Programma bovenplanse investeringen

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

Programma bovenplanse investeringen

Het college van de gemeente Eindhoven heeft,

op 29 augustus 2023 besloten:

  • 1.

    Het Programma van Bovenplanse Investeringen vast te stellen (zie bijlage 1), waardoor per invoering van de Omgevingswet:

    • Gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden van de Omgevingswet: zowel kosten van bovenwijkse voorzieningen als financiële bijdragen worden in Eindhoven verhaald.

    • Per nieuw te ontwikkelen m² vastgoed een vaste bijdrage voor bovenplanse investeringen wordt gevraagd. Dit is in lijn met de huidige nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen. Deze bijdrage bedraagt na publicatie van het nieuwe programma € 42 per m2 BVO1voor kantoren, commerciële voorzieningen en reguliere woningbouw en € 11 per m² terrein voor bedrijfsterreinen, gelijk aan de huidige afdrachten voor bovenwijkse voorzieningen;

    • Deze bijdrage wordt gevraagd aan private initiatiefnemers die in de stad (transformatie van)vastgoed realiseren en geldt ook voor gemeentelijke grondexploitatieprojecten (eigen grondverkoop). Uitzondering zijn projecten met een woningcorporatie2 als initiatiefnemer voor de bouw van sociale huurwoningen en initiatiefnemers van niet- commerciële voorzieningen, daarvoor geldt geen afdracht. E.e.a. in lijn met de huidige nota Kostenverhaal voor Bovenwijkse Voorzieningen.

    • Dakinrichting (onbebouwd) voor gezamenlijk gebruik3, o.a. dakterrassen en daktuinen, worden niet (meer) aangeslagen voor deze afdracht.

  • 2.

    In uitzonderlijke gevallen kan, in lijn met de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen, middels een separaat collegevoorstel worden voorgelegd af te wijken van de bedragen of gehanteerde uitgangspunten.

Bijlage 1: Programma bovenplanse investeringen juli 2023 (studioversie)

samenvatting

Gemeente Eindhoven maakt zich op voor een schaalsprong: Eindhoven groeit tot 2040 met 40.000 woningen naar 300.000 inwoners. Het is daarbij conform onze Omgevingsvisie4 de ambitie om een cruciale rol te vervullen bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design.

Zo moeten er de komende periode nog heel veel woningen bijgebouwd worden om onze ambities te realiseren en (toekomstige) bewoners van Eindhoven te voorzien in geschikte huisvesting. Eindhoven Internationale Knoop XL, Brainport Innovation Campus en Strijp S zijn slechts een paar voorbeelden van de enorme ontwikkelingen die momenteel in Eindhoven gaande zijn. Verdichting van de stad moet daarbij hand in hand gaan met het voorzien in maatregelen om de stad leefbaar en bereikbaar te hou- den. Aandacht moet met name gaan naar duurzaamheid, vergroening en klimaatadaptie, hoogwaardige verbindingen, aantrekkelijke woon- en werkmilieus en een gezonde stad.

Om tijdens het maken van deze schaalsprong de stad leefbaar, gezond en aantrekkelijk voor iedereen te houden, is het daarom noodzakelijk investeringen te plegen in zogenaamde “bovenplanse investeringen”. Dit zijn investeringen waar de gehele stad (en vaak ook nog daarbuiten) profijt van heeft. Denk daarbij aan parken, infrastructuur, maar ook gezonde luchtkwaliteit. Het betreft dus investeringen op het gebied van groen, openbare ruimte, mobiliteit en andere voorzieningen.

De Omgevingswet verplicht (net als de Wet ruimtelijke ordening (Wro)) overheden een bijdrage van initiatiefnemers van nieuwe bouwprojecten te vragen die profijt hebben van de aan te leggen (openbare) voorzieningen. De wet maakt onderscheid in kostenverhaal, zijnde de investeringsprojecten die gedefinieerd zijn als bovenwijkse voorziening en bijdragenverhaal, zijnde de zogenaamde investeringen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Deze bijdragen zijn overigens niet altijd verplicht te verhalen (bijlage 1 licht dit verder toe).

Naast inzet van eigen middelen en eventuele subsidieverstrekkers dienen ook de initiatiefnemers van bouwprojecten dus conform de wet mee te betalen aan de financiering van deze bovenplanse investeringen.

Dit is overigens heel reëel. De bouwprojecten profiteren er namelijk ook van. Gemeente Eindhoven laat initiatiefnemers van nieuw te ontwikkelen vastgoed daarom naar verhouding bijdragen zoals dit onder de Wro al en onder de Omgevingswet wederom bedoeld is. Daar gaat dit programma bovenplanse investeringen over. Conform dit programma dragen projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld volgens een eenduidige systematiek bij aan de financiering van de bovenplanse investeringen.

Voor nieuw te ontwikkelen woningen, kantoren, commerciële voorzieningen (o.a. detailhandel) wordt aan (private) externe initiatiefnemers voor de bovenplanse investeringen een bedrag van € 42 per m² bvo (bruto vloeroppervlakte5) gevraagd en voor bedrijfsterreinen € 11 per m² uitgeefbaar terrein. Enkele uitzonderingen op die regel zijn ook vastgesteld, o.a. sociale huurwoningen ontwikkeld door een woningbouwcorporatie.

Indien de gemeente zelf initiatiefnemer is en dus gronden verkoopt en laat ontwikkelen, dan gelden de afdrachten ook voor de gemeente Eindhoven. De afdrachten worden dan betaald vanuit de resultaten van de gemeentelijke grondexploitatieprojecten (GREX-en).

afbeelding binnen de regeling

1 inleiding

In de Omgevingsvisie6 en het bestuursakkoord “Samen morgen mooier maken”, juni 2022, is aangegeven dat Eindhoven een groeispurt maakt.

Er moeten veel woningen en arbeidsplaatsen bij. Dit vraagt echter om randvoorwaarden op het gebied van groen, openbare ruimte, mobiliteit en andere voorzieningen. Verdichting van de stad moet daarom hand in hand gaan met het voorzien in maatregelen om de stad leefbaar en bereikbaar te houden.

Gemeente Eindhoven moet daarom blijven investeren in zogenaamde “bovenplanse projecten” om de stad groener en gezonder te maken en de openbare ruimte zo in te richten dat iedereen er graag gebruik van maakt om te spelen, te bewegen of te ontmoeten. Bovenplanse investeringen zijn investeringen waar de gehele stad (en vaak ook nog daarbuiten) profijt van heeft. Denk daarbij aan parken, infrastructuur, maar ook gezonde luchtkwaliteit. Het betreft dus investeringen op het gebied van groen, openbare ruimte, mobiliteit en andere voorzieningen.

In mei 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen vastgesteld. Sindsdien geldt in Eindhoven voor alle initiatiefnemers van (nieuw)bouwprojecten een uniforme afdracht voor Bovenwijkse Voorzieningen (middels een afdracht per vierkante meter).

Dit programma Bovenplanse Investeringen dat thans voor u ligt is een actualisatie hiervan naar aanleiding van de Omgevingswet. Het huidige programma maakt gebruik van extra mogelijkheden die de Omgevingswet biedt: naast het verhalen van bovenwijkse voorzieningen is het verhalen van de zogenaamde financiële bijdragen (voor categorieën van ontwikkeling ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving) nu ook publiekrechtelijk mogelijk. Omwille van het overzicht behandelt Eindhoven deze samen als bovenplanse investeringen.

Dit programma is overigens gericht op het privaatrechtelijke traject, waarbij we met initiatiefnemers tot anterieure overeenkomsten7 komen. We gebruiken het wettelijke kader (= het publiekrechtelijke traject) daar waar mogelijk als uitgangspunt. Mocht het niet lukken om tot een anterieure overeenkomst te komen, vraagt het publiekrechtelijk traject wellicht nog wel een nadere uitwerking van dit programma. Dan is maatwerk per project nodig.

Dit programma gaat dus over het verhalen op initiatiefnemers van bovenplanse investeringen. Het gaat expliciet niet over het plangebonden kostenverhaal. Dit laatste betreft de gebiedseigen kosten, waaronder de gemeentelijke apparaatskosten en bijdragen aan voorzieningen direct in of nabij het plangebied (b.v. aan te leggen infrastructuur). Naast deze uniforme afdracht voor deze bovenplanse investeringen blijft dus een financiële exploitatiebijdrage voor ruimtelijke ontwikkeling binnen het plangebied bestaan.

Met het vaststellen van dit programma wordt dus een generieke en uniforme afdracht voor bovenplanse investeringen gevraagd. Dit programma is dus bedoeld als onderbouwing van de te vragen afdracht voor bovenplanse investeringen aan externe (private) initiatiefnemers. Tevens wordt dezelfde afdracht betaald van de resultaten van de gemeentelijke grondexploitaties. Benadrukt dient te worden dat het hier gaat om slechts een bijdrage, een fractie van de totale investeringsbedragen die nodig zijn om alle investeringsprojecten te bekostigen.

Zoals uit hoofdstuk 2 (en bijlage 2 en 3) blijkt is de lijst aan bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen in Eindhoven divers. Er is een onderscheid gemaakt tussen harde en zachte investeringsprojecten. Harde investeringen zijn concrete projecten waarvan met redelijke zekerheid gesteld kan worden dat deze ook werkelijk uitgevoerd worden. Financiën en de verdeling ervan zijn duidelijk. Bij zachte investeringen is dat nog niet het geval en gaat het om indicatieve bedragen. In hoofdstuk 3 is aangegeven op welke wijze de afdrachten zijn bepaald. Hoofdstuk 4 gaat verder in op de bestedeling van de afdrachten en hoofdstuk 5 licht de actualisatie van het programma en de afdrachten toe.

2 Bovenplanse Investeringen

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader voor het verhalen van bovenplanse investeringen weergegeven. Bovenplanse investeringen zijn investeringen waar de gehele stad (en vaak ook nog daarbuiten) profijt van heeft. Denk daarbij aan parken, infrastructuur, maar ook gezonde luchtkwaliteit. Het betreft dus investeringen op het gebied van groen, openbare ruimte, mobiliteit en andere voorzieningen. Het betreft overigens alleen nieuwe investeringen. Dit kunnen aanleg of wijzigingskosten zijn. Investeringen ten behoeve van beheer en onderhoud vallen hier niet onder.

Het gaat bovendien om investeringen die niet aan één enkel exploitatiegebied toe te schrijven zijn. Naast de bouwprojecten profiteert ook de bestaande stad en vaak ook daarbuiten (huidige bewoners en overige gebruikers van de stad) van deze investeringen (zie 2.2). Hierbij zijn vele varianten denkbaar, waarbij het investeringsproject geheel, gedeeltelijk, of in het geheel niet in een exploitatiegebied kan liggen. Bijvoorbeeld een park in een nieuwbouwwijk en een randweg die ook door de rest van de stad gebruikt worden.

De Omgevingswet maakt voor deze bovenplanse investeringen onderscheid in bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen. Bovenwijkse voorzieningen zijn noodzakelijk om de bouwprojecten te realiseren. Financiële bijdragen zijn gewenst om de bouwprojecten te ontwikkelen, maar niet noodzakelijk. Het betreft bovendien de nog meer algemene investeringen in ‘netwerkvoorzieningen’ waar men zelfs tot ver buiten de stad profijt van heeft. Hoe gemeente Eindhoven dit onderscheid toepast, staat beschreven in bijlage 1,2 en 3.

2.1. Stadsbrede benadering: geen onderscheid in gebieden en de bestaande stad profiteert ook

Al bij de invoering van de Nota Kostenverhaal voor Bovenwijkse voorzieningen (vastgesteld door de raad in mei 2019) werd breder gekeken dan alleen naar infrastructurele voorzieningen in relatie tot bovenwijkse voorzieningen. Veel gemeenten beschouwden toen namelijk alleen nog infrastructurele voorzieningen als bovenplans kostenverhaalsproject. In Eindhoven ligt de focus op bijdragen aan een groene en gezonde stad. De stad wordt daarbij als één samenhangend geheel gezien waardoor uitgegaan wordt van gemeentebrede investeringen.

Maatregelen om bijvoorbeeld voor een betere doorstroming te zorgen of luchtkwaliteit te verbeteren zijn positief voor alle nieuwe ontwikkelingen, ongeacht waar zij liggen in de stad.

De bovenplanse investeringen zijn dus beschouwd als van nut voor alle bouwprojecten en er is geen onderscheid gemaakt in bijvoorbeeld stadsdelen of gebieden. Het is bovendien niet logisch dat enkel de bouwprojecten aan deze investeringen bijdragen, maar ook de bestaande stad. Deze profiteert namelijk ook, ongeacht de locatie van de bovenplanse investeringen. Dus naast de bouwprojecten moet ook een groot deel gefinancierd worden uit gemeentelijke middelen, subsidies van onder andere provincie of rijk of overige bijdragen. Bij de toerekening van de bovenplanse investeringen aan de bouwprojecten wordt uitgegaan van het (wettelijke) onderscheid tussen bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen (Zie bijlage 1,2 en 3). De toerekening aan de bestaande stad is voor financiële bijdragen groter:

De bouwprojecten dragen daarom in verhouding bij:

  • ◼︎

    De bouwprojecten dragen voor 40% aan de bovenwijkse voorzieningen en de bestaande stad 60%.

  • ◼︎

    De bouwprojecten dragen voor 20% mee aan de financiële bijdragen en de bestaande stad 80%.

Dit is gebaseerd op een globale inschatting met de volgende uitgangspunten:

  • ◼︎

    Er is rekening gehouden met de vastgoedwaarde van de bestaande stad versus die van de nieuwe stad;

  • ◼︎

    Bestaande stad is groter dan de bouwprojecten, maar de relatie met de bovenwijkse voorzieningen en de bouwprojecten is sterker. Juist die bouwprojecten maken het noodzakelijk dat meer geïnvesteerd moet worden in de bovenwijkse voorzieningen en dus de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad;

  • ◼︎

    Bij financiële bijdragen is het verband tussen de bouwprojecten en de bovenplanse investeringsprojecten minder sterk dan bij bovenwijkse voorzieningen, omdat het meer algemene ‘netwerkvoorzieningen’ zijn die met name ook de bestaande stad en zelfs daarbuiten dienen. Deze investeringsprojecten zijn niet per se noodzakelijk voor de bouwprojecten, maar de bouwprojecten hebben er wel profijt van, denk aan aanpassing van wegen waardoor algehele doorstroming bevorderd wordt of aanleg van HOV’s niet specifiek gericht op een bouwproject.

2.2 Investeringsniveau in Eindhoven

Om de berekening voor de afdrachten voor bovenplanse investeringen te kunnen maken (zie HS 3), moet onder andere een investeringsniveau worden geraamd. Dit is gebaseerd op de projecten binnen de Investeringsplanning van de gemeente gekoppeld aan de begroting. Uitgangspunt is dat er een kostenraming is van het investeringsproject. Ook zijn alleen investeringsprojecten meegenomen waarvan verwacht wordt dat deze binnen 10 jaar worden gestart.

Om te bepalen of een project uit de Investeringsplanning als een bovenplanse investering aangemerkt kan worden, is op basis van eerder genoemde uitgangspunten een aantal vragen geformuleerd:

  • 1.

    Staat het investeringsproject op de kostensoortlijst (zie tabel P, p.21 bijlage 1) of vormt het onderdeel van de financiële bijdragen lijst van artikel 8.21 lid 1 Omgevingsbesluit (zie tabel S, p.22, bijlage 1)?

  • 2.

    Is duidelijk wat de samenhang tussen het investeringsproject en nieuwe bouwprojecten in de stad is?

  • 3.

    Wordt het investeringsproject binnen 10 jaar gerealiseerd?

  • 4.

    Is er een raming van het project beschikbaar?

Voor de kostentoerekening van bovenplanse investeringen naar de verschillende projecten is vervolgens onderscheid gemaakt in “harde investeringsprojecten” en “zachte investeringsprojecten”.

Harde investeringsprojecten zijn concrete projecten waarvan met redelijke zekerheid gesteld kan worden dat gestart wordt met de bouw binnen een termijn van 10 jaar, of dat deze al in uitvoering zijn. De kosten zijn inzichtelijk, subsidies al (deels) ontvangen of toegezegd en kans van doorgaan is dus zeer waarschijnlijk. De (gemeentelijke) middelen zijn soms echter nog niet volledig ingevuld.

Naast de harde investeringsprojecten is er een groot aantal zachte investeringsprojecten. Dit zijn projecten die voor de komende 10 jaar hoog op het wensenlijstje staan, maar de financiering ervan is nog niet rond. De inschatting van de bedragen, waaronder te ontvangen subsidies, is vaak nog gebaseerd op globale ramingen en inschattingen. De kans dat het project niet gerealiseerd wordt is ook nog aanwezig. Vandaar dat deze gedeeltelijk (50%) opgevoerd worden ter bepaling van het investeringsniveau (zachte projecten).

Tenslotte wordt op de lijst van zachte projecten een aantal projecten genoemd waarvan deze op dit moment nog niet opgenomen zijn in de Investeringsplanning, maar wel verwacht wordt dat deze in de toekomst in de Investeringsplanning komen. Eventuele bedragen worden verwerkt op het moment dat deze projecten opgenomen worden in de Investeringsplanning. Deze projecten hebben dus nu nog geen effect op het investeringsniveau. Ook worden er bij een volgende herijkingsperiode meer (openbare) voorzieningen op de projectenlijst opgenomen op het gebied van sport, spel en educatie.

Dit heeft geresulteerd in een lijst van investeringsprojecten, waarvoor een afdracht gevraagd wordt. De investeringsprojecten zijn gecategoriseerd in de volgende gebieden en programma’s:

  • A.

    Groene en gezonde stad

    • A1:

      Centrum

    • A2:

      Groene Wiggen

    • A3:

      Wijken

  • B.

    Mobiliteit

  • C.

    Warmte en energietransitie

  • D.

    Herinrichting Straten

  • E.

    Gebiedsontwikkelingen Koop XL

  • F.

    Gebiedsontwikkelingen Woensel Zuid

  • G.

    Gebiedsontwikkelingen Woensel Noord

  • H.

    Gebiedsontwikkelingen Gestel

In onderstaande tabel zijn per gebied of programma de investeringsprojecten benoemd. De totaal geraamde kosten na aftrek van eventuele onderhoudskosten en verwachte bijdragen/subsidies zijn opgenomen. Dit betreft een herijking in de periode medio 2022. Gezien de daarbij behorende marktomstandigheden (extreem hoge bouwkosten en onzekerheid hierover voor de toekomst) dient benadrukt te worden dat het een globale inschatting betreft en onderhevig is aan verandering. Genoemd bedrag is exclusief btw. Het onderscheid tussen bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen is weergegeven in de tabel.

Bijlage 2 en 3 geven aanvullend een nadere toelichting op deze investeringsprojecten en er wordt daarbij ook een onderscheid gemaakt in bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen.

PROJECTNAAM

H/Z

BOVO

FIN

A. Groene en gezonde stad

A1. Centrum

Korte Geldropseweg

Hard

X

 

Groenplan Centrum

Hard

X

 

Wilhelminaplein

Hard

X

 

Kleine Berg

Hard

X

 

Herinrichting Binnenstad

Hard

X

 

Vergrote binnenstad

Zacht

X

 

Herinrichting Stadhuisplein

Zacht

X

 

Gebouwde openbare fietsparkeervoorziening

Zacht

X

 

Doorstromingsmaatregelen Ring West

Zacht

 

X

A2. Groene wiggen

Groene Raamwerk

Hard

 

X

Stad-landverbinding Elburglaan-Welschap

Hard

 

X

Toekomstbestendige inrichting Genneper Parken

Hard

X

 

Dommelpark

Zacht

X

 

Landgoed de Wielewaal

Zacht

X

 

Stad-landverbinding GGzE-A2/N2

Zacht

 

X

A3. Wijken

Plan van aanplant

Hard

X

 

Parkrenovatie stadswandelpark

Hard

X

 

Herinrichting Eindhovensch Kanaal

Hard

 

X

B. Mobiliteit

HOV 3 (1e tranche EIK XL)

Hard

 

X

HOV Geldropseweg

Hard

 

X

HOV 2 Waalre

Hard

 

X

HOV 4 Centraal - De Run

Hard

 

X

Snelfietsroute De Run-HTCE-Eindhoven-Geldrop

Hard

 

X

Snelfietsroute Eindhoven-Best

Hard

 

X

Snelfietsroute Eindhoven Helmond via Nuenen

Hard

 

X

Snelfietsroute pendelroute (Eindhoven/Best)

Hard

 

X

Ongelijkvloerse fietskruising Beemdstraat/Limburglaan

Hard

 

X

PROJECTNAAM

H/Z

BOVO

FIN

Toegankelijkheid Station Strijp S

Hard

 

X

Tangent Brainportlijn

Zacht

 

X

Fuutlaan

Zacht

X

 

Regionale smarthubs

Zacht

 

X

Aansluiting DAF op Hugo v.d. Goeslaan / Aansluiting Kanaaldijk

Zacht

 

X

- Ring

Kruising Kanaaldijk Zuid/ringweg Hugo van der Goeslaan

Zacht

 

X

Achtseweg-zuid/Beukenlaan/Ring

Zacht

 

X

Herontwikkeling Station Strijp S

Zacht

 

X

Strijps Bultje

Zacht

 

X

C. Warmte en energietransitie

 
 
 

Investeringen behoeve van energie infrastructuur centrum

Zacht

X

 

Energietransitie tracé restwarmte riool water zuiveringsinstallatie (RWZI) Woensel-Zuid

Zacht

X

 

D. Herinrichting straten

 
 
 

Steenstraat v.v.

Hard

 

X

Heerbaan v.v.

Hard

 

X

Van Oldenbarneveldtlaan

Hard

 

X

Roelantlaan

Hard

 

X

1e Lieve de Keylaan

Hard

 

X

Kennedylaan v.v.

Hard

 

X

Tilburgse weg, fietspad

Hard

 

X

Insulindelaan

Hard

 

X

Meerveldhovenseweg

Hard

 

X

Tongelresestraat v.v. (Ring - Kalverstraat)

Hard

 

X

Tongelresestraat v.v. (Gen. Bothastraat - Hofke)

Hard

 

X

Lijmbeekstraat

Hard

 

X

Leenderweg

Hard

 

X

Strijpsestraat

Hard

 

X

Vlokhovenseweg

Hard

 

X

Boschdijk

Hard

 

X

Jozef Elsiasweg

Hard

 

X

Amazonelaan

Hard

 

X

PROJECTNAAM

H/Z

BOVO

FIN

Boschdijk (Ventweg GGZE)

Hard

 

X

Parkeerterrein AntonCoolenlaan

Hard

 

X

Robbenstraat

Hard

 

X

Javalaan

Hard

 

X

Achtsteweg-Zuid

Hard

 

X

Elzentlaan

Hard

 

X

Willem van Kessellaan en HendrikStaetslaan

Hard

 

X

Edisonstraat

Hard

 

X

Straatmeubilair parkenfase 1

Hard

X

 

Straatmeubilair parkenfase 2

Zacht

X

 

E. Gebiedsontwikkelingen KnoopXL

Fietskelder Stationsplein (1e tranche EIK XL)

Hard

X

 

Spoormaatregelen tbv internationale spoor (1e tranche EIK XL)

Hard

 

X

Multimodale Knoop Ehv CS incl. aanrijdroutes Busstation

Hard

 

X

Herinrichting Mathildelaan - Mediamarkt + parkeergarage

Hard

X

 

Civiele werken Fellenoord met een bovenwijks karakter

Hard

X

 

Herinrichting Stationsweg

Zacht

X

 

Dommeltunnel en 3e entree treinstation

Zacht

 

X

Aanpassingen ring (rondweg) Eindhoven

Zacht

 

X

Herinrichting Stationsplein (District E - station - Student-hotel)

Zacht

X

 

Aanleggen Stationsplein

Zacht

X

 

Herinrichting Mathildelaan - stuk voorpolitiekavel

Zacht

X

 

Bovengronds halen Gender

Zacht

X

 

Opwaarderen Vestdijktunnel

Zacht

X

 

F. Gebiedsontwikkelingen Woensel-Zuid

Kruisstraat / Woenselse markt

Zacht

 

X

Gebiedsontwikkeling Vredeoord

Zacht

 

X

G. Gebiedsontwikkelingen Woensel-Noord

Ontwikkeling WoensXL naar stadshart Woensel

Zacht

 

X

H. Gebiedsontwikkelingen Gestel

Kastelenplein

Zacht

 

X

Kop van Blaarthem

Zacht

 

X

Totaal investeringsbedrag - onderhoud - subsidies en bijdragen

€ 322.000.000

Alvorens in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bepaling van de afdrachten, volgt nu eerst nog een samenvatting van hoofdstuk 2:

  • ◼︎

    Bovenplanse investeringen zijn investeringen waar de gehele stad (en vaak ook nog daarbuiten) profijt van heeft. Denk daarbij aan parken, infrastructuur, maar ook gezonde luchtkwaliteit. Het betreft dus investeringen op het gebied van groen, openbare ruimte, mobiliteit en andere voorzieningen.

  • ◼︎

    Er is onderscheid gemaakt tussen harde en zachte bovenplanse investeringen (zie 2.2). Harde projecten tellen voor 100% mee ter bepaling van het investeringsniveau. Zachte projecten worden voor een deel (50%) opgevoerd.

  • ◼︎

    Voor de bovenplanse investeringen geldt dat zij een bovenplans karakter hebben, dat de gehele stad nut ondervindt van de realisatie van deze bovenplanse investeringen en dat binnen een termijn van 10 jaar wordt gestart met de bouw of al in uitvoering zijn.

  • ◼︎

    Gemeente Eindhoven sluit aan bij het wettelijke onderscheid tussen bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen. Dit is uitgewerkt in bijlagen 1, 2 en 3.

  • ◼︎

    Bij het bepalen van de omvang van de investeringen gaat het om de kosten na aftrek van eventuele onderhoudskosten en/of subsidies. Vervanging of onderhoudsprojecten zijn dus uitgesloten.

  • ◼︎

    De investeringsprojecten zijn medio 2022 geactualiseerd (betreft een jaarlijks terugkerend proces, zie ook hoofdstuk 5).

3 Bepaling van de afdrachten

In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de afdrachten zijn bepaald. Daarbij worden eerst uitgangspunten benoemd en na de toelichting op de afdrachten ook ingegaan op de betalingsmomenten en voorwaarden.

3.1. Uitgangspunten

Sociale huurwoningen, niet-commerciële voorzieningen, gebouwde parkeervoorzieningen behorend bij de functie en daktuinen/parken voor gezamenlijk gebruik dragen niet bij aan de bovenplanse investeringen.

  • ◼︎

    Gezien de beperkte ontwikkelpotentie en het maatschappelijk belang worden sociale huurwoningen ontwikkeld door een woningcorporatie8 niet belast met een afdracht voor bovenplanse investeringen. Sociale huurwoningen zijn nieuwbouwwoningen die een maandhuur hebben beneden de huurliberalisatiegrens (bedraagt € 808,06 in 2023). Bij ontwikkeling door een marktpartij dient de overdracht naar de woningcorporatie van de woningen plaats te hebben gevonden uiterlijk bij het moment van opleveren van de woningen. Bovendien wordt voor dit deel dat nog niet is overgedragen bij start ruimtelijke ordeningsprocedure wel een bankgarantie (zie 3.3) geëist van de initiatiefnemer.

  • ◼︎

    Ook voor de niet-commerciële voorzieningen geldt dat vanwege de beperkte financiële ontwikkelpotentie en het maatschappelijk belang dat deze functies niet belast worden met een afdracht voor bovenplans kostenverhaal. De bestemming niet- commerciële voorzieningen of maatschappelijk is aangegeven in het omgevingsplan en betreft geen limitatieve lijst, maar men moet denken aan scholen, sport- en vrijetijdsverenigingen etc.

  • ◼︎

    Voor gebouwde parkeervoorzieningen (zowel fiets- als autoparkeren) waarvoor geen betaald parkeren van toepassing is, behorend bij de functies kantoren, wonen, commerciële voorzieningen en de innovatieve bedrijventerreinen/werklocaties, geldt ook geen afdracht. Het realiseren van gebouwde parkeervoorzieningen betreft al een hoge kostenpost in de exploitatie. Het gaat dan om een gebouwde parkeervoorziening die zuiver t.b.v. die functie is bedoeld. Een privé (fietsen) berging bij een woning wordt hier niet mee bedoeld.

  • ◼︎

    Daktuinen/dakparken (onbebouwd en niet-overdekt) welke voor gezamenlijk gebruik bedoeld zijn9, zijn vrijgesteld van een afdracht voor bovenplanse investeringen. Eindhoven wil conform omgevingsvisie en bestuursakkoord stimuleren om te vergroenen t.b.v. het bevorderen van de leefbaarheid, deze vierkante meters worden daarom niet apart belast met een afdracht voor bovenplanse investeringen.

De afdracht wordt bepaald per m2 bvo. Met uitzondering van de afdracht voor bedrijfsterreinen, daarbij is een afdracht per m2 uitgeefbaar terrein bepaald. Er wordt wel onderscheid gemaakt in type bedrijfsterrein.

Om ervoor te zorgen dat er helderheid is over wat tot de m² (bvo) behoort voor de berekening van de afdracht, vergt dit een nadere toelichting.

M² bvo worden, net als voor het omgevingsplan, gemeten op basis van de NEN 2580, meest recente versie10. Wel zijn een aantal functies uitgesloten zijn (zie vorige bullet).

M² terrein betreffen alle uitgeefbare meters voor een standaard bedrijfsterrein. Dit betreft de gronden waarop ontwikkeld wordt en niet het openbaar gebied. Soms worden er op een bedrijfsterrein ook kantoren ontwikkeld. Voor een standaard bedrijfsterrein geldt dat het kantoorgebruik duidelijk ondergeschikt is aan de bedrijfsfunctie. Het omgevingsplan geeft dat aan en is leidend in de bepaling van de afdrachten.

Bij innovatieve bedrijventerreinen en andere werklocaties zoals Strijp T en de High Tech Campus is dat niet het geval en wordt in het omgevingsplan een concept of ‘model’ per locatie benoemd. Uit het omgevingsplan kan dan vaak niet afgeleid worden of kantoor- of bedrijfsmeters afgerekend moeten worden. In die gevallen geldt het bedrijfsterrein tarief per m² uitgeefbaar terrein voor de bedrijfsmeters en het kantoortarief per m² bvo voor de kantoormeters. Het bouwplan wordt daarbij gehanteerd als uitgangspunt.

Er geldt alleen een afdracht voor de nieuwe m2 (bvo) ten opzicht van wat er conform het geldende omgevingsplan al kon en mocht.

Voor het bepalen van het aantal m2 (bvo) dat afgerekend wordt, gaat het alleen om alle nieuwe meters die mogelijk gemaakt worden t.o.v van wat er in het geldende omgevingsplan al kon en mocht. Bij sloop/nieuwbouwprojecten wordt hetgeen er al stond11 in mindering gebracht, waarbij er naar de afdrachten per functie wordt gekeken. Dus betreft het een transformatie van een school naar wonen dan worden alle m2 bvo wonen afgerekend omdat voor de school geen afdracht (=maatschappelijke bestemming) geldt. Mocht op basis van het huidige omgevingsplan het aantal m2 niet exact te bepalen zijn, dan wordt gekeken naar de huidige bebouwing. Mocht de huidige bebouwing al gesloopt zijn, dan wordt teruggekeken naar de m2 bvo die er stonden tot een periode van maximaal 10 jaar terug.

In de praktijk kan het voorkomen dat een initiatiefnemer de nieuwe omgevings- planmogelijkheden (via b.v. een wijzigingsbesluit omgevingsplan12) niet volledig benut met zijn plan. Dan wordt er op basis van het plan van de initiatiefnemer afgerekend tenzij dit plan minder dan 90% van de m2 bedraagt van wat er mogelijk is conform de nieuwe omgevingsplanmogelijkheden. Dan wordt er dus op 90% van de nieuwe omgevingsplanmogelijkheden afgerekend.

Voor het aantal m2 bvo vastgoedontwikkeling wordt uitgegaan van het MPG (Meerjaren Prognose Grondexploitaties en Private Ontwikkelingen)

Voor alle toe te voegen functies wordt uitgegaan van de programma’s zoals opgenomen in het meest actuele MPG13. Er wordt, net als voor de investeringsprojecten, uitgegaan van een periode aan vastgoedontwikkelingen voor de komende 10 jaar. Alle programma’s worden uitgedrukt in bvo’s of m² uitgeefbaar terrein. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • ◼︎

    Voor een woning wordt daarbij uitgegaan van 110 m² bvo (gemiddelde woninggrootte in Eindhoven).

  • ◼︎

    1 m² bvo woning is vergelijkbaar met 1 m² bvo kantoren en commerciële voorziening.

  • ◼︎

    Aan 1 m² bvo woning wordt 3 keer zoveel toegerekend als aan 1 m² bvo bedrijfsterrein*. Deze benadering per m2 uitgeefbaar terrein geldt voor de meer ‘standaard’ bedrijfsterreinen als De Hurk, GDC en Acht. Voor innovatieve bedrijventerreinen en andere werklocaties als Strijp T en High Tech Campus wordt uitgegaan van een verhouding tussen kantoor- en bedrijfsmeters.

*Een standaard m² bedrijfsterrein draagt, gebaseerd op de exploitatiemogelijkheid, naar verhouding bij t.o.v. de andere commerciële vastgoedfuncties (wonen, kantoren, commerciële voorzieningen). Ook is daarin meegenomen dat op bedrijfsterreinen relatief veel m2 uitgeefbaar terrein nodig is om een vergelijkbaar aantal m² bvo te realiseren (in een factor van circa 1,3) als gevolg van ruimte voor parkeren, laad- en losruimte etc.

Totaal

Alle functies bij elkaar opgeteld wordt in het MPG 2022 een toevoeging aan de bestaande stad verwacht van circa 2.8 miljoen m² bvo de komende 10 jaar. Als daar de correctie op sociale woningbouw, niet- commerciële voorzieningen, de bedrijfsterrein naar m² uitgeefbaar terrein en op daktuinen plaatsvindt, dan draagt circa 2,0 miljoen m² bvo als toevoeging bij voor de bepaling van de afdracht.

3.2. Berekening van de afdrachten

Om vervolgens tot de afdrachten te komen wordt het investeringsniveau dat toe te rekenen is aan de nieuwe vastgoedontwikkelingen gedeeld door de m² in het MPG (i.v.m. afronding van bedragen wijkt de rekensom af):

Totaal investeringsniveau bovenplanse projecten: € 322 mln. (zie tabel p.)

Toe te rekenen aan de bestaande stad: € 240 mln.

Toe te rekenen aan nieuwe ontwikkelingen: € 82 mln.

Aantal toe te rekenen bvo in de nieuwe ontwikkelingen: 2,0 mln. m²

Afdracht aan bovenplanse investeringen: = € 42 per m² bvo

Dit betreft dus wonen, kantoren en commerciële voorzieningen. Voor sociale huurwoningen, gebouwde parkeerplaatsen behorend bij de functie en niet- commerciële voorzieningen geldt geen afdracht. Voor bedrijfsterreinen geldt een aangepaste afdracht, omdat het een afdracht per m² uitgeefbaar terrein14 betreft (zie ook HS 3 onder uitgangspunten):

€ 11 per m² uitgeefbaar terrein

De hoogte van de afdrachten blijven van toepassing tot de afdrachten worden herzien. Zie hoofdstuk 4 actualisatie. De volgende paragraaf gaat verder in op betalingsmomenten en voorwaarden.

Ter illustratie enkele voorbeelden van te betalen afdrachten:

  • ◼︎

    Als het omgevingsplan voor start procedure 10.000 m2 bvo wonen mogelijk maakt en de wijziging van het omgevingsplan (het wijzigingsbesluit) 12.000 m2 bvo wonen mogelijk maakt, het plan van de ontwikkelaar 12.000 m2 bvo betreft, dan wordt 2.000 m2 bvo keer € 42 per m2 bvo = € 84.000 afgerekend.

  • ◼︎

    Als het omgevingsplan voor start procedure 9.000 m2 bvo wonen bedraagt en de wijziging van het omgevingsplan (het wijzigingsbesluit) 13.000 m2 bvo wonen mogelijk maakt, het plan van de initiatiefnemer 11.000 m2 bvo betreft, dan wordt (0,9* 13.000) – 9.000 = 2.700 m2 bvo keer € 42 afgerekend = € 113.400.

  • ◼︎

    Was eerst 10.000 m2 bvo maatschappelijk mogelijk conform het omgevingsplan en komen er in het toekomstige plan in totaal 10.000 m2 bvo aan woningen (gelijk aan omgevingsplanmogelijkheden), dan dragen de volledige m2 bvo van de woningen bij, omdat voor de maatschappelijke bestemming geen afdracht geldt.

  • ◼︎

    Waren het kantoren en komen er woningen van gelijke aantal m2 bvo, dan wordt geen afdracht in rekening gebracht, want wonen en kantoren kennen dezelfde afdrachten.

  • ◼︎

    Was het 10.000 m2 bvo kantoren en wordt het 12.000 m2 woningen, dan wordt er voor (12.000 m2 – 10.000 m2) = 2.000 m2 bvo woningen bijgedragen.

  • ◼︎

    Was het bedrijfsterreinen en wordt het wonen dan wordt het verschil tussen de afdracht voor wonen (42 euro per m2 bvo) en bedrijven (11 euro per m2 uitgeefbaar terrein) in rekening gebracht.

3.3. Betaling van afdrachten, betalingsmoment & voorwaarden

Deze paragraaf gaat verder in op de betaling van de afdachten, betalingsmoment & voorwaarden. Hierbij is het conform regelgeving (Omgevingswet en Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)) noodzakelijk om onderscheid te maken in bijdragen van derden en bijdragen vanuit gemeentelijke grondexploitaties:

Afdrachten van derden

Er wordt alleen een afdracht gevraagd bij zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten. Het overzicht van kostenverhaalsplichtige activiteiten staat in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit (zie bijlage 1). Dit betreft bijvoorbeeld het (ver)bouwen van woningen, bedrijfspanden, kantoren en winkels.

De afdracht door initiatiefnemers dient betaald te worden op het moment van het onherroepelijk worden van het omgevingsplan (of andere planologische maatregel15). Voor start van de ruimtelijke ordeningsprocedure, waaronder een omgevingsplanplanwijziging, moet volgens de Omgevingswet het kostenverhaal echter al verzekerd zijn. Om dit verzekerd te hebben, dient voor de start van

de ruimtelijke ordeningsprocedure een bankgarantie te worden afgegeven of dient binnen een maand na ondertekening van de anterieure overeenkomst de afdracht betaald te worden16. Voor corporaties17 voldoet een concerngarantie. Omdat sociale huurwoningen zijn uitgesloten van een bovenplanse afdracht gaat het hier om gevallen waarbij corporaties een ander programma ontwikkelen dan sociale huurwoningen.

Afdrachten vanuit eigen Grex-en

Ook de gemeentelijke grondexploitaties dragen bij. Hiervoor gelden dezelfde afdrachten als voor projecten van derden. Grote verschil is dat de afdrachten alleen uit winsten van Grex-en mogen worden gedaan (conform BBV regelgeving mag niet meer uit de projecten worden bestemd dan het resultaat toelaat). Als er geen winst wordt verwacht, vindt dus geen afdracht plaats.

afbeelding binnen de regeling

4 Besteding van ontvangen afdrachten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de besteding van de ontvangen afdrachten. Hiertoe dient een reserve te worden ingesteld.

Reserve bovenplanse Investeringen

De gemeente stelt een reserve in, waardoor zeker gesteld wordt dat ontvangen afdrachten ook daadwerkelijk voor de bovenplanse investeringen worden ingezet. Een reserve bovenwijkse voorzieningen is al bij vaststelling van de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen ingesteld.

Deze wordt nu gewijzigd in de reserve bovenplanse investeringen.

De werking van deze reserve is exact gelijk aan die van de reserve bovenwijkse voorzieningen: De reserve wordt gevoed door zowel betalingen van derden als door gemeentelijke grondexploitatieprojecten. De reserve wordt ingezet om nieuwe investeringsprojecten (deels) te bekostigen.

De besteding van de reserve is afhankelijk van de daadwerkelijk te ontvangen afdrachten in de reserve. Vooraf is de omvang niet te voorspellen, omdat dit onder andere afhangt van nieuwe initiatieven in de stad en de voortgang van deze initiatieven. De raad maakt maximaal twee keer per jaar de integrale afweging t.a.v. de bestedingen, voor of parallel aan het traject van de kadernota en begroting t.a.v. de bestedingen. Het is dus niet op voorhand te zeggen dat afdrachten die gedaan worden door een bouwproject daadwerkelijk besteed worden aan bovenplanse investeringen in of nabij deze zelfde vastgoedontwikkeling.

5 Actualisatie programma en afdrachten

In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe dit programma en de gevraagde afdrachten en voorwaarden worden geactualiseerd.

Inwerkingtreding

Dit programma geldt na publicatie. De afdrachten en voorwaarden zijn van toepassing op alle initiatieven, waar nog geen anterieure overeenkomst voor is gesloten op het moment van publicatie van dit programma. Voor eigen grondexploitaties gelden deze afdrachten en voorwaarden ook na publicatie van dit programma. Voor de reeds gesloten overeenkomsten of winsten uit grondexploitaties die al genomen zijn voor publicatie van dit programma geldt nog de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen van d.d. 15 december 2020.

Impact nieuwe Omgevingswet

De nieuwe Omgevingswet wordt 1 januari 2024 ingevoerd. Dit betreft een programma onder de Omgevingswet. Publicatie (zie hierboven) zal niet eerder plaatsvinden dan het moment van invoeren van de Omgevingswet. Dit programma gaat dus pas in zodra de Omgevingswet is ingevoerd.

Middels besluitvorming hierover in B&W (B&W geeft het programma de status van Programma onder de Omgevingswet mee) wordt het daarmee een programma onder de nieuwe Omgevingswet.

Actualisatie

Herziening of actualisatie van de afdrachten is wenselijk indien óf de omvang van (het aantal) bovenplanse investeringen óf het programma nieuw te ontwikkelen vastgoed substantieel wijzigt. De programma’s worden jaarlijks herijkt bij het opstellen van het MPG. De investeringslijst wordt jaarlijks tijdens het opstellen van de Investeringsplanning geactualiseerd. Vanuit de inhoudelijke thema’s van onder andere water, groen, mobiliteit en openbare ruimte worden de lijsten van bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen actueel gehouden. Dit is een jaarlijks terugkerend proces. Mocht dit tot wijzigingen leiden van de bedragen dan wordt dit ter besluitvorming aan het college voorgelegd middels de notitie “parameters en uitgangspunten” behorend bij het jaarlijks terugkerende MPG. De raad wordt van dit programma op de hoogte gehouden via de planning – en controlcyclus en/of het MPG.

Alleen bij majeure wijzigingen in de uitgangspunten en methodiek voor de bepaling van de afdrachten wordt het programma zelf herzien. De inhoud van dit programma blijft dus van kracht totdat deze wordt geactualiseerd. In 2024 wordt de omgevingsvisie 2.0 verwacht. Met deze omgevingsvisie 2.0 wordt de stip op de horizon gezet voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze stad.

Waar willen we aan gaan werken en op welke plekken? Hoe gaan we de groei van de stad mogelijk maken?

Het programma bovenplanse investeringen draagt hieraan bij. Er is daarom een directe relatie tussen omgevingsvisie 2.0 en het programma bovenplanse investeringen. Daarom wordt in de omgevingsvisie een verwijzing opgenomen naar dit programma.

Ondertekening

Eindhoven, 29 augustus 2023.

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

,burgemeester

, secretaris

Mij bekend,

De gemeentesecretaris van Eindhoven

Bijlage 1 kosten- en bijdragenverhaal

In deze bijlage wordt kort ingegaan op hetgeen de wetgever geschreven en bedoeld heeft met het kosten- en bijdragenverhaal.

Kostenverhaal

Onder de Omgevingswet (en voorheen onder de Wro) is de gemeente verplicht de gemeentelijke kosten bij ontwikkelingen van derden te verhalen op de initiatiefnemer van het betreffende project, zij mag daar niet van afzien. Dit geldt voor alle gevallen waarbij het ruimtelijk initiatief een kostenverhaalplichtige activiteit is conform artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit (zie figuur A). Dan moet het kostenverhaal geregeld zijn via een omgevingsplan, een projectbesluit of omgevingsvergunning of een (anterieure) overeenkomst worden gesloten.

Bouwactiviteiten waarvan kosten moetenworden verhaald, zijn:

A

de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie

B

de bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie

C

de uitbreiding van eengebouw met ten minste 1.000m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie

D

de bouwvan een gebouwdat geen hoofdgebouw als bedoeld onderB is, met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte

E

de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie totgebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft of

F

de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer vandeze gebruiksfuncties, mitsde cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m² bedraagt

Figuur A

Hiermee wordt verzekerd dat de gemeente de kosten die zij maakt kan verhalen op de initiatiefnemer.

Het kostenverhaal bestaat onder de Omgevingswet uit de volgende twee onderdelen:

  • 1.

    Gebiedseigen kosten (waaronder gemeentelijke apparaatskosten en kosten voor inrichting van het omliggende openbare gebied van het project)

  • 2.

    Bovenwijkse voorzieningen

Er moet wel rekening gehouden worden met de financiële draagkracht van het vastgoedproject: er mogen niet meer kosten verhaald worden dan het project kan dragen.

Naast het kostenverhaal kent de Omgevingswet ook het verhaal van financiële bijdragen:

Toelichting financiële bijdragen

De Omgevingswet bevat met de financiële bijdragen een geheel nieuw financieel instrument voor de gemeente. Dat is via een amendement van de Tweede Kamerleden Ronnes (CDA), Smeulders (GL), Nijboer (PvdA) en Van Eijs (D66) in de Omgevingswet opgenomen: Een initiatiefnemer moet in bepaalde gevallen een afdwingbare financiële bijdrage betalen voor kwalitatieve verbeteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde voorzieningen, de realisatie van sociale woningbouw en het slopen van opstallen in geval van bijvoorbeeld een krimpopgave. Deze bijdrage komt bovenop eventueel verschuldigd kostenverhaal.

De artikelen 13.23 en 13.24 van de Omgevingswet bieden hiervoor de grondslag. Voor de afdwingbare financiële bijdragen gelden een aantal eisen indien men ze publiekrechtelijk wil verhalen:

  • ◼︎

    De bijdrage wordt alleen geheven bij aangewezen activiteiten (zie ook figuur A).

  • ◼︎

    Er is een grondslag in het omgevingsplan, en

  • ◼︎

    De bijdrage wordt geheven voor en besteed aan aangewezen categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

De Omgevingswet maakt naast de verplichte variant ook het verhaal van vrijwillige financiële bijdragen mogelijk (ook wel Financiële bijdragen voor de ontwikkeling van een gebied). Het toepassingsbereik is dan anders: naast aangewezen bouwplannen kan er ook bij toelating van andere activiteiten een overeenkomst over een financiële bijdrage gesloten worden. Dit is ruimer dan overeenkomsten over grondexploitatie. Het betreft een financiële bijdrage voor ontwikkeling van een gebied. Onder de Wro betrof het een financiële bijdrage voor alleen ruimtelijke ontwikkelingen. De beperking tot ‘ruimtelijk’ is weggevallen. Eindhoven beperkt zich tot de “schaduwwerking” vanuit de verplichte variant, omdat de investeringsprojecten al goed binnen deze variant, tezamen met het kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen, in te delen zijn. Bovendien zijn beide publiekrechtelijk ook te verhalen. Dat geldt niet voor de vrijwillige financiële bijdrage: als er geen vrijwillige financiële bijdrage is overeengekomen kan de gemeente dat gegeven niet gebruiken als grond om medewerking te weigeren aan een project. Een extra (vrijwillige) variant, maakt het daarbij onnodig complexer.

*met schaduwwerking wordt het volgende bedoeld: hetgeen publiekrechtelijk bedoeld is, heeft effect op het privaatrechtelijk handelen. Bij het privaatrechtelijk handelen bestaat onderhandelingsvrijheid en zijn er geen beperkingen aan de (hoogte van) te verhalen kosten, echter een initiatiefnemer zal rekening houden met wat er conform een exploitatieplan maximaal verhaald kan worden. Daarmee is ondanks de vrijheid in de anterieure overeenkomst de bijdrage bovenwijkse voorzieningen bepaald aan de hand van wettelijke kaders.

Wanneer is een investeringsproject een bovenwijkse voorziening?

Bovenwijkse voorzieningen behoren tot verplicht te verhalen kosten en zijn onderdeel van de zogenaamde kostensoortenlijst (zie Bijlage IV bij het Omgevingsbesluit (zie tabel p)). Publiekrechtelijk alleen te verhalen mits ze op deze lijst staan en er bovendien een relatie tussen de bovenwijkse voorziening en bouwprojecten kan worden aangetoond volgens de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit (PTP), zie wetstoelichting, Artikel 13.11 lid 1 onder a en b Omgevingswet).

Voor het anterieure traject, waar dit programma zich op richt, is het niet verplicht aan te sluiten bij de kostensoortenlijst en de PTP criteria aan te tonen. Eindhoven toont deze PTP criteria dan ook niet aan18, maar toetst anterieure overeenkomsten op een grofmazige manier en let dan op met name de samenhang. Dus zonder bijvoorbeeld gedetailleerde, vaak kwantitatieve, onderbouwingen te gebruiken. Denk hierbij aan berekeningen via verkeersmodellen.

Dergelijke onderbouwing zijn verplicht voor het publiekrechtelijke traject. Per bovenwijkse voorziening wordt dus alleen globaal aangegeven wat de PTP-samenhang is tussen het investeringsproject en vastgoedontwikkelingen in de stad (zie bijlage 2).

Daarnaast wordt volledig aangesloten bij de kostensoortenlijst onder de Omgevingswet:

A1

De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning vooreen buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek

A2

De waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid

A3

De kosten van hetvrijmaken van de gronden, bedoeld onder A2, vanpersoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten

A4

Het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente, de provincie of de Staat verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheerte verwachten opbrengsten

A5

De kosten van hetslopen, verwijderen en verplaatsen vanopstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder A2

A6

De kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder A2

A7

De kosten van de noodzakelijke compensatie van in hetkostenverhaalsgebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen

A8

De kostenvan de aanlegof wijziging van:

  • 1.

    Wegen, gebouwde en ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, gebouwde openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken en bouwwerken;

  • 2.

    Infrastructuur voor openbaar-vervoervoorzieningen met bijbehorende wer- ken en bouwwerken;

  • 3.

    Groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen;

  • 4.

    Openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen;

  • 5.

    Straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte;

  • 6.

    Distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; en

  • 7.

    Riolering, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken

A9

De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit

A10

De kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de onder A3, A5, A6, A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek

A11

Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet

A12

Niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder A1 en A3 tot enmet A10

A13

De rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd metrenteopbrengsten

A14

De kosten van andere doorof in opdracht van het bestuursorgaan te verrichten werkzaamheden, voor zover die werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in deze bijlage bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen

Tabel P

Bovenwijkse voorzieningen worden dus alleen verhaald als ze op deze lijst staan. A8 en A9 betreffen de in de praktijk meest voorkomende bovenwijkse voorzieningen. Maatschappelijke voorzieningen en functionele gebouwen als een school of theater zijn bijvoorbeeld geen bovenwijkse voorzieningen. Investeringskosten voor dergelijke voorzieningen kunnen dus niet als bovenwijkse kosten worden verhaald. Een sportvoorziening kan op grond van A8 (zie hierboven)worden verhaald, maar de reikwijdte is beperkt. Het moet gaan om openbare en vrij toegankelijke trapveldjes, skatevoorzieningen, basketbalveldjes etc.

Wanneer komt een investeringsproject in aanmerking voor verhaal van financiële bijdragen?

Nieuw onder de Omgevingswet zijn de (verplichte) financiële bijdragen welke nu ook publiekrechtelijk te verhalen zijn. De wet noemt deze bijdragen ookwel de verplichte financiële bijdragen. Het moet in ieder geval gaan om investeringen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving die niet onder het kostenverhaal vallen.

Dit zijn de meer algemene ‘netwerkvoorzieningen’- heel de stad en doorgaans ook regio heeft er profijt van en het directe verband met de bouwprojecten is dus lager dan bij de bovenwijkse voorzieningen. Onder de Omgevingswet (Artikel 8.21 lid 1 Omgevingsbesluit) zijn de financiële bijdragen mogelijk voor een zestal categorieën van ontwikkelingen.

Deze zijn als volgt gedefinieerd (categorie A t/m F):

A

Wijziging van de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden door middel vanhet treffen vanmaatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het verwijderen van vrijkomende agrarische bebouwing en het herstellen of aanvullen van landschappelijke elementen.

B1

Aanleg of wijziging van op grondvan artikel 2.44van de wetaangewezen natuurgebieden of landschappen;

B2

Aanleg of wijziging van gebieden die in het omgevingsplan ter bescherming van de natuur zijn aangewezen, en

B3

Herstel, op basis vaneen omgevingsvisie of programma, van dier- en plantensoorten die van naturein Nederland in het wild voorkomen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen maatregelen in de fysieke leefomgeving:

  • 1.

    ter vermindering vande stikstofdepositie;

  • 2.

    ter bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.

C

Aanleg van infrastructuur voorverkeers- en openbaar vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang.

D

Aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur, waaronder in iedergeval worden begrepen parken en recreatiegebieden.

E

Ontwikkelingen gericht op het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente of regio door middel van het realiseren van sociale huur- of koopwoningen als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a en b, van het Besluitkwaliteit leefomgeving buitenhet gebied waar de activiteit, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, plaatsvindt, voor zover in dat gebied met het oog op die evenwichtige samenstelling onvoldoende sociale huur- of koopwoningen worden gerealiseerd en het op een andere locatie realiseren van die woningen: 1. in het omgevingsplan is toegelaten of voorgeschreven op grond van regels als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, ondera of b, van dat besluit of in een programma is opgenomen; en 2. tot gevolg heeft dat de kosten, bedoeld in artikel 13.11van de wet,op grond van het eerstelid van dat artikel niet volledig kunnen worden verhaald of dat een tekort op de gemeentelijke exploitatie van de benodigde gronden ontstaat.

F

Stedelijke herstructurering ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het slopen van woningen en het aanleggen of wijzigen van wegen

Tabel S

Voor dit programma sluiten we aan bij deze categorieën. De gemeente is wel voornemens om op termijn een apart programma vast te stellen aangaande de verevening van sociale woningbouw (cat. E). Via dit programma worden dan ook nadrukkelijk geen financiële bijdragen gevraagd voor deze categorie.

Een verschil met investeringsprojecten voor bovenwijkse voorzieningen is dat, als je ook publiekrechtelijk deze investeringsprojecten wil verhalen, de PTP-criteria als zodanig niet van toepassing zijn. Het is niet nodig dat er een noodzakelijke relatie (van causaal verband) tussen het bouwproject en het investeringsproject bestaat. Vereist is wel dat er een functionele samenhang tussen die beide is. De Toelichting op het Besluit van 14 september 2022 voor de toevoeging van artikel 8.21 en 8.22 aan het omgevingsbesluit geeft aan dat er sprake is van functionele samenhang als het om dezelfde functies gaat of als een locatie profijt heeft van één of meer van de zes categorieën die artikel 8.21 opsomt19. Deze Toelichting merkt op dat het om een bijdrage gaat en niet om een algehele bekostiging en dat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat het om een redelijke bijdrage gaat20. Daarbij kán een relatie worden gelegd met het proportionaliteitsbeginsel21, maar dat is geen vereiste. De gemeente is bevoegd een eigen manier te kiezen om te bepalen wat een redelijke bijdrage is. In bijlage 3 wordt de bedoelde samenhang aangegeven.

Een tweede verschil met bovenwijkse voorzieningen is dat het verhalen van bovenwijkse voorzieningen valt onder kostenverhaal en het verhalen van financiële bijdragen niet. Kostenverhaal is verplicht, het verhalen van financiële bijdragen in de basis niet, tenzij dit beleidsmatig is vastgesteld. Dat kan via een programma als deze of via de omgevingsvisie. Bij de herijking van de omgevingsvisie in 2024 wordt een koppeling gelegd met dit programma (zie actualisatie hoofdstuk 5).

Eindhoven maakt waar mogelijk gebruik van de publiekrechtelijke “schaduw- werking”. Hieronder per eis herhaald wat er conform publiekrechtelijke weg nodig zou zijn en hoe dit in Eindhoven wordt ‘geëxtrapoleerd’ naar het anterieure traject:

  • ◼︎

    De bijdrage wordt alleen geheven bij aangewezen activiteiten.

  • Past Eindhoven toe, want het wordt enkel toegepast op kostenverhaalplichtige activiteiten conform artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.

  • ◼︎

    Er is een grondslag in het omgevingsplan.

  • Grondslag niet in omgevingsplan, maar in programma, dat is voor de privaatrechtelijke weg via overeenkomsten ruim voldoende (dit geldt dus voor de bijdragen, voor programma bovenwijkse voorzieningen zelfs niet verplicht, zie hierboven).

  • ◼︎

    De bijdrage wordt geheven voor en besteed aan aangewezen categorieën. Eindhoven sluit daarvoor aan bij de categorieën A t/m F uit de Omgevingswet (=Artikel 8.21 lid 1 Omgevingsbesluit)

Uit het feit dat het niet om kostenverhaal gaat, mag worden geconcludeerd dat de ontwikkelingen buiten het kostenverhaalsgebied liggen. Aanwijzing van een categorie in het omgevingsplan mag alleen als aan de volgende eisen is voldaan:

  • ◼︎

    Er is een functionele samenhang tussen de activiteit en de ontwikkeling, en

  • ◼︎

    De bekostiging van de ontwikkeling is niet anderszins verzekerd.

Bij het opleggen van de (financiële) bijdrage wordt net als bij een afdracht voor bovenwijkse voorzieningen en plangebonden kosten rekening gehouden met de financiële draagkracht van de activiteit. Voor de financiële bijdragen geldt dan: Als de opbrengst van de activiteit lager is dan de inbrengwaarde plus het kostenverhaal kan geen bijdrage worden opgelegd.

Programma en omgevingsvisie

In Eindhoven stellen we -vooruitlopend op de vaststelling van de nieuwe omgevingsvisie 2.0- een nieuw programma Bovenplanse Investeringen op. De nieuwe Omgevingswet die vanaf 1-1-2024 in werking treedt, biedt immers deze mogelijkheid. Een programma waarin het gemeentelijk beleid wordt vastgelegd t.a.v. kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen is niet verplicht, maar wel functioneel. Voor het verhaal via anterieure overeenkomsten van financiële bijdragen is een koppeling met de omgevingsvisie of programma wel juridisch vereist.

Dit programma bovenplanse investeringen biedt hiervoor de basis. In de nieuwe omgevingsvisie 2.0 die in 2024 wordt vastgesteld, wordt een koppeling opgenomen naar dit nieuwe programma bovenplanse investeringen.

P(T)P

In geval van de publiekrechtelijk weg (via regels in het omgevingsplan) zouden daarnaast voor bovenwijkse voorzieningen zoals aangegeven op pagina 21 de volgende criteria gelden: profijt, toekenbaarheid en- proportionaliteit (PTP).

Grote verschil met de financiële bijdragen is dat daarvoor wettelijk gezien de PTP criteria niet gelden, alleen een functionele samenhang hoeft aangetoond te worden. Causaliteit is in ieder geval niet aan de orde. Gemeente Eindhoven hanteert daarom een globale toelichting op de PP criteria om deze samenhang aan te tonen (zie bijlage 3).

Slechts aangeven dat de PTP criteria van toepassing zijn om bovenwijkse voorzieningen te kunnen verhalen t.b.v. het publiekrechtelijke traject is niet voldoende. Dit betekent dat de toepassing onderbouwd moet zijn en dat deze motivatie traceerbaar en herkenbaar is. In dit programma is gekozen om een algemene toelichting op hoofdlijnen te doen van de criteria. De motivatie wordt niet onderbouwd met bijvoorbeeld verkeersmodellen of andere financiële gegevens. Dit wordt regelmatig door gemeenten toegepast bij de publiekrechtelijke onderbouwing. Omdat gekozen wordt voor het privaatrechtelijke traject via overeenkomsten, is dit niet nodig gaat het om een kwalitatieve onderbouwing van de P(T)P criteria.

In Eindhoven is het uitgangspunt dat ieder vastgoedproject per m2 (bvo) op vergelijkbare manier profijt, proportionaliteit en bij bovenwijkse voorzieningen ook toerekenbaarheid heeft met de investeringsprojecten die in deze nota zijn opgenomen. Een m2 (bvo) vastgoed dat ontwikkeld wordt in Meerhoven heeft dus net zo veel profijt van de genoemde bovenwijkse voorzieningen en investeringsprojecten in het Centrum als andersom.

Bijlage 2 en 3 geeft daarom in de toelichting een zeer globale onderbouwing van de P(T)P criteria.

De 3 begrippen toegelicht:

Profijt

Het vastgoedproject moet nut (profijt) ondervinden van de investeringsprojecten (werkzaamheden en maatregelen). Deze toets geldt alleen voor het vastgoedproject als zodanig en niet meer vervolgens per bouwperceel binnen de locatie. Het gaat hierbij vooral om het fysieke nut.

Toerekenbaarheid

Dit criterium valt in 2 onderdelen uiteen:

1.Causaal verband

Er moet een verband bestaan tussen het vastgoedproject en de investeringsprojecten. Deze zouden niet aan de orde zijn zonder de ontwikkeling (causaal verband) of de kosten worden mede gemaakt ten behoeve van de ontwikkeling. Het kan bij bovenwijkse voorzieningen ook gaan om voorzieningen die al in het verleden zijn uitgevoerd, mits toen al rekening was gehouden met de toekomstige ontwikkeling van het kostenverhaalsgebied (= de vastgoedontwikkeling).

2.Kosten die op een andere manier bekostigd zijn

Wanneer uitgaven langs andere weg gedekt dan wel gefinancierd worden, of wanneer dat gebruikelijk is, zijn deze niet toerekenbaar. Nutsvoorzieningen (gas, water, elektra, kabel, telefoon) worden doorgaans langs andere weg bekostigd. Wanneer de gemeente een deel van de aanlegkosten moet betalen omdat kabels, leidingen en daarbij behorende bouwwerken vóór het einde van de afschrijvingstermijn moeten worden vervangen, kunnen deze kosten wél toerekenbaar zijn. Dat is soms ook het geval met een onrendabel deel van een investering, als sprake is van onzekerheid over plannen de termijn van ontwikkelen. Onderhoudskosten zijn in geen geval toerekenbaar, omdat die uit reguliere opbrengsten gefinancierd behoren te worden.

Proportionaliteit

Indien meerdere gebieden profijt hebben van de investeringsprojecten moeten deze naar evenredigheid worden verdeeld. Deze verdeling moet expliciet gemaakt worden in verdeelmaatstaven. Dat betekent dat een gemeente transparant moet aangeven langs welke criteria deze kosten zijn verdeeld.

Bijlage 2 Toelichting bovenwijkse voorzieningen

In deze bijlage worden de bovenwijkse voorzieningen weergegeven welke zijn opgenomen op de lijst van bovenwijkse voorzieningen in Eindhoven (betreft een herijking in de periode medio 2022). Wij gaan in Eindhoven uit van een stadsbreed kostenverhaalsgebied: m.a.w. we nemen alleen bovenwijkse voorzieningen op waar de gehele stad (en dus ook alle nieuwe vastgoedprojecten) profijt van heeft.

Voor het anterieure traject, waar de gemeente Eindhoven zich op richt, is het niet nodig de PTP criteria aan te tonen, maar wij zien wel de zogenaamde ‘schaduwwerking’: zowel gemeente Eindhoven als initiatiefnemers zullen voor het anterieure traject zoveel mogelijk willen aansluiten bij wat er publiekrechtelijk, volgens de wet, bedoeld is. Per project streven we niet naar een PTP onderbouwing welke voldoet aan het publiekrechtelijke traject, maar wordt wel globaal aangegeven wat de samenhang (PTP) is met de vastgoedprojecten.

Het onderscheid in de zachte en harde projecten zien we ook in onderstaande toelichting terug. De investeringsprojecten zijn gecategoriseerd in de volgende programma’s en gebieden:

  • A.

    Groene en gezonde stad

    • A1.

      Centrum

    • A2.

      Groene wiggen

    • A3.

      Wijken

  • B.

    Mobiliteit

  • C.

    Warmte en energietransitie

  • D.

    Herinrichting straten

  • E.

    Gebiedsontwikkelingen KnoopXL

  • F.

    Gebiedsontwikkelingen Woensel-Zuid

  • G.

    Gebiedsontwikkelingen Woensel-Noord

  • H.

    Gebiedsontwikkelingen Gestel

Daarnaast is inzicht gegeven in welke fase het project zich bevindt een via en termijn is aangegeven wanneer de investeringen nog gaan plaatsvinden.

A.Groene en gezonde stad

A1. Centrum

Harde Projecten

Korte Geldropseweg

Omschrijving: Op het wegvak van de Geldropseweg tussen de Vestdijk en de Stratumsedijk ligt momenteel een tijdelijke inrichting op straat. Er is vanuit eerdere plannen in de omgeving reeds een ontwerp opgesteld voor het herinrichten van de openbare ruimte.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2024

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

Wilhelminaplein

Omschrijving: Herinrichten en vergroenen van de openbare ruimte.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Ontwerpfase

Termijn: 2022 en verder

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

Groenplan Centrum

Omschrijving: Herinrichten en vergroenen van de openbare ruimte op meerdere plekken in het centrumgebied.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2022 en verder

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

Kleine Berg

Omschrijving: Herinrichten van de openbare ruimte.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2023

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

Herinrichting Binnenstad

Omschrijving: Herinrichting van het kernwinkelgebied, waaronder nieuwe materialisatie (Eindhovense steen asfalt rijloper en hardstenen band), en een nieuw openbaar verlichtingssysteem. Toekomstbestendig en klimaat adaptief. Voorziening voor de gehele stad.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Definitiefase / ontwerpfase / realisatiefase

Termijn: 2023 - 2028

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, de Binnenstadsvisie, het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Dit project zorgt voor toekomstbestendige binnenstad waar de gehele stad van profiteert en is afgestemd op de verdichting van de binnenstad.

Zachte Projecten

Vergrote Binnenstad

Omschrijving: Toepassen materiaal van herinrichting kernwinkelgebied op de vergrote binnenstad (groter gebied).

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2025 - 2035

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Dit project zorgt voor toekomstbestendige binnenstad waar de gehele stad van profiteert en is afgestemd op de verdichting van de binnenstad.

afbeelding binnen de regeling

Herinrichting Stadhuisplein

Omschrijving: Herinrichting van de openbare ruimte.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Definitiefase

Termijn: 2022 en verder

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

Gebouwde openbare fietsparkeervoorziening

Omschrijving: Realiseren van (drie) openbare gebouwde fietsparkeervoorzieningen.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2024 en verder

Samenhang PTP: In het OPC wordt beleidsmatig de noodzaak geduid van minder automobiliteit, een beter bereikbaar station en meer kwaliteit in de openbare ruimte. Dit is nodig om de schaalsprong waar Eindhoven voor staat (verdichting met kwaliteit) mogelijk te maken. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en goed voor de gehele stad.

A2. Groene wiggen

Harde Projecten

Toekomstbestendige inrichting Genneper Parken

Omschrijving: Op basis van het vastgestelde inrichtingsplan Genneper Parken in oktober 2021 (visie + uitvoeringsprogramma) wordt in de periode van heden tot en met 2027 een vijftigtal projecten uitgevoerd om Genneper Parken integraal toekomstbestendig te maken met hoofdthema’s als groen/natuur, klimaatadaptatie, water, cultuurhistorie, sport en recreatie.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2022 - 2027

Samenhang PTP: Het Inrichtingsplan Genneper Parken (2021), het Groen- beleidsplan, het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daar- mee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

Zachte Projecten

Dommelpark

Omschrijving: De visie Dommelpark markeert een stip op de horizon voor het gebied tussen Nuenen en Eindhoven. ‘Dommeldal uit de verf’ is het eerste deelproject. Hier wordt gefocust op natuur en landschap en sluit aan op Bod B5.

Type: Aanleg van recreatievoorzieningen, art 8.21 sub D, Omgevingsbesluit

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2023 en verder

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

Landgoed de Wielewaal

Omschrijving: Het doel is om het recent aangekochte Landgoed de Wielewaal op een verantwoorde manier (gefaseerd en mogelijk gedeeltelijk) open te stellen voor het publiek vanaf 2025. Landgoed De Wielewaal is een unieke voorziening die ons nationale en internationale vestigings- klimaat versterkt. Momenteel wordt gewerkt aan een visie voor het gebied, waarbij tevens de benodigde investeringen in beeld worden gebracht. Dit wordt in 2023 opgeleverd. De investeringen zullen noodzakelijk zijn om het landgoed uiteindelijk (al dan niet deels) open te kunnen stellen voor het publiek.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2025 en verder

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

A3. Wijken

Harde Projecten

Plan van aanplant

Omschrijving: Het bomenbeheerplan kent drie onderdelen, waarvan er één inmiddels is uitgevoerd. De overige twee onderdelen focussen zich op het vervangingen en upgraden van populieren en aanpakken van naoorlogse uitbreidingswijken.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatief-, ontwerp- en uitvoeringsfase

Termijn: 2022 en verder

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

Parkrenovatie stadswandelpark

Omschrijving: Renovatie in het stadswandelpark gericht op de groeiplaatsverbetering van de bomen.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2024

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

B.Mobiliteit

Zachte Projecten

Fuutlaan

Omschrijving: Aanleg van een nieuwe Fuutlaan, om enerzijds bestaande overlast te verminderen en anderzijds een ontsluitende route voor de oostkant van het centrum en stationsgebied te realiseren.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Ontwerpfase

Termijn: 2025

Samenhang PTP: Het OPC geeft de beleidsmatige noodzaak aan om een beter bereikbaar station te realiseren. Alle vastgoedprojecten en de gehele stad maakt van deze ontsluitingsweg gebruik.

afbeelding binnen de regeling

C.Warmte en energietransitie

Zachte Projecten

Investeringen behoeve van energie infrastructuur

Omschrijving: Aanleg van warmte (en koude) netten in de binnenstad.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2022 en verder

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026 en het duurzaamheidspact geven de beleidsmatige noodzaak aan tot energietransitie onder ander in het centrum. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

Energietransitie / gebiedsontwikkeling tracé restwarmte riool water zuiveringsinstallatie (RWZI)

Omschrijving: Er moet een nieuw warmtenet aangelegd worden, in eerste instantie voor een deel van de Generalenbuurt, maar uiteindelijk ook met de mogelijkheid om woningen in andere delen van het trace aan te kunnen sluiten. Het gaat bij de investering om zowel ondergrondse infrastructuur als de bovengrondse voorzieningen die nodig zijn voor bijvoorbeeld naverwarming.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: PM

Termijn: 2025 - 2026

Samenhang PTP: In het bestuursakkoord 2022-2026 en het duurzaamheidspact 21/22 wordt de beleidsmatige noodzaak aangegeven voor de energietransitie.

D.Herinrichting straten

Harde Projecten

Straatmeubilair parken fase 1

Omschrijving: Dit betreft 2 openbaar toegankelijke sanitaire units

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Uitvoeringsfase

Termijn: 2023 - 2024

Samenhang PTP: Dit project zorgt voor een openbare voorziening die het gebruik van de recreatieve en groenvoorzieningen in de stad stimuleert en beter toegankelijk maakt. Dit is belangrijk als tegenhanger van de verdichtingsopgave, noodzakelijk als er nog meer woningen of andere functies bij komen.

Zachte Projecten

Straatmeubilair parken fase 2

Omschrijving: Dit betreft 3 openbaar toegankelijke sanitaire units

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2025 - 2027

Samenhang PTP: Dit project zorgt voor een openbare voorziening die het gebruik van de recreatieve en groenvoorzieningen in de stad stimuleert en beter toegankelijk maakt. Dit is belangrijk als tegenhanger van de verdichtingsopgave, noodzakelijk als er nog meer woningen of andere functies bij komen.

E.Gebiedsontwikkelingen Knoop XL

Harde Projecten

Fietskelder Stationsplein (1e tranche EIK XL)

Omschrijving: Gebouwde fietsvoorziening. Veilig en gratis fiets stallen. Betere bereikbaarheid van het station, meer kwaliteit van de openbare ruimte.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Planstudie

Termijn: 2024 - 2026

Samenhang PTP: In het Ontwikkelperspectief Centrum (OPC) wordt beleidsmatig de noodzaak geduid van minder automobiliteit, een beter bereikbaar station en meer kwaliteit in de openbare ruimte. Dit is nodig om de schaalsprong waar Eindhoven voor staat (verdichting met kwaliteit) mogelijk te maken. Daarmee is dit project nodig voor alle vast- goedprojecten en goed voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

Herinrichting Mathildelaan (Mediamarkt, Parkeergarage)

Omschrijving: De Mathildelaan wordt vergroend en het kruispunt wordt heringericht, zodat er meer ruimte komt voor voetgangers. Daarnaast wordt een regenwaterriool aangelegd, zodat de Gender vanuit het Victoriapark ondergronds verbonden wordt met de Dommel aan de stationsweg.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Uitvoeringsfase

Termijn: 2022 en verder

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

Civiele werken Fellenoord met een bovenwijks karakter

Omschrijving: Investeringen ter verbetering van de kwaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte. Waaronder natuurontwikkeling Dommeldal, vergroenen en verbeteren van straten en klimaat adaptieve maatregelen ten behoeve van de leefbaarheid.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2022 en verder

Samenhang PTP: Het OPC, maar ook het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022) het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

Zachte Projecten

Herinrichting Stationsweg

Omschrijving: Herinrichting van de Stationsweg met als doel de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de straat te verbeteren.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2025

Samenhang PTP: Het OPC beschrijft de noodzaak tot goede bereikbaarheid met zowel openbaar vervoer, fiets als auto. Door intensivering van ruimtegebruik en toename van het aantal woningen dienen voorzieningen getroffen te worden om de stad (beter) bereikbaar te maken en te houden. De Stationsweg is daarmee een locatie die heringericht moet worden voor zowel de nieuwbouwprojecten als de bestaande stad.

Herinrichting Stationsplein (District E, Station, Student Hotel)

Omschrijving: Het nu nog rommelige en versteende plein wordt een plek voor alleen voetgangers, met veel groen, bankjes en water.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2026

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

Aanleggen Stationsplein

Omschrijving: De openbare ruimte van dit plein wordt vernieuwd in lijn met de herinrichting van de Binnenstad en Stationsplein Zuid.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase:Initiatieffase

Termijn: 2026 - 2030

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

Herinrichting Mathildelaan (Politiekavel)

Omschrijving: Vergroening van de Mathildelaan tussen de Gagelstraat en de Vonderweg.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatieffase

Termijn: PM

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

Bovengronds halen Gender

Omschrijving: De Gender wordt bovengronds gehaald als onderdeel van de herinrichting stationsweg.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2026

Samenhang PTP: Het OPC, het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022), het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

Opwaarderen Vestdijktunnel

Omschrijving: De Vestdijktunnel wordt opnieuw ingericht in lijn met de nieuwe verkeersroutering rondom Eindhoven Centraal en de herinrichting van dit gebied.

Type: Artikel 8.15, Omgevingsbesluit aangewezen in bijlage IV, A8

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2026 - 2030

Samenhang PTP: Het OPC, maar ook het Groenbeleidsplan, Groenplan Centrum (2022) het Bestuursakkoord 2022-2026, de Omgevingsvisie etc. geven de beleidsmatige noodzaak aan dat er meer kwaliteit nodig is in de openbare ruimte. Daarmee is dit project nodig voor alle vastgoedprojecten en voor de gehele stad.

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 3 Toelichting financiële bijdragen

In deze bijlage worden de financiële bijdragen (investeringsprojecten waarvoor financiële bijdragen worden gevraagd) weergegeven welke zijn opgenomen op de lijst van financiële bijdragen in Eindhoven (betreft een herijking in de periode medio 2022). Financiële bijdragen zijn per definitie stadsbreed: het betreft de meest algemene investeringsprojecten, de zogenaamde “netwerkvoorzieningen” waar de gehele gemeente profijt van heeft en zelfs ook nog daarbuiten. Voor het anterieure traject, waar de gemeente Eindhoven zich op richt, is het niet nodig de PP criteria aan te tonen, maar wij zien wel de zogenaamde ‘schaduwwerking’: zowel gemeente Eindhoven als initiatiefnemers zullen voor het anterieure traject zoveel mogelijk willen aansluiten bij wat er publiekrechtelijk, volgens de wet, bedoeld is.

Per project streven we niet naar een PP onderbouwing welke voldoet aan het publiekrechtelijke traject, maar wordt wel globaal aangegeven wat de samenhang (PP) is met de vastgoedprojecten.

Het grote verschil met de lijst van bovenwijkse voorzieningen is dus dat de T (toerekenbaarheid = causaliteit), zie ook bijlage 1 niet aan de orde is voor financiële bijdragen.

Het onderscheid in de zachte en harde projecten zien we ook in onderstaande toelichting terug. De investeringsprojecten zijn gecategoriseerd in de volgende programma’s en gebieden:

  • A.

    Groene en gezonde stad

    • A1.

      Centrum

    • A2.

      Groene wiggen

    • A3.

      Wijken

  • B.

    Mobiliteit

  • C.

    Warmte en energietransitie

  • D.

    Herinrichting straten

  • E.

    Gebiedsontwikkelingen KnoopXL

  • F.

    Gebiedsontwikkelingen Woensel-Zuid

  • G.

    Gebiedsontwikkelingen Woensel-Noord

  • H.

    Gebiedsontwikkelingen Gestel

Daarnaast is inzicht gegeven in welke fase het project zich bevindt en via en termijn is aangegeven wanneer de investeringen nog gaan plaatsvinden.

A.Groene en gezonde stad

A1. Centrum

Zachte Projecten

Doorstromingsmaatregelen Ring West

Omschrijving: Verbeteren doorstroming op Ring West.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Definitiefase

Termijn: 2024 en verder

Samenhang PP: Dit project bevordert de doorstroming van het centrum en daarmee de luchtkwaliteit van de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daarbuiten

wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

A.2Groene Wiggen

Harde Projecten

Stad - land verbinding Elburglaan - Welschap

Omschrijving: Verbeteren van (fiets)ontsluiting van Eindhoven Noordwest.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Realisatiefase

Termijn: 2021 en verder

Samenhang PP: Dit project bevordert de fietsbereikbaarheid van de hele stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Groene Raamwerk

Omschrijving: Groene verbinding tussen de stad en het Groene Woud: fietsbrug over de Fokkerweg, een stadlandverbinding Elburglaan en een faunabrug over het Beatrixkanaal.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Ontwerp- en voorbereidingsfase

Termijn: 2018 - 2023

Samenhang PP: Dit betreffen voorzieningen die behoren tot onze gemeentelijke, maar ook zelfs regionale groenstructuren. Het bevordert bovendien de flora en fauna van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, ook 1 van de categorieën die terugkomt onder de financiële bijdragen.

Zachte Projecten

Stad - land verbinding GGzE - A2 / N2

Omschrijving: Verbeteren van (fiets)ontsluiting in Eindhoven Noordwest tussen De Groote Beek en de Randweg.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Ontwerpfase

Termijn: 2023 en verder

Samenhang PP: Dit project bevordert de fietsbereikbaarheid van de hele stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

A.3Wijken

Harde Projecten

Herinrichting Eindhovensch Kanaal

Omschrijving: Baggeren en vernieuwen van oevers en damwanden langs het Eindhovensch kanaal.

Type: Herstel van dier- en plantensoorten, art. 8.21 sub B3, Omgevingsbesluit

Fase: Onderzoeksfase

Termijn: 2024 en verder

Samenhang PP: De handreiking van het rijk “kostenverhaal en financiële bijdragen Omgevingswet Aan de slag met de Omgevingswet” geeft aan dat hierbij valt te denken aan aanleg van faunapassages, creëren van overloopgebieden, natuur- vriendelijke oevers, herinrichting van bermen of herstellen van houtwallen. Deze investering lijkt uitstekend onder deze categorie te vallen en valt daarmee onder de definitie van financiële bijdragen: de hele stad heeft er profijt van, maar ook daarbuiten.

afbeelding binnen de regeling

B.Mobiliteit

Harde projecten

HOV 3 (1e tranche EIK XL)

Omschrijving: In het noordwesten van Eindhoven komt HOV3, de derde Hoogwaardig Openbaar Vervoerlijn in Eindhoven. Daarmee verbinden we de grote werkgevers in Eindhoven Noord- west met het HOV-netwerk. Vanaf het busstation Woensel (HOV2) loopt HOV3 via de Huizingalaan, Marathonloop, bedrijventerrein GDC en de Brainport Industries Campus (BIC) naar Eindhoven Airport, waar ook HOV1 reeds van het nieuwe busstation gebruik maakt.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Ontwerpfase

Termijn: 2018 - 2025

Samenhang PP: Een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk vormt een impuls voor de hele stad en bevordert de bereikbaarheid. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Deelprojecten:

  • HOV 3 Luchthavenweg

  • HOV 3 Marathonloop

  • HOV 3 Fokkerweg - Landsard

    afbeelding binnen de regeling

HOV Geldropseweg

Omschrijving: HOV-verbinding tussen Eindhoven Centraal en Geldrop.

Zoveel mogelijk vrij liggende busbaan tussen de ring en de gemeentegrens Geldrop.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Planuitwerkingsfase

Termijn: 2023

Samenhang PP: Een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk vormt een impuls voor de hele stad en bevordert de bereikbaarheid. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

HOV 2 Waalre

Omschrijving: HOV-verbinding tussen Eindhoven Centraal en Valkenwaard. Zoveel mogelijk vrij liggende busbaan tussen Van der Valk hotel en gemeentegrens Waalre.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Planuitwerkingsfase

Termijn: 2023

Samenhang PP: Een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk vormt een impuls voor de hele stad en bevordert de bereikbaarheid. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

HOV 4 Centraal - De Run

Omschrijving: HOV-verbinding tussen station Eindhoven Centraal en Veldhoven/de Run, met een aftakking naar de High Tech Campus Eindhoven. Zoveel mogelijk vrij liggende busbaan op het gehele traject.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2024 en verder

Samenhang PP: Een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk vormt een impuls voor de hele stad en bevordert de bereikbaarheid. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

Snelfietsroutes

Omschrijving: De aanleg van snelfietsroutes om zo de (fiets)bereikbaarheid van omliggende kernen en belangrijke werkgelegenheidslocaties in en rond Eindhoven te verbeteren.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Initiatief-, ontwerp- en realisatiefase

Termijn: 2021 - 2027

Samenhang PP: Alle snelfietsroutes kennen ook een regionale functie en lijken dus bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn onder de omgevingswet. Vastgoedprojecten, de bestaande stad en de regio hebben er profijt van.

Deelprojecten:

  • Snelfietsroute De Run - HTCE - Eindhoven - Geldrop

  • Snelfietsroute Eindhoven - Best

  • Snelfietsroute Eindhoven Helmond via Nuenen

  • Snelfietsroute Pendelroute (Eindhoven / Best)

Ongelijkvloerse fietskruising Beemdstraat/Limburglaan

Omschrijving: Realiseren van een onderdoorgang voor fietsers en voetgangers, alsmede het naar boven halen van de Gender.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Definitiefase

Termijn: 2025

Samenhang PP: Dit project bevordert de doorstroming en veiligheid van het langzaam verkeer van en naar het centrum. Vastgoedprojecten, de bestaande stad en de regio hebben er profijt van. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn onder de nieuwe omgevingswet.

Toegankelijkheid Station Strijp S

Omschrijving: Het tweede Station van Eindhoven, Strijp S, wordt via dit project (rolstoel) toegankelijk gemaakt.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2023 - 2024

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid voor ieder- een en geeft dus een impuls voor de stad. Station Strijp S heeft een stadsbrede, maar bovenal ook regionale functie t.a.v. de bereikbaarheid van de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hier- van geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

Zachte Projecten

Tangent Brainportlijn

Omschrijving: HOV-verbinding tussen High Tech Campus Eindhoven/de Run en Eindhoven Airport/Brainport Innovatie Campus. Project getrokken door Provincie met deels gemeentelijke financiering. Vrij liggende busbaan geschikt voor autonome voertuigen. Vormt kern van het Brainportlijnconcept.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2025 en verder

Samenhang PP: Een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk vormt een impuls voor de hele stad en bevordert de bereikbaarheid. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

Regionale smarthubs

Omschrijving: In samenwerking met provincie en regio werken we aan regionale smart hubs die functioneren als overstappunt voor de Brainport.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Planuitwerking

Termijn: 2023

Samenhang PP: Dit project bevordert de bereikbaarheid van De Brainport en is bij uitstek een regionale functie (breder dan de vastgoedprojecten en de stad Eindhoven) en lijkt dus bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn onder de omgevingswet.

Aansluiting DAF op Hugo v.d. Goeslaan / Aansluiting Kanaaldijk - Ring

Omschrijving: Verbeteren van zowel doorstroming als verkeersveiligheid op de parallelstructuur ter hoogte van bedrijventerrein De Kade/DAF.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Definitiefase

Termijn: 2023

Samenhang PP: Dit project bevordert de bereikbaarheid van het centrum. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Kruising Kanaaldijk Zuid / ringweg Hugo van der Goeslaan

Omschrijving: Verbeteren toegang naar Centrum Eindhoven vanuit Oost kant Eindhoven (Geldrop). Zowel de Dirk Boutslaan zelf als de afwikkeling van het verkeer naar/op de ring (o.a. vergroten Kruising Kanaaldijk Zuid/ringweg Hugo van der Goeslaan) wordt daarbij ingrijpend anders.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Definitiefase

Termijn: 2023

Samenhang PP: Dit project bevordert de bereikbaarheid van het centrum. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit is een netwerkvoorziening conform de definitie van de Omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

Achtseweg-zuid / Beukenlaan / ring

Omschrijving:Realiseren van de radiaal Achtseweg Zuid waarbij een aansluiting wordt gemaakt op de ring t.h.v. Beukenlaan in samenhang met de ontwikkelingen rondom Station Strijp S.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Verkenningsfase

Termijn: 2027 en verder

Samenhang PP: Dit project bevordert de doorstroming van de ring. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daarbuiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Herontwikkeling Station Strijp S

Omschrijving: Realiseren van een ‘plus’ op het ProRail-project d.m.v. een verbinding onder het spoor, een opwaardering tot stadsradiaal, een verbetering van de fietsveiligheid en de realisatie van ‘Design Bridge’.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Initiatieffase

Termijn: PM

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en een impuls voor de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Strijps Bultje

Omschrijving: Het Strijps Bultje (het viaduct van de ring t.h.v. Strijp S) is een barrière tussen Strijp S en T. Het huidige viaduct is binnen nu en 10 jaar aan vervanging toe. Hiermee ligt er een kans voor het opheffen van de barrière.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Onderzoeksfase

Termijn: 2030 en verder

Samenhang PP: Dit project bevordert de doorstroming van de ring. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daarbuiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

D.Herinrichting straten

Harde projecten

Tegels naar asfalt

Omschrijving: Omvorming van tegelfietspaden naar asfaltfietspaden.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2022 en verder

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Deelprojecten:

  • ◼︎

    Steenstraat v.v.

  • ◼︎

    Heerbaan v.v.

  • ◼︎

    Van Oldenbarneveldtlaan

  • ◼︎

    Roelantlaan

  • ◼︎

    1e Lieve de Keylaan

  • ◼︎

    Kennedylaan v.v.

  • ◼︎

    Tilburgseweg

  • ◼︎

    Insulindelaan

  • ◼︎

    Meerveldhovenseweg

  • ◼︎

    Tongelresestraat v.v. (Gen. Bothastraat - Hofke)

  • ◼︎

    Tongelresestraat v.v. (ring - Kalverstraat)

Historische radialen

Omschrijving: Door de weg aan te pakken bestaat de mogelijkheid om de weg her in te richten en meer verblijfskwaliteit te realiseren. Daarnaast wordt de openbare ruimte vergroend en klimaat robuust ingericht.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Uitvoeringsfase

Termijn: 2022 - 2023

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Deelprojecten:

  • ◼︎

    Lijmbeekstraat

  • ◼︎

    Leenderweg (planvormingsfase)

  • ◼︎

    Strijpsestraat

  • ◼︎

    Vlokhovenseweg

  • ◼︎

    Boschdijk

    afbeelding binnen de regeling

Fietsverbindingen

Omschrijving: Door de weg aan te pakken bestaat de mogelijkheid om de weg her in te richten en meer verblijfskwaliteit te realiseren. Hierbij wordt de fietsverbinding geoptimaliseerd.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2022 en verder

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Deelprojecten:

  • ◼︎

    Jozef Elsiasweg

  • ◼︎

    Amazonelaan

  • ◼︎

    Boschdijk (Ventweg GGzE)

Parkeerterrein Anton Coolenlaan

Omschrijving: Aanpak van het parkeerterrein waarbij het terrein opnieuw wordt ingericht er een forse vergroening plaatsvindt en de openbare ruimte klimaat robuust wordt uitgevoerd. Het project draagt bij aan de uitvoering van de Visie Genneper Parken.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Planvormingsfase

Termijn: 2024

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Robbenstraat

Omschrijving: Door de weg aan te pakken bestaat de mogelijkheid om de weg her in te richten en meer verblijfskwaliteit te realiseren. Daarnaast wordt de openbare ruimte vergroend en klimaat robuust ingericht.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2022 - 2023

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Javalaan

Omschrijving: Door de weg aan te pakken bestaat de mogelijkheid om de weg her in te richten en meer verblijfskwaliteit te realiseren. Daarnaast wordt de openbare ruimte vergroend en klimaat robuust ingericht.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2022 - 2023

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Achtsteweg-Zuid

Omschrijving: Aanpak van Achtseweg-Zuid waardoor de rijbaan opnieuw wordt ingericht.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2023 - 2024

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Willem van Kessellaan en Hendrik Staetslaan

Omschrijving: Opwaardering openbaar gebied rondom winkels en school.

Door de weg aan te pakken en het riool te vervangen bestaat de mogelijkheid om de weg her in te richten en meer verblijfskwaliteit te realiseren. Daarnaast wordt de openbare ruimte vergroend en klimaat robuust ingericht.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Uitvoeringsfase

Termijn: 2022

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Elzentlaan

Omschrijving: Door de weg aan te pakken bestaat de mogelijkheid om de weg her in te richten en meer verblijfskwaliteit te realiseren. Daarnaast wordt de openbare ruimte vergroend en klimaat robuust ingericht.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2023 en verder

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

Zachte Projecten

Edisonstraat

Omschrijving: In samenwerking met Trudo wordt de Edisonstraat heringericht (Afsluiting van traject Integrale Wijkvernieuwing).

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2024 - 2025

Samenhang PP: Dit project zorgt voor een betere bereikbaarheid en geeft een impuls aan de stad. Er ontstaat hierdoor een centrale doorkijk naar de ring en Strijp S. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

E.Gebiedsontwikkelingen Knoop XL

Harde Projecten

Spoormaatregelen t.b.v. Internationale spoor (1e tranche EIK XL)

Omschrijving: De realisatie van een snelle, rechtstreekse intercityverbinding tussen Eindhoven en Düsseldorf vergt een aantal investeringen in Duitsland én in Nederland. In Nederland is de perroncapaciteit in Eindhoven waarschijnlijk een knelpunt. Daarvoor zijn verschillende oplossingen denkbaar, robuust en minder robuust, in infrastructuur of in exploitatie, omvangrijk of beperkt. Het Rijk draagt zorg voor deze maatregelen, de gemeente draagt hierin bij.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2025

Samenhang PP: Een internationaal spoor betekent een economisch impuls voor de gehele stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

Multimodale Knoop Ehv CS incl. aanrijdroutes Busstation

Omschrijving: Grootschalige transformatie van het huidige Neckerspoel naar een Multimodale Knoop om de groei van het Openbaar Vervoer (OV-)Knooppunt Eindhoven Centraal op te kunnen vangen.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2026 - 2030

Samenhang PP: Dit project bevordert de bereikbaarheid van het centrum. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

Zachte Projecten

Dommeltunnel en 3e entree treinstation

Omschrijving: Het huidige dommeltunneltje wordt verbreed en er wordt een derde stationsentree gerealiseerd. Daarnaast ontstaat er door de verbreding meer ruimte voor de Dommel en de natuur.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2030 - 2040

Samenhang PP: Een derde stationsentree vormt een impuls voor de hele stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Aanpassingen ring (rondweg) Eindhoven

Omschrijving: Om de Fellenoord qua verkeersintensiteit te kunnen afwaarderen zijn er aanpassingen aan de ring noodzakelijk ten hoogte van de Berenkuil en de Kennedylaan.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Initiatieffase

Termijn: 2025 - 2030

Samenhang PP: Dit project bevordert de bereikbaarheid van het centrum. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daar buiten wordt hiervan geprofiteerd. Denk met name aan verkeer uit Helmond/Nuenen. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

F.Gebiedsontwikkelingen Woensel-Zuid

Zachte Projecten

Kruisstraat / Woenselse markt

Omschrijving: Vanuit de ambities uit het toekomstbeeld Oud Woensel zetten we in op een herinrichting van het gebied waarbij aandacht is voor routing, parkeren, inrichting openbare ruimte, etc. Dit doen we op basis van nader uit te werken en af te stemmen scenario’s.

Type: Stedelijke herstructurering, art 8.21 sub F, Omgevingsbesluit

Fase: Ontwerpfase

Termijn: PM

Samenhang PP: De investeringen die hier gedaan worden sluiten aan bij de definitie van stedelijke herstructurering, een financiële bijdrage ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder het aanleggen of wijzigen van wegen. Daarnaast bevordert het ook de doorstroming waar de gehele stad en ook daarbuiten profijt van heeft.

afbeelding binnen de regeling

Gebiedsontwikkeling Vredeoord

Omschrijving: Aan de noordkant van Woensel West, tegen de Grote Beek aan, wordt het laatste deel van dit gebied ontwikkeld. Op dit moment ligt de straat Vredeoord hier als barrière tussen, terwijl vanuit verschillende facetten juist de verbinding gezocht wordt. Een herinrichting, aansluitend op de ontwikkelingen in dit gebied, maar ook vanuit de verbinding met het groene landschap (o.a. richting Strijp) zou hierin een passend sluitstuk kunnen zijn.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Voorbereidingsfase

Termijn: 2027

Samenhang PP: Dit project bevordert de doorstroming tussen meerdere grote gebieden in de stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daarbuiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

G.Gebiedsontwikkelingen Woensel-Noord

Zachte Projecten

Ontwikkeling WoenselXL naar stadshart Woensel

Omschrijving: De realisatie van de ontwikkelingsvisie Stadshart Woensel op de thema’s wonen, openbare ruimte en (maatschappelijke) voorzieningen.

Type: Stedelijke herstructurering, art 8.21 sub F, Omgevingsbesluit

Fase: Planvormingsfase

Termijn: 2025 en verder

Samenhang PP: De investeringen die hier gedaan worden sluiten aan bij de definitie van stedelijke herstructurering, een financiële bijdrage ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waar de hele stad en ook daarbuiten profijt van heeft.

afbeelding binnen de regeling

H.Gebiedsontwikkelingen Gestel

Zachte Projecten

Gebiedsontwikkeling Kastelenplein

Omschrijving: Dit betreft de herinrichting van de openbare ruimte, behorend bij de integrale gebiedsontwikkeling met opwaardering van het winkelgebied, waar o.a. ook minimaal 800 woningen worden toegevoegd.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Planvormingsfase

Termijn: 2027 en verder

Samenhang PP: Een ontwikkeling langs deze toekomstige HOV4 as vormt een impuls voor de hele stad. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daarbuiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Kop van Blaarthem

Omschrijving: Naast de ontwikkeling van het plot van de voormalige Internationale School en het Grafisch Lyceum ook een aantal (verkeerskundige) ingrepen zoals aanleggen van afslag t.o.v. Karel de Grotelaan, herinrichting plein t.b.v. parkeren, verkeerscirculatie in gebied. Deze ingrepen hebben invloed op de aanleg van de HOV4 in Gestel.

Type: Aanleg van Infrastructuur, art 8.21 sub C, Omgevingsbesluit

Fase: Ontwerpfase

Termijn: 2023 - 2024

Samenhang PP: Dit project bevordert de doorstroming van de ring. Door de vastgoedprojecten, de bestaande stad, maar ook daarbuiten wordt hiervan geprofiteerd. Dit lijkt bij uitstek een netwerkvoorziening te zijn conform de definitie van de nieuwe omgevingswet.

Bijlage 4 begrippenlijst

Anterieure overeenkomst

Een gemeente kan afzien van het vaststellen van publiekrechtelijke regels via een omgevingsplan voor zover het verhaal van kosten van de grondexploitatie over

de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is bv. via een anterieure overeenkomst. Dit is een overeenkomst die wordt gesloten voordat een exploitatieplan is vastgesteld en waarin afspraken over exploitatiebijdragen en dergelijke zijn geregeld. Hieronder vallen dus ook de gebruikelijke samenwerkings-uitvoerings- en exploitatieovereenkomsten.

BBV

Besluit Begroting en Verantwoording. Voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening gelden wettelijke eisen die zijn vastgelegd.

Bouwprojecten

Bouwprojecten zijn nieuwe projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld of bestaand vastgoed wordt getransformeerd. Bij een transformatie wordt de bestemming gewijzigd van bijvoorbeeld een maatschappelijke bestemming naar wonen.

Exploitatiegebied

Een exploitatiegebied geeft de grenzen aan van een grondexploitatie (GREX).

Een exploitatiegebied is zo begrensd dat alle onderdelen van de desbetreffende grondexploitatie erin vallen. Een exploitatiegebied kan uit verschillende niet-aaneengesloten delen bestaan, mits er planologisch of functioneel een duidelijke samenhang is tussen de delen.

Grondexploitatie (GREX)

Hiermee bedoelen we in deze nota een actieve grondexploitatie, waarbij de gemeente eigenaar is van de te ontwikkelen gronden. De gronden worden verkocht

t.b.v. een vastgoedontwikkeling. De winsten hiervan komen dus toe aan de gemeente.

Initiatiefnemer

Dit betreft een externe partij (niet zijnde de gemeente Eindhoven) die een bouwplan wil ontwikkelen in de gemeente Eindhoven en kan dus bijvoorbeeld een ontwikkelaar, woningbouwcorporatie, particulier of andere private partij zijn. Als de gemeente Eindhoven zelf initiatiefnemer is, op eigen gronden, wordt gesproken over grondexploitaties of ontwikkeling op eigen gronden.

Investeringsplanning

Geeft inzicht in alle lopende projecten/investeringen en (nieuwe) investeringswensen. Jaarlijkse besluitvorming bij de begroting is hieraan gekoppeld, onder andere over de inzet van de reserve bovenplanse investeringen.

MPG (Meerjaren Prognose Grondexploitaties en Private Ontwikkelingen)

Jaarlijks door de raad vast te stellen dossier in Eindhoven dat de (financiële) voortgang van alle gemeentelijke grondexploitaties en kostenverhaalsprojecten weergeeft en daarbij een doorkijk geeft naar de toekomst.

Omgevingsplan

Dit is een verplicht instrument onder de Omgevingswet. In het omgevingsplan staan alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Het plan geeft meer concreet uitwerking aan de (maatschappelijke) opgaven uit de gemeentelijke omgevingsvisie.

Iedere gemeente heeft 1 omgevingsplan onder de Omgevingswet. Het vervangt daarmee de diverse bestemmingsplannen onder de huidige Wro.

Omgevingsvisie

De omgevingsvisie is een verplicht instrument onder de Omgevingswet. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar strategische ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De gemeente stelt één omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. Eindhoven heeft in 2020 de omgevingsvisie (versie 1.0) vastgesteld: Omgevingsvisie | Gemeente Eindhoven. In 2024 wordt een opvolger verwacht (versie 2.0). De omgevingsvisie kan een directe koppeling bevatten met de verhaalsmogelijkheden van afdrachten voor bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen.

Versie 1.0 maakte al een verwijzing naar het kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen in Eindhoven. Versie 2.0 zal een verwijzing gaan bevatten naar zowel bovenwijkse voorzieningen als de financiële bijdragen.

Omgevingswet

De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het publiekrechtelijk kostenverhaal wordt in deze wet geregeld, voorganger was de Wro.

Publiekrechtelijke traject

Het publiekrechtelijke kostenverhaal ging onder de Wro uit van opstellen van een gemeentelijk exploitatieplan. Dat bevatte een grondexploitatieopzet en regels voor het omslaan van de kosten over de verschillende uitgiftecategorieën. Het exploitatieplan was bedoeld als stok achter de deur. Het was daarbij meestal voor zowel de grondeigenaar/initiatiefnemer als de gemeente verstandiger om van tevoren een overeenkomst te sluiten waarin ze afspraken maakten over de gemeentelijke kosten (een zogenaamde anterieure overeenkomst). Onder de Omgevingswet is het instrument van exploitatieplan komen te vervallen. Indien een gemeente gebruik wil maken van publiekrechtelijk kostenverhaal, moeten er kostenverhaalsregels in het omgevingsplan worden opgenomen.

Start Ruimtelijke Ordeningsprocedure

Dit betreft het moment waarop B&W het ontwerp omgevingsplan ter inzage legt. In geval van een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (reguliere procedure) voordat het besluit genomen wordt.

College is daarnaast bevoegd voor een uitgebreide procedure te kiezen. Dan is start RO procedure het moment dat een ontwerp besluit ter inzage wordt gelegd.

Wro

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is sinds 2008 een belangrijke wet in de ruimtelijke besluitvorming van Nederland. De Wro is het instrument om ruimtelijke behoeften als wonen, werken, recreëren, mobiliteit, water en natuur in een samenhangende benadering te verdelen. De Wro wordt per 1 januari 2024 vervangen door de Omgevingswet.


Noot
1

BVO= Bruto Vloeroppervlakte = m2 oppervlakte langs de buitenomtrek van een gebouw (dus inclusief ruimten voor muren/ trapgangen etc. gemeten (volgens NEN 2580))

Noot
2

Een woningcorporatie is een toegelaten instelling op basis van de Woningwet

Noot
3

Bij gezamenlijk gebruik wordt ervan uitgegaan dat minimaal 50 % van de voordeuren er gebruik van kan maken

Noot
4

Vastgesteld juni 2020, zie ook bijlage 4 begrippenlijst. Alle vetgedrukte woorden staan daar toegelicht

Noot
5

Dit is oppervlakte gemeten langs de buitenomtrek van het gebouw, dus inclusief gangen, trappen, etc., gemeten conform NEN 2580. De toelichting van wat wel en niet tot de bvo’s behoort staat onder 3.1.

Noot
6

1 juni 2020

Noot
7

Zie bijlage 4 voor een definitielijst van de vetgedrukte woorden

Noot
8

een toegelaten instelling conform de woningwet

Noot
9

Bij gezamenlijk gebruik wordt ervan uitgegaan dat minimaal 50% van de voordeuren er gebruik van kan maken.

Noot
10

Het betreft m² oppervlakte langs de buitenomtrek van een gebouw (dus bijvoorbeeld inclusief ruimten voor muren/ trapgangen).

Noot
11

Ervan uitgaande dat hetgeen er stond conform het geldende omgevingsplan is

Noot
12

Dit kan via een wijzigingsbesluit omgevingsplan als in dit voorbeeld benoemd, maar ook een projectbesluit of een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Noot
13

Voor dit programma betreft dat het MPG 2022 .

Noot
14

Over de afdrachten is geen omzetbelasting verschuldigd.

Noot
15

Een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Noot
16

En als het op deze manier via de privaatrechtelijke weg niet verzekerd is, moet het via een kostenverhaalsregel in het omgevingsplan worden opgenomen.

Noot
17

Indien het toegelaten instellingen conform de woningwet betreft.

Noot
18

Vergelijkbaar als bij de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen uit 2019

Noot
19

Zie p.12 Staatsblad 2022, 361

Noot
20

20+21: Zie p.14 Staatsblad 2022, 361

Noot
21

20+21: Zie p.14 Staatsblad 2022, 361