Projectplan Waterwet Steenwetering (Hasselt)

Geldend van 15-03-2024 t/m heden

Intitulé

Projectplan Waterwet Steenwetering (Hasselt)

BEKENDMAKING

Projectplan Waterwet Steenwetering (Hasselt)

Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijssel Delta heeft op 5 december 2023 het Projectplan Waterwet Steenwetering vastgesteld, op grond van artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet.

Toelichting

Het waterschap wil de Steenwetering in Hasselt opnieuw inrichten. Dit doen we zodat het watersysteem daar beter wordt. We streven naar een duurzame en klimaatbestendige inrichting voor de landbouw en natuur. Dit betekent dat we water kunnen vasthouden en afvoeren op de momenten dat dit nodig is. Zo zijn we beter voorbereid op wateroverlast of droogte en krijgen we de waterkwaliteit weer op orde.

Samen met inwoners en andere partijen hebben wij een ontwerpprojectplan gemaakt voor het gebied. Het gaat onder andere over de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het plaatsen en aanpassen van duikers. Ook willen we een aantal bruggen en dammen vervangen om de doorstroming van water te verbeteren. Verder willen we beheer- en onderhoudsknelpunten oplossen, zodat we de Steenwetering beter kunnen onderhouden.

Het ontwerpprojectplan lag vanaf 7 april 2023 gedurende zes weken ter inzage. Tijdens de ter inzage periode is er één zienswijze ingediend. Die heeft niet geleid tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpprojectplan.

Projectplan

Het projectplan ligt met ingang van donderdag 14 maart 2024 digitaal ter inzage, totdat de beroepstermijn is verstreken. Het projectplan en de bijbehorende stukken kunt u digitaal bekijken via het publicatieblad op www.officielebekenmakingen.nl. De documenten hangen als “Bekijk documenten” aan deze publicatie (zie linker kolom).

Instellen van beroep

Gedurende zes weken (met ingang van de dag na die van deze bekendmaking) kunnen belanghebbenden en degenen die een zienswijze hebben ingediend beroep instellen bij de Rechtbank Noord-Nederland, Afdeling bestuursrecht (Postbus 150, 9700 AD, Groningen).

Het is mogelijk digitaal beroep in te stellen bij genoemde rechtbank via www.loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet de indiener wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Op de genoemde website staan de precieze voorwaarden.

Het beroepschrift moet voorzien zijn van:

  • 1.

    naam en adres van de indiener;

  • 2.

    de dagtekening;

  • 3.

    omschrijving van het besluit waartegen beroep is ingesteld en zo mogelijk een afschrift van het besluit;

  • 4.

    de gronden van het beroep.

Verder dient het beroepschrift door de indiener te zijn ondertekend. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het projectplan overgelegd.

Het projectplan treedt met deze bekendmaking in werking, ongeacht of er een beroepschrift wordt ingediend. Dit betekent dat het projectplan uitgevoerd kan worden. Om dit te voorkomen kan degene die beroep instelt gelijktijdig, of na het indienen daarvan, een verzoek om een voorlopige voorziening doen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland, Afdeling bestuursrecht (Postbus 150, 9700 AD, Groningen). Daarbij moet een kopie van het beroepschrift worden overgelegd. Zie voor het digitaal indienen van zo’n verzoek hetgeen hiervoor is opgemerkt over het digitaal instellen van beroep.

Voor het indienen van beroep en voor het doen van een verzoek om voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Het algemeen bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta besluit, gelet op artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet en de Inspraak- en participatieverordening Waterschap Drents Overijsselse Delta 2016 het onderhavige projectplan definitief vast te stellen.

Leeswijzer

Het projectplan Steenwetering bestaat uit vier delen. In deel I wordt beschreven wat het waterschap gaat doen en hoe het werk wordt uitgevoerd. Deel II geeft een toelichting op waarom dit werk wordt uitgevoerd. Dit deel is, met andere woorden, de onderbouwing van het plan. Deel III geeft informatie over de rechtsbescherming en de procedures, en deel IV bevat rapporten en onderzoeken die voor het plan van belang zijn.

DEEL I – PROJECTBESCHRIJVING

1. Aanleiding

Waterschap Drents Overijsselse Delta is voornemens de Steenwetering her in te richtten. Het ontwerp voor de Steenwetering is opgesteld vanuit een integraal gebiedsproces waarbij het Dagelijks Bestuur een voorkeursalternatief heeft vastgesteld. Hierbij is uitgegaan van de volgende beleidsdoelen.

KRW

  • -

    Meer ruimte en variatie in het profiel door realisatie van een moeraszone voor de ontwikkeling van de gewenste flora en fauna.

GGOR

  • -

    In dit project is er geen GGOR opgave. Wel geldt de instandhoudingseis van de huidige situatie.

Waterschapszorg

  • -

    Er is geen NBW-opgave.

IBoom

  • -

    Inrichting van 6 km aangepast onderhoudsplan maaien & baggeren conform basisspecificatie met expliciete keuzes, verwachtingen, overdrachtsdocument en onderhoudskosten.

Tabel 1 - Beleidsdoelen Steenwetering

Aanvullende opgaves zijn er voor hydrologie en beheer en onderhoud. Dit houdt in het robuust herinrichten van de Steenwetering rekening houden met het klimaatscenario 2050. Tevens wordt het tracé gebaggerd en worden knelpunten vanuit Beheer en Onderhoud meegenomen binnen de scope van het project.

Meekoppelkansen voor energie, materiaalgebruik, sociale relevantie, beheer, recreatie en biodiversiteit zijn op hoofdlijnen meegenomen in de variantenafweging. Deze meekoppelkansen worden meegenomen in de verder uitwerking van het project.

Het project Steenwetering wordt begrensd door Bouwmansleiding en stuw Fissele (zie figuur 1-1). Het traject heeft een lengte van circa 5 kilometer. De zijwatergangen, Bouwmansleiding en Oude Weede, bieden kansen voor het realiseren van de projectopgave.

1.1 Opgaven

Kaderrichtlijn Water (KRW)

De Steenwetering zodanig inrichten dat deze gaat voldoen aan de opgaves uit de KRW- factsheet watertype Laagveen vaart en kanaal (M10). De inrichtingsopgave is het realiseren van 4 km eenzijdige natuurvriendelijke oever met een variabele breedte.

Iboom (onderhoud)

Inrichting van 6 km aangepast onderhoudsplan maaien & baggeren conform basisspecificatie met expliciete keuzes, verwachtingen, overdrachtsdocument en onderhoudskosten.

Er zijn algemene afspraken met beheer over oevervegetatie laten staan bij baggeren. Voor de inrichting van het aangepast onderhoudsplan wordt beoordeeld waar de oevervegetatie kan blijven staan, wat in dit waterlichaam passend is.

De Steenwetering ligt binnen het veengebied Haerst -Genne. Bij de invulling van de KRW-opgave houden we rekening met de ontwikkelscenario’s Interbestuurlijk Programma ‘Vitaal platteland NWO’ (doorgaan en remmen). In het ontwikkelscenario doorgaan wordt het huidige waterbeheer doorgezet, ofwel volgt het waterpeil de bodemdaling in het veengebied Haerst/Genne.

In het ontwikkelscenario remmen blijft het huidige waterpeil gehandhaafd (zie het volgende kader), ofwel wordt het waterpeil niet aangepast op basis van de bodemdaling. De draagkracht van de onderhoudsroute neemt af door bodemdaling in het veenweidegebied. Bij machinaal onderhoud is minimaal 0,5 m drooglegging benodigd (vanwege draagkracht, zie knelpuntennotitie Steenwetering). Lokaal is de drooglegging 0,45-0,60 m wat leidt tot een slechte draagkracht van de bodem . =geredeneerd vanuit 1 cm bodemdaling per jaar is machinaal onderhoud nog 15-20 jaar houdbaar. Om op alle plekken voldoende drooglegging/draagkracht te hebben in de komende 15/20 jaar worden een aantal maatregelen/aanpassingen in het onderhoud meegenomen in het IWP project Steenwetering. Er wordt hierbij aangesloten bij de water en bodem sturende - opgave en de PPLG van Overijssel

Beheer & Onderhoud

Baggeren

  • -

    Het baggeren van de Steenwetering wordt uitgevoerd;

  • -

    De inrichting van het aangepaste onderhoudsplan wordt beoordeeld op basis van aanwezigheid van oevervegetatie en passend is in dit waterlichaam.

Het oplossen van de huidige knelpunten ten behoeve van het beheer en onderhoud van de Steenwetering.

De draagkracht van de onderhoudsroute neemt af door bodemdaling in het veenweidegebied, kader ontwikkelscenario’s Interbestuurlijk Programma ‘Vitaal platteland NWO’). Om de Steenwetering en de natuurvriendelijke oever te kunnen onderhouden zijn aanpassing in de beheer ondersteunende infrastructuur benodigd.

Hydrologie

Hydrologie - natte profiel

  • -

    Het natte profiel in de Steenwetering wordt ontworpen op een maximaal gemiddeld verhang in het KRW-waterlichaam van gemiddeld 4 cm per kilometer bij een maatgevende afvoer (dit is een afvoer die 1 á 2 maal per jaar wordt verwacht). Het verhang is inclusief de opstuwing van bruggen en duikers.

Hydrologie - kunstwerken

  • -

    Bij de start van de verkenning heeft een landmeetkundige inmeting van de Steenwetering en kunstwerken plaatsgevonden. De ingemeten profielen en kunstwerken zijn verwerkt in een hydrologisch model, waarmee het functioneren van het watersysteem is getoetst aan de norm voor het hydrologisch verhang bij verschillende situaties. In het ontwikkelscenario Interbestuurlijk Programma ‘Vitaal platteland NWO’ is doorgaan het maatgevende scenario voor dit gebied. Hierbij is het overschrijd het berekende verhang doordat de bodem van de Steenwetering, welke is gelegen in een zandpakket, niet de bodemdaling van het veengebied volgt (afname waterdiepte). Het berekende verhang overschrijdt de norm van 4,0 cm/km. Dit betekent dat er vanuit hydrologie een noodzaak is om de Steenwetering lokaal te verdiepen tot leggerdiepte en enkele duikers en bruggen te vervangen. Daarnaast geldt voor de realisatie van de natuurvriendelijke oevers dat deze alleen/vooral buiten het natte profiel (“blauwe bakje”) gerealiseerd mogen worden. In het project worden 2 duikers en 2 bruggen vervangen. Het gehele tracé wordt gebaggerd en op juiste leggerprofiel gebracht.

Duurzaamheid

‘Wij dragen bij aan een duurzame toekomst’ dit is verankerd in het IWP-werkproces middels een Duurzaamheidssessie en de hieruit volgende klant – en systeemeisen worden meegenomen in de planuitwerking- en realisatiefase. Er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans en een zo laag mogelijk energiebelasting voor de uitvoering. Voor de bruggen wordt een duurzame oplossing aangedragen van bruggen die licht zijn, hergebruikt kunnen worden en een minimale levensduur van 100 jaar hebben. In de vervolgfase wordt dit verder uitgewerkt en geconcretiseerd.

Ruimtelijke kwaliteit en erfgoed

Er is geen specifieke opgave op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed.

2. Plangebied

Het project Steenwetering wordt begrensd door Bouwmansleiding en stuw Fissele (zie figuur 1). Het traject heeft een lengte van circa 5 kilometer. De zijwatergangen, Bouwmansleiding en Oude Weede, bieden kansen voor het realiseren van de projectopgave. Het gebied bestaat overwegend uit veengrond met daaronder overwegend zand. De bodem van de Steenwetering ligt in het zand.

Het gebied is overwegend in agrarisch gebruik als grasland. Verspreid over het gebied komen agrarische bebouwingsblokken voor, veelal in de vorm van melkveebedrijven.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 1: Ligging project Steenwetering.

De Steenwetering wordt bemalen door het gemaal Streukelerzijl dat het water uitslaat op het Zwarte Water. Het streefpeil in de Steenwetering is NAP -1,05 (minimaal) / NAP -0,85 m (maximaal).

De breedte van de Steenwetering varieert van 12 m tot 20 m bij gemaal Streukelerzijl.

De waterdiepte varieert van circa 1,3 m (ter hoogte van de Bouwmansleiding) tot circa 2,0 m (te hoogte van de Grootte Grift). Tussen de Grootte Grift en het gemaal neemt de waterdiepte toe tot ruim 2,5 m waterdiepte (bij het gemaal).

Het afvoerend oppervlak van deelstroomgebied Steenwetering bedraagt momenteel circa 1.850 hectare. Voor de verkenning Steenwetering wordt uitgegaan dat het deelstroomgebied Trambrug in de toekomst niet gaat afvoeren naar de Steenwetering (zie figuur 2).

afbeelding binnen de regeling

Figuur 2: deelstroomgebieden

3. Gewenste situatie

3.1 Maatregelen

Op basis van de waarden, kansen, knelpunten en eisen die worden gesteld aan een natuurvriendelijke oever zijn mogelijke maatregelen verkend. Zoals beschreven in paragraaf 1.1 (opgaven hydrologie) gelden voor de invulling van de natuurvriendelijke oever eisen ten aanzien van het maximaal verhang. Dit betekent een ruimteclaim.

Hieronder de KRW- maatregelen

  • 1.

    Aankoop van stroken langs de Steenwetering en daar realiseren van natuurlijke oevers volgens de KRW-opgave (4 en 10 meter breed);

  • 2.

    Inrichting natuurlijke oever volgens KRW-richtlijn (4-10 meter breed) op grond van aanliggende eigenaar middels een kadastraal zakelijk recht;

  • 3.

    Omzetten van de huidige oevers naar natuurvriendelijke oevers van minimaal 1,5 meter breed door aangepast beheer als aanvulling op de natuurlijke oevers KRW.

In de bijlagen A en B zijn de maatregelen uitgewerkt en weergeven in overzichtstekeningen en dwarsprofielen. In totaal gaat het om 3,3 km natuurvriendelijke oever langs de Steenwetering en Bouwmansleiding.

Er worden aantal duikers en bruggen vervangen in de Steenwetering omdat de doorstromingsbreedte onvoldoende is in de huidige situatie het gaat daarbij om de volgende 4 locaties:

  • brug SZ.25-B17 vervangen;

  • brug SZ.25-B13 vervangen;

  • duiker SZ.25-D761 vervangen door brug;

  • duiker SZ.25-D705 vervangen door duiker.

Onderhoud – oplossen van de huidige knelpunten

Het oplossen van de huidige knelpunten aan de beheer ondersteunende voorzieningen wordt meegenomen in het IWP-project Steenwetering. De kansrijke maatregelen betreffen grootschalig onderhoud:

  • Het vervangen van de beschoeiing bij de uitstroom van de Groote Grift. Deze locatie is ook bekend als uitstroom Kanaal Broek;

  • Het vervangen van de beschoeiing bij de uitstroom Bouwmansleiding;

  • Het aanleggen van twee bootinlaatplaatsen;

  • Optimaliseren van een onderhoudspad aan de noordzijde van de Bouwmansleiding ter hoogte van de huiskavel Steenwetering nr. 10;

  • Rasters aanbrengen waar beweiding is met vee (bedoeld om intrappen van de oever tegen te gaan).

  • De Steenwetering tussen het traject gemaal Streukelerzijl tot aan de weg de Steenwetering en het gemaal wordt varend onderhouden. In dit traject wordt de droge oever één keer per jaar gemaaid en de natte oever eens per twee jaar.

  • Langs de weg Steenwetering wordt de watergang rijdend onderhouden (over de weg heen). Aan de overzijde (landzijde) wordt de watergang, behalve de NVO, rijdend onderhouden extensief (eens per 2 jaar rijdend). Dit is de laatste jaren niet uitgevoerd. Het uitvoeren van het rijdend onderhoud is een knelpunt vanwege de draagkracht van de bodem en toegankelijkheid van de watergang.

  • Regulier baggerwerk wordt meegenomen. Dit is bewust uitgesteld en meegenomen i.v.m. de samenhang met KRW opgaven.

Raakvlak met het gemalenproject Streukelerzijl/Galgenrak: Het vervangen van beschoeiing bij het gemaal Streukelerzijl wordt uitgevoerd door het team Gemalen & Stuwen. Het gaat om de beschoeiing tussen gemaal en stuw Fissele én de beschoeiing tussen gemaal en eerste woning. De bekostiging vindt plaats vanuit het project gemaal Streukelerzijl door het team gemalen en stuwen (geen onderdeel van het IWP-project Steenwetering).

Nabij Steenwetering nr 15 (bij de bocht in de Steenwetering) verspringt de onderhoudsroute. Om zoveel als mogelijk een aaneengesloten route te realiseren wordt de brug vervangen in het IWP-project Steenwetering. Vervanging van de brug is ook noodzakelijk vanwege de opstuwende werking (maatregel hydrologie).

Ter plaatse van het bosje aan de Grindweg wordt de onderhoudsroute om het bosje gerealiseerd. Dit is afgestemd met de eigenaren. De werkzaamheden worden uitgevoerd in het IWP-project Steenwetering.

Onderhoud – bodemdaling

De draagkracht van de onderhoudsroute ten noorden van de Steenwetering neemt af door bodemdaling in het veenweidegebied. Er is voor gekozen om de onderhoudsroute te bezanden om een hogere draagkracht te verkrijgen om zodoende onderhoud te kunnen blijven uitvoeren.

3.2 Effecten

Beschrijving van de effecten van de maatregelen op hoofdlijnen i.r.t. tot doelen van het project.

Hydrologie

Bij de start van de verkenning heeft als eerste een landmeetkundige inmeting van de Steenwetering en kunstwerken plaatsgevonden. De ingemeten profielen en kunstwerken zijn verwerkt in een hydrologisch model, waarmee het functioneren van het watersysteem is getoetst aan de norm voor het hydrologisch verhang bij verschillende situaties. Hierbij is rekening gehouden met de twee scenario’s uit Interbestuurlijk Programma ‘Vitaal platteland NWO’, waarbij in de toekomst mogelijk wordt geanticipeerd op bodemdaling; te weten scenario doorgaan en scenario remmen. In het scenario “remmen” voldoet het verhang.

Het scenario doorgaan is het meeste kritische scenario doordat het waterpeil wordt verlaagd. In dit scenario neemt het verhang toe doordat de bodem van de Steenwetering, welke is gelegen in een zandpakket, niet de bodemdaling van het veengebied volgt (afname waterdiepte). Het berekende verhang overschrijdt de norm van 4,0 cm/km. Dit betekent dat er vanuit hydrologie een noodzaak is om de Steenwetering lokaal te verdiepen tot leggerdiepte en 4-tal kunstwerken te vervangen.

Ecologie

Voor het plangebied van de Steenwetering is een volledige ecologische analyse uitgevoerd. Het tracé van de Steenwetering is aangewezen als KRW-waterlichaam en getypeerd als M10: Laagveen vaart en kanaal. De aanwezige vegetatie, macrofauna en vis voldoen in de huidige situatie niet aan de KRW-normen. Met de realisatie van de natuurvriendelijke oevers wordt voldaan aan de KRW-normen. Aanvullend wordt er een ijsvogelwand gerealiseerd. Het realiseren van een ecologische verbinding ter plaatse van de Oude Weede zorgt ervoor dat het weidevogelgebied Haerst Genne met natuurgebied Stadsgaten en Olde maten via het IWP-project Dedemsvaart verbonden wordt.

Duurzaamheid

Voor het project is de grootst impact qua uitstoot (CO2 en stikstof) het grond verzet. Het ontwerp is opgesteld dat er gewerkt wordt met een gesloten grondbalans. De vrijkomende grond wordt bij de omliggende eigenaren verwerkt of toegepast bij nevenprojecten welke in de buurt liggen. Hiermee zijn transportafstanden zeer beperkt. Door transportafstand kort te houden wordt de emissie tijdens uitvoering geminimaliseerd. In de vervolgfase zal nader gekeken worden hoe de uitstoot tijdens de uitvoering geminimaliseerd kan worden.

Er zijn een 4-tal kunstwerken (bruggen en duikers) die worden vervangen. Hier is gekeken naar diverse alternatieven. Doel is om de hoeveelheid beton te minimaliseren i.v.m. de CO2 belasting van beton. Voorkeur heeft nu om de bruggen van GVK (Glasvezelversterkte kunststoffen) te realiseren. Deze bruggen worden prefab gemaakt en gaan minimaal 100 jaar mee. Tevens zijn deze bruggen licht van gewicht waardoor een minder zware fundering noodzakelijk is. Daarnaast zijn de bruggen makkelijk te demonteren waardoor ze indien nodig eenvoudig elders her te gebruiken zijn (modulair en circulair). In afstemming met de eigenaren worden 2 bruggen in GVK (Glasvezelversterkte kunststoffen). De andere 2 locaties worden respectievelijk een betonbrug en betonduikers dit op basis van de wens van de perceelseigenaren, die eigenaar van de brug en duiker worden.

4. Beschikbaarheid gronden

De gronden zijn reeds aangekocht die nodig zijn voor de aanleg van de moeraszone zowel langs de Steenwetering als de Bouwmansleiding. Langs de Bouwmansleiding is het gehele perceel aangekocht.

5. Effecten van het plan

5.1 Positieve effecten

  • -

    Vergroten van de ecologische kwaliteit en waarde van de watergang en oevers.

  • -

    Door het verruimen van het doorstroomprofiel van de Steenwetering (verruimen bruggen en duikers, baggeren en gedeeltelijk verruimen van de watergangen) kan het water beter afgevoerd worden naar het gemaal.

  • -

    Herinrichten van onderhoudsroutes zodat beheer en onderhoud efficiënt uitgevoerd kan worden.

5.2 Negatieve effecten

  • -

    Beeld en uiterlijk van de oevers is veel ruiger dan de omgeving gewend is.

6. Uitvoering

Na goedkeuring van het projectplan wordt gestart met het opstellen van een Bestek met Uitvoeringsontwerp. Hierna start een aannemer met de realisatie van het werk. De verwachting is dat de uitvoering 2024 zal starten. In onderstaande tabel is een overzicht van de planning opgenomen.

Tabel 2 – Indicatieve planning

Projectfase

Start

Einde

Aanvullend onderzoek / vergunning

Q3 2023

Q2 2024

Bestek

Q1 2024

Q2 2024

Aanbesteding

Q2 2024

Q3 2024

Uitvoering

Q3 2024

Q4 2024

7. Nadelige gevolgen

7.1 Nadelige gevolgen van het plan

Er zijn geen directe nadelige gevolgen van het huidige plan.

7.2 Nadelige gevolgen van de uitvoering

Gedurende de uitvoering van het werk wordt de overlast voor derden zoveel mogelijk beperkt. Eventuele schade aan rij- en werkstroken wordt hersteld. Uitvoeringsschade is nu niet voorzien, maar mocht die toch optreden, dan wordt die vergoed. Ook gewasderving en/of inkomstenschade als gevolg van de uitvoering van dit projectplan wordt vergoed. Voorafgaand aan de uitvoering wordt met alle relevante aanliggende eigenaren contact opgenomen, zodat zij rekening kunnen houden met de werkzaamheden.

Voor de brug en duikers vervangen zijn kavels en woningen tijdelijk niet bereikbaar. Tevens dienen huisaansluitingen omtrent nutsvoorzieningen aangepast te worden, hierdoor zal ook enige hinder door aanwonenden worden ondervonden. Daar waar nodig zullen er tijdelijke voorzieningen getroffen worden.

De Wet Natuurbescherming eist dat schade aan de natuur zoveel mogelijk wordt beperkt. Hieraan wordt voldaan doordat er op basis van onderzoek Natuurwetgeving een ontheffing wordt aangevraagd. Vervolgens wordt een werkprotocol opgesteld die de voorwaarden voor de uitvoering omschrijft.

7.3 Financieel nadeel

Als gevolg van dit projectplan is geen financiële schade voorzien die aan de uitvoering van het project in de weg staat. Indien een belanghebbende ten gevolge van dit besluit toch schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en ten aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd, kan op grond van artikel 7.14 van de Waterwet een verzoek om schadevergoeding worden ingediend. Voor de wijze van indiening van een dergelijk verzoek en voor de procedure wordt verwezen naar de Procedureverordening nadeelcompensatie Waterschap Drents Overijsselse Delta.

8. Legger, beheer en onderhoud

8.1 Legger

Na realisatie wordt de nieuwe situatie opgenomen in de legger van oppervlaktewaterlichamen zie hiervoor bijlage B van dit projectplan.

8.2 Beheer en onderhoud

Er is een onderhoudsplan opgesteld waarmee de instandhouding van de maatregelen wordt gewaarborgd. Dit onderhoudsplan is opgenomen in bijlage G van dit projectplan.

Er vindt een relatief intensief beheer en onderhoud plaats van het doorstroomprofiel om peilen te handhaven en het water over het gebied te verdelen. Dit onderhoud wordt jaarlijks varend uitgevoerd voor het noordelijk tracé tot de brug in de bocht nabij de weg Steenwetering. Dit maaionderhoud van de natuurvriendelijke oevers vindt gefaseerd plaats, verspreid over meerdere jaren. Het maaisel wordt afgevoerd

Door de inrichting van de natuurvriendelijke oever wordt het huidige jaarlijkse onderhoud met breedspoor voor de noordelijke (natuurvriendelijke oever) en de Bouwmansleiding aangepast naar onderhoud van eenmaal per jaar, waarbij 50 procent van de NVO het natte talud wordt gemaaid en afgevoerd. Het droge talud wordt jaarlijks volledig gemaaid. Het maaisel wat hierbij vrij komt wordt op het aanliggende perceel gedeponeerd. Jaarlijks onderhoud dat wordt uitgevoerd aan de natuurvriendelijke oever bestaat uit het verwijderen van houtige opslag en muskusrattenbestrijding.

De natuurlijk te ontwikkelen locaties worden niet onderhouden, er wordt alleen ingegrepen als de begroeiing waterafvoer gaat belemmeren.

Indien nodig mag onderhoud afgedwongen worden door middel van Keur.

9. Samenwerking

In mei 2021 zijn de bewoners, gebruikers en betrokken organisaties geïnformeerd over de start van de verkenning van project Steenwetering. Door middel van een nieuwsbrief zijn ze uitgenodigd voor een digitale bijeenkomst in juni 2021 waar de plannen verder toegelicht zijn.

Bewoners en gebruikers van het gebied zijn, aan de hand van een nieuwsbrief, uitgenodigd voor een fysieke bijeenkomst in april 2022. Tijdens deze bijeenkomst is het voorkeursalternatief verder toegelicht.

Naast de bijeenkomsten zijn er ook met de grondeigenaren diverse gesprekken gevoerd over de plannen van het waterschap in dit project. De benodigde grond is aangekocht. Met de eigenaren van grond waar nieuwe bruggen komen zijn keukentafel gesprekken gevoerd waarin afspraken zijn gemaakt over ontwerp, eigendom, beheer en onderhoud. Verder is er contact opgenomen met de omliggende eigenaren om de onderhoudsroutes en het voorlopig ontwerp te bespreken.

DEEL II - VERANTWOORDING

1. Wet- en regelgeving

1.1 Waterwet

Als een waterschap een waterstaatswerk wil aanleggen of wijzigen, dient op grond artikel 5.4 Waterwet een projectplan te worden vastgesteld, met daarin een beschrijving van het werk en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd én een beschrijving van de voorzieningen om nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk ongedaan te maken of te beperken. Het werk dient bij te dragen aan de doelstellingen van de Waterwet waaronder:

  • voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met

  • bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en

  • vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen (artikel 2.1).

1.2 Kaderrichtlijn Water (KRW)

De doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is het bereiken en beschermen van een goede toestand van landoppervlaktewater, overgangswateren en kustwateren. Onder de goede toestand vallen zowel een goede ecologische als een goede chemische toestand. Daarnaast is de doelstelling van de KRW het beschermen van een goede chemische en kwantitatieve toestand van het grondwater. Waterschappen hebben een belangrijke taak bij het behalen van de doelstellingen uit de KRW.

De KRW is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Waterwet, de Wet milieubeheer en het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water (BKMW). Op nationaal niveau worden de te treffen maatregelen opgenomen in stroomgebied beheerplannen en maatregelenprogramma’s en het nationale waterplan. Op provinciaal niveau worden de te treffen maatregelen opgenomen in het provinciale waterplan. In het provinciale waterplan worden de maatregelen verder uitgewerkt. Waterschappen nemen in hun waterbeheerplannen de KRW-maatregelen op die voor hun beheergebied verplicht zijn.

1.3 Milieueffectrapportage (m.e.r.)

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Met een m.e.r. krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen onderdeel C en onderdeel D. voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit onderdeel C geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Voor deze activiteiten moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. De activiteiten die binnen dit project worden uitgevoerd vallen allen binnen categorie D, te weten onder onderdeel D.9 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Onderdeel D.9 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage betreft een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:

  • Een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw;

  • Vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer.

De voorgenomen activiteiten betreffen niet de vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied, dit punt is dan ook niet van toepassing voor de voorgenomen activiteiten. De drempelwaarde voor een functiewijziging van water, natuur, recreatie of landbouw van de betreffende categorie wordt niet overschreden.

2. Beleid

2.1 Toets beleid waterschap

Kaderrichtlijn Water (KRW)

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in een goede toestand te brengen en te houden, en bevordert het duurzaam gebruik van water. De richtlijn geldt voor al het oppervlaktewater maar alleen voor de zogenoemde waterlichamen geldt een rapportage- en resultaatsverplichting naar de EU.

De invoering van de KRW heeft ertoe geleid dat het water administratief ingedeeld is in KRW waterlichamen en de overige wateren. De opgaven en begrenzingen van alle KRW-waterlichamen zijn vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie. Het waterschap is verantwoordelijk voor het uitwerken van de opgaven en de maatregelen in het oppervlaktewater, de provincie voor de uitwerking van het diepe grondwater. Voor de waterlichamen heeft het waterschap een resultaatsverplichting om de maatregelen die nodig zijn om in 2027 de vastgestelde waterkwaliteitsopgaven te behalen.

In de huidige situatie de Steenwetering nog niet aan de in de KRW gestelde opgaven. De voorgenomen maatregelen die binnen dit project worden uitgevoerd, moeten ervoor zorgen dat beide waterlopen wel aan de KRW-normen voldoen.

Inrichting, Beheer en Onderhoud op Maat (IBOOM)

Na de realisatie van de plannen wordt het gebied conform het beleid “Inrichting, Beheer en Onderhoud Op Maat” (IBOOM) uitgevoerd.

Waterschapszorg

Waterschapszorg gaat over de zorg voor beheer en onderhoud van de watergang; wie welke watergang beheert en wie de onderhoudsplichtige is. WDOD wil het water in de wetering zo goed mogelijk aan- en afvoeren. Op deze manier kan het Waterschap de functies in een gebied (zoals landbouw en natuur) zo optimaal mogelijk bedienen. Daarom wil WDOD de grote, regionaal belangrijke watergangen zelf onderhouden. De kleinere watergangen en de individuele perceelsloten worden onderhouden door de aanliggende perceeleigenaren.

3. Projectkeuzes

Het definitieve ontwerp is opgesteld vanuit de lokale belangen, kansen en doelen.

Ter onderbouwing van de plannen zijn een aantal conditionerende onderzoeken uitgevoerd:

  • Archeologie

  • Niet gesprongen explosieven

  • Natuurtoets

  • Kabels en leidingen

  • Bodemonderzoek

In navolgende tabel zijn de belangrijkste bevindingen van deze onderzoeken weergegeven.

Tabel 3 - Overzicht uitkomsten conditionerende onderzoeken

Onderzoek

Korte samenvatting conclusie

Archeologisch onderzoek

Er zijn voor het projectgebied een lage archeologische verwachting hier is geen verder onderzoek noodzakelijk.

Zie voor het onderzoek en bevindingen bijlage D.

NGE

Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek OO en de conclusies is het onderzoeksgebied geheel onverdacht op Ontplofbare Oorlogsresten. Zie voor het onderzoek en bevindingen bijlage E

Natuurtoets

De voorgenomen werkzaamheden aan de Steenwetering zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk verlies van (niet essentieel) leefgebied van diverse beschermde soorten. Een deel hiervan behorend tot de nationale soorten en is vrijgesteld door de provincie Overijssel.

Over het algemeen wordt verwacht dat op termijn, na het uitvoeren van de ontwikkeling, het leefgebied van deze soorten (met name vissen, amfibieën en ongewervelden) in kwaliteit zal toenemen zoals beoogd is door de doelstellingen van de KRW-richtlijn.

De grote modderkruiper is aangetroffen in het projectgebied waardoor een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk is. De aanvraag bij bevoegd gezag is reeds ingediend, mitigerende maatregelen worden in acht genomen.

Voor de gestreepte waterroofkever dient een ontheffing aangevraagd te worden.

Zie voor onderzoek en bevindingen Bijlage F.

Aerius berekening

Sinds 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking. Sinds 2 november 2022 is de vrijstelling voor tijdelijke stikstofdepositie veroorzaakt door de bouw niet meer van kracht. Dit betekent dat een stikstofberekening noodzakelijk is om de effecten op instandhoudingsdoelen in beeld te brengen. Voor de werkzaamheden aan de Steenwetering is dit in beeld gebracht. De uitkomst laat zien dat er een aantal uren emissieloos gewerkt moet gaan worden. In het contract met de aannemer worden deze maatregelen opgenomen.

Kabels en leidingen

Ter plaatse van de te realiseren natuurvriendelijke oever kruist een waterleiding en een gasleiding. Ter plaatse van de kruising wordt de oever hierop aangepast. Ter plaatse van het vervangen van duikers dient nadere afstemming en aanpassing van kabels en leidingen te gebeuren.

Bodemonderzoek

Er is een waterbodemonderzoek uitgevoerd. De vrijkomende bagger is verspreidbaar op aanliggende percelen. Voor de landbodem is een vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725. Vrijkomende grond kan binnen de geografische reikwijdte van de bodemkwaliteitskaart gebruikt worden buiten de reikwijdte dan is een partijkeuring vereist.

4. Vergunningen, ontheffingen en meldingen

In onderstaande tabel zijn de resultaten van de vergunningenscan verzameld. De vergunningenscan is als Bijlage C toegevoegd. Er wordt aangegeven of er een vergunning, ontheffing en/of melding nodig is voor de projectwerkzaamheden.

Tabel 4 - Overzicht vergunningen, ontheffingen en meldingen

Vergunning / Ontheffing / Melding

Korte samenvatting benodigde actie

Omgevingsvergunning

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden is benodigd voor de werkzaamheden.

Kapvergunning

Gemeentelijke kapvergunning kan vereist zijn bij het kappen van bomen voor nu geen kap van bomen voorzien.

Bouwvergunning

Is niet vereist

Ontgrondingsvergunning

De werkzaamheden aan de Steenwetering kunnen niet onder de vrijstellingsmogelijkheden worden geschaard. Daarmee zal een ontgrondingsvergunning noodzakelijk zijn.

Besluit bodemkwaliteit

Een besluit bodemkwaliteit is vereist, dit kan tot vijf werkdagen voor start werkzaamheden.

Sloopvergunning

Indien er meer dan 10 m3 sloopafval vrijkomt bij het verwijderen van de bruggen moet er een sloopmelding worden gedaan.

Wet natuurbescherming

Er is een ontheffing voor soorten (gestreepte waterroofkever en voor de grote modderkruiper) vereist. Deze wordt aangevraagd.

DEEL III - RECHTSBESCHERMING

1. Zienswijze

Als het ontwerpprojectplan is vastgesteld, wordt dit bekend gemaakt. Het plan ligt gedurende zes weken ter inzage. Voordat het waterschap een definitieve beslissing neemt, kunnen belanghebbenden en ingezetenen gedurende deze periode hun zienswijze op dit ontwerpprojectplan kenbaar maken. Dat kan schriftelijk of mondeling. Een zienswijze moet vóór afloop van de termijn bij het waterschap zijn ingediend.

2. Beroep en hoger beroep

Als het projectplan is vastgesteld, wordt dit bekend gemaakt. Het plan ligt gedurende zes weken ter inzage. Gedurende zes weken (vanaf de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd) kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de rechtbank Noord-Nederland (Postbus 150, 9700 AD, Groningen) onder overlegging van een afschrift van dit projectplan:

  • een ieder die een zienswijze heeft ingediend;

  • belanghebbenden (ongeacht of zij een zienswijze hebben ingediend).

Het is mogelijk digitaal beroep in te stellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet de indiener wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Op de genoemde site staan de precieze voorwaarden. Voor het indienen van een beroepschrift is griffierecht verschuldigd. Tegen de uitspraak van de rechtbank kan vervolgens hoger beroep worden ingesteld bij de Raad van State.

3. Crisis- en herstelwet

Op de vaststelling van een projectplan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbenden in het beroepschrift moeten aangeven welke beroepsgronden zij aanvoeren tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard als binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend. Indieners wordt verzocht in het beroepschrift te vermelden dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

4. Verzoek om voorlopige voorziening

Het projectplan treedt na vaststelling in werking, ook al wordt er een beroepschrift ingediend. Dit betekent dat de maatregelen opgenomen in het projectplan kunnen worden uitgevoerd. Om dit te voorkomen kan degene die beroep instelt gelijktijdig of na het indienen daarvan een zogenaamd verzoek om een voorlopige voorziening doen bij de Voorzieningenrechter van de Afdeling Bestuursrecht van de rechtbank Noord-Nederland (Postbus 150, 9700 AD, Groningen). Daarbij moet een kopie van het beroepschrift worden overlegd. Ook voor het doen van een verzoek om een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. Zie voor het digitaal indienen van zo’n verzoek onder “Beroep en hoger beroep”.

DEEL IV – BIJLAGEN

  • A.

    Overzichtskaart

  • B.

    Dwarsprofielen

  • C.

    Vergunningenscan

  • D.

    Archeologisch onderzoek

  • E.

    NGE onderzoek

  • F.

    Natuurtoets

  • G.

    Onderhoudsplan

  • H.

    Bodemonderzoek

  • I.

    Aeriusberekening

Ondertekening

Zwolle, 19 december 2023

Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta,

de secretaris

ir. E. M. Van Grol

de dijkgraaf

D.S. Schoonman

Bijlage 1

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 2

afbeelding binnen de regeling