Nadere Subsidieregels Westland

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere Subsidieregels Westland

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Westland,

Overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente Westland,

gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Westland 2024 en artikel 156 van de Gemeentewet,

besluit vast te stellen de

‘Nadere Subsidieregels Westland’

1. Inleiding

De “Nadere Subsidieregels Westland” zijn algemeen verbindende voorschriften1 door het college vastgesteld op grond van artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Westland 2024 en artikel 156 van de Gemeentewet.

De Algemene Subsidieverordening Westland 2024 (hierna: de ASV) is van toepassing, tenzij daarvan in deze Nadere Subsidieregels Westland uitdrukkelijk wordt afgeweken.

In deze regels worden per beleidsterrein de beleidsdoelstelling, de soort subsidie, de specifieke subsidie- criteria, de hoogte van de subsidie en de verdeelregels beschreven. De specifieke subsidiecriteria zijn aanvullend op de weigeringsgronden zoals beschreven in artikel 14 van de ASV.

Subsidie wordt verstrekt voor de uitvoering van activiteiten, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Een organisatie licht bij haar subsidieaanvraag toe aan welke gemeentelijke beleidsdoelstelling zij met haar activiteiten een bijdrage levert.

Om de actualiteit en doeltreffendheid van de Nadere subsidieregels te borgen, kan het college de regels indien noodzakelijk en wenselijk tussentijds wijzigen en/of aanvullen met nieuwe nadere subsidieregels.

De gemeenteraad stelt jaarlijks bij de begroting de budgetten vast van waaruit de subsidies worden gedekt. Hieraan voorafgaand heeft het college onder voorbehoud vaststelling begroting in januari de subsidieplafonds vastgesteld voor de verschillende subsidieregelingen. De subsidies voor de jaarschijven worden - tenzij anders aangeven in de regeling – conform de ASV aangevraagd van 1 februari tot 1 mei voorafgaand aan het subsidiejaar. Op basis van deze aanvragen wordt het subsidieprogramma opgesteld waarover het college begin juli onder voorbehoud vaststelling gemeentelijke begroting besluit. Het streven is de subsidiebeschikkingen voor 15 oktober aan de subsidievragers te versturen. Na vaststelling van de gemeentelijke begroting zijn de beschikkingen definitief. Het kan voorkomen dat op basis van de besluitvorming over de begroting een beschikking wordt bijgesteld. Subsidies anders dan die voor jaarschijven kunnen het gehele jaar worden aangevraagd. Op deze aanvragen wordt binnen 8 weken beschikt.

In geval van subsidies voor activiteiten in de vorm van evenementen is de aanvrager zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van de benodigde vergunning(en).

2. Ontmoeten

Strategisch Beleidskader Sociaal Domein gemeente Westland 2025

Gemeenten hebben vanaf 1 januari 2015 uitgebreidere taken gekregen binnen het zogeheten Sociaal Domein. Dit houdt in dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de zorg en ondersteuning van de inwoners, maar ook voor de participatie van inwoners en voor de jeugdzorg.

De subsidies die worden verstrekt in het kader van ‘Ontmoeten’ leveren een bijdrage aan de volgende maatschappelijke effecten:

  • Iedereen kan meedoen en krijgt – als dat nodig is – ondersteuning om mee te doen.

  • Mensen steunen elkaar en zetten zich in voor hun omgeving.

Doelstellingen:

  • Welzijn bevorderen

  • Inclusie

  • Kwaliteit van leven

  • Sociale cohesie

  • Kwetsbare groepen ondersteunen

  • Cultuureducatie

  • Behoud van cultureel erfgoed

  • Culturele participatie

In de paragrafen 2.1 tot en met 2.5 zijn de bovengenoemde doelstellingen vertaald naar concrete activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd: “Cultuur, educatie en recreatie”, “Zorg en Welzijn”, “Accommodaties scouting en sport” en “Jaarwisselingsfeesten”.

2.1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling “Ontmoeten” en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • 1.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland;

  • 2.

    ASV: Algemene subsidieverordening Westland 2024;

  • 3.

    GGZ: Geestelijke Gezondheidszorg;

  • 4.

    NOC*NSF: Nederlands Olympisch Comité en de Nederlandse Sport Federatie;

  • 5.

    VVE: voor- en vroegschoolse educatie;

  • 6.

    SKT: Sociaal Kernteam Westland;

  • 7.

    JGZ: Jeugdgezondheidszorg;

  • 8.

    JGZ ZHW: Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid Holland West

  • 9.

    VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

  • 10.

    Investeringssubsidie: subsidie als tegemoetkoming in de kosten van de eerste aanleg, nieuwbouw of verbouw van een accommodatie en/of accommodatieonderdelen, die tot de basisvoorzieningen behoren;

  • 11.

    Systeempartners: organisaties die:

    • a)

      Van dusdanig strategisch en essentieel belang zijn dat zonder de ondersteuning van één van deze partners een duurzame ontwrichting van de sociaal-maatschappelijke of culturele, Westlandse infrastructuur zou ontstaan.

    • b)

      Op basis van een strategisch vierjaren plan een jaarlijkse aanvraag voor subsidie bij de gemeente Westland indienen.

    • c)

      Door de gemeente formeel zijn aangewezen als systeempartner.

2.2 Cultuur, educatie en recreatie

Artikel 1 Systeempartners

  • 1. Als systeempartners worden beschouwd organisaties die voldoen aan de in paragraaf 2.1 artikel 1 sub 11 genoemde begripsomschrijving.

  • 2. De culturele systeempartners in Westland zijn:

    • a)

      Stichting Bibliotheek Westland

    • b)

      Stichting Westland Cultuurweb

    • c)

      Stichting Streek- en Tuinbouwhistorie Westland

    • d)

      Stichting WestlandTheater de Naald

  • 3. De educatieve systeempartner in Westland is: Stichting Westland Natuur en Techniek Web.

  • 4. Culturele en educatieve systeempartners worden met naam en toenaam vermeld in deze subsidieregels.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast voor iedere culturele en educatieve systeempartner.

  • 6. Het subsidiebedrag dat per jaar voor de betreffende activiteit(en) van de systeempartners beschikbaar is, wordt jaarlijks bepaald in het subsidieprogramma dat door het college wordt vastgesteld.

Artikel 2 Stichting Bibliotheek Westland; bibliotheekwerk

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor het verzorgen van een openbare bibliotheekvoorziening die is gericht op lezen, leren, taalontwikkeling en informeren.

  • 2. De focus van de openbare bibliotheekvoorziening is het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid (taal en digitaal) en het stimuleren van een leven lang ontwikkelen voor alle inwoners van het Westland.

  • 3. Wettelijke taken van de openbare bibliotheekvoorziening liggen vast in de Wet Stelstel Openbare Bibliotheken (WSOB):

    • Het ter beschikking stellen van kennis en informatie

    • Het bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie

    • Het bevorderen van lezen en kennis laten maken met literatuur

    • Het organiseren van ontmoeting en debat

    • Het laten kennismaken met kunst en cultuur

  • 4. De subsidie wordt verstrekt aan Stichting Bibliotheek Westland.

Artikel 3 Stichting Westland Cultuurweb; infrastructuur voor amateurkunstbeoefening

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor het versterken van de infrastructuur voor amateurkunstbeoefening om de toegang tot en kwaliteit van cultuureducatie en cultuurparticipatie te bevorderen.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan Stichting Westland Cultuurweb, de culturele netwerkorganisatie die samenwerkt met scholen, cultuuraanbieders, overheden, zorg- en welzijnsinstellingen en amateurkunstbeoefenaars.

Artikel 4 Stichting Westland Cultuurweb; Subsidieregeling Kleine Culturele Initiatieven (KCI)

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor het stimuleren van Kleine Culturele Initiatieven zoals geformuleerd in paragraaf 2.10 van deze nadere subsidieregels: de Subsidieregeling Kleine Culturele Initiatieven.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan Stichting Westland Cultuurweb die de uitvoering van de regeling verzorgt.

Artikel 5 Stichting Westland Cultuurweb; cultuureducatie met kwaliteit

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor de coördinatie van de rijksregeling 'Cultuureducatie met Kwaliteit'.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan Stichting Westland Cultuurweb.

Artikel 6 Stichting Streek- en Tuinbouwhistorie Westland

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor de organisatie van museale presentaties en activiteiten in het Westlands Museum en voor de ondersteuning van het Westlandse erfgoedveld.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan Stichting Streek- en Tuinbouwhistorie Westland.

Artikel 7 Stichting WestlandTheater De Naald

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor het vergroten van de toegankelijkheid van podiumkunsten door het aanbieden van een breed cultureel aanbod van professionele theatervoorstellingen, filmprogrammering alsmede het bieden van een podium voor (lokale) amateurkunsten en gezelschappen.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan Stichting Westland Theater De Naald.

Artikel 8 Stichting Westland Natuur en Techniek Web

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor jeugdeducatie op het gebied van natuur, milieu en techniek en het vergroten van de betrokkenheid van kinderen en jongvolwassenen bij natuur, milieu, techniek en leefomgeving in Westland.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan Stichting Westland Natuur en Techniek Web.

Artikel 9 Publieke mediadiensten

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor het verzorgen van publieke mediadiensten op lokaal niveau als bedoeld in de Mediawet.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan aanbieders van het lokale omroepnetwerk aan wie door het Commissariaat voor de Media zendtijd is toegewezen.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisatie die voldoet aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 10 Toegankelijk erfgoed

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor:

    • a.

      de organisatie van de jaarlijkse Open Monumentendag;

    • b.

      de uitvoering van activiteiten tijdens de jaarlijkse nationale Bunkerdag.

  • 2. De aanvrager is een organisatie met ervaring in en kennis van de gemeente. De activiteiten maken de Westlandse monumenten en het daaraan verbonden culturele erfgoed of de Atlantikwall toegankelijk en beleefbaar, en dragen bij aan de versterking van de sociale, economische en culturele waarden.

  • 3. Voor de uitvoering van activiteiten zoals genoemd in het eerste lid onder b, wordt maximaal € 1.000 subsidie verstrekt per kalenderjaar.

  • 4. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 5. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 11 Maatschappelijke stage

  • 1. Het college kan subsidies verstrekken voor het organiseren van maatschappelijke stages voor leerlingen in het voortgezet onderwijs in Westland.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan de scholen voor het voortgezet onderwijs in Westland die de maatschappelijke stages organiseren.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 12 Innovatieve subsidies cultuur

  • 1. Het college kan een of meer subsidies verstrekken voor innovatieve culturele activiteiten in algemene zin.

  • 2. Innovatieve subsidies cultuur kunnen gedurende het gehele jaar worden aangevraagd.

  • 3. Voor dezelfde activiteit wordt maximaal één subsidie verstrekt.

  • 4. Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a.

      activiteiten of producten met een winstoogmerk;

    • b.

      een benefiet- of ledenwervingsactiviteit;

    • c.

      een activiteit of product van politieke, religieuze of levensbeschouwelijke aard;

    • d.

      cursorische activiteiten;

    • e.

      liturgische vieringen;

    • f.

      jubilea of andere feestelijke evenementen;

    • g.

      een activiteit of product waarvoor door de gemeente reeds subsidie uit hoofde van een andere regeling wordt verstrekt.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 13 Organisatie 4 mei-herdenking en Koningsdag

  • 1. Het college kan subsidies verstrekken voor:

    • a.

      de organisatie van lokale 4 mei-herdenkingen en het stimuleren van de betrokkenheid van basisschoolleerlingen bij de 4 mei-herdenking;

    • b.

      de viering van Koningsdag.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan de Westlandse comités en verenigingen die een lokale 4 mei-herdenking of de viering van Koningsdag organiseren voor een van de Westlandse kernen.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast. Het subsidieplafond wordt als volgt verdeeld:

    • a.

      voor de activiteiten zoals genoemd in lid 1 onder a ontvangen de organiserende comités en verenigingen ieder een bedrag van maximaal € 1.500,-;

    • b.

      voor de activiteiten zoals genoemd in lid 1 onder b wordt de helft van het resterende budget gelijkelijk onder de organiserende comités en verenigingen verdeeld met een maximaal bedrag van € 2.500,- per organisatie;

    • c.

      voor de berekening van een aanvullend bedrag dat aan het subsidiebedrag zoals genoemd onder b wordt toegevoegd, wordt de andere helft van het resterende budget door het totaal aantal jeugdige inwoners – 4 tot en met 18 jaar - van de gemeente Westland gedeeld. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal jeugdige inwoners van de betreffende kern. Peildatum hiervoor is 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden. Het aanvullend bedrag is maximaal € 5.500,- per organisatie.

Artikel 14 Marketing toerisme en recreatie

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor de uitvoering van marketingactiviteiten voor gemeente Westland door een organisatie met ervaring in en kennis van de regio, met als doel het aantrekken van meer bezoekers naar het Westland om de toeristische en recreatieve sector te versterken.

  • 2. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 3. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 15 Varend corso

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor het organiseren en het doen plaatsvinden van een varend corso in de zomerperiode.

  • 2. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 3. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 16 Exploitatie monumentale molens

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor de exploitatie van monumentale molens binnen de gemeentegrenzen van Westland.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan stichtingen die molens met een rijksmonumentale status beheren.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Wanneer de ingediende aanvragen het subsidieplafond overschrijden, wordt de subsidie naar rato verdeeld over alle complete aanvragen.

2.3 Zorg en Welzijn

Artikel 1 Systeempartners

  • 1. Als systeempartners in de zin van paragraaf 2.1, artikel 1 lid 11:

    • a)

      Stichting Vitis Welzijn

    • b)

      Stichting JGZ Zuid Holland West

  • 2. Systeempartners voor zorg en welzijn worden met naam en toenaam vermeld in deze subsidieregels.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast voor iedere systeempartner zorg en welzijn.

  • 4. Het subsidiebedrag dat per jaar voor de betreffende activiteit(en) van de systeempartners beschikbaar is, wordt jaarlijks bepaald in het subsidieprogramma dat door het college wordt vastgesteld.

Artikel 2 Systeempartner Stichting Vitis Welzijn; welzijns- en jongerenwerk voor inwoners

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor professioneel welzijnswerk en jongerenwerk ten behoeve van de inwoners van de gemeente Westland.

  • 2. Daartoe zal de subsidievrager:

    • kwetsbare burgers (mensen die een beperking ervaren in hun zelfredzaamheid en/of hun mogelijkheden om te participeren) zelfredzamer maken en ondersteunen, zodat zij voor zichzelf kunnen zorgen en mee kunnen doen aan de samenleving;

    • mensen stimuleren om te participeren, om elkaar te ontmoeten, en om te zien naar elkaar;

    • buurten activeren en netwerken versterken voor steun vanuit de omgeving, door verbindingen te leggen met en tussen andere burgers, vrijwilligersorganisaties en bedrijfsleven;

    • organisaties in het sociaal domein verbinden, ondersteunen en faciliteren.

  • 3. De subsidie wordt verstrekt aan Vitis Welzijn de aanbieder van welzijns- en jongerenwerk in Westland die, zo veel mogelijk in samenwerking met vrijwilligers en anderen, eraan bijdraagt om de vitale samenleving in Westland te behouden en te versterken

Artikel 3 Systeempartner Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West (JGZ ZHW)

  • 1. Het college kan een subsidie verstrekken voor een consultatiebureau, belast met (medisch) advies en ondersteuning bij de opvoeding, ontwikkeling en verzorging van jongeren waaronder de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma, alsmede voor de jeugdgezondheidszorg.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan de aanbieder van deze zorg te weten Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West (JGZ ZHW).

Artikel 4 Ondersteunen Voedselhulp

  • 1. Het college kan één of meer subsidies verstrekken voor activiteiten om mensen met een laag inkomen te ondersteunen zoals opgenomen in het vigerende plan Schuldhulpverlening.

  • 2. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 3. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 5 Belangenbehartiging mensen met een beperking

  • 1. Het college kan subsidies verstrekken voor belangenbehartiging ten behoeve van mensen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte in Westland.

  • 2. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 3. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 6 Groepsgerichte ondersteuning aan kwetsbare senioren en hun mantelzorgers

[vervallen]

Artikel 7 Belangenbehartiging ouderen

  • 1. Het college kan een subsidie verstrekken voor belangenbehartiging ten behoeve van ouderen.

  • 2. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 3. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 8 Activiteiten op gebied van maatschappelijke ondersteuning en jeugdwerk

  • 1. Het college kan jaarlijks subsidies verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen zoals opgenomen in het Strategisch Beleidskader Sociaal Domein gemeente Westland 2025.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan instellingen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en jeugdwerk.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 9 Innovatieve subsidies welzijn

  • 1. Het college kan één of meer subsidies verstrekken voor innovatieve activiteiten op het gebied van welzijn in algemene zin.

  • 2. Innovatieve subsidies welzijn kunnen gedurende het gehele jaar worden aangevraagd.

  • 3. Voor dezelfde activiteit wordt maximaal één subsidie verstrekt.

  • 4. Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a)

      activiteiten of producten met een winstoogmerk

    • b)

      een benefiet- of ledenwervingsactiviteit

    • c)

      een activiteit of product van politieke, religieuze of levensbeschouwelijke aard

    • d)

      cursorische activiteiten

    • e)

      liturgische vieringen

    • f)

      jubilea of andere feestelijke evenementen

    • g)

      een activiteit of product waarvoor door de gemeente reeds subsidie uit hoofde van een andere regeling wordt verstrekt

    • h)

      een exploitatietekort en/of kosten voor een verbouwing van een accommodatie.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 10 Onderwijs en zorg

  • 1. Het college kan subsidies verstrekken voor het organiseren van de verbinding van onderwijs en jeugdzorg door middel van de inzet van verbindingsuren schoolmaatschappelijk werk in het voortgezet onderwijs in Westland.

  • 2. De subsidies worden verstrekt aan de scholen voor het voortgezet onderwijs in Westland die de verbinding van onderwijs en jeugdzorg organiseren door middel van de inzet van verbindingsuren schoolmaatschappelijk werk.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 11 Vergroten acceptatie en veiligheid lhbti+-inwoners

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten om de acceptatie en veiligheid van lhbti+-inwoners te vergroten en lhbti+-inwoners en direct betrokkenen te ondersteunen zoals opgenomen in het meerjarig beleidsplan Regenbooggemeente Westland.

  • 2. Het college stelt gedurende de looptijd van het programma Regenboogsteden van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het door het ministerie beschikbaar stellen van de regenbooggelden per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 3. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

2.4 Accommodaties scouting en sport

Artikel 1 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Het college kan subsidies verstrekken voor de kosten van de vernieuwing van sportaccommodaties en scoutinggebouwen.

  • 2. Er kan subsidie worden aangevraagd voor het realiseren of renoveren van een basisvoorziening van een sportaccommodatie of scoutinggebouw in eigendom van de aanvrager voor dat deel dat noodzakelijk is om te voldoen aan de minimumvereisten van de betreffende sportbond of Scouting Nederland of van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO).

  • 3. De basisvoorzieningen zijn opgenomen in bijlage 2 van deze nadere subsidieregels. Deze bijlage is limitatief en vormt een integraal onderdeel van deze subsidieregeling.

  • 4. Aan de eigenaar van een sportaccommodatie of scoutinggebouw wordt maximaal één subsidie per jaar verstrekt.

Artikel 2 Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, verleent het college subsidie op basis van rangschikking. Deze rangschikking komt tot stand door middel van loting.

  • 3. Het subsidieplafond is niet van toepassing voor projecten die financiële dekking hebben vanuit het geldende Meerjaren Investering Plan (MIP) dat door de raad is vastgesteld. De investeringssubsidie voor deze projecten kan niet hoger zijn dan het bedrag dat vastgesteld is in het MIP.

Artikel 3 Wie kan deze subsidie aanvragen?

Organisaties die een aanvraag doen voor een investeringssubsidie sportaccommodaties en scoutinggebouwen voldoen aan de volgende criteria:

  • a)

    de organisatie heeft geen winstoogmerk;

  • b)

    de organisatie wordt bestuurd door een onbezoldigd en vrijwillig bestuur;

  • c)

    de organisatie dient eigenaar te zijn van de sportaccommodatie of het scoutinggebouw;

  • d)

    de organisatie is statutair en feitelijk gevestigd in de gemeente Westland.

  • e)

    de organisatie dient lid te zijn van een sportbond die is aangesloten bij het NOC*NSF of Scouting Nederland.

Artikel 4 Hoogte van de subsidie

  • 1. Subsidie wordt verleend tot maximaal 25% van de kosten van een basisvoorziening.

  • 2. Voor sportverenigingen zijn BTW en afschrijvingskosten niet subsidiabel. De post onvoorzien mag maximaal 5% bedragen en is alleen subsidiabel voor zover deze betrekking heeft op basisvoorzieningen.

  • 3. Voor scoutingverenigingen zijn afschrijvingskosten niet subsidiabel. BTW is subsidiabel voor zover het basisvoorzieningen betreft. De post onvoorzien mag maximaal 5% bedragen en is alleen subsidiabel voor zover deze betrekking heeft op basisvoorzieningen.

  • 4. Aangetoonde zelfwerkzaamheid van vrijwilligers ten behoeve van basisvoorzieningen wordt gewaardeerd voor een uurtarief van € 25 per uur, waarvan 25% subsidiabel is.

  • 5. Aangetoonde bijdragen in natura van bedrijven ten behoeve van basisvoorzieningen zijn voor 25% subsidiabel.

  • 6. In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid, bedraagt het subsidiebedrag voor investeringen in voorzieningen specifiek voor sporters of scoutingleden met een beperking maximaal 75% van de betreffende investering. De aanvrager toont in de aanvraag aan dat de betreffende basisvoorziening daadwerkelijk door sporters of scoutingleden met een beperking zal worden gebruikt.

  • 7. In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid, bedraagt het subsidiebedrag voor investeringen in voorzieningen specifiek voor bewegingsonderwijs (eerste inrichting) maximaal 100% van de werkelijke investering, tot een maximum van het normbedrag dat hiervoor door de VNG wordt gehanteerd in het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan. De aanvrager toont in de aanvraag aan dat de betreffende basisvoorziening meerjarig door scholen voor bewegingsonderwijs zal worden gebruikt.

  • 8. Indien de aanvrager voor dezelfde duurzame verwarmingsmaatregelen gebruikt maakt van de DUMAVA-regeling en deze een lager percentage dan 50% vergoedt, wordt de gemeentelijke subsidie vastgesteld op het resterende percentage tot aan 50%, met een maximum van 25%. De aanvrager dient bij de aanvraag een afschrift van de toekenningsbeschikking van de DUMAVA-regeling te overleggen, dan wel bewijs van aanvraag en de definitieve beschikking uiterlijk bij de vaststelling in te dienen. Een duurzame verwarmingsmaatregel is een warmtevoorziening voor ruimteverwarming en/of warm tapwater die geen gebruik maakt van aardgas of andere fossiele brandstof.

Artikel 5 Formele vereisten subsidieaanvraag

  • 1. Aanvragen worden ingediend via het door het college vastgestelde aanvraagformulier “subsidie sportaccommodaties en scoutinggebouwen.”

  • 2. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in de ASV.

  • 3. Als onderdeel van het activiteitenplan zoals bedoeld in artikel 10 lid 3 onder a van de ASV worden tenminste een ontwerp en onderliggende offertes ingediend. De begroting zoals bedoeld in artikel 11 lid 2 onder c van de ASV bevat zowel een investeringsbegroting als een financieringsbegroting.

  • 4. Bij een eerste aanvraag worden tevens de volgende bescheiden ingeleverd:

    • a)

      de oprichtings- of stichtingsakte;

    • b)

      een overzicht van de financiële situatie op het moment van de aanvraag, indien mogelijk in de vorm van een jaarrekening over het voorgaande boekjaar.

  • 5. Voor projecten die in het MIP genoemd staan kan gedurende het gehele jaar een aanvraag voor een investeringssubsidie worden ingediend.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

  • 1. In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven wat de nieuwbouw- of renovatieplannen zijn.

  • 2. De aanvrager toont aan dat de aard en omvang van de investering in de basisvoorziening noodzakelijk is om op sobere en doelmatige wijze te voldoen aan de minimumvereisten zoals gesteld door de sportbond of Scouting Nederland of door de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO).

  • 3. Wanneer een duurzame verwarmingsmaatregel wordt aangevraagd dient een energieadvies ingediend te worden. Dit advies moet worden opgesteld door een energieprestatie adviseur met niveau "EP-U/B adviseur" of een vergelijkbaar certificaat zoals te vinden in het centraal register techniek.

Artikel 7 Verloop subsidieprocedure

  • 1. Voor zover het beschikbare subsidiebudget ontoereikend is om alle aanvragen die aan de gestelde voorwaarden voldoen toe te kennen, verleent het college subsidie op basis van rangschikking. Deze rangschikking komt tot stand door middel van loting.

  • 2. Alleen de aanvragen die voldoen aan de gestelde voorschriften voor het in behandeling nemen van de aanvraag, en eventueel met toepassing van artikel 4:5 van de Awb tot een complete aanvraag zijn aangevuld, maken onderdeel uit van de loting en komen derhalve voor subsidie in aanmerking. De loting vindt plaats voor 1 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de activiteiten worden gestart.

  • 3. In het geval een subsidie niet volledig verleend kan worden als gevolg van overschrijding van het subsidieplafond vindt verlening plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag.

  • 4. lndien naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening van de subsidie de activiteiten uit zal voeren, is het college bevoegd de subsidie te weigeren en deze te verlenen aan de eerstvolgende subsidieaanvrager die daar op basis van de rangschikking zoals bedoeld in het eerste lid voor in aanmerking komt.

Artikel 8 Beschikking op de aanvraag om subsidieverlening

  • 1. De beschikking op een aanvraag voor verlening van een investeringssubsidie sportaccommodaties en scoutinggebouwen wordt uiterlijk op 15 oktober voor aanvang van het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd, bekend gemaakt.

  • 2. De termijn genoemd in het eerste lid geldt niet als het gaat om de beschikking op een aanvraag voor verlening van een investeringssubsidie sportaccommodaties en scoutinggebouwen voor projecten die in het MIP vermeld staan. In dit geval moeten de financiële middelen eerst beschikbaar worden gesteld waarna er binnen twaalf weken een beschikking voor de verlening wordt opgesteld.

  • 3. Indien er sprake is van loting in de zin van artikel 7, tweede lid, wordt de beschikking op een aanvraag voor verlening uiterlijk 31 december voor aanvang van het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd, bekend gemaakt.

Artikel 9 Wanneer en hoe krijgt u de subsidie uitbetaald?

  • 1. Subsidie wordt niet eerder uitbetaald dan in het jaar waarin met de activiteiten wordt gestart.

  • 2. Voorschotten kunnen worden verstrekt op basis van het bouwplan.

Artikel 10 Aanvang en duur activiteiten

  • 1. De activiteiten voor het realiseren of renoveren van een basisvoorziening dienen te starten in het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd of in het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd.

  • 2. De activiteiten worden uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is aangevraagd afgerond.

  • 3. Bij zwaarwegende redenen kan het college uitstel verlenen op deze termijnen. De aanvrager moet hiervoor een schriftelijk verzoek indienen.

2.5 Jaarwisselingsfeesten

Artikel 1 Doel van de regeling

Het doel van de regeling is het concentreren van de feesten rond de jaarwisseling op een beperkt aantal grotere locaties ter bevordering van de overzichtelijkheid bij een eventueel noodzakelijke politie-inzet tijdens de drukke Nieuwjaarsnacht.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor feesten rond de jaarwisseling die een openbaar karakter hebben en die voor minimaal 200 personen toegankelijk zijn.

Artikel 3 Subsidieontvanger

Subsidie kan worden verstrekt aan organisaties die een jaarwisselingsfeest organiseren dat voldoet aan de eisen van deze nadere subsidieregel.

Artikel 4 Weigeringsgronden

In aanvulling op en in afwijking van artikel 14 van de ASV wordt subsidie geheel of gedeeltelijk geweigerd indien:

  • 1.

    Er reeds subsidie is verstrekt voor de activiteiten;

  • 2.

    Het feest geen openbaar karakter heeft;

  • 3.

    Het feest toegankelijk is voor minder dan 200 personen;

Artikel 5 Aanvraagvereisten

In aanvulling op artikel 10 en 11 van de ASV dient bij aanvraag te worden overlegd een begroting die inzicht geeft in de voorziene kosten van de beveiliging die nodig is voor het feest.

Artikel 6 Aanvraagtermijn

Subsidies kunnen in afwijking van artikel 12 ASV gedurende het gehele jaar worden aangevraagd.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • 1.

    Kosten die de aanvrager maakt voor de beveiliging van het feest waarbij wordt uitgegaan van één beveiliger op 100 bezoekers (1:100);

  • 2.

    In geval van jaarwisselingsfeesten die in een sporthal worden gehouden bedraagt de subsidie maximaal de daadwerkelijke kosten van het beveiligingspersoneel;

  • 3.

    In geval van jaarwisselingsfeesten die in de reguliere horeca worden gehouden bedraagt de subsidie maximaal de meerkosten voor het inhuren van beveiligingspersoneel in vergelijking met het normale uurtarief voor personeel in de horeca;

  • 4.

    Kosten voor personeel dat voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.

  • 5.

    Kosten voor de huur van lockers.

Artikel 8 Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. Subsidies worden verstrekt zolang er middelen zijn binnen het subsidieplafond

2.6 Vrijetijdskunst

Subsidieregeling vrijetijdskunst Westland

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    Vrijetijdskunstbeoefening: een verzamelnaam voor alle disciplines van kunst die niet-beroepsmatig en zonder winstoogmerk worden beoefend, waaronder erfgoed, beeldende kunst, architectuur, muziek, dans, zang, theater, woordkunst en (moderne) mediakunst, of mengvormen daarvan.

  • -

    Vrijwilligersorganisatie: een vereniging of stichting zonder winstoogmerk, met een culturele doelstelling voor vrijetijdskunstbeoefening in groepsverband, die met enige regelmaat bijeenkomsten en/of activiteiten organiseert in het algemeen belang. Daarbij worden alle inkomsten ingezet ten gunste van de doelstelling van de organisatie en er bestaat geen verband tussen de verrichte werkzaamheden en de verdiensten van de vrijwilligers. De verhouding tussen beroepskrachten en vrijwilligers kan variëren van geen tot een enkele betaalde kracht.

Artikel 2 Doelstelling

Het stimuleren van een structureel en divers aanbod voor vrijetijdskunst in de gemeente Westland, in groepsverband georganiseerd en uitgevoerd door vrijwilligersorganisaties.

Artikel 3 Aanvrager

  • 1. Subsidie kan worden aangevraagd door vrijwilligersorganisaties, gevestigd in de gemeente Westland of hoofdzakelijk samenkomend in de gemeente Westland dan wel met een vaste repetitieruimte in de gemeente Westland, die culturele activiteiten verrichten op het gebied van vrijetijdskunstbeoefening. Op initiatief van de leden dan wel deelnemers en/of het bestuur wordt er een ruimte gehuurd voor repetities/bijeenkomsten en/of (een) professional(s) voor het leiden van die repetities/bijeenkomsten. De organisatie werkt toe naar presentatiemomenten, die openbaar toegankelijk zijn voor publiek en in de gemeente Westland plaatsvinden. De leden betalen contributie aan de organisatie.

  • 2. Subsidie kan niet worden aangevraagd door eigenaren of exploitanten van podia/presentatieruimtes die plek bieden aan vrijetijdskunstenaars. Zij organiseren ook activiteiten en hebben een culturele doelstelling, organiseren bijeenkomsten, maar zijn niet zelf een groep beoefenaars.

Artikel 4 Subsidieplafond en verdeling

Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast. Wanneer de ingediende aanvragen het subsidieplafond overstijgen, wordt op elke verlening naar rato een korting toegepast.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten en hoogte subsidie

  • 1. Stichting Westland Cultuurweb (hierna: Cultuurweb) kan als door het college gemandateerde instelling subsidie verstrekken in de vorm van:

    • a.

      een bijdrage van 25% van de ontvangen contributies van actieve leden, tot een maximum van € 1.500,- ongeacht het aantal vrijetijdskunstgroepen dat de aanvrager heeft; en

    • b.

      een bijdrage van 50% in de huisvestingskosten en de kosten van artistieke leiding, tot maximaal € 1.500,-. Aanvragers met meerdere vrijetijdskunstgroepen kunnen hiervoor per groep maximaal € 1.500,- aanvragen, met een maximum van € 4.500,- per aanvrager.

  • 2. De bijdragen genoemd in lid 1 worden berekend op basis van de contributie en kosten in het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 6 Eisen aan de subsidieaanvraag

  • 1. De aanvraag wordt ingediend door een volledig ingevuld aanvraagformulier. De aanvraag moet vóór 1 december van het lopende kalenderjaar worden ingediend via subsidie@westlandcultuurweb.nl.

  • 2. In afwijking van artikel 10 van de Algemene Subsidieverordening Westland 2024 worden bij de aanvraag de volgende documenten aangeleverd:

    • a.

      Een overzicht van het aantal actieve leden per 1 januari van het kalenderjaar van aanvraag

    • b.

      Contributie-overzicht van het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag

    • c.

      De meest recente jaarrekening

    • d.

      Uittreksel KvK

Artikel 7 Beoordelingscriteria

Om in aanmerking te komen voor subsidie moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:

  • a.

    De aanvraag draagt bij aan de doelstelling zoals aangegeven in artikel 2 van deze regeling;

  • b.

    De vereniging en/of stichting is gevestigd in de gemeente Westland of komt hoofdzakelijk in de gemeente Westland samen dan wel heeft een vaste repetitieruimte in de gemeente Westland;

  • c.

    De aanvrager dient minimaal een keer per jaar een openbaar toegankelijke presentatie in de gemeente Westland te organiseren;

  • d.

    De activiteiten vinden met regelmaat plaats en minimaal 26 keer per jaar.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Subsidie kan worden geweigerd in de situaties genoemd in artikel 14 van de Algemene Subsidieverordening Westland 2024.

Artikel 9 Beslistermijn en vaststelling subsidie

  • 1. Op een aanvraag voor subsidie wordt vóór 1 maart van het volgende kalenderjaar beslist. Betaling vindt plaats binnen vier weken na toekenning van de subsidie.

  • 2. De subsidie wordt meteen bij verlening vastgesteld.

2.7 Instandhouding gemeentelijke monumenten

Subsidieregeling instandhouding gemeentelijke monumenten Westland

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze regeling verstaat onder:

  • -

    ASV: Algemene subsidieverordening Westland 2024;

  • -

    college: college van burgemeester en wethouders;

  • -

    eigenaar: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een gemeentelijk monument;

  • -

    gemeentelijke monumenten: onroerende zaken die als gemeentelijk monument zijn aangewezen;

  • -

    historisch interieur: binnenruimte van bijzondere waarde dat zich bevindt in een gemeentelijk monument;

  • -

    kerkelijk monument: onroerende zaak, aangewezen als gemeentelijk monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor een gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging;

  • -

    overige objecten: gemeentelijke monumenten die niet onder historische interieurs, kerkelijke monumenten of woonhuizen, boerderijen en tuinderswoningen vallen;

  • -

    subsidiabele kosten: kosten als bedoeld in artikel 7 van deze regeling;

  • -

    woonhuizen, boerderijen en tuinderswoningen: monumenten die van oorsprong primair zijn opgericht voor bewoning of die oorspronkelijk een andere functie dan bewoning hadden, maar thans primair voor bewoning in gebruik zijn, inclusief kerkgebouwen, molens en gemalen.

Artikel 2 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren van een gemeentelijk monument.

Artikel 3 Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar twee afzonderlijke subsidieplafonds vast voor instandhouding van kerkelijke monumenten en voor instandhouding van woonhuizen, boerderijen, tuinderswoningen, historische interieurs en overige objecten.

  • 2. In geval twee of meer volledige subsidieaanvragen met een gelijk tijdstip van ontvangst bij verstrekking gezamenlijk tot overschrijding van het subsidieplafond zouden leiden, krijgen bij de verdeling van het nog beschikbare subsidiebudget de activiteiten die het meest overeenkomen met het doel van deze subsidieregeling voorrang.

Artikel 4 Aanvraagprocedure

  • 1. Aanvragen worden ingediend via het door het college vastgestelde aanvraagformulier instandhoudingssubsidie gemeentelijke monumenten. De subsidie kan gedurende het gehele jaar worden aangevraagd.

  • 2. In afwijking van de artikelen 10 en 11 van de ASV voegt de aanvrager bij de aanvraag de facturen en betalingsbewijzen toe inzake de uitgevoerde werkzaamheden. Deze facturen en bewijzen mogen niet ouder zijn dan 12 weken op het moment dat het verzoek wordt ingediend.

  • 3. In afwijking van het tweede lid geldt bij werkzaamheden die in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 31 december 2025 zijn uitgevoerd dat de facturen en betaalbewijzen wel ouder dan 12 weken mogen zijn. Deze aanvragen moeten uiterlijk 31 december 2026 ingediend zijn.

  • 4. Het college kan een door de gemeente aangestelde inspecteur in de gelegenheid stellen de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren.

  • 5. Als blijkt dat de werkzaamheden niet aan de gestelde eisen voldoen of niet naar behoren zijn uitgevoerd kan de subsidie worden geweigerd of kan een lager subsidiebedrag worden vastgesteld.

Artikel 5 Advies Commissie Omgevingskwaliteit

  • 1. Alvorens een beslissing te nemen op de aanvraag kan het college in voorkomende gevallen het advies inwinnen van de Commissie Omgevingskwaliteit.

  • 2. De Commissie Omgevingskwaliteit brengt schriftelijk advies uit binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag van het college.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

  • 1. De instandhoudingssubsidie voor woonhuizen, boerderijen, tuinderswoningen, historische interieurs en overige objecten bedraagt 25% van de subsidiabele kosten. De subsidie bedraagt maximaal € 10.000,- per monument over een periode van vijf kalenderjaren.

  • 2. De instandhoudingssubsidie voor kerkgebouwen bedraagt 25% van de subsidiabele kosten. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000,- per kerkelijk monument over een periode van vijf kalenderjaren.

  • 3. De periode van vijf kalenderjaren zoals genoemd in de voorgaande leden bestaat uit het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de vier voorafgaande kalenderjaren. Het maximale bedrag per monument kan eventueel op basis van meerdere subsidieaanvragen worden verleend.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

  • 1. Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen als bedoeld in de lijst subsidiabele kosten zoals opgenomen in de Leidraad instandhouding monumenten. De leidraad is opgenomen als bijlage 2 van deze Nadere Subsidieregels. Deze bijlage is limitatief en vormt een integraal onderdeel van deze subsidieregeling. De kosten zijn uitsluitend subsidiabel voor zover de werkzaamheden:

    • a.

      strekken tot instandhouding van het monument en zijn monumentale waarden;

    • b.

      sober en doelmatig zijn;

    • c.

      gericht zijn op maximaal behoud van aanwezige historische materialen en constructies.

  • 2. Subsidiabel zijn de kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van gevolgschade.

  • 3. Subsidiabel zijn de kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen.

  • 4. Niet subsidiabel zijn de kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op reconstructie, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van het college ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn.

  • 5. Niet subsidiabel zijn kosten voor werkzaamheden die:

    • a.

      voortvloeien uit veranderd gebruik, tenzij het veranderd gebruik past binnen een door het college vastgesteld besluit tot herbestemming van het monument, en

    • b.

      zijn gericht op comfortverbetering.

  • 6. In afwijking van de voorgaande leden kan een subsidie worden verleend voor het treffen van voorzieningen tot gedeeltelijke opheffing van bouwtechnische gebreken en de voorzieningen in het belang van de instandhouding met spoed dienen te worden getroffen.

Artikel 8 Voorwaarden voor subsidieverlening

De eigenaar is verplicht vanaf de aanvang van de werkzaamheden op zijn kosten het gemeentelijk monument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden.

Artikel 9 Afwijzingscriteria

  • 1. De subsidie wordt in ieder geval niet verstrekt:

    • a.

      voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden;

    • b.

      indien er niet is voldaan aan de voorwaarden uit de artikelen 7 en 8;

    • c.

      indien een benodigde vergunning niet is verleend;

    • d.

      indien de kosten van de voorzieningen niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;

    • e.

      voor zover de kosten op grond van een verzekering dan wel een andere subsidieregeling dan de onderhavige worden vergoed;

    • f.

      indien dezelfde instandhoudingswerkzaamheden in een aaneengesloten periode van 5 jaar als bedoeld in artikel 6 lid 3 al voor subsidie in aanmerking zijn gekomen;

    • g.

      indien het gemeentelijk monument in een aaneengesloten periode van 5 jaar als bedoeld in artikel 6 lid 3 de maximale subsidie toegekend heeft gekregen;

    • h.

      als het toe te kennen subsidiebedrag minder dan € 500 is.

  • 2. De aanvrager dient tijdens de uitvoering van de werkzaamheden eigenaar te zijn van het object waarvoor de subsidie is aangevraagd. Indien de aanvrager het object tijdens deze periode vervreemdt, vervalt het recht op subsidie.

Artikel 10 Uitbetaling van de subsidie

  • 1. Uitbetaling van de subsidie vindt plaats binnen vier weken na toekenning van de subsidie.

  • 2. De subsidie wordt meteen bij verlening vastgesteld.

2.8 Collectieve woningaanpassingen en scootmobielstallingen

Subsidieregeling collectieve woningaanpassingen en scootmobielstallingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

aanpassingskosten:

kosten die de eigenaar van een wooncomplex moet maken voor het realiseren van collectieve woningaanpassingen van een bestaand wooncomplex bestaande uit:

  • in of bij het wooncomplex aangebrachte stallingsruimte; of

  • ten behoeve van de verbetering van de door- en toegankelijkheid van gemeenschappelijke ruimten voor bewoners die aangewezen zijn op het gebruik van een rollator of scootmobiel;

college:

het college van burgemeester en wethouders;

gemeenschappelijke ruimte:

gedeelte van een wooncomplex, niet behorend tot de eigen woonruimte van de bewoner, bestemd en noodzakelijk om die woonruimte vanaf de toegang tot het wooncomplex te bereiken met inbegrip van binnenruimten, bedoeld voor voetgangers en gemeenschappelijk recreatief gebruik

inwoner:

ingezetene van de gemeente Westland als bedoeld in de Wet Basisregistratie Personen;

woningcorporatie:

een instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;

wooncomplex:

een in eenheden gebouwd woningblok, waar ouderen en mensen met een (lichamelijke) beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen;

vervoersvoorziening:

een scootmobiel of elektrische driewielfiets.

Artikel 2 Toepassingsbereik subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor het treffen van collectieve woningaanpassingen ten behoeve van bewoners die in aanmerking komen voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015, de Wlz, de Zvw of de Jeugdwet.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde woningaanpassingen dienen plaats te vinden in wooncomplexen die:

    • a.

      zijn gelegen binnen de grenzen van de gemeente Westland;

    • b.

      eigendom zijn van een woningcorporatie, een Vereniging van Eigenaars of een particuliere verhuurder; en

    • c.

      bewoond worden door ten minste drie personen die een geldige indicatie hebben op grond van één van de in het eerste lid genoemde wettelijke kaders.

Artikel 3 Activiteiten

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor:

    • a.

      het aanleggen van een volwaardige stallingsplaats voor twee of meer scootmobielen in of nabij een wooncomplex die voldoet aan de veiligheidseisen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) en NEN 9120 normen. Deze laatste biedt een kader voor nieuwbouwprojecten en kan ook worden toegepast bij renovaties waarbij de route naar woning in een complex en de stalling geschikt is voor de bewoners;

    • b.

      het aanpassen van meerdere individuele woningen in een complex om het stallen van een scootmobiel of vergelijkbare vervoersvoorziening mogelijk te maken.

    • c.

      het realiseren van collectieve woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimten, die resulteren in de verbetering van de door- en toegankelijkheid van het wooncomplex naar de eigen woonruimte, waardoor bewoners langer in hun woning kunnen blijven wonen. Dit kan bestaan uit:

      • verbreden van toegangsdeuren;

      • aanbrengen van elektrische deuropeners;

      • nivelleren van niveauverschillen;

      • verwijderen van drempels;

      • aanbrengen van een extra trapleuning bij portiekwoningen;

      • een andere aanpassing, voor zover deze naar het oordeel van het college in overeenstemming is met het doel van deze subsidieregeling.

  • 2. Voor de activiteiten in het eerste lid onder a is een richtlijn opgesteld. De richtlijn is gericht op het aantal stallingsplaatsen per complex bij nieuwbouwcomplexen. In bestaande gebouwen is het niet altijd mogelijk om dezelfde aantallen te realiseren.

Artikel 4 Randvoorwaarden

De plannen dienen te voldoen aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) en de NEN 9120.

Aanvullend hierop zijn de volgende voorwaarden vereist.

De stallingsruimte moet:

  • voor scootmobielen regendicht zijn en afsluitbaar zijn tegen diefstal en vandalisme;

  • vrij zijn van hoogteverschillen van meer dan 2 cm in de ondergrond. Indien er hoogteverschillen van meer dan 2 cm overbrugd moeten worden, dient dit met een hellingbaan opgelost te worden;

  • voorzien zijn van doorgangen in de route naar de stallingsplek die minimaal 90 cm breed zijn;

  • bereikbaar zijn via eenvoudig te openen deuren (bijvoorbeeld voorzien van elektrische deuropeners).

Een stallingsplek voor een scootmobiel moet:

  • voorzien zijn van een wandcontactdoos om de scootmobiel op te laden;

  • voorzien zijn van een voorziening om de acculader te plaatsen tijdens het opladen en daarbuiten;

  • naast de geparkeerde scootmobiel voldoende ruimte aanwezig zijn om in- en uit te stappen (minimaal 80 cm vrije ruimte); deze ruimte mag elkaar overlappen (1 ruimte voor 2 scootmobielen).

Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. De kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, komen voor subsidiering in aanmerking.

  • 2. Uitsluitend de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3 komen voor subsidie in aanmerking.

Artikel 6 Aanvraag

  • 1. Aanvragen worden volledig ingevuld en ondertekend ingediend bij de gemeente middels het daartoe bestemde aanvraagformulier. De subsidie kan gedurende het gehele jaar worden aangevraagd.

  • 2. De aanvraag bevat een toelichting over hoe de collectieve aanpassing op termijn maatwerkvoorzieningen voorkomt.

  • 3. Naast het aanvraagformulier worden bij de aanvraag de volgende stukken overgelegd:

    • een tekening met de huidige en toekomstige situatie waarop de aanpassing duidelijk zichtbaar is;

    • de financiële verantwoording;

    • een kopie van de notariële eigendomsakte waaruit blijkt dat de aanvrager de eigenaar is van het wooncomplex

  • 4. Indien een onvolledige aanvraag niet binnen de gestelde termijn wordt aangevuld, besluit het college de aanvraag niet verder te behandelen (artikel 4:5, eerste lid, onder c, van de Awb). De aanvrager kan eventueel een nieuwe aanvraag indienen.

Artikel 7 De hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt maximaal € 25.000 per wooncomplex.

Artikel 8 Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor de jaren 2025, 2026 en 2027 bedraagt € 300.000 per kalenderjaar.

Artikel 9 Wijze van verdeling

Honorering van volledige aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie, geschiedt in volgorde van indiening bij het college, totdat het in artikel 8 vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

Artikel 10 Subsidieverplichtingen

Het college verbindt aan de subsidieverlening de volgende verplichtingen:

  • a.

    de collectieve woningaanpassingen worden gerealiseerd met inachtneming van de geldende wettelijke eisen, met name de eisen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) en de normen uit NEN 9120;

  • b.

    de woningaanpassingen worden gerealiseerd met inachtneming van de randvoorwaarden uit artikel 4;

  • c.

    de activiteiten, bedoeld in artikel 3, worden gestart vóór 31 december van het jaar waarin de subsidie is toegekend;

  • d.

    de activiteiten, bedoeld in artikel 3, zijn volledig gerealiseerd binnen 12 maanden na het subsidieverleningsbesluit;

  • e.

    de scootmobielstalling waarvoor subsidie is verleend behoudt deze functie gedurende ten minste 10 jaar vanaf de vaststelling van de subsidie.

  • f.

    het onderhoud van de scootmobielstalling valt onder verantwoordelijkheid en verzekering van de eigenaar van het complex.

Artikel 11 Weigeringsgronden

Het college kan een subsidie weigeren indien:

  • a.

    het subsidieplafond is bereikt;

  • b.

    de realisatie van de woningaanpassing leidt tot een verhoging van de huur- of servicekosten voor bewoners anders dan een toegestane verhoging in het kader van de prijzen voor DAEB-woningen;

  • c.

    het wooncomplex is gebouwd in het jaar 2012 of later;

  • d.

    het wooncomplex naar verwachting niet tot ten minste 10 jaar als zodanig zal worden gebruikt;

  • e.

    de woningen in het wooncomplex niet geschikt zijn of geschikt zijn te maken voor bewoning door inwoners die binnen de eigen woning zijn aangewezen op het gebruik van een rollator of buiten de eigen woning zijn aangewezen op het gebruik van een scootmobiel;

  • f.

    de aanvraag is ingediend ten behoeve van:

    • i.

      een wooncomplex met onzelfstandige woonruimten; of

    • ii.

      een instelling in de zin van Wet toelating zorginstellingen;

  • g.

    eventueel benodigde vergunningen niet zijn verkregen;

  • h.

    voor de ingediende aanvraagdatum al een aanvang is gemaakt met de daadwerkelijke bouwactiviteiten;

  • i.

    de aanpassingskosten minder dan € 500,- bedragen;

  • j.

    blijkens het ingediende plan van aanpak de aangevraagde subsidie onvoldoende oplossing biedt voor de beschreven problematiek of de problematiek onvoldoende duidelijk is gemaakt;

  • k.

    voor de aanpassingskosten uit andere bronnen een vergoeding kan worden verkregen.

Artikel 12 Bevoorschotting

Het volledige subsidiebedrag wordt na de verleningsbeschikking beschikbaar gesteld in de vorm van een voorschot.

2.9 Dierenwelzijn

Subsidieregeling Dierenwelzijn Westland

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    ASV: Algemene subsidieverordening Westland 2024

  • -

    Dierenwelzijn: dit betekent dat dieren goed verzorgd worden en dat ze geen pijn of stress ervaren. Het gaat erom dat dieren in een veilige omgeving kunnen leven, waarin ze voldoende ruimte, eten, drinken en aandacht krijgen. Het is belangrijk dat mensen goed voor dieren zorgen en hun behoeften begrijpen, zodat ze gezond en gelukkig kunnen zijn.

  • -

    Landbouwdieren: dieren die door mensen worden gehouden primair om commerciële redenen. Bijvoorbeeld voor het produceren van voedsel (zoals melk, vlees of eieren) of andere producten zoals wol of leer, of om met deze dieren commercieel te fokken.

  • -

     Vrijwilligersorganisatie: een vereniging of stichting zonder winstoogmerk, met een doelstelling voor het bevorderen van dierenwelzijn, handelend in het algemeen belang. Daarbij worden alle inkomsten ingezet ten gunste van de doelstelling van de organisatie en er bestaat geen verband tussen de verrichte werkzaamheden en de verdiensten van de vrijwilligers. De verhouding tussen beroepskrachten en vrijwilligers kan variëren van geen tot een enkele betaalde kracht.

Artikel 2 Doelstelling

Het bevorderen van dierenwelzijn door lokale, kleine initiatieven rond dierenwelzijn uitgevoerd door vrijwilligersorganisaties te ondersteunen.

Artikel 3 Aanvrager

  • 1. Subsidie kan worden aangevraagd door vrijwilligersorganisaties, gevestigd in de gemeente Westland met een doelstelling voor het bevorderen van dierenwelzijn, handelend in het algemeen belang.

  • 2. Subsidie kan niet worden aangevraagd door eigenaren of exploitanten van dierenwinkels en dierenpraktijken.

  • 3. Subsidie kan niet worden aangevraagd door Dieren Opvang Centrum Westland (DOCW).

Artikel 4 Subsidieplafond en verdeling

  • 1. Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 2. Subsidies worden verstrekt zolang er middelen zijn binnen het subsidieplafond.

  • 3. Als een (deel van een) initiatief wordt afgewezen wegens het bereiken van het subsidieplafond, kan in het volgende jaar opnieuw een aanvraag voor hetzelfde initiatief worden ingediend.

  • 4. Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. De datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als de datum van binnenkomst.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verleend ten behoeve van initiatieven met de volgende doelstelling(en) (uitputtend):

  • -

    Het verbeteren van dierenwelzijn en het stimuleren van diervriendelijk gedrag;

  • -

    Het leren herkennen en voorkomen van dierenleed;

  • -

    Het stimuleren van verantwoord huisdierenbezit;

  • -

    Het aanmoedigen van adoptie in plaats van kopen;

  • -

    Het voorkomen van zwerfdieren;

  • -

    Het zorgen voor verwaarloosde, verlaten of mishandelde dieren;

  • -

    Het bevorderen van vrijwilligerswerk in dierenopvang.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

  • 1. Het maximale subsidiebedrag bedraagt per initiatief maximaal € 10.000,-.

  • 2. De maximale bijdrage van de gemeente is 50% van de totale kosten voor het initiatief.

Artikel 7 Eisen aan de subsidieaanvraag en aanvraagtermijn

  • 1. Aanvragen worden volledig ingevuld en ondertekend ingediend bij de gemeente middels het daartoe bestemde aanvraagformulier.

  • 2. In aanvulling op artikel 10, lid 3 en 4 van de ASV wordt bij de aanvraag het volgende stuk aangeleverd:

    • a.

      de aanvrager toont bij de kostenraming aan dat 50% eigen financiering beschikbaar is.

  • 3. Subsidies kunnen in afwijking van artikel 12 van de ASV gedurende het hele jaar worden aangevraagd.

Artikel 8 Voorwaarden voor subsidieverlening

Om in aanmerking te komen voor subsidie moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:

  • a.

    de aanvraag draagt direct bij aan de doelstelling zoals aangegeven in artikel 2 van deze regeling;

  • b.

    de aanvraag valt onder de subsidiabele activiteiten zoals omschreven in artikel 5 van deze regeling;

  • c.

    de vrijwilligersorganisatie is gevestigd in de gemeente Westland.

Artikel 9 Weigeringsgronden

  • 1. Subsidie kan worden geweigerd in de situaties genoemd in artikel 14 van de ASV.

  • 2. Als een (deel van een) initiatief wordt afgewezen wegens een inhoudelijke beoordeling, kan in het volgende jaar niet opnieuw een aanvraag voor hetzelfde initiatief worden ingediend.

  • 3. Subsidie kan worden geweigerd in geval het initiatief ‘landbouwdieren’ betreft.

  • 4. Subsidie wordt niet verstrekt voor zover het subsidieplafond wordt overschreden.

  • 5. Subsidie wordt niet verstrekt wanneer niet aan de voorwaarden uit deze regeling is voldaan.

Artikel 10 Beslistermijn en vaststelling subsidie

  • 1. Op een aanvraag voor subsidie wordt maximaal 8 weken na indienen beslist.

  • 2. De subsidie wordt vastgesteld conform artikel 21 van de ASV.

2.10 Kleine Culturele Initiatieven

Subsidieregeling Kleine Culturele Initiatieven

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    Kleinschalig: een eenmalige activiteit of een reeks van maximaal vier bijeenkomsten die samen één geheel vormen;

  • -

    Verbinding: een initiatief wordt als verbindend beschouwd indien het bijdraagt aan sociale cohesie door het versterken van onderlinge relaties en gemeenschapsgevoel. Participatie vormt een vast uitgangspunt: actieve betrokkenheid van bewoners of deelnemers bij de organisatie, voorbereiding en/of uitvoering.

Artikel 2 Doelstelling

De regeling draagt door verbinding middels cultuur bij aan de volgende doelstelling(en):

  • a.

    Het bevorderen van contact en ontmoeting tussen inwoners, waardoor betrokkenheid en samenhang in de gemeenschap worden versterkt (bijvoorbeeld tussen verschillende generaties of culturele achtergronden);

  • b.

    Het betrekken van kwetsbare of geïsoleerde groepen (zoals ouderen);

  • c.

    Het stimuleren van cultuurparticipatie voor inwoners die niet vanzelfsprekend deelnemen aan het reguliere aanbod;

  • d.

    Het versterken van samenwerking tussen cultuur en het sociaal domein.

Artikel 3 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    organisaties/inwoners met culturele doelstelling die met hun initiatief voor verbinding zorgen;

  • b.

    organisaties/inwoners zonder culturele doelstelling die met hun initiatief cultuur als middel inzetten om verbinding te verwezenlijken.

Artikel 4 Subsidieplafond en verdeling

  • 1. Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 2. Subsidies worden verstrekt zolang er middelen zijn binnen het subsidieplafond.

  • 3. Als een aanvraag wordt afgewezen wegens het bereiken van het subsidieplafond, kan in een volgende subsidieronde een aanvraag voor hetzelfde initiatief worden ingediend.

  • 4. Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. De datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als de datum van binnenkomst.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten en hoogte subsidie

  • 1. Subsidie kan worden aangevraagd voor kunstzinnige en/of culturele activiteiten in één van de disciplines erfgoed, beeldende kunst, architectuur, muziek, dans, zang, theater, woordkunst en (moderne) mediakunst, of mengvormen daarvan. De activiteit dient te worden georganiseerd binnen de Gemeente Westland, bij voorkeur op wijk- of kernniveau.

  • 2. Het project mag niet behoren tot/is geen wervingsactie voor reguliere activiteiten van de betreffende organisatie.

  • 3. Het project moet een ander publiek dan wel andere deelnemers trekken dan alleen het reguliere publiek/deelnemers van de betreffende organisatie.

  • 4. Het toe te kennen bedrag bedraagt maximaal 1.800 euro.

  • 5. Westland Cultuurweb kan besluiten een lagere bijdrage dan aangevraagd toe te kennen. De directeur van Westland Cultuurweb betrekt in de argumentatie hierover het advies van de commissie, zoals genoemd in artikel 7 lid 2 van deze regeling.

Artikel 6 Eisen aan de subsidieaanvraag

  • 1. Voor het project wordt een begroting met dekkingsplan ingediend.

  • 2. Er kan uitsluitend een bijdrage worden gevraagd voor kosten die direct verband houden met (de organisatie van) de kunstzinnige en/of culturele activiteit. De opgevoerde kosten dienen in verhouding te zijn met de impact van het initiatief.

  • 3. De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van de aanvraagformulieren zoals Westland Cultuurweb deze op haar site heeft gepubliceerd.

  • 4. Voor het aanvragen van een financiële bijdrage gelden de volgende uiterlijke indiendata:

    • a.

      1 februari voor projecten in maart en april

    • b.

      1 april voor projecten in mei en juni

    • c.

      1 juni voor projecten in juli en augustus

    • d.

      1 augustus voor projecten in september en oktober

    • e.

      1 oktober voor projecten in november en december

    • f.

      1 december voor projecten in januari en februari van het komende jaar

  • 5. Een aanvrager kan twee keer per jaar een aanvraag indienen. Westland Cultuurweb en de commissie behouden de vrijheid om nieuwe aanvragers voorrang te verlenen wanneer het beschikbare budget niet toereikend is.

Artikel 7 Beoordelingscriteria

  • 1. De aanvraag dient een kleinschalige activiteit te zijn waarbinnen kunst en cultuur de hoofdrol spelen en die mensen met elkaar verbindt, zoals omschreven in artikel 1 van deze regeling. De activiteit moet eveneens voldoen aan (een van de) doelstellingen uit artikel 2 van deze regeling.

  • 2. Een onafhankelijke commissie van minimaal drie personen toetst de aanvragen aan de criteria uit de regeling en adviseert de directeur van Westland Cultuurweb over toekenning.

Artikel 8 Weigeringsgronden

  • 1. Subsidie kan worden geweigerd in de situaties genoemd in artikel 14 van de Algemene Subsidieverordening Westland 2024.

  • 2. Subsidie wordt eveneens geweigerd wanneer het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 9 Beslistermijn, uitbetaling en verantwoording

  • 1. De directeur van Westland Cultuurweb neemt op grond van de adviezen van de commissie een besluit over toekenning van de bijdrage. De aanvrager ontvangt uiterlijk binnen twee weken na bovenstaande indiendata een reactie.

  • 2. Bij een toekenning wordt de bijdrage binnen twee weken na het verzenden van de toekenningsbrief door Westland Cultuurweb aan de aanvrager overgemaakt.

  • 3. Na afloop van het project stuurt de aanvrager binnen een maand een korte inhoudelijke en financiële verantwoording.

3. Sport

De subsidies die verstrekt worden leveren een bijdrage aan het maatschappelijk effect:

  • Inwoners van Westland beschikken over een goede gezondheid. Een goede gezondheid is de basis voor een lang leven.

Doelstellingen:

  • Faciliteren basisvoorzieningen voor sport

  • Stimuleren van sportparticipatie van kwetsbare doelgroepen

  • Creëren van een veilige sociale en sportieve omgeving

  • Verbeteren van een gezonde omgeving

In paragraaf 3.1 “Sport” zijn de bovengenoemde doelstellingen vertaald naar concrete activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd.

3.1 Sport

Artikel 1 Activiteiten sporthallen

  • 1. Het college kan subsidies verstrekken voor de exploitatie van Westlandse sporthallen.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan de exploitant van een sporthal die op het moment van de inwerkingtreding van deze nadere subsidieregels reeds subsidie ontvangt en die kan aantonen dat de subsidie noodzakelijk is voor het voortbestaan van de sporthal.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden wordt, worden de toegekende subsidies gekort naar evenredigheid van de overschrijding van het subsidieplafond.

  • 5. Wanneer de omstandigheden daar naar het oordeel van het college aanleiding toe geven, kan het bedrag dat ten behoeve van de exploitatie van een sporthal wordt verleend voor het betreffende jaar worden verhoogd, mits het subsidieplafond dat toelaat.

Artikel 2 Activiteiten zwembad

  • 1. Het college kan een subsidie verstrekken voor de exploitatie van zwembaden binnen de gemeentegrenzen van Westland.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan de exploitant van een zwembad.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die het grootste aantal bezoekers hebben.

Artikel 3 Schoolzwemmen gespecialiseerd onderwijs en speciaal basisonderwijs

  • 1. Het college kan subsidies verstrekken voor:

    • a.

      de kosten van schoolzwemmen en schoolzwemvervoer voor instellingen van (voortgezet) speciaal onderwijs;

    • b.

      de kosten van schoolzwemvervoer voor instellingen van speciaal basisonderwijs ten behoeve van leerlingen die extra zorg nodig hebben, nog geen zwemdiploma hebben en waarvan de ouders niet in staat zijn zwemlessen te financieren.

  • 2. Deze subsidie wordt verstrekt ten behoeve van maximaal 40 weken schoolzwemmen en schoolzwemvervoer. De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de werkelijke kosten die gemaakt worden voor de inzet van een vervoermiddel voor groepsvervoer en voor het gebruik van het zwembad voor schoolzwemmen. Voor bepaling van de werkelijke kosten dient een offerte van een vervoersbedrijf te worden meegestuurd met de aanvraag, alsmede een berekening van de kosten voor het zwembad op basis van het aantal leerlingen.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 4 lnnovatieve subsidies sport

  • 1. Het college kan subsidies verstrekken voor activiteiten op het gebied van sport die een innovatief karakter hebben waardoor wordt bijgedragen aan de doelstelling van het Westlandse sportbeleid.

  • 2. Voor dezelfde activiteit wordt maximaal één subsidie verstrekt. De subsidie kan gedurende het gehele jaar worden aangevraagd.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 5 Subsidies Topsport Westland

  • 1. Het college kan subsidies verstrekken voor:

    • a.

      deelname van Westlandse topsportverenigingen aan internationale kampioenschappen en competities;

    • b.

      de organisatie van topsportevenementen;

    • c.

      de ondersteuning van Westlandse topsporttalenten.

  • 2. De subsidies zoals genoemd in lid 1 onder a worden alleen verleend aan Westlandse topsportverenigingen die spelen op een toernooi dat erkend is door een internationale bond. De subsidie bedraagt maximaal € 2.500 per speelronde, met een maximum van € 10.000 per jaar/seizoen. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend dienen een aantoonbare bijdrage te leveren aan de sportontwikkeling naar een hoger (inter)nationaal niveau. Aan het verlenen van de subsidie wordt de voorwaarde verbonden dat een tegenprestatie wordt verleend.

  • 3. De subsidies zoals genoemd in lid 1 onder c worden alleen verleend aan Westlandse topsporters die in bezit zijn van een status van NOC*NSF. De subsidie bedraagt maximaal € 1.000 per jaar en wordt per topsporter ten hoogste eenmaal per jaar verleend met een maximum van drie jaar. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend dienen een aantoonbare bijdrage te leveren aan de sportontwikkeling naar een hoger (inter)nationaal niveau. Aan het verlenen van de subsidie wordt de voorwaarde verbonden dat een tegenprestatie wordt verleend.

  • 4. De subsidie mag niet kostendekkend zijn. Daarom moet er aantoonbaar sprake zijn van een bijdrage van de aanvrager zelf of derden.

  • 5. De subsidies zoals genoemd in het eerste lid kunnen gedurende het gehele jaar worden aangevraagd. Voor subsidies zoals genoemd in lid 1 onder a kan worden afgeweken van de indieningstermijn zoals genoemd in artikel 12 lid 2 van de ASV, als wordt aangetoond dat de voorgeschreven indieningstermijn niet kan worden gehaald.

  • 6. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 7. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de complete aanvragen die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

4. Educatie en Ontwikkeling

Bevorderen van gelijkwaardige kansen voor ontwikkeling Maatschappelijk effecten:

  • Stimuleren van de educatie en de ontwikkeling

Doelstellingen:

  • Taalontwikkeling

  • Sociale vaardigheden

  • Kennis en vaardigheden

  • Inclusiviteit

  • Betrokkenheid van ouders

  • Ondersteuning van kwetsbare gezinnen

In de paragrafen 4.1 en 4.2 zijn de bovengenoemde doelstellingen vertaald naar concrete activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd: “Peuteropvang” en “Voor en vroegschoolse educatie”.

4.1 Peuteropvang

Artikel 1 Subsidiabele activiteiten peuteropvang

Voor de opvang van peuters kan een subsidie worden verstrekt.

Artikel 2 Subsidieplafond peuteropvang

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. Door het subsidieplafond wordt het totaal aantal uren peuteropvang dat kan worden gesubsidieerd door de gemeente gemaximeerd.

Artikel 3 Verdeelregels peuteropvang (eerste, reguliere aanvraag)

Voor zover het totaal van de aangevraagde subsidie het subsidieplafond voor peuteropvang overschrijdt, gelden de volgende verdeelregels:

  • a.

    aanvragers die in het voorgaande jaar een subsidie voor peuteropvang ontvingen, hebben voorrang boven nieuwe aanvragers;

  • b.

    voor zover het subsidieplafond onvoldoende is om de subsidieaanvragen van de aanvragers die in het voorgaande jaar een subsidie ontvingen toe te kennen, wordt het subsidiebedrag uit de subsidievaststelling van het voorgaande jaar, mits niet lager aangevraagd, overgenomen;

  • c.

    wanneer na toepassing van onderdeel b nog een bedrag resteert, wordt dit naar evenredigheid van het aangevraagde subsidiebedrag onder de subsidieaanvragers die in het voorgaande jaar een subsidie ontvingen, verdeeld;

  • d.

    voor zover er na verlening van de subsidie aan degenen die in het voorgaande jaar een subsidie ontvingen nog een bedrag beschikbaar is, wordt bij loting bepaald welke nieuwe aanvrager of aanvragers in aanmerking komt of komen voor de subsidie.

Artikel 4 Tweede aanvraag in geval van overproductie peuteropvang

  • 1. Voor zover een ontvanger van een subsidie voor peuteropvang meer opvang heeft gerealiseerd dan waarvoor een subsidie is verleend, kan de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een tweede aanvraag om subsidie voor de extra gerealiseerde peuteropvang indienen.

  • 2. De aanvraag om subsidie voor extra gerealiseerde peuteropvang wordt vastgesteld, zonder voorafgaande subsidieverlening.

  • 3. De aanvraag om subsidie voor extra gerealiseerde peuteropvang kan niet worden toegekend wanneer het beschikbare budget voor peuteropvang in het subsidiejaar waarin de extra opvang is gerealiseerd, daarvoor niet toereikend is.

  • 4. Wanneer de aanvragen om een subsidie voor extra gerealiseerde peuteropvang in totaal meer bedragen dan het nog beschikbare budget, dan wordt het beschikbare budget naar evenredigheid verdeeld.

Artikel 5 Hoogte subsidie peuteropvang

  • 1. De maximale hoogte van het subsidiebedrag per kind per uur wordt jaarlijks door het college vastgesteld. De hoogte van de subsidie is mede afhankelijk van het feit of de ouders kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang kunnen verkrijgen.

  • 2. De voorschoolse instellingen schatten bij de aanvraag de gemiddelde ouderbijdrage voor de gesubsidieerde uren in. Om de subsidie te berekenen wordt uitgegaan van het maximale subsidiebedrag per kind per uur minus de ingeschatte ouderbijdrage per kind per uur.

Artikel 6 Hoogte ouderbijdrage peuteropvang

  • 1. Er gelden in Westland uniforme inkomensafhankelijke ouderbijdragen voor de door de gemeente gesubsidieerde plaatsen peuteropvang welke gerelateerd zijn aan de adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van de VNG van het betreffende jaar.

  • 2. Wanneer de aanvrager van een subsidie voor peuteropvang tenminste de inkomensafhankelijke ouderbijdrage in rekening brengt zoals door het college jaarlijks wordt vastgesteld, dan wordt de subsidieontvanger geacht voldoende gebruik te hebben gemaakt van de mogelijkheden inkomsten van anderen te krijgen.

  • 3. Aanbieders van peuteropvang mogen zelf bepalen of de inning van de ouderbijdragen plaatsvindt in 40, 48 of 52 weken.

  • 4. Er wordt subsidie verleend voor maximaal 8 uur gesubsidieerde peuteropvang per week gedurende 40 weken per jaar. Voor kinderen met een VVE-indicatie kan maximaal voor 16 uur per week gedurende 40 weken per jaar subsidie worden aangevraagd.

Artikel 7 Administratieve eisen peuteropvang

Naast de verplichtingen op grond van de ASV zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:

  • 1.

    In de administratie van de ontvanger van een subsidie voor peuteropvang dient een scheiding te zijn aangebracht tussen de peuteropvang die wordt gefinancierd door de gemeente en ouders en de peuteropvang die wordt gefinancierd op grond van de Wet kinderopvang.

  • 2.

    De aanvrager dient de kwantitatieve gegevens rond peuteropvang bij te houden. Hiervoor levert de aanvrager voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende informatie aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, vve-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod. Deze gegevens worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang in de toekomst hebben bij de aanvrager.

Artikel 8 lndieningstermijn aanvraag vaststelling

In afwijking van het bepaalde in de artikelen 21, 22 en 23 van de ASV, wordt een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend, ingediend.

Artikel 9 Vaststelling subsidie

Als een aanbieder van peuteropvang minder uur peuteropvang heeft gerealiseerd dan waarvoor subsidie is verleend, dient het te veel ontvangen bedrag aan de gemeente terugbetaald te worden. Als de totaal ontvangen ouderbijdrage hoger uitvalt dan vooraf was ingeschat (zie artikel 6) dient dit te veel ontvangen bedrag te worden terugbetaald. Wanneer de totaal ontvangen ouderbijdrage lager uitvalt dan was ingeschat, wordt dit tekort aangevuld via een aanvullende subsidie waarvoor de aanbieder een afzonderlijke aanvraag indient. Er wordt dus afgerekend op grond van informatie over de daadwerkelijk ontvangen ouderbijdrage.

4.2 Voor- en Vroegschoolse educatie binnen de voorschoolse instellingen

Artikel 1 Subsidiabele activiteiten VVE

  • 1. Aan aanbieders van voorschoolse educatie aan doelgroepkinderen wordt voor de volgende activiteiten subsidie verleend:

    • a)

      kindgebonden financiering voor doelgroepkinderen VVE (voor toeleiding, doorgaande leerlijn, extra begeleiding doelgroepkinderen, observaties, gesprekken ouders etc.);

    • b)

      methoden en scholing, inclusief taaleis 3F;

    • c)

      extra inzet op groepen met meer dan 50% doelgroepkinderen;

    • d)

      subsidie wordt verleend voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker/coach op VVE-groepen.

  • 2. Om in aanmerking te komen voor VVE-subsidie dient een instelling in het Landelijk register Kinderopvang (LRK) geregistreerd te staan als VVE-locatie. Dit geldt niet voor de subsidie genoemd onder lid 1b omdat de scholing van medewerkers en de aanschaf van VVE-materiaal noodzakelijk zijn om geregistreerd te kunnen worden in het LRK. Na toekenning van deze subsidie dient een locatie wel binnen zes maanden geregistreerd te worden als VVE-locatie in het LRK.

Artikel 2 Subsidiabele kosten kindgebonden financiering VVE

  • 1. Aanvragers kunnen een aanvraag kindgebonden financiering VVE indienen voor maximaal 16 uur per doelgroepkind per week.

  • 2. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast voor de subsidie kindgebonden financiering VVE.

  • 3. De subsidie per doelgroepkind (zowel op de gesubsidieerde peuteropvang als vallend onder de Wet Kinderopvang) wordt jaarlijks door het college vastgesteld. Dit bedrag is bestemd voor de volgende zaken:

    • a)

      extra begeleiding van doelgroepkinderen door middel van interactieve ontwikkeling en een VVE¬ programma;

    • b)

      observaties van de doelgroepkinderen

    • c)

      rapporteren over VVE-kinderen en zorgen voor een goede overdracht/doorgaande lijn naar het basisonderwijs

    • d)

      VVE-promotie

    • e)

      gesprekken met ouders

    • f)

      activiteiten in het kader van ouderbetrokkenheid

    • g)

      toeleiding doelgroepkinderen (overleg ouders, consultatiebureau etc.)

    • h)

      indien nodig overleg SKT.

  • 4. De verdeling van middelen vindt plaats op basis van het aantal aangevraagde uren door de voorschoolse instellingen. lndien het aantal aangevraagde uren erg afwijkt van het gerealiseerde aantal uren in het jaar voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag, dient de voorschoolse instelling hier een toelichting op te geven. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt wanneer de toename in aantal uren naar het oordeel van het college aannemelijk is.

  • 5. lndien de voorschoolse instellingen gezamenlijk meer aanvragen dan het subsidieplafond voor kosten kindgebonden financiering VVE zal het college in eerste instantie beoordelen welke instelling op welk bedrag recht zou hebben indien er geen subsidieplafond zou zijn. Het beschikbare subsidiebedrag wordt daarna naar rato onder de instellingen verdeeld.

  • 6. Artikel 7 onder paragraaf 4.1 van deze subsidieregeling is van overeenkomstige toepassing op de ontvanger van een subsidie voor kindgebonden financiering VVE.

Artikel 3 Subsidiabele kosten methoden en scholing

  • 1. De subsidiabele kosten voor methoden en scholing zijn:

    • a)

      de werkelijke kosten van bijscholing ten behoeve van de professionalisering van leid(st)ers

    • b)

      de verleturen van de medewerkers die scholing volgen

    • c)

      de kosten voor het vervangen, actualiseren of aanvullen van materialen. Indien aantoonbaar nodig kan subsidie aangewend worden om een gehele methodiek te vervangen voor een andere erkende methode.

  • 2. De subsidies voor methoden en scholing kunnen gedurende het gehele jaar worden aangevraagd.

  • 3. De vaststelling van de in lid 1 van dit artikel genoemde subsidies kan, in afwijking van artikel 21, 22 en 23 van de ASV, plaatsvinden voor de vaststelling van de subsidie voor de kosten zoals opgenomen in artikel 2 van deze regeling.

  • 4. De verantwoording vindt plaats op basis van de facturen en eventueel urenstaten.

Artikel 4 Verdeling subsidieplafond methoden en scholing

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast voor methoden en scholing.

  • 2. De voorschoolse instellingen stellen jaarlijks met elkaar een plan op waarin wordt opgenomen welke opleiding in het betreffende jaar door welke instelling(en) wordt gevolgd en welke materialen aangeschaft moeten worden.

Artikel 5 Subsidiabele kosten extra inzet op groepen met meer dan 50% doelgroepkinderen

  • 1. De subsidie bestaat uit een vast bedrag per groep per jaar voor de groepen met meer dan 50% doelgroepkinderen, dit wordt gerekend over de werkelijke bezetting.

  • 2. Deze subsidie is bestemd voor de extra inzet die gevraagd wordt op deze locaties. Hiervan kan bijvoorbeeld een aantal uur per week een extra pedagogisch medewerker worden ingezet of er kan op een andere manier extra ondersteuning worden ingezet.

Artikel 6 Verdeling subsidieplafond extra inzet op groepen met meer dan 50% doelgroepkinderen

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast voor de extra inzet op groepen met meer dan 50% doelgroepkinderen.

  • 2. Wanneer de ingediende aanvragen het subsidieplafond overstijgen, wordt de subsidie naar rato verdeeld over alle groepen waarvoor een aanvraag is gedaan.

Artikel 7 Subsidiabele kosten Pedagogisch beleidsmedewerker/coach VE (Voorschoolse educatie)

  • 1. Jaarlijks kan een aanvraag worden ingediend voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker/coach op de VE-groepen.

  • 2. Deze subsidie kan worden aangevraagd voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker/coach VE voor 10 uur per doelgroepkind per locatie per jaar.

  • 3. Het uurtarief dat wordt gehanteerd voor de berekening en afhandeling van de subsidieaanvraag wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

  • 4. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast. Wanneer de ingediende aanvragen het subsidieplafond overschrijden, wordt de subsidie naar rato verdeeld over alle complete aanvragen.

Artikel 8 Aanvullende aanvraag in geval van overproductie VVE binnen de voorschoolse instellingen

  • 1. Voor zover een voorschoolse instelling die een subsidie 'kindgebonden financiering VVE' heeft ontvangen, meer VVE-aanbod heeft gerealiseerd dan waarvoor een subsidie is verleend, kan de subsidieontvanger gedurende het subsidiejaar of na afloop van het subsidiejaar bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend een aanvullende subsidie 'kindgebonden financiering VVE' aanvragen voor de aantoonbaar extra gerealiseerde VVE-uren in het betreffende kalenderjaar.

  • 2. Wanneer de aanvullende subsidie gedurende het subsidiejaar is verleend, wordt deze subsidie verantwoord en vastgesteld bij de reguliere subsidievaststelling na afloop van het subsidiejaar.

  • 3. Wanneer de aanvullende subsidie na afloop van het subsidiejaar wordt aangevraagd, wordt deze vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.

  • 4. De aanvullende subsidie kan niet worden verstrekt wanneer het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2, tweede lid, niet of niet meer toereikend is.

  • 5. (vervalt)

  • 6. Wanneer het totaal van alle aanvullende aanvragen voor het desbetreffende kalenderjaar meer is dan het beschikbare subsidieplafond als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dan wordt het beschikbare budget naar evenredigheid verdeeld.

Artikel 9 Subsidiabele kosten schakelklassen

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast voor schakelklassen.

  • 2. Voor schakelklassen wordt een vast bedrag per jaar per schakelklas gesubsidieerd.

  • 3. Voorwaarde is dat de schakelklassen in het betreffende jaar daadwerkelijk gedraaid hebben en dat er een gemiddelde bezetting van minimaal 11 leerlingen per klas is geweest gedurende het jaar.

Artikel 10 lndieningstermijn aanvraag vaststelling

  • 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 21, 22 en 23 van de ASV, wordt een aanvraag tot vaststelling van een subsidie vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend, ingediend.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 21 en 22 van de ASV, wordt een aanvraag tot vaststelling van een subsidie(s) voor activiteiten die uiterlijk in de maand november of december moeten zijn uitgevoerd, vóór 1 februari van het daaropvolgende jaar ingediend.

  • 3. Voor de overige aanvragen geldt de indieningstermijn van drie maanden na afronding van de activiteiten.

4.3 Primair onderwijs

Artikel 1 Onderwijs in kleine kernen

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor het verzorgen van primair onderwijs, wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

    • a)

      De schoolvestiging heeft een essentiële betekenis voor de Westlandse kern waarin zij staat;

    • b)

      De schoolvestiging is de laatste basisvoorziening in de kern;

    • c)

      De exploitatie van de schoolvestiging is zonder subsidie onvoldoende rendabel;

    • d)

      Het leerlingenaantal van de betreffende vestiging maakt een groeiende ontwikkeling door.

  • 2. De subsidie wordt alleen verstrekt aan scholen voor primair onderwijs.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 2 Buitenschoolse opvang speciaal basisonderwijs

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor het aanbieden van buitenschoolse opvang voor kinderen van het speciaal basisonderwijs waarvoor het reguliere aanbod buitenschoolse opvang niet voldoende is. De subsidie is bedoeld voor de inzet van extra, HBO-geschoold personeel op de betreffende groepen.

  • 2. Subsidie wordt verstrekt voor maximaal twee groepen per jaar en als aan de onderstaande voorwaarden is voldaan:

    • a.

      Het betreft kinderen in de leeftijd van 4 tot 13 jaar.

    • b.

      De opvang wordt geboden in samenwerking met het speciaal basisonderwijs.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de gemeente.

4.4 Lokale Educatieve Agenda

Subsidieregeling Lokale Educatieve Agenda Westland

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    ASV: Algemene subsidieverordening Westland 2024;

  • -

    project: project dat onderdeel uitmaakt van het Programma Lokale Educatieve Agenda Westland en is opgenomen in de projectenlijst daarvan;

  • -

    Lokale Educatieve Agenda Westland: een samenwerking van Gemeente Westland, besturen van de kinderopvang, schoolbesturen van het primair en voortgezet onderwijs, het Sociaal Kernteam (SKT), samenwerkingsverbanden voor het passende onderwijs SPOW (PO) en SWV Westland (vo) met als doel dat alle kinderen in het Westland de kans krijgen om hun talenten te ontwikkelen en volwaardig kunnen meedoen in onze samenleving, nu en in de toekomst.

Artikel 2 Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is om de onderwijskwaliteit in de gemeente Westland te versterken door projecten uit te voeren die ervoor zorgen dat elk kind zich optimaal kan ontwikkelen op zijn eigen niveau en in zijn eigen omgeving. Daarnaast richt de regeling zich erop dat kinderen en jongeren passende ondersteuning ontvangen op de locatie waar zij naar de kinderopvang of school gaan.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die deel uitmaken van de thema’s die zijn opgenomen in de Lokale Educatieve Agenda Westland. Het betreft de volgende thema’s:

  • 1.

    Normaliseren als instrument om zoveel mogelijk leerlingen deel te laten nemen aan regulier onderwijs;

  • 2.

    Versterken samenwerking, zowel op bestuurs- als op andere niveaus.

  • 3.

    Preventiever werken in het VO om zo het aanbod beter afstemmen op leerlingen, sneller uitdagingen op te lossen, jeugdhulp te verminderen, en uitval beperken.

  • 4.

    Preventieve Taalaanpak: verminderen van taalachterstanden en bevordering van taalontwikkeling bij laagtaalvaardige leerlingen en ouders

  • 5.

    Kinderopvang en school als vind- en werkplaats: uitdagingen bij kinderen en hun gezinnen opsporen en voorkomen.

Artikel 4 Subsidieontvanger

Subsidie als bedoeld in artikel 3 wordt uitsluitend verstrekt aan een rechtspersoon.

Artikel 5 Subsidieplafond en verdeling

  • 1. Het subsidieplafond voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, bedraagt € 1.000.000,- gedurende de looptijd van deze subsidieregeling.

  • 2. Het bedrag dat beschikbaar is voor de te verstrekken subsidies, wordt over complete aanvragen verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst.

Artikel 6 Aanvraagvereisten en aanvraagtermijn

  • 1. In afwijking van de artikelen 10 en 11 van de ASV dient bij het aanvraagformulier te worden overgelegd:

    • a.

      een project- of activiteitenplan aan de hand van het vastgestelde format: projectcanvas;

    • b.

      een begroting die inzicht geeft in de voorziene kosten.

  • 2. Subsidies kunnen in afwijking van artikel 12 van de ASV gedurende het gehele jaar worden aangevraagd.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor de projectorganisatie en communicatie;

  • b.

    kosten ter uitvoering van de activiteit;

  • c.

    een uurtarief voor eigen personeel tot maximaal € 60,- per uur, ongeacht de daadwerkelijke kosten.

Artikel 8 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 14 van de ASV wordt subsidie geheel of gedeeltelijk geweigerd indien:

  • a.

    er reeds subsidie is verstrekt voor de activiteiten;

  • b.

    de activiteiten geen onderdeel zijn van één van de 5 beschreven thema’s uit de Lokaal Educatieve Agenda.

  • c.

    de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstelling van deze regeling;

  • d.

    de activiteiten fundamenteel onderzoek betreffen;

  • e.

    de activiteiten reeds zijn aangevangen;

  • f.

    de aanvraag niet kan voldoen aan de subsidieverplichtingen zoals beschreven in artikel 9 van deze subsidieregeling;

  • g.

    de activiteiten geen onderdeel zijn van een project dat op de projectenlijst LEA staat;

  • h.

    de activiteiten niet zijn beschreven volgens het vastgestelde projectcanvas.

Artikel 9 Subsidieverplichtingen

Aan de subsidieontvanger worden in aanvulling op artikel 18 van de ASV de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de activiteit moet starten binnen drie maanden na de datum van subsidieverlening;

  • b.

    de activiteit moet binnen drie jaar na subsidieverlening gerealiseerd zijn;

  • c.

    de activiteiten moeten worden uitgevoerd conform het projectplan.

Artikel 10 Bevoorschotting en betaling

Het voorschot bedraagt 80% van het verleende bedrag.

Toelichting

Algemeen

De Lokale Educatieve Agenda (LEA) Westland is de ontwikkel- en samenwerkingsagenda van de gemeente Westland, kinderopvang, onderwijs en betrokken partners. De Wet op het Onderwijsachterstandenbeleid verplicht een gezamenlijke visie en uitvoeringsprogramma: de LEA. Deze dient als instrument voor gemeenten, schoolbesturen en partners om afspraken te maken over onderwijs- en jeugdbeleid en om een divers en kwalitatief onderwijsaanbod te waarborgen.

Het hoofddoel is het versterken van de onderwijskwaliteit, zodat elk kind zich optimaal kan ontwikkelen en passende ondersteuning krijgt en om kinderen in Westland de kans te geven hun talenten te ontwikkelen en volwaardig deel te nemen aan de samenleving, met een focus op het verminderen van ongelijkheid.

Lokale Educatieve Agenda Westland

Het bestuurlijk overleg Lokale Educatieve Agenda Westland maakt deel uit van het BOLOK-overleg (Bestuursoverleg Lokaal Onderwijs en Kinderopvang) en bestaat uit de wethouders van onderwijs en sociaal domein, en bestuurders van kinderopvang, PO en VO, die beslissingsbevoegdheid hebben.

Het BOLOK heeft het programmateam VO en KO/PO aangewezen om te bepalen welke projecten en activiteiten binnen de vastgestelde thema’s passen. Via de ambtelijk secretaris van het programmateam kunnen projectideeën en -voorstellen aan het programmateam worden voorgelegd aan de hand van het vastgestelde projectcanvas. Na goedkeuring voegt het programmateam het project toe aan de projectenlijst LEA. Indien het project niet op de projectenlijst staat kan er geen subsidie worden verstrekt.

In de gemeentelijke begroting 2025-2026 is € 1.000.000,- beschikbaar gesteld. Voor een gemeentelijke bijdrage aan de projecten kan een aanvraag voor subsidie worden ingediend via deze subsidieregeling.

Artikel 1

Het doel van deze regeling is om de onderwijskwaliteit in de gemeente Westland te versterken door activiteiten uit te voeren die ervoor zorgen dat elk kind zich optimaal kan ontwikkelen op zijn eigen niveau en in zijn eigen omgeving. Daarnaast richt de regeling zich erop dat kinderen en jongeren passende ondersteuning ontvangen op de locatie waar zij naar de kinderopvang of school gaan.

In de Lokale Educatieve Agenda Westland zijn de volgende thema’s bepaald:

  • A.

    Normaliseren als instrument om zoveel mogelijk leerlingen deel te laten nemen aan regulier onderwijs;

  • B.

    Versterken samenwerking, zowel op bestuurs- als op andere niveaus.

  • C.

    Preventiever werken in het VO om zo het aanbod beter afstemmen op leerlingen, sneller uitdagingen op te lossen, jeugdhulp te verminderen, en uitval beperken.

  • D.

    Preventieve Taalaanpak: Verminderen van taalachterstanden en bevordering van taalontwikkeling bij laagtaalvaardige leerlingen en ouders

  • E.

    Kinderopvang en school als vind- en werkplaats: Uitdagingen bij kinderen en hun gezinnen opsporen en voorkomen.

Het bestuurlijk overleg LEA kan echter besluiten de prioritering te wijzigen en andere thema’s vast te stellen door het jaarplan LEA aan te passen, dat jaarlijks door het BOLOK wordt opgesteld.

Artikel 2

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die aansluiten bij bovenstaande thema’s. De activiteiten moeten door het programmateam zijn goedgekeurd, waarna het programmateam het project toevoegt aan de projectenlijst LEA. Indien het project niet op de projectenlijst staat kan er geen subsidie worden verstrekt.

Artikel 5

Lid 1: Voor de uitvoering van de Lokale Educatieve Agenda Westland is in de begroting in totaal € 1.000.000,- opgenomen.

Artikel 8

Onderdeel e: Subsidie wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd indien de subsidieaanvrager reeds begonnen is met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. Vaak maken de subsidiabele activiteiten onderdeel uit van een groter project. Het is dan geen probleem dat er al een start is gemaakt met het gehele project. Dit onderdeel ziet met name op de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd. Het is noodzakelijk dat de subsidieaanvrager niet is gestart met deze activiteiten voordat zij een aanvraag hebben gedaan om toegevoegd te worden aan de projectenlijst LEA.

Artikel 9

Om ervoor te zorgen dat subsidie effectief wordt ingezet, is het noodzakelijk dat subsidie wordt verstrekt aan projecten die binnen een redelijke termijn kunnen starten met de uitvoering. In dit artikel is de redelijke termijn gezet op drie maanden na subsidieverlening.

4.5 Groenblauwe schoolpleinen

Subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    ASV: Algemene subsidieverordening Westland 2024;

  • -

    groenblauw schoolplein: door beplanting vergroend schoolplein, met ruimte voor waterberging of infiltratie van hemelwater, waarbij het plein een educatieve speel- en beweegplek is voor kinderen van de school en buurt;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland;

  • -

    schoollocatie: adres gekoppeld aan het schoolplein;

  • -

    schoolplein: plein behorend bij een schoollocatie van het schoolbestuur waar kinderen kunnen buiten spelen;

  • -

    aanvraagformulier: het aanvraagformulier subsidie groenblauwe schoolpleinen opgesteld door gemeente Westland voor het aanvragen van de subsidie;

  • -

    vaststellingsformulier: het vaststellingsformulier subsidie groenblauwe schoolpleinen opgesteld door gemeente Westland voor het vaststellen van de subsidie.

Artikel 2 Doelstelling activiteiten

Deze regeling is gericht op het stimuleren van vergroening van het schoolplein, met als gevolg het samenkomen van buiten bewegen en educatie.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een school, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs binnen de Westlandse gemeentegrenzen.

Artikel 4 Subsidiabele kosten en activiteiten

De subsidie bedraagt ten hoogste € 50.000 per school, waarbij geldt dat:

  • 1.

    ten hoogste € 40.000 bedoeld is als bijdrage aan het herinrichten van het schoolplein;

  • 2.

    ten hoogste € 5.000 bedoeld is als bijdrage in de gemaakte kosten voor het door een professionele partij laten opstellen van een op uitvoeringsniveau uitgewerkt ontwerp voor de herinrichting van een groenblauw schoolplein en een planning van de uitvoering, begroting en financieel dekkings- en onderhoudsplan voor de komende 5 jaar;

  • 3.

    ten hoogste €5.000 bedoeld is als tegemoetkoming voor beheer en onderhoud van het nieuw ingerichte plein, wat bijdraagt aan de vergroening van het schoolplein, met uitzondering van:

    • a.

      kosten voor werkzaamheden die niet bijdragen aan de in artikel 2 van deze regeling genoemde doelstelling;

    • b.

      kosten voor werkzaamheden die van overheidswege zijn opgelegd.

  • 4.

    indien de aanvraag lager uitvalt zullen de bedragen in de afbakening per onderwerp naar verhouding afnemen.

Artikel 5 Subsidieplafond en verdeling

  • 1. Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 2. Het subsidieplafond wordt over complete aanvragen verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst.

Artikel 6 Eisen aan het ontwerp

Het ontwerp van het schoolplein moet voldoen aan de eisen zoals geformuleerd in bijlage 3 van deze Nadere Subsidieregels.

Artikel 7 Bepaling kosten als grondslag voor de subsidie 

Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 4 van deze regeling worden bij de bepaling alle kosten betrokken die naar het oordeel van het College redelijkerwijs verband houden met het project, met uitzondering van:

  • a.

    kosten – gederfde inkomsten daaronder begrepen – die verband houden met de eigen inzet of de inzet van eigen personeel van de aanvrager;

  • b.

    kosten voor het opstellen en indienen van een aanvraag om de subsidie groenblauwe schoolpleinen aan te vragen .

Artikel 8 Aanvraag subsidie en aanvraagperiode

  • 1. De subsidie kan worden aangevraagd door schoolbesturen, met uitzondering van overheidspartijen. Overheidspartijen kunnen wel voor een derde partij - zijnde een niet-overheidspartij - als intermediair optreden en voor deze derde partij een subsidie aanvragen.

  • 2. De aanvrager dient de aanvraag uiterlijk 30 juni van het lopende kalenderjaar in met een aanvraagformulier dat juist en volledig ingevuld en ondertekend is inclusief bijbehorende bijlagen.

  • 3. In aanvulling op de aanvraageisen voor een subsidie van meer dan € 10.000 van de ASV, gaat de aanvraag voor een subsidie vergezeld van een realistische en sluitende projectbegroting met onderbouwing en offertes voor de te maken kosten.

  • 4. Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Het moment van binnenkomst is het moment waarop de subsidieaanvraag volledig is ingediend inclusief bijbehorende bijlagen.

Artikel 9 Beoordeling van de aanvraag en verzoek om een voorschot

De beoordeling van een aanvraag voor een subsidie gebeurt met inachtneming van de ASV. In afwijking of aanvulling daarop geldt:

  • 1.

    In aanvulling op artikel 8 van deze regeling wordt bij de subsidieaanvraag een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier Groenblauwe schoolpleinen overgelegd inclusief de gevraagde bijlagen;

  • 2.

    Per school kan voor ten hoogste één vestiging subsidie worden aangevraagd;

  • 3.

    Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend ten minste 12 weken voordat met de realisatie van het project wordt gestart;

  • 4.

    Het college beslist op de aanvraag binnen 12 weken na ontvangst van een complete aanvraag;

  • 5.

    Op verzoek van de aanvrager kan een voorschot worden verleend ter hoogte van maximaal 50% van het subsidiebedrag, genoemd in het besluit tot verlening van deze subsidie;

  • 6.

    Om voor een subsidie in aanmerking te komen dient het project te passen binnen de doelstelling uit artikel 2 van deze regeling als ook moet worden voldaan aan alle in deze regeling genoemde voorwaarden.

Artikel 10 Vaststelling subsidie

  • 1. De termijn voor het indienen van een aanvraag om vaststelling van een subsidie is 12 weken na realisatie van het project waarvoor deze bijdrage is verleend.

  • 2. De aanvrager dient de aanvraag om vaststelling van een subsidie in met een aanvraagformulier dat juist en volledig ingevuld en ondertekend is inclusief bijbehorende bijlagen. Het vaststellingsformulier gaat vergezeld van een activiteitenverslag, een financieel verslag en beeldmateriaal dat de situatie vóór en ná uitvoering van het project weergeeft.

  • 3. De vaststelling van de subsidie gebeurt op basis van de werkelijk gemaakte kosten. De subsidie is gemaximeerd tot het bedrag dat in het besluit tot verlening staat.

  • 4. In afwijking van de beslistermijn vaststelling subsidies van meer dan € 10.000 uit de ASV, besluit het college op een aanvraag om vaststelling van de subsidie binnen 12 weken na ontvangst van een complete aanvraag.

Artikel 11 Weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden uit de ASV kan de subsidieverlening worden geweigerd indien:

  • a.

    al eerder door het college een subsidie is verstrekt voor de herinrichting van een groenblauw schoolplein op de betreffende schoollocatie;

  • b.

    het gebruik van het schoolgebouw door de aanvrager in de komende vijf jaar onzeker is;

  • c.

    de schoollocatie binnen 5 jaar nieuwbouw of grootschalige renovatie zal ondergaan volgens het huidige of toekomstige integraal huisvestingsplan van de gemeente;

  • d.

    het activiteiten betreft waarvoor reeds uit anderen hoofde subsidie wordt verstrekt;

  • e.

    op de locatie van het schoolplein vanuit bevoegd gezag een beschikking aanwezig is om nader bodemonderzoek of bodemsanering uit te voeren;

  • f.

    het niet voldoet aan de eisen zoals genoemd in bijlage 3 van deze Nadere Subsidieregels: ‘eisen ontwerp groenblauwe schoolpleinen’.

Artikel 12 Intrekking en wijziging niet vastgestelde subsidie; terugvordering voorschot

  • 1. Het college kan zo lang de subsidie niet is vastgesteld het besluit tot toekenning van een subsidie intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, indien:

    • a.

      uiterlijk 6 maanden na verlening van de subsidie aan de realisatie van een project waarvoor de subsidie is verleend geen begin is gemaakt;

    • b.

      na verlening van de subsidie de ontvanger van de subsidie niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • c.

      de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;

    • d.

      de verlening van de subsidie anderszins onjuist was en de ontvanger ervan dit wist of behoorde te weten.

  • 2. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet doorgaan en/of indien geen aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend, is het college bevoegd een betaald voorschot terug te vorderen.

5. Economie en Ruimte

In Westland is het goed werken en ondernemen. Duurzaamheid, innovatie en ontwikkeling zijn daarbij belangrijke begrippen. De openbare ruimte in de gemeente Westland is de leefomgeving van alle Westlanders. Zij willen hier fijn kunnen wonen, werken en recreëren. Ons subsidiebeleid is erop gericht om aan deze behoefte tegemoet te komen.

Doelstellingen:

  • Goede bereikbaarheid voor inwoners, studenten, werknemers en bedrijfsleven

  • Toonaangevende economie van Westland

  • Ondernemen en werken gaan hand in hand

  • Duurzaamheid

In de paragrafen 5.1 en 5.2 zijn de bovengenoemde doelstellingen vertaald naar concrete activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd: “Verduurzaming en obstakel vrijmaken voor modernisering van de glastuinbouw” via de VORM – regeling en “Transformatie in en verplaatsingen naar Westlandse dorpskernen van detailhandel versneld op gang laten komen” via het Transformatiefonds.

5.1 Verduurzaming en obstakelvrije ruimte voor modernisering (VORM)

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    categorie 1 woning: woning gelegen in het glastuinbouwgebied van de gemeente Westland die schaalvergroting van omliggende glastuinbouwbedrijven vermoedelijk in de weg staat, als zodanig aangeduid in paragraaf 3.2 van het ‘Werkboek Westland’;

  • 2.

    categorie 2 woning: woning gelegen in het glastuinbouwgebied van de gemeente Westland die schaalvergroting van omliggende glastuinbouwbedrijven misschien in de weg staat, als zodanig aangeduid in paragraaf 3.2 van het ‘Werkboek Westland’;

  • 3.

    categorie 3 woning: woning gelegen in het glastuinbouwgebied van de gemeente Westland die schaalvergroting van omliggende glastuinbouwbedrijven vermoedelijk niet in de weg staat, als zodanig aangeduid in paragraaf 3.2 van het ‘Werkboek Westland’;

  • 4.

    glastuinbouwbedrijf: een volwaardig en doelmatig bedrijf gericht op het voortbrengen van producten en het leveren van diensten door middel van het duurzaam en intensief telen en verzorgen van gewassen, geheel of hoofdzakelijk met behulp van kassen en de daarbij behorende bouwwerken en installaties;

  • 5.

    glastuinbouwdeskundige: het adviserend overleg bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente Westland, het Hoogheemraadschap van Delfland en Glastuinbouw Westland;

  • 6.

    koopovereenkomst: een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:1 Burgerlijk Wetboek;

  • 7.

    levering: de juridische levering van een onroerende zaak middels inschrijving van een tussen de verkopende en kopende partij opgemaakt notariële akte in het daartoe bestemde register van het Kadaster, zoals bedoeld in artikel 3:89 van het Burgerlijk Wetboek;

  • 8.

    volwaardig (in de zin van glastuinbouwbedrijf): een glastuinbouwbedrijf dat werk en inkomen van tenminste één volwaardige arbeidskracht genereert, duurzaam is (continuïteit en binding) en voldoende bedrijfsgrootte heeft. Dit betekent dat:

    • arbeidsbehoefte: het bedrijf aan tenminste één persoon, gedurende het hele jaar, een volledige dagtaak, hoofdberoep, hoofdinkomen en hoofdbestaan dient te bieden;

    • duurzaamheid: het bedrijf toekomstmogelijkheden moet hebben om langere tijd te kunnen blijven bestaan – waarbij de bedrijfstechnische opzet (omvang en aard), maar ook de aanwezigheid van ruimtelijke claims (zoals de waterhuishoudkundige situatie) en milieu hygiënische gevolgen een rol spelen –, en er sprake moet zijn van een juridische en emotionele binding van de ondernemer(s) of de arbeidskracht(en) met het bedrijf.

  • 9.

    bedrijfsgrootte: een glastuinbouwbedrijf in beginsel tenminste over 15.000 m² aan kassen dient te beschikken, met dien verstande dat een bedrijf ook bij minder dan 15.000 m² aan kassen als volwaardig kan gelden indien middels een advies van een glastuinbouwkundige kan worden aangetoond dat de teelt van een (gespecialiseerd) glastuinbouwbedrijf zodanig is dat deze op beperkte schaal bedrijfseconomisch verantwoord en levensvatbaar is. De minimale oppervlakte aan kassen bedraagt 5.000 m²; Werkboek Westland: het ‘Werkboek Westland: Ruimtelijk economische strategie Greenport 3.0 HOT-Satelliet infra-energie-ruimte’, d.d. oktober 2016, van de gemeente Westland en de Provincie Zuid-Holland;

  • 10.

    woning: een gebouwde onroerende zaak (c.q. een complex van ruimten, zoals het hoofdgebouw, aan-, uitbouw, aangebouwd bijgebouw en vrijstaand bijgebouw), die (/dat) blijkens indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van een huishouden, en die (/dat) op grond van het vigerende bestemmingsplan ook als zodanig is bestemd en mag worden gebruikt. Onder woning worden zowel (al dan niet voormalige) bedrijfswoningen, als zgn. burgerwoningen begrepen;

  • 11.

    woonobject: een voor wonen bestemd gebouw, met daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overige bouwwerken, overige werken en gronden;

  • 12.

    WOZ-waarde: de waardering van een onroerende zaak in het kader van de uitvoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken.

Artikel 2 Doel subsidieregeling

Het doel van deze subsidieregeling is het vrijspelen van circa 200 hectare fysiek productieareaal binnen het glastuinbouwgebied van de gemeente Westland. Dit ten behoeve van herstructurering en schaalvergroting van volwaardige glastuinbouwbedrijven. Om dit doel te bereiken wordt met deze subsidieregeling de sloop van tenminste 90 in de weg staande particuliere woningen, en de verkoop van de vrijkomende gronden aan volwaardige glastuinbouwondernemers gestimuleerd.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Het college kan een subsidie verstrekken voor (cumulatief):

  • 1.

    het volledig (laten) amoveren van een ‘categorie 1 woning’ of ‘categorie 2 woning’ gelegen binnen het glastuinbouwgebied van de gemeente Westland door een particuliere woningeigenaar; én

  • 2.

    het verkopen en leveren van het gehele zo vrijkomende (woon)perceel aan een ondernemer met een volwaardig glastuinbouwbedrijf.

Artikel 4 Hoogte van de subsidie

Voor een activiteit als omschreven in artikel 3 van deze subsidieregeling wordt de hoogte van de subsidie berekend als: € 10.000 + 20% van de meest recente WOZ-waarde (van het betreffende woonobject, met dien verstande dat de subsidie per woonobject maximaal € 100.000 bedraagt.

Artikel 5 Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. In geval twee of meer volledige subsidieaanvragen met een gelijk tijdstip van ontvangst bij verstrekking gezamenlijk tot overschrijding van het subsidieplafond zouden leiden, krijgen bij de verdeling van het nog beschikbare subsidiebudget de activiteiten die het meest overeenkomen met het in artikel 2 omschreven doel van deze subsidieregeling voorrang.

Artikel 6 De aanvrager

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door (een) particuliere eigena(a)r(en) van een ‘categorie 1 woning’ of ‘categorie 2 woning’, gelegen binnen het gastuinbouwgebied van de gemeente Westland.

  • 2. Voor de categorisering (1, 2 of 3) van woningen gelegen in het glastuinbouwgebied is aangesloten bij het bepaalde in paragraaf 3.2 (‘Woonbebouwing in het glastuinbouwgebied’) van het ‘Werkboek Westland’.

Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag

In afwijking van het bepaalde in artikel 12 van de ASV, moet een aanvraag om subsidie op grond van deze regeling worden ingediend voordat met de subsidiabele activiteiten – voorbereidingshandelingen daaronder niet begrepen – wordt aangevangen.

Artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op het bepaalde in artikelen 10 en 11 van de ASV worden bij een subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:

  • 1.

    een volledig ingevuld en door alle eigenaren van het betreffende woonobject ondertekend ‘Aanvraagformulier subsidie VORM Westland’;

  • 2.

    een bewijs van eigendom van het betreffende woonobject, in de vorm van een Kadastraal bericht dat niet ouder is dan 2 maanden;

  • 3.

    een aanduiding van de potentieel koopgegadigde, waaruit blijkt dat dit een ondernemer met een volwaardig glastuinbouwbedrijf is; en

  • 4.

    een kopie bankafschrift of bankpas, ter verificatie van het bankrekeningnummer waarop de subsidieaanvrager de subsidie wenst te ontvangen.

Artikel 9 Weigeringsgronden

  • 1. In aanvulling op het bepaalde in Hoofdstuk 2 van de ASV weigert het college subsidie te verlenen als:

    • a.

      de subsidiabele activiteiten – voorbereidingshandelingen hieronder niet begrepen – reeds zijn aangevangen of uitgevoerd voordat de aanvraag om subsidie bij het college is ingediend;

    • b.

      de subsidiabele activiteiten – voorbereidingshandelingen hieronder niet begrepen – ongeacht verkrijging van subsidie onafwendbaar plaatsvinden wegens publiek- of privaatrechtelijke afspraken die voordat de aanvraag om subsidie bij het college is ingediend al zijn gemaakt;

    • c.

      het project, de aanvrager en/of de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden en criteria die met artikel 3, 6 en 8 van deze subsidieregeling zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • d.

      de subsidieaanvrager niet voldoet aan een verzoek om aanvullende gegevens of bescheiden op grond van de ASV;

    • e.

      subsidieverstrekking zou leiden tot onrechtmatige staatssteun.

  • 2. Voorts kan het college weigeren subsidie te verlenen als:

    • a.

      de bij de verkoop gehanteerde grondprijs, zonder aantoonbare reden, duidelijk niet in verhouding staat tot de in dezelfde omgeving gangbare grondprijzen;

    • b.

      een aanvraag - die ten tijde van inwerkingtreding van een wijziging van deze subsidieregeling was ingediend doch nog niet was vastgesteld - is ingetrokken of is geweigerd op grond van artikel 10 juncto artikel 3 of artikel 11.

Artikel 10 Aanvullende verplichtingen

  • 1. In aanvulling op het bepaalde in Hoofdstuk 3 van de ASV is aan de subsidie de volgende verplichting verbonden:

    • a.

      de subsidieontvanger dient de subsidiabele activiteiten als omschreven in artikel 3 van deze subsidieregeling (amoveren woning + verkoop en levering vrijkomend perceel) geheel af te ronden binnen 12 maanden na datum van de verleningsbeschikking.

  • 2. Het college kan een verlenging van de in het eerste lid vermelde uitvoeringstermijn toestaan. Een verzoek daartoe dient door de subsidieontvanger tijdig schriftelijk bij het college te worden gedaan, onder vermelding van de redenen waarom de subsidiabele activiteiten niet (geheel) binnen de gestelde uitvoeringstermijn kunnen worden uitgevoerd.

Artikel 11 Verantwoording (aanvraag tot vaststelling) van de subsidie

  • 1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, 22 en 23 van de ASV dient de subsidieontvanger binnen 12 weken na volledige realisering van de in artikel 3 beschreven subsidiabele activiteiten een aanvraag tot subsidievaststelling in.

  • 2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 21, 22 en 23 van de ASV bevat de aanvraag tot subsidievaststelling:

    • a.

      een volledig ingevuld en door de subsidieontvanger(s) ondertekend ‘Aanvraagformulier vaststelling subsidie VORM’;

    • b.

      naam en adresgegevens van de kopende partij, alsook diens inschrijfnummer in het Handelsregister van de Kamer van koophandel (KvK-nummer);

    • c.

      een afschrift van de door verkopende partij – zijnde de subsidieontvanger(s) – en de kopende partij getekende rechtsgeldige koopovereenkomst, betrekking hebbend op het gehele (woon)perceel, met daarin een expliciete bepaling ten aanzien van de verplichting van verkoper de gronden zonder woonbebouwing aan de kopende partij te leveren (sloopbepaling);

    • d.

      een afschrift van de ondertekende opdracht voor het (laten) amoveren van de betreffende woning;

    • e.

      een afschrift van de notariële akte van levering aan de kopende partij.

  • 3. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 23, derde lid, van de ASV kan het college in bijzondere gevallen uitstel verlenen van de verplichting om binnen de in het eerste lid genoemde termijn een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen. Een verzoek daartoe dient door de subsidieontvanger tijdig schriftelijk bij het college te worden gedaan, onder vermelding van de redenen waarom de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de gestelde termijn kan worden ingediend.

Artikel 12 Bevoorschotting

  • 1. Op aanvraag kan het college aan de subsidieontvanger een voorschot op de verleende subsidie verstrekken van € 10.000, ter financiering van het (laten) amoveren van de betreffende woonbebouwing.

  • 2. Bij de aanvraag tot bevoorschotting overlegt de subsidieontvanger een getekende opdracht voor het (laten) amoveren van de betreffende woonbebouwing.

Artikel 13 Uitbetaling van de subsidie

  • 1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling binnen zes weken na de subsidievaststelling betaald.

  • 2. Indien een voorschot is verleend, wordt dit voorschot op het subsidiebedrag in mindering gebracht.

Toelichting

Ad artikel 1: (Begripsbepalingen)

Met dit artikel zijn enkele kernbegrippen uit de subsidieregeling gedefinieerd. Meest spreken de gegeven definities voor zich.

De definities van ‘volwaardig’, ‘glastuinbouwbedrijf’ en ‘glastuinbouwdeskundige’ zijn ontleend aan artikel 1 van de Regels van het bestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Westland” en de daarbij behorende ‘Bijlage 1’.

Ook de definitie van ‘woning’ is goeddeels gebaseerd op de daarvan in artikel 1 van bestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Westland” gegeven begripsomschrijving.

Voor de categorisering van de in het glastuinbouwgebied van de gemeente Westland gelegen woningen (‘categorie 1/2/3 woning’) is aangesloten bij paragraaf 3.2 van het ‘Werkboek Westland”. Daarin is aangegeven dat zich binnen het glastuinbouwgebied van het Westland 3.847 bedrijfs- en burgerwoningen bevinden, die zowel langs linten tussen de dorpen als ook verspreid in het glastuinbouwgebied staan. Omdat volgens het gemeentelijk beleid het glastuinbouwgebied primair ten dienste aan glastuinbouwbedrijven staat, en andere bestemmingen – waaronder ook het wonen – hieraan ondergeschikt zijn, zijn alle woningen in het glastuinbouwgebied (beoordeeld op ligging en eigenschappen) gecategoriseerd naar de mate waarin zij de ontwikkeling van de glastuinbouw (herstructurering en schaalvergroting) kunnen hinderen. Dit heeft geleid tot het volgende onderscheid:

  • Categorie 1 woningen (ca. 680 stuks): die schaalvergroting vermoedelijk in de weg staan;

  • Categorie 2 woningen (ca. 550 stuks): die schaalvergroting misschien in de weg staan; en

  • Categorie 3 woningen (ca. 2.600 stuks): die schaalvergroting vermoedelijk niet in de weg staan.

Een en ander is op pagina 26 van het ‘Werkboek Westland’ ook middels een kaartje (‘3.2 Woonbebouwing glastuinbouwgebieden’) verbeeld.

Voor de definities van ‘koopovereenkomst’ en ‘levering’ is aansluiting gezocht bij hetgeen daaronder wordt verstaan in de zin van het Burgerlijk Wetboek.

Ad artikel 2: (Doel subsidieregeling):

Binnen het Westland is de hele keten van expertise op glastuinbouwgebied aanwezig. Dit is een waardevolle industrie die wereldwijd wordt geëxporteerd. Om dit in stand te houden dienen alle schakels in het Westland behouden te blijven. Om dit te bereiken moet de glastuinbouw blijven innoveren en de mogelijkheid krijgen om te groeien. Het Westland kampt echter met beperkte ruimte, die door de jaren bovendien ook – soms minder gelukkig – verkaveld is. Herstructurering is noodzakelijk voor ondernemers in de glastuinbouw om schaalvergroting toe te kunnen passen. Het doel van de gemeente is om proactief drempels (lees: woningen) uit het glastuinbouwgebied weg te nemen om zo ruimte te creëren voor deze belangrijke industrie.

Op dit moment is er ruim 2.700 hectare fysiek productieareaal (kassen + bedrijfsgebouwen) aanwezig. Naar verwachting zal hiervan ca. 2.500 hectare duurzaam blijven bestaan. (NB Het verschil is onder andere verklaarbaar door schaalvergroting (lagere bebouwingsgraad), herschikking functies, verduurzaming, etc.). Dit productieareaal kent een levenscyclus van 25 jaar. Om koploper en concurrerend te kunnen blijven, dient jaarlijks 100 hectare productieareaal vernieuwd en gemoderniseerd te worden. Daarmee blijft het Westland interessant voor zowel de telers als alle aanverwante industrieën. Voor de ondernemers is het investeren in vernieuwing veelal alleen interessant als er ook schaalvergroting mogelijk is.

Door de decennia heen zijn er veel fysieke obstakels (woningen, al dan niet (voormalige) bedrijfswoningen) in het glastuinbouwgebied gerealiseerd. De gemeente heeft alle woningen in agrarisch gebied gecategoriseerd op basis van ruimtelijke structuren: categorie 1: staan schaalvergroting vermoedelijk in de weg (ca. 682 woningen); categorie 2: staan schaalvergroting misschien in de weg (ca. 553 woningen); categorie 3: staan schaalvergroting vermoedelijk niet in de weg. In het Westland zijn aldus zo’n 1.235 woningen (cat. 1 en 2) in het glastuinbouwgebied aanwezig die aan herstructurering van het agrarisch productieareaal in de weg staan, doordat hiervan bij de aankoop van gronden een kostenverhogend effect uitgaat. Om schaalvergroting in de glastuinbouw te kunnen realiseren (en productieareaal te vergroten) zouden zoveel mogelijk van deze woningen verwijderd moeten worden.

Uitgaande van het gegeven dat met het verwijderen van een categorie 1 of 2 woning gemiddeld 2,2 hectare fysiek productieareaal kan worden vrijgespeeld, is het voor het realiseren van de jaarlijkse opgave van 100 hectare nodig om circa 45 woningen per jaar te amoveren. In de praktijk worden echter per jaar gemiddeld ‘slechts’ zo’n 20 woningen in het glastuinbouwgebied verkocht. Dit natuurlijke verloop is, ten opzichte van het wensbeeld van circa 45 woningen per jaar, dan ook te langzaam om de doelstelling te bereiken. Een subsidie kan het natuurlijke verloop echter versnellen, doordat hiermee het voornaamste knelpunt van het prijsopdrijvende effect van de aanwezige woning kan worden opgelost. De gemeente creëert zo een tijdelijke stimulans voor woningeigenaren en glastuinbouwondernemers om met elkaar om tafel te gaan zitten. Beoogd is ook om de bereidheid tot verkoop te vergroten. De rol van de gemeente is dan ook het versnellen van het proces tussen particuliere huiseigenaren en glastuinbouwondernemers.

Nu de werkelijk omvang van het vrij te spelen productieareaal moeilijk meetbaar is, doordat het werkelijke effect pas bekend is nadat de herstructurering volledig is afgerond (waar jaren overheen kunnen gaan), is tussen de gemeente en de Provincie Zuid-Holland afgesproken om aan de doelstelling van deze subsidieregeling een kwalitatieve opgave van 90 te verwijderen woning (in categorie 1 of 2) te verbinden. Uitgaande van een gemiddeld vrij te spelen fysiek productieareaal van 2,2 hectare per verwijderde woning komt dit overeen met circa 200 hectare vrij te spelen fysiek productieareaal.

Ad artikel 3: (Subsidiabele activiteiten)

De kernbegrippen in de omschrijving van de subsidiabele activiteiten in dezen zijn:

  • a.

    dat het moet gaan om een particuliere eigenaar;

  • b.

    van een categorie 1 of categorie 2 woning, gelegen in het glastuinbouwgebied van het Westland;

  • c.

    die deze (d.i. het gehele bijbehorende perceel) verkoopt en levert;

  • d.

    aan een ondernemer met een volwaardig glastuinbouwbedrijf;

  • e.

    waarbij geldt dat de woonbebouwing vóór levering geheel geamoveerd moet worden.

Ad a: Subsidie op grond van deze regeling wordt enkel verstrekt aan particuliere woningeigenaren. Een nadere motivering van deze keuze is hierna gegeven in de toelichting op artikel 7 (‘De aanvrager’).

Ad b: Alle zgn. categorie 1 en categorie 2 woningen komen in beginsel in aanmerking voor subsidie, nu deze per definitie (d.i. vermoedelijk of misschien) aan schaalvergroting van omliggende glastuinbouwbedrijven in de weg kunnen staan. Categorie 3 woningen staan per definitie (d.i. vermoedelijk) niet aan schaalvergroting van omliggende glastuinbouwbedrijven in de weg, zodat het verwijderen daarvan in beginsel niet zal bijdragen aan het verwezenlijken van de doelstelling van deze regeling. Om die reden zijn categorie 3 woningen van subsidie uitgesloten. Wat categorie 1/2/3 woningen zijn is gedefinieerd in artikel 1 van deze subsidieregeling.

Ad d: De kopende partij dient een ondernemer met een volwaardig glastuinbouwbedrijf te zijn, nu het doel van de regeling is om obstakels (lees: woningen) te verwijderen om zo ruimte te maken voor herstructurering en schaalvergroting van dergelijke bedrijven. Wat onder een volwaardig glastuinbouwbedrijf wordt verstaan is gedefinieerd in artikel 1 van deze subsidieregeling.

Ad c en e: Voor verwezenlijking van de doelstelling – te weten het vrijspelen van circa 200 hectare fysiek productieareaal binnen het glastuinbouwgebied van het Westland, ten behoeve van herstructurering en schaalvergroting van volwaardige glastuinbouwbedrijven – is het essentieel dat de betrokken woning(en) zo spoedig mogelijk daadwerkelijk geamoveerd worden. Daarom moet worden voorkomen dat de (kopende en/of verkopende) partijen een belang kunnen hebben om, na het sluiten van een koopovereenkomst, de daadwerkelijke (juridische) levering en/of sloop van de woonbebouwing tot nader order uit te stellen. Daarom is de verplichting opgenomen om de woonbebouwing te amoveren, nog voordat de gronden (juridisch) aan de kopende partij geleverd worden.

Ad artikel 4: (Hoogte van de subsidie)

Het te verkrijgen subsidiebedrag is opgebouwd uit twee bestandsdelen. Enerzijds is sprake van een vaste component, welke verband houdt met de kosten van het (laten) amoveren van de woonbebouwing. Deze gemiddelde sloopkosten zijn, op basis van ervaringscijfers, forfaitair bepaald op een vast bedrag van € 10.000.

Hierboven ontvangt de subsidieontvanger een bedrag dat gerelateerd is aan de waarde van zijn woning. Dit om recht te doen aan het feit dat woningwaarden aanmerkelijk kunnen verschillen, en om zo aan eenieder binnen de doelgroep een vergelijke stimulans te bieden om zijn woning aan een ondernemer met een volwaardig glastuinbouwbedrijf te verkopen.

De variabele component bedraagt 20% van de WOZ-waarde van het betreffende woonobject. De WOZ-waarde wordt berekend op de meest recente OZB-aanslag met bijbehorende peildatum.

Tot slot is en blijft, om zoveel mogelijk woningen te kunnen amoveren en in ieder geval te kunnen voldoen aan de kwalitatieve opgave van 90 te verwijderen woningen, het totale subsidiebedrag per woonobject gemaximeerd op € 100.000. Zo wordt voorkomen dat het volledige subsidiebudget kan opgaan aan de sloop en verkoop van enkele zeer dure woonobjecten.

Ad artikel 5: (Subsidieplafond)

Lid 1 – Het subsidieplanfond van deze regeling bedraagt € 6.975.000. Dit betekent dat geen nieuwe subsidies meer kunnen en zullen worden verstrekt, indien daarmee het totaal aan op grond van deze subsidieregeling verstrekte subsidies de som van € 6.975.000 zou overschrijden. Het subsidiebudget wordt deels beschikbaar gesteld door de Provincie Zuid-Holland (€ 3,8 mln.). Voor het overige (€ 3,175 mln.) komt het subsidiebudget uit eigen middelen van de gemeente. Daarboven heeft de gemeente € 75.000 begroot voor de uitvoeringskosten van deze subsidieregeling.

Lid 2 – Het beschikbare subsidiebudget zal in beginsel worden verdeeld volgens het principe ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt'. Dit betekent dat volledige subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst zullen worden beoordeeld. In geval zich de situatie zou voordoen dat twee (of meer) gelijktijdig – dat is op dezelfde datum, en in geval van digitale indiening ook op hetzelfde tijdstip – ingediende volledige aanvragen wegens het bereiken van het subsidieplafond niet beide (/alle) verstrekt kunnen worden, dan zal het college de dan nog mogelijke subsidie verstrekken aan de aanvrager wiens activiteiten het meest overeenkomen met het omschreven doel van deze subsidieregeling. Dit betekent bijvoorbeeld dat in dergelijk geval een categorie 1 woning voorrang kan genieten op een categorie 2 woning.

Ad artikel 6: (De aanvrager)

Zoals ook volgt uit de artikelen 2 (‘Doel van de subsidieregeling’) en 3 (‘Subsidiabele activiteiten’) komen enkel particuliere eigenaren van zgn. categorie 1 of 2 woningen in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling. De totale doelgroep beslaat hiermee circa 1.235 woningen gelegen in het glastuinbouwgebied van het Westland.

De keuze enkel particulieren in aanmerking te laten komen voor subsidie is in ingegeven door Europese regelgeving inzake (onrechtmatige) staatssteun. Op grond van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) is sprake van staatssteun als cumulatief wordt voldaan aan vijf criteria. Er moet sprake zijn van een steunmaatregel die:

  • 1.

    wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht;

  • 2.

    met staatsmiddelen wordt bekostigd;

  • 3.

    een economisch voordeel verschaft dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit);

  • 4.

    selectief is: d.w.z. geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio, etc.; en

  • 5.

    (in potentie) de mededinging vervalst en leidt (of dreigt te leiden) tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU.

Door subsidie enkel aan particuliere woningeigenaren te verstrekken zal (in beginsel) in ieder geval het eerstgenoemde criterium niet worden vervuld, zodat in geen sprake kan zijn van (onrechtmatige) staatssteun en uitvoerige staatssteunanalyses achterwege kunnen blijven. Dit maakt de uitvoering van de regeling minder complex, en daarmee meer efficiënt dan wanneer ook subsidie aan ondernemers zou worden verstrekt.

Ad artikel 7: (Indieningstermijn aanvraag)

In artikel 12, tweede lid, van de ASV is bepaald dat een aanvraag voor een subsidie die niet per kalenderjaar wordt verleend, tenminste acht weken voor aanvang van de subsidiabele activiteiten moet worden ingediend, tenzij in bijzondere subsidieregeling anders is bepaald. In dit geval heeft het vroegtijdig indienen van een subsidieaanvraag geen toegevoegde waarde.

Wel is bepaald dat de aanvraag voor subsidie tenminste moet worden ingediend vóórdat met de daadwerkelijke uitvoering van de subsidiabele activiteiten wordt begonnen. Dit omdat de subsidieregeling een stimulerend karakter draagt. In geval achteraf subsidie zou worden verstrekt voor reeds uitgevoerde activiteiten is van een stimulerend effect van de subsidie geen sprake meer.

Ad artikel 8: (Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens)

In dit artikel zijn die gegevens en stukken opgesomd, die noodzakelijk zijn om te kunnen beoordelen of een aanvraag/ de aanvrager voldoet aan de in artikelen 3 en 6 van deze regeling gestelde criteria om in aanmerking te komen voor subsidie. Deze gegevens en stukken dienen door de subsidieaanvrager bij de aanvraag te worden overgelegd. Zonder deze gegevens en stukken is de aanvraag in ieder geval (nog) niet compleet.

Ad artikel 9: (Weigeringsgronden)

Lid 1 – In aanvulling op de algemene weigeringsgronden die zijn genoemd in Hoofdstuk 2 van de ASV zijn in dit artikel een viertal gronden genoemd die in voorkomend geval zullen leiden tot afwijzing van een subsidieaanvraag op grond van deze regeling.

Met sub a. is allereest bepaald dat subsidie wordt geweigerd indien de subsidieaanvrager reeds is gestart met het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten vóórdat hij zijn aanvraag bij het college heeft ingediend. Dit omdat de subsidie een stimulerend karakter draagt, en van een stimulerend effect geen sprake kan zijn als subsidie ‘met terugwerkende kracht’ (dus achteraf) zou kunnen worden aangevraagd. Hieronder moet daarom ook een (ontwerp-) besluit (met voorwaarden) worden verstaan waarbij een woning nog gesloopt moet worden of al had moeten zijn. Een aanvraag geldt pas als ingediend, als deze daadwerkelijk bij de gemeente is ingekomen. Het postregistratiesysteem van de gemeente is in dezen leidend. Aan de datering van de aanvraag door de aanvrager zelf komt geen betekenis toe.

Een nieuw sub b. is in deze herziening toegevoegd naar aanleiding van het toekennen van enkele subsidieaanvragen die geen stimulerend effect hadden en daarmee geen bijdrage leverden aan het doel van de regeling (artikel 2). Het betrof de situatie waarin voorafgaand aan de aanvraag tot subsidie (privaatrechtelijke) afspraken waren gemaakt die ongeacht subsidieverlening of –weigering zou leiden tot sloop van de woning. Deze situatie doet zich ook voor ingeval een woning nog wel een subsidiabele categorie is toegekend in het Werkboek Westland, maar ondertussen reeds is uitgeplaatst. In dergelijke gevallen dient de woning na oplevering van de nieuwe woning onafwendbaar gesloopt te worden (binnen 2 maanden na gereed melding van de nieuwe woning). Van de subsidie zou derhalve geen stimulerend effect (meer) uitgaan doch uitsluitend onnodige uitputting van publieke middelen tot gevolg hebben. Met de toevoeging van de nieuwe weigeringsgrond kan deze onnodige uitputting voor de verder duur van de openstelling van de subsidieregeling worden voorkomen.

Met sub c. is bepaald dat ook het niet voldoen aan de in de artikelen 3 en 6 gestelde cumulatieve voorwaarden/criteria voor subsidieverlening, dan wel het niet overleggen van de met artikel 9 voorgeschreven bewijsstukken daarvoor, tot afwijzing van een subsidieaanvraag zal leiden. In aanvulling hierop is in sub d. aangegeven dat ook het niet voldoen door de aanvrager aan een verzoek van de gemeente om aanvullende gegevens en/of stukken te overleggen tot afwijzing van de aanvraag zal leiden. Deze weigeringsgronden spreken voor zich.

Tot slot is met sub e. geborgd dat subsidieverstrekking op grond van deze regeling nimmer tot onrechtmatige staatssteun mag leiden. In beginsel zal daarvan geen sprake zijn, nu slechts particuliere woningeigenaren voor subsidie in aanmerking kunnen komen en van onrechtmatige staatssteun slechts sprake kan zijn bij subsidieverstrekking aan ondernemers. In het nu onvoorziene uitzonderlijke geval dat een particuliere woningeigenaar in het kader van het Europees staatssteurecht toch als ‘ondernemer’ moet worden aangemerkt, zal het college geen subsidie verstrekken als dit tot onrechtmatige staatssteun zou leiden.

Lid 2 – In aanvulling op de dwingende weigeringsgronden uit het eerste lid, is in het tweede lid van artikel 9 bepaald dat het college subsidie kan weigeren. Deze weigeringsgronden behoeven in voorkomend geval een nadere afweging door, en motivering van het college.

Onder sub a. kan het college de subsidie weigeren als de bij de verkoop gehanteerde grondprijs, zonder aantoonbare reden, duidelijk niet in verhouding staat tot de in dezelfde omgeving gangbare grondprijzen. Dit om (duidelijk) frauduleus handelen tegen te kunnen gaan.

Onder sub b. is een nieuwe weigeringsgrond opgenomen ter voorkoming dat lopende aanvragen worden ingetrokken om opnieuw ingediend te worden en te profiteren van de gewijzigde, gunstigere voorwaarde (hoogte van de subsidie – artikel 4). Deze aanvragen worden beoordeeld op basis van de regels zoals deze golden ten tijde van indiening van de aanvraag. Het niet hebben voldaan aan de indieningsvereisten (artikel 8 of 10) of de verplichtingen (artikel 11) zijn in beginsel voldoende grond om een aanvraag niet opnieuw toe te kennen. Uitzondering hierop betreft bijvoorbeeld aanvragen die voor inwerkingtreding van deze wijziging zijn afgewezen of ingetrokken.

Ad artikel 10: (Aanvullende verplichtingen)

De subsidieontvanger dient de subsidiabele activiteiten in beginsel binnen 12 maanden nadat de subsidie aan hem is verleend geheel uit te voeren. Dit betekent dat hij binnen deze uitvoeringstermijn zijn woning moet hebben verkocht aan een ondernemer met een volwaardig glastuinbouwbedrijf, de woonbebouwing volledig moet zijn geamoveerd, en ook de (juridische) levering van de vrijgekomen gronden aan de kopende partij moet hebben plaatsgevonden.

De gestelde uitvoeringstermijn wordt in algemene zin redelijk, want haalbaar geacht. Voor verwezenlijking van de doelstelling – te weten het vrijspelen van circa 200 hectare fysiek productieareaal binnen het glastuinbouwgebied van het Westland, ten behoeve van herstructurering en schaalvergroting van volwaardige glastuinbouwbedrijven – is het essentieel dat de betrokken woning(en) zo spoedig mogelijk daadwerkelijk geamoveerd worden. Daarom moet worden voorkomen dat de (kopende en/of verkopende) partijen een belang kunnen hebben om, na het sluiten van een koopovereenkomst, de daadwerkelijke levering en/of de sloop van de woonbebouwing tot nader order uit te stellen.

Wel is voor het college de mogelijkheid opgenomen om, naar aanleiding van een schriftelijk gemotiveerd verzoek daartoe van de subsidieaanvrager, uitstel op de uitvoeringstermijn toe te staan. Dit ter nadere beoordeling van het college.

Ad artikel 11: (Verantwoording (aanvraag tot vaststelling) van de subsidie)

Op grond van artikel 21, 22 en 23 van de ASV dient voor een subsidie die niet per kalenderjaar wordt verleend, door de subsidieontvanger een verantwoording (aanvraag tot subsidievaststelling) te worden ingediend binnen 12 weken nadat de subsidiabele activiteiten zijn afgerond. In onderhavig geval zal dat dus zijn binnen drie maanden nadat de juridische levering van het betrokken woonobject aan de kopende partij heeft plaatsgehad.

Bij de aanvraag tot subsidievaststelling dienen door de subsidieontvanger die stukken en gegevens te worden overgelegd die noodzakelijk zijn om te kunnen beoordelen of de subsidie daadwerkelijk ten goede is gekomen aan het doel waarvoor deze is verleend.

Ad artikel 12: (Bevoorschotting)

De subsidieontvanger is verplicht is om, voor levering van het betrokken perceel aan de kopende partij, de aanwezige woonbebouwing te (laten) amoveren (zie artikel 3: ‘Subsidiabele activiteiten’). Een aanvraag tot subsidievaststelling kan echter pas worden ingediend nadat de subsidiabele activiteiten geheel zijn afgerond (d.i. na juridische levering van de gronden aan de kopende partij; zie artikel 11: ‘Verantwoording (aanvraag tot vaststelling) van de subsidie’). Uitbetaling van de subsidie vindt pas plaats na de subsidievaststelling (zie artikel 13: ‘Uitbetaling van de subsidie’).

Het voorgaande betekent dat de subsidieontvanger in beginsel de kosten van het (laten) amoveren van zijn woning zal moeten voorfinancieren, wat drempelverhogend kan werken. Om deze financiële drempel weg te nemen is opgenomen dat aan de subsidieontvanger op aanvraag een voorschot kan worden verstrekt van ter financiering van het (laten) amoveren van de betreffende woonbebouwing. Deze sloopkasten zijn forfaitair gesteld op een vast bedrag van € 10.000.

Een voorschot wordt enkel verstrekt indien de subsidieontvanger bij zijn aanvraag tot bevoorschotting een getekende opdracht voor het (laten) amoveren van de betreffende woning overlegt.

Artikel 13: (Uitbetaling van de subsidie)

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:52 jo 4:86 en 4:87 Awb zal de subsidie worden uitbetaald binnen zes weken na datum van de vaststellingsbeschikking. Dit als vanzelfsprekend met aftrek van een eventueel reeds betaald voorschot.

5.2 Transformatiefonds

Subsidieregeling Transformatiefonds Westland

Artikel 1 - Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    transformatiefonds: de Subsidieregeling Transformatiefonds Westland;

  • b.

    winkelgebied: een eenduidig gebied in de dorpscentra van de Westlandse dorpskernen waar detailhandel is geconcentreerd;

  • c.

    dorpscentra van de Westlandse dorpskernen: het centrum van de in Westland gelegen dorpskernen, te weten: De Lier, ’s-Gravenzande, Honselersdijk, Kwintsheul, Maasdijk, Monster, Naaldwijk, Poeldijk en Wateringen;

  • d.

    dorpskern: het gebied binnen de bebouwde kom van de Westlandse dorpen;

  • e.

    detailhandelsvisie: de Detailhandelsvisie Westland 2021-2026, zoals deze op 16 maart 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad van Westland;

  • f.

    transformatiegebied: in de detailhandelsvisie Westland 2021-2026 zijn in de dorpskernen straten gearceerd waar transformatie gewenst is van retailfuncties naar bijvoorbeeld woonfuncties;

  • g.

    hoofdwinkelcircuit: (ook wel kern winkelgebied) in de detailhandelsvisie Westland 2021-2026 zijn in de winkelgebieden straten aangeduid als hoofdwinkelcircuit, waar primair detailhandel gewenst is;

  • h.

    pand: een gebouw dat in gebruik is voor centrumgerichte bedrijfsactiviteiten conform detailhandelsvisie, zoals bijvoorbeeld: detailhandels-, dienstverlenings-, horeca- en leisure-activiteiten.

Artikel 2 - Doel van het transformatiefonds

Het doel van het transformatiefonds is om transformatie in en verplaatsingen naar Westlandse kernwinkelgebieden versneld op gang te laten komen, waardoor bijgedragen wordt aan aantrekkelijke en toekomstbestendige winkelgebieden en er meer ruimte wordt gecreëerd voor woondoeleinden buiten de winkelgebieden.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verleend ten behoeve van:

  • a.

    tegemoetkoming in (ver)bouwkosten, bijvoorbeeld voor onderzoekskosten (voor aanvraag van de omgevingsvergunning) voor de inhuur van een bouwtechnicus, financieel adviseur, of architect, maar ook ten behoeve van de dekking van onrendabele toppen, bouwkosten en overige kosten die met de bouw gemoeid gaan;

  • b.

    tegemoetkoming in de verplaatsingskosten voor ondernemers die gevestigd zijn in panden in Westland die van buiten de hoofdwinkelcircuits in het kader van de transformatie verhuizen naar de hoofdwinkelcircuits (o.a. kosten voor verhuizing, inrichting, media- en marketing);

  • c.

    tegemoetkoming in de huurkosten voor ondernemers die gevestigd zijn in panden in Westland buiten de hoofdwinkelcircuits en die wegens transformatie hun onderneming verplaatsen naar de hoofdwinkelcircuits.

  • d.

    [vervallen]

Artikel 4 Subsidiabele kosten

  • 1. Subsidie wordt alleen verstrekt voor kosten die direct kunnen worden toegerekend aan de subsidiabele activiteiten.

  • 2. Indien in de aanvraag personele kosten zijn opgenomen, dan moeten deze worden onderbouwd met het aantal uren en het uurtarief per medewerker.

Artikel 5 Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. Het college kan besluiten het subsidieplafond aan te passen.

Artikel 6 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie ten behoeve van de tegemoetkoming in (ver)bouwkosten, zoals genoemd in artikel 3 onder a van deze subsidieregeling, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000.

  • 2. De hoogte van de subsidie ten behoeve van de tegemoetkoming in verhuiskosten, zoals genoemd in artikel 3 onder b van deze subsidieregeling, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.

  • 3. De hoogte van de subsidie ten behoeve van de tegemoetkoming in huurkosten, zoals genoemd in artikel 3 onder c van deze subsidieregeling, bedraagt 12 keer het verschil tussen de oude en nieuwe maandhuur, met een maximum van € 5.000.

  • 4. Indien toepassing van lid a tot en met c van artikel 3 ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 1.000 wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 7 De aanvrager

De subsidie kan voor de subsidiabele activiteiten van artikel 3 worden aangevraagd door een rechtspersoon of natuurlijk persoon.

Artikel 8 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

  • 1. Als een subsidieaanvraag wordt gedaan voor de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 3 onder a, dan bevat de aanvraag:

    • a.

      een eventuele kopie van een uittreksel Kamer van Koophandel;

    • b.

      eventuele co-financieringsverklaringen van de co-financiers;

    • c.

      een projectplan, met daarin een omschrijving van de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd;

    • d.

      een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd een bijdrage levert aan de doelstelling van de subsidie;

    • e.

      een gespecificeerde begroting, die inzicht geeft in de geraamde inkomsten en uitgaven voor zover deze betrekking hebben op de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd, en waar relevant een exploitatiebegroting;

    • f.

      een tijdsplanning waaruit blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd binnen 6 maanden wordt aangevangen en binnen 2 jaar is uitgevoerd.

  • 2. Bij een aanvraag voor de subsidiabele activiteit genoemd in artikel 3 onder b en c bevat de aanvraag:

    • a.

      een kopie van een uittreksel Kamer van Koophandel;

    • b.

      de getekende huurovereenkomst van de oude en nieuwe locatie;

    • c.

      een gespecificeerde begroting, die inzicht geeft in de geraamde inkomsten en uitgaven voor zover deze betrekking hebben op de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd en de exploitatie van het bedrijf daarna;

    • d.

      een tijdsplanning waaruit blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd binnen 6 maanden wordt aangevangen en binnen 1 jaar is uitgevoerd.

Artikel 9 Toekenningscriteria

  • 1. Een subsidie voor de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 3 kan gedurende het gehele jaar worden aangevraagd. Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. De datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als de datum van binnenkomst.

  • 2. De activiteiten komen enkel in aanmerking voor subsidie, indien de activiteiten een bijdrage leveren aan transformatie en verplaatsingen in Westlandse dorpskernen waardoor bijgedragen wordt aan het versterken van aantrekkelijke winkelcentra, en/of er meer ruimte wordt gecreëerd voor woondoeleinden buiten de winkelcentra.

  • 3. [vervallen]

Artikel 10 Vaststelling en betaling

  • 1. Voor de vaststelling van de subsidie voor activiteiten in artikel 3, onder a, dient het projectplan volledig te zijn uitgevoerd, binnen de aangegeven tijdsplanning in artikel 8, onder 1 f.

  • 2. Voor de vaststelling van de subsidie voor activiteiten in artikel 3, onder b en c, dient de activiteit volledig te zijn uitgevoerd, binnen de aangegeven tijdsplanning in artikel 8 onder 2 d.

  • 3. Betaling geschiedt bij afronding van de subsidieactiviteit en na vaststelling van de subsidie.

  • 4. Op verzoek van de subsidieontvanger kan een voorschot worden verleend van maximaal 50% van het verleende bedrag.

Artikel 11 Sociaal maatschappelijke bijdrage

  • 1. De aanvrager van een subsidie wordt gevraagd een sociaal maatschappelijk bijdrage op te nemen in het projectplan.

  • 2. De sociaal maatschappelijke bijdrage is niet verplicht.

Artikel 12 Weigeringsgronden en buiten behandelingstelling

  • 1. Subsidie kan worden afgewezen, indien sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:

    • a.

      de activiteiten uit de aanvraag dragen niet of onvoldoende bij aan de doelstellingen of de effectiviteit en de impact van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd staan niet in verhouding tot de hoogte van de gevraagde subsidie;

    • b.

      de aanvrager voldoet niet aan de voorwaarden die in deze subsidieregeling zijn gesteld om voor een financiële bijdrage in aanmerking te komen;

    • c.

      de activiteit heeft eerder subsidie ontvangen van gemeente Westland;

    • d.

      de activiteiten waarvoor de aanvraag wordt ingediend worden niet uitgevoerd binnen de gemeentegrenzen van Westland;

    • e.

      het subsidieplafond is bereikt;

    • f.

      de activiteit in strijd is met gemeentelijk beleid, verordeningen en/of bestemmingsplannen en waarbij door middel van een procedure geen medewerking kan worden verleend aan afwijking van de betreffende strijdigheid;

    • g.

      uit de gespecificeerde begroting blijkt dat een gemeentelijke subsidie niet noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteit(en).

  • 2. Een aanvraag voor eenzelfde project, die eerder op inhoudelijke gronden is afgewezen, wordt niet meer in behandeling genomen, tenzij de inhoud van de aanvraag substantieel is gewijzigd en de aanvrager hiervan melding maakt.

Toelichting algemeen

In maart 2021 is de Detailhandelsvisie Westland 2021-2026 vastgesteld. De visie schetst de ambitie om samen met vastgoedeigenaren en ondernemers actief en versneld aan de slag te gaan met transformatie en het aanpakken van leegstand. Om deze reden is de wens ontstaan om een transformatiefonds in het leven te roepen. Het fonds moet ervoor dienen om dorpskernen compact en vitaal te houden en meer ruimte te bieden voor woningen.

Aanvragers in Westland dragen zelf actief activiteiten aan, die in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage vanuit het subsidiebudget, waarbij cofinanciering een nadrukkelijke voorwaarde is.

Toelichting artikelsgewijs

Artikel 2 Doel van de subsidieregeling

Deze subsidieregeling is erop gericht om de Westlandse winkelgebieden nu en in de toekomst aantrekkelijk te houden. Om vitaal te blijven moeten de winkelgebieden compacter worden, transformatie is daarvoor essentieel. Deze subsidieregeling helpt deze transformaties sneller op gang te brengen, door ondernemers en vastgoedeigenaren financieel te ondersteunen.

Daarnaast wordt het aantrekkelijker gemaakt voor starters om zich te vestigen in de kernwinkelgebieden van Westland.

Aspecten zoals online-verkoop, gedragsverandering van bezoekers en bevolkingsgroei hebben effect op de winkelcentra in de Westlandse dorpskernen. Delen van de winkelgebieden zijn momenteel niet toekomstbestendig, voorzieningen liggen (te) verspreid of er heerst leegstand. In de Detailhandelsvisie Westland 2021-2026 zijn deze straten aangewezen als transformatiegebieden. Met het compacter maken van de winkelgebieden kan worden geanticipeerd op de toekomstige veranderingen en kan tevens ruimte worden geboden voor woondoeleinden. Dit geldt ook voor winkel- of bedrijfsbestemmingen buiten de dorpscentra maar binnen de dorpskern, die op termijn als woonfunctie meer perspectief zouden hebben.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidieaanvragen kunnen worden verleend, indien de aanvragen het doel (zoals omschreven in artikel 2) dienen.

In artikel 3 onder a staat vermeld dat tegemoet wordt gekomen in de bouw- en verbouwkosten die door de aanvrager worden gemaakt ten behoeve van de transformatie van een bedrijfspand of winkelpand buiten het kernwinkelgebied naar een woning. Tevens wordt er financieel ondersteund bij het verbouwen van panden in het kernwinkelgebied. Bij ruimtelijke procedures als gevolg van transformaties zijn doorgaans bepaalde onderzoeken noodzakelijk. Hierbij is inhuur van externe onderzoeksbureaus vaak nodig. Zo kan het gaan om de inhuur van een bouwtechnicus, financieel adviseur, of architect. Een deel van deze kosten wordt vanuit de regeling vergoed.

In sommige gevallen is het zo dat de transformatiekosten hoger zijn dan de opbrengsten van het vastgoed, dan spreken we over zogenaamde onrendabele toppen. Dit vormt een drempel om over te gaan tot transformatie. De Subsidieregeling Transformatiefonds Westland biedt ook een tegemoetkoming voor deze onrendabele toppen, mits ze aantoonbaar zijn. Ook bouwkosten en overige kosten die met de bouw gemoeid gaan behoren tot de mogelijkheden van dit fonds.

In artikel 3 onder b wordt aangegeven dat voor de verplaatsingskosten die worden gemaakt in het kader van de transformatie een eenmalige bijdrage wordt vergoed. We vinden het belangrijk dat ondernemers van centrumgerichte voorzieningen (o.a. detailhandel, horeca) die willen verplaatsen van buiten naar binnen de hoofdwinkelcircuits hierin zo goed mogelijk worden gefaciliteerd. Hierbij kan het gaan om ondernemers gelegen in de transformatiegebieden zoals benoemd in de Detailhandelsvisie Westland 2021-2026, evenals ondernemers die bijvoorbeeld vanuit verspreide bewinkeling in de woonkern willen verplaatsen naar het hoofdwinkelcircuit. Verhuiskosten kunnen hoog oplopen, met name als het gaat om zware of kwetsbare apparatuur. Met de tegemoetkoming kan een verhuisbedrijf worden ingeschakeld die de volledige inboedel zowel kan inpakken op de oude locatie, als uitpakken op de nieuwe locatie binnen het hoofdwinkelcircuit. Daarnaast vraagt een verplaatsing veelal ook om een gedeeltelijke herinrichting van het nieuw te betrekken pand, eventuele aankondigingen van de verhuizing via (sociale) media, maar ook een officiële opening. Het fonds schiet tot maximaal € 10.000 bij op dergelijke kosten.

In artikel 3 onder c is beschreven dat we ondernemers in winkelpanden of bedrijfspanden in Westland buiten de hoofdwinkelcircuits, die wegens transformatie hun onderneming verplaatsen naar de hoofdwinkelcircuits, tegemoetkomen in de huurkosten. De huurprijs in het hoofdwinkelcircuit ligt doorgaans hoger dan daarbuiten. Dit kan een barrière vormen voor ondernemers om te verhuizen. Daar tegenover is het hoofdwinkelcircuit veelal een aantrekkelijkere locatie voor ondernemers, er is meer traffic, wat meer potentiële klanten c.q. omzet oplevert. Om de hogere huurprijs de eerste periode te dekken is een eenmalige tegemoetkoming beschikbaar gesteld. De subsidiehoogte bedraagt een maximaal bedrag van € 5.000 dat berekend wordt op basis van 12 keer het verschil tussen de kale oude huurprijs en de kale nieuwe huurprijs. Deze subsidie wordt slechts toegekend aan ondernemers van centrumgerichte functies die zich vestigen in of verplaatsen naar de hoofdwinkelcircuits van de dorpscentra in de Westlandse dorpskernen, zoals omschreven in de detailhandelsvisie van de gemeente Westland.

Artikel 6 Subsidiehoogte

Als een subsidieaanvraag wordt gedaan voor de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 3 onder a, b of c worden de subsidiabele kosten tot een maximumbedrag door de gemeente gesubsidieerd, dan al niet middels cofinanciering. Het overige deel dient de aanvrager zelf of met hulp van derden te financieren.

Artikel 7 De aanvrager

Aanvrager subsidiabele activiteiten onder artikel 3 kunnen worden aangevraagd door zowel een rechtspersoon of natuurlijk persoon, zoals bijvoorbeeld een eenmanszaak. Een rechtspersoon dient de doelstelling te hebben om collectieve belangen te behartigen ten behoeve van de Westlandse winkelcentra. Deze rechtspersonen kunnen enkel een aanvraag indienen voor deze subsidie om zorg te dragen dat er geen individuele belangen van bijvoorbeeld een individuele ondernemer worden behartigd.

Artikel 9 Toekenningscriteria

[vervallen]

Artikel 11 Sociaal maatschappelijke bijdrage

De aanvragers van een subsidie wordt gevraagd een sociaal maatschappelijk bijdrage op te nemen in het projectplan. Hierbij kan gedacht worden aan het (indirect) inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij het uitvoeren van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt ontvangen, een (al dan niet) financiële bijdrage aan een lokale (sport)vereniging, het beschikbaar stellen van stage-, of leerwerkplekken of het organiseren van een activiteit die bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van het winkelgebied als geheel.

5.3 Economie

Artikel 1 Versterken economische structuur

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor het duurzaam versterken van de economische structuur en het ontsluiten van het innovatieve vermogen van de regio Zuid-Holland. Subsidiabele activiteiten zijn:

    • a)

      het investeren in innovatieve bedrijven,

    • b)

      het opzetten van innovatieve samenwerkingen tussen diverse partijen in de regio,

    • c)

      het aantrekken van buitenlandse bedrijven en het helpen internationaliseren van regionale bedrijven binnen voornamelijk de glastuinbouw.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan een regionale ontwikkelingsmaatschappij.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

Artikel 2 Versterken ondernemerschap en economisch klimaat

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het versterken van het ondernemersklimaat en het ondersteunen van het midden- en kleinbedrijf binnen de gemeente Westland. Subsidie wordt verstrekt voor het aanbieden van een combinatie van alle onderstaande activiteiten:

    • a.

      het behartigen van de collectieve belangen van ondernemers;

    • b.

      het bevorderen van kennisdeling en samenwerking tussen ondernemers;

    • c.

      het versterken van het vestigingsklimaat door deelname aan overlegstructuren en platforms, en

    • d.

      het stimuleren van ontmoeting en samenwerking tussen ondernemers.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt aan organisaties zonder winstoogmerk die aantoonbaar actief zijn in het vertegenwoordigen en ondersteunen van ondernemers binnen de gemeente Westland.

  • 3. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 4. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan organisaties of activiteiten die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het versterken van het ondernemers- en vestigingsklimaat in de gemeente Westland.

5.4 Agenda BIZ

Subsidieregeling Agenda BIZ

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    project: een activiteit met een aanvangsdatum en een einddatum, dat als oogmerk heeft een bijdrage te leveren aan het versterken van aantrekkelijke winkelcentra in de Westlandse dorpscentra, waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • b.

    BIZ: bedrijfsinvesteringszone

  • c.

    winkelcentrum: een eenduidig gebied in de dorpscentra van de Westlandse dorpskernen waar detailhandel is geconcentreerd;

  • d.

    dorpscentra van de Westlandse dorpskernen: het centrum van de in Westland gelegen dorpskernen, te weten: De Lier, ’s-Gravenzande, Honselersdijk, Kwintsheul, Maasdijk, Monster, Naaldwijk, Poeldijk en Wateringen.

Artikel 2 Doel

Het doel van de subsidieregeling is het versterken van aantrekkelijke winkelcentra in de Westlandse dorpscentra.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verleend ten behoeve van:

  • a.

    Onderzoek, gericht op versterking van de winkelcentra;

  • b.

    Uitvoering van projecten, gericht op versterking van de winkelcentra.

Artikel 4 Subsidiabele kosten

Subsidie wordt alleen verstrekt voor kosten die direct kunnen worden toegerekend aan de subsidiabele activiteiten.

Artikel 5 Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. Het college kan besluiten het subsidieplafond aan te passen.

Artikel 6 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie ten behoeve van de tegemoetkoming in onderzoekskosten, gericht op versterking van de winkelcentra, zoals genoemd in artikel 3 onder a van deze subsidieregeling, bedraagt maximaal € 2.500.

  • 2. De hoogte van de subsidie ten behoeve van de tegemoetkoming in uitvoering van projecten, gericht op versterking van de winkelcentra, zoals genoemd in artikel 3 onder b van deze subsidieregeling, bedraagt maximaal € 2.500.

  • 3. De ondergrens voor een subsidieaanvraag is € 1.000.

Artikel 7 De aanvrager

De subsidie kan voor de subsidiabele activiteiten van artikel 3 worden aangevraagd door een BIZ-vereniging die actief is binnen een winkelgebied in de gemeente Westland.

Artikel 8 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

De aanvraag bevat:

  • a.

    eventuele co-financieringsverklaringen van de co-financiers;

  • b.

    een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd een bijdrage levert aan de doelstelling van de subsidie;

  • c.

    een gespecificeerde begroting, die inzicht geeft in de geraamde kosten voor zover deze betrekking hebben op de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd;

  • d.

    een tijdsplanning waaruit blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd binnen 6 maanden wordt aangevangen en binnen 1 jaar is uitgevoerd.

Artikel 9 Toekenningscriteria

  • 1. Een subsidie voor de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 3 kan gedurende het gehele jaar worden aangevraagd. Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. De datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als de datum van binnenkomst.

  • 2. De activiteiten komen enkel in aanmerking voor subsidie, als de activiteiten een bijdrage leveren aan het versterken van aantrekkelijke winkelcentra met een maximum van vier aanvragen per BIZ per jaar en tot een maximum van € 10.000 per jaar.

Artikel 10 Weigeringsgronden en buiten behandelingstelling

  • 1. Subsidie kan worden afgewezen, indien sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:

    • a.

      de activiteiten uit de aanvraag dragen niet of onvoldoende bij aan de doelstellingen of de effectiviteit en de impact van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd staan niet in verhouding tot de hoogte van de gevraagde subsidie;

    • b.

      de aanvrager voldoet niet aan de voorwaarden die in deze subsidieregeling zijn gesteld om voor een financiële bijdrage in aanmerking te komen;

    • c.

      de activiteiten waarvoor de aanvraag wordt ingediend worden niet uitgevoerd binnen de gemeentegrenzen van Westland;

    • d.

      het subsidieplafond is bereikt;

    • e.

      de activiteit in strijd is met gemeentelijk beleid, verordeningen en/of bestemmingsplannen en waarbij door middel van een procedure geen medewerking kan worden verleend aan afwijking van de betreffende strijdigheid;

    • f.

      uit de gespecificeerde begroting blijkt dat een gemeentelijke subsidie niet noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteit(en).

  • 2. Een aanvraag voor eenzelfde project, die eerder op inhoudelijke gronden is afgewezen, wordt niet meer in behandeling genomen, tenzij de inhoud van de aanvraag substantieel is gewijzigd en de aanvrager hiervan melding maakt.

6. Slotbepalingen

Artikel 1 Inwerkingtreding en intrekking

Deze nadere subsidieregels treden in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.

De volgende subsidieregelingen worden ingetrokken:

  • De subsidieregeling Diverse activiteiten Westland, zoals vastgesteld in onze vergadering van 15 december 2020

  • De subsidieregeling Verduurzaming en obstakelvrije ruimte voor modernisering (VORM), zoals vastgesteld in onze vergadering van 2 januari 2018

  • De subsidieregeling Transformatiefonds, zoals vastgesteld in onze vergadering van 24 mei 2022

  • Beleidsregels subsidiëring jaarwisselingsfeesten 2012

Deze regelingen worden vervangen door de nieuwe nadere subsidieregels.

Artikel 2 Overgangsbepaling

De in artikel 1 genoemde subsidieregelingen blijven van toepassing op subsidies die zijn aangevraagd voor inwerkingtreding van de Nadere subsidieregels gemeente Westland en op lopende meerjarige subsidies die nog niet zijn vastgesteld.

Artikel 3 Hardheidsclausule

Het college kan van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van deze regeling afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 4 Citeertitel

Deze regels worden aangehaald als: de Nadere subsidieregels gemeente Westland.

Ondertekening

Bijlage 1: Basisvoorzieningen accommodaties sport en scouting

Basisvoorzieningen ten behoeve van een aanvraag voor een Investeringssubsidie accommodaties sport en scouting

Binnensport

Buitensport

Scouting

 
 
 

Beheerdersruimte annex juryruimte

ja

nee

nee

Beregeningsinstallatie

nee

ja

nee

Bergruimte, afsluitbaar

ja

ja

ja

Doucheruimte

ja

ja

ja

Eerste inrichting bewegingsonderwijs primair onderwijs

ja

nee

nee

Energieadvies ten behoeve van duurzame verwarmingsmaatregelen

ja

ja

ja

Geluidsinstallatie

ja

ja

nee

Kinderopvangruimte

optioneel

optioneel

optioneel

Kleedruimte

ja

ja

nee

Lichtinstallatie (t.b.v. wedstrijden en trainingen)

ja

ja

ja (buiten)

Meetapparatuur (scorebord, tijdwaarneming)

ja

nee

nee

Nutsvoorzieningen, exclusief Cv-ketels. Inclusief duurzame verwarmingsmaatregelen met bewezen noodzaak op basis van een energieadvies.

ja

ja

ja

Ontmoetingsruimte inclusief bar/ ruimte leiding

ja

ja

ja

Parkeerruimte (auto, fiets e.d.)

ja

ja

ja

Sanitaire voorzieningen

ja

ja

ja

Sanitaire voorzieningen voor ontmoetingsruimte

ja

ja

ja

Vergaderruimte, plus ICT-voorzieningen

ja

ja

ja

Veiligheidsvoorzieningen (incl. hekwerk) + EHBO + AED

ja

ja

ja

Voorzieningen bezoekers (ontvangstruimte bezoekende partij/ commissiekamer).

ja

ja

nee

Voorzieningen die voldoen aan de eisen voor wedstrijden

ja

ja

nee

Voorzieningen gehandicapten

optioneel

optioneel

optioneel

Scouting

 
 
 

groepsruimten sport en spel scouting

n.v.t.

n.v.t.

ja

aanleg buitenspeelterrein (incl. kampvuurplek)

n.v.t.

n.v.t.

ja

aanlegplek (vlonder of steiger) voor waterscouting.

n.v.t.

n.v.t.

ja

onderhoudswerkplek varend materiaal voor waterscouting

n.v.t.

n.v.t.

ja

keuken (educatief)

n.v.t.

n.v.t.

ja

Uitgesloten

Faciliteiten media

Fysioruimte

Keuken (verkooppunt)

Technische ruimte, eventueel in combinatie met beheerdersruimte

Trainingsmateriaal

Tribune

 

Airconditioning

 

Regulier onderhoud (niet zijnde renovatie)

 

Meubilair en inrichting

 

Duurzaamheidsmaatregelen (exclusief duurzame verwarmingsmaatregelen)

 

Bijlage 2: Leidraad instandhouding monumenten 

INLEIDING

Deze ‘Leidraad instandhouding monumenten’ hoort bij artikel 7 van de Subsidieregeling instandhouding gemeentelijke monumenten Westland.

Dit is een bijlage ten behoeve van de berekening van de subsidiabele kosten bij de restauratie van gemeentelijke monumenten in het Westland. In deze leidraad wordt uiteengezet welke activiteiten subsidiabel zijn.

Voorzieningen die niet voorkomen in de leidraad worden niet vergoed. Eventuele nieuwe technieken of onvoorziene vondsten, die ten tijde van de vaststelling van deze leidraad nog niet in gebruik of bekend waren, kunnen na goedkeuring door het college alsnog in aanmerking komen voor restauratiesubsidie. De eigenaar dient hiervoor een subsidieverzoek in.

Subsidiabele kosten

Subsidiabel zijn de kosten van voorzieningen die strekken tot instandhouding van het beschermde monument en zijn monumentale waarden, sober, doelmatig en technisch noodzakelijk zijn en gericht op maximaal behoud van aanwezige historische materialen en constructies en de voorzieningen gericht zijn op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen.

Restauratie of instandhouding van een monument heeft betrekking op het casco van een gebouw: de hoofdstructuur van het gebouw bestaande uit de dragende onderdelen en het omhulsel, te weten dak-, kap- en gebintconstructie, vloeren, balklagen dragende muren, fundering, kelder en gewelven. Daarnaast valt het in stand houden of het terugbrengen van één of meer monumentale onderdelen onder de restauratiesubsidie.

SUBSIDIABELE KOSTEN

00 KOSTEN TEN BEHOEVE VAN DE PLANONTWIKKELING – EN UITVOERING

00.01 Aannemerskosten

  • Materiaalkosten op grond van deze leidraad.

  • Loonkosten van het aannemerspersoneel en werkzaamheden van onderaannemers.

00.02 Doe het zelf kosten

  • Materiaalkosten op basis van deze leidraad.

  • De afschrijving van huur van het benodigde materiaal (in de zin van gereedschappen, e.d.).

00.03 Architect-/plankosten:

  • De kosten van het opstellen van een instandhoudingsplan met de daarbij behorende stukken (zoals plan, begroting, werkomschrijving en tekeningen) tot een maximum van € 1.000,-.

  • De kosten voor ontwerpwerkzaamheden.

00.04 Overige kosten

  • Bouw- en kleur historisch onderzoek, mits voorgeschreven dan wel vooraf goedgekeurd door het college.

  • Specifieke onderzoeken, mits voorgeschreven of na goedkeuring door het college, zoals bouwfysisch onderzoek (naar zout- en vochtproblemen), constructie- en/of bouwtechnisch onderzoek en werktuigbouwkundig onderzoek.

  • Specialistische werkzaamheden door derden, mits geadviseerd dan wel vooraf goedgekeurd door het college.

01 TEN BEHOEVE VAN DE UITVOERING

01.01 bouwplaats voorzieningen

  • Het (tijdelijk) inzetten van groot materiaal (zoals damwanden, steigers, hijskranen, e.d.) ten behoeve van de instandhoudingswerkzaamheden.

01.02 saneringen, verwijderingen en stutwerk

  • Het tijdelijk verwijderen van materialen c.q. onderdelen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de instandhoudingswerkzaamheden inclusief het daarvoor in te zetten materiaal (zoals containers).

  • Stut- en stempelwerk tijdens werkzaamheden.

  • Beschermende voorzieningen voor monumentale onderdelen (zoals het bijvoorbeeld het voor en/of tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dichtleggen van een dak, afdekken van een vloer en inpakken van het orgel en meubilair).

Niet subsidiabel zijn:

  • Kosten voortvloeiend uit doorbreuken ten behoeve van comfortverbetering en veranderd gebruik.

02 TERREININRICHTING EN BIJBEHOREND

02.01 Grondwerken en terreinverharding

  • Het schoon en op diepte houden van sloten en andere waterwerken voor zover dit aantoonbaar van belang is voor de instandhouding van het monument.

  • Het aanbrengen van nieuwe beschoeiingen en vervangen van onderdelen daarvan indien nodig voor de instandhouding van de historische oeverlijn, voor zover deze deel uitmaakt van de redengevende omschrijving.

  • De instandhouding van bestrating voor zover deze deel uitmaakt van het monument en de instandhouding ervan bijdraagt aan de esthetische waarde van het monument, voor zover deze deel uitmaakt van de redengevende omschrijving.

  • Herstel van bestrating na herstelwerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden met betrekking tot het monument, voor zover deze deel uitmaakt van het monument en de instandhouding ervan bijdraagt aan de esthetische waarde van het monument.

02.02 Terreininrichting

  • Instandhouding of indien noodzakelijk vervanging van bouwkundige elementen zoals hekwerken, bruggetjes, tuinornamenten en kassen voor zover omschreven in de redengevende omschrijving.

  • De instandhouding van landschappelijke elementen die bijdragen aan het historische erf- of tuininrichting en voor zover deze bijdragen aan het behoud van het karakter van het monument en voor zover omschreven in de redengevende omschrijving.

  • Onder maatregelen om een bij een monument behorende monumentale boom duurzaam in stand te houden, zijn in elk geval begrepen:

    • Structurele groeiplaatsverbetering.

    • Bescherming van de groeiplaats.

    • Kroonsnoei (herstel- en stabilisatie-snoei).

    • Kroonverankering.

    • Onderzoek dat leidt tot de onder 05 genoemde maatregelen (verbetering en bescherming van de groeiplaats, kroonsnoei en kroonverankering).

03 CASCO GEBOUWD ERFGOED

03.01 Funderingen en damwanden

  • De instandhouding van funderingsconstructies en/of damwanden (hout, beton, metselwerk of staal).

  • De vervanging dan wel het aanbrengen van funderingsconstructies en/of damwanden (hout, beton, metselwerk of staal).

03.02 Beton

  • Herstelwerkzaamheden aan betonwerken, zowel geveldetailleringen als constructies.

  • Behandelen van betonwerk als gevolg van roestende bewapening, vocht en water voor zover drainage geen oplossing biedt. Dit laatste mits door het college goedgekeurd.

03.03 Metselwerk en bijbehorend

  • De instandhouding van dragend metselwerk zoals gevels, wanden, gewelven, kolommen, molenrompen, fabrieksschoorstenen, tuinmuren en dergelijke.

  • Herstellen van scheuren en het vervangen van kapotte stenen (inboeten).

  • Het herstellen van voegwerk indien aantoonbaar dat de waterkerende werking van de gevel niet meer voldoet en de instandhouding van het monument wordt bedreigd. De voegen dienen conform de bestaande situatie te worden vervangen met een gelijk materiaal.

  • Voor het maken van dilatatievoegen bij scheurend metselwerk.

  • Het met water reinigen (onder lagedruk zonder toevoegingen van chemicaliën of zand) van gevels voor de verwijdering van algen, mos en dergelijke, mits noodzakelijk voor het in stand houden van het monument.

  • Het om bouwfysische redenen behandelen van metselwerk.

Niet subsidiabel zijn:

  • (zand)stralen en hydrofoberen van metselwerk

03.04 Houtconstructies

  • Het in stand houden en vervangen van draag-, gewelf-, kap- en vakwerkconstructies zoals onder andere balken, gootconstructies, gordingen, hijsbalken, kapspanten, muurstijlen, windveren, dakmakelaars, dakbeschot, vloerdelen, gewelfbeschot, tengels, roeflatten, sporen en bijbehorende betimmeringen. Om zowel materiaal- als bouwtechnische redenen.

  • Het vervangen van houten elementen/onderdelen aan het casco voor zover deze van belang zijn voor de instandhouding van het monument en de karakteristieke waarden van het monument.

  • Behandelingen tegen houtaantasters als insecten, kevers, schimmels en zwammen.

  • Bescherming tegen vocht.

03.05 Metaalconstructies

  • Het vervangen van gietijzeren, smeedijzeren en/of stalen constructies.

  • Roestwerende behandelingen van elementen die van belang zijn voor de instandhouding van het monument, dan wel van belang zijn voor het monumentale karakter.

03.06 Rookkanalen

  • Het vervangen of in stand houden van schoorstenen en bijbehorende rookkanalen en sierelementen (roosters, kappen e.d.).

03.07 Kozijnen, ramen en deuren

  • Het vervangen van kozijnen, ramen en deuren voor zover materiaal technisch dan wel constructief noodzakelijk en mits vervangen door een overeenkomstig exemplaar.

  • Het vervangen van dakkoepels, lichtstraten, galmborden, dakluiken en dergelijke voor zover materiaal technisch dan wel constructief noodzakelijk en mits vervangen door een overeenkomstig exemplaar.

  • Het in stand houden van historisch hang- en sluitwerk.

Niet subsidiabel:

  • Het inbraak werend maken van ramen en deuren door bijvoorbeeld dievenklauwen.

03.08 Dakbedekking

  • Het vervangen van dakbedekking (zoals onder andere riet, pannen, leien, lood, zink en bitumineuze dakbedekking).

  • Het in stand houden en plaatselijk vervangen van rietdaken.

  • Het vervangen van bedekkingen (zoals koper, lood, zink, leien en natuursteen) van onder andere gevels, zijwangen van dakkapellen, ornamenten, dakranden, daklijsten, balkons, luifels, galerijen, veranda’s en dergelijke.

03.09 Schilderwerk

  • schilderwerk buiten,

  • schilderwerk binnen voor zover het de binnenzijde van kozijnen, ramen en deuren in de buitengevel betreft,

  • de instandhouding van bijzonder schilderwerk binnen en/of geschilderde decoraties (zoals muur-, wand-, plafond- en vloerschilderingen).

04 INVULLING VAN HET CASCO

04.01 Beglazing

  • Het in stand houden of vervangen van glas-in-loodramen, al dan niet gebrandschilderd.

  • Het in stand houden van enkele beglazing.

  • Het om materiaal technische of andere noodzakelijke redenen vervangen van de beglazing, mits geschied op een bijpassende wijze en een bij de stijl passende glassoort.

  • Het aanbrengen van achter- of voorzetramen ten behoeve van de bescherming van glas-in-lood en gebrandschilderde ramen.

04.02 Natuursteen en kunststeen

  • Het in stand houden en vervangen van natuursteen en kunststeen gevelonderdelen en ornamenten voor zover deze van belang zijn voor de karakteristieken van het monument.

  • Het in stand houden en vervangen van natuursteen en kunststeen beeldhouwwerken aan of bij een monument voor zover deze van belang zijn voor de karakteristieken van een monument en voor zover omschreven in de redengevende omschrijving.

  • Het behandelen van poreuze natuursteen of kunststeen ten behoeve van behoud van het betreffende element, mits toestemming van het college.

04.03 Stucwerken

  • Het in stand houden of geheel vervangen, indien noodzakelijk om constructieve dan wel materiaal technische redenen, van stucwerk buiten.

  • Het in stand houden, repareren of, indien noodzakelijk om constructieve dan wel materiaal technische redenen, geheel vervangen van stucwerkornamenten buiten.

04.04 Metaal- en kunststofwerken

  • Het in stand houden of, indien noodzakelijk om constructieve dan wel materiaal technische redenen, van metaalwerken (constructieve elementen).

  • Het in stand houden en zo nodig vervangen van decoratieve metalen ornamenten voor zover deze bepalend zijn voor het karakter van het monument (bol, haantjes, windvaan, wijzerplaat, e.d.).

  • Het in stand houden en zo nodig vervangen van decoratieve roosters (ontluchtings-, sneeuwroosters, e.d.).

  • Het in stand houden en zo nodig vervangen van hijswerken.

  • Het in stand houden en zo nodig vervangen van ankerwerken (gevelankers, ophangstangen, e.d.).

04.05 Hemelwaterafvoer en dakgoten

  • De instandhouding en zo nodig de vervanging van historische hemelwaterafvoeren, bestaande uit de dakgoten, de vergaarbak en de regenpijp.

05 RECONSTRUCTIE VAN VERLOREN ORNAMENTEN EN ONDERDELEN

  • Het terugbrengen van verloren onderdelen (zoals luiken, glas-in-lood, ornamenten) wordt alleen gesubsidieerd als aan de hand van historische bronnen aantoonbaar gemaakt kan worden dat deze er zijn geweest en de vorm op basis van de historische bronnen kan worden gereconstrueerd.

06 RECLAME-UITINGEN

  • Zie de onder 05 omschreven werkzaamheden.

Niet-subsidiabel:

  • Reclame-uitingen op markiezen, zonweringen of windschermen.

Bijlage 3: Eisen voor verstrekking subsidie groenblauwe schoolpleinen 

Medio 2023 is door de gemeenteraad van gemeente Westland het Actieplan Groen Westland/ Groen=Goud vastgesteld. Met dit plan gaat gemeente Westland voortvarend aan de slag met een 5-puntenplan. Uit het 5-puntenplan zijn drie thema’s passend bij de realisatie van groenblauwe schoolpleinen. Om de pleinen te laten bijdragen aan de doelstellingen van de verschillende portefeuilles zijn hiervoor richtlijnen en eisen opgesteld.

Thema 1: Meer ruimte voor Bomen

Meer bomen in de leefomgeving zorgt voor een hogere leefkwaliteit. Dit zorgt namelijk voor meer schaduw en een betere luchtkwaliteit. In de LEA is duurzaamheid een pijler op het gebied van onderwijshuisvesting. Hierbij is onder andere een groene omgeving die ook het bewustzijn van de kinderen stimuleert van belang. Meer ruimte voor bomen voorziet in deze pijler.

Eisen:

  • Op het schoolplein is meer soortenrijkdom aanwezig van bomen, struiken en planten. Deze geven een leefomgeving aan insecten, vogels en/of (grondgebonden) zoogdieren.

  • De geplante bomen krijgen op het schoolplein voldoende ruimte in de bodem om te groeien en gezond oud te worden (kwaliteit) en een grote kroon te ontwikkelen(schaduw en luchtkwaliteit).

Thema 4: Meer groen, minder tegels

Op schoolpleinen is veel zinloze verharding aanwezig. We streven naar 60% waterdoorlatende oppervlakte. Denk daarbij aan bijvoorbeeld: levend groen, zand, halfverharding, houtsnippers, en meer. Ook bij dit thema komt de pijler duurzaamheid vanuit de LEA terug.

Eisen:

  • Minimaal 50% van het huidige verharde oppervlakte van het schoolplein is omgezet in waterdoorlatende oppervlakte.

  • Het verminderen van hittestress bijvoorbeeld door toevoeging van bomen, waterelementen, pergola's.

Thema 5: Westlanders actief in het groen

Op het schoolplein wordt aantrekkelijk verblijfsgroen voor bewegen en onderwijs gerealiseerd. Dit actiepunt ligt in de lijn van het IHP. Hierin is opgenomen dat de belevingswereld van het kind niet stopt bij het onderwijs. Beleving in de buitenlucht en de mogelijkheid om te bewegen en te sporten zijn net zo belangrijk.

Eisen:

  • Het schoolplein is te gebruiken tijdens de lessen. toevoeging van beleefbaar groen voor kinderen. Kinderen kunnen planten, aarde en water aanraken en betrekken in hun spel

  • Het schoolplein bevat minimaal 5 elementen waardoor het bewegen en spelen voor kinderen wordt bevorderd. Het gaat hierbij bij om bewegingsvormen als balanceren, springen, klimmen, schommelen, duikelen, en hardlopen.

  • Het ontwerp voldoet aan alle wet- en regelgeving voor inrichting van schoolpleinen. Wij wijzen u in het bijzonder op het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen en de Omgevingswet.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d. .19 december 2023

de secretaris,

M.L.M. Weerts

de burgemeester,

B.R. Arends


Noot
1

Toelichting: Dit houdt in dat de naleving van deze regels krachtens de wet kan worden afgedwongen.