Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR731657
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR731657/2
Participatieverordening Zuid-Holland
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 10-10-2026
Intitulé
Participatieverordening Zuid-HollandProvinciale Staten van Zuid-Holland,
Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 8 oktober 2024, met het besluitnummer PZH-2024-859102761;
Gelet op Artikel 147 van de Provinciewet, artikel 16.55 van de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau;
Overwegende dat:
- –
de provincie Zuid-Holland inwoners, maatschappelijke partijen, (kennis)instellingen, bedrijven en medeoverheden meer wil betrekken bij beslissingen die hen aangaan door hen in voorkomende situaties te laten participeren in besluitvormingsprocessen en de uitvoering van provinciale taken;
- –
participatie de kwaliteit van beleid kan verbeteren doordat de kennis, creativiteit en expertise van inwoners, maatschappelijke partijen, (kennis)instellingen, bedrijven en medeoverheden meer en beter worden benut;
- –
door inwoners, maatschappelijke partijen, (kennis)instellingen, bedrijven en medeoverheden in staat te stellen om waar mogelijk in meer of mindere mate invloed uit te oefenen op beslissingen die hen aangaan, draagvlak voor provinciale besluiten kan vergroten en daarmee het vertrouwen in de provincie, mede omdat hierdoor duidelijker wordt waarom en hoe beslissingen worden genomen;
- –
de provincie Zuid-Holland daarom met deze verordening regels wil vaststellen over de mogelijkheden van participatie uitgaande van de ambities uit de Participatievisie en -principes van de provincie (oktober 2018);
- –
de provincie Zuid-Holland in deze verordening tevens bepalingen van de Inspraakverordening Zuid-Holland en de verordening Recht van Initiatief Zuid-Holland overnemen.
Besluiten vast te stellen:
Participatieverordening Zuid-Holland
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
- a.
inwoner: de ingeschrevene als bedoeld in artikel 1.1 aanhef en onder d. van de Wet basisregistratie personen die volgens diens persoonslijst zoals genomen in de Basisregistratie Personen als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen, zijn of haar adres heeft in een gemeente in de provincie Zuid-Holland, en op wiens persoonslijst niet het gegeven van zijn of haar overlijden of van vertrek uit de provincie Zuid-Holland als actueel gegeven is opgenomen;
- b.
burgerinitiatief: een verzoek als bedoeld in artikel 7;
- c.
uitdaagrecht: recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een verzoek in te dienen tot feitelijke uitvoering van een provinciale taak, als bedoeld in artikel 147, derde lid, van de Provinciewet;
- d.
gerechtigde: een natuurlijke of rechtspersoon als bedoeld in artikel 4;
- e.
initiatiefgerechtigde: degene die een burgerinitiatief indient of gebruik maakt van het uitdaagrecht;
- f.
participatie: mogelijkheid tot het uitoefenen van invloed door inwoners, bedrijven, maatschappelijke partijen, groepen en andere overheden op de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
- g.
participatievisie: participatievisie en participatieprincipes van de provincie, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en het Omgevingsprogramma Zuid-Holland;
- h.
participatieplan: plan als bedoeld in artikel 12;
- i.
participatietraject: proces waarbinnen participatie wordt georganiseerd en uitgeoefend;
- j.
participatieverslag: verslag over het gevoerde participatieproces zoals bedoeld in artikel 16;
- k.
participatievorm: de wijze waarop participatie kan worden uitgeoefend.
Artikel 2 Reikwijdte participatie en uitdaagrecht
-
1. Het bevoegde bestuursorgaan past participatie toe bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en besluiten die onder zijn verantwoordelijkheid vallen en behandelt verzoeken om toepassing van het uitdaagrecht, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid.
-
2. Participatie wordt in ieder geval niet toegepast en een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wordt afgewezen indien:
- a.
het gaat om een ondergeschikte herziening van beleid;
- b.
de uitkomst van participatie of toepassing van het uitdaagrecht vanwege spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;
- c.
sprake is van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft ten aanzien van het voorgenomen beleid, besluit of de uitvoering daarvan;
- d.
het om interne organisatorische aangelegenheden van de provincie gaat;
- e.
het in strijd is met de door de provincie aangegane verbintenissen met betrekking tot het betreffende beleid of de voorbereiding van het betreffende besluit;
- f.
het de vaststelling van tarieven voor provinciale dienstverlening en belastingen betreft, zoals bedoeld in de Provinciewet;
- g.
het een aangelegenheid betreft die ziet op de voorbereiding van een besluit waarover binnen een jaar voorafgaand aan het verzoek om participatie reeds door provinciale staten is besloten of die binnen dat jaar in een vergadering van provinciale staten onderwerp van behandeling is geweest;
- h.
redelijkerwijs kan worden vastgesteld dat gerechtigden nauwelijks tot geen invloed kunnen uitoefenen op het betreffende voorgenomen beleid, besluit of de uitvoering daarvan;
- i.
redelijkerwijs kan worden vastgesteld dat de indiener van het uitdaagrecht niet beschikt over voldoende kennis en ervaring om de betreffende provinciale taak uit te voeren.
- a.
Artikel 3 Mate van participatie en participatievormen
Gedeputeerde staten overwegen in elk besluitvormingsproces over de mate van participatie, de participatievorm en het participatieproces met inachtneming van haar rol, het doel van participatie en hetgeen hierover is bepaald in de participatievisie.
Artikel 4 Gerechtigden
-
1. Gerechtigd tot participatie zijn:
- a.
de inwoner die op de dag van de start van een participatieproces of op de dag van ondertekening van een burgerinitiatief vijftien jaar en ouder is;
- b.
een in de provincie Zuid-Holland gevestigde rechtspersoon, en;
- c.
een belanghebbenden.
- a.
-
2. Gedeputeerde staten kunnen besluiten om ook andere ingezetenen en personen de mogelijkheid tot participatie te verlenen.
Artikel 5 Initiatief tot participatie
Participatie komt tot stand:
- a.
op initiatief van gedeputeerde staten, nadat zij daartoe hebben besloten;
- b.
naar aanleiding van een door een of meer initiatiefgerechtigden ingediend burgerinitiatief, nadat provinciale staten hebben besloten het burgerinitiatief in behandeling te nemen;
- c.
naar aanleiding van een door een of meer initiatiefgerechtigden ingediend verzoek tot overname van de feitelijke uitvoering van een provinciale taak in het kader van het uitdaagrecht, nadat gedeputeerde staten hebben besloten het verzoek in behandeling te nemen.
Artikel 6 Bevoegdheden provinciale staten
Hetgeen in deze verordening wordt gesteld ten aanzien van gedeputeerde staten is van overeenkomstige toepassing op provinciale staten, indien het onderwerp van participatie een wettelijke bevoegdheid van provinciale staten betreft.
Paragraaf 2 Burgerinitiatief
Artikel 7 Vereisten burgerinitiatief
-
1. Een initiatiefgerechtigde dient een verzoek voor een burgerinitiatief in bij provinciale staten. Het verzoek wordt ingediend met gebruikmaking van een door gedeputeerde staten vastgesteld modelformulier;
-
2. Het verzoek wordt door tenminste vijfhonderd gerechtigden ondersteund;
-
3. Het verzoek bevat tenminste:
- a.
een omschrijving van het verzoek;
- b.
de achternaam, voornaam of voornamen, de geboortedatum en het adres van de initiatiefnemer zoals opgenomen in de Basisregistratie Personen;
- c.
een globale kostenraming voor zover uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien;
- d.
de achternamen, voornamen, adressen en geboortedata van de gerechtigden die het burgerinitiatief ondersteunen, en;
- e.
is voorzien van de handtekening van de initiatiefnemer en de datum van ondertekening en indiening.
- a.
Artikel 8 Besluitvorming over burgerinitiatief door provinciale staten
-
1. Provinciale staten besluiten voor zover mogelijk binnen zes weken, maar uiterlijk binnen 12 weken na de datum van indiening over het burgerinitiatief;
-
2. De initiatiefgerechtigde ontvangt zo spoedig mogelijk een schriftelijke ontvangstbevestiging.
-
3. Indien het burgerinitiatief niet aan de indieningsvereisten voldoet, dan verklaren provinciale staten het niet-ontvankelijk en nemen zij het niet in behandeling;
-
4. Indien provinciale staten het burgerinitiatief niet-ontvankelijk verklaren omdat het onderwerp de bevoegdheid van gedeputeerde staten betreft, sturen zij het burgerinitiatief door aan gedeputeerde staten;
-
5. Een ontvankelijk burgerinitiatief wordt mondeling behandeld in de vergadering van de statencommissie die het aangaat, waarbij de initiatiefgerechtigde in de gelegenheid wordt gesteld om het burgerinitiatief mondeling toe te lichten tijdens de vergadering van de statencommissie die het aangaat;
-
6. De statencommissie die het aangaat, brengt een advies uit aan provinciale staten over het te nemen besluit ten aanzien van het burgerinitiatief;
-
7. De initiatiefgerechtigde wordt uitgenodigd voor de vergadering van provinciale staten waar de behandeling van het burgerinitiatief op de agenda staat en krijgt tijdens deze vergadering maximaal vijf minuten spreektijd om het mondeling toe te lichten;
-
8. Provinciale staten besluiten over het voorstel voor een burgerinitiatief en sturen het schriftelijke besluit voorzien van een motivering zo spoedig mogelijk aan de initiatiefnemer;
-
9. Provinciale staten maken het besluit binnen veertien dagen na besluitvorming algemeen bekend door publicatie van het besluit of van de zakelijke inhoud op de provinciale website en in het Provinciaal Blad, dan wel op een andere geschikte wijze.
Paragraaf 3 Uitdaagrecht
Artikel 9 Vereisten uitdaagrecht
-
1. Initiatiefgerechtigden kunnen bij gedeputeerde staten een verzoek indienen tot de feitelijke uitvoering van een concrete provinciale taak in het kader van het uitdaagrecht.
-
2. Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij gedeputeerde staten.
-
3. Het verzoek bevat in ieder geval:
- a.
een omschrijving van de provinciale taak waarop het verzoek betrekking heeft;
- b.
de reden waarom de indiener het verzoek indient;
- c.
het resultaat dat de indiener met het verzoek beoogt;
- a.
-
4. De indiener van het verzoek verstrekt daarnaast in ieder geval informatie over:
- a.
de betrokkenheid van de indiener bij de taak en de kennis en ervaring waarover de indiener beschikt;
- b.
de wijze waarop de indiener de taak beter, efficiënter, goedkoper of met meer maatschappelijke meerwaarde kan uitvoeren;
- c.
welke kosten en middelen die volgens de indiener aan de uitvoering van de taak zijn verbonden;
- d.
een begroting;
- e.
de wijze waarop de indiener de kwaliteit en continuïteit van de uitvoering van de taak structureel wil waarborgen;
- f.
de wijze waarop de veiligheid bij de uitvoering van de taak wordt geborgd;
- g.
de rechtsvorm van de indiener.
- a.
Artikel 10 Besluitvorming over uitdaagrecht door gedeputeerde staten
-
1. Gedeputeerde staten bevestigen de ontvangst van een verzoek schriftelijk en zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek.
-
2. Gedeputeerde staten beoordelen of het verzoek voldoet aan artikel 9 en of zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 2, tweede lid.
-
3. Indien het verzoek niet voldoet aan artikel 9, stellen gedeputeerde staten de indiener in de gelegenheid het verzoek binnen een door hen gestelde termijn aan te vullen.
-
4. Gedeputeerde staten wijzen het verzoek in ieder geval af voor zover toewijzing in strijd is met wet- of regelgeving, provinciaal beleid, bestaande contractuele verplichtingen of de publieke verantwoordelijkheid van de provincie voor de betreffende taak.
-
5. Het besluit wordt schriftelijk en gemotiveerd aan indiener bekendgemaakt.
Artikel 11 Afspraken over de uitvoering van het uitdaagrecht
-
1. Indien gedeputeerde staten besluiten een verzoek als bedoeld in artikel 9 geheel of gedeeltelijk toe te wijzen, maken zij met de initiatiefnemer in ieder geval afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak;
- b.
het budget en de financieringswijze van de uitvoering;
- c.
het contact met en de ondersteuning door de provincie tijdens de uitvoering;
- d.
welke taken en verantwoordelijkheden de provincie heeft en welke taken door de initiatiefnemer worden uitgevoerd;
- e.
de stappen bij het niet nakomen van afspraken en de eventuele tussentijdse beëindiging;
- f.
de evaluatie van de uitvoering van de taak;
- g.
de wijze van verantwoording over de uitvoering en besteding van middelen;
- h.
de wijze waarop wordt omgegaan met aansprakelijkheid, risico’s en verzekeringen.
- a.
-
2. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, worden schriftelijk vastgelegd.
Paragraaf 4 Participatieplan
Artikel 12 Opstellen participatieplan
-
1. Indien gedeputeerde staten hebben besloten tot participatie, dan stellen zij daartoe een participatieplan vast, waarin worden beschreven:
- a.
het initiatief tot participatie;
- b.
de rol van gedeputeerde staten bij het initiatief tot participatie;
- c.
het participatiedoel;
- d.
de participatievorm;
- e.
de inrichting van het participatieproces;
- f.
het besluitvormingsproces en de beslissingsbevoegdheden, en de wijze waarop de participatie uitkomsten hierin worden meegenomen;
- g.
de wijze van communicatie en afronding richting de gerechtigden, waaronder de bekendmaking;
- h.
de wijze waarop het participatieproces wordt geëvalueerd en gemonitord.
- a.
-
2. In aanvulling op het eerste lid kunnen bij een burgerinitiatief in het participatieplan, in afstemming met de initiatiefgerechtigde, afspraken worden vastgelegd over onder meer:
- a.
de looptijd van het burgerinitiatief;
- b.
het te bereiken resultaat;
- c.
het budget en de bestedingsverantwoording;
- d.
de kwaliteitsbewaking;
- e.
de ambtelijke ondersteuning.
- a.
-
3. Gedeputeerde staten kunnen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het eerste lid.
Paragraaf 5 Inspraak
Artikel 13 Inspraak verlenen
-
1. Indien het voornemen bestaat beleid te ontwikkelen dan wel te wijzigen, besluit het bevoegde bestuursorgaan of daarop inspraak wordt verleend.
-
2. Indien provinciale staten, een commissie waaraan bevoegdheden van provinciale staten of gedeputeerde staten zijn toegekend of de Commissaris van de Koning besluiten of besluit inspraak te verlenen, dan dragen gedeputeerde staten zorg voor de uitvoering van het besluit.
Artikel 14 Inspraakprocedure
-
1. Ingeval van een besluit als bedoeld in artikel 10 stellen gedeputeerde staten een inspraakprocedure vast.
-
2. Op de inspraakprocedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij gedeputeerde staten hiervan bij besluit afwijken.
-
3. De inspraakprocedure omvat tenminste:
- a.
de wijze waarop inspraak wordt verleend;
- b.
een termijnstelling;
- c.
een omschrijving van de mate waarin en de voorwaarden waaronder gerechtigden invloed kunnen uitoefenen.
- a.
Paragraaf 6 Afronding participatieproces
Artikel 15 Klachten
[vervallen]
Artikel 16 Participatieverslag
-
1. Zodra de participatie is afgerond, stellen gedeputeerde staten een participatieverslag op.
-
2. Het participatieverslag bevat tenminste:
- a.
Een beschrijving van het gevolgde participatieproces, inclusief doel, doelgroepen, methoden en gestelde kaders;
- b.
Een weergave van de belangen, zienswijzen, kennisbijdragen en inzichten die door gerechtigden tijdens het participatieproces naar voren zijn gebracht, de wijze waarop hiermee is omgegaan en;
- c.
Een evaluatie van het gevolgde proces mede aan de hand van het oordeel van de deelnemers hierover en een inhoudelijk overzicht van de schriftelijk ingediende klachten en de afhandeling daarvan.
- a.
-
3. Gedeputeerde staten maken het participatieverslag openbaar op de wijze zoals vooraf met de participanten is afgestemd en vastgelegd in het participatieplan, en informeren actief diegenen die hebben deelgenomen aan het participatieproces.
Paragraaf 7 Slotbepalingen
Artikel 17 Evaluatie en verantwoording
-
1. In onderzoeken naar de positie en profilering van de provincie wordt participatie als onderwerp standaard meegenomen.
-
2. Gedeputeerde staten rapporteren over de uitvoering van deze verordening als onderdeel van de monitoring en evaluatie van participatiebeleid.
Artikel 18 Intrekking
-
1. De Inspraakverordening Zuid-Holland (1995) wordt ingetrokken.
-
2. De Verordening Recht van Initiatief (2014) wordt ingetrokken.
Artikel 19 Overgangsrecht
-
1. De Inspraakverordening Zuid-Holland (1995) blijft van toepassing op reacties en de afhandeling hiervan die op basis van een inspraakprocedure op grond van die verordening zijn ingediend.
-
2. De Verordening Recht van Initiatief (2014) blijft van toepassing op een burgerinitiatief dat op basis van deze verordening is ingediend.
Artikel 20 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.
Artikel 21 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: “Participatieverordening Zuid-Holland".
Ondertekening
Den Haag, 11 december 2024
Provinciale Staten van Zuid-Holland,
Griffier
drs. B.S.M. Sepers
Voorzitter
mr. A.W. Kolff
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl