Regeling vervallen per 01-01-2024

Besluit mandaatregeling FUMO 2023 gemeente Heerenveen

Geldend van 17-01-2024 t/m 31-12-2023 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2024

Intitulé

Besluit mandaatregeling FUMO 2023 gemeente Heerenveen

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen,

inhoudende de verlening van mandaat en machtiging aan het dagelijks bestuur van de FUMO;

overwegende:

  • -

    dat de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Súdwest-Fryslân, Terschelling, Tytsjerksteradiel, Vlieland, Waadhoeke en Weststellingwerf, samen met de Provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân deelnemen in de Gemeenschappelijke regeling Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing;

  • -

    dat bovengenoemde deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling taken aan de FUMO hebben opgedragen op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en specialistische advisering op gebied van het omgevingsrecht;

  • -

    dat de vertegenwoordigers van bovengenoemde deelnemers in het algemeen bestuur van de FUMO gezamenlijk de wens hebben uitgesproken om ter uitvoering van de door hen opgedragen taken aan de FUMO mandaat te verlenen;

  • -

    dat de bovengenoemde deelnemers de FUMO minimaal mandaat geven voor de taken zoals opgenomen in bijlagen I en II bij dit Mandaatbesluit (basistakenpakket, inclusief besluitvorming);

  • -

    dat de bovengenoemde deelnemers de FUMO mandaat kunnen geven voor de aanvullende taken en/of BRIKS taken, voor zover dit is overeengekomen in de individuele Dienstverleningsovereenkomst (DVO);

  • -

    dat mandaat van bovengenoemde gemeentelijke deelnemers aan de FUMO bijdraagt aan een eenduidige taakuitvoering.

gelet op:

  • -

    afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    de artikelen 3, 4 en 18 van de Gemeenschappelijke regeling FUMO,

B E S L U I T onderstaande mandaatregeling vast te stellen als volgt:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen;

  • b.

    regeling: de Gemeenschappelijke regeling Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing;

  • c.

    FUMO: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 2 van de regeling;

  • d.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de FUMO;

  • e.

    directeur: de secretaris/directeur van de FUMO;

  • f.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van het college van de gemeente Heerenveen besluiten te nemen;

  • g.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van het college handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 2. Mandaat en machtiging

  • 1. Aan het dagelijks bestuur van de FUMO wordt voor zover het bevoegdheden van het college betreft mandaat verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende Mandaatlijst, die is opgenomen als bijlage II, in combinatie met bijlage I bij dit besluit.

  • 2. Aan het dagelijks bestuur wordt machtiging verleend om namens het college alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden bedoeld in lid 1.

  • 3. Het dagelijks bestuur heeft de bevoegdheid om ondermandaat te verlenen, tenzij dit in de bijlagen expliciet is uitgesloten of beperkt.

Artikel 3. Kaders uitoefening bevoegdheden

  • 1. Indien het college een voor een besluit relevante beleidsregel heeft vastgesteld, verwijst het dagelijks bestuur ter motivering van een besluit naar die regel.

  • 2. Het dagelijks bestuur past de algemene dan wel specifieke instructies van het college als bedoeld in artikel 10:6 Algemene wet bestuursrecht toe.

  • 3. Het college zorgt ervoor dat het dagelijks bestuur over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken. Besluiten genomen in ondermandaat worden niet ondertekend door degene die het besluit heeft voorbereid.

  • 4. Indien zich één of meer van de in dit lid omschreven situaties voordoet, wordt het besluit niet in mandaat genomen, maar door het college zelf:

    • het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, richtlijnen, voorschriften, of een advies als bedoeld in afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

    • het besluit overschrijding van budgetten, kredieten of onvoorziene uitgaven kan inhouden;

    • de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen;

    • afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht is toegepast en daarbij zienswijzen zijn ingediend.

Artikel 4. Uitzonderingen mandaat

  • 1. Besluiten op bezwaar en besluiten op administratief beroep als bedoeld in artikel 7:25 van de Awb.

  • 2. Besluiten tot invordering van verbeurde dwangsommen alsmede besluiten tot aanmaning en bevel van betaling in het kader van het opleggen van een last onder dwangsom.

  • 3. Besluiten tot vaststelling van de hoogte van de verschuldigde kosten in het kader van het toepassen van bestuursdwang.

Artikel 5. Informatieplicht

  • 1. Het dagelijks bestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij het besluit verleende mandaat en machtiging.

  • 2. In voorkomende gevallen informeert het dagelijks bestuur het college tijdig over: het nemen van beslissingen van principieel juridische aard, beleidsmatig principiële aard, of politiek- of bestuurlijk-gevoelige aard en tevens bij het nemen van beslissingen met risico's van financiële aard, zoals een mogelijk kostenverhaal op basis van onrechtmatige daad of anderszins.

Artikel 6. Ondermandaat en ondermachtiging

  • 1. Het dagelijks bestuur kan de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2 , in ondermandaat en ondermachtiging opdragen aan ondergeschikten, tenzij ondermandaat of ondermachtiging is uitgesloten in de Mandaatlijst.

  • 2. De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat en ondermachtiging.

  • 3. Het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat de door hem ondergemandateerden dan wel ondergemachtigden tevens kunnen beschikken over de informatie zoals genoemd in artikel 3.

  • 4. Een besluit tot verlening van ondermandaat en ondermachtiging wordt bekend gemaakt overeenkomstig de Bekendmakingswet en treedt in werking overeenkomstig de Bekendmakingswet juncto Awb.

Artikel 7. Ondertekening

  • 1. Indien een besluit krachtens mandaat dan wel ondermandaat wordt genomen als bedoeld in artikel 2 respectievelijk artikel 5 luidt de ondertekening:

    Burgemeester en wethouders van Heerenveen,

    namens dit college,

    gevolgd door:

    de handtekening,

    de naam en

    de functie van de (onder)gemandateerde.

  • 2. Indien gebruik wordt gemaakt van (onder)machtiging, luidt de ondertekening:

    Burgemeester en wethouders van Heerenveen,

    namens dit college,

    gevolgd door:

    de handtekening,

    de naam en

    de functieaanduiding van de (onder)gemachtigde.

Artikel 8. Slotbepalingen

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de invoering van de Omgevingswet. Voor zover bekendmaking van dit Mandaatbesluit hierna plaatsvindt, werkt het terug tot en met de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2. Met de inwerkingtreding van dit besluit vervallen eerder genomen FUMO mandaatsbesluiten, met dien verstande, dat het rechtsgevolg van de onder die mandaten genomen besluiten onverkort van kracht blijft, tenzij expliciet anders besloten.

  • 3. Het Mandaatbesluit FUMO 2023 blijft van toepassing op gevallen die onder het overgangsrecht bij of krachtens de Omgevingswet vallen.

  • 4. Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit FUMO 2023 gemeente Heerenveen.

Ondertekening

Heerenveen

d.d. 20 december 2023

Burgemeester en wethouders van Heerenveen.

De gemeentesecretaris,

J.van Leeuwestijn

De burgemeester,

M.A. Fokkens-Kelder

Bijlagen Behorend bij Mandaatbesluit FUMO 2022 Friese gemeenten

In deze Bijlagen staan de taken waarvoor mandaat is verleend door de colleges van burgemeester en wethouders van de Friese gemeenten aan het dagelijks bestuur van de FUMO.

Het mandaat geldt voor alle taken die door het college van burgemeester en wethouders aan de FUMO zijn opgedragen en omschreven in dienstverleningsovereenkomsten dan wel incidentele opdrachten, tenzij het mandaat en/of machtiging nadrukkelijk is uitgesloten.

Het mandaat omvat zowel basistaken, aanvullende taken, collectieve taken en incidentele taken, tenzij mandaat nadrukkelijk is uitgesloten.

Indien sprake is van een meervoudige omgevingsvergunning levert FUMO het milieudeel (in advies) aan bij de betreffende gemeente. De FUMO heeft geen mandaat voor de behandeling van meervoudige aanvragen.

Afkortingen

Awb Algemene wet bestuursrecht

Bal Besluit activiteiten leefomgeving

Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving

Bkl Besluit kwaliteit leefomgeving

EED Europese Energie-Efficiency Richtlijn

GPP Geluid productie plafond

IPPC Installatie voor industriële activiteiten als bedoeld in bijlage I van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334)

FUMO Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing

Ob Omgevingsbesluit

Or Omgevingsregeling

Ow Omgevingswet

PRTR Pollutant Release and Transfer Register

Wm Wet milieubeheer

Woo Wet open overheid

Mandaatlijst die betrekking heeft op de taakuitvoering door FUMO, inclusief besluitvorming1

 

BIJLAGE I

Algemeen

Nummer

Verleend mandaat

Beperking ondermandaat

Toelichting

1.1.1

Op grond van artikel 2 van het Mandaatbesluit omvatten de bij of krachtens dit Mandaatbesluit verleende mandaten en machtigingen tevens alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden opgenomen in deze Mandaatlijst.

 

Indien voor een taak of bevoegdheid mandaat of machtiging is verleend omvat dit - voor zover relevant - onder meer:

  • behandelen van en voeren van correspondentie/ gesprekken van uitvoerende en/of informatieve aard;

  • het vragen van aanvullende gegevens op grond van artikel 4:5 van de Awb;

  • de voorbereiding van besluiten met gebruikmaking van titel 4.1 van de Awb (reguliere procedure) en/of afdeling 3.4 van de Awb (uitgebreide procedure);

  • het opvragen van informatie bij (overheids-)instanties in het kader van de voorbereiding van besluitvorming;

  • opschorten beslistermijn op grond van paragraaf 4.1.3.1. van de Awb;

  • het verlengen van de beslistermijnen, artikelen 16.64, lid 2 Ow en 3:18 lid 2 en 4:14 Awb;

  • bekendmaking en mededeling besluiten conform afdeling 3.6 van de Awb;

  • het ter instemming voorleggen en / of ter advies voorleggen van de voorgenomen beslissing aan ander bestuursorgaan;

  • een aanvraag buiten behandeling laten op grond van artikel 4:5 van de Awb;

  • afwijzen, op grond van Awb artikel 4:6, van een aanvraag om (wijziging van de voorschriften van een) omgevingsvergunning;

  • het horen op grond van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb; en

  • alle overige procedurestappen en -besluiten.

Publicatie van stukken wordt door de FUMO verzorgd bij een gemandateerde taak.

Dit mandaat geldt niet indien de aanvraag (verplicht) ook betrekking heeft op andere niet-milieubelastende activiteiten die door de gemeente worden uitgevoerd.

1.1.2

Door- of terugzenden van stukken als bedoeld in artikel 2:3 van de Awb.

 

Als een ander bestuursorgaan bevoegd is, worden de stukken doorgezonden of teruggezonden.

1.1.3

Beslissen inzake het geheel of gedeeltelijk (ambtshalve of op verzoek) intrekken, wijzigen of verlengen van de onder deze Mandaatlijst vallende besluiten, toestemmingen, ontheffingen of verklaringen.

 

Omvat het intrekken, wijzigen of verlengen van een besluit, toestemming, ontheffing of verklaring zoals in deze Mandaatlijst is opgenoemd op grond van de geldende regelgeving.

1.1.4

Aanwijzen van toezichthouders in de zin van artikel 5:11 van de Awb en het ondertekenen van de legitimatiebewijzen, voor zover de FUMO belast is met de uitvoering van een wettelijke regeling op grond waarvan toezichthouders kunnen worden aangewezen.

 

Het aanwijzen van toezichthouders betekent dat deze personen gebruik mogen maken van de bevoegdheden voor toezichthouders als bedoeld in titel 5.2 van de Awb en artikel 18.6 Ow.

Aanwijzingsbesluiten die zijn afgegeven voor het van kracht worden van dit mandaatbesluit en -bijlage, blijven onverkort van kracht tenzij expliciet anders wordt besloten.

 

BIJLAGE II

Mandaatlijst die betrekking heeft op de uitvoering van de (basis)taken door FUMO, inclusief besluitvorming2

 

Nummer

Verleend mandaat

Beperking ondermandaat

Toelichting

 

2.1

Ow

 

2.1.1

Beslissen op aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a en artikel lid 2 onder b Ow.

 

Het gaat om een aanvraag omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Hieronder valt ook een tijdelijke omgevingsvergunning. Dit mandaat geldt niet voor meervoudige aanvragen voor een omgevingsvergunning. In dat geval levert de FUMO het milieudeel (in advies) aan bij de betreffende gemeente, tenzij mandaat is verleend voor niet-milieubelastende activiteit(en).

2.1.2

Besluiten inzake het actualiseren van omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.38 van de Ow.

 
 

2.1.3

Wijzigen en/of intrekken, ambtshalve of op verzoek, van (de voorschriften van) een eerder verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.39, 5.40 en 5.41 Ow

 

Betreft het wijzigen van (de voorschriften van) omgevingsvergunningen voor de milieubelastende activiteit(en). Dit kan ook de milieubelastende activiteit zijn van een meervoudige vergunning, zolang het enkel de wijziging van de milieubelastende activiteit van deze meervoudige vergunning betreft.

Het mandaat is verder beperkt tot een (milieubelastende) activiteit als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a en artikel 5.1 lid 2 onder b Ow

Dit mandaat geldt niet indien voor meer niet-milieubelastende activiteiten de vergunning wordt gewijzigd. In dat geval levert de FUMO het milieudeel (in advies) aan bij de betreffende gemeente, tenzij mandaat is verleend voor niet-milieubelastende activiteit(en)..

2.1.4

Beslissen op verzoeken om goedkeuring/instemming die benodigd is op grond van een vergunningvoorschrift.

 

In een omgevingsvergunningvoorschrift kan een bepaald onderzoek, plan, melding of rapportage (energieverbruik, VOS uitstoot, bodemonderzoek, vervoersplan, afvalpreventieplan etc.) zijn voorgeschreven. Vervolgens moet worden beslist of het ingediende stuk aan de gestelde normen in de omgevingsvergunning voldoet.

Het mandaat is verder beperkt tot een milieubelastende activiteit bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a en artikel 5.1 lid 2 onder b Ow.

2.1.5

Ambtshalve verlenen van een revisievergunning als bedoeld in artikel 5.43 Ow.

 

In tegenstelling tot de situatie onder de Wabo, is het ambtshalve verlenen van een revisievergunning onder de Ow mogelijk.

2.1.6

Achterwege laten, op grond van artikel 16.68 van de Ow, van het toepassen van artikel 16.54 van de Ow, of Awb afdeling 3.4 bij de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag (van wijziging van de voorschriften van een) omgevingsvergunning.

 

Het mandaat is verder beperkt tot een milieubelastende activiteit bedoeld in artikel 5.1 lid 2 onder b Ow.

Dit mandaat geldt niet indien de aanvraag (verplicht) ook betrekking heeft op andere niet-milieubelastende activiteiten, tenzij mandaat is verleend voor niet-milieubelastende activiteit(en)..

Dit gaat om een spoed aanpassing vergunning die eigenlijk via uitgebreide procedure zou moeten (versnelling procedure bij een omstandigheid.)

2.1.7

Het beoordelen en afhandelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.3 lid 1 onder b van de Ow ten aanzien van (milieubelastende) activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 4 van het Bal.

 

Betreft meldingen die verplicht zijn aangewezen in hoofdstuk 4 van het Bal. Hieronder valt ook het afhandelen van meldingen en het nemen van besluiten voor het opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk,, alsmede de verkoop daarvan

2.1.8

Beschikkingen als bedoeld in artikel 4.5 Ow en artikel 2.13 Bal ten aanzien van maatwerkvoorschriften. Beschikkingen als bedoeld in artikel 4.7 Ow en voor zover genoemd in hoofdstuk 4 van het Bal ten aanzien gelijkwaardige maatregelen.

 

Betreft beschikkingen voor maatwerkvoorschriften en gelijkwaardige maatregelen m.b.t. aangewezen milieubelastende activiteiten binnen de Ow en het Bal.

 

2.2

Asbestmeldingen, Bbl

 

2.2.1

Behandelen van meldingen als bedoeld in artikel 7.10 Bbl en het opleggen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 7.5 Bbl, voor zover het bedrijfsmatig verwijderen van asbest betreft.

 

Toezicht op het bedrijfsmatig verwijderen van asbest bij sloopwerkzaamheden valt onder de basistaak als bedoeld in artikel 13.12 lid 1 onder b Omgevingsbesluit. Indien op grond van het Bbl een melding is vereist voor het verwijderen van asbest, kan het bevoegd gezag na deze melding maatwerkvoorschriften opleggen over de onderwerpen genoemd in artikel 7.14 Bbl. De gegevens die met betrekking tot asbest bij de melding worden ingediend worden voor het toezicht (eveneens een basistaak) doorgestuurd naar de FUMO.

Dit mandaat geldt niet als het opleggen van maatwerkvoorschriften asbestverwijdering samenloopt met het opleggen van andere nadere maatwerkvoorschriften n.a.v. de sloopmelding. In dat geval is integrale afhandeling nodig en geeft de FUMO advies over het asbestdeel aan bij de betreffende gemeente.

 

2.3

Graven in de bodem en bodemsanering

 

2.3.1

Behandelen van en toezicht houden op gegevens en bescheiden en meldingen als bedoeld in paragraaf 4.119 tot en met 4.124 van het Bal

 

In het kader van het Besluit Activiteiten Leefomgeving voor het graven en saneren:

  • 1.

    Het beoordelen van gegevens en bescheiden en meldingen

  • 2.

    Het reageren op gegevens en bescheiden en meldingen richting melder

  • 3.

    Het opstellen van maatwerkvoorschriften of beoordelen verzoek om gelijkwaardige maatregelen

  • 4.

    Het toezicht op gegevens en bescheiden en meldingen

  • 5.

    Het verzenden van brieven naar aanleiding van toezicht

  • 6.

    Het verzenden van een voorgenomen handhavingsbesluit naar aanleiding van toezicht

  • 7.

    Het opleggen van een handhavingsbesluit

 

2.4

Wm

 

2.4.1

Uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 7 van de Wm gestelde regels, voorzover het betreft mer-beoordelingsbesluiten ten behoeve van een milieubelastende activiteit.

 

Indien een aanvraag om omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit betrekking heeft op een activiteit waarvoor een milieueffectrapport wordt danwel moet worden gemaakt, gelden met betrekking tot de totstandkoming van dat milieueffectrapport bepalingen, waaronder uitbrengen advies over reikwijdte en detailniveau, kennisgeving etc.

Indien een aanvraag om omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in kolom 1 al dan niet in combinatie met kolom 2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, dan moet eerst worden beslist of ten behoeve van de afhandeling van de aanvraag omgevingsvergunning al dan niet een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

2.4.2

Uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 17 van de Wm gestelde regels.

 

Waaronder handelingen correspondentie ongewoon voorval.

 

2.5

Toezicht en handhaving

 

2.5.1

Het ambtshalve of naar aanleiding van een verzoek uitvoeren van toezicht.

 

Het uitvoeren van toezicht betreft onder meer het uitvoeren van een (her)opleveringscontrole, een administratieve controle, een (her)controle n.a.v. klachten / incidenten, reguliere (her)controle, een (her)themacontrole en handelingen naar aanleiding van een ongewoon voorval waarbij wordt gecontroleerd op naleving van de geldende (milieu) wet- en regelgeving en waarbij zo nodig de hersteltermijn wordt opgeschort.

2.5.2

Spoedeisende last onder bestuursdwang en het mondeling geven van een last onder bestuursdwang en het ten uitvoer leggen daarvan indien deze niet (tijdig) wordt uitgevoerd (rauwelijkse bestuursdwang) artikel 5:31 Awb, jo. artikel 5:32 Awb.

 

Enkel toe te passen in spoedeisende situaties. Voorafgaand aan de toepassing dient er contact opgenomen te worden met bevoegd gezag. In het geval van een last ex artikel 5.31 lid 2 Awb bestaat de mogelijkheid tot overleg met bevoegd gezag niet. In deze gevallen wordt bevoegd gezag zo spoedig mogelijk na het toezichtsbezoek telefonisch of per e-mail geïnformeerd.

2.5.3

Doen uitgaan van vooraankondigingen tot handhaving op grond van artikel 125 Gemeentewet jo afdeling 5.3.1 Awb (last onder bestuursdwang) of 5.3.2 Awb (last onder dwangsom) wegens overtreding van de voorschriften uit de wet en omgevingsvergunningen, alsmede van de verboden, bedoeld in artikelen 18.12 Ow en 13.12, lid 1, onder d, e en f Ob.

 

Mochten er overtredingen geconstateerd worden van “niet-milieubelastende activiteiten” op grond van de Ow met bijbehorende AMvB’s, dan overlegt de FUMO met bevoegd gezag. Deze kan besluiten dat er integrale afhandeling nodig is en de FUMO instrueren geen gebruik te maken van het verstrekte mandaat en slechts advies geven over het “milieudeel” van de geconstateerde overtreding.

Van de bevoegdheid last onder bestuursdwang wordt geen gebruik gemaakt anders dan na afstemming met het bevoegd gezag.

Het opleggen van een voornemen beschikking last onder bestuursdwang en dwangsom vanwege niet naleving van onder meer de volgende wetten: Ow, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming en de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels en de daarop gebaseerde regelgeving voor zover de FUMO belast is met de uitvoering hiervan. Het mandaat omvat daarnaast onder meer waarschuwingsbrieven, brieven waarin wordt bevestigd dat de overtredingen ongedaan zijn gemaakt, concept handhavingsbesluiten, het horen voorafgaand aan het opleggen van een handhavingsbesluit en de intrekking van handhavingsbesluiten wanneer de overtredingen zijn beëindigd.

2.5.4

Beslissen op grond van artikel 5:31a Awb op verzoeken om handhaving indien en voor zover handhaving wordt verzocht van naleving van de voorschriften en omgevingsvergunningen en de daarin opgenomen voorschriften, alsmede van de verboden, die gelden op grond van de regelgeving en besluiten als bedoeld in artikelen 18.12 Ow en 13.12, lid 1, onder d, e en f Ob .

 

Dit mandaat geldt niet indien het verzoek tevens betrekking heeft op andere ('niet-milieubelastende') activiteiten van de Ow met bijbehorende AMvB’s. In dat geval is integrale afhandeling nodig en levert de FUMO advies over het milieudeel aan bij de betreffende gemeente.

2.5.5

Beslissen op een verzoek om al dan niet af te zien van handhavend optreden, indien en voor zover sprake is van overtreding van de voorschriften en omgevingsvergunningen en de daarin opgenomen voorschriften, alsmede van de verboden, bedoeld in artikelen 18.12 Ow en 13.12, lid 1, onder d, e en f Ob.

 

Het gaat om het beslissen over een gedoogverzoek.

Dit mandaat geldt niet indien het verzoek tevens betrekking heeft andere ('niet-milieubelastende') activiteiten van de Ow met bijbehorende AMvB’s . In dat geval is integrale afhandeling nodig en geeft de FUMO advies over het milieudeel aan bij de betreffende gemeente.

2.5.6

Het opleggen van een last onder bestuursdwang op grond van artikel 125 Gemeentewet jo. afdeling 5.3.1 van de Awb, of het opleggen van een last onder dwangsom op grond van afdeling 5.3.2 van de Awb, wegens overtreding van een verbod of plicht gesteld bij of krachtens de in de voorgaande van toepassing zijnde hoofdstukken genoemde (onderdelen van) wet- en regelgeving waarvoor bevoegdheden zijn gemandateerd.

 

Dit mandaat geldt niet als er samenloop is met overtredingen op "niet-milieubelastende" activiteiten van de Ow met bijbehorende AMvB’s. In dat geval is integrale afhandeling nodig en geeft de FUMO advies over het milieudeel aan bij de betreffende gemeente.

Van de bevoegdheid last onder bestuursdwang wordt geen gebruik gemaakt dan na afstemming en instemming met het bevoegd gezag.

Het opleggen van een last onder bestuursdwang en dwangsom vanwege niet naleving van onder meer de volgende wetten: Ow, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming, Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels en de daarop gebaseerde regelgeving voor zover de FUMO belast is met de uitvoering hiervan. Het mandaat omvat daarnaast onder meer waarschuwingsbrieven, brieven waarin wordt bevestigd dat de overtredingen ongedaan zijn gemaakt, concepthandhavingsbesluiten, het horen voorafgaand aan het opleggen van een handhavingsbesluit en de intrekking van handhavingsbesluiten wanneer de overtredingen zijn beëindigd.

Hoogte bedragen moet worden uitgegaan van de bedragen zoals opgenomen in het beleid van het bevoegd gezag.

2.5.7

Uitoefenen van bevoegdheden op grond van paragraaf 2.2.10, 2.2.11 en artikelen 18.10 en afdeling 19.1 Ow en de daaruit voorvloeiende bepalingen van het Bal.

 

Het betreft de specifieke toezichts- en handhavingsbevoegdheden die in de Ow zijn opgenomen, waaronder: bestuursdwang bij niet meewerken aan toezicht, zakelijke werking sanctiebesluiten en intrekking van een verleende vergunning of ontheffing als sanctie. Voor hiertoe wordt overgegaan wordt er contact opgenomen met het bevoegd gezag.

BIJLAGE III: Deze taken zijn niet gemandateerd

Mandaatlijst die betrekking heeft op de uitvoering door FUMO van de overige taken

 
 
 

Nummer

Verleend mandaat

Beperking

Ondermandaat

Toelichting

 
 
 

3.1

Openbaar maken gegevens

 
 
 

Openbaar maken van milieugegevens op verzoek als opgenomen in H19 Wm.

 
 
 

3.1.1

Beslissen omtrent verzoeken om informatie alsmede het actief openbaar maken van informatie op grond van de Woo.

 

Het gaat om het beslissen op een verzoek om informatie alsmede het actief openbaar maken van informatie op grond van de Woo, met betrekking tot informatie die de FUMO onder zich heeft in het kader van de uitoefening van een gemandateerde taak/bevoegdheid. Indien het verzoek meer omvat dan alleen het milieudeel adviseert de FUMO alleen over het milieudeel.

 
 
 
 
 

3.2

Coördinatie besluitvorming omgevingsvergunning voor mba met een IPPC installatie en – wateractiviteit

 
 

3.2.1

Uitbrengen of vragen van advies aan de waterkwaliteitsbeheerder als bedoeld in artikel 16.11 Ow ten behoeve van de samenhang tussen de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met een IPPC installatie en een wateractiviteit.

 

Het betreft het uitbrengen of vragen van advies namens het bevoegd gezag voor een milieubelastende activiteit met een IPPC installatie aan de waterkwaliteitsbeheerder die de vergunning afgeeft voor de wateractiviteit.

 
 
 

3.3

Bodem

 
 

3.3.1

Het beoordelen van:

  • 1.

    Kleinschalig graven (minder dan 25 m3) boven de interventiewaarde bodemkwaliteit in de door de bruidsschat of Omgevingsplan geregelde gevallen

  • 2.

    Kleinschalig graven (minder dan 25 m3) onder of boven de interventiewaarde bodemkwaliteit in de overige gevallen

  • 3.

    Nazorg na afloop saneren van de bodem (als bedoeld in artikel 4.1246 van het Bal)

  • 4.

    Toevalsvondst in de bodem (als bedoeld in afdeling 19.2a van de Omgevingswet),

alsmede het opstellen van toezicht(brieven) en het nemen van handhaving(sbesluiten).

 
 
 
 
 
 
 

3.4

Ontgrondingen

 
 

3.4.1

Beslissen op aanvraag ontgrondingenvergunning.

 

Alle besluiten, voorbereidings- en - uitvoeringshandelingen, in het kader van ontgrondingen in de zin van de Omgevingswet en verordeningen krachtens de Omgevingswet van de gemeente en provincie.

 
 

3.5

Lozingen

 
 

3.5.1

Uitoefenen bevoegdheden en uitvoeren taken zoals bedoeld in het Bal en het omgevingsplan (Bruidsschat).

 

Het betreft hier lozingen die niet vallen onder een basistaak, maar die door de bruidsschat in het omgevingsplan staan. Lozingen die een deelactiviteit zijn, zijn een basistaak. De regels omtrent lozingen zijn gebaseerd op het Bal jo. het omgevingsplan (Bruidsschat). Het gaat om het installeren en in werking hebben van een open of een gesloten bodemenergiesysteem en de overige indirecte lozingen genoemd in het Bal / omgevingsplan (Bruidsschat) waarvoor een gemeente bevoegd is.

 
 
 
 
 

3.6

Mobiele puinbreker

 
 
 

3.6.1

Melding mobiel puinbreken als bedoeld in artikel 7.33 Besluit bouwwerken leefomgeving.

 

Beoordeling en afhandeling melding mobiel puinbreken.

 

3.6.2

Stellen maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 7.32 en artikel 7.37 Besluit bouwwerken leefomgeving.

 

Betreft besluit maatwerkvoorschriften, zowel ambtshalve als op verzoek van degene die de mobiele puinbreker in werking heeft.

 

3.6.3

Verzoek toestemming voor toepassen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 7.30 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

 

Betreft besluit op een verzoek om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel.

 
 
 
 
 
 

3.7

Externe veiligheid

 
 
 

3.7.1

Verstrekken van gegevens over externe veiligheid ten behoeve van het openbare register als bedoeld in artikel 20.11 onder b Ow.

 

Het gaat hierbij om gegevens van mba zoals aangegeven Registratiebesluit Externe Veiligheid in de zin van afdeling 11.1 Bkl jo Bijlage VII, VIII en IX Bkl. Van deze bevoegdheid dient het college de Fumo separaat te machtigen. Daarvoor is een sjabloon beschikbaar.

 
 
 
 
 
 

3.8

Meldingen en besluiten Vuurwerkbesluit

 
 
 

3.8.1

Het beoordelen van een ontbrandingsmelding of de aanvraag om ontbrandingstoestemming.

 

Ontbrandingsmelding blijft een melding op grond van het Vuurwerkbesluit.

 
 
 

3.9

Toezicht en handhaving

 
 

3.9.1

Toezicht brandveiligheid op grond van het Bbl.

 

In het kader van toezicht wordt gecontroleerd op brandveilig gebruik, (het doen van) een gebruiksmelding en maatwerkregels in verband daarmee op grond van het Bbl. In afdeling 6.1 Bbl zijn de gebruiksmelding en de bijbehorende maatwerkregels geregeld; brandveiligheid is onderdeel van de indieningsvereisten. In afdeling 6.2 Bbl is het brandveilig gebruik geregeld.

 

3.9.2

Feitelijk effectueren van bestuursdwang.

 

Het gaat hier om de feitelijke uitvoering van bestuursdwang na het opleggen van een last onder bestuursdwang. Voor hiertoe wordt overgegaan wordt er contact opgenomen met het bevoegd gezag. Het daadwerkelijke financiële traject (aanmaning, invordering bij dwangbevel van de gemaakte kosten) wordt door de betreffende gemeente uitgevoerd.

 

3.9.3

Nemen van een toepassingsbeschikking als bedoeld in artikel 5:31a van de Awb.

 

Het gaat hier om een beslissing van het bestuursorgaan om al dan niet tot toepassing van de reeds aangezegde bestuursdwang over te gaan. Een dergelijke beschikking kan slechts op verzoek worden gegeven.

 

3.9.4

Toezicht en handhaving ontgrondingen.

 

Het toezicht en handhaving in het kader van ontgrondingen in de zin van de Omgevingswet en toezicht en handhaving op verordeningen / regelgeving krachtens de Omgevingswet van de gemeente en provincie. Hieronder ook begrepen het versturen van waarschuwingsbrieven, voornemen tot handhaven en handhavingsbesluiten.

 
 
 
 
 

3.10

Overige handelingen

 
 

3.10.1

Beheren geluidboekhouding.

Industrieterrein met een GPP (Geluid Productie Plafond).

 

Incl. verstrekken informatie aan derden

Op verzoek e.d.

3.10.2

Advisering geluid indien niet wordt voldaan aan GPP.

 

Niet inhoudelijk (vragen uitstel, toezenden stukken, etc.).

 

3.10.3

Proceshandelingen bezwaar, beroep en hoger beroep.

 
 
 

3.10.4

Uitgeven machtiging vertegenwoordiging ter zitting.

 

Zowel voor medewerkers FUMO als evt. in te schakelen derden (deskundigen).

 

BIJLAGE IV: Deze taken zijn niet gemandateerd

Mandaatlijst die betrekking heeft op de uitvoering van de BRIKS taken door FUMO

 

Nummer

Verleend mandaat

Beperking

Ondermandaat

Toelichting

 

4.1

BAG

 
 

4.1.1

Aanbieden van op grond van artikel 10, lid 1 Wet BAG aangewezen brondocumenten ter inschrijving op in het adressenregister dan wel gebouwenregister en voor zover het besluiten betreft waarvoor aan de Fumo mandaat is verleend.

Het opmaken van proces-verbaal van constatering.

 

Verleende omgevingsvergunningen bouw, startmeldingen en gereedmeldingen van bouwwerken worden gemeld aan de gemeente, die zorg draagt voor de inschrijving. Voor bouwplannen met als bevoegd gezag provincie geldt dat het wordt aangeboden aan de gemeente waar het bouwwerk is gelegen.

Het opmaken van een schriftelijke verklaring dat een wijziging in de feitelijke situatie waargenomen is. Deze wijziging is van invloed op gegevens die opgenomen zijn in de gebouwenregistratie. De wijziging vloeit niet voort uit een krachtens de BAG aangewezen brondocument.

 

4.2

Omgevingswet

 
 

4.2.1

Beslissen op aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 5.1 en 5.4 Ow anders dan milieu.

 

Het gaat om de besluiten op aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 5.1 en 5.4 Ow voor bouw- en omgevingsplanactiviteiten.

De voorbereiding en onderbouwing wordt aangeleverd door de opdrachtgever. Indien nodig worden voorwaarden omtrent het kostenverhaal in de omgevingsvergunning opgenomen. Het verhalen van de kosten ligt bij de opdrachtgever.

4.2.2

Wijzigen, ambtshalve of op verzoek, van (de voorschriften van) een eerder verleende omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 5.39, 5.40 en 5.41 Ow.

 
 

4.2.3

Beslissen op later ingediende gegevens en bescheiden met betrekking tot bouwactiviteiten.

 

Ingevolge artikelen 7.16 Or jo. 8.3c, lid 1 Bkl / Bbl kan in een vergunning voor een bouwactiviteit worden bepaald dat bepaalde gegevens en bescheiden later kunnen worden ingediend, indien de aanvrager hierom heeft verzocht. Indien dit het geval is wordt vervolgens beslist over de later ingediende gegevens.

4.2.4

Behandelen van een melding om de omgevingsvergunning over te dragen als bedoeld in artikel 5.37 Ow.

 

Het gaat om het overdragen op naam van een omgevingsvergunning van de ene vergunninghouder naar de ander.

4.2.5

Intrekken, ambtshalve of op verzoek, van omgevingsvergunningen als bedoeld in artikelen 5.39, 5.40 en 5.41 Ow2.33 van de Wabo.

 

In de gevallen genoemd in het tweede lid van dat artikel (onder andere: intrekking op verzoek van de vergunninghouder en intrekking indien geen gebruik wordt gemaakt van een omgevingsvergunning) is het een bevoegdheid.

 
 
 
 

4.3

Sloopmeldingen

 

4.3.1

Behandelen van meldingen als bedoeld in artikel 7.10 Bbl en het opleggen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikelen 7.5 en 7.14 Bbl, anders dan het bedrijfsmatig verwijderen van asbest.

 

Toezicht op het bedrijfsmatig verwijderen van asbest bij sloopwerkzaamheden valt onder de basistaak als bedoeld in artikelen 18.22 Ow jo 13.12 Ob. Dit mandaat betreft de situaties waarin een sloopmelding vereist is anders dan voor het bedrijfsmatig verwijderen van asbest. Indien op grond van het Bbl een melding is vereist, kan het bevoegd gezag na deze melding nadere voorwaarden opleggen aan het slopen c.q. verwijderen van asbest ( artikelen 7.5 en 7.14 Bbl).

 

4.4

Toezicht en handhaving

 

4.4.1

Spoedeisende last onder bestuursdwang en het mondeling geven van een last onder bestuursdwang en het ten uitvoer leggen daarvan indien deze niet (tijdig) wordt uitgevoerd (rauwelijkse bestuursdwang) artikel 5.31 Awb, jo. artikel 5.32 Awb.

 

Enkel toe te passen in spoedeisende situaties. Voorafgaand aan de toepassing dient er contact opgenomen te worden met bevoegd gezag. In het geval van een last ex artikel 5.31 lid 2 Awb bestaat de mogelijkheid tot overleg met het bevoegd gezag niet. In deze gevallen wordt het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk na het toezichtsbezoek telefonisch of per e-mail geïnformeerd.

4.4.2

Het ambtshalve of naar aanleiding van een verzoek uitvoeren van toezicht.

En het doen uitgaan van vooraankondigingen tot handhaving op grond van artikel 125 Gemeentewet jo. afdeling 5.3.1 Awb (last onder bestuursdwang) of 5.3.2 Awb (last onder dwangsom) wegens overtreding van de wetsartikelen, omgevingsvergunningen en de daarin opgenomen voorschriften, alsmede van de verboden, bedoeld artikelen 18.22 Ow en 13.12 Ob.

 

Van de bevoegdheid vooraankondiging last onder bestuursdwang wordt geen gebruik gemaakt dan na afstemming en instemming met het bevoegd gezag.

Het uitvoeren van toezicht betreft onder meer het uitvoeren van een opleveringscontrole, een controle n.a.v. klachten/incidenten, ambtshalve controle, themacontrole. Het opleggen van een last onder bestuursdwang en dwangsom vanwege niet naleving van de volgende wetten: Ow (met uitzondering van deel milieu), Bbl.

Het mandaat omvat daarnaast onder meer waarschuwingsbrieven, brieven waarin wordt bevestigd dat de overtredingen ongedaan zijn gemaakt, concept-handhavingsbesluiten en het horen voorafgaand aan het opleggen van een handhavingsbesluit.

4.4.3

Bestuursrechtelijke handhaving van het bij of

krachtens de Ow bepaalde (artikel 18.1 Ow

e.v.).

 
 

4.4.4

Het ambtshalve of naar aanleiding van een verzoek uitvoeren van toezicht en het opleggen van een last onder bestuursdwang op grond van artikel 125 Gemeentewet jo afdeling 5.3.1 van de Awb, of het opleggen van een last onder dwangsom op grond van afdeling 5.3.2 van de Awb, wegens overtreding van een verbod of plicht gesteld bij of krachtens de in de voorgaande van toepassing zijnde hoofdstukken genoemde (onderdelen van) wet- en regelgeving waarvoor bevoegdheden zijn gemandateerd.

 

Het uitvoeren van toezicht betreft onder meer het uitvoeren van een opleveringscontrole, een controle n.a.v. klachten/incidenten, ambtshalve controle, themacontrole. Het opleggen van een last onder bestuursdwang en dwangsom vanwege niet naleving van de volgende wetten: Ow en onderliggende regelgeving (met uitzondering van deel milieu).

Het mandaat omvat daarnaast onder meer waarschuwingsbrieven, brieven waarin wordt bevestigd dat de overtredingen ongedaan zijn gemaakt, concept-handhavingsbesluiten en het horen voorafgaand aan het opleggen van een handhavingsbesluit.

4.4.5

Beslissen op een verzoek om al dan niet af te zien van handhavend optreden indien en voor zover sprake is van overtreding van de voorschriften en omgevingsvergunningen en de daarin opgenomen voorschriften, alsmede van de verboden bedoeld in artikel artikelen 18.22 Ow en 13.12 Ob.

 

Het gaat om het beslissen over een gedoogverzoek (geen formeel besluit). Voordat hiertoe wordt overgegaan wordt er contact opgenomen met het bevoegd gezag.

4.4.6

Uitoefenen van bevoegdheden op grond van paragraaf 2.2.10, 2.2.11 en artikelen 18.10 en afdeling 19.1 Ow.

 

Het betreft de specifieke toezichts- en handhavingsbevoegdheden die in de Ow zijn opgenomen, waaronder: bestuursdwang bij niet meewerken aan toezicht, zakelijke werking sanctiebesluiten en intrekking van een verleende vergunning of ontheffing als sanctie.


Noot
1

Mandaatbesluit 2023; Artikel 4, lid 1; Besluiten op bezwaar en besluiten op administratief beroep als bedoeld in artikel 7:25 van de Awb

Noot
2

Artikel 4, lid 1Besluiten op bezwaar en besluiten op administratief beroep als bedoeld in artikel 7:25 van de Awb