigen auto of auto uit sociaal netwerk of een Pgb vervoer en de vervoersbehoefte gedeeltelijk samenvalt, zal nader worden bepaald welk deel samenvalt en welk deel voor een persoonsgebonden budget in aanmerking kan komen.
- a.
Artikel 6
Ten aanzien van de regionale voorzieningen Beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.2.1 onder b van de Wmo 2015, opvang (maatschappelijke opvang en vrouwenopvang als bedoeld in artikel 1.2.1 onder c van de Wmo 2015), openbare GGZ en preventief verslavingsbeleid geldt voor die taken die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden als centrumgemeente uitvoert, de tekst van het geldende financieel besluit Wmo van de gemeente Leeuwarden.
HOOFDSTUK 2 Overige bepalingen
Artikel 7 Citeertitel en inwerkingtreding
-
1. Dit Besluit wordt aangehaald als: 'Financieel Besluit Wmo gemeente Smallingerland 2025’;
-
2. Dit Financieel Besluit treedt in werking per 1 januari 2025;
-
3. Met inwerkingtreding van dit Financieel besluit wordt het 'Financieel besluit Wmo gemeente Smallingerland 2024-2' ingetrokken.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 december 2024.
Het College van burgemeester en wethouders,
de burgemeester,
de secretaris
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl