Beleidsregel participatie ruimtelijke initiatieven Zeist 2024

Geldend van 21-02-2024 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel participatie ruimtelijke initiatieven Zeist 2024

Burgemeester en wethouders van Zeist;

Gelet op artikel 16.55, lid 6 en 7 van de Omgevingswet en artikel 7.4 van de Omgevingsregeling;

Besluiten

Vast te stellen:

Beleidsregel participatie ruimtelijke initiatieven Zeist 2024

1. Aanleiding

Participatie is al langere tijd de norm in Zeist en vormt ook een essentiële bouwsteen van de nieuwe Omgevingswet. De gemeente Zeist heeft een algemeen handvat participatie en werkt aan een aanvullend "Handvat Participatie Inwoners en Initiatiefnemers” voor die situaties waarin een initiatiefnemer van buiten de gemeente het voortouw neemt voor een ontwikkeling en dus ook voor de daarbij behorende participatie. De gemeente heeft dan vooral een toetsende rol en is niet de organisator van de participatie.

Het “Handvat Participatie Inwoners en Initiatiefnemers” gaat er, volgens planning, in de loop van 2024 komen, maar de Omgevingswet wordt al op 1 januari 2024 van kracht. De gemeente wil meteen vanaf het begin goed werk maken van participatie en daarom is het ‘Afwegings- en Toetsingskader Participatie Omgevingswet 2024’ opgesteld. In dat kader staat beschreven wat de gemeente verstaat onder goede participatie en wat daarom van een initiatiefnemer wordt verwacht. Dit verschilt per situatie, afhankelijk van welke impact het initiatief maakt op de ruimtelijke kwaliteit.

Deze beleidsregel betreft de juridische verankering van het Afwegings-en Toetsingskader Participatie Omgevingswet 2024. Deze beleidsregel wordt gepubliceerd op www.overheid.nl en www.officielebekendmakingen.nl, zodat deze voor iedereen te vinden zijn. Enerzijds betekent dit, dat gemeente en initiatiefnemer samen, aan de hand van dit Afwegings-en Toetsingskader kunnen bepalen wat een goed participatietraject is voor een bepaald initiatief. Het kader wordt dan kader stellend en als inspiratie gebruikt.

Anderzijds is het kader ook bedoeld om voor omwonenden en andere belanghebbenden te borgen dat zij tijdig hun inbreng kunnen geven. In de situatie dat een initiatiefnemer hier niet aan voldoet en ook niet aan wenst te voldoen, kan dit juridische gevolgen hebben. Of dit juridische gevolgen heeft hangt af van de procedure die doorlopen wordt. Hier is alleen sprake van wanneer de regels ruimte bieden aan de gemeente om kwaliteitseisen te stellen aan een participatieverslag. Dat is dus bij de behandeling van een Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA) of bij het wijzigen van het Omgevingsplan op aanvraag.

Met deze beleidsregel wordt vastgelegd aan welke minimale eisen een verplicht participatieverslag dan dient te voldoen. Voldoet het verslag daar niet aan, dan wordt niet voldaan aan de indieningsvereisten en is de aanvraag dus niet compleet. De gemeente kan dan de gehele aanvraag niet ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat in dat (ongewenste) geval de vergunning of de wijziging, op grond van deze beleidsregels, niet verleend worden en het initiatief niet kan worden uitgevoerd. Het kader en deze beleidsregel worden dan juridisch gebruikt.

2. ONZE UITGANGSPUNTEN

Bij het bepalen of een participatietraject, dat uitgevoerd is door een initiatiefnemer (en al of niet ondersteund door de gemeente), voldoet aan de indieningsvereisten gaat de gemeente Zeist uit van de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    In Zeist streven we naar ‘een goed leven’, waarbij we willen dat inwoners en ondernemers zoveel mogelijk hun leven kunnen leiden zoals zij dat willen. Het ‘samenspel’ tussen de gemeente en de samenleving staat hierbij centraal: belanghebbenden (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en initiatiefnemers) werken op een voor alle partijen volwaardige manier samen bij de totstandkoming van beslissingen. Participatie moet daarop gericht zijn en vindt bij voorkeur voornamelijk tijdens het vooroverleg plaats.

  • 2.

    Het slechts informeren van anderen over de plannen (van initiatiefnemer) zien we in Zeist niet als participatie. Het is immers éénrichtingsverkeer, terwijl participatie er op gericht moet zijn om inbreng van anderen te verzamelen en te betrekken bij de besluitvorming. Een participatietraject kan pas geslaagd zijn als er een reële kans is geweest de plannen aan te passen aan de inbreng van participanten. De initiatiefnemer is vrij in zijn keuze hoe hij de participatie vorm geeft.

  • 3.

    Alle belanghebbenden mogen meedoen met participatie en krijgen voldoende tijd en mogelijkheid om kennis te nemen van de plannen van initiatiefnemer en daarop te reageren.

  • 4.

    De mate van participatie is proportioneel en in verhouding met de impact van het ruimtelijke initiatief. Dit betreft de kring van participanten (hoe groter de impact, hoe meer belanghebbenden betrokken worden), de tijdsduur (hoe groter de impact, hoe langer belanghebbenden bij het initiatief worden betrokken) en de intensiteit (hoe groter de impact, hoe meer aspecten van het plan met belanghebbenden worden besproken). Logischerwijs zal ook de betrokkenheid van de gemeente groter zijn bij plannen met meer ruimtelijke impact.

  • 5.

    De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het goed informeren van alle belanghebbenden, het verzamelen van hun inbreng, een eerste afweging tussen alle belangen en de verslaglegging daarvan richting de gemeente. De uiteindelijke, definitieve afweging is aan de gemeente. Die afweging kan inhouden dat een plan toch doorgang vindt vanwege het algemeen belang, ook als één, enkele, vele of alle participanten tegen zijn.

  • 6.

    Participatie gebeurt met respect voor iedereen. Wanneer de inbreng van een belanghebbende niet wordt gehonoreerd, wordt altijd uitgelegd waarom iets niet kan of waarom andere belangen zwaarder wegen.

3. Begrippen

Belanghebbende

Belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Fysieke leefomgeving

Onder de fysieke leefomgeving vallen in ieder geval die onderdelen, zoals opgesomd in de artikelen 4.3 en 5.1 van de Omgevingswet.

Initiatief (of ruimtelijk initiatief)

Een plan of een feitelijk handelen tot aanpassing van de fysieke leefomgeving dan wel de plek waar dit initiatief in de toekomst uitgevoerd zou gaan worden.

Initiatiefnemer

Degene, die het in zijn of haar macht heeft om de plannen voor een aanpassing van de fysieke leefomgeving bij te stellen. In het geval dat voor dit initiatief een vergunning nodig is, is het de aanvrager van die vergunning.

Ruimtelijke impact

Een verandering in de gevolgen van het gebruik of de inrichting op de locatie van het initiatief op één of meer onderdelen, zoals opgesomd in de artikelen 4.3 en 5.1 van de Omgevingswet

4. Bepalingen

Om tot een goede participatie te komen, dient de initiatiefnemer een aantal stappen te doorlopen. Deze worden hieronder beschreven.

4.1 Bepalen belanghebbenden

Dit begint met de omwonenden, die direct zicht hebben op het initiatief. Daar worden aan toegevoegd zij, die de ruimtelijke impact van het initiatief ervaren op één of meerdere onderdelen zoals opgesomd in de artikelen 4.3 en 5.1 van de Omgevingswet. Dit staat nader toegelicht in het “Afwegings- en Toetsingskader Participatie Omgevingswet 2024”. Let er hierbij op, dat, door aanpassingen aan de plannen, gedurende een participatietraject de groep belanghebbenden kan veranderen. Als daar sprake van is, dienen de ‘nieuwe’ belanghebbenden vanaf dat moment bij het initiatief betrokken te worden als belanghebbenden.

4.2 Belanghebbenden tijdig en volledig informeren

Alle belanghebbenden moeten de kans krijgen om kennis te nemen van de plannen, deze te bestuderen, met elkaar en/of eventuele deskundigen te overleggen en hun reactie zorgvuldig te formuleren. Belanghebbenden moeten daarbij zo tijdig geïnformeerd zijn, dat hun reactie mee kan worden gewogen bij de planvorming. De informatie dient zo volledig mogelijk te zijn. Dit kan ook betekenen, dat belanghebbenden meerdere keren moeten worden betrokken, wanneer de plannen in verschillende fases steeds verder worden uitgewerkt. Voor iedere fase gelden dan alle bepalingen van dit hoofdstuk. In ieder geval moeten belanghebbenden kunnen inschatten hoe groot de ruimtelijke impact van het initiatief voor hen zal zijn. Zoals gebruikelijk, is het in de regel niet nodig om bedrijfsgevoelige informatie, zoals financiële gegevens te delen.

4.3 Voldoende termijn bieden voor een reactie

De concrete tijdsspanne, die initiatiefnemer dient te bieden aan belanghebbenden om te reageren, is sterk afhankelijk van de complexiteit en de ruimtelijke impact van het initiatief. De termijn om te reageren zal, spoedeisende calamiteiten uitgesloten, tenminste een week bedragen. Een termijn van zes weken zal in alle gevallen als voldoende worden beschouwd. Daarbij geldt wel, dat als voor een complex initiatief participatie nodig is tijdens verschillende stappen in het proces, deze termijn bij elke stap opnieuw in acht moet worden genomen.

4.4 Reageren op de reacties van belanghebbenden

Initiatiefnemer is niet gehouden om alle ideeën, wensen en suggesties van belanghebbenden over te nemen in het plan. Wel dient een initiatiefnemer aan te geven welke reacties niet of niet geheel worden overgenomen.

4.5 Voldoende motiveren van belangenafweging

Initiatiefnemer onderbouwt en motiveert hoe (delen van) de reacties van belanghebbenden worden overgenomen en waarom en in hoeverre de reacties belanghebbenden niet worden overgenomen in het plan. De motivatie dient steeds redelijk te zijn en kan niet slechts gebaseerd zijn op het eigen belang van de initiatiefnemer. Het oordeel over deze redelijkheid is aan het bevoegd gezag.

4.6 De gemeente voldoende informeren

De beoordeling van het door initiatiefnemer doorlopen participatietraject is aan de gemeente. De initiatiefnemer brengt daarom verslag uit van het doorlopen participatietraject aan de gemeente. Dit verslag dient waarheidsgetrouw en voldoende volledig en gedetailleerd te zijn voor de gemeente om te kunnen beoordelen of voldoende participatie van voldoende kwaliteit heeft plaatsgevonden. Daarom wordt ten minste meegedeeld hoe en wanneer de participatie heeft plaats gevonden, hoe dit is aangekondigd en aan wie, welke reacties ingediend zijn, op welke manier reacties opgevolgd zijn, welke overwegingen doorslaggevend waren bij de belangenafweging voor het wel of niet overnemen van de reacties en op welke punten het plan is aangepast naar aanleiding van het participatietraject.

5. Niet ontvankelijk verklaren

Aan de hand van het hierboven genoemde verslag, al of niet aangevuld met verklaringen van belanghebbenden en/of eigen onderzoek, bepaalt de gemeente of de initiatiefnemer voldaan heeft aan de in deze beleidsregel genoemde uitgangspunten en bepalingen. Indien daar niet aan voldaan is, wordt niet voldaan aan het gestelde in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet en dient de vergunningaanvraag niet ontvankelijk te worden verklaard.

6. Slotbepaling

Deze Beleidsregel Participatie ruimtelijke initiatieven Zeist 2024 treedt in werking op dezelfde dag als de Omgevingswet in werking treedt.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist op 19 december 2023.

burgemeester en wethouders van Zeist,

de gemeentesecretaris,

dr. H.S. Grotens

de burgemeester,

drs. J.J.L.M. Janssen