Eilandsverordening Kinderopvang Bonaire 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Eilandsverordening Kinderopvang Bonaire 2026

DE EILANDSRAAD VAN HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE:

Overwegende :

  • -

    Dat een volwaardige voor- en naschoolse educatie en verantwoorde kinderopvang essentieel is voor de gezonde en veilige ontwikkeling van het kind;

  • -

    Dat middels het programma Bes(t) 4 kids gewerkt wordt aan de kwaliteitsslag voor kinderopvang op Bonaire;

  • -

    Dat het wenselijk is nieuwe regels inzake de kinderopvang alsook de voor-en naschoolse opvang vast te stellen.

Gelezen:

Het advies van het Bestuurscollege d.d. 27 november 2019 waarin wordt voorgesteld de Eilandsverordeni ng Kinderopvang Bonaire (AB 2010, no. 17) in te trekken

Gelet op:

artikel 7 invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en

artikel 1 van de Eilandsverordening van 8 oktober 2010, no. 1 tot vaststelling van eilandsverordeningen voor het openbaar lichaam Bonaire.

HEEFT BESLOTEN:

vast te stellen de volgende eilandsverordening:

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze eilandsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    beroepskracht: de persoon van achttien jaar of ouder die in dienst van de exploitant van een kindercentrum, bezoldigd is en belast is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen;

  • b.

    beroepskracht in opleiding: degene die in dienst van de exploitant van een kindercentrum en ten behoeve van het praktijkdeel van de opleiding belast is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen bij een kindercentrum;

  • c.

    buitenschoolse opvang: kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen die leerplichtig zijn voor het basisonderwijs, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd evenals gedurende vrije dagen of middagen en in schoolvakanties;

  • d.

    dagopvang: kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen die niet leerplichtig zijn;

  • e.

    exploitant: een natuurlijk persoon van achttien jaar of ouder of rechtspersoon die een kindercentrum of gastouderopvang exploiteert;

  • f.

    exploitatievergunning: door het openbaar lichaam verleende vergunning voor het exploiteren van een kindercentrum of gastouderopvang;

  • g.

    gastouderopvang: kinderopvang in een gezinssituatie die betrekking heeft op gelijktijdige opvang van ten hoogste zes kinderen, waaronder begrepen de bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn van de gastouder of zijn partner, waarbij de opvang plaatsvindt:

    • i.

      op het woonadres van de gastouder, dan wel

    • ii.

      op het woonadres van een van de ouders van de kinderen voor wie de gastouder opvang biedt;

  • h.

    gastouder: degene van achttien jaar of ouder die gastouderopvang biedt, met uitzondering van degene:

    • i.

      van wie een of meer kinderen onderworpen zijn aan ondertoezichtstelling of voorlopige ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 254 van Baek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES, die met betrekking tot een of meer van zijn kinderen is ontheven uit het ouderlijk gezag als bedoeld in artikel 266 van Baek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES of die met betrekking tot een of meer van zijn kinderen is ontzet van het gezag als bedoeld in artikel 269 van Baek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES,

    • ii.

      die op hetzelfde woonadres staat ingeschreven in de basisadministratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties BES als de ouder of diens partner van het kind aan wie opvang wordt geboden, of

    • iii.

      die ten behoeve van de opvang van kinderen in enigerlei vorm personeel in dienst heeft;

  • i.

    kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt anders dan gastouderopvang;

  • j.

    kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;

  • k.

    klachtencommissie: een commissie zoals bedoeld in artikel 25;

  • l.

    kwaliteitscommissie: de door het bestuurscollege in te stellen commissie voor de kinderopvang, bedoeld in artikel 2 van deze eilandsverordening;

  • m.

    ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft;

  • n.

    oudercommissie: de commissie bedoeld in artikel 22 eerste lid;

  • o.

    stagiair: degene die een opleiding volgt, waarvan het praktijkdeel een beperkt deel van de totale studieduur is, belast is met werkzaamheden bij de exploitant ten behoeve van het praktijkdeel van de opleiding en geen beroepskracht in opleiding is;

  • p.

    stamgroep: vaste groep kinderen in de kinderopvang;

  • q.

    stamgroepruimte: binnenspeelruimte waar de stamgroep hoofdzakelijk aanwezig is;

  • r.

    verklaring omtrent het gedrag natuurlijke personen: een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES;

  • s.

    voorschoolse educatie: uitvoering van een programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot het onderwijs kunnen worden toegelaten; en

  • t.

    wet: Wet kinderopvang BES.

Artikel 2

  • 1. Ter verbetering van de kwaliteit van de kinderopvang wordt bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen door het bestuurscollege een kwaliteitscommissie ingesteld.

  • 2. De kwaliteitscommissie bestaat uit onafhankelijk van het kindercentrum en gastouderopvang opererende vertegenwoordigers van het Openbaar Lichaam en uit voor de kwaliteit van de kinderopvang relevante organisaties.

  • 3. De kwaliteitscommissie heeft de volgende taken:

    • a.

      het adviseren van het bestuurscollege bij de beoordeling van aanvragen voor een vergunning;

    • b.

      het adviseren van het bestuurscollege bij de uitvoering van deze eilandsverordening; en

    • c.

      op verzoek van het bestuurscollege of op eigen initiatief adviseren van het bestuurscollege over onderwerpen die de kinderopvang betreffen.

Hoofdstuk II Vergunning

Artikel 3

[vervallen]

Artikel 4

  • 1. De aanvraag voor een exploitatievergunning dient schriftelijk te warden ingediend bij het bestuurscollege.

  • 2. De aanvraag wordt alleen in behandeling genomen indien alle bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen vast te stellen gegevens en bescheiden zijn bijgevoegd.

  • 3. lndien de aanvraag niet volledig is, stelt het bestuurscollege de aanvrager in de gelegenheid de gebreken binnen een termijn van vier weken te herstellen.

  • 4. lndien de in het derde lid gestelde termijn onbenut verstrijkt, dan wordt de aanvraag niet­ ontvankelijk verklaard.

  • 5. De aanvrager ontvangt van het bestuurscollege een schriftelijke bevestiging van de vergunningsaanvraag en het bestuurscollege informeert de aanvrager daarbij schriftelijk over de verdere behandeling.

  • 6. Bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen kunnen nadere regels warden gesteld ten aanzien van de vergunningsaanvraag en de beoordeling van de aanvraag.

  • 7. Het legestarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning wordt door de eilandsraad bij verordening vastgesteld.

Artikel 5

  • 1. Het bestuurscollege vraagt binnen twee weken na ontvangst van een volledige aanvraag advies aan de kwaliteitscommissie.

  • 2. De kwaliteitscommissie onderzoekt of de voorgenomen kinderopvang inclusief ruimtes in overeenstemming is met de vereisten bij of krachtens deze eilandsverordening gesteld.

  • 3. De aanvrager verstrekt de inlichtingen die door de kwaliteitscommissie warden verzocht.

  • 4. De kwaliteitscommissie brengt binnen vier weken na ontvangst van een volledige aanvraag onder vermelding van de gronden advies uit aan het bestuurscollege.

Artikel 6

  • 1. Het bestuurscollege beslist op de aanvraag binnen twee weken na ontvangst van het advies van de kwaliteitscommissie.

  • 2. De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmaal met ten hoogste twee weken warden verlengd.

  • 3. lndien de beslissing van het bestuurscollege afwijkt van het advies van de kwaliteitscommissie, warden de gronden hiervoor in het besluit aangegeven.

  • 4. lndien de beslissing van het bestuurscollege niet binnen de in het eerste danwel tweede lid gestelde termijn wordt genomen, kan de aanvrager hiertegen bezwaar indienen bij het bestuurscollege.

Artikel 7

  • 1. De exploitatievergunning staat op naam van een natuurlijke persoon of van een rechtspersoon, is niet overdraagbaar en wordt slechts verleend voor de in de exploitatievergunning vermelde lokaliteit.

  • 2. Wijzigingen die raken aan de op naamstelling van de exploitatievergunning moeten warden doorgegeven aan het openbaar lichaam.

  • 3. Een exploitatievergunning vermeldt in ieder geval:

    • a.

      de naam en het adres van de exploitant;

    • b.

      de namen en de adressen van de leden van de directie;

    • c.

      het adres van het kindercentrum of gastouderopvang;

    • d.

      welke vorm van opvang het kindercentrum of gastouderopvang aanbiedt, zijnde dagopvang of buitenschoolse opvang; en

    • e.

      het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen waaraan maximaal kinderopvang kan warden geboden.

  • 4. Het voorblad van de exploitatievergunning voor het houden van een kindercentrum of gastouderopvang wordt op een voor ieder zichtbare plaats in het kindercentrum of gastouderopvang aangebracht; waarop in elk geval de in het derde lid genoemde gegeven staan.

Artikel 8

  • 1. Een verzoek tot wijziging van een exploitatievergunning door de exploitant wordt schriftelijk bij het bestuurscollege ingediend ender vermelding van de redenen voor de wijziging en de gevolgen hiervan voor de kinderopvang.

  • 2. Artikel 4, tweede tot en met zevende lid, artikel 5, artikel 6 en artikel 7 zijn van overeenkomstige toepassing bij de behandeling van een verzoek tot wijziging van een exploitatievergunning.

Artikel 9

[vervallen]

Hoofdstuk III Kwaliteitseisen kinderopvang

Paragraaf 1 Voeding

Artikel 10

  • 1. De exploitant draagt zorg voor gezonde voeding en sluit bij de verstrekking daarvan aan bij de richtlijnen van het openbaar lichaam, zoals uitgewerkt krachtens het tweede lid.

  • 2. Bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen warden nadere regels gesteld ten aanzien van voeding.

Paragraaf 2 Eisen aan ruimtes van een gastouderopvang

Artikel 11

  • 1. De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij warden opgevangen in een kindercentrum of gastouderopvang, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.

  • 2. Alle ruimtes in een gastouderopvang dienen voor een gezond binnenmilieu voorzien te zijn van goede ventilatie.

  • 3. Een gastouderopvang beschikt over voldoende speel- en slaapruimte voor kinderen, waaronder begrepen een voor kinderen tot de leeftijd van anderhalf jaar op het aantal kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte.

  • 4. Een gastouderopvang beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.

  • 5. Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van ruimtes van een gastouderopvang.

Paragraaf 3 Oudercommissie

Artikel 12

  • 1. lndien het een kindercentrum met minder dan 50 kinderen betreft, dan wel er sprake is van de situatie, bedoeld in het tweede lid, betrekt de exploitant de ouders aantoonbaar op een andere wijze bij de onderwerpen , bedoeld in artikel 24 eerste lid en biedt hij de ouders de gelegenheid alsnog deel te nemen aan een in te stellen oudercommissie.

  • 2. De leden van de oudercommissie worden gekozen uit en door de ouders van wie de kinderen in het kindercentrum worden opgevangen.

  • 3. Personen werkzaam bij een kindercentrum zijn geen lid van de oudercommissie van dat kindercentrum.

Artikel 13

  • 1. De exploitant van een kindercentrum stelt binnen zes maanden nadat de exploitatievergunning is verleend voor de oudercommissie een reglement vast.

  • 2. Het reglement bevat in ieder geval regels omtrent:

    • a.

      het aantal leden van de oudercommissie;

    • b.

      de wijze waarop de leden van de oudercommissie warden gekozen;

    • c.

      de zittingsduur van de leden van de oudercommissie.

  • 3. De oudercommissie bepaalt haar eigen werkwijze.

  • 4. Wijziging van het reglement behoeft instemming van de oudercommissie.

Artikel 14

  • 1. De exploitant van een kindercentrum stelt de oudercommissie in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot:

    • a.

      de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 2.4, eerste lid, onderdeel c en d, van de wet, in het bijzonder het pedagogisch beleid dat wordt gevoerd;

    • b.

      voedingsaangelegenheden en het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid of gezondheid;

    • c.

      openingstijden;

    • d.

      de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 25 eerste lid; en

    • e.

      wijziging van de prijs van kinderopvang.

  • 2. Van een advies als bedoeld in het eerste lid kan de exploitant van het kindercentrum slechts afwijken indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet.

  • 3. De oudercommissie is bevoegd de exploitant van een kindercentrum ook ongevraagd te adviseren over de onderwerpen, genoemd in het eerste lid.

  • 4. De exploitant van een kindercentrum voert ten minste eenmaal per twaalf maanden overleg met de oudercommissie over de invulling van het nog te voeren pedagogisch beleid en over het al gevoerde pedagogisch beleid, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel c en d, van de wet.

  • 5. De exploitant van een kindercentrum verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft.

Paragraaf 4 Personeel en salaris

Artikel 15

Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot de pedagogische opleiding van de beroepskracht.

Hoofdstuk IV Klachtenprocedure

Artikel 16

  • 1. De exploitant van een kindercentrum stelt een klachtencommissie in en treft ten behoeve van ouders een regeling voor de afhandeling van klachten over:

    • a.

      een gedraging jegens een ouder of een kind van de exploitant of van voor de exploitant of door zijn tussenkomst werkzame personen; en

    • b.

      de overeenkomst tussen de exploitant en de ouder.

  • 2. De klachtenprocedure is schriftelijk vastgelegd in het pedagogisch beleidsplan en kenbaar voor de ouders door deze als bijlage te voegen bij het contract met de ouders of op een voor ieder zichtbare plaats in het kindercentrum aan te brengen.

  • 3. De klachtenprocedure bevat in ieder geval een beschrijving van de wijze waarop:

    • a.

      het ontvangen, onderzoeken en beoordelen van de klacht verloopt;

    • b.

      een beslissing over de klacht wordt genomen; en

    • c.

      wordt verzekerd dat eventuele naar aanleiding van de beslissing over de klacht genomen maatregelen warden uitgevoerd.

  • 4. Een onderzoek naar een klacht wordt zorgvuldig uitgevoerd.

  • 5. De zorgvuldige uitvoering van een klacht als bedoeld in het vierde lid, houdt in dat de indiener van een klacht in ieder geval wordt:

    • a.

      geïnformeerd over de ontvangst van de klacht, de afhandeltermijn van de klacht en over de mogelijkheid dat een gesprek wordt gepland tussen de exploitant van het kindercentrum en de klager;

    • b.

      geïnformeerd over de voortgang van de behandeling van de klacht; en

    • c.

      met redenen omkleed wordt medegedeeld tot welk oordeel het onderzoek van de klacht heeft geleid en welke beslissing is genomen.

  • 6. Het ontvangen, onderzoeken en beoordelen van, en het beslissen over de klacht vindt plaats door niet bij de klacht betrokken personen.

  • 7. Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen wordt een onafhankelijke organisatie benoemd als bedoeld in artikel 2.9, tweede lid, van de wet, waarbij ouders terecht kunnen voor advies over en begeleiding bij een klachtenprocedure.

  • 8. Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de klachtenprocedure en de uitvoering van de organisatie bedoeld in het zevende lid.

Hoofdstuk V Afspraken met lokale partners ten behoeve van de optimale ontwikkeling van kinderen

Artikel 17

Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt een onafhankelijke organisatie benoemd met wie gastouders afspraken maken over de optimale ontwikkeling van kinderen.

Hoofdstuk VI Slotbepalingen

Artikel 18

Deze eilandsverordening treedt in werking op de dag waarop de Wet kinderopvang BES in werking treedt.

Artikel 19

Deze Eilandsverordening wordt aangehaald als: Eilandsverordening Kinderopvang Bonaire 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de eilandsraad van 7 juli 2020.

De voorzitter,

de interim-eilandsgriffier,

Deze eilandsverordening is door mij afgekondigd op 14 juli 2020.

De gezaghebber,