Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR711166
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR711166/4
Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023
Geldend van 03-04-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023De raad van de gemeente Blaricum,
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 oktober 2023,
Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 2.21, eerste en tweede lid, en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 10.32a van de Wet milieubeheer juncto artikel 4.6, eerste lid, onder f van de Invoeringswet Omgevingswet, artikel 3.16 van de Erfgoedwet en artikel 2a van de van de Wegenverkeerswet 1994;
Besluit:
Vast te stellen de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023
INHOUD
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
Artikel 1.2 Toepassingsbereik
Artikel 1.3 Doel van deze verordening
Artikel 1.4 Wijze van meten
Artikel 1.5 Meest recente versie
Hoofdstuk 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
Afdeling 2.1 Bebouwde kom
Artikel 2.1 Bebouwde kom
Afdeling 2.2 Cultureel erfgoed
Paragraaf 2.2.1 Gemeentelijk erfgoedregister
Artikel 2.2 Gemeentelijk erfgoedregister
Paragraaf 2.2.2 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument
Artikel 2.3 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument
Artikel 2.4 Termijn aanwijzingsbesluit
Artikel 2.5 Bekendmaking en registratie
Artikel 2.6 Wijzigen van de aanwijzing
Artikel 2.7 Intrekken en vervallen van de aanwijzing
Paragraaf 2.2.3 De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Artikel 2.8 De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Artikel 2.9 Termijn aanwijzingsbesluit en registratie in erfgoedregister
Artikel 2.10 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving
Afdeling 3.1 Inleidende bepalingen
Paragraaf 3.1.1 Algemene bepalingen
Artikel 3.1 Toepassingsbereik
Artikel 3.2 Normadressaat
Artikel 3.3 Specifieke zorgplicht
Artikel 3.4 [Gereserveerd]
Paragraaf 3.1.2 Bepalingen ten aanzien van vergunningen en ontheffingen
Artikel 3.5 Beslistermijnen
Artikel 3.6 Voorschriften en beperkingen
Artikel 3.7 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Artikel 3.8 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 3.9 Termijnen
Artikel 3.10 Weigeringsgronden
Artikel 3.11
Afdeling 3.2 Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten, sloopactiviteiten
Paragraaf 3.2.1 Graven, kabels en leidingen
Artikel 3.12 [Gereserveerd]
Artikel 3.13 [Gereserveerd]
Artikel 3.14 [Gereserveerd]
Artikel 3.15 [Gereserveerd]
Artikel 3.16 [Gereserveerd]
Artikel 3.17 [Gereserveerd]
Artikel 3.18 [Gereserveerd]
Artikel 3.19 [Gereserveerd]
Artikel 3.20 [Gereserveerd]
Artikel 3.21 [Gereserveerd]
Artikel 3.22 [Gereserveerd]
Artikel 3.23 [Gereserveerd]
Afdeling 3.3 Milieubelastende activiteiten
Paragraaf 3.3.1 Festiviteiten en geluidhinder
Artikel 3.24 Begripsbepaling
Artikel 3.25 Aanwijzing collectieve festiviteiten
Artikel 3.26 Melding incidentele festiviteiten
Artikel 3.27 Geluidhinder in de openlucht
Artikel 3.28 Overige geluidhinder
Paragraaf 3.3.2 Overige milieubelastende activiteiten
Artikel 3.29 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Artikel 3.30 Oplaten van ballonnen
Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente of op openbare plaatsen
Paragraaf 3.4.1 Bepalingen met betrekking tot ligplaatsen
Artikel 3.31 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
Artikel 3.32 Permanente ligplaatsen voor recreatievaartuigen in de Blaricummermeent
Artikel 3.33 Tijdelijke ligplaatsen voor recreatievaartuigen in de Blaricummermeent
Artikel 3.34 Aanwijzingen ligplaats
Artikel 3.35 Verbod innemen ligplaats
Paragraaf 3.4.2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 3.36 Voorwerpen op of aan een openbare plaats
Artikel 3.37 Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
Artikel 3.38 Vrij te stellen categorieën
Artikel 3.39 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 3.40 Maken of veranderen van een uitweg
Artikel 3.41 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Artikel 3.42 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Paragraaf 3.4.3 Oplaadinfrastructuur
Artikel 3.43 Oplaadinfrastructuur [Gereserveerd]
Paragraaf 3.4.4 Dorpsschoon en handelsreclame
Artikel 3.44 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 3.45 Parkeren van reclamevoertuigen
Paragraaf 3.4.5 Voertuigen
Artikel 3.46 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke
Artikel 3.47 Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel 3.48 Defecte voertuigen
Artikel 3.49 Voertuigwrakken
Artikel 3.50 Kampeermiddelen en andere voertuigen
Artikel 3.51 Grote voertuigen
Artikel 3.52 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
Artikel 3.53 Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen
Artikel 3.54 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Artikel 3.55 Overlast van fietsen of bromfietsen
Paragraaf 3.4.6 Kampeermiddelen
Artikel 3.56 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Artikel 3.57 Aanwijzing kampeerplaatsen
Paragraaf 3.4.7 Standplaatsen
Artikel 3.58 Definitie
Artikel 3.59 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel 3.60 Toestemming rechthebbende
Paragraaf 3.4.8 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 3.61 Crossterreinen
Artikel 3.62 Beperking verkeer in natuurgebieden
Paragraaf 3.4.9 Hemelwaterafvoer
Artikel 3.63 Verplichting tot waterberging in nieuwe situaties
Artikel 3.64 Verplichting tot waterberging in bestaande situaties: gebiedsaanwijzing
Artikel 3.65 Gebiedsaanwijzing: procedure en ontheffing
Artikel 3.66 Onderhoud en beheer
Artikel 3.67 Nadere aanwijzingen
Afdeling 3.5 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed
Artikel 3.68 Verbodsbepalingen en vergunning beschermd gemeentelijk monument
Artikel 3.68A Voorbescherming
Artikel 3.69 Verbodsbepaling en aanvraag vergunning gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Afdeling 3.6 Activiteiten met betrekking tot planten
Paragraaf 3.6.1 Bewaren van houtopstanden
Artikel 3.70 Begripsbepaling
Artikel 3.71 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Artikel 3.72 Aanvraag vergunning
Artikel 3.73 Weigeringsgronden
Artikel 3.74 Bijzondere vergunningsvoorschriften
Artikel 3.74A Meldplicht
Artikel 3.75 Herplant-/instandhoudingsplicht
Artikel 3.76 Schadevergoeding
Artikel 3.77 Bestrijding van boomziekten
Artikel 3.78 Afstandsgrenzen van bomen, heesters en heggen
Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud
Afdeling 4.1 Oplaadinfrastructuur
Artikel 4.1 Oplaadinfrastructuur [Gereserveerd]
Afdeling 4.2 Overige bepalingen
Artikel 4.2 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Hoofdstuk 5 Procedureregels
Afdeling 5.1 Voorbereiding van besluiten
Artikel 5.1 Waardestellend onderzoek beschermd gemeentelijk monument
Afdeling 5.2 Advies
Paragraaf 5.2.1 Advies bij aanwijzing beschermd gemeentelijk monument
Artikel 5.2 Advies bij aanwijzing beschermd gemeentelijk monument
Paragraaf 5.2.2 Advies bij aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Artikel 5.3 Advies bij aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Paragraaf 5.2.3 Advies bij omgevingsvergunning monument
Artikel 5.4 Advies bij omgevingsvergunning monument
Afdeling 5.3 Overige bepalingen
Artikel 5.5 [Gereserveerd]
Hoofdstuk 6 Toezicht en handhaving
Artikel 6.1 Toezichthouders
Artikel 6.2 Strafbaarstelling
Hoofdstuk 7 Overgangsrecht
Artikel 7.1 Overgangsrecht
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen
Artikel 8.1 Nadere regels
Artikel 8.2 Intrekken verordening
Artikel 8.3 Inwerkingtreding
Artikel 8.4 Citeertitel
Bijlage 1. Begrippenlijst
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
Bijlage 1 bij deze verordening bevat de algemene begripsbepalingen voor de toepassing van deze verordening.
Artikel 1.2 Toepassingsbereik
-
1. Deze verordening gaat over:
- a.
de fysieke leefomgeving en;
- b.
activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
- a.
-
2. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval:
- a.
bouwwerken;
- b.
infrastructuur;
- c.
watersystemen;
- d.
water;
- e.
bodem;
- f.
lucht;
- g.
landschappen;
- h.
natuur;
- i.
cultureel erfgoed;
- j.
werelderfgoed.
- a.
-
3. Als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden in ieder geval aangemerkt gevolgen die kunnen voortvloeien uit:
- a.
het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan;
- b.
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
- c.
activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt;
- d.
het nalaten van activiteiten.
- a.
-
4. Als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden ook aangemerkt gevolgen voor de mens, voor zover deze wordt, of kan worden beïnvloed door of via onderdelen van de fysieke leefomgeving.
Artikel 1.3 Doel van deze verordening
Deze verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang;
-
a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en
-
b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
Artikel 1.4 Wijze van meten
[Gereserveerd]
Artikel 1.5 Meest recente versie
Bij het toepassen van artikelen uit deze verordening die verwijzen naar documenten buiten deze verordening, wordt steeds uitgegaan van de meest recente versie van die documenten, tenzij anders is aangegeven.
Hoofdstuk 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
[vervallen]
Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving
Afdeling 3.1 Inleidende bepalingen
Paragraaf 3.1.1 Algemene bepalingen
Artikel 3.1 Toepassingsbereik
Dit hoofdstuk gaat over activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving.
Artikel 3.2 Normadressaat
Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 3.3 Specifieke zorgplicht
Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in de betreffende paragraaf zijn gesteld, is verplicht:
-
a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
-
b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
-
c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Artikel 3.4
[Gereserveerd]
Paragraaf 3.1.2 Bepalingen ten aanzien van vergunningen en ontheffingen
Artikel 3.5 Beslistermijn
[vervallen]
Artikel 3.6 Voorschriften en beperkingen
[vervallen]
Artikel 3.7 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
[vervallen]
Artikel 3.8 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
[vervallen]
Artikel 3.9 Termijnen
[vervallen]
Artikel 3.10 Weigeringsgronden
[vervallen]
Artikel 3.11
[vervallen]
Afdeling 3.2 Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten, sloopactiviteiten
Paragraaf 3.2.1 Graven, kabels en leidingen
Artikel 3.12
[vervallen]
Artikel 3.13
[vervallen]
Artikel 3.14
[vervallen]
Artikel 3.15
[vervallen]
Artikel 3.16
[vervallen]
Artikel 3.17
[vervallen]
Artikel 3.18
[vervallen]
Artikel 3.19
[vervallen]
Artikel 3.20
[vervallen]
Artikel 3.21
[vervallen]
Artikel 3.22
[vervallen]
Artikel 3.23
[vervallen]
Afdeling 3.3 Milieubelastende activiteiten
Paragraaf 3.3.1 Festiviteiten en geluidhinder
Artikel 3.24 Begripsbepaling
[vervallen]
Artikel 3.25 Aanwijzing collectieve festiviteiten
[vervallen]
Artikel 3.26 Melding incidentele festiviteiten
[vervallen]
Artikel 3.27 Geluidhinder in de openlucht
[vervallen]
Artikel 3.28 Overige geluidhinder
[vervallen]
Paragraaf 3.3.2 Overige milieubelastende activiteiten
Artikel 3.29 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
[vervallen]
Artikel 3.30 Oplaten van ballonnen
[vervallen]
Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente of op openbare plaatsen
Paragraaf 3.4.1 Bepalingen met betrekking tot ligplaatsen
Artikel 3.31 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
[vervallen]
Artikel 3.32 Permanente ligplaatsen voor recreatievaartuigen in de Blaricummermeent
[vervallen]
Artikel 3.33 Tijdelijke ligplaatsen voor recreatievaartuigen in de Blaricummermeent
[vervallen]
Artikel 3.34 Aanwijzingen ligplaats
[vervallen]
Artikel 3.35 Verbod innemen ligplaats
[vervallen]
Paragraaf 3.4.2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 3.36 Voorwerpen op of aan een openbare plaats
[vervallen]
Artikel 3.37 Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
[vervallen]
Artikel 3.38 Vrij te stellen categorieën
[vervallen]
Artikel 3.39 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
[vervallen]
Artikel 3.40 Maken of veranderen van een uitweg
[vervallen]
Artikel 3.41 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
[vervallen]
Artikel 3.42 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
[vervallen]
Paragraaf 3.4.3 Oplaadinfrastructuur
Artikel 3.43 Oplaadinfrastructuur
[vervallen]
Paragraaf 3.4.4 Dorpsschoon en handelsreclame
Artikel 3.44 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
[vervallen]
Artikel 3.45 Parkeren van reclamevoertuigen
-
1. Het is niet toegestaan een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
-
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Paragraaf 3.4.5 Voertuigen
Artikel 3.46 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke
-
1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
- a.
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of
- b.
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
- a.
-
2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:
- a.
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet langer dan een uur duren, voor zo lang als die werkzaamheden duren; of
- b.
voertuigen voor persoonlijk gebruik van de persoon als bedoeld in het derde lid.
- a.
-
3. Het is niet toegestaan voor de persoon die er zijn bedrijf, nevenbedrijf of gewoonte van maakt om voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen om:
- a.
drie of meer voertuigen die aan hem toebehoren of zijn toevertrouwd op de weg te parkeren binnen een straal van 100 meter van een van deze voertuigen;
- b.
de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
- a.
-
4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 3.47 Te koop aanbieden van voertuigen
-
1. Het is niet toegestaan een voertuig op een door het college aangewezen weg te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
-
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 3.48 Defecte voertuigen
Een voertuig waarmee niet kan of mag worden gereden door gebreken die niet eenvoudig te verhelpen zijn, mag niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geparkeerd.
Artikel 3.49 Voertuigwrakken
-
1. Het is niet toegestaan om een voertuig dat rijtechnisch onvoldoende is onderhouden en dat in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
-
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 3.50 Kampeermiddelen en andere voertuigen
-
1. Het is niet toegestaan een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
- a.
langer dan op drie achtereenvolgende dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;
- b.
op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit volgens het college schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
- a.
-
2. Het college kan plaatsen of tijden aanwijzen waar, respectievelijk gedurende welke tijd het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing is.
-
3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.
-
4. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 3.51 Grote voertuigen
-
1. Het is niet toegestaan een voertuig te parkeren dat inclusief de lading een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter.
-
2. Het verbod geldt niet voor de door het college aangewezen weggedeelten en/of tijdstippen.
-
3. Het verbod is ook niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, die niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
-
4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 3.52 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
-
1. Het is niet toegestaan een voertuig dat inclusief de lading een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een gebouw dat gebruikt wordt voor bewoning of ander dagelijks gebruik op een manier dat daardoor het uitzicht van de bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op een hinderlijke manier wordt verstoord of zij op een andere manier hinder of overlast ervaren.
-
2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse nodig is.
Artikel 3.53 Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen
-
1. Het is niet toegestaan een voertuig met stank verspreidende stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.
-
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens het Besluit activiteiten leefomgeving of het Omgevingsplan.
Artikel 3.54 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
[vervallen]
Artikel 3.55 Overlast van fietsen of bromfietsen
[vervallen]
Paragraaf 3.4.6 Kampeermiddelen
Artikel 3.56 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
[vervallen]
Artikel 3.57 Aanwijzing kampeerplaatsen
[vervallen]
Paragraaf 3.4.7 Standplaatsen
Artikel 3.58 Definitie
[vervallen]
Artikel 3.59 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
[vervallen]
Artikel 3.60 Toestemming rechthebbende
[vervallen]
Paragraaf 3.4.8 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 3.61 Crossterreinen
[vervallen]
Artikel 3.62 Beperking verkeer in natuurgebieden
[vervallen]
Paragraaf 3.4.9 Hemelwaterafvoer
Artikel 3.63 Verplichting tot waterberging in nieuwe situaties
[vervallen]
Artikel 3.64 Verplichting tot waterberging in bestaande situaties: gebiedsaanwijzing
[vervallen]
Artikel 3.65 Gebiedsaanwijzing: procedure en ontheffing
[vervallen]
Artikel 3.66 Onderhoud en beheer
[vervallen]
Artikel 3.67 Nadere aanwijzingen
[vervallen]
Afdeling 3.5 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed
Artikel 3.68 Verbodsbepalingen en vergunning beschermd gemeentelijk monument
[vervallen]
Artikel 3.68A Voorbescherming
[vervallen]
Artikel 3.69 Verbodsbepaling en aanvraag vergunning gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
[vervallen]
Afdeling 3.6 Activiteiten met betrekking tot planten
Paragraaf 3.6.1 Bewaren van houtopstanden
Artikel 3.70 Begripsbepaling
[vervallen]
Artikel 3.71 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
[vervallen]
Artikel 3.72 Aanvraag vergunning
[vervallen]
Artikel 3.73 Weigeringsgronden
[vervallen]
Artikel 3.74 Bijzondere vergunningsvoorschriften
[vervallen]
Artikel 3.74A Meldplicht
[vervallen]
Artikel 3.75 Herplant-/instandhoudingsplicht
[vervallen]
Artikel 3.76 Schadevergoeding
[vervallen]
Artikel 3.77 Bestrijding van boomziekten
[vervallen]
Artikel 3.78 Afstandsgrenzen van bomen, heesters en heggen
[vervallen]
Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud
[vervallen]
Hoofdstuk 5 Procedureregels
[vervallen]
Hoofdstuk 6 Toezicht en handhaving
Artikel 6.1 Toezichthouders
Behoudens het bepaalde in artikel 18.6 van de Omgevingswet, zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening de toezichthouders belast die bij besluit van het college dan wel de burgemeester zijn aangewezen.
Artikel 6.2 Strafbaarstelling
-
1. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening en de op grond van artikel 3.6 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
-
2. Het eerste lid is niet van toepassing als in het onderwerp is voorzien door de Wet op de economische delicten.
Hoofdstuk 7 Overgangsrecht
[vervallen]
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen
Artikel 8.1 Nadere regels
Het college is bevoegd ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening nadere regels vast te stellen.
Artikel 8.2 Intrekken verordening
De Monumentenverordening Blaricum 2012 wordt ingetrokken.
Artikel 8.3 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking op het tijdstip dat de eerste wijziging van het Omgevingsplan Blaricum in werking treedt.
-
2. In afwijking van het eerste lid treden paragraaf 3.4.9 en de artikelen 3.24, 3.25 en 3.26 in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet om 23:59 uur.
Artikel 8.4 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald “Verordening fysieke leefomgeving Blaricum 2023, derde wijziging”.
Bijlagen bij de Verordening fysieke leefomgeving Blaricum
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 november 2023.
mevrouw T.D. de Jong
griffier
mevrouw drs. B.M. de Reijke MBA
voorzitter
Bijlage 1. Begrippenlijst
- 1.
APV: Algemene plaatselijke verordening van Blaricum; [vervallen]
- 2.
Bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
- 3.
Beeldbepalende waarde van de houtopstand: houtopstand die karakteristiek is voor de plek; [vervallen]
- 4.
BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, ingesteld bij de Verordening op de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 2021, die onder meer als taak heeft het college te adviseren ten aanzien van redelijke eisen van welstand, de aanwijzing van beschermde gemeentelijke monumenten, vergunningaanvragen voor wijziging, verbouwing of sloop van beschermde rijks- of gemeentelijke monumenten en de aanwijzing van onroerende zaken als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht; [vervallen]
- 5.
Beperkingengebiedactiviteit: dat wat daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; [vervallen]
- 6.
Beschermd gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; [vervallen]
- 7.
Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; [vervallen]
- 8.
Bouwwerk: dat wat daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; [vervallen]
- 9.
Bouwwerk eigenaar: de eigenaar van het bouwwerk waarop het hemelwater valt; [vervallen]
- 10.
Bouwhistorisch onderzoek: in een rapport vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument; [vervallen]
- 11.
Bromfiets: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; [vervallen]
- 12.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum;
- 13.
Cultureel erfgoed: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; [vervallen]
- 14.
Dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; [vervallen]
- 15.
Gebouw: dat wat daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; [vervallen]
- 16.
Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht: dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 2.8; [vervallen]
- 17.
Hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; [vervallen]
- 18.
Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen en/of diensten, waarmee kennelijk wordt beoogd een commercieel belang te dienen;
- 19.
Hemelwatervoorziening: voorziening voor de verwerking/waterberging van afvloeiend hemelwater, niet zijnde een openbaar hemelwaterstelsel; [vervallen]
- 20.
Houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;[vervallen]
- 21.
Kampeermiddel: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
- 22.
Landschappelijke waarde van de houtopstand: houtopstand die typerend is voor de lokale omstandigheden, bepaald door de soort, de bodemgesteldheid, waterhuishouding en/of cultuurhistorie; [vervallen]
- 23.
Motorvoertuig: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
- 24.
Natuurwaarde van de houtopstand: houtopstand die een schuil-/broedplaats biedt aan fauna, of houtopstand die foerageergelegenheid biedt aan fauna, of de houtopstand die huisvesting biedt aan beschermde flora, of houtopstand die onderdeel uitmaakt van een verbindingszone voor de natuur of van een bos; [vervallen]
- 25.
Omgevingsvergunning: dat wat daaronder wordt verstaan in de Omgevingswet; [vervallen]
- 26.
Openbaar hemelwaterstelsel: voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, in beheer bij het college of een rechtspersoon die door de gemeente Blaricum met het beheer is belast; [vervallen]
- 27.
Openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast; [vervallen]
- 28.
Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; [vervallen]
- 29.
Openbare plaats: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
- 30.
Openbare ruimte: een plaats die krachtens de bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, met uitzondering van gebouwen of besloten plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet;
- 31.
Openbare weg: openbare weg als bedoeld in de Wegenwet;
- 32.
Parkeren: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
- 33.
Perceeleigenaar: de eigenaar van het perceel waarop het hemelwater valt; [vervallen]
- 34.
Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; [vervallen]
- 35.
Rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; [vervallen]
- 36.
Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer te water; [vervallen]
- 37.
Vergunninghouder: de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; [vervallen]
- 38.
Verhard oppervlak: alle oppervlakken die gemaakt zijn van steenachtig of ander hard materiaal, of overige verhardingen waaronder daken, tegels, bestratingen, of asfaltoppervlakken, als gevolg waarvan hemelwater versneld tot afvoer komt; [vervallen]
- 39.
Voertuig: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
- 40.
Waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon: houtopstand die onderdeel is van een beschermd dorpsgezicht, of houtopstand die onderdeel is van een gemeentelijk monument, houtopstand die bijzonder en/of zeldzaam is door hoogte, dikte, vorm, leeftijd of soort; [vervallen]
- 41.
Waarde van de leefbaarheid van de houtopstand: houtopstand die een goede conditie heeft, of houtopstand die een goede stabiliteit/breukvastheid heeft, of houtopstand die een onlosmakelijk onderdeel van een geheel vormt; [vervallen]
- 42.
Weg: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl