Verordening Adviesraad Zorg & Samenleving Oirschot 2024

Geldend van 11-04-2024 t/m heden

Intitulé

Verordening Adviesraad Zorg & Samenleving Oirschot 2024

De raad van de gemeente Oirschot;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 februari 2024, nummer 24.I000288

gelet op artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, artikel 2.10 van de Jeugdwet en artikel 47 van de Participatiewet;

b e s l u i t :

  • I.

    Vast te stellen de Verordening Adviesraad Zorg & Samenleving Oirschot 2024

  • II.

    In te trekken de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Oirschot 2016.

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      Gemeente: gemeente Oirschot.

    • b.

      College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot.

    • c.

      Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Oirschot.

    • d.

      Adviesraad: Adviesraad Zorg & Samenleving Oirschot.

    • e.

      Achterban: cliënten of hun vertegenwoordigers, belangengroeperingen en overige belanghebbenden in het sociaal domein.

    • f.

      Cliënt: cliënt zoals omschreven in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) of zoals omschreven in artikel 7 lid 1 van de Participatiewet of een persoon die jeugdhulp ontvang zoals omschreven in artikel 1.1. van de Jeugdwet.

    • g.

      Inwoner: persoon die woonachtig is in de gemeente Oirschot.

    • h.

      Sociaal domein: onderwerpen die horen bij de beleidsterreinen participeren & meedoen, opvoeden & opgroeien, gezondheid & leefstijl en veiligheid & leefbaarheid.

Artikel 2. Doel

Het doel van deze verordening is vastleggen hoe de Adviesraad betrokken wordt bij de ontwikkeling van beleid en de evaluatie van beleid binnen het sociaal domein, en het vastleggen hoe de Adviesraad een signaalfunctie uitoefent om zodoende de belangen van hun achterban te behartigen.

Artikel 3. Taken en bevoegdheden Adviesraad

  • 1. De Adviesraad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan het college over relevante onderwerpen op het gebied van ontwikkeling van beleid en evaluatie van beleid van het sociaal domein.

  • 2. De Adviesraad brengt signalen van zijn achterban aangaande ongewenste effecten van de uitvoering van het beleid van het sociaal domein over aan het college.

  • 3. De Adviesraad geeft invulling aan de wettelijk voorgeschreven cliëntenparticipatie, zoals vastgelegd in de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet.

  • 4. De Adviesraad streeft ernaar om binnen een periode van zes weken schriftelijk een advies aan het college uit te brengen op een gevraagd advies. Deze termijn kan worden verlengd in het geval het voor de Adviesraad niet haalbaar is om het advies uit te brengen binnen zes weken. De Adviesraad communiceert dit zo spoedig al mogelijk aan de betrokken beleidsmedewerker.

  • 5. Bij het vragen van advies wordt aan de Adviesraad zodanige begrijpelijke informatie verstrekt dat deze op een adequate manier zijn advies kan uitbrengen. Daartoe behoort ook de mogelijkheid tot rechtstreeks overleg met de bij de totstandkoming van de adviesaanvraag betrokken beleidsmedewerkers.

  • 6. Het advies van de Adviesraad wordt schriftelijk en ondertekend door de voorzitter voorgelegd aan het college. Het college streeft ernaar om binnen zes weken een reactie te geven op het gegeven advies. Deze termijn kan worden verlengd in het geval het voor het college niet haalbaar is om een reactie te geven binnen zes weken. De Adviesraad wordt daar alsdan zo spoedig mogelijk van op de hoogte gebracht.

  • 7. Als het college voornemens is om af te wijken van een advies van de Adviesraad , brengt zij dit met redenen omkleed ter kennis van de Adviesraad .

  • 8. Het advies van de Adviesraad ten aanzien van raadsvoorstellen wordt in combinatie met de reactie van het college ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden. De Adviesraad ontvangt hiervan een afschrift, met een korte opgave van hoe het advies hierin is verwerkt.

  • 9. Niet tot de taak en de bevoegdheid van de Adviesraad behoort het uitbrengen van advies bij klachten of problemen van individuele inwoners.

  • 10. Niet tot de taak en de bevoegdheid van de Adviesraad behoort het uitbrengen van advies over de bedrijfsvoering van de gemeente.

  • 11. Er vindt minimaal twee keer per kalenderjaar en tussentijds in die gevallen waarin één van beide partijen dat noodzakelijk acht, bestuurlijk overleg plaats tussen de Adviesraad en de verantwoordelijk wethouder, waarvoor beide partijen punten kunnen agenderen.

  • 12. Het college wijst een vaste contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de Adviesraad. De Adviesraad en de contactambtenaar hebben minimaal zes keer per kalenderjaar overleg.

  • 13. De Adviesraad pleegt overleg met zijn achterban, zodat hij de bij artikel 3 tweede lid genoemde signaalfunctie naar behoren kunnen vervullen.

  • 14. De samenwerking tussen gemeente en de Adviesraad wordt jaarlijks geëvalueerd.

Artikel 4. Lidmaatschap Adviesraad

  • 1. De Adviesraad bestaat uit maximaal elf gemotiveerde, geïnteresseerde en/of (ervarings)deskundige inwoners van de gemeente Oirschot. Dit aantal leden is inclusief het dagelijks bestuur.

  • 2. De leden van de Adviesraad worden – zo mogelijk op voordracht van relevante maatschappelijke organisaties binnen de gemeente – door de Adviesraad benoemd, waarbij gestreefd wordt naar een spreiding over de kernen van de gemeente.

  • 3. Leden van de Adviesraad hebben zitting in de Adviesraad zonder last of ruggenspraak.

  • 4. Een lid van de Adviesraad kan niet zijn: wethouder, (burger)raadslid, commissielid of werknemer van de gemeente.

  • 5. De leden van de Adviesraad kennen een benoemingsperiode van vier jaar en kunnen voor maximaal één periode van vier jaar worden herbenoemd. Bij wijze van uitzondering is een derde periode van vier jaar enkel mogelijk bij unaniem besluit van de overige leden van de Adviesraad.

  • 6. Na de maximale zittingsduur van twee (of bij wijze van uitzonderling drie) periodes mag een aftredend lid zich gedurende vier jaar niet opnieuw kandidaat stellen.

  • 7. Het lidmaatschap van de Adviesraad eindigt:

    • a.

      Op eigen verzoek

    • b.

      Door beëindiging van de zittingsperiode van de Adviesraad ;

    • c.

      Door overlijden;

    • d.

      Wanneer het lid niet langer voldoet aan de benoembaarheidseisen;

    • e.

      Wanneer het lidmaatschap wegens disfunctioneren van een lid door een unaniem besluit van de overige leden van de Adviesraad wordt beëindigd.

Artikel 5. Voorzitter Adviesraad en overige leden dagelijks bestuur

  • 1. Aan de Adviesraad wordt een voorzitter toegevoegd. De voorzitter wordt op voordracht van de leden van de Adviesraad door het college benoemd en ontslagen.

  • 2. De benoeming geldt voor een periode van vier jaar. Deze termijn kan op dezelfde wijze met vier jaar worden verlengd.

  • 3. De leden van de Adviesraad wijzen uit hun midden een vicevoorzitter en een secretaris/penningmeester aan. Zij vormen tezamen met de voorzitter het dagelijks bestuur van de Adviesraad.

  • 4. Ingeval van belet of ontstentenis van de voorzitter treedt de vicevoorzitter, of bij diens belet of ontstentenis de secretaris/penningmeester op in diens plaats.

Artikel 6. Vergaderingen Adviesraad

  • 1. De Adviesraad vergadert zo vaak als hij dit nodig vindt, maar minimaal 6 keer per jaar.

  • 2. Vergaderingen van de Adviesraad zijn in principe openbaar, tenzij de voorzitter van de Adviesraad voor delen van de vergadering) anders beslist.

Artikel 7. Faciliteiten

  • 1. Het college stelt aan de Adviesraad zodanige middelen ter beschikking dat deze redelijkerwijze in staat is om zijn taken in het kader van deze verordening uit te voeren. Hierbij zijn in ieder geval vergoedingen voor de volgende kosten inbegrepen: speciale faciliteiten vanwege beperking, deskundigheidsbevordering, documentatie, secretariële ondersteuning, website, kantoorkosten, vergaderkosten, overleg achterban, PR.

  • 2. De middelen als bedoeld in het eerste lid worden jaarlijks toegekend op basis van een begroting en afgerekend op basis van de door de Adviesraad af te leggen verantwoording. De verantwoording van de uitgaven uit de ter beschikking gestelde bedragen wordt eenmaal per jaar, uiterlijk 1 april in het daaropvolgende kalenderjaar, afgelegd door middel van een financiële verantwoording inclusief toelichting.

  • 3. Voor niet reguliere activiteiten kan de Adviesraad bij het college een projectsubsidie aanvragen.

  • 4. De leden van de Adviesraad krijgen naast het budget genoemd in artikel 7 lid 1, een vaste, jaarlijkse individuele onkostenvergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen.

  • 5. Het college stelt de hoogte van het budget, zoals genoemd in lid 1, en de onkostenvergoeding, zoals genoemd in lid 4, vast met inachtneming van de gemeentebegroting. De bedragen worden uiterlijk 1 december van het voorgaande jaar vastgesteld.

Artikel 8. Huishoudelijk reglement

De Adviesraad stelt een huishoudelijk reglement op, dat ter kennisname wordt aangeboden aan het college

Artikel 9. Gevallen waarin de verordening niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college, na de voorzitter van de Adviesraad te hebben gehoord.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Oirschot van 2 april 2024,

De gemeenteraad,

Mark van Oosterwijk,

griffier

Judith Keijzers-Verschelling,

voorzitter