Nadere regels Parkeerverordening Doesburg

Geldend van 29-01-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regels Parkeerverordening Doesburg

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg,

gelet op artikel 3, lid 2 en artikel 4, lid 1 en 2 van de Parkeerverordening Doesburg 2024,

besluit:

vast te stellen de Nadere regels Parkeerverordening Doesburg:

Artikel 1 Bewonersvergunning

  • 1. Als het motorvoertuig waarvoor een bewonersvergunning wordt aangevraagd, niet op naam is gesteld van de aanvrager, dan dient bij de aanvraag informatie te worden overlegd waaruit blijkt dat de aanvrager als houder van het motorvoertuig kan worden aangemerkt.

  • 2. Per zelfstandige woning kan maximaal één bewonersvergunning worden verleend.

  • 3. Als op een adres reeds een bedrijfsvergunning is verleend, wordt voor dit adres geen bewonersvergunning verleend.

  • 4. Indien de zelfstandige woning beschikt over een parkeervoorziening op eigen terrein, wordt geen bewonersvergunning verleend. Onder een parkeervoorziening op eigen terrein wordt verstaan:

    • a.

      een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,50 meter en breedte van 2,50 meter;

    • b.

      een inpandige parkeerplaats met een doorgang van minimaal 2,50 meter breed en een binnenmaat met een minimale lengte van 5,50 meter en breedte van 2,85 meter;

    • c.

      een oprit op eigen terrein en/of een inpandige parkeerplaats die niet voldoet aan de onder a en b genoemde minimale afmetingen en die in praktijk wel wordt gebruikt voor het parkeren van een motorvoertuig, waardoor de uitweg om de openbare weg te bereiken moet worden vrijgehouden;

    • d.

      een parkeerplaats op een terrein of in een garage waarover de bewoner kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur of ingebruikgeving of waarvan in de omgevingsvergunning, bouwvergunning, huur- of koopovereenkomst of erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze is bedoeld als parkeergelegenheid ten behoeve van de woning;

    • e.

      een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg;

    • f.

      onder een parkeervoorziening op eigen terrein wordt tevens verstaan een parkeervoorziening als bedoeld onder a tot en met d, die niet meer als zodanig in gebruik is, tenzij het gebruik als parkeervoorziening op een legale wijze teniet is gegaan.

  • 5. Een bewonersvergunning wordt verleend voor het parkeren in het vergunninggebied waartoe het adres waarop de aanvrager volgens de BRP is ingeschreven behoort, zolang het maximum aantal te verlenen parkeervergunningen voor het vergunninggebied niet is verleend.

  • 6. Als het maximum aantal vergunningen voor het vergunninggebied is verleend, wordt de aanvraag voor een parkeervergunning op een wachtlijst voor het vergunninggebied geplaatst.

  • 7. Een bewonersvergunning wordt verleend op naam van de houder van een motorvoertuig, die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres in een vergunninggebied. Als de naam van de aanvrager niet overeenkomt met de naam van de houder van het motorvoertuig, geldt het bepaalde in lid 1.

Artikel 2 Bedrijfsvergunning

  • 1. Per bedrijf of instelling kan maximaal één bedrijfsvergunning worden verleend.

  • 2. Als op een adres reeds een bewonersvergunning is verleend, wordt voor dit adres geen bedrijfsvergunning verleend.

  • 3. Indien het bedrijf of de instelling beschikt over een parkeervoorziening op eigen terrein, wordt geen bedrijfsvergunning verleend. Onder een parkeervoorziening op eigen terrein wordt verstaan:

    • a.

      een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,50 meter en breedte van 2,50 meter;

    • b.

      een inpandige parkeerplaats met een doorgang van minimaal 2,50 meter breed en een binnenmaat met een minimale lengte van 5,50 meter en breedte van 2,85 meter;

    • c.

      een oprit op eigen terrein of een inpandige parkeerplaats die niet voldoet aan de onder a en b genoemde minimale afmetingen en die in praktijk wel wordt gebruikt voor het parkeren van een motorvoertuig, waardoor de uitweg om de openbare weg te bereiken moet worden vrijgehouden;

    • d.

      een parkeerplaats op een terrein of in een garage waarover het bedrijf of de instelling kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur of ingebruikgeving of waarvan in de omgevingsvergunning, bouwvergunning, huur- of koopovereenkomst of erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze is bedoeld als parkeergelegenheid ten behoeve van de het gebouw waar het bedrijf of de instelling is gevestigd;

    • e.

      onder een parkeervoorziening op eigen terrein wordt tevens verstaan een parkeervoorziening als bedoeld onder a tot en met d, die niet meer als zodanig in gebruik is, tenzij het gebruik als parkeervoorziening op een legale wijze teniet is gegaan.

  • 4. Een bedrijfsvergunning wordt verleend voor het parkeren in het vergunninggebied waar het bedrijf of de instelling volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is gevestigd, zolang het maximum aantal te verlenen parkeervergunningen voor dat vergunninggebied niet is verleend.

  • 5. Bij de aanvraag van een bedrijfsvergunning dient een uittreksel, niet ouder dan 3 maanden, uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te worden overlegd waaruit blijkt dat het bedrijf op een adres binnen het vergunninggebied is gevestigd.

  • 6. Als het maximum aantal vergunningen voor het vergunninggebied is verleend, wordt de aanvraag voor een parkeervergunning geweigerd en op een wachtlijst voor het vergunninggebied geplaatst.

  • 7. Een bedrijfsvergunning wordt verleend aan het bedrijf dat of de instelling die volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is gevestigd op een adres in het vergunninggebied.

Artikel 3 Aannemersvergunning

  • 1. Bij de aanvraag van een aannemersvergunning dient te worden onderbouwd:

    • a.

      dat het tijdens de uitoefening van de werkzaamheden noodzakelijk is om een motorvoertuig nabij het werkgebied te parkeren;

    • b.

      dat niet kan worden volstaan met het laden en lossen van materieel binnen het vergunninggebied en vervolgens buiten het vergunninggebied parkeren;

    • c.

      voor welke termijn de aannemersvergunning noodzakelijk is.

  • 2. Per bedrijf kunnen maximaal twee aannemersvergunningen worden verleend.

  • 3. Een aannemersvergunning wordt verleend voor het parkeren in het vergunninggebied van maandag tot en met zaterdag tussen 7.00 tot 18.00 uur.

  • 4. Een aannemersvergunning wordt verleend aan de houder van een motorvoertuig die een beroep uitoefent in het vergunninggebied ten behoeve van het tijdens de uitoefening van de werkzaamheden parkeren van dat motorvoertuig nabij het werkgebied.

Artikel 4 Hulpverlenersvergunning

  • 1. Bij de aanvraag van een hulpverlenersvergunning dient te worden onderbouwd:

    • a.

      dat de zorgverlener ambulante zorg verleent binnen het vergunninggebied;

    • b.

      dat het vanwege het geregeld met spoed of met groot materieel zorg of hulp verlenen aan personen of dieren op wisselende plaatsen noodzakelijk is om een motorvoertuig nabij het werkgebied te parkeren;

    • c.

      de termijn dat de zorgverlener ambulante zorg verleent binnen het vergunninggebied.

  • 2. Een huisarts, dierenarts, verloskundige, wijkverpleegkundige of thuiszorgorganisatie hoeft bij de aanvraag van de hulpverlenersvergunning het gestelde in het eerste lid sub b niet te onderbouwen.

  • 3. Het aantal te verlenen hulpverlenersvergunningen per zorginstelling is niet gemaximeerd.

  • 4. Een hulpverlenersvergunning wordt verleend voor het parkeren in het vergunninggebied.

  • 5. Een hulpverlenersvergunning wordt verleend aan een bedrijf dat of een instelling of zzp-er die professionele zorg verleent.

Artikel 5 Mantelzorgvergunning

  • 1. Bij de aanvraag van een mantelzorgvergunning dient een maximaal 2 maanden oud en op naam van de aanvrager gestelde verklaring van een arts, het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), een thuiszorgorganisatie of een andere professionele zorgverlener te worden overlegd waaruit blijkt:

    • a.

      dat aanvrager mantelzorg nodig heeft;

    • b.

      de termijn dat aanvrager mantelzorg nodig heeft.

  • 2. Per zelfstandige woning kan maximaal één mantelzorgvergunning worden verleend.

  • 3. Een mantelzorgvergunning wordt verleend voor het parkeren in het vergunninggebied.

  • 4. Indien de persoon die mantelzorg verleent op hetzelfde adres woont als de persoon die mantelzorg ontvangt dan wordt er geen mantelzorgvergunning verleend.

  • 5. Een mantelzorgvergunning wordt verleend aan de persoon die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres in het vergunninggebied en die mantelzorg ontvangt.

Artikel 6 Wachtlijst

  • 1. Het vergunninggebied is weergegeven op de bij dit besluit horende overzichtskaart.

  • 2. Het college verleent voor maximaal 90% van het aantal beschikbare parkeerplaatsen bewoners- en bedrijfsvergunningen.

  • 3. Als het maximum aantal vergunningen voor het vergunninggebied is verleend, wordt de aanvraag voor een parkeervergunning geweigerd en op de wachtlijst geplaatst:

    • a.

      aanvragen worden op volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag op een wachtlijst geplaatst;

    • b.

      aanvragen voor een bewonersvergunning worden op een wachtlijst voor bewonersvergunningen geplaatst, aanvragen voor een bedrijfsvergunning worden op een wachtlijst voor bedrijfsvergunningen geplaatst.

  • 4. Als het aantal verleende vergunningen voor het vergunninggebied afneemt tot onder het maximum aantal te verlenen bewoners- en bedrijfsvergunningen, wordt de aanvraag voor een vergunning die bovenaan de wachtlijst voor bewonersvergunningen staat, verleend. Op het moment dat er geen aanvraag op de wachtlijst voor bewonersvergunningen staat, wordt de aanvraag voor een vergunning die bovenaan de wachtlijst voor bedrijfsvergunningen staat, verleend.

Artikel 7 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de artikelen in deze nadere regels, indien toepassing van de artikelen tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking hiervan en is van toepassing op aanvragen voor een parkeervergunning voor 1 februari 2025 en daarop volgende jaren.

  • 2. Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Nadere regels Parkeerverordening Doesburg’.

  • 3. Het Uitwerkingsbesluit parkeren Doesburg 2024 blijft zijn werking behouden voor de behandeling en afhandeling van aanvragen die betrekking hebben op de periode tot 1 februari 2025, die zijn ingediend op grond van dit Uitwerkingsbesluit en voor besluiten die zijn genomen op grond van dit besluit.

Ondertekening

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Doesburg tijdens zijn collegevergadering van 11 juni 2024.

De gemeentesecretaris,

De burgemeester,

Bijlage 1: Overzichtskaart vergunninggebied

afbeelding binnen de regeling