Algemene plaatselijke verordening gemeente Epe 2024

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

Algemene plaatselijke verordening gemeente Epe 2024

Besluit van de raad van de gemeente Epe tot vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Epe 2024;

De raad van de gemeente Epe;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023, zaaknr. 920343;

overwegende dat:

• een groot aantal artikelen uit de Algemene plaatselijke verordening (Apv), betrekking hebbende op de fysieke leefomgeving, zijn opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving (Vfl) reden geven de Algemene plaatselijke verordening (Apv) van de gemeente Epe geheel te herzien;

• het wenselijk is deze gelegenheid te benutten de redactionele wijzigingen te verwerken die de VNG in een ledenbrief heeft geadviseerd met betrekking tot de nieuwe Alcoholwet en heeft doorgevoerd in de model-Apv;

• het eveneens wenselijk is de voorgestelde wijzigingen te verwerken die de VNG in de leden brieven in 2023 en 2024 heeft aangegeven;

• het wenselijk is een aantal aanpassingen en verbeteringen door te voeren;

gelet op:

de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c, 25d en 25e van de Alcoholwet, de Omgevingswet en de op grond van deze wet vastgestelde algemene maatregelen van bestuur, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de Kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;

b e s l u i t:

vast te stellen de Algemene plaatselijke verordening gemeente Epe 2024.

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Definities

Artikel 1:2 Beslistermijn

Artikel 1:3 (vervallen)

Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing  

Artikel 1:7 Termijnen

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

Artikel 1:9 (vervallen)

Artikel 1:10 (vervallen)

Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van onregelmatigheden

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

Artikel 2:2 Messen en andere voorwerpen als steekwapen

Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

Artikel 2:4 Afwijking termijnen

Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens

Artikel 2:6 Verspreiden van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd

Artikel 2:8 Dienstverlening

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen

Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien van de weg en veilig gebruik van openbare plaatsen

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaatsen

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg

Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

Artikel 2:16 Openen straatkolken

Artikel 2:17 Kelderingangen

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen

Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp

Artikel 2:20 Vallende voorwerpen

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs

Afdeling 3 Evenementen

Artikel 2:24 Begripsbepalingen

Artikel 2:25 Evenementen  

Artikel 2:25a Behandel- en indieningstermijn aanvraag evenementenvergunning

Artikel 2:26 Ordeverstoring  

Afdeling 4 Toezicht op openbare gelegenheden

Artikel 2:27 Definitie

Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare gelegenheden

Artikel 2:28a Nadere eisen

Artikel 2:29 Sluitingstijden

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting  

Artikel 2:31 Verboden gedragingen  

Artikel 2:32 Handel binnen openbare gelegenheden

Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan

Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet

Artikel 2:34 Begripsbepalingen

Artikel 2:34a Regulering paracommerciële rechtspersoon

Artikel 2:34b Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen

Artikel 2:34c Beperking Happy hours

Artikel 2:34d Proeverijen in slijtlokalen

Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf

Artikel 2:35 Begripsbepalingen

Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie

Artikel 2:37 Nachtregister  

Artikel 2:38 Verschaffen gegevens verblijfsregister  

Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

Artikel 2:40 Kansspelautomaten

Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal

Artikel 2:42 Plakken en kladden

Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen

Artikel 2:44a Verbod op het vervoeren van geprepareerde voorwerpen

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen

Artikel 2:46 Rijden over bermen

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik

Artikel 2:48a Lachgasverbod

Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten

Artikel 2:50a Gebiedsontzegging

Artikel 2:50b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties

Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein

Artikel 2:53 Bespieden

Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur

Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren

Artikel 2:56 Alarminstallaties

Artikel 2:57 Loslopende honden

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en landbouwdieren

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden

Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

Artikel 2:61 Wilde zwijnen

Artikel 2:61a Zwartwildraster

Artikel 2:62 Loslopend vee

Artikel 2:63 Duiven

Artikel 2:64 Bijen

Artikel 2:65 Bedelarij

Afdeling 9 Bepalingen ter bestrijding van begunstiging van goederen

Artikel 2:66 Begripsbepaling

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht

Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen

Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven

Afdeling 10 Consumentenvuurwerk

Artikel 2:71 Definitie

Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens verkoopdagen

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

Artikel 2:73a Carbid schieten

Afdeling 11 Drugsoverlast

Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik

Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding

Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen

Artikel 2:77a Gebiedsontzeggingen

Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

Afdeling 13 Het tegengaan van ondermijning

Artikel 2:79 Dragen gevaarlijke voorwerpen

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen of ruimten 

Artikel 2:81 Begripsbepalingen

Artikel 2:82 Aanwijzing gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige Activiteiten

Artikel 2:83 Vergunning uitoefening bedrijf

Artikel 2:84 Vergunningaanvraag

Artikel 2:85 Intrekking en weigeringsgrond van de vergunning

Artikel 2:86 Sluiting bedrijf

Artikel 2:87 Geboden en verboden exploitant

Artikel 2:88 Uitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande gevallen

Artikel 2:89 Positieve beschikking bij niet tijdig beslissen

Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en dergelijke

Afdeling 1 Begripsbepalingen

Artikel 3:1 Begripsbepalingen

Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan

Artikel 3:3 Nadere regels

Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie en sekswinkels

Artikel 3:4 Seksinrichtingen

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder

Artikel 3:6 Sluitingstijden

Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden en (tijdelijke) sluiting

Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder

Artikel 3:9 Straatprostitutie

Artikel 3:10 Sekswinkels

Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen en afbeeldingen

Afdeling 3 Beslistermijn en weigeringsgronden

Artikel 3:12 Beslistermijn

Artikel 3:13 Weigeringsgronden

Afdeling 4 Beëindiging exploitatie en wijziging beheer

Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie

Artikel 3:15 Wijziging beheer

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

Afdeling 1 Voorkomen of beperken geluidshinder en hinder door verlichting

Artikel 4:1 Definities

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten

Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten

Artikel 4:5 Onversterkte muziek

Artikel 4:5a Geluidhinder in de openlucht

Artikel 4:5b Geluidhinder door dieren

Artikel 4:5c Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen

Artikel 4:5d Geluidhinder door vrachtauto’s

Artikel 4:5e Routering

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging

Artikel 4:7 Verbod oplaten ballonen

Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen

Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen

Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden

Artikel 4:10 Begripsbepalingen

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Artikel 4:11a Herplant- en instandhoudingsplicht

Artikel 4:11b Bestrijding van boomziekten

Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege

Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast

Artikel 4:13 Opslag van voertuigen, vaartuigen, mest en afvalstoffen

Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik meststoffen

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame

Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame

Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen

Artikel 4:17 Begripsbepaling

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen

Artikel 4:20 Paddenstoelen en mossen

Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente

Afdeling 1 Parkeerexcessen en stopverbod

Artikel 5:1 Begripsbepalingen

Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf

Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen

Artikel 5:4 Defecte voertuigen

Artikel 5:5 Voertuigwrakken

Artikel 5:6 Kampeermiddelen

Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen

Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen

Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen andere dan op de rijbaan

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets

Afdeling 2 Collecteren

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurswerving  

Afdeling 3 Venten

Artikel 5:14 Begripsbepalingen

Artikel 5:15 Ventverbod

Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting

Afdeling 4 Standplaatsen

Artikel 5:17 Begripsbepaling

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalen

Artikel 5:21 Gereserveerd

Afdeling 5 Snuffelmarkten

Artikel 5:22 Begripsbepalingen

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatwerken

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen

Artikel 5:26 Aanwijzing ligplaats

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen

Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

Artikel 5:32 Crossterreinen

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

Afdeling 8 Vuurverbod

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten gebouwen, instellingen en openbare gelegenheden

Afdeling 9 As verstrooiing

Artikel 5:35 Begripsbepaling

Artikel 5:36 Verboden plaatsen

Artikel 5:37 Hinder of overlast

Hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6:1 Sanctiebepaling

Artikel 6:2 Toezichthouders

Artikel 6:3 Binnentreden woningen

Artikel 6:4 Intrekken en vervallenverklaring oude verordeningen

Artikel 6:5 Overgangsbepaling

Artikel 6:6 Inwerkingtreding nieuwe verordening

Artikel 6:7 Citeertitel

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

• bebouwde kom: de bebouwde kom of -kommen weergegeven op de kaarten in bijlage 1 bij de toelichting van deze verordening;

• bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit in relatie tot een wet;

• bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in bijlage 1 van de begripsbepalingen in de Verordening fysieke leefomgeving (verder Vfl);

• constructie: een bouwsel dat dient om een opschrift, aankondiging of afbeelding aan te bevestigen;

• gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;

• openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet op de openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;

• openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op een andere wijze toegankelijk zijn;

• rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

• Vfl: Verordening fysieke leefomgeving;

Artikel 1:2 Beslistermijn

1. Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

3. (vervallen)

4. (vervallen)

Artikel 1:3

(vervallen)

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen

1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn of

e. de houder dit verzoekt.

Artikel 1:7 Termijnen

1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

2. Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet meer mogelijk is.

Artikel 1:9

(vervallen)

Artikel 1:10

(vervallen)

Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid

Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

1. Het is verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw of vaartuig, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de openbare orde te verstoren.

2. Degene die op een openbare plaats:

a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of

c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing,

is verplicht op bevel van het bevoegde gezag zijn weg te vervolgen of zich in de door het bevoegde gezag aangewezen richting te verwijderen.

3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het derde lid.

5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2:2 Messen en andere voorwerpen als steekwapen

1. Het is verboden, op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen wegen, met inbegrip van daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen, messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen, die als (steek)wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.

2. Het verbod geldt niet voor wapens, behorende tot de categorieën I (gedeeltelijk), II, III en IV van de Wet wapens en munitie en niet voor voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend.

3. Het verbod is niet van toepassing op messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt en die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend.

Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

2. De kennisgeving bevat:

a. naam en adres van degene die de betoging houdt;

b. het doel van de betoging;

c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;

d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;

e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling en

f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs, waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.

5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Artikel 2:4 Afwijking termijnen

(vervallen, opgenomen in artikel 2:3)

Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens

(vervallen, opgenomen in artikel 2:3)

Artikel 2:6 Verspreiden van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

(vervallen, opgenomen in de Vfl onder artikel 6.25)

Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd

(gereserveerd)

Artikel 2:8 Dienstverlening

(gereserveerd)

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen

Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien van de weg en veilig gebruik van openbare plaatsen

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of op openbare plaatsen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.1)

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning) voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.3)

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.4)

Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid

(gereserveerd)

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

(gereserveerd)

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.2)

Artikel 2:16 Openen straatkolken

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 5.49)

Artikel 2:17 Kelderingangen

(gereserveerd)

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 5.50)

Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp

(gereserveerd)

Artikel 2:20 Vallende voorwerpen

(gereserveerd)

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 5.51)

Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 2.13)

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs

(gereserveerd)

Afdeling 3 Evenementen

Artikel 2:24 Begripsbepalingen

1. In deze afdeling wordt onder een evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

a. bioscoop- en theatervoorstellingen;

b. markten als bedoeld in artikel 160 eerste lid, onder h van de Gemeentewet;

c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

d. het in een openbare gelegenheid in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;

e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:18 van deze verordening;

g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f, welke niet plaatsvinden op of aan de weg.

2. Onder een evenement wordt mede verstaan:

a. een herdenkingsplechtigheid;

b. een braderie;

c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening;

d. een feest, muziekvoorstelling, wedstrijd of toertocht op of aan de weg of op het ijs;

e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag of een skeeler-, fiets- of wandeltocht zonder wedstrijdstrijdelement (meldingsplichtig evenement);

f. een (grootschalig) evenement in een sportevenementenhal of een voetbalwedstrijd tegen een team uit het betaalde voetbal;

g. een besloten bijeenkomst voor zover die plaatsvindt op een doorgaans voor het publiek toegankelijke plaats, of waarvoor publiekelijk kaarten worden verkocht en/of publiekelijk reclame wordt gemaakt;

h. het afsteken van vuurwerk door professionele vuurwerkbedrijven;

i. evenementen zijn op de hieronder staande wijze geclassificeerd:

- A-geclassificeerde evenementen, reguliere evenementen zonder risico;

- B-geclassificeerde evenementen, evenementen met een verhoogd risico;

- C-geclassificeerde evenementen, risicovolle evenementen.

3. In deze afdeling wordt onder een meldingsplichtig evenement verstaan:

a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;

b. het evenement plaatsvindt tussen 07.00 uur en 23.30 uur, dit is inclusief de op- en afbouw;

c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur en/of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden;

d. de activiteiten die plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins en geen belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten;

e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 50 vierkante meter.

4. De melding van evenementen ten minste 20 dagen voorafgaand van het evenement is gedaan.

5. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten een meldingsplichtig evenement te verbieden indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Artikel 2:25 Evenementen

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding op grond van artikel 2.1, eerste lid van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen van toepassing is.

3. Geen vergunning is vereist voor een meldingsplichtig evenement, zoals bedoeld in artikel 2:24, derde lid van deze verordening.

4. De organisator c.q. vergunningaanvrager van door de burgemeester aan te wijzen categorieën vechtsportwedstrijden of -gala’s waarvoor een evenementenvergunning verplicht is, is niet van slecht levensgedrag.

5. De burgemeester weigert een vergunning als de organisator c.q. vergunningaanvrager van een evenement als bedoeld in lid 4 van slecht levensgedrag is.

6. De burgemeester en/of het college van burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze afdeling nadere regels vaststellen.

7. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:25a Behandel- en Indieningstermijnen specifieke aanvragen voor een evenementenvergunning

1. Minimaal acht weken voor de geplande aanvang van het vergunningplichtige en

A- geclassificeerde evenement;

2. minimaal twaalf weken voor de geplande aanvang van het vergunningplichtige en

B-geclassificeerde evenement;

3. minimaal vierentwintig weken voor de geplande aanvang van het vergunningplichtige en C-geclassificeerde evenement.

Artikel 2:26 Ordeverstoring

1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren.

Afdeling 4 Toezicht op openbare gelegenheden

Artikel 2:27 Definitie

1. In deze afdeling wordt onder openbare gelegenheid verstaan een hotel, restaurant, pension, een bed & breakfast met ten minste vier slaapplaatsen, een café, waterpijpcafé, cafetaria, afhaalcentrum, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid.

2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

3. Terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare gelegenheid liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of versterkt.

4. Exploitant: degenen die een openbare gelegenheid exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2.28 van deze verordening.

5. leidinggevende: de natuurlijke persoon of personen die onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een openbare gelegenheid.

6. Beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een openbare gelegenheid.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare gelegenheid

1. Het is verboden een openbare gelegenheid te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

2. De burgemeester weigert de vergunning als:

a. de vestiging of de exploitatie van de openbare gelegenheid in strijd is met het tijdelijke Omgevingsplan;

b. als de exploitant of beheerder geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare gelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed en/of de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

4. Geen vergunning is vereist voor een openbare gelegenheid die zich bevindt in een:

a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare gelegenheid een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

b. zorginstelling;

c. museum of

d. bedrijfskantine of -restaurant.

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare gelegenheid, die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet als:

a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en handel hebben voorgedaan in of bij de activiteit of

b. de openbare gelegenheid zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid, van deze verordening.

6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.

7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling.

Artikel 2:29 Sluitingstijden

1. Openbare gelegenheden zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur en op zaterdag en zon- en feestdagen tussen 02.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd).

2. Het is verboden een openbare gelegenheid voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de gelegenheid te laten verblijven na sluitingstijd.

3. De burgemeester kan in een vergunningvoorschrift op basis van artikel 2:28 van deze verordening opnemen dat:

a. in de openbare gelegenheid op maandag tot en met vrijdag na 01.00 uur en op zaterdag en zon- en feestdagen na 02.00 uur geen nieuwe bezoekers meer mogen worden toegelaten en

b. op zaterdag en zon- en feestdagen tussen 04.00 uur en 07.00 uur geen bezoekers meer in de openbare ruimte aanwezig mogen zijn.

4. Het is de houder van een bij de openbare gelegenheid behorende terras verboden op het terras dranken en/of etenswaren te verstrekken of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 24.00 uur en 07.00 uur.

5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

6. Voor een openbare gelegenheid als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, van deze verordening, gelden dezelfde sluitingstijden als voor een winkel.

7. Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin of bij krachtens de Omgevingswet of op grond van deze wet vastgestelde algemene maatregelen van bestuur wordt voorzien.

8. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig verlenen) niet van toepassing.

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, voor één of meer openbare gelegenheden tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:31 Verboden gedragingen in openbare gelegenheden

Het is verboden in een openbare gelegenheid:

a. de orde te verstoren;

b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de gelegenheid gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:29, eerste lid, van deze verordening;

c. buiten het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

Artikel 2:32 Handel binnen openbare gelegenheden

De exploitant van een openbare gelegenheid staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die gelegenheid enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan

Als een openbare gelegenheid geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 van deze verordening op als bevoegd bestuursorgaan.

Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet

Artikel 2:34 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

• alcoholhoudende drank;

• horecabedrijf;

• horecalokaliteit;

• inrichting (activiteit);

• paracommerciële rechtspersoon;

• sterke drank;

• slijtersbedrijf;

• slijtlokaliteiten en

• zwak-alcoholhoudende drank,

dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.

Artikel 234a Regulering paracommerciële rechtspersonen

1. Paracommerciële rechtspersonen die zich voornamelijk richten op het organiseren van activiteiten van sportieve aard kunnen uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken op:

a. maandag tot en met vrijdag vanaf 19.00 uur tot 24.00 uur;

b. zaterdag, zon- en feestdagen vanaf 12.00 uur tot 21.00 uur.

2. Als erbij paracommerciële rechtspersonen, als bedoeld in het eerste lid, wedstrijd- of verenigingsactiviteiten plaatsvinden geldt, binnen de in lid 1 genoemde tijdvakken, de beperking dat het verstrekken van alcoholhoudende drank uitsluitend is toegestaan gedurende de periode die begint één uur voor aanvang van de eerste activiteit en die eindigt twee uur na de beëindiging van de laatste activiteit die past binnen de statutaire doelomschrijving van de paracommerciële rechtspersonen.

3. Het is paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve of educatieve aard, alsmede jongerenwerk, waarbij het faciliteren van sociale en/of culturele interactie een voorname rol speelt toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken van maandag tot en met zondag vanaf 12.00 uur tot 24.00 uur.

4. In afwijking van het gestelde in lid 1 verstrekt een paracommerciële rechtspersoon met een ontheffing sluitingstijd ex. artikel 2:9, lid 5, van deze verordening alcoholhoudende drank tot maximaal de verlengde sluitingstijd.

5. Het is verboden om als paracommercieel rechtspersoon alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens een bijeenkomst van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de rechtspersoon betrokken zijn.

Artikel 234b Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen

1. In afwijking van artikel 2:34a, eerste lid, van deze verordening is het toegestaan om bij bijeenkomsten in het kader van een uitvaart een zogeheten troostborrel te schenken.

2. In afwijking van artikel 2:34a, eerste lid, is het paracommerciële rechtspersonen die zich richten op het organiseren van activiteiten van sociaal-culturele aard toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken bij bijeenkomsten van persoonlijke aard met een maximum van zes keer per kalenderjaar. Dit geldt alleen voor buurt- en dorpshuizen.

3. Voor het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard geldt een meldingsplicht.

Artikel 234c Beperking happy hours

Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 75% van de prijs die daar gewoonlijk voor wordt gevraagd.

Artikel 234d Proeverijen in slijtlokaliteiten

1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.

2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

Afdeling 6 Toezicht op activiteiten tot het verschaffen van nachtverblijf

Artikel 2:35 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt onder openbare gelegenheid verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie

Degene die een openbare gelegenheid opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een openbare gelegenheid staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Artikel 2:37 Nachtregister

(gereserveerd)

Artikel 2:38 Verschaffen gegevens nachtregister

1. Degene die in een gebouw, instelling of openbare gelegenheid nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of de feitelijk leidinggevende van die openbare gelegenheid volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

2. De houder van een nachtverblijf is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden.

3. De houder van een voor hem handelend persoon is verplicht het in het tweede lid bedoeld register aan de burgemeester voor te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze.

Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die Wet.

3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen zoals:

a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;

b. speelgelegenheden waarvoor de raad van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen;

c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.

5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening weigert de burgemeester de vergunning als:

a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid of

b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het (tijdelijke) Omgevingsplan.

6 Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40 Kansspelautomaten

1. In hoogdrempelige inrichtingen als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet op de kansspelen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan.

2. In laagdrempelige inrichtingen als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet op de kansspelen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal

1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2:42 Plakken en kladden

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.17)

Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.18)

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal

1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

3. Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een tas of andere voorwerpen die er kennelijk toe zijn uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen

(gereserveerd)

Artikel 2:46 Rijden over bermen

(gereserveerd)

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

1. Het is verboden op een openbare plaats:

a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, steiger, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

b. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik

1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats of openbaar water, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

2. Het verbod is niet van toepassing op:

a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;

b. een andere plaats, niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen

1. Het is verboden zonder redelijk doel:

a. in een portiek of poort op te houden;

b. op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten

Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen dan wel te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.

Artikel 250a Gebiedsontzegging

(verplaatst naar artikel 2.77a van deze verordening)

Artikel 250b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisatie

(vervallen)

Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.51)

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.51)

Artikel 2:53 Bespieden

(gereserveerd)

Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur

(gereserveerd)

Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren

(gereserveerd)

Artikel 2:56 Alarminstallaties

(gereserveerd)

Artikel 2:57 Loslopende honden

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.38)

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en landbouwhuisdieren

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.39)

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden

1. Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en

c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 7.38, aanhef en onder c van de Vfl, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein

1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijnverbod of aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.

2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:

a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester een duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;

b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden en

c. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afzetting dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.19)

Artikel 2:61 Wilde zwijnen

(Vervallen)

Artikel 2:61a Zwartwildraster

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.22)

Artikel 2:62 Loslopend vee

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.23)

Artikel 2:63 Duiven

(gereserveerd)

Artikel 2:64 Bijen

(gereserveerd)

Artikel 2:65 Bedelarij

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.24)

Afdeling 9 Bepalingen ter bestrijding van begunstiging van goederen

Artikel 2:66 Definitie

In deze afdeling wordt verstaan onder:

a. handelaar: de handelaar aangewezen bij Algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

b. verkoopregister: het aantekening houden van verkopen of op een andere wijze overdragen van alle gebruikte ten ongeregelde goederen door de handelaar.

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister

1. De handelaar is verplicht aantekeningen bij te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:

a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

b. de datum van verkoop of overdracht van het goed;

c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, soort merk en nummer van het goed;

d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed en

e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.

3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:

1. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:

a. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;

b. van een verandering van de onder a bedoelde adressen;

c. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent en

d. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan.

2. De burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven.

3. Aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn.

4. Een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen

(vervallen)

Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven

(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 4 artikel 2:32 Handel binnen openbare gelegenheden)

Afdeling 10 Consumentenvuurwerk

Artikel 2:71 Begripsbepaling

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.12)

Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens verkoopdagen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.13)

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.14)

Artikel 2:72a Carbid schieten

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.15)

Afdeling 11 Drugsoverlast

Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de openbare weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen op te houden, in of bij een voertuig te bevinden of daarmee rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, te gebruiken, toe te dienen of voorbereidingen daartoe te verrichten of daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen en/of ten behoeve van dat gebruik stoffen of voorwerpen bij zich te hebben.

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:47 of 2:50 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.

Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen

1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

2. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere voor eenieder toegankelijke plaatsen:

a. parkeerterreinen en -garages;

b. gemeentehuis en overige overheidsgebouwen;

c. evenementenlocaties.

Artikel 2:77a Gebiedsontzeggingen

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste twee weken niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde ordeverstoringen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding of het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2. Onder ernstige en herhaaldelijke hinder zoals bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan het herhaaldelijk vertonen of veroorzaken van:

a. intimiderend gedrag;

b. geluidsoverlast;

c. vuilnisoverlast;

d. overlast door dieren en/of

e. overlast door bezoekers.

3. Bij overtreding van het bepaalde in het eerste lid kan de burgemeester de gebruiker van de woning of het gebouw een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom opleggen. De lasten bestaan uit het opleggen van aanwijzingen aan de overtreder ten behoeve van het voorkomen van verdere ernstige hinder.

4. De burgemeester stelt nadere regels op ten behoeve van de uitvoering van het derde lid.

Afdeling 13 Het tegengaan van ondermijning

Artikel 2:79 Dragen gevaarlijke voorwerpen

(verplaatst naar artikel 2.2 van deze verordening)

Artikel 2:80 Sluiting van voor publiek toegankelijke gebouwen of ruimten

1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat, de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, openbare gelegenheid of ruimte als daar:

a. zich gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de kansspelen;

b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen;

c. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;

d. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of

e. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde of het woon- en leefklimaat.

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.

Artikel 2:81 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

a. bedrijfsmatige activiteit: een activiteit die anders dan om niet plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw of een daarbij horend perceel, in de openbare ruimte, of in enige andere ruimte;

b. xploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of de gevolmachtigden voor wiens rekening en risico een bedrijf wordt geëxploiteerd of de bedrijfsmatige activiteiten worden geëxploiteerd;

c. bedrijfsleider: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten.

Artikel 2:82 Aanwijzing gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten

1. De burgemeester kan gebouwen, straten, gebieden, bedrijfsmatige activiteiten of een combinatie daarvan aanwijzen wanneer in of rondom dat gebouw, die straat, dat gebied of ten gevolge van die bedrijfsmatige activiteit de leefbaarheid, de openbare orde of veiligheid onder druk staat of aannemelijk is dat deze onder druk kan komen te staan of indien er signalen zijn van ondermijnende activiteiten.

2. Een gebouw, straat of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in die straat dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester het woon- en leefklimaat of de openbare orde en veiligheid onder druk staat of er signalen zijn van ondermijnende activiteiten.

3. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat of er signalen zijn van ondermijnende activiteiten.

Artikel 2:83 Exploitatievergunning uitoefening bedrijf

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen:

a. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:38 aangewezen gebouw, straat of gebied of

b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:38 aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

2. De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd door de exploitant.

3. Bij het aanwijzen van gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:38 stelt de burgemeester vast welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag moeten worden ingediend.

4. De burgemeester stelt een aanvraagformulier voor de indiening van een vergunningaanvraag vast.

5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van de verordening kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren:

a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

e. als niet voldaan is aan de bij of krachtens in artikel 2:41 gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag.

6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het (tijdelijke) Omgevingsplan.

7. Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:84 Vergunningaanvraag

1. De vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 wordt aangevraagd door de exploitant.

2. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

3. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder;

b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder;

e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;

f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.

4. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

Artikel 2:85 Intrekkings- en weigeringsgronden

1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:6 en 1:8 van deze verordening wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 van deze verordening geweigerd of ingetrokken:

a. als de exploitant of de bedrijfsleider niet voldoet aan de in artikel 2:80 gestelde eisen;

b. op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

c. als de exploitant of een van de bedrijfsleiders van het bedrijf drie jaar voor de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, aantasting van het woon- en leefklimaat gesloten is geweest of waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken of

d. als niet wordt voldaan aan specifieke voorwaarden die zijn opgenomen in het aanwijzingsbesluit.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 weigeren:

a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

b. als naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf of de openbare orde of veiligheid, door de wijze van exploitatie, dreigt te worden beïnvloed of indien er signalen zijn van ondermijnende activiteiten;

c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

Artikel 2:86 Sluiting bedrijf

1. Indien een bedrijf in strijdt met het verbod uit het eerste lid van artikel 2:83 wordt geëxploiteerd of indien één van de situaties als bedoeld in artikel 2:85, sub a. tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.

2. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.

3. De sluiting wordt door de burgemeester opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Artikel 2:87 Geboden en verboden exploitant

1. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 2:39, opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden.

2. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.

3. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.

4. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.

Artikel 2:88 Uitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande gevallen

In afwijking van het eerste lid van artikel 2:83 van deze verordening, geldt het aldaar gestelde verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het in artikel 2:82 genoemde aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.

Artikel 2:89 Positieve beschikking bij niet tijdig beslissen

Op de vergunning als bedoeld in artikel 2:83 is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels en straatprostitutie

Afdeling 1 Algemene bepalingen

Artikel 3:1 Begripspalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;

b. beheerder/bedrijfsleider: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;

c. bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;

d. escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;

e. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;

f. klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;

g. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

h. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

i. prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;

j. raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;

k. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling;.

l. seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;

Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3:3 Nadere regels

Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.

Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie en sekswinkels

Artikel 3:4 Seksinrichtingen

1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

a. de persoonsgegevens van de exploitant;

b. de persoonsgegevens van de beheerder en

c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.

3. Een vergunning kan slechts voor één seksinrichting worden verleend.

4. De vergunning wordt voor een periode van maximaal vijf jaar verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.

5. De vergunning kan ten hoogste eenmaal met maximaal vijf jaar worden verlengd.

6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder

1. De exploitant en de beheerder:

a. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;

b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag en

c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet:

a. met toepassing van het artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;

b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;

c. binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

- bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;

- de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a

- (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;

- de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

- de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen;

- de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;

- de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld:

a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;

b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.

4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:

a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;

b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

5. De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

Artikel 3:6 Sluitingstijden

1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag tussen 01.00 uur en 06.00 uur.

2. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.

3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid van deze verordening, gesloten dient te zijn.

4. Het is een exploitant of beheerder verboden personen toe te laten of te laten verblijven in de seksinrichting die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

5. Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.

Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden en (tijdelijke) sluiting

1. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:11, tweede lid, van deze verordening of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:

a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, van deze verordening, geldende sluitingstijden vaststellen;

b. van een (afzonderlijke) seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op grond van artikel 3:42, tweede lid van deze wet.

Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder

Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder

1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b, van deze verordening, in de seksinrichting aanwezig is.

2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:

a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (begunstiging) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie en

b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met of krachtens het bepaalde in de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet.

Artikel 3:9 Straatprostitutie

1. Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken:

a. op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;

b. gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.

2. Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door het bevoegd gezag het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

3. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in dit artikel van deze verordening, kan door het bevoegd gezag aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

4. De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in dit artikel aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b van deze verordening.

5. De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

Artikel 3:10 Sekswinkels

(gereserveerd)

Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen en afbeeldingen

1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:

a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;

b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Afdeling 3 Beslistermijn en weigeringsgronden

Artikel 3:12 Beslistermijn

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, van deze verordening, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van deze verordening, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

2. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.

Artikel 3:13 Weigeringsgronden

1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:

a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;

b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het tijdelijke Omgevingsplan;

c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of bij het bepaalde in de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet.

2. Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, van deze verordening, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van deze verordening, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, van deze verordening, achterwege gelaten, in het belang van:

a. het voorkomen of beperken van overlast;

b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

c. de veiligheid van personen of goederen;

d. de verkeersvrijheid of -veiligheid;

e. de gezondheid of zedelijkheid of

f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Afdeling 4 Beëindiging, exploitatie en wijziging beheer

Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie

1. De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 van deze verordening op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

2. Binnen drie dagen na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 3:15 Wijziging beheer

1. Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen drie dagen schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:11, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.

3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

Afdeling 1 Voorkomen of beperken geluidshinder en hinder door verlichting(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 6.1)

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 6.1)

Artikel 4:1 Definities

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.1)

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.2)

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.3)

Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten

(gereserveerd)

Artikel 4:5 Onversterkte muziek

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.5)

Artikel 4:5a Geluidhinder in de openlucht

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.6)

Artikel 4:5b Geluidhinder door dieren

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.8

Artikel 4:5c Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.7)

Artikel 4:5d Geluidhinder door vrachtauto’s

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.9)

Artikel 4:5e Routering

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.10)

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.11)

Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 5.2)

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 5.2)

Artikel 4:7 Verbod oplaten ballonnen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 2.12)

Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.21)

Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder de artikelen 2.6 en 2.7)

Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.3)

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.3)

Artikel 4:10 Begripsbepalingen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.10)

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.10a)

Artikel 4:11a Herplant- en instandhoudingsplicht

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.10d)

Artikel 4:11b Bestrijding van boomziekten

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.11)

Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege

(vervallen)

Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 6.4)

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 6.4)

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, mest en afvalstoffen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 5.48)

Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen

(gereserveerd)

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.20

Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame

(gereserveerd)

Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen (vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.8)

Artikel 4:17 Begripsbepaling

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.32)

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.32a)

Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.34)

Artikel 4:20 Paddenstoelen en mossen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.35)

Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente

Afdeling 1 Parkeerexcessen en stopverbod

Artikel 5:1 Begripsbepalingen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.40)

Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.48)

Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.41)

Artikel 5:4 Defecte voertuigen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.42)

Artikel 5:5 Voertuigwrakken

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.43)

Artikel 5:6 Kampeermiddelen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.44)

Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.45)

Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.46)

Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.49)

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.50)

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.47)

Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.51)

Afdeling 2 Collecteren (vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.13)

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.54)

Afdeling 3 Venten (vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.12

Artikel 5:14 Begripsbepqalingen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.52)

Artikel 5:15 Ventverbod

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.53

Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting

(vervallen)

Afdeling 4 Standplaatsen (vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.6)

Artikel 5:17 Begripsbepalingen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.23)

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.24)

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.25)

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.26)

Artikel 5:21

(gereserveerd)

Afdeling 5 Snuffelmarkten (vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.14)

Artikel 5:22 Begripsbepalingen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.55)

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.56)

Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.2)

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.2)

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.1)

Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen

(gereserveerd)

Artikel 5:26 Aanwijzigng ligplaats

(gereserveerd)

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats

(gereserveerd)

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.6)

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen

vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.7)

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.8)

Artikel 5:31 Overlast van vaartuigen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.9)

Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.9)

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.9)

Artikel 5:32 Crossterreinen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.36)

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.37)

Afdeling 8 Vuurverbod(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 6.3)

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 6.3)

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten gebouwen, instellingen en openbare gelegenheden of anderszins vuur te stoken

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 6.16)

Afdeling 9 Asverstrooiing(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.15)

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder afdeling 7.15)

Artikel 5:35 Begripsbepalingen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.57)

Artikel 5:36 Verboden plaatsen

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.58)

Artikel 5:37 Hinder of overlast

(vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel 7.59)

Hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6:1 Sanctiebepaling

1. Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening bepaalde en op grond van artikel 1:3 van deze verordening daarin gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak voor zover daartegen niet reeds bij Wet, Algemene maatregel van bestuur of Provinciale verordening is voorzien.

2. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 6:2 Toezichthouders

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast (buitengewone) opsporingsambtenaren aangesteld voor de politieregio waaronder de gemeente Epe valt.

2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner, mits zij beschikken over een machtiging tot binnentreden van de burgemeester of voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in de Algemene wet op het binnentreden.

Artikel 6:4 Intrekking en vervallenverklaring oude verordening

De Algemene plaatselijke verordening Epe 2008 geldend van 19 november 2021 tot en met heden wordt ingetrokken.

Artikel 6:5 Overgansbepaling

Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 4:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 6:6 Inwerkingtreding nieuwe verordening

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.

Artikel 6:7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Epe 2024.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2023.

De raad voornoemd,

Ondertekening

de voorzitter, dhr. dr. T.C.M. Hon

de griffier, mw. mr. J. Kattenberg

Toelichting op de Algemene plaatselijke verordening gemeente Epe 2024

Algemeen

In de Algemene plaatselijke verordening Epe 2024 (verder Apv) zijn de artikelen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving vervallen. Onder het betreffende artikel wordt staat ‘vervallen, opgenomen in de Vfl, onder artikel…..’.

Om het gehele veranderingsproces leesbaar en behapbaar te houden wordt met betrekking tot de verplaatsing van deze artikelen ook verwezen naar de toelichting van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Epe en naar de transponeringstabel verderop in deze toelichting.

Hoofdstuk 1 gaat over de algemene bepalingen, zoals de beslistermijnen, voorschriften en beperkingen en weigeringsgronden.

Hoofdstuk 2 gaat over de openbare orde en veiligheid. Dit hoofdstuk behoeft geen verdere uitleg.

Hoofdstuk 3 gaat over seksinrichtingen, sekswinkels en straatprostitutie en is vrijwel ongewijzigd gebleven.

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente en Hoofstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente, van de Apv, zijn in hun geheel opgenomen in de Vfl.

De VNG had voor het jaar 2020 twee ledenbrieven uitgebracht in de maanden juli en oktober, die hoofdzakelijk gingen over redactionele wijzigingen. In de oktober editie vraagt men aandacht voor het opnemen van een tweetal artikelen over de Outlaw Motorcycle Gangs (de zogenaamde OMG). In de wijziging van de Apv in 2020 zijn deze artikelen (artikel 2:26 Ordeverstoring lid 3 en artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties) opgenomen in de Apv.

De rechter heeft hier een streep doorgehaald en de opgenomen artikelen zijn uit de Apv verwijderd.

In de juli 2021 editie heeft de VNG aangegeven hoe een specifieke Apv-bepaling voor het verbod op het gebruik van lachgas als roesmiddel kan worden geformuleerd. Het lachgas artikel is in de Apv Epe 2008 opgenomen.

Per 1 januari 2023 is het gebruik van lachgas wettelijk geregeld in de Opiumwet. Artikel 2:50a is derhalve uit de Apv verwijderd.

De Omgevingswet kent het begrip inrichting niet meer en heeft dat veranderd in het begrip activiteit. In de Apv is dat ook gebeurd waar dat van toepassing is. Waar dit niet van toepassing is, is dit begrip vervangen voor het begrip openbare gelegenheid.

Artikelsgewijs

Artikelen die vervallen, gewijzigd of opgenomen zijn in de Apv van 2024 zijn:

Artikel 2:2 Messen en andere voorwerpen als steekwapen is nieuw gezien de landelijke problematiek over dit onderwerp. Het voormalige artikel 2:79 van de Apv Dragen gevaarlijke voorwerpen is in artikel 2:2 van de Apv geïntegreerd en derhalve vervallen.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting is lid 3 aangevuld met en/of de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

Artikel 2:28 was en is opgenomen in de Beleidsregels Wet Bibob. Op 1 januari 2024 wordt artikel 2:28.

Lid 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 van de Apv kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare gelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed en/of de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet is lid 3 en 4 aan de Apv toegevoegd om bestuursrechtelijk te kunnen optreden tegen woonoverlast. Op basis van dit artikel zijn nadere regels vastgesteld door het college. Artikel 2:78 luidt nu als volgt:

Artikel 2:78 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de

basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2. Onder ernstige en herhaaldelijke hinder zoals bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval

3. verstaan het herhaaldelijk vertonen of veroorzaken van:

a. intimiderend gedrag;

b. geluidsoverlast;

c. vuilnisoverlast;

d. overlast door dieren en/of

e. overlast door bezoekers.

4. Bij overtreding van het bepaalde in het eerste lid kan de burgemeester de gebruiker van de

5. woning of het gebouw een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom opleggen. De lasten bestaan uit het opleggen van aanwijzingen aan de overtreder ten behoeve van het voorkomen van verdere ernstige hinder.

6. De burgemeester stelt nadere regels op ten behoeve van de uitvoering van het derde lid.

Bij artikel 3:4 Seksinrichtingen zijn de leden 4, 5 en 6 toegevoegd, omdat het bestemmingsplan en per 1 januari 2024 het tijdelijke Omgevingsplan 1 seksinrichting toestaat in het centrum van Epe.

Artikel 3:4 luidt als volgt:

Artikel 3:4 Seksinrichtingen

1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

a. de persoonsgegevens van de exploitant;

b. de persoonsgegevens van de beheerder; en

c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.

3. Een vergunning kan slechts voor één seksinrichting worden verleend.

4. De vergunning wordt voor een periode van maximaal vijf jaar verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.

5. De vergunning kan ten hoogste eenmaal met maximaal vijf jaar worden verlengd.

6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

De artikelen 2:14c (Beperking happy hours) en Artikel 2:14d (Proeverijen in slijtlokaliteiten) zijn aan de Apv toegevoegd in verband met de mogelijkheden die de Alcoholwet biedt voor deze onderwerpen.

In de onderstaande transponeringslijst is weergegeven welke artikelen uit de Algemene plaatselijk verordening zijn opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving.

TRANSPONERINGSTABEL Algemene plaatselijke verordening gemeente Epe 2024

Onderwerp

Apv

VFL

Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen

4:9

Artikel 2.6 Vfl

Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen

4:9

Artikel 2.7 Vfl

Verplichting gronden te zuiveren van schadelijke plantensoorten

4:21

Artikel 2.8 Vfl

Voorzieningen voor verkeer en verlichting

2:21

Artikel 5.52 Vfl

Verbod oplaten ballonnen

4:7

Artikel 2.12 Vfl

  • Objecten onder een hoogspanningslijn

    5.19

    Artikel 2:22 Apv

2:22

Artikel 2.22 Vfl

Aanwijzing collectieve festiviteiten

4:2

Artikel 6.2 Vfl

Kennisgeving Incidentele festiviteiten

4:3

Artikel 6.3 Vfl

Geluidsplafond

4:4

Artikel 6.4 Vfl

Het ten gehore brengen van onversterkte muziek

4:5

Artikel 6.5 Vfl

Geluidhinder door geluidsapparaat, machine of handelingen in de openlucht

4:5a

Artikel 6.6 Vfl

Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen

4:5c

Artikel 6.7 Vfl

Geluidhinder door dieren

4:5b

Artikel 6.8 Vfl

Geluidhinder door vrachtauto’s

4:5d

Artikel 6.9 Vfl

Routering

4:5e

Artikel 6.10 Vfl

Overige geluidhinder

4:6

Artikel 6.11 Vfl

Overlast en neerzetten van fietsen en bromfietsen

2:51 en 2:52

Artikel 7.48 Vfl

Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

2:72

Artikel 6.13 Vfl

Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

2:73

Artikel 6.14 Vfl

Verbod carbidschieten

2:73a

Artikel 6.15 Vfl

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

5:34

Artikel 6.16 Vfl

Plakken en kladden

2:42

Artikel 6.17 Vfl

Vervoer plakgereedschap

2:43

Artikel 6.18 Vfl

Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

2:60

Artikel 6.19 Vfl

Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame

4:15

Artikel 6.20 Vfl

Natuurlijke behoefte doen

4:8

Artikel 6.21 Vfl

Zwartwildraster

2:61a

Artikel 6.22 Vfl

Loslopend vee

2:62

Artikel 6.23 Vfl

Bedelarij

2:65

Artikel 6.24 Vfl

Verspreiden van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

2:6

Artikel 6.25 Vfl

Voorwerpen op of aan de weg

2:10

Artikel 7.1 Vfl

Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

2:15

Artikel 7.2 Vfl

Open straatkolken

2:16

Artikel 5.50 Vfl

Rookverbod in bossen en natuurgebieden

2:18

Artikel 5.51 Vfl

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

2:11

Artikel 7.3 Vfl

Maken of veranderen van een uitweg

2:12

Artikel 7.4 Vfl

Voorwerpen op, in of boven openbaar water

5:24

Artikel 7.5 Vfl

Reddingsmiddelen

5:29

Artikel 7.7 Vfl

Veiligheid op het water

5:30

Artikel 7.8 Vfl

Overlast van vaartuigen

5:31

Artikel 7.9 Vfl

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

4:11

Artikel 7.10 Vfl

Acuut gevaar, spoedeisend belang

4:11a

Artikel 7.10a Vfl

Bijzondere voorschriften

4:11b

Artikel 7.10b Vfl

Herplant- en instandhoudingsplicht

4:12

Artikel 7.10c Vfl

Bestrijding van boomziekten

4:11b

Artikel 7.11 Vfl

Bescherming publieke houtopstand

4:12b

Artikel 7.11a Vfl

Afstand van de erfgrenslijn

4:12c

Artikel 7.11b Vfl

Toezicht

4:12d

Artikel 7.11c Vfl

Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

4:18

Artikel 7.32 Vfl

Slapen op openbare plaatsen

4:18a

Artikel 7.33 Vfl

Aanwijzing kampeerplaatsen

4:19

Artikel 7.34 Vfl

Paddenstoelen en mossen

4:20

Artikel 7.35 Vfl

Crossterreinen

5:32

Artikel 7.36 Vfl

Beperking verkeer in natuurgebieden

5:33

Artikel 7.37 Vfl

Loslopende honden

2:57

Artikel 7.38 Vfl

Verontreiniging door honden en landbouwhuisdieren

2:58

Artikel 7.39 Vfl

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke

4:13

Artikel 5.49 Vfl

Te koop aanbieden van voertuigen

5:3

Artikel 7.41 Vfl

Defecte voertuigen

5:4

Artikel 7.42 Vfl

Voertuigwrakken

5:5

Artikel 7.43 Vfl

Kampeermiddelen en andere voertuigen

5:6

Artikel 7.44 Vfl

Parkeren van reclame voertuigen

5:7

Artikel 7.45 Vfl

Parkeren grote voertuigen

5:8

Artikel 7.46 Vfl

Parkeren van voertuigen van autobedrijf

5:2

Artikel 7.48 Vfl

Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen

5:9

Artikel 7.49 Vfl

Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan

5:10

Artikel 7.50 Vfl

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

5:11

Artikel 7.47 Vfl

Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

5:13

Artikel 7.53 Vfl

Ventverbod

5:15

Artikel 7.52 Vfl

Organiseren van een snuffelmarkt

5:23

Artikel 7.54 Vfl

Verboden plaatsen

5:36

Artikel 7.55 Vfl

Hinder of overlast

5:37

Artikel 7.56 Vfl

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

5:18

Artikel 7.24 Vfl

Toestemming rechthebbende

5:19

Artikel 7.25 Vfl

Afbakeningsbepalingen

5:20

Artikel 7.26 Vfl

Bijlage 1 Kaarten bebouwde komgrenzen gemeente Epe

Bebouwde komgrenzen Oene

afbeelding binnen de regeling

Bebouwde komgrenzen Emst

afbeelding binnen de regeling

Bebouwde komgrenzen Vaassen

afbeelding binnen de regeling

Bebouwde komgrenzen Epe

afbeelding binnen de regeling