Verordening op de gemeentelijke rekenkamer Gilze en Rijen 2024

Geldend van 26-03-2024 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2024

Intitulé

Verordening op de gemeentelijke rekenkamer Gilze en Rijen 2024

De raad van de gemeente Gilze en Rijen;

gelezen het voorstel van het presidium d.d. 11 januari 2024;

gelet op de artikelen 81k en 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de gemeentelijke rekenkamer Gilze en Rijen 2024

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • raad: gemeenteraad van Gilze en Rijen

  • griffie: raadsgriffie van Gilze en Rijen

  • college: college van burgemeester en wethouders;

  • rekenkamer: gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet;

  • voorzitter: voorzitter van de rekenkamer.

Artikel 2. Rekenkamer

  • 1. Er is een rekenkamer.

  • 2. De rekenkamer bestaat uit 3 leden, waaronder een voorzitter.

Artikel 3. Eed

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van de rekenkamer, zoals bedoeld in artikel 81g Gemeentewet, in een bijeenkomst met de voorzitter van de raad de eed of verklaring en belofte af.

Artikel 4. Nevenfuncties

De nevenfuncties van de leden van de rekenkamer worden, zoals bedoeld in artikel 81e juncto artikel 12 van de Gemeentewet, openbaar gemaakt.

Artikel 5. Dialooggroep

  • 1. Er is een dialooggroep voor de rekenkamer.

  • 2. Namens de raad nemen twee raadsleden zitting in de dialooggroep.

  • 3. De leden van de dialooggroep worden bij aanvang van de raadsperiode aangesteld voor de gehele raadsperiode.

  • 4. Als een positie binnen de dialooggroep vacant wordt, stelt de gemeenteraad binnen een redelijke termijn een nieuw lid aan. De termijn van dit lid loopt eveneens af aan het einde van de lopende raadsperiode.

Artikel 6. Herbenoeming

De leden van de rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen maximaal 1 keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd.

Artikel 7. Ontslag

  • 1. Zoals beschreven in artikel 81c lid 7 van de Gemeentewet, kan een lid van de rekenkamer door de raad worden ontslagen:

    • a.

      Op eigen verzoek.

    • b.

      Bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap.

    • c.

      Indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft.

    • d.

      Indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.

    • e.

      Indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.

  • 2. Een lid van de rekenkamer kan door de raad worden ontslagen bij gebleken ongeschiktheid, indien hij door ziekte of gebreken langdurig (langer dan 13 weken) of blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen.

Artikel 8. Ambtelijke ondersteuning

De secretariële taken die met het werk van de rekenkamer gemoeid zijn, worden belegd bij een secretaris die organiek onder de griffie valt.

Artikel 9. Onderzoeken

  • 1. Ieder jaar wordt ten minste één onderzoek verricht naar een ABG-breed thema.

  • 2. De rekenkamer presenteert jaarlijks voor 1 oktober een onderzoeksplan waarin staat aangegeven welk(e) onderwerp(en) het komende kalenderjaar wordt onderzocht.

  • 3. Voordat de gezamenlijke rekenkamer het onderzoeksplan presenteert, krijgt de gemeenteraad de gelegenheid aan te geven of en zo ja welke wensen zij hebben ten aanzien van door de rekenkamer uit te voeren onderzoeken.

  • 4. In het onderzoeksplan geeft de gezamenlijke rekenkamer gemotiveerd aan op welke wijze zij tot het onderzoeksplan is gekomen.

Artikel 10. Budget

De voorzitter van de rekenkamer is bevoegd binnen zijn budget uitgaven te doen voor de uitvoering van de werkzaamheden van de rekenkamer.

Artikel 11. Vergoeding

  • 1. De leden van de rekenkamer ontvangen voor hun werkzaamheden een vaste maandelijkse vergoeding.

  • 2. De vergoeding bedraagt voor de voorzitter € 250,- per maand en voor de overige leden € 200,- per maand.

  • 3. De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd met dezelfde indexering die geldt voor de vergoeding voor raadsleden.

  • 4. De vergoedingen, genoemd in het tweede lid, zijn inclusief reis-, verblijf- en overige kosten.

Artikel 12. Monitoring aanbevelingen

De griffie verstrekt de raad jaarlijks voor 31 december een overzicht van de aan de raad gedane voorstellen van de rekenkamer welke door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd, vergezeld van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.

Artikel 13. Intrekking verordening

De verordening op de gezamenlijke rekenkamercommissie Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen 2021’ wordt met terugwerkende kracht per 31 december 2023 ingetrokken.

Artikel 14. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2024.

Artikel 15. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening op de gemeentelijke rekenkamer Gilze en Rijen 2024’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 februari 2024,

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier,

S. van Dijk

de voorzitter,

D.A. Alssema

Toelichting

Algemeen

Deze modelverordening is een aanvulling op hetgeen in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer. Zie de tekst van de Gemeentewet, zoals op 1 januari 2023 gewijzigd door de Wet versterking decentrale rekenkamers, hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer).

De raad moet een onafhankelijke rekenkamer instellen. Zie artikel 81a van de Gemeentewet. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2023, met een overgangstermijn van een jaar, dus uiterlijk 1 januari 2024 moet de raad een rekenkamer hebben ingesteld.

Daarnaast moet de raad op grond van artikel 81k van de Gemeentewet een verordening opstellen voor een vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer en een tegemoetkoming in hun kosten. Voorts mag de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet aanvullende regels stellen in het belang van de gemeente en met inachtneming van de wet.

De rekenkamer moet een reglement van orde voor haar werkzaamheden vaststellen en dat naar de raad ter kennisneming zenden (artikel 81i van de Gemeentewet).

Artikel 5. Dialooggroep

Om te voorkomen dat de nieuwe rekenkamer door haar nieuwe samenstelling op te grote afstand komt te staan, is een dialooggroep ingesteld. Deze dialooggroep kan een aantal keer per jaar in gesprek gaan met de rekenkamer, bijvoorbeeld rondom het opstellen van de groslijst van onderzoeksonderwerpen, de verantwoording van een onderzoeksjaar en het bespreken van het proces rondom de presentatie van een rapport. De dialooggroep is ook gesprekspartner als het gaat om de relatie en de wederzijdse ervaringen en verwachtingen. De resultaten van het onderzoek naar het gemeenschappelijke thema worden jaarlijks gepresenteerd tijdens een (ABG)-radenavond.

Artikel 6. Herbenoeming

De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden herbenoemd (artikel 81c, eerste en vierde lid, van de Gemeentewet). De benoemingstermijn is wettelijk op zes jaar vastgesteld. Een te korte benoemingsperiode kan de onafhankelijkheid in gevaar brengen, omdat de vraag ‘word ik wel herbenoemd’ dan al te snel weer wordt gevoeld. Voorts draagt het feit dat benoeming plaatsvindt na overleg met de rekenkamer ertoe bij dat de leden primair op grond van deskundigheid worden benoemd (artikel 81c, vijfde lid). In de praktijk zal na verloop van tijd door tussentijds aftreden vanzelf de situatie ontstaan dat niet steeds de gehele rekenkamer opnieuw moet worden benoemd. Dit komt de continuïteit en de onafhankelijkheid van de rekenkamer ten goede.

Artikel 12. Monitoring aanbevelingen

Volgens artikel 185a van de Gemeentewet moet het college jaarlijks aan de raad een overzicht sturen van de aan het college gedane aanbevelingen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de aanbevelingen vervolg is gegeven. Niet alle aanbevelingen zijn voor wat betreft de uitvoering de verantwoordelijkheid van het college. Er zijn ook aanbevelingen die de raad zelf moet uitvoeren. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de status van alle aanbevelingen uit de rekenkamerrapporten, kan de raad ervoor kiezen om de griffie jaarlijks ook een overzicht op te laten stellen met de status van de aanbevelingen die aan de raad zijn gericht, door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd. Dit kan de raad helpen om een overzicht te behouden van de overgenomen aanbevelingen en de status hiervan.