Verordening nadeelcompensatie en planschade Noord-Zuidlijn

Geldend van 18-05-2001 t/m 23-10-2011

Intitulé

Verordening nadeelcompensatie en planschade Noord-Zuidlijn

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Art. 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    gemeenteraad: de raad van de gemeente Amsterdam dan wel een ander krachtens delegatie of mandaat bevoegd orgaan, niet-zijnde een bestuursorgaan van een stadsdeel;

  • b.

    aanleg van de Noord-Zuidlijn: de bouw van de Noord-Zuidlijn en de daarbij behorende werken of in direct verband daarmee staande besluiten, genomen door daartoe bevoegde bestuursorganen van de centrale stad gemeente Amsterdam;

  • c.

    adviescommissie: het adviesorgaan dat de gemeenteraad adviseert om-trent beslissin-gen op verzoe-ken tot nadeelcompensatie en planschadevergoeding;

  • d.

    verzoek: de aanvraag aan de gemeenteraad het nadeel te compenseren en/of planschade te vergoeden door degene die stelt nadeel en/of planschade te hebben geleden, het verzoek tot bevoorschotting dan wel het verzoek tot goedkeuring en vergoeding van de plannen tot het heffen van nadeelvoorkomende of -beperkende maatregelen;

  • e.

    verzoeker: de indiener van een verzoek tot nadeelcompensatie en/of vergoeding van planschade, niet zijnde een bestuursorgaan, gemeentelijke dienst of gemeentelijk bedrijf van de gemeente Amsterdam dan wel een rechtspersoon met een publiekrechtelijke taakstelling die is gericht op de gemeente Amsterdam en waarvan de activiteiten in hoofdzaak worden gefinancierd door en onder toezicht staan van de gemeente Amsterdam en waarvan de zeggenschap binnen de rechtspersoon in overwegende mate bij de gemeente Amsterdam rust;

  • f.

    nadeel: schade als gevolg van de aanleg van de Noord-Zuidlijn die is ontstaan door rechtmatig overheidshandelen, niet-zijnde planschade;

  • g.

    planschade: schade, veroorzaakt door het bestemmingsplan Noord-Zuidlijn of de daarmee samenhangende planologische besluiten als bedoeld in art. 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

  • h.

    nadeelcompensatie: de vergoeding van het nadeel;

  • i.

    Noord-Zuidlijn: de aan te leggen metroverbinding tussen het Buiksloter-meerplein en het Station Zuid-WTC.

  • j.

    winst: de winst van een onderneming, met dien verstande, dat, indien de verzoeker een rechtspersoon is, onder winst mede wordt verstaan de beloning van bestuurder(s) en de daar-aan verbonden voor rekening van de rechtspersoon komende lasten. Onder winst wordt voor niet-ondernemers begrepen de inkomsten van een natuurlijk persoon;

  • k.

    Schadebureau Noord-Zuidlijn: het als zodanig door de gemeenteraad ingestelde schade-bureau, dat bevoegd is alle verzoeken tot vergoeding van schade die is veroorzaakt door deaanleg van de Noord-Zuidlijn in behandeling te nemen;

  • l.

    wet: Wet op de Ruimtelijke Ordening;

  • m.

    bestemmingsplan: bestemmingsplan Noord-Zuidlijn.

Hoofdstuk II De nadeelcompensatie

Art. 2 Het recht op nadeelcompensatie

  • 1. De gemeenteraad kent de verzoeker die als gevolg van de aanleg van de Noord-Zuidlijn nadeel ondervindt, voorzover het nadeel redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk II, nadeelcompensatie toe, indien voldaan is aan de in deze verordening gestelde voorwaarden en voorzover de compensatie van dat nadeel niet of niet voldoende anderszins is gewaarborgd.

  • 2. De nadeelcompensatie wordt bepaald in geld, of, indien de gemeenteraad, gehoord de adviescommissie, dit wenselijk oordeelt, op een andere wijze. Indien de nadeelcompensatie wordt bepaald op een andere wijze dan in geld, gaat de waarde van deze compensatie de hoogte van de anders op hetzelfde verzoek uit te keren nadeelcompensatie in geld niet te boven.

Art. 3 De bepaling van de hoogte van het nadeel en de nadeelcompensatie

  • 1. Met inachtneming van het bepaalde in art. 13 brengt de adviescommissie advies uit over de omvang van het nadeel en de hoogte van de nadeelcompensatie.

  • 2. Voorzover de omvang van het nadeel kan worden vastgesteld op basis van de winstderving van de verzoeker, wordt de tijdens de aanleg van de Noord-Zuidlijn door de verzoeker behaalde winst (inkomsten) vergeleken met de door hem v››r de aanleg van de Noord-Zuidlijn behaalde gemiddelde winst (gemiddelde inkomsten) in de daarvoor in aanmerking komende, in beginsel vijf jaren. Het aldus verkregen resultaat zal worden gecorrigeerd met een inflatiecorrectie en, voorzover aanwezig, gecorrigeerd met een toepasbare branchecorrectie.

Art. 4 Invloed van de verkoop van het bedrijf/pand op de hoogte van de nadeel--compensatie

Indien een verzoeker die reeds voordat redelijkerwijs door hem mocht worden verwacht dat de Noord-Zuidlijn in zijn nabijheid zou worden aangelegd, een bedrijf uitoefent en/of een pand in eigendom heeft, tijdens de aanleg van de Noord-Zuidlijn zijn bedrijf of pand verkoopt en de prijs van de verkoop ten gevolge van de aanleg van de Noord-Zuidlijn leidt tot een lager bedrag dan de verkoopprijs zou bedragen ingeval er geen sprake zou zijn geweest van de aanleg van de Noord-Zuidlijn, zal de adviescommissie dit verschil opnemen in haar aan de gemeenteraad uit te brengen advies en zal de gemeenteraad dit in zijn beslissing betrekken, waarbij met betrekking tot de hoogte van de nadeelcompensatie conform art. 3, lid 3, zal worden beslist.

Art. 5 Nadeelvoorkomende of -beperkende maatregelen

  • 1. Indien een verzoeker ter voorkoming of beperking van nadeel bepaalde maatregelen wenst te treffen, komen de volledige kosten hiervan -voor verlening van nadeelcompensatie als bedoeld in deze verordening in aanmerking, echter met inachtneming van het bepaalde in de leden 2 tot en met 4 van dit artikel.

  • 2. De verzoeker dient, alvorens hij tot het treffen van maatregelen als bedoeld in het vorige lid overgaat, de plannen voor de te nemen maatregelen met inbegrip van een raming van de kosten ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen. De verzoeker dient daartoe overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV een verzoek in te dienen- bij het Schadebureau Noord-Zuidlijn. Schade voorkomende of -beperkende maatregelen die zijn genomen na goedkeuring door de Gemeenteraad, gehoord de adviescommissie, komen voor nadeelcompensatie in aanmerking. Verzoeken van beperkte omvang kan het schadebureau inwilligen zonder toepassing van hoofdstuk IV. Indien niet tot onmiddelijke volledige inwilliging kan worden overgegaan, blijft hoofdstuk IV onverkort van toepassing.

  • 3. De nadeelcompensatie die terzake van deze maatregelen wordt verleend, wordt nimmer hoger gesteld dan het bedrag van de nadeelcompensatie waarop de verzoeker aanspraak zou kunnen maken indien de maatregelen niet zouden zijn genomen.

  • 4. Indien en voorzover naar het oordeel van de gemeenteraad de verzoeker verwijtbaar lijdelijk de gevolgen van de aanleg van de Noord-Zuidlijn heeft afgewacht, terwijl door het treffen van bepaalde maatregelen de nadelige gevolgen ervan hadden kunnen worden beperkt of voorkomen, beslist de gemeenteraad, gehoord de adviescommissie, in ieder geval geheel of gedeeltelijk afwijzend op een verzoek om nadeelcompensatie.

  • 5. Op de behandeling van het verzoek tot het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van nadeel zijn de bepalingen van hoofdstuk IV van overeenkomstige toepassing.

Art. 6 Voorschot hangende een verzoek om een nadeelcompensatie

  • 1. De gemeenteraad kan besluiten, de adviescommissie gehoord, op verzoek van de verzoeker die naar redelijkerwijs valt te verwachten in aanmerking komt voor nadeelcompensatie, tot het toekennen van een voorschot op nadeelcompensatie wanneer de verzoeker een spoedeisend belang bij die toekenning heeft.

    De verzoeker dient zijn verzoek om een voorschot overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV in te dienen bij het Schadebureau Noord-Zuidlijn.

  • 2. Met het verstrekken van het voorschot wordt geen recht op nadeelcompensatie erkend of verleend. Aan het verstrekken van het voorschot kunnen door de gemeenteraad voorwaarden worden verbonden.

  • 3. Het voorschot wordt in ieder geval alleen verleend als de verzoeker schriftelijk de verplichting aanvaardt tot zijnerzijds gehele of gedeeltelijke terugbetaling wanneer op grond van het definitief besluit van de gemeenteraad omtrent het verzoek overeenkomstig hoofdstuk IV en de bij dat besluit behorende gegevens blijkt dat het voorschot geheel of gedeeltelijk ten onrechte is verstrekt. Over het terug te betalen voorschot is geen rente verschuldigd.

  • 4. Op de behandeling van het verzoek tot het verstrekken van een voorschot zijn de bepalingen van hoofdstuk IV van overeenkomstige toepassing.

Art. 7 Bijdrage in de deskundigenkosten van de belanghebbende

  • 1. Wanneer de verzoeker daarom heeft verzocht, kent de gemeenteraad, de adviescommissie gehoord, aan de verzoeker een bijdrage toe in de redelijkerwijs door hem gemaakte deskundigenkosten wanneer het redelijk is dat de verzoeker de deskundigen heeft ingeschakeld ten behoeve van zijn verzoek.

  • 2. De gemeenteraad kan, de adviescommissie gehoord, nadere regels vaststellen omtrent de wijze van berekening en de hoogte van de toe te kennen bijdrage.

Hoofdstuk III Planschade

Art. 8 Het recht op vergoeding van planschade

  • 1. Hij die van oordeel is dat in verband met het bestemmingsplan Noord-Zuidlijn een met dat bestemmingsplan of met de aanleg van de Noord-Zuidlijn samenhangende andere planologische maatregel als bedoeld in art. 49 van de wet, het bepaalde in art. 49 van de wet op hem van toepassing is, kan een verzoek om vergoeding van de in dat artikel bedoelde schade bij de gemeenteraad indienen.

  • 2. Een beslissing tot toekenning van vergoeding van deze schade wordt niet eerder genomen dan na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan Noord-Zuidlijn of een andere met dat bestemmingsplan of de aanleg van de Noord-Zuidlijn samenhangende planologische maatregel als bedoeld in art. 49 van de wet.

  • 3. De schadevergoeding wordt bepaald in geld of, indien de gemeenteraad, gehoord de adviescommissie, dit wenselijk oordeelt, op een andere wijze. Indien de schadevergoeding wordt bepaald op een andere wijze dan in geld, gaat de waarde van deze compensatie de hoogte van het anders op hetzelfde verzoek uit te keren schadevergoeding in geld niet te boven.

  • 4. De artikelen 6 en 7 zijn op dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk IV Procedurele bepalingen

Art. 9 Het verzoek om nadeelcompensatie en/of vergoeding van planschade

  • 1. Het verzoek wordt gericht aan de gemeenteraad en wordt zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is, doch met betrekking tot een verzoek om planschadevergoeding als bedoeld in hoofdstuk II niet eerder dan nadat het bestemmingsplan Noord-Zuidlijn dan wel een andere, in art. 8, lid 1, bedoelde, planologische maatregel, onherroepelijk is geworden, schriftelijk ingediend bij het Schadebureau Noord-Zuidlijn door middel van een daartoe bestemd aanvraagformulier.

  • 2. Per aaneengesloten periode van twaalf maanden kan slechts eenmaal een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend.

  • 3. Het verzoek dient met redenen omkleed te worden  ingediend. Daartoe bevat het aanvraagformulier ten minste:

    • a.

      de naam en het adres van de verzoeker;

    • b.

      de dagtekening;

    • c.

      een beschrijving van de handeling en/of het bestuursbesluit dat naar het oordeel van de verzoeker het nadeel en/of de planschede veroorzaakt;

    • d.

      een opgave van de aard en de omvang van het nadeel/de planschade, vergezeld van een zo nauwkeurig mogelijke specificatie van het bedrag van het nadeel/de planschade;

    • e.

      een opgave van de aard en de omvang van het nadeel/de planschade dat/die naar het oordeel van de verzoeker dient te worden gecompenseerd c.q. te worden vergoed;

    • f.

      een ondertekening door de verzoeker.

  • 4. Indien naar het oordeel van het schadebureau de door de verzoeker overgelegde schriftelijke gegevens ontoereikend zijn, zodat op basis daarvan redelijkerwijs niet op het verzoek kan worden beslist, stelt het schadebureau, bij bevestiging van de ontvangst als bedoeld in lid 6, verzoeker hiervan schriftelijk in kennis. Daarbij wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken na datum van verzending van de ontvangstbevestiging de gewenste aanvullende gegevens over te leggen.

  • 5. Het verzoek wordt geacht te zijn ontvangen indien het aanvraagformulier volledig ingevuld is ingediend bij het Schadebureau Noord-Zuidlijn of verzonden is ten name van het Schadebureau Noord-Zuidlijn en de ontvangst door het schadebureau daarvan is bevestigd.

  • 6. Het schadebureau bevestigt schriftelijk de ontvangst van het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst daarvan. Bij de ontvangstbevestiging wordt de verzoeker in kennis gesteld van de te volgen procedure.

  • 7. Wanneer het verzoek op een andere wijze is gedaan dan door middel van het in lid 1 bedoelde aanvraagformulier, stelt het schadebureau de aanvrager daarvan zo spoedig mogelijk in kennis en voegt bij de kennisgeving een aanvraagformulier.

Art. 10 Niet behandelen van het verzoek

  • 1. Indien het verzoek niet door middel van het in art. 9, lid 1, bedoelde daartoe bestemde aanvraagformulier is ingediend en zodra de in art. 9, lid 4, bedoelde termijn is verstreken zonder dat de daar bedoelde aanvullende gegevens, waaronder het aanvraagformulier, zijn ontvangen, neemt de gemeenteraad het verzoek niet in behandeling.

  • 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid om een verzoek niet in behandeling te nemen, wordt aan de verzoeker meegedeeld binnen vier weken nadat de in art. 9, lid 4, bedoelde termijn is verstreken.

Art. 11 Ongegrondheid en behandeling van het verzoek

  • 1. De gemeenteraad besluit tot afwijzing van het verzoek zonder toepassing van de in de artikelen 15 en 16 omschreven procedure, indien het verzoek naar zijn oordeel kennelijk ongegrond is.

  • 2. Indien het verzoek niet kennelijk ongegrond is, wordt het verzoek binnen vier weken na ontvangst van alle benodigde gegevens in handen gesteld van de adviescommissie met het verzoek de gemeenteraad van advies te dienen over de op het verzoek te nemen beslissing.

  • 3. De verzoeker wordt over het in behandeling stellen van zijn verzoek in kennis ge steld. Hierbij wordt de verzoeker geïnformeerd over de samenstelling van de adviescommissie die over zijn verzoek adviseert.

Art. 12 De samenstelling van de adviescommissie

  • 1. De adviescommissie bestaat uit drie leden, onder wie één voorzitter. Voor elk van de leden, onder wie de voorzitter, alsmede voor de secretaris wordt een plaatsvervanger benoemd.

  • 2. De adviescommissie wordt ingesteld door de gemeenteraad. Haar leden en de secretaris worden door de gemeenteraad benoemd.

  • 3. Leden van de adviescommissie, alsmede de secretaris kunnen slechts worden benoemd wanneer van voldoende geschiktheid en onafhankelijkheid is gebleken.

  • 4. Leden van de adviescommissie kunnen door de gemeenteraad, ambtshalve of op verzoek, geheel of gedeeltelijk van hun taak worden ontheven wanneer op grond van feiten en omstandigheden de onafhankelijkheid als bedoeld in lid 3 van dit artikel, niet langer is gewaarborgd.

  • 5. Een verzoek om toepassing van het bepaalde in lid 4 van dit artikel kan door de verzoeker schriftelijk worden ingediend bij de gemeenteraad,  uiterlijk binnen twee weken na verzending van de kennisgeving als bedoeld in art. 11, lid 3. Het verzoek dient door de verzoeker te worden gemotiveerd.

  • 6. De leden van de adviescommissie, de secretaris en hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun uit hoofde van hun adviescommissiewerkzaamheden ter kennis komt. Een uitzondering hierop vormt het uitbrengen van het in art. 13 bedoelde rapport, de inhoud van dat rapport en het uitwisselen van informatie met derden als bedoeld in art. 14, lid 2.

Art. 13 De taak van de adviescommissie

  • 1. De adviescommissie stelt een onderzoek in naar en brengt advies uit over:

    • a.

      de vraag, of er nadeel dan wel planschade in de zin van deze verordening is ontstaan;

    • b.

      de omvang van dat nadeel/die planschade;

    • c.

      de vraag, of dat nadeel/die planschade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de verzoeker behoort te blijven;

    • d.

      de vraag, of vergoeding van dat nadeel/die planschade niet, of niet voldoende, anderszins is gewaarborgd;

    • e.

      de vraag, of en in hoeverre er aanleiding bestaat om een bijdrage in deskundigenkosten toe te kennen.

    • f.

      de hoogte van de door de gemeente te verstrekken compensatie of vergoeding.

  • 2. Wanneer het verzoek daartoe aanleiding geeft, brengt de adviescommissie tevens advies uit over:

    • a.

      het verzoek tot het treffen van nadeel voorkomende en beperkende maatregelen als bedoeld in art. 5;

    • b.

      het verzoek tot het toekennen van een voorschot als bedoeld in art. 6;

    • c

      de toepassing van de hardheidsclausule als bedoeld in art. 17.

  • 3. Desgewenst brengt de adviescommissie advies uit over de vraag, of het verzoek al dan niet in behandeling moet worden genomen.

  • 4. De adviescommissie brengt in de vorm van een gemotiveerd rapport aan de gemeenteraad advies uit over haar bevindingen. Wanneer zij daartoe aanleiding ziet, adviseert de commissie over de voorstellen voor maatregelen en voorzieningen, waardoor het nadeel/de planschade anders dan door een compensatie in geld kan worden beperkt of ongedaan gemaakt.

Art. 14 Bevoegdheden van de adviescommissie

  • 1. De gemeenteraad en de verzoeker stellen de adviescommissie de gegevens en bescheiden ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van haar taak.

  • 2. De adviescommissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden indien zij dat voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.

  • 3. De adviescommissie kan een plaatsopneming houden indien zij dit voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.

Art. 15 Procedure bij de adviescommissie

  • 1. De adviescommissie stelt zowel de verzoeker als de gemeente binnen zes weken na ontvangst van het verzoek door de commissie in de gelegenheid zijn/haar standpunten mondeling toe te lichten tijdens een hoorzitting. De adviescommissie verzendt de uitnodiging voor het geven van een mondelinge toelichting ten minste twee weken v››r de datum waarop de toelichting wordt verlangd.

  • 2. Bij hun mondelinge toelichting mogen de verzoeker en de gemeente zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een gemachtigde. Ook worden ter zitting meegebrachte deskundigen in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven.

  • 3. Van de mondelinge toelichtingen, gedaan tijdens de hoorzitting, wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt aan de verzoeker en de gemeente toegezonden.

  • 4.

    • a.

      De adviescommissie stelt een conceptadvies op voordat zij haar definitieve advies uitbrengt aan de gemeenteraad. Het conceptadvies wordt uiterlijk binnen twaalf weken na de datum van de mondelinge toelichting naar de verzoeker en de gemeente toegezonden.

    • b.

      Wanneer de adviescommissie er niet in slaagt het conceptadvies binnen twaalf weken aan de verzoeker te zenden, kan zij deze termijn met ten hoogste zes weken verlengen. Daarvan wordt aan de verzoeker en de gemeente mededeling gedaan onder opgaaf van de nieuwe termijn waarbinnen het conceptadvies kan worden verwacht en onder opgaaf van redenen van de verlenging.

    • c.

      De verzoeker en de gemeente maken hun eventuele zienswijzen naar aanleiding van het conceptadvies uiterlijk binnen zes weken na de datum van verzending van het conceptadvies schriftelijk aan de adviescommissie bekend.

    • d.

      De adviescommissie stelt haar definitieve advies met inachtneming van eventuele zienswijzen vast binnen zes weken nadat de in lid 4, onder c, van dit artikel genoemde termijn is verstreken. Zij zendt dit advies met inbegrip van het verslag van de eventuele mondelinge toelichting en de eventuele zienswijzen toe aan de verzoeker en de gemeenteraad.

    • e.

      Wanneer het definitieve advies van de adviescommissie niet binnen zes weken kan worden gegeven, kan zij het definitieve advies met ten hoogste vier weken verdagen en stelt zij de verzoeker, de gemeente en de gemeenteraad daarvan in kennis.

    • f.

      Verder uitstel van het definitieve advies is mogelijk voorzover de verzoeker en de gemeenteraad daarmee instemmen.

  • 5.

    • a.

      In eenvoudige gevallen kan de adviescommissie beslissen tot het behandelen van het verzoek volgens de procedure, genoemd in lid 5, onder c, van dit artikel, doch slechts in het geval dat de aard van het verzoek zich niet daartegen verzet en de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op het verzoek, daartoe aanleiding geven.

    • b.

      De adviescommissie stelt de verzoeker en de gemeente onverwijld in kennis van haar beslissing tot het behandelen van het verzoek volgens de procedure, genoemd in lid 5, onder c, van dit artikel.

    • c.

      Zes weken nadat de hoorzitting als bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft plaatsgevonden, stelt de adviescommissie een definitief advies aan de gemeenteraad ter beschikking, zonder dat er een conceptadvies wordt opgesteld dat wordt voorgelegd aan de verzoeker en de gemeente en zonder dat de verzoeker en de gemeente hun zienswijzen naar voren kunnen brengen.

    • d.

      Wanneer het advies van de adviescommissie niet binnen zes weken kan worden gegeven, stelt zij de verzoeker, de gemeente en de gemeenteraad daarvan in kennis en noemt zij een termijn waarbinnen haar advies kan worden verwacht.

Art. 16 De beslissing op het verzoek

  • 1. Zo spoedig mogelijk nadat de adviescommissie het in art. 15 bedoelde advies aan de gemeenteraad heeft toegezonden, neemt de gemeenteraad  een met redenen omkleed besluit omtrent de toekenning van nadeelcompensatie en/of de vergoeding van planschade. Ter motivering kan de gemeenteraad volstaan met een verwijzing naar het advies van de adviescommissie, maar, indien de beslissing afwijkt van het advies, wordt dit met de redenen voor de afwijking in de motivering vermeld. De beslissing wordt de verzoeker onverwijld toegezonden.

  • 2. Voordat de gemeenteraad bij zijn besluit geheel of gedeeltelijk afwijkt van het verzoek, wordt de verzoeker onder de overige in art. 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde voorwaarden in de gelegenheid gesteld, zijn zienswijze bij de gemeenteraad naar voren te brengen.

Art. 17 Hardheidsclausule.

Indien een strikte toepassing van deze Verordening Nadeelcompensatie en Planschade Noord-Zuidlijn zou leiden tot een beslissing die onmiskenbaar als onredelijk moet worden aangemerkt, kan de gemeenteraad, de adviescommissie gehoord, in bijzondere gevallen van deze verordening afwijken.

Hoofdstuk V Slotbepaling

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Nadeelcompensatie en Planschade Noord-Zuidlijn.

Art. 18 Citeertitel