Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

*

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2023, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 20 december 2022 door de raad van Stichtse Vecht.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Artikel 224 van de Gemeentewet.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen. Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum

    inwerking-

    treding

    Terugwerkende kracht t/m

    Datum uitwerking- treding

    Betreft

    Datum ondertekening Bron bekendmaking

    Kenmerk voorstel

    01-01-2024

     
     

    Nieuwe regeling

    27-12-2023

    Gemeenteblad

     

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening toeristenbelasting 2024

De raad van de gemeente Stichtse Vecht,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023;

gehoord de commissie van 5 december 2023;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;

b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;

c. vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen dat gedurende het jaar gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;

d. vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten;

e. seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd;

f. toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is of gebruikt wordt voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens;

g. verhuureenheden: vakantieonderkomens, mobiele vakantieonderkomens of verhuurde ruimten die door de eigenaar of exploitant worden verhuurd voor perioden korter dan een maand aan steeds wisselende personen.

h. kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie;

i. arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een persoon, gezin, echtpaar of samenreizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag;

j. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni;

k. naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen;

l. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor:

a. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basisregistratie personen zijn ingeschreven;

b. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen.

Artikel 3 Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

1. door degene, die:

a. verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

b. verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd;

c. die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan schoolwerkweken en scouting-activiteiten.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:

a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,5;

b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,5;

c. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,5;

d. mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op:

1. 2,2, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;

2. 2,4 indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;

3. 2,2, indien sprake is van een naseizoenarrangement;

4. 2,1, indien sprake is van een maandarrangement.

2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt:

a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 56;

b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 56;

c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: 37,4;

d. in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op:

1. 30, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;

2. 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;

3. 18, indien sprake is van een naseizoenarrangement;

4. 13, indien sprake is van een maandarrangement.

Artikel 7 (opteren voor) niet forfaitaire maatstaf van heffing

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.

2. Dit verzoek wordt gehonoreerd tenzij de nachtregistratie zoals bedoeld in artikel 15 niet of niet juist is bijgehouden.

Artikel 8 Belastingtarief

1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 2,00.

2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt het tarief per persoon per overnachting in hotels en B&B’s € 3,40.

Artikel 9 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van heffing

1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

2. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 11 Aanslaggrens

Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.

Artikel 12 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en tweede twee maanden later.

2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van

1. automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het eerste, tweede en het derde lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 13 Kwijtschelding

Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 14 Aanmeldingsplicht

1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

2. Het eerste lid geldt niet voor de belastingplichtige die voor het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening een aanslag toeristenbelasting heeft ontvangen.

Artikel 15 Registratieplicht

1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd gemeentelijk verstrekt nachtverblijfregister.

2. Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar.

3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en het gebruik van het nachtverblijfregister.

4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in art. 6.

5. De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een gedegen registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld.

Artikel 16 Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

Artikel 17 Overgangsrecht

De ‘Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2023’ van 20 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening toeristenbelasting Stichtse Vecht 2024”.

Ondertekening

Stichtse Vecht, 19 december 2023

Griffier Voorzitter


Noot
*

[Tabel]

[Rij 1]

[Cel 1]

Overheidsorganisatie

[Cel 2]

Gemeente Stichtse Vecht

[Rij 2]

[Cel 1]

Officiële naam regeling

[Cel 2]

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024

[Rij 3]

[Cel 1]

Citeertitel

[Cel 2]

Verordening toeristenbelasting 2024

[Rij 4]

[Cel 1]

Vastgesteld door

[Cel 2]

Gemeenteraad

[Rij 5]

[Cel 1]

Onderwerp

[Cel 2]

Financiën en economie