VTH-uitvoeringsprogramma 2024

Geldend van 15-03-2024 t/m heden

Intitulé

VTH-uitvoeringsprogramma 2024

Uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot de regels van het omgevingsrecht in 2024

  • 1.

    Het VTH-uitvoeringsprogramma omgevingsrecht 2024 vast te stellen;

  • 2.

    Het vastgestelde uitvoeringsprogramma ter kennisname aan de gemeenteraad aan te bieden;

  • 3.

    Het vastgestelde uitvoeringsprogramma te publiceren via: https://www.officielebekendmakingen.nl;

  • 4.

    De rechtsgeldigheid van de VTH-uitvoeringsprogramma’s 2022 en 2023 op https://lokaleregelgeving.overheid.nl op te heffen.

Hoofdstuk 1: Algemeen

1.1 Inleiding

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet en daaraan gerelateerde regelgeving in werking getreden. Op basis van artikel 18.19 van de Omgevingswet in combinatie met de artikelen 13.5 tot en met 13.11 van het in 2024 nieuw in werking getreden Omgevingsbesluit is het verplicht om jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit te werken in een uitvoeringsprogramma. De jaarlijkse uitvoerings- en handhavingsstrategie dient volgens deze regels van het Omgevingsbesluit voor de uitvoering van Omgevingsrecht gerelateerde zaken in ieder geval de volgende gegevens te bevatten:

  • Motivering omtrent de na te streven doelen voor de uitvoering en handhaving en te verrichten werkzaamheden met het oog op die doelen;

  • De handhavingsstrategie dient gebaseerd te zijn op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet;

  • Een prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden,

  • Een beschrijving van de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen worden bereikt;

  • De criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Omgevingswet;

  • De werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet;

  • De afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden;

  • De wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden;

  • De wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties;

  • De wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd;

  • Een beschrijving omtrent hoe de handhavingsstrategie is afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving (voor zover dit van belang is voor een succesvolle uitvoering van de gekozen strategie).

Dit VTH-uitvoeringsprogramma strekt ertoe om op zijn minst invulling te geven aan deze verplichtingen.

Voor de uitvoering van gemeentelijke taken op basis van de Algemene plaatselijke verordening en diverse bijzondere wetten is het niet wettelijk verplicht om een VTH-beleid en VTH-uitvoeringsprogramma vast te stellen. Er is in deze gemeente echter wel voor gekozen om ook deze taakvelden in het VTH-beleid en VTH-uitvoeringsprogramma mee te nemen. Een jaarlijks uitvoeringsprogramma waar de verschillende beleidsvelden samenkomen versterkt immers de in de Omgevingswet beoogde samenhang (meer integraal werken).

Het onderhavige programma beschrijft hoe vergunningverlening, toezicht en handhaving georganiseerd zijn voor al de taakvelden van het omgevingsrecht. Het beschrijft de reguliere taken, de projecten en de activiteiten die op het gebied van het omgevingsrecht worden opgepakt. Het gaat hier onder andere om de gemeentelijke taken op het gebied van bouwen, slopen, kappen, milieurechtelijk relevante activiteiten, brandveilig- en bestemmingsplanconform gebruik en openbare orde.

1.2 Overzicht van de taakvelden die het VTH-uitvoeringsprogramma omvat

In het kader van het afhandelen van in 2024 nieuw ingediende vergunningaanvragen en het houden van toezicht op grond van de regels van het verbrede veld van het omgevingsrecht, zijn de volgende wetten en (beleids)documenten relevant:

Landelijk:

Gemeentelijk:

  • Omgevingswet  

Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L)

  • Besluit kwaliteit leefomgeving

Verordening fysieke leefomgeving gemeente Bergen (L)

  • Besluit activiteiten leefomgeving

Omgevingsplan gemeente Bergen (L)

  • Besluit bouwwerken leefomgeving (vervanger Bouwbesluit 2012)

Welstandsbeleid

  • Omgevingsregeling

Handhavingsarrangement horeca

  • Omgevingsbesluit

Damoclesbeleid (overtredingen van Opiumwet)

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb)

VTH-Beleidsplan

  • Asbestverwijderingsbesluit 2005

Beleidsnota huisvesting internationale werknemers

  • Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

Beleidskader uitwegen

  • Erfgoedwet

Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit

  • Gemeentewet

Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht)

  • Huisvestingswet 2014

Evenementenbeleid gemeente Bergen 2023

  • Alcoholwet (Aw)

Terrassenbeleid gemeente Bergen (L) 2023

  • Wet Bibob

Beleidsregels geluid bij horeca gemeente Bergen 2023

  • Opiumwet

Bijstempelbeleid

  • Vuurwerkbesluit

Excessenregeling

  • Wet basisregistratie personen (BRP)

Aanpak mensenhandel Gemeenten NML

  • Wegenverkeerswet 1994

Beleidsregels standplaatsen Bergen 2017

  • Wet op de kansspelen (WOK) 

Beleidskader Houtopstanden

  • Woningwet (incl. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen)

Beleidsregel Wet Bibob Bergen (L) 2021

  • Wet milieubeheer

Bodemkwaliteitskaart PFAS

  • Visserijwet

Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029

  • Binnenvaartpolitiereglement

AVOI (ondergrondse infrastructuur)

  • Wegenverkeerswet 1994 en Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

Verordening winkeltijden Bergen 2011

  • Wet politiegegevens

Nadere regels ter uitvoering van artikel 3:3 APV

  • Landelijke richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid

In het ‘Beleidsplan leefomgeving – vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’ van de gemeente Bergen zijn de volgende vijf doelen die met vergunningverlening worden nagestreefd opgenomen:

  • A.

    Servicegerichte besluitvorming binnen wettelijke beslistermijnen

  • B.

    Rechtszekerheid – Er worden integrale en correcte besluiten genomen

  • C.

    Beschermen en verbeteren van de leefomgeving

  • D.

    Redeneren vanuit oplossingen en leveren van maatwerk

  • E.

    Goede en tijdige participatie van burgers en bedrijven bij besluitvorming

De gemeentelijke taken op het gebied van vergunningverlening waar dit programma betrekking op heeft zijn de volgende:

  • 1.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning of melding voor de bouwactiviteit (vanaf 1 januari 2024 geldt voor sommige bouwactiviteiten een meldingsplicht in verband met de Wet kwaliteitsborging)

  • 2.

    Het beoordelen en afhandeling van sloopmeldingen;

  • 3.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor uitweg-, inrit-, kap- en reclameactiviteiten;

  • 4.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor monumenten;

  • 5.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning of melding met betrekking tot milieubelastende activiteiten;

  • 6.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning of melding brandveilig gebruik;

  • 7.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een exploitatievergunning, standplaatsvergunning, evenementenvergunning, melding kleinschalig evenement en Alcoholwetvergunning;

  • 8.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

  • 9.

    Het beoordelen van legalisatieverzoeken, voortkomend uit een handhavingszaak;

  • 10.

    Het beoordelen en afhandelen van informatieverzoeken/vooroverleg/schetsplan, inclusief het juridisch beoordelen van vergunningsvrije bouwwerken;

  • 11.

    Het uitvoeren van een quickscan op basis van de Wet Bibob;

  • 12.

    Het leveren van input bij de behandeling van legesbezwaren;

  • 13.

    Het ambtshalve beoordelen of een bepaalde vergunning ingetrokken dient te worden.

De werkzaamheden die benoemd zijn onder punt 5 zijn nagenoeg geheel bij de medewerkers van de Regionale uitvoeringsdienst Limburg-Noord (RUDLN) ondergebracht en de werkzaamheden als bedoeld onder punt 6 zijn grotendeels belegd bij de medewerkers van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN). De overige werkzaamheden worden verricht door de medewerkers van de gemeente Bergen.

1.3 Ontwikkelingen

In deze paragraaf worden de voor 2024 meest relevante ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en jurisprudentie beschreven waar bij de uitvoering van VTH-gerelateerde werkzaamheden rekening mee gehouden dient te worden.

Landelijk

Inwerkingtreding van Omgevingswet per 1 januari 2024

De Omgevingswet (Ow) en de daaraan gerelateerde nieuwe en gewijzigde regelgeving is per 1 januari 2024 van kracht. De Ow bundelt en moderniseert de wetten voor de fysieke leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Ow staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Tegelijk met de inwerkingtreding van de Ow treedt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking.

Alle lokale bestemmingsplannen van de gemeente Bergen (L) zijn per 1 januari 2024 vervangen door 1 integraal Omgevingsplan (zie: Omgevingsplan gemeente Bergen (L) | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). Dit tijdelijk Omgevingsplan, bestaat uit alle bestaande bestemmingsplannen (inhoudelijke regels van bestaande bestemmingsplannen blijven gelden) en de bruidsschat met regels van het Rijk. Daarnaast zijn in het tijdelijke Omgevingsplan diverse regels van verordeningen van de gemeente van toepassing verklaard. Het integreren van de gehele inhoud van de Verordening fysieke leefomgeving in dit omgevingsplan volgt pas later en niet meer in 2024. Dit hoeft pas uiterlijk 1 januari 2032 te gebeuren.

De introductie van de Ow heeft ook een nieuwe digitale informatievoorziening geïntroduceerd. Deze is (deels) online te vinden op: https://omgevingswet.overheid.nl. In 2024 zullen de medewerkers van het team ervaringen op dienen te doen met het werken met de nieuwe regelgeving en het nieuwe systeem.

Wet kwaliteitsborging

De Wet kwaliteitsborging (Wkb) is op 1 januari 2024 in werking getreden. Deze regels zijn opgenomen in de Woningwet en het BBL. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De Wet Kwaliteitsborging heeft drie doelen, te weten:

  • 1.

    verbeterde (borging van de) bouwkwaliteit;

  • 2.

    verbeterde positie van de consument;

  • 3.

    stimuleren van kwaliteitsverbetering en faalkostenvermindering.

Om de doelen van de Wkb te bewerkstelligen wordt het proces voor vergunningverlening in tweeën opgeknipt:

  • 1.

    Het ruimtelijke component (toets aan omgevingsplan en -veiligheid): deze wordt beoordeeld door de gemeente.

  • 2.

    Het bouwtechnische component: hiervoor wordt de check van het bouwplan vooraf vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De gemeente voert dan ook geen bouwtechnische toets meer uit voor een deel van de ingediende aanvragen of meldingen. Wel toetsen we de risicobeoordeling en het dossier bevoegd gezag en controleren we of de ingeschakelde kwaliteitsborger voldoet aan de eisen uit de Wkb.

De eerste fase die in 2024 in werking is getreden is gericht op de lichtste categorieën bouwwerken uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (zie: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/technische-bouwactiviteit/kwaliteitsborging/bouwwerken-gevolgklasse). Onder gevolgklasse 1 valt het bouwen van de volgende bouwwerken:

  • op de grond gebouwde woningen..

  • woonboten en andere drijvende woningen.

  • bouwwerken van maximaal 2 bouwlagen met een industriefunctie

  • bouwwerken van maximaal 2 bouwlagen met een industriefunctie die een nevengebruiksfunctie van een andere gebruiksfunctie

  • bovengrondse infrastructurele werken voor langzaam verkeer tot maximaal 20 meter overspanning. Denk aan kleine bruggen voor fietsers, voetgangers, rolstoelgangers of bromfietsen.

  • andere bovengrondse bouwwerken die geen gebouw zijn, tot maximaal 20 meter hoog. Denk aan kleine zendmasten, antennes, keermuren, walmuren, kademuren, gemalen of kleine windmolens.

De initiatiefnemer (opdrachtgever) wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw toetst op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het BBL en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Het bouw- en woningtoezicht, zoals gemeenten dat nu uitvoeren, wordt een taak van marktpartijen. Een verklaring van de kwaliteitsborger zal bij oplevering voorwaarde zijn voor ingebruikname. Dit betekent dat de rol van de gemeente in het bouwproces anders wordt. Aan de ene kant gaan er taken weg, de bouwtechnische toets vooraf en de eindcontrole achteraf. Aan de andere kant komen er taken bij want van de gemeente wordt verwacht dat die onder andere het werk van de kwaliteitsborger gaan controleren. Voldoet deze aan de eisen die de wet stelt hierover, bijvoorbeeld of het een gecertificeerde kwaliteitsborger is. Daarnaast moet de gemeente toetsen of alle risico’s voor dat specifieke bouwwerk goed worden geborgd en vastgelegd in het borgingsplan met risicobeoordeling. Eventueel kan de gemeente controle- en stopmomenten opleggen. Gemeentes moeten ook zelf gaan bepalen wat bijzondere lokale omstandigheden (BLO) zijn. Wanneer de kwaliteitsborger tijdens het de uitvoering een strijdigheid opmerkt die niet opgelost kan worden, en waardoor er aan het einde geen verklaring kan worden afgegeven, dan is de kwaliteitsborger verplicht de gemeente hierover te informeren. De gemeente moet zelf bepalen hoe zij vanuit haar handhavende rol met de verstrekte informatie omgaat. De gemeente blijft wettelijk belast met het toezicht op de naleving van bouwtechnische eisen van bouwwerken. Signalen dat er niet voldaan wordt aan deze eisen kunnen dan ook niet genegeerd worden.

Ook zal bij het toezicht de rol anders worden ten gevolge van deze wet. Voor bestaande bouw blijven we bevoegd gezag, de verandering zit met name bij het toezicht op nieuwbouw. Wanneer we onder de nieuwe wetgeving van de kwaliteitsborger een gereedmelding ontvangen dan kan binnen tien werkdagen daarna (zoals vermeld in de wet Kwaliteitsborging, sectie ‘Ingebruikname bouwwerk) bij het ontbreken van de voor gereedmelding van belang zijnde gegevens besloten worden dat het bouwwerk niet in gebruik mag worden genomen. Een controle door de gemeente zal dan toch nog plaats vinden.

Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt ook het toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf. Bij het vervullen van deze nieuwe rol, biedt de Wkb ruimte aan gemeenten om in beleid specifieke keuzes te maken. Het betreft keuzes over:

  • Bij welk type bouwwerk of onderwerp wil de gemeente (wanneer) wel/niet betrokken worden? Artikel 2.20 van het Bbl biedt de gemeente de mogelijkheid om voor specifieke bouwwerkzaamheden en de momenten waarop deze worden uitgevoerd gegevens op te vragen met het oog op het voorkomen en of beperken van risico’s die van invloed kunnen zijn op het voldoen van het te bouwen bouwwerk aan de regels.

  • Indien er sprake is van een strijdigheid met de bouwregelgeving moet de kwaliteitsborger de gemeente hierover informeren. Een gemeente kan zelf bepalen hoe zij vanuit haar handhavende rol met de verstrekte informatie omgaat. Dat kan bijvoorbeeld door middel van het aanschrijven van de indiener waarin een verbod op gebruik wordt opgelegd totdat er informatie wordt overlegd waaruit blijkt dat het probleem is opgelost.

  • De gemeente kan kiezen hoe zij met de gereedmelding bouwen omgaat. Bij de gereedmelding wordt een ‘As build’ dossier aan het bevoegd gezag verstrekt. Een gemeente kan vervolgens - net als bij de bouwmelding - kiezen om het dossier inhoudelijk te beoordelen met als doel eventueel nog zelf een controle uit te voeren. Het is ook mogelijk om deze stukken – zonder verdere inhoudelijke beoordeling – te archiveren voor toekomstig gebruik.

Onder de Wkb ziet een onafhankelijke (gecertificeerde) kwaliteitsborger erop toe dat het bouwwerk daadwerkelijk aan de eisen uit het Bbl (te vergelijken met het voormalige Bouwbesluit 2012) voldoet. Het is ook de kwaliteitsborger die aan de vergunninghouder een verklaring afgeeft op het moment dat er een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het bouwwerk voldoet aan het Bbl. Het bevoegd gezag, de gemeente, vertrouwd (en mag in beginsel vertrouwen) op de deskundigheid van de kwaliteitsborger en laat de verantwoordelijkheid voor het voldoen van het bouwwerk aan wet- en regelgeving daar waar deze hoort. Uiteindelijke dienen er op voornoemde punten keuzes gemaakt te worden door de gemeente.

Momenteel worden er landelijk grote vraagtekens gezet bij de praktische uitvoerbaarheid van de controle van de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht door private kwaliteitsborgers vlak na de introductie van de Wkb. De vrees is dat er na de introductie van deze wet maandenlang landelijk niet voldoende private kwaliteitsborgers actief zullen om al het noodzakelijke toezichtwerk te kunnen verrichten. Met het oog hierop wordt daarom voor 2024 nog niet verwacht dat bouwplantoetsers en toezichthouders bouwzaken minder werk dan gewoonlijk zullen hebben. Temeer ook nu er nog een aanzienlijke werkvoorraad van in 2023 ingediende bouwaanvragen, die volgens de oude regels afgehandeld dienen te worden, in 2024 te behandelen is. De gemeente Bergen wenst de ontwikkelingen op dit punt eerst af te wachten alvorens keuzes omtrent voornoemde punten in beleid vast te leggen.

Wet elektronische publicaties (WEP)

Op 1 juli 2021 is de Wet elektronische publicaties (WEP) in werking getreden. Deze wet verplicht ook gemeentelijke bestuursorganen om alle officiële publicaties online te zetten via de website officielebekendmakingen.nl. Gemeente Bergen publiceert sinds 2022 al volledig via deze weg. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het op grond van deze wet ook verplicht om de vergunning zelf (met de bijlagen) digitaal ter inzage te leggen. Hiervoor zijn aanpassingen noodzakelijk zodat de digitale stukken, met in acht name van de AVG (algemene verordening gegevensbescherming), online ter inzage kunnen worden gelegd. Deze omstandigheid vergt in 2024 extra aandacht van VTH-medewerkers.

Stikstofproblematiek (PAS) en problematiek grondafvoer (PFAS)

Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State in 2019 is komen vast te staan dat het landelijke Programma Aanpak Stikstof (PAS) strijdig is met Europese regelgeving. Daardoor kan het PAS geen juridische grondslag meer bieden voor vergunningverlening en heeft dit grote gevolgen voor met name de vergunningverlening voor de agrarische sector en de bouwsector. PFAS is een afkorting van poly- en perfluoralkylstoffen. Op veel (bouw)locaties zitten deze in de grond. Bij grondafgravingen (o.a. in verband met bouwactiviteiten) dient aan deze regels te worden voldaan, maar dit levert in de praktijk vaak problemen op.

In 2020 heeft de gemeente Bergen een nieuw bodembeleid vastgesteld waardoor de belemmeringen voor grondverzet die veroorzaakt werden door problemen rondom landelijke PFAS-regelgeving op het grondgebied van de gemeente Bergen zijn weggenomen. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden.

De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. De bouwfase is in de nieuwe wetgeving vrijgesteld van de omgevingsvergunning natuur onderdeel stikstof (waarvoor het college van Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag is).

In oktober 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de bouwvrijstelling ten aanzien van stikstofregels niet gebruikt mag worden bij bouwprojecten. Een bouwvrijstelling houdt in dat voor de tijdelijke stikstofuitstoot die tijdens de bouw ontstaat geen vergunning nodig is. De Raad van State vindt dit niet juist, omdat het niet is uit te sluiten dat de natuur hierdoor schade oploopt. De bouwvrijstelling voldoet daarmee niet aan het Europees natuurbeschermingsrecht volgens de Afdeling.

Deze omstandigheid heeft er in het laatste kwartaal van 2022 en 2023 voor gezorgd dat er bij iedere bouwaanvraag een extra toets plaats moet vinden om te bezien of er eventueel een Wet natuurbeschermingsvergunning vereist is wegens de overschrijding van stikstofdepositie-voorschriften ten aanzien van bouwprojecten.

In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 augustus 2023 (Porthos-uitspraak) benadrukte de afdeling nogmaals dat voor elk plan of project een ecologische analyse van de gevolgen moet worden gemaakt. Daarbij wordt gekeken naar de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het Natura 2000-gebied en de hierop te verwachten gevolgen als gevolg van een tijdelijke en beperkte toename van stikstofdepositie. De Afdeling heeft in deze uitspraak de vrees voor het ontstaan van een stikstof-drempelwaarde via jurisprudentie ontkracht.

Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP VTH)

Naar aanleiding van een aantal rapporten werd duidelijk dat het VTH stelsel in Nederland versterkt moet worden. Op 1 juli 2022 startte daarom het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH).

Het doel van het programma is het merkbaar verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en het verminderen van schade aan het milieu die vermeden had kunnen worden. Enkele resultaten die het programma beoogt zijn het beter en meer delen van kennis over innovaties in bedrijfsprocessen, effectieve handhaving door het delen van de juiste informatie, meer financiële armslag bij omgevingsdiensten, zodat ze meer kwaliteit en innovatie kunnen bieden en het programma wil extra inzetten op de onderwerpen die uit regionale risicoanalyses naar voren komen.

Om de verbeteringen door te voeren zijn er zes pijlers binnen het programma. In elke pijler werkt een team van experts onder leiding van een onafhankelijke projectleider aan de verbeteringen. De zes pijlers zijn:

Een van de onderdelen van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH is het inrichten van een systeem van visitatie van omgevingsdiensten.

Het doel van het uitvoeren van visitaties is om inzichtelijk te maken hoe de omgevingsdiensten functioneren. Het in beeld brengen van wat goed gaat en beter kan staat centraal. Dat beeld moet de besturen van de omgevingsdiensten helpen om te weten waar de omgevingsdienst staat, waar deze naar toe moet en hoe dit kan worden bereikt.

afbeelding binnen de regeling

In het eerste kwartaal van 2024 worden de resultaten van de visitatie van de RUD LN verwacht. In 2024 dient de RUD LN rekening houdend met het bepaalde in het rapport van de visitatiecommissie een verbeterplan ter kennisname aan de staatssecretaris ILT aan te bieden.

Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO)​

Voor omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en provincies is het belangrijk om de omgevingsveiligheid te versterken. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad heeft daarom vanuit het Ministerie IenW besloten om een gezamenlijke meerjarenagenda op te stellen onder de naam de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO).

Het doel van deze agenda is het verbeteren van de omgevingsveiligheid in Nederland. Resultaten die worden beoogd zijn o.a. het afstemmen en bevorderen van de samenwerking tussen uitvoering en het beleid, gecoördineerde uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en monitoring van bedrijven die vallen onder het besluit risico zware ongevallen (Brzo), opstellen actuele publicatiereeks gevaarlijke stoffen (PGS) en het programma moet zorgen voor geborgde, adequate en gecoördineerde uitvoering van de wettelijke taken als het gaat om externe en omgevingsveiligheid.

De meerjarenagenda bestaat uit zeven clusters. Voor ieder cluster is een meerjarenvoorstel geschreven. Dit zijn de clusters:

Voor 2024 is het voor het team VTH relevant om in de gaten te houden of er net als in 2023 subsidies binnen de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid ter beschikking gesteld volden voor projecten op een van deze 7 deelgebieden die de gemeente Bergen zou kunnen benutten.

Uitbreiding sluitingsbevoegdheid panden door burgemeester bij ordeverstoring

In het kader van de aanpak van ondermijning heeft de burgemeester op 1 januari 2024 een uitbreiding van zijn sluitingsbevoegdheden gekregen. Op 24 oktober 2023 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel ‘Uitbreiding sluitingsbevoegdheid burgemeester en gezaghebber ter handhaving van de openbare orde’ aangenomen.

Per 1 januari 2024 zijn burgemeesters en gezaghebbers bevoegd een woning te sluiten op het moment dat de openbare orde rond de woning is verstoord doordat ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning wordt gepleegd, of daar ernstige vrees voor bestaat.

Hierbij valt te denken aan schietpartijen rondom een pand of beschieting van het pand zelf. Ook kunnen burgemeesters of gezaghebbers een woning sluiten op het moment dat daar een wapen wordt aangetroffen en daardoor de openbare orde rond de woning wordt verstoord, of daarvoor ernstige vrees bestaat.

Wet goed verhuurderschap

Met de invoering van de Wet goed verhuurderschap (Wgv) op 1 juli 2023 hebben gemeenten een belangrijke rol gekregen bij het bevorderen van goed verhuurderschap. Het doel van de wet is om ongewenste verhuurpraktijken te voorkomen en tegen te gaan bij alle groepen huurders, waaronder arbeidsmigranten. De wet zorgt ervoor dat gemeenten nu ook daadwerkelijk kunnen optreden bij misstanden op de lokale huurmarkt. Om de doelstelling te kunnen bereiken, introduceert de wet 3 instrumenten:

  • 1.

    Gemeentelijk meldpunt (verplicht)

  • Bij het door het college van burgemeester en wethouders in te stellen meldpunt kunnen huurders (inclusief arbeidsmigranten), woningzoekenden, omwonenden en anderen terecht met signalen en klachten over ongewenst gedrag van verhuurders of verhuurbemiddelaars. Daarmee vormt het meldpunt een belangrijke basis voor de gemeentelijke handhaving.

  • 2.

    Handhaving algemene regels (verplicht)

  • Artikel 2 van de wet stelt een basisnorm voor goed verhuurderschap vast door middel van landelijk geldende algemene regels. Het college is belast met de handhaving van de wet.

  • 3.

    Verhuurvergunning regulier en arbeidsmigranten (optioneel)

  • De wet biedt gemeenten de mogelijkheid om 2 soorten verhuurvergunning in te voeren:

    • De algemene verhuurvergunning voor te bepalen categorieën reguliere woonruimten. Deze is gebiedsgebonden en geldt alleen voor de aangewezen gebieden. Daarmee kunnen gemeenten bijvoorbeeld in kwetsbare wijken extra eisen stellen aan verhuurders wat betreft het onderhoud en, in het geval van gereguleerde zelfstandige huurwoningen, de maximale huurprijs van een woning.

    • De verhuurvergunning arbeidsmigranten voor verblijfsruimten. Hiermee kunnen gemeenten sturen op kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten met voorwaarden voor het maximaal aantal personen per kamer, voorzieningen voor hygiëne en voor het bewaren en bereiden van voedsel. Deze vergunning kan worden ingevoerd voor het gehele grondgebied van de gemeente.

Geluid

Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over geluid ingrijpend gewijzigd. Het voorkomen van onbeheerste groei en cumulatie van geluid staat daarbij voorop. Hierdoor zal meer inzet m.b.t. het monitoren van meerdere geluidsrelevante activiteiten en indien nodig het aanpassen hiervan, nodig zijn. De gemeente krijgt er hierdoor een aantal geluidtaken bij.

Er zal meer informatie-uitwisseling moeten gaan plaatsvinden voor o.a. de (landelijke) Centrale Voorziening van Geluid Gegevens (CVGG). Bij het nemen van besluiten geldt een motiveringsplicht. Hiervoor zullen continu gegevens voor het bepalen van geluid gerelateerde activiteiten, zoals bijvoorbeeld verkeersgegevens, moeten worden verzameld en aangeleverd. Er dient een meer digitale werkwijze voor dataverzameling te komen.

Verwacht mag worden dat dit een significante toename van de werkzaamheden voor de geluidspecialisten zal betekenen.

Regionale en lokale ontwikkelingen

Vaststelling Coalitieprogramma CDA/PK/VVD 2022-2026

In 2022 is het Coalitieprogramma CDA/PK/VVD 2022-2026 (https://www.bergen.nl/coalitieprogramma) vastgesteld. In dit coalitieprogramma is ten aanzien van het uitvoeren van VTH-taken het volgende geschreven:

  • “Handhaving door de gemeente is primair gericht op het in overleg bereiken van oplossingen. Deze handhaving houden we op een hoog niveau door de inzet van bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) en intensieve samenwerking met de wijkagenten. Ook in onze gemeente speelt het risico van ondermijning, georganiseerde criminaliteit waarbij de onderwereld en bovenwereld met elkaar zijn verweven. Wij besteden duurzaam aandacht aan het bestrijden van ondermijning.”

Deze insteek en aandachtspunten dienen in het onderhavige VTH-uitvoeringsprogramma 2024 geborgd te worden. Het uitgangspunt van dit programma is dat er altijd eerst overwogen wordt of problemen kunnen worden opgelost zonder dat er formele stappen worden gezet. Alleen wanneer minnelijk overleg, of het interveniëren niet leidt tot beëindiging van de overtreding worden er handhavingsinstrumenten ingezet.

Verordening kwaliteit VTH

In 2017 heeft de gemeenteraad de Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht vastgesteld (zie: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR424355/1). Deze verordening vormt een uitwerking van de kwaliteitscriteria. Met de vaststelling hiervan heeft de gemeente Bergen zich geconformeerd aan het voldoen aan deze criteria op minimaal het bodemniveau zoals opgenomen in de verordening. In 2019 heeft een extern bureau een assessment van iedere VTH-medewerker uitgevoerd en getoetst of de medewerkers voldoen aan de kwaliteitscriteria. De indruk bestond dat de gemeentelijke organisatie beschikte over voldoende gekwalificeerd personeel in de diverse voor de werkpraktijk meest noodzakelijke deskundigheidsgebieden binnen het werkveld van VTH. Voor enkele specifieke deskundigheidsgebieden ontbreekt het aan personeel dat aan de VTH-kwaliteitscriteria voldoet en is de gemeente afhankelijk van adviezen van externe medewerkers van de RUD of inhuurkrachten.

Met de komst van de Omgevingswet is de wettelijke grondslag voor de Verordening kwaliteit VTH uit 2017 komen te vervallen. De nieuwe grondslag voor deze verordening is in de artikelen 18.20 en 18.23 van de Omgevingswet te vinden.

Met het oog op deze grondslagwijziging is in 2023 een wijziging van de Verordening kwaliteit VTH voorbereid die eind 2023 is vastgesteld en begin januari 2024 in werking getreden.

Bibob-beleid

Op grond van artikel 7 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob) kunnen het college en de burgemeester bij de behandeling van een aanvraag om vergunning, een advies vragen aan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen op basis waarvan de vergunning mogelijk geweigerd kan worden. Om te komen tot een eenduidige en effectieve uitvoering van de bevoegdheden van de wet Bibob is eind 2021 het gemeentelijke Bibob-beleid vastgesteld. Het is net als in 2022 en 2023 de bedoeling om vergunningaanvragen in 2024 conform dit beleid te beoordelen.

Damoclesbeleid en Politie-handhavingsarrangement

Een gedeelte van de geplande uren bij toezicht en juridische handhaving is gericht op de uitvoering van het Damoclesbeleid (Bestuurlijke consequenties van drugsdelicten) evenals het voorkomen van overlast en ondermijning. Dit zijn uiteenlopende taken zoals opvolging meldingen, opvolging bestuurlijke rapportages van de politie, opvolging van klachten maar ook het daadwerkelijk sluiten van panden, houden van toezicht en overgaan tot bestuurlijke handhaving.

Het thema ondermijning heeft een hoge prioriteit. Bij reguliere controles (milieu, bouwen, ruimtelijke ordening, BRP, BAG), klachten en meldingen worden signalen voor ondermijnende criminaliteit altijd in een lokaal informatieoverleg besproken. Ondermijning gaat verder dan alleen drugs maar bestaat uit diverse activiteiten. In verband met de aanpak zijn diverse afspraken vastgelegd. Dit om mogelijke terechte signalen in vroeg stadium te kunnen volgen of actie op uit te zetten. Dat kan via de verschillende strategieën en is natuurlijk afhankelijk van de aanpak. Integraal en daadkrachtig optreden tegen ondermijning gaat in samenwerking met de politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst, het RIEC en overige overheidspartners. Ook in 2024 zal een van onze BOA’s deelnemen aan het intergemeentelijk opererende ACT!-team dat als doel heeft om ondermijningsignalen te onderzoeken.

Daarnaast hebben zich de laatste jaren ontwikkelingen in de jurisprudentie voorgedaan met betrekking tot het vraagstuk van de evenredigheid van het sluiten van een woning na de ontdekking van een verboden handelshoeveelheid drugs. In 2023 is het Damoclesbeleid van de gemeente Bergen herzien conform de inzichten en vereisten die de laatste jaren in de jurisprudentie zijn ontwikkeld. Het huidige beleid voorziet in een genuanceerde aanpak waarbij volgens jurisprudentie noodzakelijke maatwerkoplossingen nodig zijn gemaakt. Dit beleid is hier te vinden: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR702677/1.

Tenslotte moet vastgesteld worden dat het in de praktijk niet altijd duidelijk is welke diensten en inzet gemeentelijke BOA’s van de politie kunnen verwachten. De afgelopen jaren is gebleken dat het niet goed tussen de BOA’s en de politie geregeld is hoe er in de praktijk gehandeld dient te worden wanneer BOA’s een verdachte van een strafbaar feit aangehouden hebben en waar de gezamenlijke prioriteiten en strategisch verdeelde aandachtspunten onderling liggen. Door een politie-arrangement op te stellen en te laten accorderen kan duidelijkheid geschapen worden over dit soort vraagstukken. Hier ligt voor 2024 een opgave voor het VTH-team en de politie.

Wet politiegegevens Audit- en verbeterplan

Eind december 2022 werd het rapport opgeleverd met betrekking tot de externe Audit omtrent de registratie van politiegegevens die in de gemeentelijke organisatie worden verwerkt (WPG-audit). Dit is een nieuwe wettelijke verplichting waar in 2022 voor het eerst in onze organisatie naar gekeken is door een externe Auditor.

Net zoals bij 95% van alle andere gemeenten in Nederland het geval is, ontbreekt het ook in de gemeente Bergen aan op schrift vastgestelde werkprocessen en aangewezen personen om aan al de criteria van de Audit te voldoen. In 2023 is hiervoor een verbeterplan opgesteld en voor 2024 en 2025 is het de planning om al de noodzakelijke verbeteringen in de organisatie door te voeren.

Servicenormen

In 2022 heeft de gemeente Bergen in het kader van het project omtrent de verbetering van de dienstverlening de volgende servicenormen vastgesteld, waar ook de medewerkers van het VTH-team zich in 2024 aan dienen te conformeren.

  • Wij staan u vriendelijk en deskundig te woord;

  • Wij informeren u correct en volledig. We leggen graag uit hoe zaken werken en waarom;

  • Wij waken over uw privacy. Informatie en kennis met een vertrouwelijk karakter blijven vertrouwelijk en worden alleen gebruikt voor de doelen waarvoor ze bestemd zijn;

  • Wij spreken en schrijven in een taal die voor u begrijpelijk is. Soms is dat lastig, omdat de materie ingewikkeld is. Snapt u iets niet? Laat het ons weten en wij helpen u graag verder;

  • Wij staan open voor uw ideeën en suggesties om het een volgende keer (nog) beter te kunnen doen;

  • Wij nemen klachten serieus en nemen deze binnen 2 werkdagen in behandeling;

  • Wij handelen uw bezwaarschrift, indien mogelijk, in overleg met u op een alternatieve wijze af;

  • In principe werken we op afspraak. Loopt u spontaan binnen, dan proberen we u zo snel mogelijk te helpen:

  • U kunt 24 uur per dag, 7 dagen per week terecht opbergen.nl;

  • Wij houden de informatie op onze website correct, actueel, begrijpelijk, gemakkelijk vindbaar en goed toegankelijk. Kunt u iets niet vinden? Laat het ons weten en wij helpen u graag verder.

Richtlijnen voor externe communicatie

In 2022 heeft de gemeente Bergen in het kader van het project omtrent de verbetering van de dienstverlening de volgende richtlijnen voor externe communicatie vastgesteld, waar ook de medewerkers van het VTH-team zich in 2024 aan zullen conformeren.

  • Je bezoekt mensen die een zaak bij de gemeente hebben aangekaart, als zij daar zelf behoefte aan hebben en dit bezoek van meerwaarde kan zijn.

  • Je rondt je werk af binnen de wettelijke termijnen. Lukt dat niet? Stuur dan een verdagingsbrief met redenen waarom het niet gaat lukken.

  • Bij signalering van een termijnoverschrijding of bij het versturen van een verdagingsbrief wijs je de aanvrager erop dat er wettelijke mogelijkheden zijn om dwangsommen te claimen wegens het niet-tijdig beslissen op een aanvraag.

  • Bij beschikkingen die worden uitgevaardigd, wordt de naam van de behandelaar van de zaak duidelijk vermeld. Ook wordt zijn of haar directe telefoonnummer, inclusief tijden waarop hij of zij doordeweeks telefonisch bereikbaar is, benoemd. Uitzondering zijn beschikkingen omtrent criminele activiteiten zoals Opiumwetbeschikkingen.

  • In alle andere uitgaande brieven wordt het algemene telefoonnummer en e-mailadres van de gemeente gebruikt: (0485) 34 83 83 en info@bergen.nl .

  • Afwijzende besluiten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid gemotiveerd. Waar mogelijk neem je telefonisch contact op met de aanvrager om het besluit persoonlijk toe te lichten.

  • Slechtnieuwsgesprekken en weigeringsbesluiten worden zoveel mogelijk persoonlijk in het bijzijn van de betrokkenen gevoerd.

  • Brieven met een negatieve boodschap worden niet verstuurd op dagen die gevolgd worden door één of meerdere dagen waarop de behandelaar niet aanwezig is. Zo heeft de ontvanger de mogelijkheid om contact met de behandelaar op te nemen.

  • In omgevingsrecht gerelateerde besluiten benoem je niet dat er aan de zijde van de aanvrager een gebrek aan relativiteit is.

  • Je houdt je zoveel mogelijk aan de schrijfafspraken.

Ontwikkelingen binnen de RUD Limburg-Noord

Als gevolg van het landelijk interbestuurlijk programma (IBP) versterking VTH zijn er in 2023 criteria ontwikkeld waaraan omgevingsdiensten moeten voldoen om robuust te worden. Dat geldt voor alle omgevingsdiensten in Nederland. Aan Omgevingsdiensten is verzocht is om uiterlijk 1 april 2024 een plan van aanpak in te dienen hoe je dit doel gaat bereiken.

De RUD Limburg-Noord (RUD LN) dienst is 10 jaar geleden als netwerkorganisatie opgezet en momenteel nog de enige bestaande netwerk-omgevingsdienst van Nederland. Vanuit het Ministerie van I en W is er in het laatste kwartaal van 2023 op gewezen dat met het voortzetten van deze organisatievorm niet aan de criteria voor robuustheid kan worden voldaan.

De grote vraag die nu binnen de RUD LN speelt is of deze omgevingsdienst als netwerkorganisatie door kan gaan, of dat er een plan voorbereid moet worden waarin beschreven wordt hoe er naar een meer ‘fysieke’ omgevingsdienst gegroeid zal worden.

Op 21 december 2023 heeft het Algemeen Bestuur van de RUD ten aanzien van dit vraagstuk besloten om niet een voorkeur voor een organisatievorm vast te leggen, maar als basis voor het plan van aanpak dat op 1 april 2024 opgeleverd moet zijn te nemen dat RUD LN voldoet aan de robuustheidscriteria.

In 2022 heeft het Rijk in het kader van de Regeling THE SPUK-gelden aan de RUD Limburg-Noord ter beschikking gesteld om meerjarig additioneel toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht te realiseren. Het plan van de RUD was dat er 5 medewerkers binnen de RUD worden aangesteld om vanaf 2023 controles uit te gaan voeren op de regels van het omgevingsrecht die zien op het meer efficiënt gebruiken van energie. Het gaat hier onder andere om toezichthoudende capaciteit die ook de gemeente Bergen kan benutten om controles uit te laten voeren op de naleving van de verplichting dat kantoren vanaf 2023 moeten voldoen aan minimaal Energielabel C. In 2023 bleek het echter niet mogelijk om het benodigde gekwalificeerde personeel in de regio te vinden om deze 5 vacatures op te vullen. Er werd daarom expertise ingehuurd op dit front.

Om de ter beschikking staande SPUK-gelden in 2023 toch te benutten is het volgende bedacht. De RUD LN neemt de toezichthouders van de bij de RUDLN aangesloten gemeentes die energietaken uitvoeren in dienst. Op de vrijvallende formatieplaatsen bij de gemeenten kan worden geworven en/of worden ingehuurd. Voor inhuur kan deels een beroep worden gedaan op het bedrijf dat nu de VUE-3 regeling uitvoert (ReDo), hiermee worden medewerkers die daar werken aan onze regio gebonden. De RUD LN maakt raamwerkafspraken met ReDo die de gemeenten kunnen benutten. Er ontstaat zo een regionaal energieteam dat, onder gezamenlijk coördinatie, een regionaal meerjarenprogramma uitvoert. Deze opzet leidt tot maximale benutting van de subsidie én van de gebundelde regionale kennis en capaciteit.

Per 1 januari 2023 is de RUD Limburg-Noord gestart met vier werkverdelers voor de specialismen externe veiligheid, luchtkwaliteit, geluid en bodemtoezicht en in 2023 werd er proefgedraaid met een centrale werkverdeling. De bedoeling hiervan is dat de RUD-specialisten goed gevonden en gepositioneerd worden, waardoor ze de taken op het gewenste kwaliteitsniveau (kwaliteitscriteria) kunnen uitvoeren. Deze werkverdelers moeten anders dan in voorgaande jaren het werk zelf gaan organiseren (zorgen dat het werk uit het uitvoeringsprogramma bij de juiste personen terecht komt). Begin 2024 ziet het ernaar uit dat deze wijze van het verdelen van werk voor deze specialismen kan gaan werken, maar er in 2024 nog meer energie en tijd voor nodig om er in de praktijk voor te zorgen dat dit echt goed gaat functioneren.

Ieder jaar wordt er ook in RUD LN-verband een uitvoeringsplan (het zogenaamde RUP of UP) opgesteld waarin beschreven wordt op welke wijze er uitvoering zou worden gegeven aan de bij de RUD belegde taken (met name milieu-basistaken en -plustaken). In de praktijk van de afgelopen 10 jaren was het de ervaring van de toezichthouders in de gemeente Bergen dat er in de regio met name commitment voor het behalen van de in het RUP geformuleerde doelstellingen was het uitvoeren van de werkzaamheden in de eigen gemeentes. Voor de gemeente Bergen was het jaren lang vóór november van ieder jaar heel moeilijk om toezichthouders van andere gemeentes werk voor ons te laten doen, omdat deze dan nog met name bezig waren om de doelstellingen in de gemeentes te behalen waar deze te werk gesteld waren.

Dit issue in de praktijk is impliciet ook erkend toen men in 2023 aan de slag ging met het volledig anders inrichten van het RUP. Anders dan de RUPs van de afgelopen jaren is er in het RUP2024 voor het eerst per toezichthouder nu al geprogrammeerd bij welke bedrijven in de eigen en andere gemeentes deze in 2024 dient te controleren. Dit is qua opzet een wezenlijke verbetering van de situatie ten opzichte van het verleden, waar werkzaamheden voor andere gemeentes meer vrijblijvend waren. Of dit tot gevolg heeft dat de praktijk zich ook verandert moet echter nog worden afgewacht. De verwachting is dat we de planning in het RUP2024 wegens personele tekorten niet waar kunnen maken en de uitwisseling van werk door personeel onderling hier toch niet zo goed van de grond komt als is geprogrammeerd.

Hier komt bij dat individuele gemeentes zich in de praktijk nauwelijks bereid verklaren om extra personeel aan te nemen omwille van het RUD-werkaanbod in de regio te faciliteren en daarmee alleen op de bestaande onderlinge verrekenstructuren te vertrouwen. Voor de uitvoering van bodemtaken die in 2024 wegens de introductie van de Omgevingswet van de provincie naar de gemeentes verschuiven is naar schatting 5 FTE in de regio extra nodig. Venlo heeft zich bereid verklaard om een groot deel van deze taken voor de regio uit te voeren en in ieder geval op korte termijn zeker 3 FTE extra in dienst te nemen, maar alleen op voorwaarde dat in de begroting van de RUD LN voor 2024 en 2025 een extra budget wordt gereserveerd van € 500.000 p/j voor het uitvoeren van deze taken.

In 2023 zijn de tarieven van RUD-medewerkers volgens de RUD Kadernota 2023 ten opzichte van 2022 met ongeveer 15% gestegen.

Daarnaast is in paragraaf 4.4 van deze Kadernota te lezen als er in 2024 als gevolg van diverse ontwikkelingen rekening gehouden moet worden dat met een minimale verhoging van de uitgaven te verwachten tussen de € 700.000 en de € 1.215.000.

Hier volgt een overzicht van de te verwachten extra kosten voor de gemeente Bergen:

  • 1.

    15% extra kosten ten opzichte van 2023 voor het niet verrekende deel van RUD-medewerkers waar we gebruik van maken (dit heeft inflatietechnische en boekhoudkundige redenen)

  • 2.

    De verwachte aanstelling van 3 coördinatoren extra bij de RUD (beleid, werkverdeler en uitvoerder)

  • 3.

    5 FTE voor de uitvoering van bodemtaken erbij in verband met de introductie van de Omgevingswet

  • 4.

    3 FTE extra personeel in verband met uitvoering energietaken die voorlopig met SPUK-gelden worden gesubsidieerd vanuit het Rijk

Het is de inschatting dat 5 FTE extra voor de uitvoering van bodemtaken 1,06 euro per inwoner extra gerekend zal kosten. Voor de gemeente Bergen komt dit dan neer op zo’n € 14.000,- aan extra kosten op jaarbasis. Ingeschat wordt dat het doorvoeren van de andere drie punten zal leiden tot zo’n € 25.000,- aan extra kosten voor de gemeente Bergen.

De directeur van de RUD LN heeft na navraag door de gemeente Bergen op 13 december 2023 laten weten dat hij de extra kosten voor Bergen als gevolg van het doorvoeren van deze ontwikkelingen op een bedrag tussen de € 38.500 en € 43.500 becijferd.

Het huidige begroot budget dat we in totaal voor het uitvoeren van alle RUD-taken gereserveerd hebben in onze begroting is een kleine € 80.000,-. We hebben het hier dus over een verhoging van ons jaarlijkse budget met ongeveer 50% (€ 40.000,-). Voor 2024 dient er in de begroting daarom rekening gehouden te worden met een aanzienlijke verhoging van de kostenuitgaven aan de RUD LN.

Daar komt bij dat in het RUP2024 te lezen is dat we in RUD verband 11.000 uren tekort komen ten opzichte van de programmering voor vergunningverlening en er tekorten worden becijferd van 6700 uren voor het toezicht uitvoeren van toezichttaken conform het RUP2024.

In de memo bij het RUP2024 is te lezen dat het te vormen team werkverdeling mandaat en financiën dient te krijgen om de problemen met betrekking tot deze tekorten op te heffen door personeel in te huren.

afbeelding binnen de regeling

De directeur van de RUD LN heeft in december 2023 bevestigd dat het ook in 2024 voor de gemeente Bergen zo kan zijn dat wanneer de voor de gemeente Bergen geprogrammeerde werkzaamheden in het RUP2024 niet in het geheel met het beschikbare personeel uitgevoerd kunnen worden, er nog meer meerkosten voor mogelijke extra inhuur bij kunnen komen.

Omgevingsrecht zaaksysteem - RXmission

Inspectieview Milieu is een informatieportaal dat vooral toezichthouders, maar ook vergunningverleners in staat stelt informatie over (toezichts)objecten te raadplegen die afkomstig is van de databases van andere inspectie- en omgevingsdiensten. De wetgever ziet deze samenwerking tussen verschillende toezichthoudende organen en het delen van (inspectie)informatie namelijk als een belangrijke voorwaarde om meer risicogericht en informatie-gestuurd te kunnen handhaven en om de handhaving efficiënter en effectiever in te richten.

Het aansluiten op Inspectieview is voor omgevingsdiensten verplicht. Deze wettelijke verplichting bestaat al langer, maar vanwege technische problemen bij de ontwikkeling van informatiesystemen afgestemd op de nieuwe omgevingswet, is uitstel verleend. Inmiddels zijn de technische problemen overwonnen en zijn per 1 juli 2022 zijn alle andere omgevingsdiensten aangesloten op Inspectieview via RXmission. VTH-medewerkers worden in 2024 geacht met dit programma te werken (tenzij anders is aangegeven in dit uitvoeringsplan).

Verbouwing gemeentehuis

Het is de planning dat de werkplekken van het team VTH in het gemeentehuis van mei 2024 tot en met mei 2025 niet toegankelijk zullen zijn in verband met de verbouwing van het gemeentehuis. Er zal een tweetal tijdelijke locaties door de gemeente Bergen worden gehuurd om een beperkt deel van het personeel een werkplek aan te kunnen bieden. Verreweg het grootste deel van het team VTH zal gedurende deze periode geacht worden de meeste tijd thuis te werken. In 2024 dient nagedacht te worden hoe een goede onderlinge binding en uitwisseling van informatie ondanks het vele thuiswerken behouden kan blijven. Voor de verbouwingswerkzaamheden van start gaan zal het VTH-team nog ongeveer 20 kastruimtes volledig vrij moeten maken en archiefwaardige stukken aan het archief moeten aanbieden.

Uitwegen – van meldingenstelsel naar vergunningstelsel

Vanaf 1 januari 2024 geldt er in de gemeente Bergen een vergunningstelsel voor het nieuw aanleggen of veranderen van uitwegen. Tot 2024 was dit een meldingsplichtige activiteit. In 2024 zal er nadrukkelijk aandacht bij het team moeten zijn om mensen met nieuwbouwplannen waarbij een uitweg aangelegd dient te worden zo vroeg mogelijk te attenderen op het aanvragen van een vergunning voor een dergelijke uitweg.

1.4 Terugblik op 2023 en verbeterpunten voor 2024

In het VTH-jaarverslag over 2023 zijn de volgende aandachts-, actie- en verbeterpunten voor 2024 genoemd:

Organisatorisch

  • De werkprocessen onder de vigeur van de Omgevingswet dienen met het oog op het gebruik van RXmission als zaaksysteem gedetailleerd beschreven te worden en aan functies van medewerkers gekoppeld te worden.

  • Er dient nagegaan te worden welke managementinformatie essentieel is uit RXmission te kunnen betrekken en deze in RXmission vast te leggen.

  • Het is noodzakelijk dat alle velden in RXmission die voor het verkrijgen van de gewenste managementinformatie vereist zijn ook 100% gevuld worden en voorzien worden van de correcte informatie

  • In 2024 dienen alle standplaatsen op alle grote vakantieparken in de gemeente Bergen in de Bag-registratie opgenomen te worden.

  • In 2024 dienen standaardbrieven die op de Omgevingswet en -regelgeving geënt zijn opgesteld en opgenomen te worden in RXmission.

  • Vanaf 1 januari 2024 wordt er voor gezorgd dat het team VTH duurzaam ondersteuning geniet van 1 FTE aan administratieve medewerkerskracht.

  • In 2024 moet voorkomen wordt dat handhavingsjuristen tevens juridische procedures in vergunningskwesties behandelen waarin een handhavingskwestie speelt.

Beleidstechnisch

  • In 2024 dient Wegsleepbeleid voor fietsen en autowrakken vastgesteld te worden.

  • In 2024 dient een Handhavingsarrangement met de politie vastgesteld te worden.

  • In 2024 dient beleid omtrent de beoordeling van slecht levensgedrag vastgesteld te worden.

  • In 2024 dient geactualiseerd welstandsexcessenbeleid vastgesteld te worden.

  • In 2024 dient een Integraal Veiligheidsplan vastgesteld te worden dat de organisatie in staat stelt om de BOA Domein I eventueel met geweldsmiddelen uit te kunnen rusten.

Vergunningverlening

  • De piek in vergunningaanvragen vóór 1 januari 2024 dient in de eerste helft van 2024 weggewerkt te worden.

  • Kennisgeving van APV / VFL vergunningen en ontheffingen (evenals die op basis van andere bijzondere wetten) geschied in 2024 conform het in 2023 vastgestelde nieuwe interne publicatie- en kennisgevingsbeleid.

  • Het vullen van RXmission en Djuma met allerhande standaardbrieven dient in 2024 gecontinueerd te worden.

  • In de eerste helft van 2024 dient er een opdracht verstrekt te worden om inhuur te kunnen plegen op toezicht op drankverkoop aan minderjarigen.

Toezicht en handhaving

  • In 2024 dient er extra aandacht te zijn en inspanningen verricht te worden om verbeurde dwangsommen en kosten van bestuursdwang waarop aanspraak gemaakt kan worden te verhalen.

  • Er dient in 2024 alsnog uitvoering gegeven te worden aan de ambitie om 35 vergunningen met herplantverplichtingen en 20 landschappelijke inpassingsplannen te controleren. Ook waren in 2023 niet alle controles van kantoren op Energielabel C uitgevoerd.

  • In 2024 is er rekening houdend met de uitkomsten van de enquête over publieke ergernissen extra aandacht voor de 3 hoogst scorende ergernissen.

Op basis van de paragraaf 1.2 beschreven ontwikkelingen dienen daarnaast de volgende onderwerpen aandacht te krijgen in 2024:

  • Aanwijzingsbesluiten voor toezichthouders dienen herzien te worden en geënt te worden op de actuele regels bij en krachtens de Omgevingswet gesteld. Legitimatiepassen voor toezichthouders dienen vervolgens geactualiseerd te worden.

  • Er dient voldoende tijd ingepland te worden voor het volgen van cursussen en het op doen van ervaringen met de nieuwe regels van de Omgevingswet en het nieuwe landelijk Digitaal Systeem Omgevingswet (DSO).

  • Alle VTH-medewerkers (met uitzondering van handhavingsjuristen die Djuma blijven gebruiken) worden in 2024 geacht primair met het programma RXmission te werken.

  • Er dient uitvoering gegeven te worden aan de doelstellingen en ambities voor 2024 die beschreven zijn in het in 2023 vastgestelde verbeterplan op basis van de Wet politiegegevens.

  • Er dient voor 2024 rekening voldoende (extra) budget gereserveerd te worden voor de uitvoering van RUD taken rekening houdend met de voor de gemeente Bergen verwachte € 40.000,- aan extra kosten.

  • In 2024 dient er aandacht te zijn voor het op peil houden van de onderlinge verbinding en uitwisseling van informatie gedurende de verbouwing van het gemeentehuis.

  • Voor 2024 is het voor het team VTH relevant om in de gaten te houden of er net als in 2023 subsidies binnen de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) ter beschikking gesteld volden voor projecten die de gemeente Bergen zou kunnen benutten.

In dit VTH-programma zal ervoor gezorgd worden dat al deze aandachts- en verbeterpunten actiepunten worden voor 2024.

Hoofdstuk 2: Beleidstechnische en organisatorische doelstellingen VTH-taken in 2024

2.1 Eisen aan jaarlijkse uitvoerings- en handhavingsstrategie

Op basis van artikel 18.19 van de Omgevingswet in combinatie met de artikelen 13.5 tot en met 13.11 van het in 2024 nieuw in werking getreden Omgevingsbesluit is het verplicht om jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit te werken in een uitvoeringsprogramma. De jaarlijkse uitvoerings- en handhavingsstrategie dient volgens deze regels van het Omgevingsbesluit voor de uitvoering van Omgevingsrecht gerelateerde zaken aan diverse eisen te voldoen. Het is de doelstelling dat dit programma in combinatie met het reeds vastgestelde VTH-beleid en de hier in 2024 nog door te voeren wijzigingen dat aan al deze eisen voldaan gaat worden in 2024. Dit betekent dat de volgende doelstellingen hebben te gelden.

Doelstellingen met betrekking tot het vormgeven van het VTH-uitvoeringsprogramma 2024

  • 1.

    Het programma dient te beschrijven en te motiveren wat de doelen voor de uitvoering en handhaving van VTH-taken zijn en dient tevens de te verrichten werkzaamheden met het oog op het bereiken van die doelen te beschrijven.

  • 2.

    Het programma dient een handhavingsstrategie te bevatten die gebaseerd is op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet.

  • 3.

    Het programma dient een prioriteitenstelling te bevatten voor het verrichten van de werkzaamheden.

  • 4.

    Het programma dient een beschrijving te bevatten van de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen worden bereikt.

  • 5.

    Het programma dient criteria te beschrijven die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Omgevingswet.

  • 6.

    Het programma dient een werkwijze te beschrijven die toegepast wordt bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet.

  • 7.

    Het programma dient de afspraken te beschrijven die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden.

  • 8.

    Het programma dient de wijze te beschrijven waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden.

  • 9.

    Het programma dient de wijze te beschrijven waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties.

  • 10.

    Het programma dient te beschrijven welke bestuurlijke sancties worden opgelegd, welke termijnen hierbij gelden en hoe deze bij het opleggen en ten uitvoer leggen van handhavingsbesluiten worden gehanteerd.

  • 11.

    Het programma dient een beschrijving te bevatten omtrent de wijze waarop de handhavingsstrategie is afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving (voor zover dit van belang is voor een succesvolle uitvoering van de gekozen strategie).

  • 12.

    De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt inzicht in de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden.

  • 13.

    De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt inzicht in de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen, uit het beleid worden bereikt.

  • 14.

    De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt inzicht in de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen.

  • 15.

    De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt inzicht in de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen.

  • 16.

    De handhavingsstrategie biedt inzicht in de afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden.

  • 17.

    De handhavingsstrategie biedt inzicht in de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden.

  • 18.

    De handhavingsstrategie biedt inzicht in de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties.

  • 19.

    De handhavingsstrategie biedt inzicht in de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd.

  • 20.

    De handhavingsstrategie biedt inzicht in de wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie.

  • 21.

    De handhavingsstrategie biedt inzicht in de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden, bedoeld in artikel 13.6, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet en in het bijzonder op IPPC inrichtingen.

2.2 Organisatorische doelstellingen VTH-taken

Organisatorische doelstellingen 2024

  • 1.

    De gemeentelijke organisatie dient zodanig ingericht te zijn dat een goede uitvoering van de uitvoerings- en handhavingsstrategie en het uitvoeringsprogramma is gewaarborgd.

  • 2.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat de personeelsformatie voor de uitvoering en handhaving en de bij de functies behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd.

  • 3.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat een persoon die is belast met het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel of het stellen van een maatwerkvoorschrift ten aanzien van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet wordt belast met:

    • 1°.

      het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit; en

    • 2°.

      Het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit.

  • 4.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat een door hen met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet belaste persoon niet voortdurend wordt belast met het toezicht op dezelfde milieubelastende activiteit.

  • 5.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de organisatie ook buiten kantooruren is gegarandeerd.

  • 6.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving worden vastgelegd en dat werkzaamheden worden verricht volgens deze werkprocessen en procedures.

  • 7.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen, die noodzakelijk zijn voor het bereiken van de doelen in dit programma en voor het verrichten van de werkzaamheden als bedoeld in dit programma, inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd.

  • 8.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat voor de uitvoering van dit uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn.

  • 9.

    Het gemeentebestuur draagt er zorg voor dat over uitvoering van dit uitvoeringsprogramma wordt bericht aan de gemeenteraad en de mate waarin uitvoering van dit programma heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen inzichtelijk wordt gemaakt. In deze rapportage wordt de uitvoerings- en handhavingsstrategie ook geëvalueerd en zo nodig aangepast.

  • 10.

    Alle leden van het team VTH hebben er uiterlijk op 16 april 2024 zorg voor gedragen dat al de kastruimte die zij in gebruik hebben en na de verbouwing niet behouden blijft is opgeschoond.

  • 11.

    Alle leden van het team VTH die RUD-taken uitvoeren noteren minimaal maandelijks per categorie die de RUD in haar voortgangsmonitor hanteert hoeveel uren er door hen per categorie gemaakt zijn en koppelen dit binnen 3 dagen na een daartoe strekkend verzoek van de daarvoor aangewezen gemeentelijke medewerker iedere maand centraal terug.

  • 12.

    Alle leden van het team VTH die RUD-taken uitvoeren houden hun uren die ze besteden aan overleggen van LMO-vergaderingen en werkgroepen van de RUD en werkzaamheden die daaruit voortvloeien (niet zijnde regulier vergunningverlenings- of toezicht werk) nauwgezet bij.

  • 13.

    De coördinator van het team VTH houdt gedurende 2024 in de gaten of er door het Rijk, provincie of andere overheidsorganen subsidies worden verstrekt die benut kunnen worden door het team en maakt deze mogelijkheden ruim vóór de subsidietermijn verstrijkt bespreekbaar. In het bijzonder is aandacht voor subsidies in het kader van Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) en ondersteuning vanuit het Rijk voor de uitvoering van BOA-taken.

  • 14.

    De werkprocessen onder de vigeur van de Omgevingswet dienen met het oog op het gebruik van RXmission als zaaksysteem gedetailleerd beschreven te worden en aan functies van medewerkers gekoppeld te worden. Deze werkprocessen dienen vervolgens in de eerste helft van 2024 vastgesteld te worden.

  • 15.

    Er dient nagegaan te worden welke managementinformatie essentieel is uit RXmission te kunnen betrekken en deze in RXmission vast te leggen.

  • 16.

    Vanaf 1 januari 2024 wordt er voor gezorgd dat het team VTH duurzaam ondersteuning geniet van 1 FTE aan administratieve medewerkerskracht.

  • 17.

    In 2024 moet voorkomen wordt dat handhavingsjuristen tevens juridische procedures in vergunningskwesties behandelen waarin een handhavingskwestie speelt.

  • 18.

    Er dient voor 2024 voldoende (extra) budget gereserveerd te worden voor de uitvoering van RUD taken rekening houdend met de voor de gemeente Bergen verwachte € 40.000,- aan extra kosten.

  • 19.

    De gemeentelijke organisatie draagt er samen met de RUD zorg voor dat een door hen met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet belaste persoon niet voortdurend over meer dan 5 jaar wordt belast met het toezicht op dezelfde milieubelastende activiteit.

  • 20.

    In 2024 wordt er een persoon binnen het team VTH benoemd als ‘REV-KGL-beheerder’. Volgens de regels die krachtens Omgevingswet in 2024 zijn gaan gelden dienen zeer kwetsbare gebouwen geregistreerd worden in het Registratie kwetsbare gebouwen en locaties (KGL). Hier dient een beheerder voor aangewezen te worden.

2.3 Beleidstechnische doelstellingen VTH-taken

Beleidstechnische doelstellingen 2024

  • 1.

    In 2024 dient een start gemaakt te worden om in 2025 te komen tot een handhavingsarrangement met de politie.

  • 2.

    In 2024 dient er beleid omtrent ontplofbare oorlogsresten vastgesteld te worden dat mede beleid omtrent magneetvissen en metaaldetectorgebruik inhoudt.

  • 3.

    In 2024 dient het Wet-BIBOB beleid geactualiseerd te worden.

  • 4.

    In de eerste helft van 2024 dient Wegsleepbeleid voor fietsen en autowrakken vastgesteld te worden.

  • 5.

    In 2024 dient geactualiseerd welstandsexcessenbeleid vastgesteld te worden.

  • 6.

    In 2024 dient de meest actuele versie van de landelijke handhavingstrategie (LHSO) als onderdeel van gemeentelijk beleid vastgesteld te worden.

  • 7.

    In 2024 dient een start gemaakt te worden met werkzaamheden om in 2025 te komen tot een beleid omtrent de beoordeling van slecht levensgedrag.

  • 8.

    In 2024 dient een Integraal Veiligheidsplan vastgesteld te worden dat de organisatie in staat stelt om de BOA Domein I eventueel met geweldsmiddelen uit te kunnen rusten.

  • 9.

    De verordening kwaliteit VTH, de VFL en de gemeentelijke legesverordening dienen gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet te zijn gewijzigd.

  • 10.

    Het in 2021 vastgestelde VTH-beleidskader dient aangevuld te worden met een uitvoerings- en handhavingstrategie die voldoet aan alle vereisten van hoofdstuk 13. Met name dienen de criteria nog beschreven te worden die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Omgevingswet en daarnaast dient de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Omgevingswet beschreven te worden.

  • 11.

    In 2024 dient de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling voor de RUD LN door de gemeenteraad vastgesteld te worden.

  • 12.

    In 2024 dienen alle aanwijzingsbesluiten voor toezichthouders die op het grondgebied van de gemeente Bergen actief zijn aangepast te worden en geënt te worden op de regels bij en krachtens de Omgevingswet gesteld. Hierbij dient bij het aanwijzen van externe RUD-toezichthouders aangesloten te worden bij een RUD-uniforme omschrijving. Ook dienen alle legitimatiepassen voor toezichthouders aangepast worden.

2.4 Algemene operationele doelstellingen VTH-taken

Algemene operationele doelstellingen 2024

  • 1.

    Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging is de gemeentelijke organisatie klaar om volgens de nieuwe processen e regels van de Omgevingswet te werken en is de informatie hierover op de gemeentelijke website hieromtrent, inclusief die welke nodig is voor het aanvragen van de beschikbare producten, uiterlijk per 1 mei 2024 compleet en actueel.

  • 2.

    Binnen 3 werkdagen dient op meldingen omtrent ergernissen, overtredingen of opmerkelijke zaken die via post, telefoon, e-mail of Reppido bij de gemeente binnenkomen gereageerd te worden.

  • 3.

    VTH-medewerkers (met uitzondering van handhavingsjuristen die Djuma blijven gebruiken) dienen in 2024 met het programma RXmission te werken.

  • 4.

    Alle BOA-werkzaamheden gerelateerde zaken die in het BOA-registratiesysteem (BRS) bijgehouden kunnen worden, dienen hierin geregistreerd te worden.

  • 5.

    Er wordt wekelijks een gezamenlijk overleg tussen toezichthouders, BOA’s en handhavingsjuristen gehouden over de voortgang van lopende zaken en de beoogde werkzaamheden voor de week.

  • 6.

    Er wordt wekelijks een initiatievenoverleg gehouden waaraan alle vergunningtoetsers van de gemeente aan deelnemen. Tijdens deze overleggen worden voor alle nieuwe verzoeken / aanvragen beoordeeld wie vanuit zijn of haar discipline een oordeel hieromtrent moet geven en wordt werk verdeeld.

  • 7.

    Medewerkers bieden service en communiceren conform de gemeentelijke servicenormen en richtlijnen voor externe communicatie zoals beschreven op de bladzijde 11 van dit VTH-uitvoeringsprogramma (tenzij anders vermeld in het VTH-uitvoeringsprogramma).

  • 8.

    In 2024 worden er werkafspraken gemaakt omtrent de wijze waarop er in de praktijk uitvoering wordt gegeven aan de in 2023 aangepaste ondermandaatbevoegdheden uit het gemeentelijke mandaatregister.

  • 9.

    In 2024 worden de in het in 2023 vastgestelde verbeterrapport Wet politiegegevens beschreven verbeteringen tijdig doorgevoerd.

  • 10.

    In 2024 worden de gegevens en bescheiden die de Autoriteit persoonsgegevens vereist omtrent interne audits op basis van de Wet politiegegevens over 2022 en 2023 tijdig ter beschikking gesteld.

  • 11.

    In de loop van 2024 wordt bezien of er besloten moet worden of er al beleid omtrent de wijze van toetsen van aanvragen voor vergunningen/beoordelen van ingediende meldingen voor bouwactiviteiten vastgesteld moet worden met het oog op de nieuwe regels die bij of krachtens de Omgevingswet en de WKB worden gesteld.

  • 12.

    In 2024 worden alle standplaatsen op alle grote vakantieparken in de gemeente Bergen in de Bag-registratie opgenomen in het kader van het BAG project dat onderdeel is van de Landelijke Actie-agenda Vakantieparken 2021-2022 die door het Rijk en de VNG is geïnitieerd.

  • 13.

    Aanwijzingsbesluiten voor toezichthouders dienen in 2024 herzien te worden en geënt te worden op de actuele regels bij en krachtens de Omgevingswet gesteld. Legitimatiepassen voor toezichthouders dienen vervolgens geactualiseerd te worden.

  • 14.

    In 2024 wordt onderzocht of de gemeentelijke redactie van omgevingsvergunningen kan aansluiten op de Landelijke redactie standaardteksten omgevingsvergunning

  • 15.

    De velden in RXmission die volgens de vastgestelde werkprocessen gevuld dienen te worden, dienen door medewerkers 100% gevuld te worden en voorzien te worden van correcte informatie.

  • 16.

    Er dient voldoende tijd ingepland te worden voor het volgen van cursussen en het op doen van ervaringen met de nieuwe regels van de Omgevingswet en het nieuwe landelijk Digitaal Systeem Omgevingswet (DSO).

  • 17.

    In 2024 dient er aandacht te zijn voor het op peil houden van de onderlinge verbinding en uitwisseling van informatie gedurende de verbouwing van het gemeentehuis.

  • 18.

    De gemeente is deels verantwoordelijk voor de inhoud van het Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (DSO). Toepasbare regels in de vorm van vragenbomen zorgen ervoor dat burgers en bedrijven een vergunningcheck kunnen doen of een activiteit kunnen aanvragen. In 2024 worden de eerste ervaringen opgedaan met de inhoud van de vragenbomen. De inrichting en het onderhoud van de vragenbomen dient voor zover de gemeente voor de inrichting verantwoordelijk is vanaf 1 januari 2024 in orde te zijn.

  • 19.

    Publiekrechtelijke beperkingen actualiseren: De gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de registratie van publiekrechtelijk beperkingen Wkpb dienen vóór 1 april 2024 in kaart gebracht te zijn en benodigde acties dienen in 2024 uitgevoerd te worden door de personen die gemandateerd zijn voor de registratie van Wkpb-besluiten.

  • 20.

    Vóór 1 mei 2024 dienen alle kastruimtes van het team VTH uitgeruimd te zijn en dienen alle archiefwaardige stukken aan het archief te zijn aangeboden.

  • 21.

    In 2024 dient een meldpunt voor ongewenst verhuurgedrag conform de Wet goed verhuurderschap ingeregeld te worden op de gemeentelijke website.

2.5 Evaluatie van doelstelling en beschrijving van beoordelingsmethodiek

In dit VTH-uitvoeringsprogramma zijn doelstellingen en ambities geformuleerd waar beoogd wordt om in 2024 uitvoering aan te geven.

Begin 2025 zal in een jaarverslag over 2024 gedetailleerd beschreven worden in hoeverre ieder van de in dit VTH-programma beschreven doelstellingen en actiepunten is behaald c.q. uitgevoerd.

De doelen en ambities zijn in dit programma per deelonderwerp overzichtelijk in schema’s gebundeld. Voor ieder van deze doelen en ambities wordt bij de evaluatie in het jaarverslag bezien of ze in 2024 ook daadwerkelijk bereikt zijn.

Om in één oogopslag een beeld te kunnen hebben hoe goed hierin geslaagd is worden de volgende kleuren gebruikt.

afbeelding binnen de regeling

Voor alle onderdelen waar in 2024 nog niet het beoogde resultaat geboekt wordt, zal in het jaarverslag toegelicht worden wat de stand van zaken is en waarom het beoogde resultaat niet werd behaald.

Hoofdstuk 3: Programma vergunningverlening

3.1 Operationele doelen en uitgangspunten vergunningverlening

Operationele doelen en uitgangspunten in 2024 m.b.t. het verlenen van vergunningen / beoordeling meldingen

  • 1.

    Er worden kwalitatief goede vergunningsbesluiten genomen. In een zeer gering aantal gevallen (gesteld op maximaal 5% van het totaal aantal verleende vergunningen) kan het nog voorkomen dat een bezwaarschrift gegrond wordt verklaard of geen stand houdt na toetsing door de rechtbank.

  • 2.

    In de aanvraagfase voor een vergunning voor nieuwbouwwoningen dient de indiener actief geïnformeerd te worden over de vergunningplicht die vanaf 1 jan 2024 is geïntroduceerd voor het aanleggen van een uitweg en dient standaard informatie te worden gegeven over de maatvoering zoals is opgenomen in het beleidskader uitwegen.

  • 3.

    90% van de aanvragen worden binnen de wettelijke termijn (al dan niet na een met redenen omklede rechtsgeldige verlenging) afgehandeld. Indien hiervoor goede redenen zijn kan de wettelijke beslistermijn met opgave van redenen worden verlengd.

  • 4.

    Er wordt 100% voorkomen dat dwangsommen moeten worden betaald wegens het niet-tijdig beslissen op een vergunningaanvraag.

  • 5.

    Mededelingen aan de balie / via de mail die betrekking hebben op vragen omtrent het vergunningsvrij bouwen van bouwwerken worden geregistreerd in het RXmission-systeem. In 2024 geldt gelet op omstandigheid dat de regelgeving waaraan getoetst wordt dat informatie pas wordt verstrekt nadat het 4-ogen principe is toegepast.

  • 6.

    Bouwaanvragen worden 100% getoetst aan de regels van het omgevingsplan, de (bouwconstructieve) veiligheidseisen en de redelijke eisen van welstand (indien van toepassing).

  • 7.

    Als gedurende één jaar of een in de vergunning bepaalde langere termijn geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning wordt ambtshalve bezien om deze in te trekken (art. 5.40 lid 2, odner b, Omgevingswet.

  • 8.

    Meldingen worden, tenzij anders is voorgeschreven, binnen 4 weken afgehandeld.

  • 9.

    De gemeente bevordert duurzaamheid door middel van volledige controle op de energieprestatie-eisen en andere voorschriften omtrent duurzaam bouwen bij het beoordelen van bouwaanvragen.

  • 10.

    Toetsing van aanvragen voor omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten vinden onder de vigeur van de Omgevingswet plaats conform de Landelijke Toetsmatrix Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • 11.

    Eind 2024 dient RXmission gevuld te zijn met alle voorhanden zijnde standaardbrieven.

Toelichting

Met het oog op de introductie van de Omgevingswet dient ervoor gezorgd te worden dat er voldoende tijd beschikbaar is om ervoor te zorgen dat het werk op een goede wijze uitgevoerd kan worden onder de vigeur van de nieuwe wetgeving.

De primaire opgave voor 2024 is dat er na de introductie van de Omgevingswet conform de nieuwe voorschriften en eisen wordt gewerkt en vergunningaanvragen op basis hiervan conform de voorschriften die hier dan voor gelden binnen de voorgeschreven termijnen kunnen worden afgehandeld.

Door de introductie van de omgevingswet zal er in meer gevallen dan nu het geval is een reguliere vergunningsprocedure gevolgd kunnen worden waarvoor in beginsel een beslistermijn van acht weken geldt. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. Indien niet binnen de door de wetgever gestelde termijn wordt beslist ontstaat onder de Omgevingswet (Ow) geen vergunning van rechtswege meer. Als de beslistermijn verstreken is, maar er is nog geen besluit genomen kan een gevolg zijn dat de gemeente op grond van Algemene wet bestuursrecht een dwangsom moet betalen aan de aanvrager. De verwachting is dat de werkdruk op het team VTH hierdoor toe zal nemen in 2024. Zeker nu het leren werken met de regels en systemen van de Omgevingswet ook in 2024 extra tijd en inspanningen voor het personeel met zich mee zal brengen.

Voor sommige activiteiten betekent deze verandering (ten opzichte van de Wabo) dat veel sneller duidelijk wordt of een vergunning al dan niet wordt verleend (van zes maanden naar acht weken). De bedoeling van de wetgever is dat onder de Ow de voorbereiding van de omgevingsvergunning zoveel mogelijk in de informele voorfase (dus voor het indienen van de officiële aanvraag) plaatsvindt. Op die manier kan met een kortere beslistermijn worden volstaan.

Wel bepaalt de Ow dat de uitgebreide procedure van toepassing is, op verzoek of met instemming van de aanvrager. Daarnaast kan het college bij activiteiten die aanzienlijke gevolgen voor de omgeving kunnen hebben en waarvan de verwachting is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben, na het horen van de aanvrager, eenzijdig besluiten dat de uitgebreide procedure van toepassing is. Wellicht dat op basis van de ervaringen in 2024 in 2025 kan worden overwogen om hier beleid voor te vervaardigen.

De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. Een proces dat (ruimschoots) start voordat een aanvraag om omgevingsvergunning formeel ingediend wordt bij de gemeente. Dit alles krijgt vorm in het vooroverleg. Echter in het geval van een zeer complex plan, is een regulier vooroverleg mogelijk niet afdoende om vervolgens de behandeltermijn van acht werken te halen. Het in 2022 in het team geïntroduceerde initiatievenoverleg strekt er mede toe om deze gevallen vroegtijdig te duiden en te bepalen wat er in dit gevallen het beste gedaan kan worden, om termijnoverschrijdingen te voorkomen.

Ook is onder de Ow een nieuw aanvraagvereiste geïntroduceerd. Het betreft participatie bij een vergunningaanvraag. Dit nieuwe vereiste stimuleert initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Een initiatiefnemer is namelijk niet (altijd) verplicht om daadwerkelijk aan participatie te doen. Het niet betrekken van de omgeving en/of daarover geen gegevens overleggen, is geen grond voor het buiten behandeling laten of het weigeren van een vergunningsaanvraag.

3.2 Risico-analyse en prioriteitenmatrix vergunningverlening

afbeelding binnen de regeling

In deze paragraaf wordt het algemene uitgangspunt van risicogestuurd werken, zoals toegelicht in het beleid, uitgewerkt. De vertaling van beleid naar uitvoering bepaalt de gemeente aan de hand van risico’s. Daar waar de grootste risico’s liggen, worden vergunningaanvragen het meest intensief getoetst.

Indien aan de activiteiten waarop de vergunningaanvraag ziet grote risico’s kleven, wordt die aanvraag met meer diepgang beoordeeld dan te vergunnen activiteiten die minder risico’s met zich meebrengen. Dit hoeven niet altijd fysieke (veiligheids)risico’s te zijn. Ook belangen van natuur en milieu evenals rechtszekerheid en bestuurlijke risico’s worden hierin meegewogen. Uiteindelijk resulteert vergunningverlening in een goed afgewogen besluit dat handhaafbaar is en waarbij alle relevante aspecten in de besluitvorming zijn betrokken.

De uitkomst van deze risico-analyse dient als richtlijn gebruikt worden om voor een gehele vergunningscategorie te bepalen hoe intensief deze in relatie tot alle andere vergunningen getoetst dient te worden. Binnen ieder van deze vergunningscategorieën behoort vervolgens voor individuele vergunningen aan de hand van een inschatting van de technisch-inhoudelijke complexiteit en de sociaal-maatschappelijke complexiteit beoordeeld te worden tot welke van de volgende 4 categorieën de concrete aanvraag toebehoort om de uiteindelijke diepgang van toetsing en aandacht voor maatwerk te duiden:

  • 1.

    Vergunning eenvoudig: Een vergunning voor een situatie met geringe technische en sociaal-maatschappelijke complexiteit bestaat vooral uit standaardvoorschriften.

  • 2.

    Vergunning eenvoudig+: Is de situatie technisch-inhoudelijk niet complex maar sociaal-maatschappelijk wel, dan bestaat een vergunning vooral uit standaardvoorschriften en geven we extra aandacht aan afstemming, overleg en samenwerking tussen betrokken partijen.

  • 3.

    Vergunning specifiek: Bij een technisch-inhoudelijk complexe situatie met een geringe sociaal-maatschappelijke complexiteit bestaat de vergunning vooral uit specifieke voorschriften.

  • 4.

    Vergunning specifiek+: De situatie is technisch-inhoudelijk en sociaal-maatschappelijk gezien complex. Dit vraagt om specifieke voorschriften in een vergunning en een zorgvuldige afstemming, samenwerking en overleg tussen betrokken partijen.

afbeelding binnen de regeling

3.3. Prestatiedoelstellingen en toetsingsprotocol bouwen en ruimtelijke ordening

In het volgende overzicht wordt per taak van het team vergunningverlening bouw een inschatting gemaakt van de hoeveelheid tijd die er nodig is om deze werkzaamheden (gelet op de te verwachten aantallen vergunningaanvragen) naar behoren te kunnen vervullen:

Soort vergunning / werkzaamheden

Verwachte aantallen aanvragen

Kengetallen (uren per gemiddelde vergunning)

Inschatting van benodigde uren

Bouwvergunningen,meldingen gevolgklasse 1 en omgevingsplanactiviteitvergunningen

90

16 (sterk afhankelijk van type)

1600

Aanlegactiviteiten

10

5 (sterk afhankelijk van type)

15

Monumenten

5

15

30

Melding / vergunning brandveilig gebruik

15

9

140

Sloopmeldingen (incl. advies asbest)

65

5,3

350

Intrekken vergunningen

10

5

50

Huisnummerbesluiten

10

3

45

Beoordeling schetsplannen en vooroverleggen

100

2

244

Casemanagement

230

2

460

Informatievoorziening publiek (inclusief baliediensten)

 
 

700

Bijhouden van Squit2020 / RXMission

 
 

700

Opleidingen / actualiteitencursussen

 
 

500

Afstemmings- en initiatievenoverleggen

 
 

150

Overig

 
 

50

TOTAAL BENODIGDE CAPACITEIT

 
 

5.034 uur

TOTAAL BESCHIKBARE CAPACITEIT

 
 

5.100 uur

Toelichting

In het laatste twee weken van 2023 zijn nog 30 vergunningaanvragen ingediend (zeker 10 meer dan gebruikelijk) met het oog op het afwikkelen hiervan op basis van het oude recht. Voor het vergunningverlenende werk met betrekking tot bouwaanvragen wordt in het eerste helft van 2024 daarom een werkbelastingspiek verwacht. Temeer nu medewerkers in deze periode ook vertrouwd moeten geraken met de nieuwe regelgeving en vindplaatsen van regels die door de Omgevingswet zijn geïntroduceerd.

Het is de verwachting dat de introductie van de Wkb op termijn tot gevolg zal hebben dat de medewerkers die vergunningsaanvragen beoordelen hier minder werk aan zullen hebben. Gelet op de verhoogde instroom van aanvragen eind 2023 wordt voor 2024 nog verwacht dat er in 2024 slechts een beperkt aantal minder uren werk met betrekking tot bouwaanvragen verricht zal worden dan in 2023. Zeker nu begin 2024 gebleken is dat de verplichting om een kwaliteitsborger in te schakelen via de weg van het aandragen van creatieve “gelijkwaardige oplossingen” ontlopen kan worden. Of deze uitzondering in de praktijk een vlucht zal nemen en welke impact dit in de praktijk zal hebben dient afgewacht te worden.

Het zou wel eens zo kunnen zijn dat we vanaf 2024 meer plannen via het vooroverleg te behandelen krijgen, omdat het vooroverleg onder de omgevingswet heel erg gestimuleerd wordt gelet op de strakke termijnen van het vergunningstraject. Een inschatting geven van dat wat te verwachten valt is lastig, omdat ervaringsgegevens in heel Nederland nog ontbreken.

In totaal wordt becijferd dat er zo’n 5.050 uren benodigd zijn om het aantal vergunningaanvragen dat in 2024 wordt verwacht te kunnen behandelen en daarnaast ook de noodzakelijke andere werkzaamheden te verrichten. Er wordt ingeschat dat er in de praktijk zo’n 5.100 uur aan personele uren beschikbaar zijn (inclusief 1 FTE aan nieuwe administratieve deeltijdkracht) om al dit werk uit te voeren.

3.4. Prioriteiten en prestatiedoelstellingen vergunningverlening APV / VFL en bijzondere wetten

Prioriteiten en prestatiedoelstellingen vergunningverlening APV / VFL en bijzondere wetten 2024

  • 1.

    Ambtshalve worden de vergunningen en meldingen van 5 drank- en horecabedrijven geïnventariseerd en geactualiseerd.

  • 2.

    Er worden alle vergunningaanvragen conform het gemeentelijke Wet BIBOB-beleid gescreend en behandeld.

  • 3.

    Er wordt gewerkt met RXmission en er worden vaste sjablonen en voorbeeldbrieven gebruikt.

  • 4.

    Binnen 5 werkdagen na ontvangst van een aanvraag wordt een eerste ontvankelijkheidstoets uitgevoerd.

  • 5.

    Initiatiefnemers krijgen in beginsel 1 keer de mogelijkheid om een onvolledige aanvraag aan te vullen. Daarna wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.

  • 6.

    Er vindt minimaal eens per 6 weken overleg met de burgemeester plaats over aangevraagde vergunningen en ontheffingen op basis van de APV- / VFL en bijzondere wetten.

  • 7.

    Nieuw verleende vergunningen/ontheffingen worden altijd toegestuurd aan de VTH-coördinator en de toezichthouders die de naleving van deze besluiten dienen te controleren.

  • 8.

    Kennisgeving van APV / VFL vergunningen en ontheffingen (evenals die op basis van andere bijzondere wetten) geschied in 2024 conform het in 2023 vastgestelde nieuwe interne publicatie- en kennisgevingsbeleid.

  • 9.

    Voor de nieuwe burgemeester dient toegang geregeld te worden tot de geheime informatie (BIBOB-zaken gerelateerd) van het RIEC.

In het volgende overzicht wordt per taak van het team vergunningverlening APV / VFL en bijzondere wetten een inschatting gemaakt van de hoeveelheid tijd die er in 2024 nodig is om deze werkzaamheden (gelet op de te verwachten aantallen vergunningaanvragen) naar behoren te kunnen vervullen.

Soort vergunning / werkzaamheden

Geschatte aantallen

Kengetallen (uren per vergunning gebruik SquitXO)

Geschatte benodigde uren (gebruik RXmission)

Exploitatievergunningen

15

2

35

Alcoholwetvergunningen

7

2

18

Evenementenvergunningen

70

4,5

360

Meldingen kleine evenementen, festiviteiten en aankondigingsborden

50

1,5

75

Kampeerontheffingen

10

2

25

Tapontheffeingen

35

2

70

Kansspelen

11

2

24

Kapvergunningen

60

3

218

Vergunningen aanleggen / veranderen uitwegen

10

3

35

Standplaatsen (incidenteel / markt)

15

2

45

Volledige toetsen Wet BIBOB (aanvragen / transacties)

5

36

180

Wet BIBOB quickscans

15

7

105

Informatievoorziening balie

 
 

50

Actualiseren exploitatie en Drank- en horecavergunningen

 
 

60

Actualiseren van beleid

 
 

50

Testen en inrichten RXmission

 
 

100

Opleidingen / actualiteitencursussen

 
 

50

TOTAAL BENODIGD

 
 

1.495 uur

TOTAAL BESCHIKBAAR

 
 

1.550 uur

Toelichting

Evenementen zijn belangrijk in de gemeente Bergen. Deze dragen bij aan de saamhorigheid en vergroten de maatschappelijke cohesie. In het in 2022 vastgestelde gemeentelijke evenementenbeleid zijn kaders vastgelegd die duidelijkheid verschaffen voor welke activiteiten en op welke wijze een evenementenvergunning aangevraagd dient te worden. Daarnaast bevat het nieuwe beleid ook kaders die aangeven op welke wijze evenementen prettig, beheersbaar en vooral veilig moeten verlopen. Het vergunningentraject is een belangrijke schakel in het gehele proces. Het is daarbij van belang dat organisatoren een vergunningaanvraag tijdig indienen. Bij een niet tijdige indiening spreken we de organisatoren daarop aan en wijzen hen op het belang van tijdig indienen en hun eigen verantwoordelijkheid hierin. Afhankelijk van het soort evenement en de complexiteit maken we een afweging of de vergunningaanvraag alsnog kan worden behandeld. Indien een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld of als er om moverende redenen een voornemen tot weigeren is, wordt altijd vooraf de burgemeester geïnformeerd.

Het bestand van drank- en horecabedrijven is nog niet volledig geïnventariseerd en geactualiseerd. Niet alle horecaondernemers beschikken over een adequate Alcoholwet-vergunning. Hier dient in 2024 actie op ondernomen te worden, zodat alle ondernemers over adequate en actuele vergunningen komen te beschikken.

Er wordt ingeschat dat er in 2024 feitelijk zo’n 1500 uur (inclusief 250 uur van de administratieve medewerker) beschikbaar is voor het uitvoeren van voornoemde taken, terwijl er hier ongeveer 1.550 uur voor beschikbaar is.

3.5. Prioriteiten en prestatiedoelstellingen omgevingsvergunningen milieubelastende activiteiten

De uitvoering van alle milieugerelateerde basistaken en enkele milieugerelateerde verzoektaken is bij de GR-RUD Limburg Noord (RUDLN) belegd. Ten behoeve van de programmering van de werkzaamheden stelt de RUDLN jaarlijks een uitvoeringsprogramma op. De werkafspraak binnen de RUDLN is dat de afzonderlijke partners voor de onder hun bevoegdheid vallende taken een lokaal uitvoeringsprogramma vaststellen. Door het samenvoegen van de uitvoeringsprogramma’s van de afzonderlijke partners ontstaat het werkprogramma van de RUDLN. Voor de vormgeving van dit uiteindelijke werkprogramma heeft de RUDLN zelf een voorzet heeft gedaan in RUDLN-uitvoeringprogramma (UP-2024). Het UP2024 is als bijlage bij dit VTH-uitvoeringsprogramma opgenomen en dient hier als herhaald en ingelast beschouwd te worden. Anders dan in voorafgaande jaren zijn taken in de UP niet per type inrichting onderverdeeld, maar naar milieubelastende bedrijfsactiviteit. Een geconsolideerd overzicht van de uren die we voor de gemeentelijke organisatie van Bergen verwachten dat in 2024 besteed dient te worden aan de beoordeling van ingediende meldingen en vergunningaanvragen is als volgt.

 

Inschatting van uren voor basistaken beoordeling meldingen en vergunning-aanvragen Bergen (extern personeel)

Inschatting van uren voor verzoektaken beoordeling meldingen en vergunning-aanvragen Bergen (extern personeel)

Inschatting uren uitvoeren coördinerende taken voor gemeente (intern personeel)

Vergunningverlening voor bedrijven met IPPC-installaties

0 uur

 
 

Buiten behandeling stellen van aanvragen milieuvergunningen

5 uur

 
 

Beoordeling aanvragen milieu bij bedrijven met niet-vergunningplichtige milieubelastende activiteiten

30 uur

 
 

Specialistisch advies externe veiligheid

10 uur

 
 

Specialistisch advies geluid en trillingen

20 uur

 
 

Specialistisch advies energie en klimaat

160 uur

40 uur

 

Advies milieu bij ruimtelijke plannen

 

155 uur

 

TOTAAL

225 uur

195 uur

440 uur

Het is de inschatting dat we in totaal 420 uur nodig hebben om de alle aanvragen voor vergunningen en meldingen m.b.t. milieubelastende activiteiten die voor 2024 in de gemeente Bergen verwacht worden te kunnen behandelen. De milieumeldingen en – vergunningencoördinator van de gemeente Bergen zal naar verwachting in 2024 voor 440 uur aan RUD-werk hebben. Deze uren worden echter (vrijwel) exclusief geleverd aan de gemeente Bergen zelf (administratieve ondersteuning en archiefwerk voor externe milieuspecialisten hoort hierbij). In totaal gaat het om 860 uur aan werk.

Hoofdstuk 4: Programma toezicht en handhaving

4.1. Organisatorische en operationele uitgangspunten en doelstellingen

Organisatorische doelstellingen toezicht en handhaving 2024

  • 1.

    Alle nieuwe en (nieuwe stukken m.b.t.) lopende handhavingszaken worden in het zaaksysteem Djuma geregistreerd, tenzij in 2024 anders wordt besloten.

  • 2.

    Vóór 1 maart 2024 dient met de Veiligheidsregio afgestemd te worden welke concrete geplande controles in 2024 door de medewerkers van de Veiligheidsregio voor de gemeente Bergen worden verricht.

  • 3.

    Tijdens de wekelijkse briefing vindt minstens vier keer per jaar voor ieder taakveld een inventarisatie plaats van voortgang van het uitvoeren van de ambities in het VTH uitvoeringsprogramma 2024 Indien problemen ten aanzien van de uitvoering gesignaleerd worden wordt zo snel mogelijk bezien of deze op te lossen te zijn binnen de voorhanden zijnde budgetten.

  • 4.

    Gedurende het gehele jaar worden ten minste 2 MBO-stagiaires een stageplaats aangeboden op het gebied van toezicht en veiligheid (BOA-taken).

  • 5.

    Op 1 mei 2024 zijn de toezichts- en handhavingsprocessen bij bouwactiviteiten aangepast aan de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb). Dit omvat de inrichting van processen, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/inhoudelijke aspecten.

  • 6.

    Er wordt het gehele jaar door 1 gemeentelijke BOA deelgenomen aan de acties van het Regionaal uitvoeringsteam (ACT) en het Flexibel regionaal uitvoeringsteam (FRIT), het eerste team heeft ten doel ondermijning tegen te gaan, het tweede team heeft ten doel overtredingen met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten tegen te gaan.

  • 7.

    Het team van BOA’s kan in 2024 beschikken over 3 portofoons met 3 verschillende roepnummers.

  • 8.

    Vóór het einde van 2024 zijn de verbeterpunten uit het Wpg-verbeterplan in de praktijk geïmplementeerd (tenzij in dit verbeterplan aangegeven is dat de implementatie hiervan pas later volgt).

  • 9.

    Vóór 1 maart 2024 heeft een Wpg-audit plaatsgevonden over 2022 en 2023 en is hieromtrent gerapporteerd aan de Autoriteit Persoonsgegevens.

  • 10.

    In 2024 wordt gestopt met het investeren van geld en tijd in opleidingen voor in de benodigde certificering van gemeentelijke toezichthouders om in het kader van het uitvoeren van toezichthoudende taken met een drone te mogen vliegen. De drones met randapparatuur waarover de gemeente beschikt worden in 2024 verkocht.

  • 11.

    In de eerste helft van 2024 dient er een opdracht verstrekt te worden om inhuur te kunnen plegen op toezicht op drankverkoop aan minderjarigen.

  • 12.

    In 2024 wordt gestart met een lokaal periodiek ondermijningsoverleg.

  • 13.

    Driemaandelijks vindt er een veiligheidsoverleg met de politie (teamchef, wijkagent en operationeel specialist) en burgemeester plaats.

  • 14.

    Het inrichten van een meldpunt op basis van de Wet goed verhuurderschap dient per 1 januari 2024 een feit te zijn.

Operationele uitgangspunten toezicht en handhaving 2024

  • 1.

    De bestrijding van ondermijnende criminaliteit heeft prioriteit. Alle toezichthouders dienen doorlopend aandacht te blijven houden voor de signalen die hierop kunnen duiden en personen en bedrijven die een mogelijke rol vervullen bij ondermijnende activiteiten.

  • 2.

    Iedere toezichthouder heeft bij het surveilleren aandacht voor gevaarzettende / spoedeisende situaties (en onderneemt actie om de ongewenste situatie te beëindigen).

  • 3.

    Meldingen worden altijd opgevolgd. Door de toezichthouder wordt altijd gecontroleerd na een ontvangen melding. Na de controle wordt indien gewenst contact opgenomen met de melder.

  • 4.

    De drie volgens de in 2023 uitgezette enquête hoogst scorende publieke ergernissen hebben dagelijks aandacht.

  • 5.

    Tegen alle geconstateerde gevaarlijke en/of spoedeisende situaties wordt meteen opgetreden. RIEC / ACT (regionaal informatie en expertisecentrum) en SIOM (signalerings- en interventieoverleg mensenhandel) casussen zijn altijd spoedeisend.

  • 6.

    Alle handhavingsverzoeken worden behandeld en afgewikkeld binnen de wettelijke termijnen.

  • 7.

    Alle panden waarin drugs wordt aangetroffen worden conform Damoclesbeleid gesloten, tenzij er in de jurisprudentie erkende omstandigheden zijn die zich hiertegen verzetten.

  • 8.

    Tegen ernstige overtredingen wordt altijd meteen opgetreden.

  • 9.

    Er wordt naar gestreefd iedere dag ten minste één gemeentelijke BOA buiten in het veld aan het werk te hebben die zichtbaar is voor de buitenwereld.

  • 10.

    Constructieve problemen in de bouw worden zo spoedig mogelijk opgespoord. Derhalve wordt er meermaals vóórdat de wezenlijke constructieve bouwwerkzaamheden plaatsvinden in het veld gecontroleerd.

  • 11.

    De controlebelasting voor burgers en bedrijven wordt zo minimaal mogelijk gehouden. Hiervoor dient er wekelijks met het team toezichthouders, BOA’s en handhavingsjuristen doorgenomen worden welke locaties er op de agenda staan om gecontroleerd te worden.

  • 12.

    Er worden wekelijks werkoverleggen geagendeerd tussen alle toezichthouders, BOA’s en handhavingsjuristen om de voorgenomen werkzaamheden en voortgang van lopende toezicht- en handhavingszaken te bespreken.

  • 13.

    Tussen de burgemeester en handhavingsjuristen vindt iedere zes weken een portefeuillehoudersoverleg plaats om informatie en adviezen omtrent lopende handhavingszaken uit te wisselen.

  • 14.

    In 2024 zullen 35 van de in het verleden verleende vergunningen waar een herplantplicht aan verbonden is gecontroleerd worden op de uitvoering van de herplantplicht. Deze actie wordt aangekondigd via de gemeentepagina en social media.

  • 15.

    In 2024 worden 20 landschappelijke inpassingsplannen gecontroleerd. De controleur zal in gevallen waarin afwijkingen worden geconstateerd in samenspraak met betrokkenen en via minnelijk overleg bezien hoe de tekortkomingen kunnen worden opgeheven.

  • 16.

    De meest recente Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) van september 2022 wordt in de gemeente Bergen in de praktijk gedurende het gehele jaar toegepast inclusief de Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen (versie mei 2023) en de Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen (versie september 2023). Voor zover het type overtredingen niet genoemd is in deze leidraad worden de dwangsombedragen en begunstigingstermijnen van de in 2021 vastgestelde bijgevoegde ‘Leidraad dwangsombesluiten’ gehanteerd.

  • 17.

    In 2024 dienen minstens twee handhavingszaken waarin de betaling van verbeurde dwangsommen of terugbetaling van de kosten van bestuursdwang niet vlot verloopt in handen gesteld van een gerechtsdeurwaarder om verhaals- en beslagmogelijkheden te onderzoeken.

  • 18.

    Eind 2024 wordt nagegaan of de politie alle bestuurlijke rapportages conform de interne afspraken naar de AOV-er heeft toegezonden.

4.2. Doelstellingen toezichttaken

4.2.1 Toezichttaken paars kleurspoor

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

B. Benodigde en beschikbare toezichtcapaciteit

Om structureel toezicht uit te kunnen oefenen op de taken die op het vlak van het paarse kleurspoor in de hoge risicoklasse zijn ingeschaald en ook excessen met betrekking tot de taken die ingeschaald zijn in een gemiddelde risicoklasse, wordt ingeschat dat de volgende toezichtcapaciteit benodigd zal zijn.

afbeelding binnen de regeling

De inschatting is dat er voor adequaat toezicht op al de voornoemde taken van het paarse kleurspoor 1400 uur benodigd zijn. Verdeeld over drie van de eigen medewerkers is er in de praktijk ook ongeveer 1400 uur aan toezichthoudende capaciteit beschikbaar.

De afgelopen jaren was er minstens 1200 uur nodig voor het uitvoeren van stelselmatige controles op de nalevering van vergunningen en ontheffingen (onderdeel A van bovengenoemd schema). Door de introductie van de Wkb en kwaliteitsborgers is het de verwachting dat de hoeveelheid werk voor de gemeentelijke toezichthouders op dit vlak in de tweede helft van 2024 al merkbaar terug zal lopen, zodat in 2024 wellicht niet meer dan 1000 uur voor deze controles benodigd zullen zijn. Dit betekent dat er ten opzichte van andere jaren geschat wordt dat er in 2024 – anders dan andere jaren – in de tweede helft van 2024 zo’n 200 uur beschikbaar zal zijn om een of meerdere specifieke projecten uit te voeren (zie onderdeel C pag. 43).

C. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Doelstellingen en kwaliteitseisen controles op vergunningen, ontheffingen, meldingen en overeenkomsten bouw- en ruimtelijke ordening

  • 1.

    Bij verbouwingen van gebouwen waar geen constructie-technische ingrepen plaatsgevonden hebben wordt in principe alleen een eindcontrole verricht.

  • 2.

    Er worden 50 omgevingsvergunningen op basis van het oude recht volgens het toezichtprotocol gecontroleerd. De controles op gebruiksveiligheid, constructieve veiligheid en brandveiligheid, duurzaamheid en energiezuinigheid hebben hierbij prioriteit.

  • 3.

    De inspectie van openbare toegankelijke bouwwerken, bedrijfsmatig te gebruiken gebouwen, nieuwe woningen en aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden conform de inspectiematrix die bijgevoegd is uitgevoerd, tenzij een kwaliteitsborger dit doet.

  • 4.

    Bij bouwwerken geen gebouw zijnde wordt de constructie steekproefsgewijs gecontroleerd en een eindcontrole verricht, tenzij een kwaliteitsborger dit doet.

  • 5.

    Alle omgevingsvergunningen voor (de wijziging) monumenten worden gecontroleerd, tenzij een kwaliteitsborger dit doet.

  • 6.

    Vergunningen/toestemmingen voor meldingen van risicovolle sloopactiviteiten (met asbest) worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Niet risicovolle (zonder asbest) vergunde / gemelde sloopactiviteiten worden slechts steekproefsgewijs gecontroleerd. Bij afwijking van de verleende sloopvergunningen / sloopmeldingen worden de sloopwerkzaamheden stilgelegd en wordt de arbeidsinspectie dan wel de politie ingeschakeld om eventueel strafrechtelijk te kunnen beboeten.

  • 7.

    Verleende aanlegvergunningen worden na uitvoering gecontroleerd door de uitvoering van een eindcontrole.

  • 8.

    Binnen een termijn van uiterlijk 1 week vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen een landschappelijk inpassingsplan volgens de vergunning / ontheffing / melding uitgevoerd dient te zijn wordt bij nieuwe besluiten altijd gecontroleerd of er uitvoering aan gegeven is.

  • 9.

    Binnen een termijn van 1 maand na het verstrijken van de instandhoudingstermijn voor tijdelijke bouw- c.q. omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten, tijdelijke vrijstellingsbesluiten en andere tijdelijke toestemmingen wordt er voor nieuwe besluiten altijd gecontroleerd of de tijdelijk toegestane situatie beëindigd is.

  • 10.

    Binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning c.q. de gereedmelding van het bouwwerk dient gecontroleerd te worden of het bouwwerk conform de verleende vergunning is gerealiseerd.

  • 11.

    Voor iedere vergunning dient minimaal eenmaal per 6 maanden gecontroleerd te worden of er al gestart is met de uitvoering.

  • 12.

    Steekproefsgewijs worden 5 gevallen onderzocht waarin het verzoek om een bepaald bouwwerk te mogen bouwen is afgewezen. De doelstelling is vast te stellen of toch niet in afwijking van de afwijkende beslissing gebouwd is.

  • 13.

    Steekproefsgewijs wordt in 5 gevallen onderzocht of er in de praktijk daadwerkelijk vergunningsvrij gebouwd is, nadat men aan de telefoon of aan de balie te horen kreeg hoe vergunningsvrij gebouwd kon worden.

  • 14.

    Er worden minimaal 10 controles uitgevoerd n.a.v. meldingen omtrent slopen waarbij asbest verwijderd wordt.

  • 15.

    100% van de tijdelijke afwijkingsbesluiten waarvan de termijn in 2023 of 2024 afliep worden gecontroleerd.

  • 16.

    In 2024 worden bij 3 woningen, waar Enexis schriftelijk van heeft verzocht onderzoek te doen naar de correcte aarding van de elektrische installatie, controles uitgevoerd.

  • 17.

    Project: In 2024 wordt bij minimaal 20 kantoren gecontroleerd of ze daadwerkelijk voldoen aan de voorwaarden voor het hebben van minimaal Energielabel C.

  • 18.

    Project: Projectmatig worden alle in 2024 nog relevante instandhoudingstermijnen voor tijdelijke (bouw)werken geïnventariseerd, en evenals de realisatietermijnen van herplantplichten en realisatiedata van landschappelijke inpassingsplannen. Onderzocht wordt of deze gesystematiseerd bijgehouden kunnen worden.

4.2.2. Geel kleurspoor: Stelselmatige controles op de naleving van milieu belastende activiteiten

Doelstellingen 2024

  • 1.

    In 2024 worden de volgende milieucontroles conform het RUDLN Uitvoeringprogramma 2024 (UP2024) op het grondgebied van de gemeente Bergen uitgevoerd door een toezichthouder van de gemeente Bergen:

    • 4 controles bij agrarische IPPC-inrichtingen (intensieve veehouderijen 2T)

    • 5 controles bij vergunningplichtige veehouderijen (3T)

    • 8 controles bij niet vergunninplichtige BTP-inrichtingen (4T)

    • 5 controles bij niet vergunningplichtige inrichtingen die geen BTP-inrichtingen zijn (4T)

    • 7 hercontroles

  • 2.

    In 2024 worden de volgende milieucontroles conform het RUDLN Uitvoeringprogramma 2024 (UP2024) op het grondgebied van de gemeente Bergen uitgevoerd door een toezichthouder van de RUD die niet aangesteld is door de gemeente Bergen:

    • 1 controle bij een industriële IPPC-inrichtingen (intensieve veehouderijen 2T)

    • 2 controles bij vergunningplichtige veehouderijen (3T)

    • 12 controles bij niet vergunninplichtige BTP-inrichtingen (4T)

    • 27 controles bij niet vergunningplichtige inrichtingen die geen BTP-inrichtingen zijn (4T) – Inhuur van buiten RUD voor 16 controles

    • 0 hercontroles

  • 3.

    In 2024 worden de volgende milieucontroles conform het RUDLN Uitvoeringprogramma 2024 (UP2024) binnen het netwerk van de RUD LN, buiten het grondgebied van de gemeente Bergen, gecontroleerd door een toezichthouder van de gemeente Bergen:

    • 2 controles bij agrarische IPPC-inrichtingen (intensieve veehouderijen 2T)

    • 5 controles bij vergunningplichtige veehouderijen (3T)

    • 13 controles bij niet vergunninplichtige BTP-inrichtingen (4T)

    • 14 controles bij niet vergunningplichtige inrichtingen die geen BTP-inrichtingen zijn (4T)

  • 4.

    Milieupiketdienst voor 40 uren op jaarbasis

  • 5.

    De milieutoezichthouder die bij de gemeente Bergen in dienst is controleert in 2024 minimaal 58 bedrijven, waarvan 22 in de gemeente Bergen zijn gesitueerd conform het door RUD opgesteld persoonlijk werkplan (UP2024). Aan het uitvoeren van deze controles wordt in totaal niet meer dan 1250 uur besteed.

 
  • 6.

    Tenminste 50% van de toezichturen aan milieutoezicht op het grondgebied van de gemeente Bergen wordt door het eigen personeel uitgevoerd.

  • 7.

    Geluidsklachten worden in 2024 tijdig in behandeling genomen conform het afgesproken proces (er dienen minimaal 2 verschillende mensen onafhankelijk van elkaar vanaf 2 verschillende adressen te klagen over geluidsoverlast, voordat een toezichthouder in actie komt) met als uiteindelijk doel het aantal klachten te verminderen.

 
  • 8.

    Voor 2024 wordt budget gereserveerd om tenminste 3 geluidscontroles door een extern deskundig bureau uit te kunnen laten voeren naar aanleiding van geluidsklachten.

 
  • 9.

    Bij het plannen van de milieutoezichtcontroles wordt er voor gezorgd dat een met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet belaste persoon niet voortdurend wordt belast met het toezicht op dezelfde milieubelastende activiteit. In de planning van de RUD wordt er voor gezorgd dat alle bedrijven minstens 1 maal per 4 controlemomenten door twee verschillende toezichthouders bezocht zijn.

 
  • 10.

    Gelet op het voldoen aan het bepaalde in artikel 13.7 van het Omgevingsbesluit committeert de gemeente Bergen zich aan de volgende doelstellingen:

    • Alle IPPC-installaties in de gemeente Bergen zijn bekend en worden bijgehouden in een register.

    • De frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die frequentie voor ippc-installaties, afhankelijk van de milieurisico’s, het nalevingsgedrag en de aanwezigheid van een gecertificeerd milieuzorgsysteem, ten minste is:

      • i.

        1°.eenmaal per drie jaar bij beperkte milieurisico’s; en

      • ii.

        2°.eenmaal per jaar bij grote milieurisico’s.

    • De termijn waarbinnen na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding niet-routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die termijn voor ippc-installaties is:

      • i.

        1°.na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding: zo spoedig mogelijk en in voorkomend geval voor de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning; of

      • ii.

        2°.na het vaststellen van een ernstige overtreding: in ieder geval binnen zes maanden.

    • Binnen twee maanden wordt aan alle betrokkenen gerapporteerd over de bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet aangaande IPPC-installaties en eventueel daaraan verbonden consequenties. De termijn waarbinnen voor rapportage met betrekking tot ippc-installaties (voor dat deel waar geengeheimhoudingsplicht voor geldt is vier maanden.

  • 11.

    In totaal worden er ongeveer 960 uren aan milieutoezicht op het grondgebied van de gemeente Bergen (L) uitgevoerd door eigen personeel, personeel van andere RUD-gemeenten en ingehuurd personeel. Het eigen personeel van de gemeente Bergen verricht voor ongeveer 630 uur werk buiten de gemeente Bergen.

  • 12.

    Er wordt naar gestreefde – grote organisatorische veranderingen binnen de RUD daargelaten – om de kosten van toezicht door externe RUD-medewerkers eind 2024 vrijwel gelijk te zijn aan de opbrengsten van toezicht door de toezichthouder van de gemeente Bergen buiten het grondgebied van de gemeente Bergen.

 
  • 13.

    Indien in 2024 mocht blijken dat één of meerdere gemeentelijke bedrijven met succes deelnemen aan de stoppersregeling en gemeentelijke toezichthouders dienen te controleren of aan de voorwaarden wordt voldaan, voert de toezichthouder milieu deze controles uit.

4.2.3. Rood kleurspoor: Stelselmatige controles op de naleving van brandveiligheidsregelgeving

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

B. Beschikbare toezichtcapaciteit

Bij de Veiligheidsregio Limburg Noord – Brandweerdistrict Venray is zo’n 300 uur beschikbaar om toezicht te houden op de bovenstaande taken. De systematiek van controleren die door de VRLN aangehouden wordt is beschreven in UP 2024 – 2027 van het Uitvoeringsprogramma 2024-2027.

C. Hoe verdelen we de beschikbare toezichtcapaciteit over de diverse taken met prioriteit?

Toezicht Brandweer

Benodigde uren op jaarbasis

Controle brandveilig gebruik bouwwerken in afwijking van vergunning / ontheffing

170

Gebruik van inrichting in afwijking van vergunning Brandbeveiligingsverordening

50

Gebiedsgerichte controles

-

Themagerichte inspectiecontroles

-

Controles n.a.v. klachten, meldingen en handhavingsverzoeken

20

Hercontroles om voortgang handhavingszaken te controleren

60

TOTAAL

300 uur

D. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Melding / Vergunninggerichte controletaken

 

Gebruik van bouwwerk met bijeenkomstfunctie (horeca, ouderen- en kinderopvang, onderwijs) in afwijking van de benodigde vergunning brandveiligheid

Iedere melding / vergunning altijd volledig controleren

Gebruik van bouwwerk met overige functies in afwijking van de benodigde melding / vergunning brandveiligheid

Iedere melding / vergunning altijd volledig controleren

Gebruik van inrichting in afwijking van vergunning Brandbeveiligingsverordening

Iedere vergunning altijd volledig controleren

Objectgerichte controletaken

 

Controles van bouwwerken / inrichtingen van bestaande voorraad

Er worden minimaal 35 verschillende brandveiligheidscontroles uitgevoerd m.b.t. de bouwwerken / inrichtingen uit de bestaande voorraad

Controles op evenementen

Er wordt capaciteit ingeruimd door de Veiligheidsregio om 5 evenementen op brandveiligheid te kunnen controleren

Hercontroles

Er wordt capaciteit ingeruimd door de Veiligheidsregio om 5 hercontroles uit te kunnen laten voeren

Het streven van de VRLN is erop gericht om met name de probleemgevallen meer aandacht met hercontroles te geven.

4.2.4. Blauw kleurspoor: Toezichttaken van BOA Domein I (Blauwe BOA)

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

De primaire functie van de Blauwe BOA is om uitvoering te geven aan de ambitie om gebiedsgericht programmatisch toezicht op de regels van het Omgevingsrecht plaats te kunnen laten vinden. De Blauwe BOA heeft de volgende standaard aandachtspunten:

  • het dumpen van afval/afvalstoffen;

  • vuurwerk/paasvuren,

  • overlast van honden (bijtincidenten, loslopende honden, hondenpoep);

  • parkeren van voer- en vaartuigen (op de openbare weg, op fietspaden, bij scholen, voor inritten) en neerzetten van containers en andere obstakels;

  • wrakken;

  • reclame-uitingen en spandoeken;

  • uitstallingen bij winkels;

  • overlast van jeugd.

Daarnaast wordt de blauwe BOA ingezet bij het sluiten van panden waar Opiumwet delicten zijn begaan en tijdens evenementen voor het toezien op de naleving van de verleende evenementenvergunning en/of ontheffing en vervullen zij een rol bij de aanpak van ondermijning en jeugdoverlast. Zij leveren daarmee (net als de bouwtoezichthouders) een bijdrage aan de veiligheidsaanpak.

Ook zorgt de blauwe BOA voor (her)controles met betrekking tot handhavingszaken die geen specialistische kennis op het gebied van bouw-, brandveiligheid- of milieuregelgeving vergen.

Bij uitzondering kan de blauwe BOA na goedkeuring van de coördinator VTH ingezet worden bij het uitoefenen van adequaat toezicht op de juistheid van de adresgegevens na een daartoe strekkend verzoek van het team Burgerzaken. Wanneer er twijfel bestaat over de juistheid van het adres wordt een adresonderzoek opgestart. Dit kan zowel een administratieve controle als een fysieke adrescontrole zijn. Het doel van het adresonderzoek is om de feitelijke bewoningssituatie op een adres vast te stellen en deze, voor zover de aangetroffen personen langer dan 4 maanden in Nederland (gaan) verblijven, in de BRP te registreren. Veelal is een schriftelijk uitgevoerd adresonderzoek toereikend om te komen tot een juiste BRP- registratie. Indien dit niet het geval is volgt een fysieke adrescontrole.

Tenslotte zal de blauwe BOA in 2024 nadrukkelijk de aandacht hebben voor het opsporen van nieuwe gevallen van onrechtmatige huisvesting van internationale werknemers. Onderdeel van deze controles is tevens een marginale toets op aanwijzingen van mensenhandel en de betaling van buitensporig hoge huurbedragen met het oog de naleving van de regels van de Wet goed verhuurderschap.

In november 2023 is er een enquête (poll) onder inwoners gehouden om de grootste publieke ergernissen te inventariseren en de inzet van onze BOA’s hierop af te stemmen. Ook in de media is hier aandacht voor geweest.

Hiernaast is de uitkomst van deze enquête weergegeven. De gemeente ontvingen van 351 mensen reacties op deze poll. De grootste kleine ergernissen waren in 2023 zijn:

  • -

    hondenpoep op straat (177 reacties)

  • -

    zwerfvuil (153 reacties)

  • -

    loslopende honden en overlast van jeugd eindigden bijna gelijk op een 3e plek. Ieder met iets meer dan 100 reacties

afbeelding binnen de regeling

Bij het formuleren van de doelstellingen van 2024 wordt rekening gehouden met de uitkomsten van deze poll.

B. Beschikbare en benodigde toezichtscapaciteit

Er wordt ingeschat dat er ongeveer 1250 uur aan beschikbare toezichthoudende capaciteit voorhanden is in 2024 en dat al deze uren benodigd zijn voor het uitvoeren van de hierna genoemde taken en ambities. Ook zullen er 50 uren van de gemeentelijke BOA Domein I dienen worden besteed aan toezicht op de naleving van de regels van de Alcoholwet en op basis hiervan verleende vergunningen (grijze kleurspoor).

C. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Doelstellingen en kwaliteitseisen gebiedsgericht toezicht in 2024

  • 1.

    De blauwe BOA is 70% van zijn werkzame tijd buiten in het veld actief. Iedere werkdag wordt tenminste 5 uur aan gebiedspatrouilles en controles in het veld besteed.

  • 2.

    Na het signaleren van beboetbare overtredingen van lichte ernst worden personen bij wie de eerste keer wordt gesignaleerd dat ze zich hier schuldig aan maken volstaan met het geven van een waarschuwing. Bij beboetbare overtredingen van zware ernst wordt er in beginsel direct een boete uitgeschreven. Voorbeelden van deze categorie zijn misbruik van gehandicaptenparkeerplaatsen, het blokkeren van wegen voor doorgaand verkeer en verkeersonveilige situaties.

  • 3.

    Uiterlijk binnen 2 werkdagen wordt een bezoek ter plaatse gebracht op die locaties op het grondgebied van de gemeente Bergen waarover geklaagd wordt of waarover meldingen worden ingediend

  • 4.

    Parkeerexcessen in het centrum van Nieuw Bergen worden minstens 1 keer per maand actief opgespoord.

  • 5.

    Gedurende de laatste 2 weken van december 2024 is er dagelijks een BOA actief om te ageren tegen vuurwerkoverlast.

  • 6.

    Alle geconstateerde afvaldumpingen worden op sporen van de dader onderzocht. Indien een dader kan worden geïdentificeerd wordt een proces-verbaal opgemaakt en maximaal beboet. Daarnaast worden de kosten van bestuursdwang verhaald.

  • 7.

    Eén blauwe BOA neemt 3 dagen per maand (maximaal 8 uur) deel aan intergemeentelijke controles van het ACT!

  • 8.

    Er is actief aandacht voor eventuele verkoop van alcohol in supermarkten en slijterijen aan jongeren <18 jaar. Gebruik van alcohol door jongeren <18 jaar op hotspot locaties in de openbare ruimte. Daarnaast is er doorlopend toezicht op het gebruik van lachgas en drugs in de openbare ruimte.

  • 9.

    Eén blauwe BOA neemt in 2024 deel aan het project Project Rode en Groene Spoor van de Regiodeal Limburg-Noord.

  • 10.

    Mensen die gemeentelijke bermen die bedoeld zijn om bloemen en kruiden in te laten floreren zonder toestemming maaien worden hier mondeling op aangesproken en krijgen uitgelegd waarom het belangrijk is om deze bermen niet te maaien voordat zaden geproduceerd zijn.

  • 11.

    Alle op last van de burgermeester te sluiten woningen en lokalen worden door de blauwe BOA (in samenwerking met een slotenmaker) gesloten.

  • 12.

    Het team van BOA’s ondersteunt het gemeentelijke team openbare werken / verkeer in 2024 voor minimaal 20 uur.

  • 13.

    De blauwe BOA registreert tenminste 200 van zijn geconstateerde waarnemingen van overtredingen in BRS (in 2023 waren dit er circa 50).

  • 14.

    In 2024 wordt er op tenminste 10 verschillende momenten en tenminste 5 verschillende locaties meer dan 2 uur aaneengesloten in burgerkleding opsporingswerkzaamheden verricht naar overtredingen met betrekking tot hondenoverlast (loslopende honden en hondenpoep).

  • 15.

    In gevallen dat het noodzakelijk is om wegen acuut af te zetten (hoogwater, gevonden explosieven etc.) draagt de blauwe BOA hier acuut zorg voor.

  • 16.

    De Blauwe BOA draait in 2024 op tenminste 25 dagen een weekenddienst.

  • 17.

    De blauwe BOA spoort op basis een vergelijking van luchtfoto’s actief nieuwe overtredingen op van regels van het omgevingsrecht en besteedt hier in 2024 minimaal 50 uur aan.

  • 18.

    De Blauwe BOA brengt wekelijks verslag uit van de belangrijkste bevindingen tijdens de dagelijkse gebiedspatrouilles.

  • 19.

    De Blauwe BOA verplicht zich om in 2024 tijdens drukke dagen in de zomer parkeerexcessen in afwijking van het verkeerscirculatieplan rondom de drukke wandel- en natuurgebieden van nationaal Park de Maasduinen en aan de Kampweg te Well te beboeten.

  • 20.

    Er dient minimaal 30 uur op jaarbasis exclusief besteed te worden aan de opsporing van het illegaal gebruiken van de rijweg door containers, kranen, materieel en voertuigen.

  • 21.

    Op jaarbasis wordt als indicatie gehanteerd dat minstens 30 processen-verbaal worden uitgeschreven. Het uitschrijven van pv’s om dit aantal te halen is daarbij geen doel op zich.

4.2.5. Grijskleurspoor: Inspectietaken Alcoholwet en exploitatievergunningen horeca

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

B. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Themagerichte controles Alcoholwet

Arrangement

Gerichte inzet op afroep

Gebied

Geheel grondgebied

Bedreigingen

  • Gebruik kansspelen zonder vergunning

  • Geluid- en lichthinder

  • Leeftijdsgrenzencontrole drankverkoop jongeren

  • Controle reclame alcoholhoudende drank

  • Verbod om horecabedrijf in afwijking van exploitatievergunning te exploiteren

Taken voor BOA die op Alcoholwet controleert

De volgende controles moeten uitgevoerd worden in 2024:

Controle op leeftijdsgrenzen drankverkoop: Extern bedrijf voert undercover de volgende controles uit:

  • Controle naleving vergunning / ontheffing paracommerciële inrichtingen: 10 controles

  • Controle naleving vergunning / ontheffing horeca inrichtingen: 15 controles

  • Controle naleving vergunning / ontheffing evenementen: 5 evenementen

Budget voor de in huur van ongeveer 150 uur aan toezichttaken op dit front dient gereserveerd te worden.

4.2.6. Groen kleurspoor: Inspectieprofielen gebiedsgericht toezicht BOA’s Domein II (Groene BOA’s)

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

Meest voorkomende overtredingen)

Dumpen afval (2021: 10.000 +) 

Loslopende honden (aantal 2021: 370)

Betreden (aantal 2021: 331)

Aantasting overige Natuur (aantasting natuurelementen)

(aantal 2021: 294)

Aantasting flora fauna (aantal 2021: 218)

Stroperij vis (aantal 2021: 172)

Crossen (aantal 2021: 146)

Stroperij Landbodem (aantal 2021: 142)

Dumpen afval synthetisch (aantal 2021: 61)

Lozing op oppervlakte water (aantal 2021: 29)

Lozing op/in de bodem (aantal 2021: 27)

Op basis van de dataset van het SSIL zijn hiernaast de meest voorkomende overtredingen in Limburg weergegeven op het vlak waar BOA’s Domein II op controleren.

Bij het opstellen van de inspectieprofielen is rekening gehouden met deze ervaringsgegevens.

In 2023 is vastgesteld dat we aanzienlijk minder aanvragen voor kapvergunningen ontvangen hebben als gemiddeld genomen over de afgelopen 5 jaar het geval was. Het vermoeden bestaat dat deze afname verband houdt met het feit dat de legeskosten voor de behandeling van deze aanvragen in 2023 aanzienlijk zijn verhoogd om beter aan te sluiten bij de daadwerkelijke behandelkosten. Dit zou dan impliceren dat er vanaf 2023 meer illegaal gekapt is. Voor 2024 is het daarom ook nadrukkelijk de bedoeling om scherp te letten op sporen van niet vergunde kapactiviteiten in de gemeente.

B. Beschikbare toezichtcapaciteit

Er is naar verwachting 2400 uur aan Groene BOA-capaciteit voorhanden in 2024. Geheel 2024 heeft de gemeente de beschikking over 2 Fulltime groene BOA’s (Domein II) die hun noodzakelijke diploma’s behaald hebben en bevoegdelijk uitgerust zijn met handboeien en een wapenstok.

C. Hoe verdelen we de beschikbare toezichtcapaciteit over de diverse taken met prioriteit?

Inspectieprofiel watergebieden Maas, Voorhaven, Leukermeer en Reindersmeer

Arrangement

Patrouillemodel

Deelgebieden

Maas, Voorhaven, Leukermeer en Reindersmeer

Toezichtfrequentie

Gedurende vakantieseizoen dagelijkse inspecties / buiten vakantieseizoen maandelijkse inspecties

Urentotaal voor controles

1000 uren

Waarden

  • Rust

  • Diversiteit

  • Natuurbeleving

  • Cultuurhistorische waarden

Bedreigingen en punten van aandacht voor toezicht

  • Geldig vaarbewijs (snelle motorboot)

  • Negeren in- en uitvaartverbod

  • Brandblusser/reddingsvest aan boord

  • Gebruik deugdelijke dodemansknop/koord

  • Toegestane max. snelheid overschrijden (Leukermeer)

  • Bestuurder snelle motorboot < 18 jaar.

  • Registratienummer goed lees/zichtbaar op snelle motorboot

  • Toezicht op openbare orde en veiligheid op en rondom het water

  • Controle inname ligplaatsen zonder of in afwijking van vergunning

  • Toezicht op verbod watersportvoorzieningen te realiseren

  • Toezicht op visserijwet

  • Toezicht op illegaal kamperen / overnachten

  • Overtredingen van de Opiumwet en gebruik alcohol door minderjarigen

Inspectieprofiel buitengebied en recreatiegebieden v.w.b. overtredingen opgenomen in de APV van de gemeente Bergen

Arrangement

Patrouillemodel

Gebied

Buitengebied

Toezichtfrequentie

Doorlopende controle van het gebied. Bij aanwezigheid in de gebieden oog hebben voor eventuele overtredingen.

Urentotaal voor controles

400 uren

Bedreigingen

  • Overtredingen van de Opiumwet en gebruik alcohol door minderjarigen

  • Plukverbod paddenstoelen

  • Vuur stoken

  • Parkeerexcessen/overlast

  • Voor recreatief nachtverblijf zonder toestemming rechthebbende overnachten

  • Overtredingen VFL.

  • Illegale kap

  • Stroperij

Inspectieprofiel visvijvers en oevers langs de Maas, beken, recreatiegebied het Leukermeer en Kampergeul

Arrangement

Patrouillemodel

Gebied

Rondom de watergebieden

Toezichtfrequentie

Doorlopende controle van het gebied. Bij aanwezigheid in de gebieden oog hebben voor eventuele overtredingen.

Urentotaal voor controles

400 uren

Bedreigingen

  • Visserijwet

  • Overtredingen van de Opiumwet en gebruik alcohol door minderjarigen

  • Stroperij

  • Milieufeiten (o.a. vuur stoken, afval)

  • Illegale visserij

  • Illegaal kamperen

  • Afval achterlaten/dumpen afval

  • Wet dieren (WED)

  • VFL overtredingen. ( o.a. aanlegplaatsen, gebruik steigers, verbod waterscooters, innemen ligplaatsen)

Toezicht en handhaving in de bossen en natuurterreinen waarvoor toegangsbepalingen gelden (overtreding Art. 461 W.v.Str)

Arrangement

Patrouillemodel

Gebied

In en rondom de natuur- en recreatiegebieden van de gemeente Bergen

Toezichtfrequentie

Doorlopende controle van het gebied. Bij aanwezigheid in de gebieden oog hebben voor eventuele overtredingen.

Urentotaal voor controles

600 uren

Waarden

  • Bebossing en open gebied

  • Recreatief en agrarisch

Bedreigingen

  • Zwemmers in natuurgebieden (Reindersmeer)

  • Aan de oevers recreërende mensen

  • Loslopende hond(en)

  • Ruiters buiten aangegeven ruiterroute

  • ATB’ers op gemarkeerde wandelroutes

  • Met gemotoriseerd verkeer (crossmotoren/quads/auto’s)

  • Het zich begeven buiten wegen en paden

  • In gebied begeven tussen zonsondergang en zonsopgang

  • Achterlaten afval en illegale stort van afval

  • Vernielingen aanbrengen

  • Stroperij

  • Vuur stoken

  • Illegale kap

  • Overtredingen van de Opiumwet en gebruik alcohol door minderjarigen

D. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Doelstellingen Groene Kleurspoor

  • 1.

    Er wordt gedurende het gehele jaar conform de vastgestelde inspectieprofielen gecontroleerd (in totaal 2400 uur aan patrouilles).

  • 2.

    De groene BOA’s zijn 70% van hun werkzame tijd buiten in het veld actief. In 2024 worden gevallen van illegale kap actief opgespoord.

  • 3.

    We zijn een gemeente met veel natuur waar veel in wordt gerecreëerd. Naarmate de gebieden drukker bezocht worden wordt hier ook meer actief en structureel gecontroleerd op de naleving van regelgeving. In de regel is er in de winter iedere dag altijd 1 groene of blauwe BOA in het veld actief. In de drukke weekenden gedurende de zomerperiodes kan het noodzakelijk worden geoordeeld dat er 2 of zelfs 3 BOA’s actief moeten zijn.

  • 4.

    Op jaarbasis wordt als indicatie gehanteerd dat minstens 70 processen-verbaal worden uitgeschreven bij reguliere vervulling van werkzaamheden. Het behalen van dit aantal is geen doel op zich.

  • 5.

    In 2024 vindt er rondom natuurgebieden stelselmatige opsporing plaats van illegale gronddepots, kappen van bomen, nieuwe ongemelde of onvergunde uitwegen, oneigenlijk gebruik van recreatiegebieden en hondenoverlast.

  • 6.

    In 2024 zal het meest intensief door de groene BOA’s gecontroleerd worden op de volgende plekken: Het Eendenmeer, het Reindersmeer,het Leukermeer, de Baand (zuidelijke hoogwatergeul) evenals de bekende drukke plekken langs de Maas.

  • 7.

    Er worden 6 grootschalige acties gepland om in samenwerking met BOA’s die aangesloten zijn bij het regionale handhavingsconvenant te controleren op onder andere illegale mountainbike-, motorcross- en stroperij-activiteiten. Tijdens deze acties wordt ook gecontroleerd op onder andere overtredingen.

  • 8.

    In 2024 zal één van de groene BOA’s een projectleidersrol vervullen om met collega BOA’s van het SBB, het Limburgs Landschap en de Provincie (ongeveer 4 a 6 personen) twee kleinschalige acties organiseren op het gebied om de illegale cross- en mountenbike-prakijken aan te pakken.

  • 9.

    Iedere groene BOA heeft minstens 1 keer per maand weekenddienst. Daarnaast is er voor die weekenden dat er geen groene BOA in het veld actief is gewaarborgd dat één groene BOA piketdienst heeft en bereikbaar en voor inzet paraat is, indien zich calamiteiten voordoen of er bijzondere meldingen binnenkomen.

  • 10.

    Tijdens Nederlandse en Duitse feestdagen evenals vakanties is er in 2024 altijd een groene BOA op Bergen grondgebied actief.

  • 11.

    Per kwartaal worden geanonimiseerde overzichten van alle overtredingen die de BOA’s op het grondgebied van de gemeente Bergen gesignaleerd hebben aan SSiL aangeleverd om deze voor intern gebruik op een interactieve kaart zichtbaar te maken.

  • 12.

    In 2024 heeft de controle op het correct gebruik van routes door de diverse doelgroepen (wandelaars, mountainbikers, ruiters) prioriteit. Met name het gebruik van intensieve wandelroutes door mountainbikers dient daar waar dit niet is toegestaan aangepakt te worden.

  • 13.

    In 2024 wordt er tenminste 80 uur besteed aan controles op de openbare wateren van de gemeente. Hierbij is met name oog voor illegale overnachtingen op boten op de nieuwe openbare wateren nabij de voorhaven.

  • 14.

    In 2024 worden ervoor gezorgd dat de noodzakelijke certificaten verkregen worden om de marifoon op de patrouilleboot te mogen bedienen.

  • 15.

    In 2024 is er wordt er bij de diverse gebiedscontroles nadrukkelijk aandacht voor het opsporen van gevallen waarin gronden zonder noodzakelijke vergunning worden afgeplagd, sloten zonder toestemming worden gedicht of nieuw worden gegraven, mest in strijd met milieuregelgeving wordt aangebracht op gronden en/of wordt opgeslagen, paden kapot worden gereden en houtwallen (geleidelijk) structureel worden uitgedund of geveld.

4.3. Juridische handhavingstaken

A. Taken en prioriteiten

Het is de primaire insteek van het handhavingsbeleid om te bezien of er in onderling overleg goede structurele oplossingen gevonden kunnen worden voor activiteiten die overtredingen opleveren. Voor die zaken die niet in goed overleg opgelost kunnen worden en waar een handhavingsprocedure voor gestart worden, geldt het volgende. Indien er sprake is van een werkvoorraad van nieuwe handhavingszaken dienen de zaken die op basis van de het onderstaande schema de hoogste score hebben gekregen het eerste opgepakt te worden.

Score-onderdelen die de prioriteit van de op te pakken zaken uitmaken

Punten

  • 1)

    De ernst van het concrete feitencomplex en de negatieve gevolgen voor de leefomgeving bij niet handhaven. Voorbeeld: Is er sprake van een constructieve wijziging ten opzichte van de vergunde situatie of gaat het om “cosmetische” wijzigingen aan het pand. Ander voorbeeld: De aard van de doeleinden waarvoor de bouwwerken gebruikt worden en de kans dat daarbij ongelukken ontstaan. Te denken is aan de opslag van gevaarlijke stoffen, giftige dampen in onvoldoende geventileerde gebouwen etc. (20)

  • 2)

    Lengte termijn dat overtreding al voortduurt (recente overtredingen behoren meer prioriteit te hebben dan lang bestaande) / actualiteit van regels op basis waarvan gehandhaafd wordt (indien ze ten gunste van de overtreder zullen wijzigen is handhaving minder dringend) (10)

 
  • 3)

    Rendement van handhaving (kans op succes optreden afgezet tegen de kosten en tijd) (10)

 
  • 4)

    Legaliseerbaarheid van de situatie. Zaken die legaliseerbaar zijn worden niet op het spits gedreven. (5)

 
  • 5)

    Overtreding visueel waarneembaar voor derden al dan niet vanaf openbare weg (5)

 
  • 6)

    Verwachte duur overtreding zonder maatregelen (hoe korter hoe minder punten) (5)

 
  • 7)

    Financieel voordeel overtreder bij overtreding (5)

 
  • 8)

    Individuele belangen andere burgers in gedrang (5)

 
  • 9)

    Ontstaat er een negatief precedent bij het nalaten maatregelen te treffen? (5)

 
  • 10)

    Werkt situatie andere overtredingen in de hand (5)

 
  • 11)

    Heeft de overtreder zich eerder aan (een vergelijkbare) overtreding schuldig gemaakt (5)

 
  • 12)

    Imago gemeente (hoe beter hoe meer punten) (5)

 
  • 13)

    Verwijtbaarheid en verschoonbaarheid overtreder (5)

 
  • 14)

    Wordt de overtreding daadwerkelijk beëindigd door handhavend op te treden of is het waarschijnlijk dat de overtreding zich verplaatst naar een andere locatie, of handhaving tot andere problemen leidt (5)

 
  • 15)

    Spelen er op het terrein van andere disciplines zaken die met de overtreding samenhangen (integrale handhaving: gebiedaspecten, milieuaspecten etc.) (5)

 
  • 16)

    Lopende projecten, gevallen van dezelfde aard die projectmatig worden aangepakt worden eerder behandeld. (5)

 
  • 17)

    De hoogte van de leges en tijd die het kost om de noodzakelijke procedures te doorlopen zijn voor mensen ook belangrijke argumenten om te overwegen of zij wel of niet bereid zijn om de geplande activiteiten te laten vergunnen. (5)

 
  • 18)

    Persoonlijke omstandigheden en financiële draagkracht van de overtreder. (5)

 
  • 19)

    Gelijkheidsbeginsel (leidt het treffen van handhavingsmaatregelen ertoe dat er capaciteitsproblemen kunnen ontstaan door precedentenwerking omdat er veel soortgelijke gevallen in de gemeente spelen). Kun je het maken om er niet-projectmatig tegen op te treden? (5)

 

TOTAAL

 

B. Benodigde en beschikbare personele capaciteit

Juridische / beleidstechnische handhavingstaken uitgevoerd door vast personeel

Benodigde uren op jaarbasis bij vast personeel

Voeren van (minnelijk) overleg, voorlichting bieden, aanschrijvingen vervaardigen en juridische procedures begeleiden m.b.t. overtredingen RO/bouw/APV/Brandveiligheid

1450 uur

Aanschrijvingen vervaardigen en juridische procedures begeleiden m.b.t. overtredingen milieu

50 uur

Handhavingscoördinatie, begeleiding van stagiaires, toezicht houden op programmatische aansturing, inrichting van zaaksystemen en opstellen van werkprocessen

150 uur

Opstellen van jaarprogramma, -jaarverslag (inclusief BOA-jaarverslag voor politie)

100 uur

Beleidsadvieswerk (inclusief advisering implementatie van nieuwe wet- en regelgeving)

200 uur

Werkzaamheden van VTH-coördinator in het lijnmanagersoverleg van de RUD en de RUD-werkgroep Beleid

150 uur

TOTAAL BENODIGD

2300 uur

TOTAAL BESCHIKBAAR

2300 uur

C. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Doelstellingen (juridische) handhavingsinspanningen

  • 1.

    Er wordt gestreefd om tenminste 55 nieuwe handhavingszaken op jaarbasis op te pakken

  • 2.

    Er wordt naar gestreefd om zoveel mogelijk maar minimaal 25% van de zaken in de informele fase via goed overleg en onderzoek naar toelaatbare alternatieven op te lossen

  • 3.

    Er wordt naar gestreefd om tenminste 55 handhavingszaken op jaarbasis op te lossen en af te ronden

  • 4.

    Minstens 80% van de handhavingsbeschikkingen hebben standgehouden op het moment dat ze onherroepelijk worden.

  • 5.

    In 100% van de gevallen waarin dwangsommen verbeurd zijn of kosten bestuursdwang zijn gemaakt op basis van handhavingsbesluiten worden invorderingsinspanningen verricht om verbeurde dwangsommen of de kosten van bestuursdwang geheel te verhalen.

Hoofdstuk 5: Wijze van uitvoering controles

5.1 Wordt er aangekondigd of onaangekondigd gecontroleerd?

Het toezicht gebeurt normaal gesproken aangekondigd, tenzij de inschatting is dat door een onaangekondigde controle plaats te laten vinden (verrassingselement) een meer natuurgetrouw en vollediger beeld verkregen kan worden van de situatie zoals die zich normaal gesproken in de praktijk voordoet.

5.2 Hoe wordt inhoud gegeven aan efficiënte en effectieve toetsing door integraal te werken?

Beleidskeuzes integraal toezicht gemeente Bergen

  • 1.

    Toezicht- en handhavingsactiviteiten worden na het officiële startmoment door alle medewerkers in het voor de gehele organisatie ter beschikking staande RXmission-systeem of Djuma-systeem geregistreerd

  • 2.

    Bij het uitvoeren van de controletaken die een toezichthouder voor zijn eigen vakdiscipline heeft raadpleegt deze altijd de gemeentelijke zaaksystemen om te bezien of er op de te controleren locatie ook zaken spelen m.b.t. het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken ter zake van andere vakdisciplines. Indien er ook vanuit andere disciplines betrokkenheid bij de locatie is wordt met de betrokken vakambtenaar afgestemd of het wenselijk is om samen of voor elkaar actie te ondernemen.

  • 3.

    Controles waarbij er door één integrale handhaver geheel zelfstandig meerdere vakdisciplines wordt gecontroleerd vinden in de gemeente Bergen vooralsnog niet plaats. De specialistische kennis die vereist is om er op een adequaat niveau op te toe te kunnen zien of zowel bouw-, milieu- en brandveiligheidsregelgeving wordt nageleefd is momenteel niet binnen de organisatie voorhanden. Wel dient er bij gebiedsgericht toezicht een oog en oorfunctie vervuld te worden voor wat de overtredingen van het omgevingsrecht aangaat die in de diverse toezichtsgebieden prioriteit hebben en vooraf op lijsten zijn opgesomd.

  • 4.

    In volgorde van de frequentie van toepassing (waarbij de belangrijkste vorm als eerst genoemd wordt) vindt integraal toezicht in de gemeente Bergen als volgt plaats:

    • a.

      Voor toezichthouders geldt een zogenaamde ‘oog- en oorfunctie’ hebben en collega’s informeren indien er een (vermoedelijke) overtreding wordt geconstateerd. De geïnformeerde vakspecialist zal vervolgens een gerichte controle ter plaatse uitvoeren.

    • b.

      In een enkel geval wordt er binnen de gemeente Bergen een handhavingsteam samengesteld. Indien dit gebeurt, is dat een uitwerking van een handhavingsproject.

  • 5.

    In de gemeente Bergen is ervoor gekozen het gemeentebestuur respectievelijk de burgemeester zich van een mix van preventieve en repressieve maatregelen evenals minnelijke afspraken en civiele acties te laten bedienen.

5.3 Samenwerking met andere bestuursorganen, organisaties en dienstverleners

Regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUDLN)

Op 27 maart 2012 is de ‘Bestuursovereenkomst RUD Limburg-Noord’ (Bok RUDLN) door alle Noord- en Midden-Limburgse gemeentes ondertekend. In deze overeenkomst is onder andere bepaald dat er met het oog op het uitvoeren van de toezichtstaken conform de kwaliteitscriteria die hier krachtens de Wabo (en naar huidig recht de Omgevingswet) aan gesteld worden diverse toezichtstaken op het gebied van milieuregelgeving bij de RUDLN zijn ondergebracht. Het betreft de volgende toezichtstaken.

  • Toezicht op: Sloopwerkzaamheden in opdracht van bedrijven of instellingen.

  • Het oprichten en in werking hebben van een omgevingsvergunningplichtige inrichting waarvoor B&W het bevoegd gezag is. Dit betreft in totaal circa 1/3 van de inrichtingen in onze gemeente.

  • Activiteiten waarvoor krachtens provinciale verordening een vergunning is vereist.

  • Activiteiten die op 1 januari 2009 aanlegvergunningplichtig zijn op grond van de Wro.

  • Activiteiten met stoffen, preparaten en GGO’s die onder een Amvb op grond van titel bodemkwaliteit voor zover het die activiteiten betreft.

  • Het milieutoezicht bij bodemsanering, sanering van bedrijfsterreinen en lozing van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering voor zover het die activiteiten betreft.

  • Het milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen en ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen, asbest, vuurwerk, bouwstoffen, grond, baggerspecie, meststoffen, dierlijke vetten, radioactief schroot, destructiemateriaal, explosieven voor civiel gebruik of andere gevaarlijk stoffen, voor zover het die activiteiten betreft. Het gaat hierbij om het ketengerichte toezicht.

De hiervoor genoemde taken worden de basistaken genoemd, waarvoor bij wet is bepaald dat deze bij een RUD ondergebracht moeten worden. De Bok RUDLN is inmiddels aangepast vanwege nieuwe inzichten waaronder de toename van taken die bij de RUD worden belegd. De wens van meerdere partners was om meer taken dan enkel de basistaken onder de RUD-paraplu te brengen. Verder zijn taken van de provincie overgeheveld naar de gemeenten welke ook bij de RUD zijn belegd.

Met ingang van 1 januari 2015 heeft de gemeente Bergen alle milieutaken onder de RUD-paraplu gebracht. Het betreft alle vergunningverlening, toezicht, handhaving en specialistische taken op het gebied van milieu. Daarnaast is het specialisme ‘constructieve veiligheid’ onder de RUD-paraplu gebracht. De situatie is momenteel zo dat het milieutoezicht bij agrarische bedrijven in de gemeente Bergen in de praktijk via de RUD Limburg-Noord uitgevoerd wordt. Het milieutoezicht bij de overige bedrijven in onze gemeente wordt in principe uitgevoerd door de eigen gemeentelijke toezichthouder milieu. In 2016 is de gemeentelijke Kwaliteitsverordening vastgesteld waarin bepaald is op welke wijze we aan de regionale kwaliteitseisen op het gebied van de uitvoering van WABO-taken willen voldoen. Deze is eind 2023 aangepast voor de introductie van de Omgevingswet. Sinds oktober 2017 geldt een Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN). Zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-61521.html

Bij de omzetting van het basistakenpakket van wet- en regelgeving onder de Wabo naar de Omgevingswet is het uitgangspunt dat deze omzetting beleidsneutraal is. Door het vervallen van het begrip ‘milieu-inrichting’ en met het overhevelen van enkele taken van de Provincie naar gemeentes zijn er in 2024 weel wat taken bij de gemeente bijgekomen.

Samenwerking met politie en justitie

In de Sanctie- en gedoogstrategie Limburg die ook door de gemeente Bergen gevolgd wordt is bepaald in welke gevallen politie en justitie bij handhavingszaken betrokken worden. Ten aanzien van milieugerelateerde overtredingen wordt de overtreding van de zogenaamde ‘gekwalificeerde kernbepalingen’ ook aan de politie gemeld opdat deze ook strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. Daarnaast worden overtredingen van de regels van het omgevingsrecht die niet via bestuursrechtelijke maatregelen hersteld kunnen worden en een overtreding van de Wet economische delicten of andere strafrechtelijke wetsartikelen opleveren bij de politie gemeld.

Daarnaast wordt de politie om assistentie gevraagd in handhavingszaken waar de gemoederen hoog op kunnen lopen en toezichthouders zich bedreigd kunnen voelen of bij het verrichten van hun taken onrechtmatig gehinderd worden door de overtreders of andere belanghebbenden.

Samenwerking met BOA’s van Het Limburgs landschap, de provincie Limburg en het waterschap

Momenteel zijn er van verschillende instanties buitengewone opsporingsambtenaren en toezichthouders actief op het grondgebied van de gemeente Bergen. Tot deze instanties behoren onder andere: Natuurmonumenten, sportvisserij Limburg, Staatsbosbeheer, Provincie Limburg, de politie en het Limburgs Landschap.

Ieder van deze opsporingsambtenaren en toezichthouders doet waarnemingen op Bergens grondgebied die ook van waarde voor andere instanties kunnen zijn. Een betere onderlinge communicatie, afstemming en gecoördineerde inzet met betrekking tot bepaalde issues (zoals de aanpak van afval- en asbestdumpingen, crosspraktijken en stroperij) kan een grote meerwaarde voor de gemeente hebben. In januari 2019 heeft de gemeente Bergen ingestemd met het bevoegdheidsconvenant ‘Handhaving in de natuur in de provincie Limburg’.

Dit convenant beoogt een goede samenwerking te bewerkstelligen op het gebied van de informatiewisseling en maakt het tevens mogelijk dat de buitengewoon opsporingsambtenaren van de deelnemende partijen op elkaars grondgebied (werkgebied) van hun bevoegdheden gebruik kunnen maken.

Het grote voordeel van deze convenant-constructie is dat we te allen tijde zelf bepalen kunnen of we assistentie aan andere instanties verlenen en dat we naar believen hulp kunnen vragen aan andere instanties. De coördinatie van oproepen voor gezamenlijke acties ligt bij de Provincie en politie, dus er komt voor de gemeente geen extra coördinerend werk bij, terwijl we er wel voordelen van hebben.

Samenwerking met douane, belastingdienst, NVWA, GGD en arbeidsinspectie

Deze samenwerking is beperkt tot themagerichte integrale handhavingsacties. Wanneer het vermoeden bestaat dat zich op een bepaalde locatie een groot aantal tekortkomingen voordoet die (ook) voor de douane, belastingdienst, voedsel- en warenautoriteit, GGD en/of arbeidsinspectie relevant kunnen zijn worden deze instanties ook voor het uitvoeren van de controle verzocht om aan te geven of zij behoefte hebben deel te nemen aan een onaangekondigde controle op de locatie waar de overtredingen vermoed worden. In het verleden heeft de gemeente Bergen een dergelijke integrale controle op verschillende kampeerterreinen in de gemeente plaats laten vinden.

Inschakelen van professionele rechtshulp (advocaten)

In sommige gevallen kan een bepaald resultaat (herstel in rechtmatige toestand) zowel bereikt worden door een publiekrechtelijk handhavingstraject te volgen als in te steken op een civielrechtelijk handhavingstraject (normaal gesproken is het volgen van het civielrechtelijke traject echter op basis van de zogenaamde ‘Tweewegen-leer’ uitgesloten wanneer een publiekrechtelijk traject gevolgd kan worden). In deze situaties heeft het de voorkeur in te steken op het volgen van een publiekrechtelijk handhavingstraject. Voor het initiëren van civielrechtelijke procedures geldt namelijk vaak verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat wat de gemeente veel geld kan kosten. Met het oog op het beperken van de met handhavingprocedures gemoeide kosten dient er zo spaarzaam mogelijk gebruik gemaakt te worden van de inschakeling van professionele rechtshulp.

Indien de gemeente zelf aansprakelijk wordt gesteld in een civiele procedure bestaat er echter vaak de mogelijkheid om deze kwestie door de verzekeraar te laten behandelen omdat de gemeente hiervoor verzekerd is.

Regionaal uitvoeringsteam (ACT / RIT) en het Flexibel regionaal uitvoeringsteam (FRIT)

Er worden in 2021 ervaringen opgedaan in het Regionaal uitvoeringsteam (RIT) en het Flexibel regionaal uitvoeringsteam (FRIT), het eerste team heeft ten doel ondermijning tegen te gaan, het tweede team heeft ten doel overtredingen met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten tegen te gaan.

Door deze samenwerking wordt beoogd om belasting-, premie-, uitkeringsfraude terug te dringen, misbruik en oneigenlijk gebruik van toeslagen alsmede overtredingen van arbeidswetgeving en daarmee samenhangende misstanden de kop in te drukken en concrete aanknopingspunten te vinden die voor toetsen op basis van de Wet BIBOB relevant zijn. De bedoeling is dat tijdens de looptijd van deze pilot alle risicovolle werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters en de samenhang tussen deze actoren voor de gemeente Bergen in beeld gebracht wordt.

Dit onderzoek zal in samenwerking met 8 landelijke ketenpartners (waaronder de belastingdienst, de Immigratie- en naturalisatiedienst, het UWV, de SVB en de inspectie SZW) plaatsvinden. Om onderling relevante gegevens uit te kunnen wisselen en samen te kunnen werken is begin 2021 een convenant tussen partijen gesloten en heeft de gemeente Bergen ook de “Samenwerkingsovereenkomst voor Interventieteams 2017 (LSI)”.

Samenwerking met Veiligheidsregio Limburg Noord

De VRLN beoordeeld de risico’s van branden, rampen en crises en gaat in op de mogelijkheden deze incidenten te voorkomen, te beperken, de zelfredzaamheid te versterken en de maatregelen om het brandweeroptreden zo goed en veilig mogelijk te kunnen laten plaatsvinden. Hiervoor adviseert de VRLN de gemeente Bergen risicogericht in het kader van de vergunningverlening op het gebied van omgevings- en brandveiligheid. Ook voert de VRLN op dit gebied het toezicht uit en adviseert het de gemeente Bergen in het kader van handhaving. De VRLN rapporteert per kwartaal jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en de communicatielijnen zijn kort en goed.

Hoofdstuk 6: Vormgeving juridisch handhavingstraject (aanschrijvingstraject)

Na het constateren van een overtreding wordt de sanctiestrategie gehanteerd volgens standaard het driestappentraject. Binnen de gemeentelijke organisatie zal de sanctiestrategie zoveel mogelijk uniform toegepast worden. Een op te leggen sanctie kan zijn: een last onder dwangsom, bestuursdwang of het intrekken van een vergunning/ontheffing.

Standaard: 3-stappentraject

De keuze voor drie stappen is ingegeven door het inzicht dat enerzijds een overtreder de ruimte dient te krijgen zijn gedrag aan te passen en maatregelen moet kunnen nemen. Anderzijds mag het handhavingstraject niet onevenredig lang worden met het gevaar dat er onvoldoende zicht is op het beëindigen van de illegale situatie.

  • 1.

    Mondeling contact en eerste aanschrijving (sommatiebrief)

  • De overtreder wordt door middel van een brief op de overtreding gewezen en krijgt de mogelijkheid om binnen een gestelde termijn de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. In alle gevallen waarin dit (redelijkerwijs) mogelijk is dient vóór het versturen van de eerste brief mondeling contact gezocht te worden om de overtreder in kennis te stellen van de actie die vanuit de gemeente geïnitieerd zal worden naar aanleiding van de bevindingen. Wanneer tijdens dit mondelinge contact goede afspraken gemaakt kunnen worden over de beëindiging van de overtreding kan ervoor gekozen worden om het versturen van de sommatiebrief achterwege te laten. Het achterwege laten van de sommatiebrief dient echter uitzondering te vormen om vertragingstactieken de kop in te drukken en geen misverstanden te laten bestaan over datgeen wat concreet gevorderd wordt.1 Mensen wordt vooraf medegedeeld dat ze deze brief kunnen verwachten en waarom deze gestuurd wordt. Bij de overtreding van een kernvoorschrift in de milieuvergunning volgt direct een brief naar het Openbaar Ministerie.

  • 2.

    Hercontrole en vooraanschrijving zienswijze

  • Als geconstateerd wordt dat aan het eerste schrijven geen gehoor is gegeven, wordt naar de overtreder een bestuurlijke waarschuwing verstuurd met een nieuwe termijn. Daarbij wordt duidelijk gemaakt welke sancties de gemeente open staan om de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. De politie (het Openbaar Ministerie) heeft hierbij de mogelijkheid om ook strafrechtelijk op te treden. De keuze om wel of niet strafrechtelijk op te treden is volledig aan het Openbaar Ministerie te bepalen. Strafrechtelijk optreden is hier wel als uitgangspunt gehanteerd.

  • 3.

    Oplegging en uitvoering bestuursrechtelijke beschikking

  • Als ook de bestuurlijke waarschuwing niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, legt de gemeente conform de procedure van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb-procedure) een handhavingsbeschikking op. Na het verstrijken van de termijn in deze beschikking worden de aangekondigde sancties geëffectueerd.

Afwijkend: 2-stappentraject

Van het 3-stappentraject kan in de volgende situaties worden afgeweken:

  • Indien legalisatie van overtreding praktisch uitgesloten is

  • In geval van recidive (notoire overtreders van voorschriften van niet geringe ernst)

In dat geval zijn dit de twee stappen:

  • 1.

    Vooraanschrijving met gelegenheid zienswijze in te dienen

  • 2.

    Handhavingsbesluit met redelijke begunstigingstermijn

Uitzonderlijk: 1-staptraject

In voorkomende acute gevallen of onomkeerbare situaties kan bestuursdwang mondeling worden aangezegd en meteen worden geëffectueerd. Naderhand dient de bestuursdwang alsnog op schrift te worden gesteld en bekend te worden gemaakt. Hieronder staan enkele voorbeelden:

  • levensbedreigende situaties (bijvoorbeeld bij instortingsgevaar);

  • brandgevaarlijke situaties, die acuut levensbedreigend kunnen zijn;

  • het stilleggen van de bouw in het geval van illegale bouw of onvoorziene veiligheid- of gezondheidssituaties tijdens vergunde bouwwerkzaamheden;

  • illegale sloop (bijvoorbeeld met asbest) of onvoorziene veiligheid- of gezondheidssituaties tijdens vergunde sloopwerkzaamheden;

  • aantasting van monumentale waarden;

  • bedreiging van de openbare orde.

In dat geval is dit de enige stap:

  • 1.

    Handhavingsbesluit met korte of geen begunstigingstermijn (deze volgt al dan niet onverwijld na het toepassen van bestuursdwang en opmaken van een proces-verbaal)

Wanneer bestuursrechtelijk optreden geen oplossing biedt, bijvoorbeeld omdat er sprake is van onherstelbare schade, vindt overleg met de politie plaats om tot een strafrechtelijke vervolging te komen.

Hoofdstuk 7: Waarborging middelen en inzet personele capaciteit

7.1 Benodigde en beschikbare capaciteit vergunningverleningstaken

afbeelding binnen de regeling

* Deze toetsingscapaciteit wordt door een medewerker buiten het VTH-team geleverd. De vergunningverlening zou wel binnen het team belegd moeten worden in 2024.

** Een probleem ontstaat wanneer het om meer uren gaat of gaat over vergunningsgerelateerde zaken waar ook een handhavingstraject speelt. In de loop van 2024 wordt onderzocht of hier een oplossing voor gevonden kan worden.

7.2 Benodigde en beschikbare capaciteit toezicht- en handhavingstaken

afbeelding binnen de regeling

7.3 Financiële borging

afbeelding binnen de regeling

Ondertekening

Bijlage 1 Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 2 Kwadrantenkaart gemeente Bergen

afbeelding binnen de regeling


Noot
1

Immers, wanneer dit niet gebeurd en na verloop van tijd blijken mocht dat afspraken toch niet worden nagekomen dient er eerst nog eens een vooraanschrijving verstuurd te worden alvorens een handhavingsbesluit genomen kan worden.